Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding jachthaven Leechlân 4 te Grou inclusief bijlagen
Tekst van het document
Ruimtelijke Onderbouwing Jachthaven Leechlân 4 te Grou
Ruimtelijke Onderbouwing Jachthaven Leechlân |
Projectnummer / referentie: 2018-027 Projectnaam:
Ruimtelijke Onderbouwing Jachthaven Leechlân
In opdracht van:
Jachthaven Leechlân
Onderwerp:
Ruimtelijke Onderbouwing Jachthaven Leechlân
Korte omschrijving:
Ruimtelijke Onderbouwing ten gunste van de gemeentelijke vergunning voor de uitbreiding van Jachthaven Leechlân te Grou, gemeente Leeuwarden.
Revisie
Datum
Auteur
Paraa f
Verificator
0.0
1-5-2019
WZ
1.0 1.1 1.2 1.3
9-7-2019 30-1-2020 26-5-2020 1-2-2023
Willem van der Zwaag Berber Dedden
Willem van der Zwaag Johan Mulder
2018-027
BD TD AB AB
pagina 2 van 26
Paraaf
Omschrijving
Ruimtelijke Onderbouwing Jachthaven Leechlân |
Inhoud 1.
2.
3.
4.
5.
Inleiding .........................................................................................................................5 1.1
Aanleiding ..........................................................................................................................5
1.2
Ruimtelijke ligging .............................................................................................................5
1.3
Huidige situatie..................................................................................................................6
1.4
Leeswijzer..........................................................................................................................7
Planbeschrijving............................................................................................................8 2.1
Uitbreiden Jachthaven Leechlân .....................................................................................8
2.2
Verwacht resultaat ............................................................................................................9
Beleidskader ................................................................................................................10 3.1
Rijksbeleid ....................................................................................................................... 10
3.2
Provinciaal beleid ............................................................................................................ 10
3.3
Gemeentelijk beleid ........................................................................................................ 12
Omgevingsaspecten ...................................................................................................13 4.1
Geluidshinder .................................................................................................................. 13
4.2
Milieuhinder ..................................................................................................................... 13
4.3
Luchtkwaliteit ................................................................................................................... 13
4.4
Externe veiligheid............................................................................................................ 14
4.5
Water................................................................................................................................ 15
4.6
Erfgoed ............................................................................................................................ 16
4.7
Bodem.............................................................................................................................. 20
4.8
Ecologie ........................................................................................................................... 21
4.9
Overig .............................................................................................................................. 23
Uitvoerbaarheid ...........................................................................................................26 5.1
Economische uitvoerbaarheid ....................................................................................... 26
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................................................. 26
5.3
Tervisielegging ontwerp ................................................................................................. 26
2018-027
pagina 3 van 26
Ruimtelijke Onderbouwing Jachthaven Leechlân |
Bijlagen Bijlage 1: Archeologisch onderzoekrapport Bijlage 2: Flora- en Faunaonderzoekrapport Bijlage 3: Vergunning Wetterskip Fryslân Bijlage 4: Ontheffing provincie Fryslân uitbreiding jachthaven Leechlan 4 te Grou Bijlage 5: Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling (vormvrij) Bijlage 6: Bodemonderzoek Bijlage 7: Ontheffing Vaarwegenverordening Bijlage 8: Stikstofberekening
2018-027
pagina 4 van 26
Ruimtelijke Onderbouwing Jachthaven Leechlân |
1. Inleiding 1.1
Aanleiding
In opdracht van Jachthaven Leechlân is door CLAFIS Ingenieus deze ruimtelijke onderbouwing opgesteld voor het plangebied aan Leechlân 4 te Grou in de gemeente Leeuwarden. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen uitbreiding van de bestaande jachthaven in noordelijke richting.
Figuur 1.1: Ligging planlocatie. Bron: Topografische Dienst Kadaster, Emmen [2017]
1.2
Ruimtelijke ligging
Het plangebied ligt ongeveer twee kilometer ten noorden van Grou. Het plangebied van Jachthaven Leechlan is gelegen aan Leechlân 4 te Grou. Dit gebied betreft een weidegebied ten noorden van de Jachthaven.
2018-027
pagina 5 van 26
Ruimtelijke Onderbouwing Jachthaven Leechlân |
1.3
Huidige situatie
Het plangebied bestaat nu uit grasland. De locatie is gelegen in het bestemmingsplan “Bestemmingsplan Buitengebied 2008”, dat op 21 mei 2013 door de toenmalige gemeenteraad van Boarnsterhim is vastgesteld. Met de realisatie van de voorgenomen plannen wordt de haven uitgebreid en wordt het erf ingericht ten gunste van een winterstalling. In afbeelding 1.2 is een impressie weergegeven bestaande uit meerdere foto’s van het plangebied. Deze foto’s zijn medio februari 2018 vastgelegd.
Afbeelding 1.2 : Impressie bestaande situatie plangebied
2018-027
pagina 6 van 26
Ruimtelijke Onderbouwing Jachthaven Leechlân |
1.4
Leeswijzer
Na de inleiding in dit hoofdstuk is in hoofdstuk 2 een beschrijving van het gehele plan gegeven. In hoofdstuk 3 is het van toepassing zijnde beleidskader van de diverse betrokken overheden uiteengezet. Een omschrijving van de omgevingsaspecten in het gebied (betreffende de planologische en milieukundige randvoorwaarden van het plan) is opgenomen in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 is de uitvoerbaarheid van het planvoornemen uiteengezet. Het gaat hierbij om zowel de economische als de maatschappelijke uitvoerbaarheid. Wat betreft dit laatste is tevens een korte toelichting op de status/procedure van een omgevingsvergunning opgenomen. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing telt verder diverse Bijlagen aangaande de watertoets en zes verschillende afzonderlijke bijlagen betreffende documentatie omtrent de m.e.r.-beoordeling, het archeologische onderzoek, het verkennend (water)bodemonderzoek en een tweetal ecologische onderzoeken. Ook is er een watertoets opgenomen.
2018-027
pagina 7 van 26
Ruimtelijke Onderbouwing Jachthaven Leechlân |
2. Planbeschrijving 2.1
Uitbreiden Jachthaven Leechlân
Het voorliggende voornemen bestaat uit de wens om de Jachthaven Leechlân op het adres Leechlân 4 uit te breiden. In de huidige situatie is er sprake van 80 ligplaatsen variërend van kleine zeilboten tot grote motorjachten. Het voornemen is om de jachthaven met 70 ligplaatsen uit te breiden met daaronder ook aanmeerplaatsen voor jachten vanaf 10 meter. Het aantal ligplaatsen zal na de realisatie van het project dus liggen op 150 plaatsen. De uitbreiding zal bestaan uit drijvende steigers en naar gelang de vraag op grootte worden ingedeeld. Er komt 1 sanitaire unit bij. Deze zal op de locatie volgens tekening geplaatst worden. Er komt geen nieuwe toegangsweg en de parkeerplaatsen worden uitgevoerd als weergegeven in afbeelding 2.2.
Afbeelding 2.1 : Huidige situatie Jachthaven Leechlân Bron: A3 Bouwadvies
Het nieuw te graven gedeelte zal eerst voorzien worden van betonnen damwandplanken met verankering. Verder zullen van de uit te graven kleigrond (+/- 8850 kuub) rondom de haven polderdijken worden gezet (polderdijken +/- 1650 kuub) welke een goede waterkering zullen vormen. De overgebleven grond zal worden gebruikt voor op hoogte brengen van de grond rondom de haven (tussen de Neare Galle en de haven en achter de haven richting de weg Leechlan) (+/7200 kuub nodig). De grond word gebruikt om de verplichte dijklichamen om de haven op te zetten. Aan de westkant word de ruimte tussen de dijklichamen vlak getrokken. Hiermee wordt voorkomen dat er bij regenval moerasvorming optreed tussen de dijken. Er komen verder geen grondlichamen in het projectgebied.
2018-027
pagina 8 van 26
Ruimtelijke Onderbouwing Jachthaven Leechlân |
Zodra polderdijken, damwand en de verhoging klaar zijn zal de dijk tussen de “oude” en de nieuwe haven open gemaakt worden. Hier zal ruim de tijd voor worden genomen. Zodra het binnengestroomde water op peil is wordt de dijk uitgegraven. Verder zullen verhardingen aangebracht worden van gebroken asfalt op de parkeerplaats/ stallingsterrein. Op de polderdijken langs de Neare Galle zal volgens beplantingsplan gras of kruidenrijk grasmengsel aangebracht worden, dit i.v.m. uitzicht / opvaren vanuit de haven richting Neare Galle, om aanvaringen te voorkomen. Rondom de haven zal een tegelpad aangebracht worden van betontegels. De nader te bepalen indeling van de haven (steigers) worden gebouwd van Azobe hardhout.
Afbeelding 2.2 : Situatie na uitbreiding van Jachthaven Leechlân
2.2
Bron: A3 Bouwadvies
Verwacht resultaat
Ruimtelijk en functioneel gezien past de uitbreiding van de jachthaven goed in de omgeving aangezien er in de omgeving voldoende ruimte is voor recreatie op het water en verblijfsrecreatie. De omliggende functies ondervinden geen hinder van de voorgenomen ontwikkeling. Het plan heeft, zowel op korte als op (middel)lange termijn, dan ook geen negatieve ruimtelijke en functionele effecten voor de omgeving. De uitbreiding van de jachthaven betreft een bescheiden uitbreiding die geen ernstige afbreuk doet aan de ruimtelijke kwaliteit van het landschap. Er blijft voldoende zicht vanaf het Leechlân naar het open landschap. Ook vormt de jachthaven, die op korte afstand van de recreatiekern Grou ligt een aantrekkelijke uitwijkbasis voor recreanten die gebruik maken van de staande mastroute.
2018-027
pagina 9 van 26
Ruimtelijke Onderbouwing Jachthaven Leechlân |
3. Beleidskader 3.1
Rijksbeleid
Het rijksbeleid op ruimtelijk gebied is neergelegd in de “Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte” (SVIR; 13 maart 2012). In de SVIR is de visie van de rijksoverheid op de ruimtelijke opgaven en mobiliteitsopgaven voor Nederland richting 2040 aangegeven. Voor de periode tot 2028 zijn de volgende rijksdoelen uitgewerkt: • vergroten van de concurrentiekracht door versterking van de ruimtelijk economische structuur van Nederland; • verbeteren van de bereikbaarheid; • zorgen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden. Voor de drie rijksdoelen worden de onderwerpen van nationaal belang benoemd, waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Relevante nationale belangen voor onderhavig besluitgebied zijn als volgt: • • •
verbetering van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water), bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico’s; ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten; ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten.
Conform het beginsel Goede Ruimtelijke Ordening dient geldt uiteraard dat voldaan dient te worden aan de voorwaarden van zorgvuldige afwegingen en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke plannen. Voor het overige is sprake van een lokale ontwikkeling, waarbij geen nationale belangen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte direct in het geding zijn
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Ruimtelijke plannen en projecten Op 13 december 2006 is door Provinciale Staten het “Streekplan Fryslân 2007: Om de kwaliteit fan de romte” vastgesteld. Het streekplan geeft de visie van Provinciale Staten op het ruimtelijk beleid van de provincie weer. Het streekplan vormt de basis van het provinciale beleid voor de periode 2006 tot 2016. In 2014 is de verordening romte Fryslân vastgesteld. In deze verordening staan regels over de thema’s bundeling, ruimtelijke kwaliteit, wonen, werken, recreatie en toerisme, landbouw, natuur, kustverdediging en duurzame energie. De regels in de verordening zijn een verdere uitwerking van het Streekplan Fryslân en bevatten de provinciale kaders waarbinnen ruimtelijke ontwikkelingen kunnen plaatsvinden. Op grond van artikel 5.3.1 Verordening Romte 2014 kan een uitbreiding van een bestaande jachthaven worden toegestaan in, aansluitend of nabij een recreatiekern. Het planvoornemen voldoet hier niet aan. Artikel 10.1.1 Verordening Romte 2014 biedt echter ruimte om ontheffing te verlenen voor een recreatieve ontwikkeling in het landelijk gebied voor die gevallen waarin de verwezenlijking van het gemeentelijk ruimtelijk beleid wegens bijzondere omstandigheden onevenredig wordt belemmerd in verhouding tot het provinciaal belang.
2018-027
pagina 10 van 26
Ruimtelijke Onderbouwing Jachthaven Leechlân |
De ontheffing kan worden verleend indien: a. de ontwikkeling gelet op de aard, schaal en uitstraling past binnen de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten, en in een evenredige verhouding nieuwe kwaliteiten van natuur, water, landschap of recreatieve dan wel agrarische mogelijk. b.
de ontwikkeling bijdraagt aan de sociale of economische vitaliteit van het platteland;
c.
de ontwikkeling niet leidt tot onevenredige milieubelasting en niet onevenredig veel verkeer aantrekt in relatie tot het onderliggende wegennet.
d. de ontwikkeling niet leidt tot beperkingen voor de ontwikkeling van agrarische bedrijven in de omgeving. Hoewel artikel 5.3.1 van de Verordening Romte het planvoornemen niet toestaat, verlenen Gedeputeerde Staten hier toch ontheffing voor. De onderbouwing hiervoor is het feit dat de jachthaven aan de Staande Mastroute ligt en recreatieve ontwikkelingen in de watersport dan voor de hand liggen. Opwaardering van het waterfront en overige kwalitatieve verbeteringen dragen bij aan het recreatieve imago en de verdere ontwikkeling van Grou als belangrijke watersportkern met bijbehorende voorzieningen. Het op 13 maart 2018 bekend gemaakte besluit van de Provincie Fryslân (zie Bijlage 4) houdt in dat het planvoornemen toestemming voor realisatie krijgt. Volgens de Provincie Fryslân draagt de jachthaven bij aan de sociale of economische vitaliteit van het platteland. Daar het terreininrichtingsplan is gewijzigd, is er een gewijzigde ontheffing aangevraagd. Deze gewijzigde ontheffing is op 11 november 2022 verleend
Weidevogels Het uitbreidingsgebied ligt nabij weidevogelkansgebied. Volgens de Verordening Romte geldt een verstoringsafstand van 200 meter voor ontwikkelingen in landelijk gebied. De afstand van het plangebied tot het weidevogelkansgebied is groter dan 200 meter. Er is geen strijd met 7.2.2. Verordening Romte. Ontgronding Geconcludeerd kan worden dat sprake is van een vrijstelling van de ontgrondingenverordening. Dit omdat het bestaande weiland gemiddeld op een hoogte van ca. 900minus NAP ligt, terwijl de bodem van de haven op ca. 2500minus NAP komt te liggen, waardoor de ontgronding niet dieper is dan ca. 1600mm. Daarnaast wordt de vrijkomende grond gebruikt om het weiland rondom de nieuwe haven op te hogen en polderdijken te creeren, waardoor er geen grond wordt afgevoerd.
De Provinsje Fryslân concludeerde verder dat de initiatiefnemer de uitbreiding van de jachthaven in voldoende mate heeft gemotiveerd. Tevens bevestigde zij dat het plan voldoet aan de in artikel 10.1.1 van de Verordening Romte genoemde voorwaarden voor het verlenen van ontheffing. De betreffende ontheffing voor het uitbreiden van de jachthaven van de Provinsje Fryslân is opgenomen in de bijlagen van dit document als Bijlage 4 “Ontheffing van
2018-027
pagina 11 van 26
Ruimtelijke Onderbouwing Jachthaven Leechlân |
Provinsje Fryslân vanuit Verordening Romte”. De ontgronding ten gunste van de uitbreiding van de jachthaven is vrijgesteld zodra de verdere procedure met betrekking tot de omgevingsvergunning is afgerond op grond van de afdeling 3.4 van de Awb.
3.3
Gemeentelijk beleid
Het plangebied valt binnen het bestemmingsplan “Buitengebied 2008” van de voormalige gemeente Boarnsterhim. De toekomstige jachthaven heeft hierin de bestemming ‘recreatiehaven’ de locatie van de toekomstige jachthaven heeft de bestemming ‘Agrarisch’. Het bestemmingsplan voorziet in een goede planologisch onderbouwde uitbreiding van de haven. Het gewenste initiatief past binnen het gemeentelijk beleid om bestaande recreatieve voorzieningen kwalitatief te kunnen verbeteren. In het bestemmingsplan wordt benadrukt dat er “duidelijk meer behoefte” is aan meer aanlegplaatsen in het buitengebied van de voormalige gemeente Boarnsterhim. Het planvoornemen voorziet tenminste in een lichte afname van de druk op het aantal aanlegplaatsen in de gemeente. Ook wordt er met de uitvoering van het planvoornemen geen onevenredige afbreuk aan de ruimtelijke kwaliteit van het landschap. Het landschap kenmerkt zich als een open weide landschap. De erfbeplanting van (voormalige) boerenerven vormen eilandjes van groen in dit open en weidse landschap. Het planvoornemen voegt zich goed in dit landschap. De jachthaven wordt verdiept aangelegd en gaat daarmee niet ten koste van de weidsheid. De winterstalling wordt landschappelijk, conform bijgevoegd terreininrichting- en beplantingsplan landschappelijk ingepast met beplanting.
Ter plaatse van de bestaande jachthaven wordt weer een groene bermstrook aangelegd waardoor afstand tussen de weg en de jachthaven ontstaat. Deze afstand komt de beleving van het landschap vanaf de weg gezien ten goede. Uit gemeentelijk beleidsoogpunt kan medewerking worden verleend aan het planvoornemen. Welstand
De welstandscommissie Hûs en Hiem heeft het bouwplan beoordeeld op 5 juli 2022. Het bouwplan voldoet volgens de commissie aan de redelijke eisen van welstand
2018-027
pagina 12 van 26
Ruimtelijke Onderbouwing Jachthaven Leechlân |
4. Omgevingsaspecten 4.1
Geluidshinder
In 1979 is de Wet geluidhinder (Wgh) in werking getreden. De Wgh is er op gericht om de geluidhinder vanwege onder andere wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai te voorkomen en te beperken. Deze wet is op 1 januari 2007 voor het laatst gewijzigd. Per 1 juli 2012 heeft een wijziging van de Wgh plaatsgevonden vanwege het SWUNG (Samen Werken in de Uitvoering van Nieuw Geluidbeleid). Spoorweglawaai en industrielawaai zijn niet aan de orde in en nabij het plangebied. In het hiernavolgende is daarom enkel op wegverkeerslawaai ingegaan. Op grond van de Wet geluidhinder geldt rond wegen met een maximumsnelheid hoger dan 30 km/u, spoorwegen en inrichtingen die ‘in belangrijke mate geluidhinder veroorzaken’ een geluidzone. Bij ontwikkeling van nieuwe geluidsgevoelige objecten binnen deze geluidzones moet akoestisch onderzoek worden uitgevoerd om aan te tonen dat de ontwikkeling voldoet aan de voorkeursgrenswaarden die in de wet zijn vastgelegd. Voor wegverkeerslawaai bedraagt de voorkeursgrenswaarde 48 dB. De uitvoering van het planvoornemen wordt niet door geluidhinder als gevolg van wegverkeerslawaai belemmerd. Resultaat analyse geluidshinder De te realiseren objecten die horen bij het uitbreiden van de bestaande jachthaven, een toiletvoorziening en een winterstalling, vormen geen geluidsgevoelige objecten. Een toetsing aan de Wet geluidhinder is dan ook niet relevant.
Ten aanzien van het aspect geluid zijn er geen belemmeringen voor het project. Het planvoornemen heeft dus geen effecten op de geluidshinder.
4.2
Milieuhinder
In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is geen sprake van een wijziging naar een milieugevoeligere bestemming. In paragraaf 4.7 zal tevens blijken dat de grond van het plangebied de status niet verdacht heeft. Verdere bodemonderzoeken zijn hierdoor als gevolg van het planvoornemen niet meer nodig. Wel is er uiteraard bij het uitgevoerde archeologisch onderzoek een analyse gemaakt van de bodemsegmentatie. Deze is te vinden in paragraaf 4.6.1. van dit hoofdstuk. Conform de VNG-publicatie kan een jachthaven geschaald worden onder milieucategorie 3.1 met een bijbehorende richtafstand van 50 meter voor geluid. De genoemde richtafstand geldt voor het omgevingstype rustig buitengebied. In de nabije omgeving zijn geen woningen gelegen. Aan de genoemde richtafstand wordt dan ook voldaan.
4.3
Luchtkwaliteit
De Wet milieubeheer (Wm) voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Luchtkwaliteitseisen vormen onder de Wm geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen als een van onderstaande situaties van toepassing is:
2018-027
pagina 13 van 26
Ruimtelijke Onderbouwing Jachthaven Leechlân |
• • • •
er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project (al dan niet per saldo) leidt niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL; een project draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de luchtverontreiniging.
De uitbreiding van een jachthaven met 70 ligplaatsen betreft een project dat ‘niet in betekende mate’ bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Het aspect luchtkwaliteit vormt dan ook geen belemmering voor de uitvoering van het plan.
4.4
Externe veiligheid
Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de risico’s in het besluitgebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. De risico’s dienen te worden beoordeeld op twee maatstaven, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Er moet worden getoetst aan het Bevi, het Bevt en het Bevb wanneer bij een ontwikkeling (beperkt) kwetsbare objecten worden toegestaan. In het voorgenomen plan betekent dit dat moet worden getoetst of er in de nabije omgeving sprake is van risicofactoren in het kader van externe veiligheid. In het kader van het Interprovinciaal Overleg (IPO) is een zogenoemde risicokaart ontwikkeld. Op de risicokaart staan verschillende risico-ontvangers en risicobronnen aangegeven. Voor het planvoornemen is op de risicokaart nagegaan of ook aandachtspunten op het vlak van de externe veiligheid aanwezig zijn.
Dit blijkt in de wijde omgeving van het plangebied vrijwel niet het geval te zijn. Gezien de locatie, de aard en de mate van de uit het planvoornemen resulterende activiteiten zijn er geen locaties met een noemenswaardige rol voor de externe veiligheid bij de uitbreiding van de jachthaven.
Resultaat analyse externe veiligheid De uitbreiding van jachthaven Leechlân en de uitwerking hiervan hebben geen gevolgen voor de externe veiligheid. De externe veiligheid vormt ook geen belemmering voor het onderhavige plan.
2018-027
pagina 14 van 26
Ruimtelijke Onderbouwing Jachthaven Leechlân |
4.5
Water
Op grond van artikel 3.1.6 Bro dient in de toelichting op ruimtelijke plannen een waterparagraaf te worden opgenomen van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie. In die paragraaf dient uiteengezet te worden of en in welke mate het plan in kwestie gevolgen heeft voor de waterhuishouding, dat wil zeggen het grondwater en het oppervlaktewater. Het is de schriftelijke weerslag van de zogenaamde watertoets. Het doel van de watertoets is het waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Door middel van de watertoets wordt in een vroegtijdig stadium aandacht besteed aan het wateraspect. De Waterwet, die per 22 december 2009 van kracht is geworden, heeft gezorgd voor een ingrijpende bundeling van deze wetgeving. Daarnaast heeft het Nationaal Waterplan (NWP), waarvan de eerste versie tegelijk met de Waterwet is verschenen, een formele rol in de ruimtelijke ordening. Het eerste Nationaal Waterplan is tevens een structuurvisie op basis van de Waterwet en de Wro. Voor het planvoornemen van deze onderzoeksnotitie is halverwege maart 2018 een digitale watertoets aangevraagd bij Wetterskip Fryslân.
Op basis van de aangeleverde gegevens is met de digitale watertoets geconstateerd dat het planvoornemen (vanwege de aanwezigheid van een regionale kering/boezemkade en een nabijgelegen zwemwaterlocatie) een zodanige invloed op de waterhuishouding heeft dat een normale watertoetsprocedure dient te worden gevoerd. Het Wetterskip Fryslân heeft bij het toetsingsproces voor de Watervergunning meerdere overwegingen getoetst. Deze overwegingen zijn als onderstaande: •
• •
•
De doelstellingen van het watersysteembeheer verzetten zich niet tegen het verlenen van de gevraagde vergunning. Aan de vergunning zijn voorwaarden verbonden die noodzakelijk zijn uit het oogpunt van bescherming van de doelstellingen van het watersysteembeheer. De aanvraag is getoetst aan het ontheffingenbeleid van Wetterskip Fryslân en er zijn vanuit dat oogpunt bezien geen bezwaren tegen het verlenen van de vergunning. De kadelengte neemt enigszins toe maar omdat wij tevens een gedeelte kade op hoogte krijgen, is besloten af te zien van het opleggen van een afkoopsom voor de toename. Er is een toelichting op de peilwijziging opgesteld.
Het dagelijks bestuur van Wetterskip Fryslân heeft op 30 januari 2019 laten weten dat zij, gezien het voorgaande en gelet op de bepalingen van de Waterwet, het Waterbesluit, de Waterregeling, de Algemene wet bestuursrecht en de Keur van Wetterskip Fryslân, Jachthaven Leechlân c.q. diens rechtverkrijgenden, de watervergunning verlenen op basis van artikel 3.2 van de Keur van Wetterskip Fryslân. Deze vergunning is opgenomen in de bijlage als bijlage 3 vergunning Wetterskip Fryslân.
2018-027
pagina 15 van 26
Ruimtelijke Onderbouwing Jachthaven Leechlân |
Gezien de fysieke eigenschappen van het planvoornemen (de invaart van de jachthaven blijft onveranderd) viel geen bezwaar tegen te verwachten vanuit het vigerende beleid. Op 28 februari 2019 is er echter in het kader van de vaarwegenverordening Fryslân 2014 wel een ontheffing aangevraagd ten gunste van het uitbreiden van de bestaande jachthaven aan de Neare Galle (incl. het plaatsen van de damwand). De ontheffing is verleend op 8 april 2019 (zie Bijlage 7). Resultaat analyse Water Vanuit het aspect Water zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen uitbreiding van Jachthaven Leechlân. Aan de vereiste verplichtingen naar de Provinsje Fryslân, de gemeente Leeuwarden en het Wetterskip Fryslân is voordat de uitgebreide omgevingsprocedure in werking treed voldaan.
4.6
Erfgoed
4.6.1 Archeologie Het plangebied ligt volgens de Friese Archeologische Monumenten Kaart Extra (FAMKE) in een zone waarvoor voor archeologische resten uit de periode steentijd tot en met de bronstijd het advies Karterend Onderzoek 3 geldt. Om de archeologische verwachting te toetsen zijn in het plangebied zes gutsboringen uitgevoerd. Uit de resultaten hiervan blijkt dat rond 2,8 meter onder het maaiveld dekzand aanwezig is. Dit dekzand is vernat en doorworteld in de beginperiode van de veenvorming en vertoont geen sporen van podzolvorming.
2018-027
pagina 16 van 26
Ruimtelijke Onderbouwing Jachthaven Leechlân |
Afbeelding 4.1 : Quickscan van bodem, periode Steentijd-Bronstijd
Bron: FAMKE
Op twee boorpunten ligt klei direct op dekzand en lijkt de top van de dekzandbodem enigszins geërodeerd te zijn. Op de overige boorpunten wordt het dekzand afgedekt door een pakket veen. De top hiervan is niet veraard en wordt afgedekt door een pakket zwak venig klei dat lijkt te zijn afgezet in een oeverzone of in een rietmoeras. Het milieu waarin deze klei is afgezet, was niet geschikt voor bewoning. Het bovenste deel van het kleipakket is niet venig maar vertoont evenmin vegetatiehorizonten of overige sporen van bodemvorming die samen zouden kunnen hangen met menselijke bewoning. De toplaag van de bodem bestaat uit een pakket vergraven klei dat op de zuidrand van het plangebied plaatselijk meer dan een meter dik is door het hier deponeren van grond tijdens de aanleg van de reeds bestaande jachthaven. In geen van de boringen zijn relevante archeologische indicatoren gevonden. Verder kunnen zich archeologische resten bevinden uit de periode IJzertijd- Middeleeuwen. Het gaat hier dan met name om vroeg en vol-middeleeuwse veenontginningen (zie afbeelding 4.2). Daarbij bestaat de kans dat er zich huisterpjes uit deze tijd in het plangebied bevinden. Ook de wat oudere boerderijen kunnen archeologische sporen of resten afdekken, hoewel de veengronden eromheen al afgegraven zijn. Hierom is een historisch en karterend onderzoek te verrichten.
Dit onderzoek is Bijlage 1 van dit document toegevoegd
2018-027
pagina 17 van 26
Ruimtelijke Onderbouwing Jachthaven Leechlân |
Afbeelding 4.2 : Quickscan van bodem periode IJzertijd- Middeleeuwen
Bron: FAMKE
Resultaat analyse archeologisch erfgoed Op basis van het uitgevoerde archeologisch onderzoek is gebleken dat er geen archeologische aandachtspunten zijn waargenomen. Nergens in het plangebied zijn indicatoren aangetroffen. In verband hiermee geven de resultaten van het onderzoek geen aanleiding om archeologisch vervolgonderzoek te adviseren. Evenmin zijn archeologische resten gevonden waarmee tijdens de verdere planvorming rekening zou moeten worden gehouden. Als gevolg van de ontwikkelingen is de bodemverstoring kleiner dan 5000 m2 . Nader onderzoek is dan ook niet nodig. 4.6.2 Cultuurhistorie De cultuurhistorische situatie wordt het beste weergeven op de topografische kaart uit 1927. Dit is de eerste kaart waarop de boerderij (Abehorne) ten zuiden van de jachthaven wordt aangegeven. Het plangebied bestaat dan nog geheel uit grasland. Op eerdere topografische kaarten en op de hier niet afgebeelde kaarten van Schotanus uit 1718 en Eekhoff uit de periode 1849-1859 is ook geen bebouwing in het plangebied aanwezig.
2018-027
pagina 18 van 26
Ruimtelijke Onderbouwing Jachthaven Leechlân |
Figuur 4. 2: Uitsnede van de topografische kaart uit 1927. Het plangebied ligt in de rode cirkel.
De Modernisering Monumentenzorg (MoMo) heeft tot een wijziging van het Bro geleid. Ieder ruimtelijk plan dient nu tevens een analyse van cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Zover hier sprake van is, dient daarnaast aangegeven te worden op welke wijze met de mogelijk in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is. Een belangrijk inhoudelijk uitgangspunt van het streekplan en de verordening Romte Fryslân 2014 is dat de kernkwaliteiten van de verschillende landschapstypen in Fryslân herkenbaar blijven. In de Structuurvisie Grutsk op ‘e Romte (hierna: Grutsk) is, als nadere uitwerking, een verdiepingsslag gemaakt waarin de landschappelijke kernkwaliteiten zijn verbonden aan cultuurhistorische kwaliteiten. In Grutsk zijn op basis daarvan ‘gebiedsoverschrijdende’ en ‘per deelgebied onderscheiden’ ‘landschappelijke en cultuurhistorische samenhangende structuren van provinciaal belang’ benoemd. Grou en omgeving valt binnen de verdeling van Grutsk onder het deelgebied ‘Laagveengebied’. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt in dit Laagveengebied met bijbehorende landschappelijk en cultuurhistorische samenhangende structuren het volgende samenvattende Provinciaal advies gegeven: 1. De begrenzing van de veenpolders en de richting van de verkaveling is leidend en dient zichtbaar te blijven. 2.
Respecteren van de functioneel samenhangende onderdelen van de veenpolders. 3. Waterwegen herkenbaar en zoveel mogelijk functioneel behouden. 4. Versterken van de waterfronten en openbare oevers langs vaarten en meren en de bijbehorende gerichtheid op het water van bebouwing en openbare ruimte.
2018-027
pagina 19 van 26
Ruimtelijke Onderbouwing Jachthaven Leechlân |
Daarnaast is op de CHK2 (Cultuurhistorische Kaart) van de Provinsje Fryslân is informatie opgenomen over cultuurhistorische waarden. In tegenstelling tot de aanmeerlocaties nabij de dorpskern van Grou blijkt uit het CHK2 dat er in het plangebied geen sprake is van de aanwezigheid van cultuurhistorische waarden. Resultaat analyse cultuurhistorisch erfgoed De vanuit Gruts beschreven landschappelijke en cultuurhistorische samenhangende structuren die zich in het laagveengebied bevinden waar Grou onderdeel van uit maakt vormen geen belemmering voor de in dit plan beschreven ontwikkeling. Het advies van de Provincie bij ruimtelijke ontwikkelingen blijft daarmee in stand en kan worden opgevolgd. Daarnaast is er is geen sprake van aantasting van cultuurhistorische en archeologische waarden. Vanuit het aspect cultuurhistorie bestaan er derhalve geen belemmeringen.
4.7
Bodem
In het Bro is bepaald dat in de toelichting op een ruimtelijk plan inzicht verkregen moet worden in de uitvoerbaarheid van het plan. Dit betekent dat er onder meer inzicht verkregen moet worden in de noodzakelijke financiële investering in een (mogelijk noodzakelijke) bodemsanering. Een onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is derhalve onderdeel van de onderzoeksverplichting bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan. Uitgangspunt ten aanzien van de bodemkwaliteit is dat deze bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zodanig goed moet zijn dat er geen risico’s voor de volksgezondheid bestaan bij het gebruik van het plangebied voor wonen of een andere functie. Voor de beoogde situatie wordt circa 10.000 m3 grond afgegraven (10.000 m2 * 1 m diepte). De afgegraven grond wordt binnen het project hergebruikt voor de realisatie van de nieuwe kering. Gezien het huidig gebruik (agrarisch perceel) van de te ontgraven grond worden er geen ernstige verontreinigingen verwacht. De beoogde ontwikkeling betreft een uitbreiding van een jachthaven en daarmee de aanpassing van een inrichting. Hiervoor dient een (nul situatie) bodemonderzoek te worden voorgelegd aan het bevoegd gezag. Na beëindiging van de inrichting zal een eindsituatie onderzoek plaatsvinden. De eventuele verontreiniging zal door de veroorzaker worden hersteld.
Belangrijke nadelige milieugevolgen op het gebied van bodemkwaliteit kunnen dan ook worden uitgesloten. De voorgaande conclusies in deze paragraaf zijn ook terug te lezen in de vormvrije m.e.r.beoordeling (zie Bijlage 5) die op 29 februari 2018 is opgeleverd. Resultaat analyse bodem Uit de historische informatie, het veldwerk en de vormvrije m.e.r.-beoordeling is gebleken dat de conditie van de bodem op de planlocatie onverdacht is. Verder bodemonderzoek is dan ook niet noodzakelijk. Zie ook bijlage 6: Bodemonderzoek van Bodemvisie 13-4-2018.
2018-027
pagina 20 van 26
Ruimtelijke Onderbouwing Jachthaven Leechlân |
4.8
Ecologie
In het kader van de uitvoerbaarheid van ruimtelijke plannen is het van belang om aandacht te besteden aan beschermde natuurwaarden. De effecten op natuurwaarden dienen te worden beoordeeld in relatie tot bestaande wet- en regelgeving op het gebied van soortenbescherming en gebiedsbescherming (de Wet en Natuurberscherming). De soortenbescherming is vastgelegd in de Flora- en faunawet (Ffw) en de gebiedsbescherming in de Natuurbeschermingswet 1998 (Nbw 1998), de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en de Provinciale Verordening Romte Fryslân (PVR) 4.8.1 Soortenbescherming Ten behoeve van het planvoornemen is er ecologisch onderzoek uitgevoerd naar de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde flora en fauna in het plangebied. Dit onderzoek naar de soortenbescherming heeft bestaan uit een literatuuronderzoek en een veldbezoek. Dit onderzoek is bijlage 2 bij deze ruimtelijke onderbouwing gevoegd. Het plangebied is in cultuur gebracht en betreft een weidegebied. Het gebied is jong en het pioniersstadium niet ontgroeid. De aanwezigheid van beschermde planten wordt derhalve uitgesloten. Gedurende het verkennend veldonderzoek op vrijdag 9 februari 2018 zijn geen beschermde plantensoorten of resten van beschermde plantensoorten vastgesteld. Planten die beschermd worden via de Wet natuurbescherming komen voor in specifieke natuurlijke ecotopen.
Dergelijke ecotopen komen niet voor. Op grond hiervan wordt de aanwezigheid van beschermde plantensoorten uitgesloten. In verband met de aanwezigheid van algemene broedvogels is het van belang om hier maatregelen voor te treffen. Dit zal in het met de realisatie van het planvoornemen gebeuren in de vorm van het uitvoeren van werkzaamheden buiten het broedseizoen te starten en het plaatsen van natuurlijkvriendelijke objecten die de kans van het broeden van vogels ondermijnen. Het voorkomen van en effecten op vleermuizen en vogels met vaste rusten verblijfplaatsen kan worden uitgesloten. Mogelijk vliegen en foerageren er vleermuizen. Gedurende en na realisatie van de plannen kunnen deze soorten er blijven vliegen en foerageren. Er zijn daarnaast mogelijk algemene nationaal beschermde zoogdieren en amfibieën aanwezig. Voor deze algemene soorten bestaat een algemene vrijstelling in provincie Friesland. Het voorkomen van overige beschermde soorten wordt uitgesloten. Resultaat analyse ecologisch onderzoek Op grond van het uitgevoerde ecologische onderzoek kan worden gesteld dat effecten op beschermde planten- en diersoorten uitgesloten zijn; het planvoornemen en het toekomstige gebruik daarvan zijn niet in strijd met het gestelde binnen de Wet natuurbescherming. 4.8.2
Gebiedsbescherming
De projectlocatie vormt geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. De projectlocatie maakt ook geen deel uit van het natuurnetwerk Nederland (NNN). Uit de kaart van het Natuurbeheerplan blijkt dat het dichtstbijzijnde NNN gebied is gelegen op een afstand van 400 meter. De afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Alde Feanen bedraagt 2,6 kilometer.
2018-027
pagina 21 van 26
Ruimtelijke Onderbouwing Jachthaven Leechlân |
Het project ligt buiten beschermde natuurgebieden. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de afstand tot natuurgebieden en de locatie van het project (stedelijke omgeving) kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten.
4.8.3 Stikstofdepositie (verplaatst) Voor de gebruiksfase en de aanlegfase van de voorgenoemde ontwikkeling is een analyse gemaakt voor de effecten op de Luchtkwaliteit. De toename van (water)verkeer en de werkzaamheden met betrekking tot de aanlegfase kunnen leiden tot een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden in de omgeving. Met het programma AERIUS Calculator is een verkennende berekening uitgevoerd om een eerste inzicht te geven in de gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 en te toetsen of de eventuele toename past binnen de eisen die gelden op grond van de Wet natuurbescherming. De berekeningen zijn als bijlage 8 opgenomen. Uitgangspunten gebruiksfase Pleziervaart De voorgenomen ontwikkeling betreft de uitbreiding van een jachthaven met 70 ligplaatsen. De ligplaatsen worden ingericht voor de kleine pleziervaart. Voor de berekening is uitgegaan van een gemiddelde emissie per type vaartuig. Hierbij is rekening gehouden met een tweetakt, viertakt of elektrische buitenboordmotor, als boten met een binnenboordmotor. De NOx uitstoot van kleine pleziervaart bedraagt per vaartuig gemiddeld circa 0,05 kg per jaar. De realisatie van 70 ligplaatsen zal leiden tot een maximaal aantal vaarbewegingen 140 per dag. In de realiteit zal het aantal vaarbewegingen ten behoeve van de jachthaven een stuk lager zijn.
In het hoogseizoen(circa 70 dagen) kan worst-case worden uitgegaan van een uitvaarpercentage van circa 60%. Het voor en naseizoen kan worst-case worden uitgegaan van 40%. In de wintermaanden wordt niet gevaren. De toename van het aantal vaarbewegingen door de uitbreiding van de jachthaven zal circa 150 per jaar bedragen. Met een toename van 150 vaarbewegingen per jaar bedraagt de totale emissie 7,5 kg NOx per jaar. De vaarbewegingen zijn in AERIUS ingevoerd tot de dichtstbijzijnde vaarroute. Verkeer Uitgaande van de beoogde ontwikkeling, bedraagt de verkeersgeneratie maximaal 10 mvt/etmaal. Hierbij wordt uitgegaan van de verdeling licht, middel en zwaar verkeer volgens de wegcategorie ‘Stedelijke hoofdweg’. Voor de AERIUS-berekening is uitgegaan dat de verkeersgeneratie 100% richting noordwest, waarna het verkeer opgaat in het heersende verkeersbeeld.
2018-027
pagina 22 van 26
Ruimtelijke Onderbouwing Jachthaven Leechlân |
Uitgangspunten aanlegfase Om te verkennen welke effecten kunnen optreden tijdens de aanlegfase is een berekening uitgevoerd. Het uitgangspunt is dat de grondwerkzaamheden maximaal 1 jaar betreft en gedurende deze periode 360 werkdagen, 8 uur per dag 60 procent gebruik wordt gemaakt. Omdat de machines verspreid over het plangebied worden ingezet is de emissie ingevoerd als vlakbron. Voor het aan- en afvoeren van materialen is gerekend met 200 vrachtwagenbewegingen per jaar. Omdat in AERIUS enkel de gegevens per etmaal kunnen worden ingevoerd is gerekend met 1 vrachtbeweging per etmaal. Resultaten Uit de stikstofberekening blijkt dat geen sprake is van natuurgebieden met rekenresultaten die hoger zijn dan de drempelwaarde van 0,00 mol N/ha/jr. Voor projecten die geen bijdrage hebben geldt een vrijstelling van de Wet natuurbescherming vergunningplicht. Er is sprake van een uitvoerbaar initiatief in het kader van de Wet natuurbescherming. De Wet natuurbescherming en het beleid van de provincie staan de uitvoering van het project niet in de weg.
4.9
Overig
4.9.1 Kabels en leidingen In het plangebied is qua nutsinfrastructuur geen sprake van belemmerende hoofdleidingen en of kabels. Wel ligt er een waterleiding. In en direct rondom het plangebied zijn verder eveneens geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig die een belemmering voor het planvoornemen zouden kunnen opleveren. Met het oog op de waterleiding die onder het al bestaande gebied ligt zullen de uit te voeren graafwerkzaamhebben in het plangebied conform de Richtlijn zorgvuldig graafproces (CROW publicatie 500) uitgevoerd worden. 4.9.2 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Op 1 april 2011 is het Besluit milieueffectrapportage gewijzigd. Het aantal situaties waarvoor een milieueffectrapportage (m.e.r.) verplicht moet worden uitgevoerd is verminderd. Er zijn nu meer situaties waar eerst beoordeeld kan worden of een m.e.r. moet worden uitgevoerd. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op een activiteit die voorkomt op de Dlijst van het Besluit m.e.r. die beneden de drempelwaarden vallen een toets moet worden uitgevoerd of er belangrijke nadelige milieugevolgen zijn. Voor deze toets, als nieuw element in de m.e.r.-regelgeving, wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Analyse m.e.r.-besluit Voorliggende ruimtelijke onderbouwing maakt een ruimtelijke ontwikkeling in het plangebied mogelijk.
Het planvoornemen betreft onder meer de uitbreiding van een jachthaven als
2018-027
pagina 23 van 26
Ruimtelijke Onderbouwing Jachthaven Leechlân |
genoemd in kolom 1 van de D-lijst van het Besluit m.e.r. Het planvoornemen leidt evenwel niet tot een overschrijding van de drempelwaarden als genoemd in kolom 2 van de D-lijst (betreffende 1: een jaarlijkse toestroom van meer dan 250.000 bezoekers, 2: een oppervlakte groter dan 25 ha, 3: realisatie van 100 ligplaatsen of meer, 4: een oppervlakte van 10 ha of meer in gevoelig gebied). Enkel de vormvrije m.e.r.-beoordeling is van toepassing. Gesteld mag worden dat de milieueffecten van de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied reeds op voldoende wijze in de voorgaande paragrafen zijn beschreven. Hieruit blijkt dat het planvoornemen geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft. Resultaat analyse m.e.r.-beoordeling Voorliggende ruimtelijke onderbouwing geeft geen aanleiding voor een vervolgonderzoek in het kader van het Besluit m.e.r.
4.9.3 Verkeer en Parkeren Parkeren Jachthaven Leechlan is voornemens uit te breiden naar 150 ligplaatsen. Hier hoort een parkeernorm bij van 105 (0,7 per ligplaats). Een deel van het verhard terrein van de jachthaven wordt uitsluitend gebruikt voor parkeren. De jachthaven krijgt de beschikking over 35 parkeerplaatsen naast de haven en 8 bestaande plekken aan de zuidzijde van de inrit, die ten alle tijden beschikbaar zijn. Hier worden geen boten gestald.
2018-027
pagina 24 van 26
Ruimtelijke Onderbouwing Jachthaven Leechlân |
Op een deel van het verhard terrein zal sprake zijn van dubbelgebruik (winterstalling en zomers parkeren). In de wintermaanden worden op dit terrein boten gestald. In de zomermaanden kunnen hier auto’s parkeren. In de wintermaanden is namelijk niet of nauwelijks behoefte aan parkeerruimte. In de wintermaanden is wel behoefte aan winterstalling voor boten. In de periode april – oktober is het vaarseizoen en liggen de meeste boten in het water. In het vaarseizoen kunnen op dit terrein maximaal 62 auto’s parkeren. In totaal kunnen er dus maximaal 105 auto’s parkeren. Dit is conform de gemeentelijke parkeernorm.
Verkeer De gemiddelde verkeersgeneraties van een jachthaven met 100 ligplaatsen is 26,6 verkeersbewegingen per etmaal (bron: CROW publicatie 381). De bestaande jachthaven beschikt over 80 ligplaatsen. Dat zijn dus gemiddeld 21,28 verkeersbewegingen per etmaal. Dit zijn de gemiddelde vervoersbewegingen berekend door de CROW. Volgens de initiatiefnemer (eigenaar van de jachtwerf) komen deze gemiddelde cijfers redelijk overeen met de werkelijke situatie. In het vaarseizoen genereert de jachtwerf een verkeersgeneratie van ongeveer 26 verkeersbewegingen (van en naar de jachtwerf). Buiten het vaarseizoen genereert de jachtwerf ongeveer 4 verkeersbewegingen van en naar de jachtwerf. In de nieuwe situatie wordt de jachtwerf uitgebreid met 70 ligplaatsen. Dat betekent een gemiddelde toename van 18,62 verkeersbewegingen per etmaal. De verkeersintensiteit op het Leechlân is in 2016 gemeten op 2947 voertuigen afgerond. Een toename van (afgerond) 19 verkeersbewegingen per etmaal is een geringe toename en zal niet leiden tot een onaanvaardbare verkeersdruk. Langs het Leechlân loopt een vrijliggend fietspad, daarmee hebben de kwetsbare verkeersdeelnemers (fietsers en voetgangers) een veilige plek.
2018-027
pagina 25 van 26
Ruimtelijke Onderbouwing Jachthaven Leechlân |
5. Uitvoerbaarheid 5.1 Economische uitvoerbaarheid De kosten die zijn gemoeid met de realisering van het plan komen ten laste van de initiatiefnemer. Met de initiatiefnemer is een planschadeverhaalovereenkomst gesloten, zodat eventuele planschade verhaald kan worden op de aanvrager. Hiermee is de economische haalbaarheid voldoende gewaarborgd en uitvoerbaar geacht. 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid In artikel 2.12, eerste lid, Wabo staat dat de toestemming tot afwijken bestemmingsplan (art 2.12, lid 1, onderdeel a, onder 3, Wabo) niet in strijd mag zijn met een goede ruimtelijke ordening. Hieraan moet men dus toetsen bij verlening van een dergelijke omgevingsvergunning. Deze ruimtelijke onderbouwing biedt de inhoudelijke aspecten en motivatie die de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling motiveren. Het planvoornemen bestaat uit ruimtelijk oogpunt niet uit conflictpunten. De uitbreiding van de jachthaven sluit aan bij het bestaande gebruik en de bestaande uitstraling van het gebied. Daarnaast bestaan er buiten de strijdigheid met het vigerende bestemmingsplan, gezien de aard en schaal van het initiatief, vanuit vigerende “Bestemmingsplan Buitengebied 2008”, geen belemmeringen. Hoofdstuk 5.3 (Grote Watersport) van het vigerende bestemmingsplan benadrukt dat er in de omgeving een grote behoefte is aan meer aanlegplaatsen voor pleziervoertuigen op het water.
Het projectvoornemen van de uitbreiding van jachthaven voorziet hierin. De huidige bestemming is zoals reeds beschreven in deze ruimtelijke onderbouwing “agrarisch”. De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling zoals in hoofdstuk 2 is beschreven vormt door haar omvang en haar beperkte invloed geen conflictsituatie met de omliggende bestemming en functies. De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling wordt bovendien niet belemmerd door milieuaspecten en benodigde voorzieningen zijn reeds aanwezig. Bovendien zal geen schade wordt toegebracht aan natuur- of landschapselementen en - structuren. Op basis van het voorgaande wordt dan ook geconcludeerd dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening aanvaardbaar en haalbaar is. 5.3 Tervisielegging ontwerp Met het ter visie leggen van de ontwerpvergunning en de voorliggende ruimtelijke onderbouwing stelt de gemeente een ieder in de gelegenheid om kennis te kunnen nemen van, alsmede te reageren op, de inhoud van het planvoornemen.
2018-027
pagina 26 van 26
BIJLAGE 1
Grou, Leechlân Gem. Leeuwarden (Frl.) Een Inventariserend Archeologisch Veldonderzoek Definitief Steekproefrapport 2018-02/02
Grou, Leechlân Gem. Leeuwarden (Frl.) Een Inventariserend Archeologisch Veldonderzoek Definitief Steekproefrapport 2018-02/02
Grou, Leechlân Gem. Leeuwarden (Frl.) Een Inventariserend Archeologisch Veldonderzoek Een onderzoek in opdracht van Rho Adviseurs voor Leefruimte Steekproefrapport 2017-05/08 ISSN 1871-269X auteur: drs. R. Exaltus, senior KNA-Prospector (Actor registratienummer 92909010) autorisatie: dr. J. Jelsma, senior KNA-Archeoloog (Actor registratienummer 35453178) Goedgekeurd door de bevoegde overheid, gemeente Leeuwarden, mevr. M. Kenemans d.d. 19 februari 2018 De Steekproef bv werkt volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.0 en is gecertificeerd voor BRL SIKB 4000, protocollen 4001, 4002, 4003, 4004, 4006. Van toepassing op dit onderzoek zijn de protocollen 4002 Bureauonderzoek en 4003 IVO-O. Foto’s en tekeningen zijn gemaakt door De Steekproef bv, tenzij anders vermeld. © De Steekproef bv, Zuidhorn, 20 februari 2018 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt zonder bronvermelding. De Steekproef bv aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. De Steekproef bv Archeologisch Onderzoeks- en Adviesbureau Hogeweg 3 9801 TG Zuidhorn telefoon fax internet e-mail kvk
050 - 5779784 050 - 5779786 www.desteekproef.nl info@desteekproef.nl 02067214
Inhoud Samenvatting 1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Locatie en administratieve gegevens 2. Bureauonderzoek 2.1 Bronnen 2.2 Fysische geografie 2.3 Historische geografie 2.4 Acheologie
3. Veldonderzoek 3.1 Aanpak 3.2 Resultaten veldonderzoek
4. Conclusies en advies
Lijst van Figuren en Tabellen Appendix I: Archeologische periode-indeling Appendix II: Klic 18G189527 Appendix III: Boorbeschrijvingen
1 1 2 3 3 4 5 6
9 9 10
12
Samenvatting In opdracht van Rho Adviseurs voor Leefruimte is door De Steekproef bv een plangebied onderzocht tussen de Leechlân en de nauwe Galle te Grou in de gemeente Leeuwarden. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen uitbreiding van de bestaande jachthaven in noordelijke richting. Graafwerkzaamheden die hiervoor nodig zijn, zouden tot aantasting van archeologische waarden kunnen leiden. Het onderzoek had tot doel om vast te stellen of dergelijke waarden aanwezig kunnen zijn. Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek en een veldonderzoek door middel van boringen. Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een archeologisch verwachtingsmodel van het gebied aan de hand van beschikbare fysisch-geografische, archeologische en historisch-geografische informatie. Tijdens het veldonderzoek is dit verwachtingsmodel getoetst. In het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel is uitgegaan van een middelhoge verwachtingswaarde voor resten uit de ijzertijd tot en met de nieuwe tijd die samenhangen met terpbewoning. Dergelijke vindplaatsen worden gekenmerkt door afgedekte vondstlagen die vaak bestaan uit met archeologische indicatoren vervuilde klei. Dergelijke indicatoren kunnen ook voorkomen in de veraarde top van veenpakketten die in de ijzertijd-Romeinse tijd ten gevolge van verbeterde gebiedsontwatering bewoonbaar werden.
Voor het plangebied geldt een lage tot middelhoge verwachting voor vindplaatsen uit de steentijd en de bronstijd in de top van het in de ondergrond aanwezige dekzand. Om de archeologische verwachting te toetsen zijn in het plangebied zes gutsboringen uitgevoerd. Uit de resultaten hiervan blijkt dat rond 2,8 meter onder het maaiveld dekzand aanwezig is. Dit dekzand is vernat en doorworteld in de beginperiode van de veenvorming en vertoont geen sporen van podzolvorming. Op twee boorpunten ligt klei direct op dekzand en lijkt de top van de dekzandbodem enigszins geërodeerd te zijn. Op de overige boorpunten wordt het dekzand afgedekt door een pakket veen. De top hiervan is niet veraard en wordt afgedekt door een pakket zwak venig klei dat lijkt te zijn afgezet in een oeverzone of in een rietmoeras. Het milieu waarin deze klei is afgezet, was niet geschikt voor bewoning. Het bovenste deel van het kleipakket is niet venig maar vertoont evenmin vegetatiehorizonten of overige sporen van bodemvorming die samen zouden kunnen hangen met menselijke bewoning. De toplaag van de bodem bestaat uit een pakket vergraven klei dat op de zuidrand van het plangebied plaatselijk meer dan een meter dik is door het hier deponeren van grond tijdens de aanleg van de reeds bestaande jachthaven. In geen van de boringen zijn relevante archeologische indicatoren gevonden. Selectieadvies door drs. R.P.
Exaltus (senior KNA-Prospector) (KNA 4.0 VS07) Geen van de in de boringen aangetroffen afzettingen lijken in het (verre) verleden geschikt te zijn geweest voor bewoning. Dit geldt zowel voor de top van het dekzand, de top van het hierboven gelegen veen als voor de klei-afzettingen die de bovenste anderhalve tot twee en een halve meter van de bodem vormen. Nergens in het plangebied zijn dan ook relevante archeologische indicatoren aangetroffen. In verband hiermee geven de resultaten van het onderzoek geen aanleiding om archeologisch vervolgonderzoek te adviseren. Evenmin zijn archeologische resten gevonden waarmee tijdens de verdere planvorming rekening zou moeten worden gehouden.
Figuur 1.
Grou, Leechlân. Het plangebied ligt binnen het rode kader. Eén vierkant op de kaart komt overeen met één vierkante kilometer. De kaart is noordgericht. Bron: Topografische Dienst Kadaster, Emmen [2017].
1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doel (KNA 4.0 LS01) In opdracht van Rho Adviseurs voor Leefruimte, vertegenwoordigd door de heer J.J. Posthumus, is door De Steekproef bv een plangebied onderzocht tussen de Leechlân en de Nauwe Galle te Grou in de gemeente Leeuwarden (zie Figuur 1). De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen uitbreiding van de bestaande jachthaven in noordelijke richting. Graafwerkzaamheden die hiervoor nodig zijn, zouden tot aantasting van archeologische waarden kunnen leiden. Het onderzoek had tot doel om vast te stellen of dergelijke waarden aanwezig kunnen zijn. Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek en een veldonderzoek door middel van boringen. Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een archeologisch verwachtingsmodel van het gebied aan de hand van beschikbare fysisch-geografische, archeologische en historisch-geografische informatie. Tijdens het veldonderzoek is dit verwachtingsmodel getoetst. Het doel van het veldonderzoek is het vaststellen van de mate van gaafheid van het bodemprofiel en de aanwezigheid hierin van archeologische waarden. Hierbij wordt gekeken naar de bodemopbouw en de mate waarin deze intact is en naar het voorkomen van archeologische indicatoren, zoals bewerkt en verbrand vuursteen, aardewerk, bouwmateriaal, bot en houtskool.
Figuur 2.
Grou, Leechlân. Luchtfoto van het plangebied in rood omkaderd. Bron: Google Maps.
1
1.2 Locatie en administratieve gegevens (KNA 4.0 LS02) Het plangebied ligt ongeveer twee kilometer ten noorden van Grou, tussen de Leechlân en de Nauwe Galle en bestaat nu nog uit grasland.
Tabel 1:
Grou, Leechlân. Administratieve gegevens van het onderzoeksgebied.
Provincie
Fryslân
Gemeente
Leeuwarden
Plaats
Grou
Toponiem
Leechlân
Centrumcoördinaat
185.297/569.874
Bevoegde overheid
Gemeente Leeuwarden
Opdrachtgever
Rho Adviseurs voor Leefruimte
Onderzoeksmeldingsnummer
4586418100
ISSNnr.
1871 - 269X
Steekproef projectcode
2018-02/02
Geomorfologische context
Vlakte van getij-afzettingen
NAP hoogte maaiveld
Rond 0,8 m -NAP
Maximale diepte onderzoek
3 meter
Uitvoering van het veldwerk
5 februari 2018
Beheer en plaats documentatie De Steekproef bv / Rijksdienst voor het Cultureel erfgoed (RCE)
2
2. Bureauonderzoek 2.1 Bronnen Voor het bureauonderzoek is gebruik gemaakt van de volgende bronnen (Tabel 2). Voor de paragraaf over de historische geografie is onder meer gebruik gemaakt van topotijdreis.nl. Hierop zijn historische kaarten in te zien. Voor dit onderzoek is een KLIC-melding (nummer 18G057493; Appendix II) gedaan om na te gaan waar eventuele leidingen en kabels in de grond liggen en een daarmee gepaard gaande verstoring in de grond te lokaliseren. Tabel 2:
Grou, Leechlân. Geraadpleegde literatuur, bronnen en kaarten.
ANWB, 2004. Topografische Atlas Friesland 1:25000. ANWB bv, Den Haag. Centraal Archeologisch Archief (CAA) en Centraal Monumenten Archief (CMA) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) [ARCHIS]. Eekhoff, W. 1976. Beknopte Geschiedenis van Friesland in Hoofdtrekken. B.V. Foresta, Groningen Exaltus R.P. & G.L.G.A. Kortekaas 2008. Prehistorische branden op Groningse kwelders. In: PaleoAktueel nr 19. p.115-124. Groningen 2008. Friese Archeologische MonumentenKaart Extra (FAMKE) www.fryslan.nl Gemeente Leeuwarden, Archeologische Waardenkaart (via leeuwarden.nl) Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA) versie 4.0. College voor de Archeologische Kwaliteit (www.sikb.nl). Schotanus, C. 1664. Beschrijvinge van de Heerlyckheydt van Frieslandt. Facsimile-uitgave 1978. De Tille bv Leeuwarden/Theatrum Orbis Terrarum bv, Amsterdam. Stichting voor Bodemkartering, 1978. Bodemkaart van Nederland 1:50000. StiBoKa, Wageningen. Stichting voor Bodemkartering, 1982. Geomorfologische van Nederland 1:50000. StiBoKa, Wageningen. 12 Provinciën 2006/2007. Atlas van Topografische Kaarten. Nederland 1955-1965. Uitgeverij 12 Provinciën, Landsmeer. Uitgeverij Nieuwland, 2006. Grote Historische Topografische Atlas ±1926-1934. Fryslân 1 : 25 000. Uitgeverij Nieuwland, Tilburg. Uitgeverij 12 Provinciën, 2005. Luchtfoto-Atlas Fryslân. Schaal 1:14000. Uitgeverij 12 Provinciën, Landsmeer.
Versfelt, H.J. & M. Schroor, 2005. De Atlas van Huguenin: Militair-topografische Kaarten van NoordNederland 1819-1829. Heveskes Uitgevers, Groningen/Veendam. Wolters-Noordhoff Atlasprodukties, 1990. Grote Historische Atlas van Nederland deel 2: NoordNederland 1851-1855, schaal 1:50000. Wolters-Noordhoff, Groningen. Wolters-Noordhoff Atlasprodukties, 1992. Grote Historische Provincie Atlas 1:25000. Friesland 18531856. Wolters-Noordhoff Atlasprodukties, Groningen. www.topotijdreis.nl www.tresoar.nl
3
2.2 Fysische geografie (KNA 4.0 LS04) De diepere ondergrond van het plangebied bestaat uit keileem dat ongeveer 150.000 jaar geleden is ontstaan tijdens de voorlaatste ijstijd, het Saale-glaciaal. Tijdens dit glaciaal zijn pleistocene fluviatiele afzettingen door Scandinavisch landijs grotendeels vermalen en her-afgezet als keileem. Tijdens een groot deel van de laatste ijstijd (het Weichselien) heerste in Nederland een poolklimaat. Door het ontbreken van begroeiing had de wind vrij spel en kon vanuit het Noordzeebekken dekzand worden afgezet. Dit dekzand behoort tot het Laagpakket van Wierden (Formatie van Boxtel). Het keileem- en dekzandlandschap helt sterk af in noordelijke en westelijke richting. Door de lage ligging hiervan is dit landschap in de kustzones van Fryslân overdekt geraakt met veen en klei. Deze afzettingen zijn ongeveer vanaf 10.000 jaar geleden gevormd nadat de laatste ijstijd overging in een relatief warme periode, het Holoceen. De temperatuurstijging had tot gevolg dat de aanwezige ijskappen begonnen te smelten waardoor de zeespiegel steeg. Als gevolg van de snel stijgende zeespiegel en de slechte ontwatering van het landschap steeg de grondwaterspiegel en ontstonden grote moerassen en zoetwatermeren. Hier trad op grote schaal veenvorming op.