Ruimtelijke onderbouwing met bijlagen Dekemawei 15 Baard
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing voor het plaatsen van acht trekkershutten op het perceel Dekemawei 15 te Baard INLEIDING Op 11 april 2021 hebben wij een plan ontvangen voor het plaatsen van acht trekkershutten op het adres Dekemawei 15 te Baard. Dit verzoek is in strijd met het ter plekke geldende bestemmingsplan ‘Bûtengebiet’. Het plangebied ligt circa 600 meter ten noordwesten van Baard. De ontwikkeling vind plaats op het perceel bekend als gemeentecode JWD00, sectie F, perceel 02679.
Afbeelding 1: Luchtfoto met perceel Dekemawei 15 ter plaatse van gele stip
Afbeelding 2: Luchtfoto plangebied Dekemawei 15 (bron: Geo-Oblique, 2021) BESCHRIJVING VAN HET PROJECT Het plan voorziet in het plaatsen van 8 trekkershutten, twee sanitair gebouwen (zie afbeelding 3), welke worden geplaatst achter op het bouwperceel. De trekkershutten krijgen een oppervlakte van 40m2.
1 Ruimtelijke onderbouwing voor de plaatsing van acht trekkershutten op het adres Dekemawei 15 te Baard
Afbeelding 3: Situatietekening plaatsing trekkershutten In deze ruimtelijke onderbouwing wordt aangetoond dat het project zoals hiervoor beschreven op deze locatie aanvaardbaar is. BESCHRIJVING VAN DE GELDENDE PLANOLOGISCH-JURIDISCHE SITUATIE Het perceel valt op het moment van indiening binnen bestemmingsplan ‘Bûtengebiet’ (vastgesteld op 29 september 2015) en heeft hierin de bestemming ‘Wonen – Agrarisch’, de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ en de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – twee woningen’. Daarnaast geldt er een gebiedsaanduiding ‘‘vrijwaringszone – radar-verstoringsgebied’. De voor 'Wonen-agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd woonhuizen, met de daarbij behorende ruimtelijk ondergeschikte gebouwen en ruimtelijk ondergeschikte overkappingen al dan niet in ondergeschikte mate in combinatie met grondgebonden agrarisch grondgebruik, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep, een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit, mantelzorg, grondgebonden agrarisch grondgebruik en/of logies met ontbijt. Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden en bouwwerken het gebruik van gronden en bouwwerken voor verblijfsrecreatieve doeleinden anders dan logies met ontbijt ten behoeve waarvan maximaal twee kamers worden ingericht voor ten hoogste vijf logiesgasten.
Het gebruik van de gronden ten behoeve van trekkershutten is in strijd met het vigerende bestemmingsplan. Daarnaast wordt de maximaal toegestane oppervlakte aan ruimtelijk ondergeschikte gebouwen van 100 m2 overschreden. Op 22 december 2021 is daarnaast het bestemmingsplan ‘Leeuwarden Buitengebied – Dekemawei 15 Baard’ vastgesteld. Hierin heeft het perceel de bestemming ‘Wonen’, de dubbelbestemming
2 Ruimtelijke onderbouwing voor de plaatsing van acht trekkershutten op het adres Dekemawei 15 te Baard
Waarde- Archeologie 5’ en de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – radar-verstoringsgebied’. Het perceel wordt gebruikt voor twee woningen. Aangezien het bestemmingsplan geen afwijkingsmogelijkheid of wijzigingsbevoegdheid kent en geen medewerking kan worden verleend met toepassing van artikel 2.12 lid 1 onder a onder 2° van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht jo. artikel 4 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht, kan alleen medewerking aan de aanvraag omgevingsvergunning worden verleend door middel van een planologische procedure; de zgn. ‘buitenplanse grote afwijking’ waar een ruimtelijke onderbouwing onderdeel van uit maakt. Voor dit plan is een ‘verklaring van geen bedenkingen’ van de gemeenteraad vereist. De raad heeft een lijst van projecten vastgesteld, waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen is vereist. Het plan past niet binnen deze vastgestelde projectenlijst. In het kader van deze procedure wordt de ontwerp-vergunning met bijlagen voor een periode van zes weken ter visie gelegd. TOETSING AAN DE RUIMTELIJKE EN FUNCTIONELE STRUCTUUR Toets op functie Op basis van het provinciaal onderzoek naar de vitaliteit van logiesaccommodaties in Fryslân en op basis van de jaarlijkse Trendrapporten Toerisme blijkt er is sprake van een toenemende behoefte bij de consument aan meer luxe, comfort en privacy.
Door het plaatsen van blokhutten wordt tegemoetgekomen aan deze behoefte. Ook wordt het door de gewenste ontwikkeling mogelijk om tegemoet te komen aan de behoefte om het seizoen te verlengen. Beleid Rijksbeleid Het project is niet in strijd met nationale belangen voortkomend uit Rijksbeleid. Provinciaal beleid / Verordening Romte 2014 Op 25 juni 2014 hebben Provinciale Staten de Verordening Romte Fryslân vastgesteld. De verordening stelt regels die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen. In het kader van de Verordening Romte heeft de provincie Fryslân onderzoek laten doen naar verblijfsrecreatie in Fryslân. Daaruit blijkt dat het accent moet liggen op kwaliteitsverbetering, maar dat dit niet kan zonder enige ruimte voor nieuwe initiatieven die tot verruiming van het aanbod leidt. De provincie wil daarbij vooral ruimte bieden voor kwaliteitsverbetering bij bestaande bedrijven die gepaard gaan met beperkte groei. Op grond van artikel 5.5.1 van de Verordening Romte kunnen in een ruimtelijk plan buiten een recreatiekern maximaal 10 trekkershutten op het erf van een (voormalig) agrarisch bedrijf worden toegestaan aansluitend op de bestaande bebouwing. In dit geval is er sprake van 8 blokhutten en twee sanitair gebouwen (L 3,00 x B 1,50 m).
Deze worden gerealiseerd ten zuidwesten van de bebouwing en sluiten daarmee aan op de bestaande bebouwing. Met deze uitbreiding is sprake van een kwaliteitsverbetering van een bestaand bedrijf en wordt voldaan aan het provinciale doel. Weidevogelkansgebied De locatie ligt binnen een in de Verordening Romte aangewezen weidevogelkansgebied. In principe zijn nieuwe planologische ontwikkelingen met bebouwing, beplanting of verharding die verstorend werken op de openheid en rust niet toegestaan. Op grond van artikel 7.2.2 van de Verordening Romte voorziet een ruimtelijk plan voor landelijk gebied dat betrekking heeft op gronden die gelegen zijn in of grenzen aan gebieden die op de kaart Weidevogelgebieden zijn aangewezen als weidevogelkansgebieden of weidevogelparels dan ook in een regeling waarmee voldoende openheid en rust van die gebieden wordt gehandhaafd. In dit geval worden de trekkershutten gerealiseerd op
3 Ruimtelijke onderbouwing voor de plaatsing van acht trekkershutten op het adres Dekemawei 15 te Baard
het bestaande perceel binnen de landschappelijke contour. Dit betekent dat er geen sprake is van extra verstoring en dat de ontwikkeling past binnen 7.2.2 van de Verordening Romte. De aanvraag is in het kader van het vooroverleg voorgelegd aan de provincie Fryslân. Op 15 maart 2022 heeft de provincie geconcludeerd dat het project past binnen het provinciaal beleid (zie bijlage 1). Gemeentelijk beleid Stedenbouw De trekkershutten worden op het erf geplaatst binnen de contouren van de erfbeplanting. Zij maken op die wijze ruimtelijk deel uit van het bebouwing op het erf en zijn visueel afgeschermd door de beplanting en op een goede wijze landschappelijk ingepast. Welstand De welstandscommissie Hûs en Hiem heeft het bouwplan beoordeeld op 18 januari 2022. Het bouwplan voldoet volgens de commissie aan de redelijke eisen van welstand. Parkeren/verkeer Op basis van de Nota Parkeernormen van de gemeente Leeuwarden zijn bij de plaatsing van 8 trekkershutten 8 parkeerplekken nodig. Hierin kan op eigen terrein worden voorzien. Het plaatsen van de acht trekkershutten zal zorgen voor een zeer beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen. Dit zal geen invloed hebben op de doorstroming van het verkeer op de Dekemawei. Daarnaast biedt de uitrit ruim voldoende zicht op de Dekemawei om veilig deze weg op te kunnen rijden.
TOETSING AAN DE OMGEVINGSASPECTEN Milieuzonering Ten behoeve van de milieuzonering rond bedrijven, is door de VNG het systeem ‘Bedrijven en milieuzonering’ ontwikkeld, in de vorm van een bedrijvenlijst waarin de bedrijven zijn gecategoriseerd op hun milieueffecten. Naarmate de milieuhinder toeneemt, loopt de milieuindeling op van 1 t/m 6. Het gaat hier om een minicamping. Een camping heeft milieucategorie 3.1, met een richtafstand van 30 meter voor geur en 50 meter voor geluid. Hier wordt niet aan voldaan ten opzichte van de woning aan de Dekemawei 15a. Er kan gemotiveerd van deze afstanden afgeweken worden, door middel van een akoestisch onderzoek en een onderbouwing waarom er geen geuroverlast ontstaat bij de maatgevende woning. Er wordt niet voldaan aan de richtafstand voor het aspect geur uit de VNG handreiking Bedrijven en Milieuzonering voor een camping. Er worden echter geen etenswaren voor derden bereid, er zijn daarmee geen relevante bronnen aanwezig die betrekking hebben op het aspect geur bij een camping. Een verder onderzoek is daarvoor ook niet nodig. Er wordt niet voldaan aan de richtafstand voor het aspect geluid uit de VNG handreiking Bedrijven en Milieuzonering voor een camping. Om te kunnen afwijken van de afstanden is een akoestisch onderzoek uitgevoerd.
Uit dit onderzoek blijkt dat ten aanzien van zowel het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau als de maximale geluidsniveaus kan worden voldaan aan stap 2 van de VNGpublicatie. Ten aanzien van de indirecte hinder wordt ook voldaan aan stap 2 van de VNGpublicatie. De geluidsniveaus die bij stap 2 horen, komen overeen met het gebiedstype stille woonwijk met weinig verkeer, zoals omschreven in de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening. Aangezien voldaan kan worden aan deze richtwaarden is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (zie bijlage 2). Geluid Op grond van de Wet geluidhinder is een camping geen geluidsgevoelig terrein en zijn (vaste) kampeermiddelen geen geluidsgevoelige objecten. Het planvoornemen wordt dan ook niet belemmerd door geluid.
4 Ruimtelijke onderbouwing voor de plaatsing van acht trekkershutten op het adres Dekemawei 15 te Baard
Luchtkwaliteit De Wet milieubeheer (Wm) voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Luchtkwaliteitseisen vormen onder de Wm geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen als een van onderstaande situaties van toepassing is: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project (al dan niet per saldo) leidt niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL; een project draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de luchtverontreiniging. Dit project draagt als ‘niet in betekenende mate’ bij aan de luchtverontreiniging. Het aspect luchtkwaliteit vormt dan ook geen belemmering voor de uitvoering van het project. Externe veiligheid Externe veiligheid gaat om het beperken van de kans op en het effect van een ernstig ongeval voor de omgeving door: het gebruik, de opslag en productie van gevaarlijke stoffen (inrichtingen); het transport van gevaarlijke stoffen (buisleidingen, wegen, waterwegen en spoorwegen); het gebruik van luchthavens. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het beperken van de risico’s voor de burger door voornoemde activiteiten. Er bevinden zich in de directe omgeving geen risico’s.
Archeologie Met het verdrag van Malta en als gevolg daarvan het sinds 2017 in de wet vastgelegde archeologische bestel, is het rijksbeleid erop gericht om het archeologisch erfgoed te behouden in de bodem. In de bestemmingsplannen en ruimtelijke onderbouwingen moet een archeologieparagraaf worden opgenomen. De archeologische (verwachtings)waarde en vindplaatsen moeten in beeld worden gebracht. Voor gebieden met een archeologische verwachtingswaarde geldt een archeologische onderzoeksplicht. Op grond van het bestemmingsplan ‘Bûtengebiet’ geldt voor het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’. Binnen de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ vinden ontwikkelingen plaats die mogelijk bodemingrepen met zich meebrengen. Voor deze categorie geldt een onderzoeksplicht bij ingrepen groter dan 2.500 m² en dieper dan 30 cm. De geplande ingrepen overschrijden deze criteria niet. Archeologisch onderzoek is dan ook niet vereist voor dit project. Cultuurhistorie en karakteristieke panden Met ingang van 1 januari 2012 is het gewijzigde Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in werking getreden. Het voorstel tot wijziging is een uitvloeisel van de Beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg (MoMo) uit 2009.
Bij het opstellen van ruimtelijke plannen moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. In het plangebied zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig. Bodem Uitgangspunt ten aanzien van de bodemkwaliteit is dat deze bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zodanig goed moet zijn dat er geen risico’s voor de volksgezondheid bestaan bij het gebruik van het plangebied voor wonen of een andere functie. Op 22 januari 2022 is er door Enviso ingenieursbureau een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd om te beoordelen of er in het verleden bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden op de locatie, er een reeds bekende bodemverontreiniging aanwezig is of dat er anderzijds een aanleiding bestaat een mogelijke bodemverontreiniging te verwachten (zie bijlage 3).
5 Ruimtelijke onderbouwing voor de plaatsing van acht trekkershutten op het adres Dekemawei 15 te Baard
De locatie is beoordeeld en er zijn geen verdenkingen meer voor een bodemverontreiniging. Uit het vooronderzoek kan worden geconcludeerd dat de locatie nu afdoende is onderzocht en er geen aanvullend bodemonderzoek noodzakelijk is. Waterparagraaf In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie. In de zogenaamde waterparagraaf dient uiteengezet te worden of en in welke mate het plan in kwestie gevolgen heeft voor de waterhuishouding, dat wil zeggen het grondwater en het oppervlaktewater. Het is de schriftelijke weerslag van de zogenaamde watertoets. Op 16 maart 2022 is voor het plan een watertoets doorlopen (zie bijlage 4). Op basis van de aangeleverde gegevens is met de digitale watertoets geconstateerd dat met betrekking tot het planvoornemen een ‘normale procedure’ volstaat. Dit betekent dat aanwezige wateraspecten van invloed (kunnen) zijn op het plan. Als richtlijn bij het beoordelen van ruimtelijke plannen werkt Wetterskip Fryslân met de Leidraad watertoets. Hierin staan voor alle wateraspecten uitgangspunten omschreven waarmee rekening moet worden gehouden en is informatie raadpleegbaar over te nemen maatregelen.
Wateraspecten en aandachtspunten die specifiek op het plan en planlocatie van toepassing kunnen zijn, zijn benoemd in het wateradvies die in de stukken omtrent de watertoets is opgenomen. Kortheidshalve wordt op deze plek naar deze passages in het wateradvies verwezen. Er bestaan voor het plan geen waterhuishoudkundige bezwaren wanneer aan de richtlijnen ten aanzien van deze wateraspecten wordt voldaan. Door de ruimtelijke ontwikkeling neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Vrijstelling van de compensatieplicht geldt wanneer de ontwikkeling voorziet in de realisatie van minder dan 200 m2 verhard of bebouwd oppervlak in stedelijk gebied en 1.500 m2 in landelijk gebied. De plaatsing van de trekkershutten vindt plaats in het landelijk gebied. De ruimtelijke ontwikkeling voorziet in de realisatie van in totaal circa 325 m2 bebouwd oppervlak. Hiermee wordt ruimschoots onder het criterium van 1.500 m2 verhard of bebouwd oppervlak op onbebouwde grond gebleven en geldt voor deze ontwikkeling dan ook geen compensatieplicht.
Ecologie/Groen Met de afwijking dient rekening te worden gehouden met het beleid en de wetgeving ten aanzien van de natuurbescherming. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen gebiedsbescherming en soortenbescherming. Uitgangspunt is dat met beide geen strijdigheid ontstaat. Het gaat hier al om een verstoord gebied en de bomen blijven behouden. In dat geval zijn geen conflicten met de Wet natuurbescherming te verwachten.
6 Ruimtelijke onderbouwing voor de plaatsing van acht trekkershutten op het adres Dekemawei 15 te Baard
Afbeelding 4: Locatie plangebied binnen weidevogelkansgebied (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Het gebied rondom het plangebied is wel aangewezen als weidevogelkansgebied (zie afbeelding 4). In dit geval worden de trekkershutten gerealiseerd op het bestaande perceel binnen de landschappelijke contour. Dit betekent dat er geen sprake is van extra verstoring en dat de ontwikkeling past binnen 7.2.2 van de Verordening Romte.
Stikstofdepositie Per 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering ingegaan. Deze wet houdt in dat de bouwfase van projecten partieel worden vrijgesteld van de Natura2000-vergunningsplicht. Deze vrijstelling geldt echter niet voor de gebruiksfase van een bouwwerk. Zo kan na de afronding van de voorgenomen werkzaamheden extra stikstof vrijkomen door extra verkeer van en naar de nieuwbouwwoningen en door eventueel energieverbruik. Het plangebied ligt tussen de 12-15 km afstand van de Natura2000-gebieden Alde Feanen, Groote Wielen en het Sneekermeergebied. In het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied ten opzichte van het plangebied (Alde Feanen) zijn stikstofgevoelige habitattypen aanwezig . Gezien de afstand van dit Natura2000-gebied ten opzichte van het plangebied en de partiele vrijstelling van de bouwfase van dit project is het onaannemelijk dat het planvoornemen gepaard zal gaan met negatieve effecten op het de voorgenoemde stikstofgevoelige habitattypen. Negatieve effecten op Natura2000-gebieden als gevolg van extra stikstofuitstoot kunnen derhalve op voorhand worden uitgesloten. Monumentale- en waardevolle bomen In december 2019 zijn de “Nadere regels bomen en compensatie groen” vastgesteld.
Door het vaststellen van de “Lijst monumentale en waardevolle bomen” zijn de ongeveer 1.400 monumentale en waardevolle bomen beschermd en er geldt een aparte “kapvergunning-procedure” voor. Op of nabij het perceel Dekemawei 15 bevinden zich geen monumentale en/of waardevolle bomen. Kabels en leidingen Planologisch relevante kabels en leidingen komen in of nabij het plangebied niet voor. Straalpaden/Vliegbasis Leeuwarden Vanwege Vliegbasis Leeuwarden zijn in diverse bestemmingsplannen van de gemeente Leeuwarden vrijwaringszones opgenomen vanwege radarverstoring en ILS-verstoring. Ter plaatse van de Dekemawei 15 geldt een gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – radarverstoringsgebied’. De voor
7 Ruimtelijke onderbouwing voor de plaatsing van acht trekkershutten op het adres Dekemawei 15 te Baard
'vrijwaringszone - radarverstoringsgebied' aangeduide gronden zijn mede bestemd voor het vrijhouden van een goed radarbeeld van het luchtruim. Op de met 'vrijwaringszone radarverstoringsgebied' aangeduide gronden zal de bouwhoogte van bouwwerken binnen de ter plaatse voorkomende bestemmingen ten hoogste de ter plaatse binnen de aanduiding 'vrijwaringszone - radarverstoringsgebied aangegeven 'maximum hoogte (m)', ten opzichte van NAP, dan wel de bestaande bouwhoogte bedragen. Voor het perceel Dekemawei 15 bedraagt deze maximum hoogte 75 meter. De te plaatsen bouwwerken overschrijden deze hoogte niet. Plan-Mer / Mer-beoordelingsplicht Voor activiteiten op de D-lijst onder de drempelwaarde geldt dat een zogenaamde “vormvrije m.e.r.-beoordeling” moet worden doorlopen. Op grond van art. 5 van het Besluit milieueffectrapportage moet worden onderzocht of de activiteit (naar verwachting) leidt tot belangrijke negatieve milieueffecten, die tot het doorlopen van een (formele) m.e.r.-beoordeling dan wel m.e.r.-procedure noodzaken. In onderdelen C en D uit de bijlagen bij het Besluit m.e.r is aangegeven welke activiteiten projectmer-plichtig (onderdeel C) of mer-beoordelingsplichtig (onderdeel D) zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Dit project raakt de volgende activiteit uit onderdeel D van het Besluit m.e.r.:
Nr.
Activiteit
Drempelwaarde
D 10
De aanleg, wijziging of uitbreiding van: In gevallen waarin de activiteit a. skihellingen, skiliften, kabelspoorwegen en betrekking heeft op: bijbehorende voorzieningen; 1°. 250.000 bezoekers of meer b. jachthavens. per jaar, c. vakantiedorpen en hotelcomplexen buiten 2°. een oppervlakte van 25 stedelijke zones met bijbehorende voorzieningen, hectare of meer, d. permanente kampeer- en caravanterreinen, of 3°. 100 ligplaatsen of meer of e. themaparken. 4°. een oppervlakte van 10 hectare of meer in een gevoelig gebied.
In onderdeel 10, onder d op de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage is de aanleg, wijziging of uitbreiding van permanente kampeer- en caravanterreinen opgenomen. De ontwikkeling blijft ruimschoots onder de opgenomen drempelwaarden. Voor activiteiten op de Dlijst onder de drempelwaarde geldt dat een zogenaamde “vormvrije m.e.r.-beoordeling” moet worden doorlopen. Op grond van artikel 5 van het Besluit milieueffectrapportage moet worden onderzocht of de activiteit (naar verwachting) leidt tot belangrijke negatieve milieueffecten, die tot het doorlopen van een (formele) m.e.r.-beoordeling dan wel m.e.r.-procedure noodzaken. Hiervoor is een m.e.r.- aanmeldnotitie opgesteld (zie bijlage 5). Voorafgaand aan de besluitvorming over de omgevingsvergunning vindt hierover separaat besluitvorming plaats. Op basis daarvan kan geconcludeerd worden dat de ontwikkeling geen nadelige gevolgen heeft voor het milieu die een volwaardige m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. Ladder voor duurzame verstedelijking In het besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de “ladder voor duurzame verstedelijking”.
De “stappen van de ladder” worden in artikel 3.1.6 lid 2 Bro als volgt omschreven:
8 Ruimtelijke onderbouwing voor de plaatsing van acht trekkershutten op het adres Dekemawei 15 te Baard
De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Op grond van artikel 5.20 Bor is artikel 3.1.6 Bro eveneens van toepassing voor een omgevingsvergunning die wordt verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°van de Wabo. Uit jurisprudentie blijkt dat niet iedere ontwikkeling als een stedelijke ontwikkeling valt te kwalificeren. Of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Uit jurisprudentie blijkt dat een kampeerterrein geen stedelijke ontwikkeling is. De conclusie is dan ook dat voor dit project de zogenaamde ladder niet doorlopen hoeft te worden. Wanneer een ruimtelijke ontwikkeling niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling kan worden aangemerkt dient wel beoordeeld te worden op het project in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Die beoordeling heeft plaatsgevonden in de rest van deze ruimtelijke onderbouwing. UITVOERBAARHEID Maatschappelijke uitvoerbaarheid De aanvraag omgevingsvergunning doorloopt de in de Wabo voorgeschreven procedure.
Dit betekent dat de aanvraag gedurende zes weken ter inzage ligt voor zienswijzen. Tijdens deze periode bestaat voor een ieder de mogelijkheid voor het indienen van zienswijzen. Aan de hand van de ingekomen zienswijzen kan het plan eventueel worden aangepast. De indieners van de zienswijzen worden hiervan op de hoogte gehouden. Tegen de omgevingsvergunning is beroep mogelijk bij de rechtbank en hoger beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Economische uitvoerbaarheid De kosten worden gedekt uit de leges. Door het sluiten van een overeenkomst ambtelijke kosten is voorzien in het kostenverhaal. De eventuele planschade wordt betaald door de initiatiefnemer. Voorts wordt het project volledig gefinancierd door de initiatiefnemer en er is geen aanleiding om te veronderstellen dat deze niet over voldoende financiële middelen beschikt om dit project te realiseren.
Conclusie
Het te realiseren project past goed in de ruimtelijke structuur van de omgeving en past in het ruimtelijk beleid van de gemeente Leeuwarden. Nu er ook voor het overige geen redenen zijn waarom niet kan worden meegewerkt is de afwijking van het bestemmingsplan aanvaardbaar. Om deze redenen kan worden meegewerkt aan dit verzoek door af te wijken van het geldende bestemmingsplan.
9 Ruimtelijke onderbouwing voor de plaatsing van acht trekkershutten op het adres Dekemawei 15 te Baard
Gearchiveerd: dinsdag 7 juni 2022 11:30:00 Van: Jilderda, Fin Verzonden: Tue, 15 Mar 2022 14:33:18 Aan: Pepping-Kramer, Marjon Cc: Team Romte Provincie Fryslan Onderwerp: RE: vooroverleg plan Dekemawei 15 Baard Precisie: Normal Bijlagen: PL-01.5.PDF;
\cbpat3\qlLET OP: Dit bericht is afkomstig van buiten de organisatie. Klik niet op links of bijlagen tenzij u de afzender en de inhoud van het bericht vertrouwt.
Dag Marjon, Vraag 1 Als het hier gaat om een voormalig agrarisch perceel dan is het toegestaan om hier 8 trekkershutten te realiseren. Ik neem aan dat in de toelichting/ROB nader wordt onderbouwd dat inderdaad sprake is van een voormalig agrarisch perceel. Ik zie dat het perceel nu een woonbestemming heeft. We vinden het realiseren van twee kleine toiletgebouwtjes t.b.v. de trekkershutten op het perceel wel aanvaardbaar. Je kunt het min of meer vergelijken met een toiletgebouw t.b.v. een kleinschalig kampeerterrein. In de VRF (begripsbepaling kleinschalig kampeerterrein) is geregeld dat je ook gemeenschappelijke faciliteiten mag realiseren op het kampeerterrein. Als ik het kaartje zie, dan sluiten de trekkershutten in voldoende mate aan bij de bestaande bebouwing. Dus akkoord op dit punt. Let wel op de eisen t.a.v. de omvang die worden gesteld in de begripsbepaling voor trekkershut in de VRF. De oppervlakte mag maximaal 40 m2 bedragen en de hoogte 3,80. Er moet sprake zijn van een lichte constructie. In de Omgevingsverordening zijn er kleine wijzigingen, maar omdat PS de verordening nog niet hebben vastgesteld kunnen we hier nog niet op anticiperen. Vraag 2 Je moet in de toelichting/ROB een afweging maken t.a.v. weidevogelkansgebied. Stap 1 is onderzoeken of door de ontwikkeling extra verstoring van het gebied van openheid en rust plaatsvindt.
In dit geval worden de trekkershutten gerealiseerd op het bestaande perceel binnen de landschappelijke contour. Dit betekent dat er geen sprake is van extra verstoring en dat de ontwikkeling past binnen 7.2.2 VRF. Deze overweging kun je opnemen en dan ben je verder klaar. Het compensatietraject van 7.2.4 is hier inderdaad niet aan de orde. Met vriendelijke groet, Fin Jilderda\u8201? Senior beleidsadviseur Ruimte Afdeling Omgevingszaken
Tweebaksmarkt 52 (besikersadres) Postbus 20120, 8900 HM Leeuwarden (058) 292 5925 / provincie@fryslan.frl WhatsApp: 06 10 26 88 31
Werkdagen: ma t/m do
www.fryslan.frl
f..jilderda@fryslan.frl
Van: Pepping-Kramer, Marjon <marjon.pepping@leeuwarden.nl> Verzonden: vrijdag 11 maart 2022 13:48 Aan: Jilderda, Fin <f.jilderda@fryslan.frl> Onderwerp: vooroverleg plan Dekemawei 15 Baard Hallo Fin, Ik heb een plan in behandeling voor het plaatsen van 8 trekkershutten achter op het erf op het adres Dekemawei 15 te Baard. Op twee punten wil ik dit plan graag even aan je voorleggen: Voor een toets aan de provinciale verordening in het kader van vooroverleg: o p grond van artikel 5.5.1 van de Verordening Romte kunnen in een ruimtelijk plan buiten een recreatiekern maximaal 10 trekkershutten op het erf van een (voormalig) agrarisch bedrijf worden toegestaan aansluitend op de bestaande bebouwing. In dit geval is er sprake van 8 blokhutten en twee heel kleinschalige sanitairgebouwen (enkel douche en toilet). Deze worden gerealiseerd ten zuidwesten van de bebouwing en sluiten daarmee aan op de bestaande bebouwing. Kan ik hiermee concluderen dat het plan passend is binnen de verordening romte? De locatie ligt binnen een in de Verordening Romte aangewezen weidevogelkansgebied. In principe zijn nieuwe planologische ontwikkelingen met bebouwing, beplanting of verharding die verstorend werken op de openheid en rust niet toegestaan.
Op grond van artikel 7.2.2 van de Verordening Romte voorziet een ruimtelijk plan voor landelijk gebied dat betrekking heeft op gronden die gelegen zijn in of grenzen aan gebieden die op de kaart Weidevogelgebieden zijn aangewezen als weidevogelkansgebieden of weidevogelparels dan ook in een regeling waarmee voldoende openheid en rust van die gebieden wordt gehandhaafd. De ontwikkelingen vinden plaats binnen het bestaande bouwperceel omzoomd door de bestaande beplanting. Vanuit stedenbouwkundig opzicht is het plan dan ook akkoord. Ook zijn er vanuit ecologie geen conflicten met de wet natuurbescherming te verwachten. Het plangebied is voor een groot deel al verstoord door bestaande erfverharding en de bestaande bomen blijven behouden. Ik heb begrepen dat wij dergelijke plannen voor moeten leggen voor een advies en dat de werkwijze iets is veranderd. Kun je aangeven of dit hier ook aan de orde is?
Ik mail jou hier nu even over omdat ik aanstaande dinsdag niet aanwezig ben, en het volgende week dus niet via het reguliere overleg kan inbrengen. Mocht dat alsnog moeten, dan hoor ik dat uiteraard graag. Voor nu alvast een goed weekend! Vriendelijke groet, Marjon Pepping-Kramer | M edewerker Ruimtelijke Ordening Sector Duurzame Omgevingskwaliteit | Plannen en Vergunningen E marjon.pepping@leeuwarden.nl T (058) 233 90 61 / 06 500 50 430
1.
\itap3Gemeente Leeuwarden
Oldehoofsterkerkhof 2 Postbus 21000, 8900 JA LEEUWARDEN T 14 058 | www.leeuwarden.nl | Twitter | Facebook \itap3
Aanwezig: di en do 8:30-16:00, woe 8:00-12:00 & vr 13:00-17:00
<< Disclaimer >> Persoansgegevens en privacy De provinsje Fryslân giet sekuer mei jo persoansgegevens om en hannelet neffens de Algemene verordening gegevensbescherming en de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming. Lês hjir ús Privacyferklearring. Persoonsgegevens en privacy De provincie Fryslân gaat zorgvuldig om met uw persoonsgegevens en handelt overeenkomstig de Algemene verordening gegevensbescherming en de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming. Lees hier onze Privacyverklaring.
ONDERZOEK GELUIDUITSTRALING TREKKERSHUT VERHUUR HET BAARDERLICHT IN BAARD Ten behoeve van bestemmingswijziging
ONDERZOEK GELUIDUITSTRALING TREKKERSHUT VERHUUR HET BAARDERLICHT IN BAARD Ten behoeve van bestemmingswijziging
Opdrachtgever
Trekkershut verhuur Het Baarderlicht Dekemawei 15 8834 XA Baard
Contactpersoon
de heer J. Valk
Uitgevoerd door
Noordelijk Akoestisch Adviesburo BV
Behandeld door
H.H. Wolterman
Datum
9 maart 2022
Kenmerk
6692/NAA/hw/ft/1
Noorderstaete 26
Postbus 339
(0592) 340 630
iban
9402 XB Assen
9400 AH Assen
naa@naa.nl www.naa.nl
btw
NL41 RABO 0382 8383 35 NL006719028B01
kvk
04029676
INHOUDSOPGAVE 1
Inleiding ..................................................................................................................................................................... 3
2
Gehanteerde normstelling ........................................................................................................................................ 4 2.1 Goede ruimtelijke ordening 4 2.2 Activiteitenbesluit 4 2.3 Indirecte hinder 5
3
Bedrijfsgegevens ....................................................................................................................................................... 6 3.1 Situatie 6 3.2 Bedrijfsactiviteiten 7 3.3 Representatieve bedrijfssituatie 7 3.4 Incidentele bedrijfssituatie 7
4
Uitgevoerde berekeningen ....................................................................................................................................... 8 4.1 Inleiding 8 4.2 Aangehouden geluidsvermogensniveaus 8 4.3 Model 9 4.4 Indirecte hinder 9
5
Resultaten en beoordeling ..................................................................................................................................... 10 5.1 Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau 10 5.2 Maximale geluidsniveaus 11 5.3 Indirecte hinder 11
6
Conclusies ............................................................................................................................................................... 12
Begrippenlijst ................................................................................................................................................................... 13
BIJLAGEN 1 2 3 4 5 6 7
Overzicht van de situatie Beoordelingskaders Invoergegevens overdrachtsberekeningen Grafische weergaven overdrachtsmodel Berekende equivalente geluidsniveaus Berekende maximale geluidsniveaus Berekening verkeer van en naar de inrichting
9 maart 2022 | 6692/NAA/hw/ft/1
.
Blad 2 van 15
1
INLEIDING
In opdracht van Trekkershut verhuur Het Baarderlicht te Baard is een akoestisch onderzoek uitgevoerd voor de inrichting op het perceel Dekemawei 15 in Baard. De aanleiding voor het onderzoek zijn de plannen voor de bouw van acht Camping Pods, ook wel trekkershutten genoemd, op het perceel Dekemawei 15. Naast dit perceel bevindt zich op relatief korte afstand de woning van derden aan de Dekemawei 15a. Voor de aanpassing van het bestemmingsplan en voor goede ruimtelijke ordening is dan een akoestisch onderzoek noodzakelijk om de door de inrichting veroorzaakte geluidbelasting op de woning te beoordelen. Daarnaast is het akoestisch onderzoek uitgevoerd ten behoeve van een melding in het kader van het Activiteitenbesluit milieubeheer, in het vervolg van dit onderzoek aangeduid als het Activiteitenbesluit. Onderzocht is de geluidbelasting veroorzaakt door de activiteiten op de locatie bij de genoemde woning. De geluidsniveaus zijn vastgesteld door alle relevante geluid producerende activiteiten en installaties binnen het bedrijf te inventariseren en voor elk daarvan de geluidsoverdracht naar de genoemde woning te berekenen. De geluidsniveaus zijn vastgesteld conform de procedures van de “Handleiding meten en rekenen industrielawaai”, d.d. 1999, in het vervolg van dit rapport de Handleiding genoemd. De daarin genoemde methoden en procedures mogen als ‘standaard’ worden gezien.
De indirecte hinder is mede beoordeeld volgens de “Circulaire inzake geluidhinder veroorzaakt door het wegverkeer van en naar de inrichting; beoordeling in het kader van de Wet milieubeheer” d.d. 29 februari 1996, die hierna wordt aangeduid als de “Circulaire indirecte hinder”. Op bladzijde 13 tot en met 15 worden enkele akoestische begrippen nader toegelicht.
9 maart 2022 | 6692/NAA/hw/ft/1
.
Blad 3 van 15
2
GEHANTEERDE NORMSTELLING
2.1
Goede ruimtelijke ordening
In het huidige akoestisch onderzoek dient te worden onderzocht in hoeverre de activiteiten en werkzaamheden ter plaatse geen problemen opleveren voor de aanwezige omliggende woningen. Hierbij zal, in eerste instantie, in het kader van een goede ruimtelijke ordening worden getoetst aan de richtwaarden voor geluid uit de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering”. In de VNG-publicatie wordt onderscheid gemaakt in de omgevingstypen ‘rustige woonwijk en rustig buitengebied’ en ‘gemengd gebied’. Op basis van de aanwezigheid van een woonbestemming, kan de omgeving worden gekarakteriseerd als een ‘rustige woonwijk en rustig buitengebied’. Een overzichtskaart van het bedrijf en de directe omgeving zoals opgenomen op de website ruimtelijkeplannen.nl is weergegeven in figuur 1. Figuur 1: Overzicht bestemmingsplankaart ruimtelijkeplannen.nl
Het stappenplan uit de publicatie is weergegeven in bijlage 2 blad 1 en 2 van dit onderzoek.
2.2
Activiteitenbesluit
De inrichting valt naar verwachting onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit. Hoofdstuk 2 van het besluit geeft de ‘inrichting gerelateerde aspecten’. Afdeling 2.8 (art. 2.16b t/m 2.22) geeft de voorschriften voor het aspect geluidhinder. De tekst van deze artikelen is opgenomen in bijlage 2 blad 3 tot en met 10. Voor deze inrichting zijn hiervan met name van belang: art. 2.17, voor de onderhavige inrichting geldt lid 1, art. 2.18 en art. 2.20.
9 maart 2022 | 6692/NAA/hw/ft/1
.
Blad 4 van 15
In artikel 2.17 worden voor elke periode van het etmaal standaard grenswaarden gesteld voor: het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT), dat is het gemiddelde geluidsniveau en het maximale geluidsniveau (LAmax), dat is het hoogste geluidsniveau dat op enig moment kan optreden (de hoogste geluidspiek). In artikel 2.17 worden een aantal aspecten genoemd die niet hoeven te worden beoordeeld. Voor deze inrichting betreft dat het LAmax veroorzaakt door laad- en losactiviteiten in de dagperiode. Het bevoegd gezag kan op grond van artikel 2.20 bij maatwerkvoorschrift onder voorwaarden andere grenswaarden vaststellen. Het karakter van de omgeving kan daarvoor aanleiding zijn. Conform artikel 2.18 lid 1b mag het stemgeluid van bezoekers op het open terrein van een inrichting voor sport- of recreatieactiviteiten worden uitgesloten van toetsing.
2.3
Indirecte hinder
Onder indirecte hinder wordt verstaan: de nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaakt door activiteiten die, hoewel ze plaatsvinden buiten het terrein van de inrichting, aan de inrichting zijn toe te rekenen. Indirecte hinder zou kunnen ontstaan door transportbewegingen van (vracht)auto’s van en naar de inrichting via de openbare weg. De Circulaire indirecte hinder adviseert de transportbewegingen separaat van de directe hinder van de inrichting en separaat van het overige wegverkeer te beoordelen. Aan de geluidbelasting wordt een maximum gesteld, het maximale geluidsniveau wordt niet beoordeeld. Voor de geluidbelasting geldt een voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) en een maximaal toelaatbare waarde van 65 dB(A). De geluidbelasting wordt vastgesteld met behulp van het industrielawaai rekenprogramma Geomilieu voor de onderhavige inrichting. Bij voorkeur wordt de geluidsemissie van de betrokken voertuigen door meting vastgesteld, zodat zoveel mogelijk rekening kan worden gehouden met specifieke omstandigheden (bijvoorbeeld bijzonder stille of lawaaiige voertuigen). De indirecte hinder wordt tot een bepaalde afstand aan de inrichting toegerekend. Voor de reikwijdte geeft de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening een aantal mogelijke criteria.
In de meeste gevallen voldoet het criterium dat de indirecte hinder moet worden beoordeeld tot de afstand waarop het verkeer van en naar de inrichting zich qua rijsnelheid en stopgedrag niet meer onderscheidt van het mogelijke overige verkeer op die weg.
9 maart 2022 | 6692/NAA/hw/ft/1
.
Blad 5 van 15
3
BEDRIJFSGEGEVENS
3.1
Situatie
De acht trekkershutten worden gerealiseerd op het achterterrein van het perceel Dekemawei 15 in Baard. Een indeling van het terrein, met daarop aangegeven de acht trekkershutten, de eigen bedrijfswoning en de woning van derden op het adres Dekemawei 15a, is weergegeven in figuur 2 en bijlage 1. Figuur 2: Situatie trekkershutten en woningen
Het in het rode kader aangegeven vlak is in het bestemmingsplan opgenomen als woonbestemming. De gemeente heeft aan de opdrachtgever aangegeven dat er niet voorbij de brandwand (zwarte lijn noord-zuid in figuur 2 binnen rode kader) gewoond mag worden in de woning Dekemawei 15a. Dit betekent dat de geluidsgevoelige ruimten in het oostelijke vierkant van de woning zijn gelegen en niet in het westelijke deel van het pand. Voor de beoordeling en toetsing zijn derhalve ook alleen de voor- en zijgevel relevant.
9 maart 2022 | 6692/NAA/hw/ft/1
.
Blad 6 van 15
De nieuwe trekkershutten zijn aangegeven aan de westzijde op het perceel. De woning Dekemawei 15 is de eigen woning die voor de beoordeling als bedrijfswoning wordt gezien. De rijroute en de ontsluiting van de trekkershutten ligt aan de noordwestzijde.
3.2
Bedrijfsactiviteiten
Zoals eerder aangegeven zullen bezoekers van Het Baarderlicht de inrichting bezoeken en verlaten via de ontsluitingsweg ten noordwesten van de eigen woning Dekemawei 15. Het is niet de verwachting dat er extreem grote voertuigen de inrichting zullen bezoeken. Uitgegaan is van het bezoek van gasten welke met personenauto’s komen, er zal overnacht worden in een trekkershut. Hierbij is het mogelijk dat de gasten buiten voor de trekkershut recreëren. Voor de verkeersgeneratie van de minicamping is uitgegaan van de CROW publicatie 317 “Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie”. Hierin is voor een camping (kampeerterrein) aangegeven dat uitgegaan dient te worden van 0,4 x het aantal standplaatsen. Dit komt neer op 0,4 x 8 standplaatsen is circa 3 voertuigbewegingen per etmaal. Voor een bungalowpark dient te worden uitgegaan van 2,6 (min) tot 2,8 (max) x het aantal bungalows. Dit komt neer op circa 20 voertuigbewegingen. Aangezien trekkershutten niet opgenomen zijn in deze CROW is aangenomen dat het aantal voertuigbewegingen het gemiddelde is van een camping en een bungalowpark. Uitgegaan is van in totaal 12 voertuigbewegingen per etmaal. Voor de verdeling naar dag-, avond- en nachtperiode is uitgegaan van 8 bewegingen in de dag- en 2 bewegingen in zowel de avond- als nachtperiode.
Aangehouden is, mede gezien de beperkte ruimte, een rijsnelheid van circa 10 km/h op de ontsluitingsweg. Voor het recreëren van gasten voor de trekkershutten en het spelen van kinderen is uitgegaan van in totaal 8x gemiddeld 3 personen is 24 personen op het buitenterrein. Aangehouden is een bedrijfsduur van circa 8 uur in de dag- en 4 uur in de avondperiode. In de nachtperiode (tussen 23:00 uur en 07:00 uur) wordt verondersteld dat er geen activiteiten zijn binnen de inrichting (gedragsregels terrein trekkershutten).
3.3
Representatieve bedrijfssituatie
De geluidsniveaus ten gevolge van de inrichting op de omgeving worden beoordeeld in drie beoordelingsperioden (etmaalperioden): de dagperiode van 07.00 tot 19.00 uur; de avondperiode van 19.00 tot 23.00 uur; de nachtperiode van 23.00 tot 07.00 uur. De geluidsniveaus in de avond- en nachtperiode worden respectievelijk 5 en 10 dB strenger beoordeeld dan in de dagperiode. Voor de vaststelling van de geluidssituatie dient primair te worden uitgegaan van de representatieve bedrijfssituatie: de situatie waarbij de voor de geluidproductie relevante omstandigheden kenmerkend zijn voor een bedrijfsvoering bij volledige capaciteit voor elke te beschouwen beoordelingsperiode. Als er op deze wijze meerdere bedrijfssituaties kunnen worden vastgesteld, is - per beoordelingsperiode - die met de hoogste geluidsniveaus op de omgeving maatgevend. Een overzicht van de aangehouden geluidsbronnen met hun bijbehorende bedrijfstijden is weergegeven in § 4.2 van deze rapportage.
3.4
Incidentele bedrijfssituatie
Er zijn geen incidentele situaties berekend welke meer geluid zullen veroorzaken dan de representatieve bedrijfssituatie. Tijdens een incidentele situatie zal de inrichting een melding maken bij het bevoegd gezag waarvoor mogelijk een ontheffing kan worden verleend.
9 maart 2022 | 6692/NAA/hw/ft/1
.
Blad 7 van 15
4
UITGEVOERDE BEREKENINGEN
4.1
Inleiding
De berekeningen hebben plaatsgevonden conform de Handleiding. Daarbij zijn de geluidsniveaus in de omgeving die ontstaan door de activiteiten in de inrichting vastgesteld in twee stappen: 1. het inventariseren en bepalen van plaats, hoogte, bedrijfsduur en geluidsvermogen van de afzonderlijke geluidsbronnen; 2. het berekenen van de geluidsoverdracht van deze bronnen naar de omgeving. De bestaande situatie is gemodelleerd op basis van de gegevens van de Publieke Dienstverlening op de Kaart (PDOK) website en Google Street View. Voor de indeling van het terrein met de trekkershutten is de inrichtingstekening gehanteerd zoals weergegeven in figuur 2 van hoofdstuk 2. In hoofdstuk 6 worden de resultaten van de berekeningen weergegeven.
4.2
Aangehouden geluidsvermogenniveaus
Beoordeeld zijn de bezoekers die aanwezig zijn op het buitenterrein nabij de trekkershutten. Op grond van literatuurwaarden kunnen de volgende geluidsvermogenniveaus voor stemgeluid worden aangehouden: Kinderen, normaal sprekend 68.0 dB(A); Vrouwen, normaal sprekend 65.0 dB(A); Mannen, normaal sprekend 68.0 dB(A). Er is gebruik gemaakt van de publicatie “Average Speech Levels and Spectra in Various Speaking/Listening Conditions: A Summary of the Pearson, Bennet & Fidell Report”, dat is een onderzoek naar stemgeluid uit allerlei bronnen. Daarnaast is gebruik gemaakt van de VDI 3770 publicatie “Emissionskennwerte technischer Schallquellen – Sport und Freizeitanlangen”. Deze laatste publicatie geeft een formule voor het bepalen van het geluidsvermogenniveau van biertuinen en andere openlucht communicatie gebieden. In de formule wordt aangegeven dat voor het daadwerkelijke spreken uitgegaan dient te worden van 70 dB(A). Dit is nog iets hoger als bovenstaand weergegeven. Van deze worst-case benadering is in het vervolg van dit onderzoek uitgegaan. Het is niet de verwachting dat bij het recreëren nabij de trekkershutten extreem hard gepraat of geschreeuwd gaat worden. Voor het aantal pratende gasten is uitgegaan van 50% van het totaal aantal gasten. Het zal niet of nauwelijks voorkomen dat alle aanwezige personen tegelijkertijd zullen praten.
Bij het eerder genoemde geluidsniveau van 70 dB(A) dient dan voor 12 sprekende personen circa 10.8 dB te worden opgeteld. In het rekenmodel zijn de geluidsbronnen voor de bezoekers als oppervlaktebronnen ingevoerd zodat een gedetailleerd raster van bronnen ontstaat. Op deze manier worden de geluidsbronnen evenredig over het terrein verdeeld. Voor de maximale geluidsniveaus is rekening gehouden met een geluidsvermogenniveau van 86 dB(A). Voor de berekening van de maximale geluidsniveaus zijn op de rand van het terras puntbronnen gesitueerd met het maximale geluidsvermogenniveau. Voor de afzuigingen van de sanitaire voorzieningen op het terrein is rekening gehouden met een geluidsvermogenniveau van 70 dB(A) per unit. Op het terrein zullen twee units worden geplaatst ten zuiden van de bedrijfswoning en ten westen van de woning Dekemawei 15a. Aangehouden is dat de afzuigingen (twee stuks) continu in werking zijn. Voor personenauto’s is uitgegaan van geluidsvermogenniveau van 90 dB(A) bij een rijsnelheid van 10 km/h over de ontsluitingsweg van de inrichting. Tijdens het optrekken of afremmen treden maximale geluidsniveaus op tot circa 93 dB(A). Dergelijk maximale geluidsniveaus zijn bepaald tijdens diverse geluidsmetingen aan het langsrijden en optrekken van verschillende merken personenauto’s.
Bij het dichtslaan van autoportieren kunnen maximale geluidsniveaus optreden tot circa 97 dB(A).
9 maart 2022 | 6692/NAA/hw/ft/1
.
Blad 8 van 15
De rijroutes van het verkeer zijn verwerkt tot een voor een transportlijn (rijroute) representatieve geluiduitstraling met zogenaamde mobiele bronnen (een rij puntbronnen). Aangehouden is een rijsnelheid van 10 km/h. De geluidsbronnen en de aangehouden bedrijfsduren zijn weergegeven in tabel 1. Tabel 1: Geluidsbronnen Trekkershut verhuur Het Baarderlicht te Baard Bronnr.
Omschrijving
Bedrijfsduur in uren:minuten of aantal
Immissierelevante bronsterkte per stuk LWR in dB(A)
dag
avond
Nacht
eq
max
01
Stemgeluid gasten op buitenterrein
8:00
4:00
-
81
86
02
Personenauto’s ontsluitingsweg (bewegingen)
8x
2x
2x
90
+3/+7
03-04
Afzuiging sanitaire unit
12:00
4:00
8:00
75
-
4.3
Model
Met de op bovenbeschreven wijze vastgestelde bronsterkten en de terreingegevens is een rekenmodel opgesteld, waarmee de geluidsoverdracht van de inrichting naar de omgeving is berekend. Bij de berekeningen worden de ruimtelijke effecten betrokken. Rekening houdend met deze effecten wordt het geluidsniveau op een immissiepunt berekend. De berekeningen zijn uitgevoerd met behulp van het computerprogramma Geomilieu versie 2021.1. Dit programma is gebaseerd op methode II.8 uit de Handleiding. In het model zijn de bedrijfsterreinen en wegen ingevoerd als akoestisch hard. De niet-gedefinieerde gebieden zijn aangehouden als absorberend. In het rekenmodel zijn de equivalente geluidsvermogenniveaus ingevoerd. Voor de bepaling van de maximale niveaus op de immissiepunten is een kopie van het model gemaakt waarbij rekening is gehouden met de hogere bronvermogens in de laatste kolom van tabel 1. De geluidsniveaus zijn berekend op immissiepunten gesitueerd ter plaatse van de gevels van de meest nabijgelegen woning van derden. De niveaus in de dagperiode zijn berekend op een hoogte van 1.5 meter, de niveaus in de avond- en nachtperiode op een hoogte van 5.0 meter. Bijlage 3 geeft de in het model ingevoerde gegevens van de objecten, de geluidsbronnen, de immissiepunten en de berekende situaties. Bijlage 4 geeft enkele grafische weergaven van het rekenmodel.
4.4
Indirecte hinder
De voertuigbewegingen van en naar de inrichting worden niet uitgevoerd met eigen voertuigen. Het uitvoeren van geluidsmetingen biedt dan ook geen meerwaarde. De bewegingen zullen niet steeds met dezelfde voertuigen worden uitgevoerd. In de berekeningen is daarom uitgegaan van de geluidsemissie van het gemiddelde Nederlandse wagenpark conform het “Reken- en meetvoorschrift geluid 2012”. De situatie is berekend binnen het industrielawaaiprogramma in een aparte groep indirecte hinder. Bij de berekening wordt uitgegaan van de gemiddelde verkeersintensiteit per uur per beoordelingsperiode. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in lichte, middelzware en zware motorvoertuigen. Uitgegaan is, tijdens een representatieve bedrijfssituatie, van 8 lichte motorvoertuigen in de dag- en 2 lichte motorvoertuigen in zowel de avond- als nachtperiode bij een rijsnelheid van 60 km/h. Aangehouden is het standaard referentiewegdek (DAB).
9 maart 2022 | 6692/NAA/hw/ft/1
.
Blad 9 van 15
5
RESULTATEN EN BEOORDELING
5.1
Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau
Zoals eerder aangegeven is de aangehouden representatieve bedrijfssituatie doorgerekend. Bijlage 5 geeft de berekende equivalente geluidsniveaus op de beoordelingspunten. De ligging van de beoordelingspunten is weergegeven in bijlage 4 en onderstaande figuur 3. Figuur 3: Ligging beoordelingspunten nabij woning derden
Er is geen sprake van een tonaal, impulsachtig of muziekkarakter van het geluid. Op de berekende equivalente geluidsniveaus hoeft daarom geen toeslag te worden toegepast. Tabel 2 geeft de berekende waarden van het LAr,LT voor de representatieve bedrijfssituatie (zie ook bijlage 5). De richt- en grenswaarden uit respectievelijk de VNGpublicatie Bedrijven en milieuzonering als het Activiteitenbesluit zijn opgenomen in tabel 2. Tabel 2: Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT in dB(A) – representatieve situatie Beoordelings-
Omschrijving
Punt
Berekend LAr,LT in dB(A) in
Etmaalwaarde
dagperiode
avondperiode
nachtperiode
01
Dekemawei 15a – zijgevel
28
35
26
40
02
Dekemawei 15a - voorgevel
15
28
25
35
VNG
Stap 2 rustige woonwijk
45
40
35
45
Stap 3 rustige woonwijk
50
45
40
50
Grenswaarden
50
45
40
50
Act. Besluit
Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau bedraagt ten hoogste 40 dB(A) op de zijgevel van de woning Dekemawei 15a.
9 maart 2022 | 6692/NAA/hw/ft/1
.
Blad 10 van 15
Toetsing goede ruimtelijke ordening Bij toetsing aan stap 2 uit de VNG-publicatie kan hiermee worden voldaan aan de richtwaarde van 45 dB(A). Indien voldaan kan worden aan stap 2 is zonder meer sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat nabij de omliggende woningen. Toetsing Activiteitenbesluit Aan de grenswaarden van het Activiteitenbesluit kan, ten aanzien van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau, logischerwijs ook worden voldaan. De grenswaarde is 5 dB minder streng dan de richtwaarde van stap 2 uit de VNGpublicatie.
5.2
Maximale geluidsniveaus
Bijlage 6 geeft de berekende LAmax waarden. Tabel 3 vat de maximale geluidsniveaus samen tijdens een representatieve situatie. Ook de richt- en grenswaarden uit respectievelijk Bedrijven en milieuzonering en het Activiteitenbesluit zijn in tabel 3 opgenomen. Tabel 3: Maximale geluidsniveau LAmax in dB(A) Beoordelings- Omschrijving Punt
Berekend LAmax in dB(A) in dagperiode
avondperiode
nachtperiode
01
Dekemawei 15a – zijgevel
49
50
50
02
Dekemawei 15a - voorgevel
40
50
50
VNG
Stap 2 rustige woonwijk
65
60
55
Stap 3 rustige woonwijk
70
65
60
Grenswaarden
70
65
60
Act. besluit
De maximale geluidsniveaus in de representatieve bedrijfssituatie bedragen ten hoogste 49 dB(A) in de dag- en 50 dB(A) in de avond- en nachtperiode. De maximale geluidsniveaus in de dagperiode worden veroorzaakt door het stemgeluid, in de avond- en nachtperiode door het dichtslaan van autoportieren. In de dagperiode wordt het dichtslaan van autoportieren grotendeels afgeschermd door de schuur van de woning Dekemawei 15a. Toetsing goede ruimtelijke ordening Bij de woning Dekemawei 15a kan in alle drie de perioden worden voldaan aan de richtwaarden van stap 2 uit de VNG-publicatie. Hiermee is sprake van een goed en aanvaardbaar woon- en leefklimaat nabij de woning. Toetsing Activiteitenbesluit Bij toetsing aan het Activiteitenbesluit kan bij de onderzochte woning ook worden voldaan aan de geldende grenswaarden voor de maximale geluidsniveaus.
5.3
Indirecte hinder
De berekening van het equivalente geluidsniveau van de indirecte hinder is weergegeven in bijlage 7. Berekend is de geluidbelasting ten gevolge van verkeer op de Dekemawei. Uit de berekeningen blijkt dat de geluidbelasting bij de omliggende woning ten gevolge van de indirecte hinder ten hoogste 34 dB(A) bedraagt. Toetsing goede ruimtelijke ordening Bij toetsing aan de richtwaarden uit stap 2 kan, ten aanzien van de indirecte hinder, worden voldaan aan de richtwaarde van 50 dB(A). Toetsing Activiteitenbesluit Het Activiteitenbesluit kent geen specifieke grenswaarden ten aanzien van de indirecte hinder.
9 maart 2022 | 6692/NAA/hw/ft/1
.
Blad 11 van 15
6
CONCLUSIES
De nieuw te vestigen Trekkershut verhuur Het Baarderlicht te Baard veroorzaakt door de activiteiten binnen de inrichting bij de naastgelegen woning van derden tijdens een representatieve situatie geluidbelastingen tot ten hoogste 40 dB(A). In de inrichting vinden tijdens de representatieve situatie activiteiten plaats in de dag-, avond- en nachtperiode. De maximale geluidsniveaus tijdens een representatieve situatie bedragen in de dagperiode ten hoogste 49 dB(A). In de avond- en nachtperiode bedraagt het maximale geluidsniveau ten hoogste 50 dB(A). De hoogste maximale geluidsniveaus worden berekend op de zijgevel van de woning Dekemawei 15a. Ten gevolge van de indirecte hinder bedraagt de geluidbelasting op de woning Dekemawei 15a tijdens een representatieve situatie ten hoogste 34 dB(A). Toetsing goede ruimtelijke ordening Bij toetsing aan de VNG-publicatie kan ten aanzien van zowel het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau als de maximale geluidsniveaus worden voldaan aan stap 2 van de VNG-publicatie. Aangezien voldaan kan worden aan de richtwaarde zal tevens sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Ten aanzien van de indirecte hinder wordt ook voldaan aan stap 2 van de VNG-publicatie.
Toetsing Activiteitenbesluit Bij toetsing aan de grenswaarden van het Activiteitenbesluit kan ten aanzien van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en de maximale geluidsniveaus worden voldaan aan de grenswaarden. Ten aanzien van de indirecte hinder kent het Activiteitenbesluit geen grenswaarden. Voor incidentele situaties mag het bevoegd gezag afwijken van de standaard richt- en grenswaarden en zijn hogere geluidsniveaus toelaatbaar.
9 maart 2022 | 6692/NAA/hw/ft/1
.
Blad 12 van 15
BEGRIPPENLIJST Begrip/terminologie
Notatie [eenheid]
A-gewogen
behandeld met een frequentieweging die overeenkomt met de 40 dB contour voor gelijke luidheid van het menselijk oor [IEC 651, ISO 226]
BBT
De Beste Beschikbare Technieken is het beginsel dat ervan uitgaat dat een inrichting zoveel als economisch en technisch mogelijk is nadelige gevolgen voor het milieu beperkt. [Wm artikel 8.11 lid 3]
bedrijfsduurcorrectieterm
Cb [dB]
correctieterm die de bedrijfsperiode Tb in rekening brengt dat een bedrijfstoestand duurt tijdens een beoordelingsperiode To (dag, avond, nacht): Cb = -10 log Tb/T0 [Handleiding]
bedrijfsperiode
Tb [uren]
tijdsinterval waarin een bepaalde en gespecificeerde bedrijfstoestand binnen een beoordelingsperiode optreedt [Handleiding]
beoordelingshoogte
ho [m]
de hoogte van het beoordelingspunt boven het plaatselijk maaiveld [Handleiding]
beoordelingsperiode
T0 [uren]
tijdsinterval dat relevant is voor de beoordeling van het geluid. Met betrekking tot industrielawaai zijn drie beoordelingsperioden gedefinieerd: de dagperiode (07.00 tot 19.00 uur); de avondperiode (19.00 tot 23.00 uur); de nachtperiode (23.00 tot 07.00 uur) [Handleiding]
beoordelingspunt
het punt waar het te beoordelen geluidsniveau wordt bepaald en getoetst aan eventuele richtwaarden en/of grenswaarden
binnengrenswaarde
grenswaarde voor geluid binnen de ruimten van een woning die als geluidsgevoelig zijn aangemerkt
BREF
De beste beschikbare technieken liggen voor bepaalde bedrijfstakken of voor technieken die branche overschrijdend zijn vast in BBT-referentiedocumenten (BREF’s). BREF’s zijn vaak zeer uitgebreide documenten waarvan vaak slechts een gering deel over geluid en trillingen gaat
bronmaatregelen
geluidsbeperkende maatregelen op een industrieterrein; dit kunnen ook afschermende voorzieningen zijn [Handboek]
bronsterkte
LW [dB/dB(A)]
contour
equivalent geluidsniveau
9 maart 2022 | 6692/NAA/hw/ft/1
.
Omschrijving [herkomst omschrijving]
geluidsvermogenniveau
een lijn die punten met hetzelfde geluidsniveau met elkaar verbindt [Handboek] Leq,T [dB] / LAeq,T [dB(A)]
het energetisch gemiddelde van de fluctuerende niveaus van het ter plaatse, in de loop van een bepaalde periode, optredende geluid [Handleiding]
Blad 13 van 15
etmaalwaarde
met betrekking tot industrielawaai de hoogste van de volgende waarden: de waarde over de dagperiode; de waarde over de avondperiode + 5 dB; de waarde over de nachtperiode + 10 dB
frequentie
toonhoogte
frequentieweging
frequentie-afhankelijke signaalbewerking waarbij voor verschillende frequenties een uiteenlopende kwalificatie (weging) wordt toegepast [IEC 651]
geluid
met het menselijk oor waarneembare luchttrillingen [Wgh]
geluidsdruk
p [Pa]
door geluidsgolven veroorzaakte drukverschillen t.o.v. de atmosferische druk
geluids(druk)niveau
Lp [dB/dB(A)]
de gemeten of berekende momentane geluidsdruk uitgedrukt in dB of dB(A) t.o.v. 20 μPa
geluidbelasting
Bi [dB(A)]
etmaalwaarde van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau [Handleiding]
geluidsgevoelig object
woning, school, ziekenhuis of ander gezondheidszorggebouw
geluidsoverdracht
wijze waarop het transport van geluid van bron naar ontvanger plaatsvindt
geluidsvermogenniveau
LW [dB/dB(A)]
de door een geluidsbron afgestraalde hoeveelheid geluidsenergie uitgedrukt in dB of dB(A) t.o.v. 1 pW
gestandaardiseerd immissieniveau
Li [dB(A)]
het equivalente geluidsniveau dat tijdens een bepaalde bedrijfstoestand onder meteoraamomstandigheden op een bepaalde plaats wordt vastgesteld [Handleiding]
gevel (uitwendige scheidingsconstructie)
een bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak [Handleiding/Handreiking]
gevelmaatregelen
geluidwerende voorzieningen aan de gevel van een woning met het doel de geluidbelasting in de geluidsgevoelige ruimten te beperken [Handboek]
gevelreflectie
reflectiebijdrage van het geluid tegen de beschouwde gevel
gevelreflectieterm (gevelcorrectieterm)
correctieterm voor de gevelreflectie