Ruimtelijke onderbouwing Skrins 4 Easterlittens
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing voor de uitbreiding van de melkveehouderij aan de Skrins 4 te Easterlittens INLEIDING Op 27 mei 2021 hebben wij een aanvraag omgevingsvergunning ontvangen voor de uitbreiding van de bestaande melkveehouderij aan de Skrins 4 te Easterlittens. Dit verzoek is in strijd met het ter plekke geldende bestemmingsplan ‘Bûtengebiet’.
Afbeelding 1: Luchtfoto met perceel Skrins 4 binnen rode cirkel
Afbeelding 2: Luchtfoto met begrenzing plangebied Skrins 4 (bron: Geo-Oblique, 2021)
Ruimtelijke onderbouwing voor de uitbreiding van de melkveehouderij aan de Skrins 4 te Easterlittens ontwerp d.d. 01-11-2021
1
Het plangebied ligt circa 1.200 meter ten zuidwesten van het dorp Easterlittens. De ontwikkelingen vinden plaats op (delen van) de percelen kadastraal bekend als gemeentecode JWD00, sectie F, perceelnummers 1276, 1290, 2836, 2837, 2838 en 2839. BESCHRIJVING VAN HET PROJECT Het project voorziet in de uitbreiding van de bestaande melkveehouderij. De uitbreiding bestaat uit het verbreden van de bestaande ligboxenstal, het realiseren van een jongveestal door het overkappen van een (niet meer in gebruik zijnde) sleufsilo, het plaatsen van een mestzak en het realiseren van een vaste mestopslag/mestvaalt (zie afbeelding 3).
Afbeelding 3: Situatieschets De huidige ligboxenstal kent een oppervlakte van circa 2.010 m2. Deze wordt aan de zuidzijde uitgebreid met circa 460 m2 (circa 6,35 meter breed over de volledige lengte van de bestaande ligboxenstal). Als gevolg hiervan krijgt de ligboxenstal aan de zuidzijde ook een iets flauwere dakhelling van 11o. De bestaande hoogte van de ligboxenstal veranderd niet (zie afbeelding 4).
Ruimtelijke onderbouwing voor de uitbreiding van de melkveehouderij aan de Skrins 4 te Easterlittens ontwerp d.d. 01-11-2021
2
Afbeelding 4: Plattegrond, gevels en doorsnede ligboxenstal De nieuwe jongveestal zal worden gerealiseerd op de fundering/verharding van een bestaande sleufsilo. De jongveestal krijgt een oppervlakte van 480 m2 en een hoogte van 5,25 meter (zie afbeelding 5).
Afbeelding 5: Plattegrond, gevels en doorsnede jongveestal
Ruimtelijke onderbouwing voor de uitbreiding van de melkveehouderij aan de Skrins 4 te Easterlittens ontwerp d.d. 01-11-2021
3
De nieuwe mestzak krijgt een oppervlakte van 420 m2 (14,5 meter bij 29 meter), een hoogte van 2,4 meter en een inhoud van circa 1.000 m3. De nieuwe vaste mestopslag/mestvaalt krijgt een oppervlakte van 500 m2 (20 bij 25 meter), een hoogte van 1,5 meter en een inhoud van circa 750 m3. In deze ruimtelijke onderbouwing wordt aangetoond dat het project zoals hiervoor beschreven op deze locatie aanvaardbaar is. BESCHRIJVING VAN DE GELDENDE PLANOLOGISCH-JURIDISCHE SITUATIE Op grond van het geldende bestemmingsplan ‘Bûtengebiet’ (vastgesteld op 29 september 2015 door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Littenseradiel) heeft het plangebied de bestemming ‘Agrarisch’, met de functieaanduidingen ‘specifieke vorm van agrarisch – bedrijfskavel grondgebonden agrarisch bedrijf’ en ‘zorgboerderij’, de gebiedsaanduidingen ‘vrijwaringszone – radarverstoringsgebied’ en ‘overige zone – windturbine’ en deels de dubbelbestemming ‘Waarde Terpen’ (zie afbeelding 6).
Afbeelding 6: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan Bûtengebiet met begrenzing plangebied in rood (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Ondertussen is op 11 november 2020 het bestemmingsplan ‘’Leeuwarden - Partiële herziening Archeologie’ vastgesteld. Als gevolg daarvan gelden voor het plangebied ook de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 3’, ‘Waarde – Archeologie 5’ en ‘Waarde – Archeologie 6 (zie afbeelding 7).
Ruimtelijke onderbouwing voor de uitbreiding van de melkveehouderij aan de Skrins 4 te Easterlittens ontwerp d.d. 01-11-2021
4
Afbeelding 7: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan Leeuwarden – Partiële herziening Archeologie met begrenzing plangebied in rood en begrenzing archeologische dubbelbestemmingen in groen (bron: ruimtelijkeplannen.nl) De aanvraag is op de volgende onderdelen in strijd met de regels van het bestemmingsplan: • door de uitbreiding van de bestaande ligboxenstal wordt de maximale oppervlakte van een bedrijfsgebouw overschreden; • de dakhellingen van de ligboxenstal en de jongveestal bedragen minder dan het bestemmingspan voorschrijft. Aangezien het bestemmingsplan geen afwijkingsmogelijkheden of wijzigingsbevoegdheden kent voor de strijdigheden met het bestemmingsplan en geen medewerking kan worden verleend met toepassing van artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 2° van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) jo. artikel 4 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor), kan alleen medewerking aan de aanvraag omgevingsvergunning worden verleend door middel van een planologische procedure; de zgn. ‘buitenplanse grote afwijking’ waar een ruimtelijke onderbouwing onderdeel van uit maakt. Voor dit project is een ‘verklaring van geen bedenkingen’ (vvgb) van de gemeenteraad vereist. De raad heeft een lijst van projecten vastgesteld waarvoor geen vvgb is vereist.
Het project past niet binnen deze vastgestelde lijst omdat het plangebied is gelegen buiten bestaand stedelijk gebied of de bebouwde kom.
Ruimtelijke onderbouwing voor de uitbreiding van de melkveehouderij aan de Skrins 4 te Easterlittens ontwerp d.d. 01-11-2021
5
TOETSING AAN DE RUIMTELIJKE EN FUNCTIONELE STRUCTUUR Toets op functie Het betreft een uitbreiding van een bestaande melkveehouderij om een stap te zetten in dierenwelzijn, emissie (door middel van het toepassen van emissiearme stalsystemen) en comfort. Deze uitbreiding is dan ook passend op deze locatie. Beleid • Rijksbeleid Het project is niet in strijd met nationale belangen voortkomend uit Rijksbeleid. • Provinciaal beleid / Verordening Romte 2014 Op 25 juni 2014 hebben Provinciale Staten de Verordening Romte vastgesteld. De verordening stelt regels die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen. Voor de aangevraagde ontwikkeling zijn de volgende onderdelen uit de Verordening Romte relevant: Uitbreiding niet-grondgebonden veehouderijen Op grond van artikel 6.1.3 van de Verordening Romte kan een bestaand bouwperceel voor een nietgrondgebonden veehouderij alleen onder een aantal voorwaarden uitbreiden. De uitbreiding van de melkveehouderij vindt plaats binnen het bestaande bouwvlak, waardoor er geen sprake is van een uitbreiding van het bouwperceel. Weidevogelkansgebieden De locatie van de melkveehouderij ligt binnen een in de Verordening Romte aangewezen weidevogelkansgebied.
Op grond van artikel 7.2.2 van de Verordening Romte voorziet een ruimtelijk plan voor landelijk gebied dat betrekking heeft op gronden die gelegen zijn in of grenzen aan gebieden die op de kaart Weidevogelgebieden zijn aangewezen als weidevogelkansgebieden of weidevogelparels in een regeling waarmee voldoende openheid en rust van die gebieden wordt gehandhaafd. Onder het kopje Ecologie wordt hier verder op ingaan. De aanvraag is in het kader van het vooroverleg voorgelegd aan de provincie Fryslân. Op 19 en 26 oktober 2021 heeft de provincie geconcludeerd dat het project onder een aantal voorwaarden past binnen het provinciaal beleid (zie bijlage 1). • Gemeentelijk beleid De volgende gemeentelijke beleidsthema’s zijn van toepassing op het project: Welstandsnota Voor het plangebied geldt het welstandsbeleid zoals vastgelegd in de Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2019 (deel Leeuwarderadeel - Littenseradiel) en het daarin opgenomen Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Littenseradiel. Gelet op de positieve advisering van de welstandscommissie Hûs en Hiem van 28 september 2021 mag worden geconstateerd dat de bouwplannen aan redelijke eisen van welstand voldoen. Geurverordening Daarnaast is de Geurverordening gemeente Leeuwarden 2020 van toepassing. Onder het kopje Milieuzonering wordt hier verder op ingegaan.
Stedenbouw De ligboxenstal wordt relatief bescheiden uitgebreid waardoor het huidige beeld vrijwel gelijk blijft. Daarnaast wordt de jongveestal uitgevoerd in de vorm van een kapschuur. De uitbreiding is daarmee stedenbouwkundig akkoord.
Ruimtelijke onderbouwing voor de uitbreiding van de melkveehouderij aan de Skrins 4 te Easterlittens ontwerp d.d. 01-11-2021
6
Landschappelijke inpassing Er is een landschappelijk inrichtingsplan (zie afbeelding 8 en bijlage 2) opgesteld. Door middel van het toevoegen van houtsingels in de noordwest- en noordoosthoek van het perceel wordt tegemoet gekomen aan het op zorgvuldige wijze landschappelijk inpassen van de mestzakken en de nieuwe jongveestal. De bestaande rijen knotwilgen in het zuiden en zuidwesten passen de ligboxenstal landschappelijk in en de bestaande houtsingels aan de oostzijde van het perceel dienen als buffer naar woning aan de Skrins 2 en markeren de entree van het perceel.
Afbeelding 8: Landschappelijk inrichtingsplan De aanleg en instandhouding van het landschappelijke inrichtingsplan zal als voorwaarde worden opgenomen in de omgevingsvergunning. Parkeren/verkeer Uit de aanmeldnotitie MER (zie ook onder het kopje Plan-Mer / Mer-beoordelingsplicht) blijkt dat de verkeersaantrekkende werking en parkeerbehoefte als gevolg van de uitbreiding niet veranderd en dan ook geen belemmering vormt voor het project. TOETSING AAN DE OMGEVINGSASPECTEN Milieuzonering Ten behoeve van de milieuzonering rond bedrijven, is door de VNG het systeem ‘Bedrijven en milieuzonering’ ontwikkeld, in de vorm van een bedrijvenlijst waarin de bedrijven zijn gecategoriseerd op hun milieueffecten. Naarmate de milieuhinder toeneemt, loopt de milieuindeling op van 1 t/m 6. Op het perceel is een niet-grondgebonden agrarisch bedrijf toegestaan. De daaronder vallende melkveehouderij (fokken en houden van rundvee) valt in milieucategorie 3.2 met een richtafstand van 100 meter voor het aspect geur en 30 meter voor het aspect geluid.
Ruimtelijke onderbouwing voor de uitbreiding van de melkveehouderij aan de Skrins 4 te Easterlittens ontwerp d.d. 01-11-2021
7
De dichtstbijzijnde woning van derden (Skrins 2) ligt op circa 22 meter van de inrichtingsgrens en daarmee binnen de richtafstanden voor zowel de aspecten geur als geluid. De woningen aan de Skrins 1 en 3 liggen respectievelijk op circa 90 en circa 135 meter van de inrichtingsgrens. Daarmee ligt de woning aan de Skrins 1 binnen de richtafstand voor het aspect geur. Omdat de uitbreiding van de melkveehouderij plaatsvindt binnen het in het bestemmingsplan aangeduide bouwvlak en bedrijfskavel is er geen sprake van een planologische verslechtering van het woon- en leefklimaat. Geur In de “Geurverordening gemeente Leeuwarden 2020” zijn afwijkende afstandseisen opgenomen ten opzichte van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). Op grond van de geurverordening geldt buiten de bebouwde kom een afstand tot geurgevoelige objecten van ten minste 25 meter. Daarnaast moet op grond van de Wgv een afstand van ten minste 25 meter worden aangehouden tussen een geurgevoelig object en de gevel van een dierenverblijf buiten de bebouwde kom. De afstand van het emissiepunt van de dierenverblijven tot de gevel van de dichtstbijzijnde woning van derden (Skrins 2) bedraagt circa 35 meter. Hiermee wordt voldaan aan de Wgv en geurverordening. Op grond van de Verordening geurhinder en veehouderij mag de geurbelasting op geurgevoelige objecten maximaal 20 OUE/m3 bedragen.
De hoogst berekende geurbelasting op de dichtstbijzijnde woning van derden (Skrins 2) bedraagt 4 OUE/m3. Aan de geurnormen wordt dan ook ruimschoots voldaan. Geluid Het plangebied ligt binnen de geluidszone van de Skrins (60 km/u-weg), maar niet binnen een geluidszone van een spoorlijn, industriegebied of van vliegbasis Leeuwarden. Een ligboxenstal, jongveelstal, mestzak en mestvaalt zijn echter geen geluidsgevoelige objecten. In het kader van deze aanvraag is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting na de voorgenomen uitbreiding op de omliggende woningen (zie bijlage 3). Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat: • de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (LAr,LT), zowel in de representatieve bedrijfssituatie (RBS) als de incidentele bedrijfssituatie (IBS) niet hoger zijn dan de gehanteerde toetsingskaders; • de maximale geluidsniveaus (LAmax) alleen op de westgevel van de woning Skrins 2 niet voldoen aan het gehanteerde toetsingskader. Het maximale geluidsniveau wordt één keer per nacht overschreden. Omdat de meer frequent voorkomende geluidspieken wel voldoen aan het toetsingskader, kan de overschrijding worden toegestaan; • de geluidbelasting als gevolg van het verkeer van en naar de inrichting voldoet aan de voorkeursgrenswaarde uit de “Circulaire inzake geluidhinder veroorzaakt door het wegverkeer naar de inrichting”.
Het project wordt dan ook niet belemmerd door geluid. Luchtkwaliteit De Wet milieubeheer (Wm) voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Luchtkwaliteitseisen vormen onder de Wm geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen als een van onderstaande situaties van toepassing is: • er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; • een project (al dan niet per saldo) leidt niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; • een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL; • een project draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de luchtverontreiniging. De voorgenomen activiteiten leiden tot een toename van de concentraties fijnstof vanwege de uitbreiding en toename van het aantal dieren. Er vindt een toename plaats van 7.400 gram fijnstof (PM10) per jaar. Naast de dierenverblijven zorgen ook verkeersbewegingen voor emissies van fijnstof. De verkeersbewegingen zullen echter gelijk blijven ten opzichte van de huidige situatie en dus niet voor een toename van fijnstof zorgen. Op basis van toetsing aan de tabel uit de
Ruimtelijke onderbouwing voor de uitbreiding van de melkveehouderij aan de Skrins 4 te Easterlittens ontwerp d.d. 01-11-2021
8
“Handreiking fijn stof en veehouderijen” kan geconcludeerd worden dat het project ‘niet in betekende mate’ bijdraagt aan een toename van de concentratie van fijnstof en stikstofdioxide. Externe veiligheid Externe veiligheid gaat om het beperken van de kans op en het effect van een ernstig ongeval voor de omgeving door: • het gebruik, de opslag en productie van gevaarlijke stoffen (inrichtingen); • het transport van gevaarlijke stoffen (buisleidingen, wegen, waterwegen en spoorwegen); • het gebruik van luchthavens. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het beperken van de risico’s voor de burger door voornoemde activiteiten. De dichtstbijzijnde risicobron ligt op circa 1,4 kilometer ten westen van het plangebied (zie afbeelding 9). Dit betreft een inrichting met opslag van biogas. Het plangebied valt ruim buiten het invloedsgebied van deze inrichting. Externe veiligheid is dan ook geen beperkende factor.
Afbeelding 9: Risicobronnen nabij plangebied (bron: signaleringskaart EV) Archeologie Met het verdrag van Malta en als gevolg daarvan het sinds 2017 in de wet vastgelegde archeologische bestel, is het rijksbeleid erop gericht om het archeologisch erfgoed te behouden in de bodem. In de bestemmingsplannen en ruimtelijke onderbouwingen moet een archeologieparagraaf worden opgenomen. De archeologische (verwachtings)waarde en vindplaatsen moeten in beeld worden gebracht. Voor gebieden met een archeologische verwachtingswaarde geldt een archeologische onderzoeksplicht. Zoals eerder aangegeven geldt op grond van het bestemmingsplan 'Leeuwarden - Partiële herziening Archeologie’ voor verschillende delen van het plangebied de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 3, ‘Waarde – Archeologie 5’ en ‘Waarde – Archeologie 6’. Voor deze categorieën geldt respectievelijk een onderzoeksplicht bij ingrepen groter dan 100 m² en een dieper dan 30 cm, ingrepen groter dan 2.500 m² en een dieper dan 50 cm en ingrepen groter dan 10.000 m² en een dieper dan 50 cm. De uitbreiding van de ligboxenstal ligt grotendeels binnen de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’. De bestaande ligboxenstal ligt echter verhoogd op de terp, waardoor de grond aan
Ruimtelijke onderbouwing voor de uitbreiding van de melkveehouderij aan de Skrins 4 te Easterlittens ontwerp d.d. 01-11-2021
9
de zuidzijde (de kant van de uitbreiding) enigszins afloopt. Als gevolg daarvan ligt de bovenkant van het boxdek van de bestaande ligboxenstal aan deze zuidzijde al circa 30 cm boven het maaiveld. Het 20 cm dikke boxdek van de uitbreiding zal dan ook op die hoogte aansluiten op het bestaande boxdek. Voor de uitbreiding wordt dan ook alleen ter plaatse van de fundering van de buitenmuren (mogelijk) dieper gegraven dan 30 cm onder het maaiveld. De buitenmuur van de uitbreiding heeft in totaal een lengte van circa 85 strekkende meters. Daarvan liggen circa 60 strekkende meters binnen de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ (de rest ligt binnen de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 6’) waarbij het diepte-criterium niet voor meer dan 100 m2 zal worden overschreden. Wanneer er onder de gehele uitbreiding van de ligboxenstal toch grondverbetering plaats gaat vinden dieper dan 30 cm onder het maaiveld, is archeologisch onderzoek alsnog vereist. In de vergunning zal dit als voorwaarde worden opgenomen. De overige ontwikkelingen vallen binnen de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 5’ en ‘Waarde – Archeologie 6’ en overschrijden de oppervlakte-criteria van respectievelijke 2.500 m2 en 10.000 m2 niet, waardoor daarvoor ook geen archeologisch onderzoek is vereist.
Cultuurhistorie en karakteristieke panden Met ingang van 1 januari 2012 is het gewijzigde Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in werking getreden. Het voorstel tot wijziging is een uitvloeisel van de Beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg (MoMo) uit 2009. Bij het opstellen van ruimtelijke plannen moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. De bestaande (bedrijfs-)bebouwing betreft geen monument of karakteristiek bouwwerk. Het plangebied kent wel deels de dubbelbestemming ‘Waarde – Terpen’. Het oorspronkelijke reliëf van de terp is echter moeilijk herkenbaar, omdat het om een afgegraven terp gaat. De boerderij en een aantal bijgebouwen liggen nog wel enigszins verhoogd in het landschap. De jongveestal wordt gebouwd op de locatie van een bestaande sleufsilo. Dit heeft geen invloed op het bestaande reliëf. De ligboxenstal wordt relatief gezien bescheiden uitgebreid, waarbij de grond mogelijk wel moet worden opgehoogd. Echter het algehele beeld dat de gebouwen verhoogd in het landschap liggen blijft onveranderd. Dit in combinatie met de relatief gezien geringe uitbreiding zorgt ervoor dat de nog aanwezige cultuurhistorische waarde van de terp niet wordt aangetast.
Bodem Uitgangspunt ten aanzien van de bodemkwaliteit is dat deze bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zodanig goed moet zijn dat er geen risico’s voor de volksgezondheid bestaan bij het gebruik van het plangebied voor wonen of een andere functie. De bouwwerken betreffen geen verblijfsgebouwen, daarnaast zijn op basis van de beschikbare luchtfoto’s geen verdachte deellocaties aan te wijzen. Nader onderzoek is dan ook niet noodzakelijk. Op locaties waar bodembedreigende activiteiten plaatsvinden zullen bodembeschermende maatregelen en voorzieningen overeenkomstig de Nederlandse richtlijn bodembescherming 2012 en het Activiteitenbesluit milieubeheer worden getroffen. Er is daardoor sprake van een verwaarloosbaar bodemrisico. Waterparagraaf In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het project voor de waterhuishoudkundige situatie. In de zogenaamde waterparagraaf dient uiteengezet te worden of en in welke mate het project in kwestie gevolgen heeft voor de waterhuishouding, dat wil zeggen het grondwater en het oppervlaktewater. Het is de schriftelijke weerslag van de zogenaamde watertoets. Op 16 september 2021 is voor het project de watertoets doorlopen (zie bijlage 4). Op basis van de aangeleverde gegevens is met de digitale watertoets geconstateerd dat met betrekking tot het
Ruimtelijke onderbouwing voor de uitbreiding van de melkveehouderij aan de Skrins 4 te Easterlittens ontwerp d.d. 01-11-2021
10
planvoornemen een ‘normale procedure’ volstaat. Dit betekent dat aanwezige wateraspecten van invloed (kunnen) zijn op het plan. Als richtlijn bij het beoordelen van ruimtelijke plannen werkt Wetterskip Fryslân met de Leidraad watertoets. Hierin staan voor alle wateraspecten uitgangspunten omschreven waarmee rekening moet worden gehouden en is informatie raadpleegbaar over te nemen maatregelen. Wateraspecten en aandachtspunten die specifiek op het plan en planlocatie van toepassing kunnen zijn, zijn benoemd in het wateradvies die in de stukken omtrent de watertoets is opgenomen. Kortheidshalve wordt op deze plek naar deze passages in het wateradvies verwezen. Er bestaan voor het plan geen waterhuishoudkundige bezwaren wanneer aan de richtlijnen ten aanzien van deze wateraspecten wordt voldaan. Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor het toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor is gecompenseerd. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater.
Vrijstelling van de compensatieplicht geldt wanneer door de ontwikkeling minder dan 200 m2 onverharde grond in stedelijk gebied en 1.500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. De uitbreiding van de melkveehouderij vindt plaats in het landelijk gebied. De ruimtelijke ontwikkeling voorziet in een uitbreiding van 1.384 m2 verhard/bebouwd oppervlak op onverharde grond. Daarmee geldt voor deze ontwikkeling geen compensatieplicht. Door het plangebied loopt een regionale waterkering met beschermingszones (zie afbeelding 10). De uitbreidingen vinden plaats buiten deze beschermingszone en hebben dan ook geen consequenties voor de waterkering. Ten noorden van het plangebied loopt ook een hoofwatergang. Aan weerszijden van deze hoofdwatergang ligt een beschermingszone van 5 meter voor de bereikbaarheid voor beheer en onderhoud. Binnen de beschermingszone vinden geen ontwikkelingen plaats en daarmee zijn er geen gevolgen voor het project.
Afbeelding 10: Legger met begrenzing plangebied in rood (bron: Wetterskip Fryslân)
Ruimtelijke onderbouwing voor de uitbreiding van de melkveehouderij aan de Skrins 4 te Easterlittens ontwerp d.d. 01-11-2021
11
Het plangebied ligt ‘vrij voor de boezem’. Om toekomstige wateroverlast tegen te gaan adviseert het Wetterskip om in dergelijke situaties voldoende hoog te bouwen. In dit geval vinden de uitbreidingen van de melkveehouderij plaats aan de bestaande ligboxenstal en op de bestaande fundering/verharding van een sleufsilo. Daarnaast liggen de boerderij en bijgebouwen enigszins verhoogd in het landschap, waarmee wateroverlast al wordt voorkomen. Ecologie Met de afwijking dient rekening te worden gehouden met het beleid en de wetgeving ten aanzien van de natuurbescherming. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen gebiedsbescherming en soortenbescherming. Uitgangspunt is dat met beide geen strijdigheid ontstaat. • Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied dat in het kader van de Wet Natuurbescherming is beschermd. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, De Alde Feanen, ligt ruim 15 km ten oosten van het plangebied. In het plangebied liggen geen gebieden die zijn aangewezen in het kader van Natuur Netwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijzijnde gebied dat van belang is voor de ecologische hoofdstructuur ligt op circa 350 meter ten zuiden van het plangebied (zie afbeelding 11). Gebiedsbescherming is dan ook niet aan de orde.
Afbeelding 11: Locatie plangebied ten opzichte van NNN (bron: kaartengalerij provincie Fryslân) Het gebied rondom het plangebied is wel aangewezen als weidevogelkansgebied. De uitbreidingen vinden plaats binnen de begrenzing van de bestaande bedrijfskavel. Dit betekent dan ook dat er geen sprake is van extra verstoring van het gebied van openheid en rust. • Soortenbescherming De provincie Fryslân heeft op 30 oktober 2020 een vergunning Wet natuurbescherming verleend voor de uitbreiding van de melkveehouderij (zie bijlage 5). Daarin komt de provincie tot de conclusie dat gezien de aard en het huidige gebruik van het plangebied geen broedende vogels en/of streng beschermde soorten te verwachten zijn. Nader onderzoek is dan ook niet noodzakelijk.
Ruimtelijke onderbouwing voor de uitbreiding van de melkveehouderij aan de Skrins 4 te Easterlittens ontwerp d.d. 01-11-2021
12
• Stikstofdepositie Op ruim 15 km ten oosten van het plangebied ligt het dichtstbijzijnde voor stikstof gevoelig Natura 2000-gebied De Alde Feanen (zie afbeelding 12). Met behulp van de meest actuele release van het rekenprogramma AERIUS-Calculator is een berekening uitgevoerd voor zowel de aanleg- als gebruiksfase. Uit deze berekening blijkt dat er geen sprake is van een stikstofdepositietoename (zie bijlage 6). Hierdoor heeft het project geen effect op Natura 2000-gebieden.
Afbeelding 12: Locatie plangebied ten opzichte van stikstofgevoelige natuurgebieden (bron: AERIUS-Calculator) • Monumentale- en waardevolle bomen In december 2019 zijn de “Nadere regels bomen en compensatie groen” vastgesteld. Door het vaststellen van de “Lijst monumentale en waardevolle bomen” zijn de ongeveer 1.400 monumentale en waardevolle bomen beschermd en er geldt een aparte “kapvergunning-procedure” voor. Op of nabij het perceel Skrins 4 vinden zich geen monumentale en/of waardevolle bomen. Kabels en leidingen Planologisch relevante kabels en leidingen komen in of nabij het plangebied niet voor. Straalpaden / Vliegbasis Leeuwarden Vanwege Vliegbasis Leeuwarden zijn in diverse bestemmingsplannen van de gemeente Leeuwarden vrijwaringszones opgenomen vanwege radarverstoring en ILS-verstoring. Op het perceel Skrins 4 in Easterlittens gelden als gevolg daarvan bouwbeperkingen van maximaal 85 en 90 meter hoogte. Aangezien de uit te breiden ligboxenstal de bestaande hoogte van circa 7 meter behoudt en de nieuwe jongveestal 5,25 meter hoog wordt, vormt de vrijwaringszone geen belemmering voor de uitvoering van het project. Plan-Mer / Mer-beoordelingsplicht In categorie 14 van de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage is de uitbreiding van een installatie voor het fokken, mesten of houden van dieren opgenomen. Als drempelwaarden zijn
Ruimtelijke onderbouwing voor de uitbreiding van de melkveehouderij aan de Skrins 4 te Easterlittens ontwerp d.d. 01-11-2021
13
(onder andere) 200 stuks melk-, kalf- of zoogkoeien ouder dan 2 jaar en 2.000 stuks schapen of geiten opgenomen. De uitbreiding van 50 stuks melkkoeien en 37 schapen ligt ruimschoots onder deze drempelwaarden. Voor activiteiten op de D-lijst onder de drempelwaarde geldt dat een zogenaamde “vormvrije m.e.r.-beoordeling” moet worden doorlopen. Op grond van artikel 5 van het Besluit milieueffectrapportage moet daarin worden onderzocht of de activiteit (naar verwachting) leidt tot belangrijke negatieve milieueffecten, die tot het doorlopen van een (formele) m.e.r.-beoordeling dan wel m.e.r.-procedure noodzaken. Op 16 november 2020 is een aanmeldnotitie MER aangeleverd (zie bijlage 7). Op basis daarvan is geconcludeerd dat de uitbreiding van de melkveehouderij geen nadelige gevolgen heeft voor het milieu, waarna het college van burgemeester en wethouders op 15 februari 2021 heeft besloten dat geen MER behoeft te worden opgesteld (zie bijlage 8). Ladder voor duurzame verstedelijking In het besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de “ladder voor duurzame verstedelijking”. Onder een stedelijke ontwikkeling wordt in het Bro verstaan: ”..
een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen ..”. Een uitbreiding van een melkveehouderij valt dan ook niet onder een stedelijke ontwikkeling. De conclusie is dan ook dat voor dit project de zogenaamde ladder niet doorlopen hoeft te worden. Wanneer een ruimtelijke ontwikkeling niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling kan worden aangemerkt dient wel beoordeeld te worden op het project in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Die beoordeling heeft plaatsgevonden in de rest van deze ruimtelijke onderbouwing. UITVOERBAARHEID Maatschappelijke uitvoerbaarheid De aanvraag omgevingsvergunning doorloopt de in de Wabo voorgeschreven procedure. Dit betekent dat de aanvraag, het ontwerpbesluit omgevingsvergunning en de ontwerp verklaring van geen bedenkingen gedurende zes weken ter inzage liggen voor zienswijzen. Naast publicatie in het Gemeenteblad en Huis aan Huis Leeuwarden, zullen direct omwonenden over de ter inzagelegging schriftelijk worden geïnformeerd. De aanvrager heeft de naaste buren ook zelf al geïnformeerd over de plannen. Tijdens deze periode bestaat voor eenieder de mogelijkheid voor het indienen van zienswijzen. Aan de hand van de ingekomen zienswijzen kan het project eventueel worden aangepast.
De indieners van de zienswijzen worden hiervan op de hoogte gehouden. Tegen de omgevingsvergunning is beroep mogelijk bij de rechtbank en hoger beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Economische uitvoerbaarheid De kosten worden gedekt uit de leges en door het sluiten van een overeenkomst ambtelijke kosten. De eventuele planschade wordt betaald door de initiatiefnemer. Voorts wordt het project volledig gefinancierd door de initiatiefnemer en er is geen aanleiding om te veronderstellen dat deze niet over voldoende financiële middelen beschikt om dit project te realiseren. Conclusie Het te realiseren project past goed in de ruimtelijke structuur van de omgeving en past in het ruimtelijk beleid van de gemeente Leeuwarden. Nu er ook voor het overige geen redenen zijn waarom niet kan worden meegewerkt is de afwijking van het bestemmingsplan aanvaardbaar. Om deze redenen kan worden meegewerkt aan dit verzoek door af te wijken van het geldende bestemmingsplan.
Ruimtelijke onderbouwing voor de uitbreiding van de melkveehouderij aan de Skrins 4 te Easterlittens ontwerp d.d. 01-11-2021
14