CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing Ayttadyk 10 Swichum

Besluitvorming (raad) 22 december 2021, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Ontwerp verklaring van geen bedenkingen uitbreiding minicamping Ayttadyk 10 in Swichum4.678 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ruimtelijke onderbouwing voor de uitbreiding van de minicamping aan de Ayttadyk 10 te Swichum INLEIDING Op 26 mei 2021 hebben wij een aanvraag omgevingsvergunning ontvangen voor de uitbreiding van de minicamping en het legaliseren van de caravanstalling aan de Ayttadyk 10 te Swichum. Dit verzoek is in strijd met het ter plekke geldende bestemmingsplan ‘Leeuwarden - Buitengebied’.

Afbeelding 1: Luchtfoto met perceel Ayttadyk 10 binnen rode cirkel

Afbeelding 2: Luchtfoto plangebied Ayttadyk 10 (bron: Geo-Oblique, 2020)

Ruimtelijke onderbouwing voor de uitbreiding van de minicamping aan de Ayttadyk 10 te Swichum ontwerp d.d. 04-11-2021

1

Het plangebied ligt circa 300 meter ten zuidoosten van het dorp Swichum (zie afbeelding 1). De ontwikkelingen vinden plaats op de percelen kadastraal bekend als gemeentecode WDM00, sectie F, percelen 382, 383, 384 en 388. BESCHRIJVING VAN HET PROJECT Het project voorziet in de uitbreiding van de bestaande minicamping van 15 naar 25 kampeerplaatsen, het plaatsen van 9 blokhutten, het plaatsen van een sanitairgebouw, het realiseren van extra parkeerplaatsen, het verplaatsen van de paardenbak en het legaliseren van het gebruik van de voormalige ligboxenstal als caravanstalling (zie afbeelding 3 voor de indeling van het terrein). Nb. Op 29 april 2021 is een tijdelijk omgevingsvergunning verleend voor het uitbreiden van het aantal kampeerplaatsen van 15 naar 25 voor de duur van 3 jaar.

Afbeelding 3: Terreinindeling De blokhutten krijgen een oppervlakte van 40 m2 met een bouwhoogte van 3,78 meter (zie afbeelding 4).

Ruimtelijke onderbouwing voor de uitbreiding van de minicamping aan de Ayttadyk 10 te Swichum ontwerp d.d. 04-11-2021

2

Afbeelding 4: Aanzichten blokhutten Het sanitairgebouw krijgt een vloeroppervlakte van circa 38 m2 met een bouwhoogte van 3,60 meter (zie afbeelding 5).

Afbeelding 5: Aanzichten en plattegrond sanitairgebouw In deze ruimtelijke onderbouwing wordt aangetoond dat het project zoals hiervoor beschreven op deze locatie aanvaardbaar is. BESCHRIJVING VAN DE GELDENDE PLANOLOGISCH-JURIDISCHE SITUATIE Op grond van het geldende bestemmingsplan ‘Leeuwarden - Buitengebied’ (vastgesteld op 23 april 2014) heeft het plangebied de bestemming ‘Agrarisch’, met de functieaanduidingen ‘specifieke vorm van agrarisch - minicamping’ en ‘manege’ en deels de dubbelbestemming ‘Leiding – Riool’ (zie afbeelding 6).

Ruimtelijke onderbouwing voor de uitbreiding van de minicamping aan de Ayttadyk 10 te Swichum ontwerp d.d. 04-11-2021

3

Afbeelding 6: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan Leeuwarden – Buitengebied met plangebied in rood (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Ondertussen is op 11 november 2020 het bestemmingsplan ‘Partiële herziening Archeologie’ vastgesteld. Als gevolg daarvan geldt voor het grootste deel van het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’, Voor een klein deel geldt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’. De aanvraag is op de volgende onderdelen in strijd met de regels van het bestemmingsplan: • op de minicamping zijn ten hoogste 15 kampeermiddelen toegestaan (art. 3.1, onder h); • de blokhutten en het sanitairgebouw worden geplaatst op een locatie buiten het gebied met de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - minicamping’ waar alleen bedrijfsgebouwen ten behoeve van de uitoefening van een agrarisch bedrijf zijn toegestaan (art. 3.1); • de paardenbak wordt verplaatst naar een locatie buiten het gebied met de aanduiding ‘manege’ (art. 3.1, onder g); • het gebruik van bedrijfsgebouwen voor de stalling van caravans past niet binnen de bestemmingsomschrijving, die uitsluitend bedrijfsgebouwen ten behoeve van de uitoefening van een agrarisch bedrijf toestaat (art.

3.1); • het gebruik van gronden (anders dan de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – minicamping’) en bouwwerken ten behoeve van recreatie en als standplaats voor kampeermiddelen is in strijd met de bestemming (art. 3.4, onder f en art. 32.1, onder b, sub 6). Aangezien het bestemmingsplan geen afwijkingsmogelijkheden of wijzigingsbevoegdheden kent voor de strijdigheden met het bestemmingsplan en geen medewerking kan worden verleend met toepassing van artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 2° van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) jo. artikel 4 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor), kan alleen medewerking aan de aanvraag omgevingsvergunning worden verleend door middel van een planologische procedure; de zgn. ‘buitenplanse grote afwijking’ waar een ruimtelijke onderbouwing onderdeel van uit maakt. Voor dit project is een ‘verklaring van geen bedenkingen’ (vvgb) van de gemeenteraad vereist. De raad heeft een lijst van projecten vastgesteld waarvoor geen vvgb is vereist. Het project past niet binnen deze vastgestelde lijst omdat het plangebied is gelegen buiten bestaand stedelijk gebied of de bebouwde kom.

Ruimtelijke onderbouwing voor de uitbreiding van de minicamping aan de Ayttadyk 10 te Swichum ontwerp d.d. 04-11-2021

4

TOETSING AAN DE RUIMTELIJKE EN FUNCTIONELE STRUCTUUR Toets op functie Op basis van het provinciaal onderzoek naar de vitaliteit van logiesaccommodaties in Fryslân en op basis van de jaarlijkse Trendrapporten Toerisme blijkt dat de ruimte voor extra toeristische kampeerplaatsen beperkt is, maar dat nieuwe initiatieven met betrekking tot kamperen kans van slagen hebben en dat de vraag naar camperplekken de komende jaren zal toenemen. Voor zover bekend zijn er acht minicampings/kleinere kampeerterreinen in de gemeente Leeuwarden. Wanneer tegemoetgekomen wordt aan de toenemende behoefte bij de consument aan meer luxe, comfort en privacy is er dan ook ruimte voor meer kleinschalige kampeerterreinen bij boerderijen rondom de stad Leeuwarden of het uitbreiden van het aantal kampeerplaatsen op bestaande minicampings. Door het plaatsen van blokhutten en het kunnen toestaan van (meer) campers wordt tegemoetgekomen aan deze behoefte. Ook wordt het door de gewenste ontwikkeling mogelijk om tegemoet te komen aan de behoefte om het seizoen te verlengen. Beleid • Rijksbeleid Het project is niet in strijd met nationale belangen voortkomend uit Rijksbeleid. • Provinciaal beleid / Verordening Romte 2014 Op 25 juni 2014 hebben Provinciale Staten de Verordening Romte vastgesteld.

De verordening stelt regels die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen. Voor de aangevraagde ontwikkeling zijn de volgende onderdelen uit de Verordening Romte relevant: Kleinschalige verblijfsrecreatie In het kader van de Verordening Romte heeft de provincie Fryslân onderzoek laten doen naar verblijfsrecreatie in Fryslân. Daaruit blijkt dat het accent moet liggen op kwaliteitsverbetering, maar dat dit niet kan zonder enige ruimte voor nieuwe initiatieven die tot verruiming van het aanbod leidt. De provincie wil daarbij vooral ruimte bieden voor kwaliteitsverbetering bij bestaande bedrijven die gepaard gaan met beperkte groei. Op grond van artikel 5.5.1 van de Verordening Romte kunnen in een ruimtelijk plan buiten een recreatiekern maximaal 10 trekkershutten op het erf van een (voormalig) agrarisch bedrijf worden toegestaan aansluitend op de bestaande bebouwing. Daarnaast kan, onder voorwaarden, een kleinschalig kampeerterrein met maximaal 25 standplaatsen worden toegestaan op of aansluitend aan het erf van een agrarisch bedrijf. In dit geval is er sprake van 9 blokhutten en is de 10e toegestane blokhut ‘ingeruild’ voor een sanitairgebouw (van ongeveer vergelijkbare omvang).

Deze worden gerealiseerd direct ten zuiden van de bestaande (voormalige) ligboxenstal en sluiten daarmee aan op de bestaande bebouwing. De bestaande minicamping wordt uitgebreid naar 25 kampeerplaatsen, maar qua oppervlakte wordt de minicamping niet uitgebreid. Met deze uitbreiding is sprake van een kwaliteitsverbetering van een bestaand bedrijf en wordt voldaan aan het provinciale doel. Weidevogelkansgebied De locatie van de minicamping ligt binnen een in de Verordening Romte aangewezen weidevogelkansgebied. In principe zijn nieuwe planologische ontwikkelingen met bebouwing, beplanting of verharding die verstorend werken op de openheid en rust niet toegestaan. Op grond van artikel 7.2.2 van de Verordening Romte voorziet een ruimtelijk plan voor landelijk gebied dat betrekking heeft op gronden die gelegen zijn in of grenzen aan gebieden die op de kaart Weidevogelgebieden zijn aangewezen als weidevogelkansgebieden of weidevogelparels dan ook in een regeling waarmee voldoende openheid en rust van die gebieden wordt gehandhaafd. Onder de kopjes ‘Stedenbouw / landschappelijke inpassing / erfinrichting’ en ‘Ecologie / Groen’ wordt aangetoond dat aan dit provinciale doel wordt voldaan.

Ruimtelijke onderbouwing voor de uitbreiding van de minicamping aan de Ayttadyk 10 te Swichum ontwerp d.d. 04-11-2021

5

De aanvraag is in het kader van het vooroverleg voorgelegd aan de provincie Fryslân. Op 28 juli 2021 heeft de provincie geconcludeerd dat het project past binnen het provinciaal beleid (zie bijlage 1). • Gemeentelijk beleid De gemeente Leeuwarden kent geen specifiek beleid ten aanzien van recreatieve ontwikkelingen. Welstand Voor het plangebied geldt het welstandsbeleid zoals vastgelegd in de Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2019. Gelet op de positieve advisering van de welstandscommissie Hûs en Hiem van 28 oktober 2021 mag worden geconstateerd dat de bouwplannen aan redelijke eisen van welstand voldoen1. Stedenbouw / landschappelijke inpassing / erfinrichting De blokhutten en het sanitairgebouw gaan zoveel mogelijk in het landschap op en zijn ondergeschikt aan de agrarische bebouwing op het (hoofd-)erf. Om dat te bewerkstelligen wordt er gebruik gemaakt van gedekte (aarde) tinten. De paardenbak wordt buiten het feitelijke erf gesitueerd, waardoor de blokhutten en het sanitairgebouw (de opgaande elementen) een plek krijgen bínnen het bestaande erf. Parkeren vindt plaats op een centrale plek (hergebruik bestaande betonplaat voor kuil) zodat vanuit de omgeving nagenoeg geen auto’s in beeld zijn. Op het erfinrichtingsplan (zie afbeelding 3 en bijlage 2) is aangegeven op welke wijze de minicamping in het landschap wordt ingepast.

De locatie ligt in een open landschap dat is aangemerkt als weidevogelkansgebied. Landschappelijk gezien is hier weinig tot geen extra opgaande beplanting wenselijk. Het bestaande erf zal worden beplant met (opgaand) groen en daarbuiten geen opgaande beplanting. Voor erfbeplanting geldt een opbouw van meer/dichter beplant aan de noordelijke helft van het erf en hoe zuidelijker, hoe transparanter/open van karakter. Deze groenstructuur sluit ook aan bij de wens van de initiatiefnemer om recreanten/gasten te laten genieten van het open landschap rondom het terrein. De aanleg en instandhouding van de op het erfinrichtingsplan aangegeven beplanting zal als voorwaarde worden opgenomen in de omgevingsvergunning. Hiermee wordt tegemoetgekomen aan het op zorgvuldige wijze landschappelijk inpassen van de minicamping. Parkeren/verkeer Op basis van de Nota Parkeernormen van de gemeente Leeuwarden zijn bij een minicamping met 25 kampeerplaatsen en 9 blokhutten 44 parkeerplekken nodig. Op de bestaande parkeerplaats aan de noordzijde van het perceel kunnen circa 30 voertuigen parkeren. Daarnaast wordt een nieuwe parkeergelegenheid gecreëerd voor circa 15 voertuigen aan de zuidzijde van de voormalige ligboxenstal. Tenslotte kunnen gasten ervoor kiezen hun auto bij de tent/caravan te parkeren en in het geval van een camper wordt (uiteraard) op de kampeerplaats zelf geparkeerd.

In totaal wordt er dan ook voorzien in voldoende parkeerplaatsen. De uitbreiding van het aantal kampeerplaatsen met 10 en het plaatsen van 9 blokhutten zal zorgen voor een beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen. Dit zal geen invloed hebben op de doorstroming van het verkeer op de Ayttadyk. Daarnaast biedt de uitrit ruim voldoende zicht op de Ayttadyk om veilig deze weg op te kunnen rijden.

1 Op grond van Bijlage II, artikel 3, lid 2 van het Besluit omgevingsrecht zijn de blokhutten voor de

activiteit bouwen vergunningsvrij, waarbij welstandsadvisering niet aan de orde is. De welstandsadvisering heeft dan ook alleen betrekking op het sanitairgebouw.

Ruimtelijke onderbouwing voor de uitbreiding van de minicamping aan de Ayttadyk 10 te Swichum ontwerp d.d. 04-11-2021

6

TOETSING AAN DE OMGEVINGSASPECTEN Milieuzonering Ten behoeve van de milieuzonering rond bedrijven, is door de VNG het systeem ‘Bedrijven en milieuzonering’ ontwikkeld, in de vorm van een bedrijvenlijst waarin de bedrijven zijn gecategoriseerd op hun milieueffecten. Naarmate de milieuhinder toeneemt, loopt de milieuindeling op van 1 t/m 6. Een camping is een categorie 3.1 bedrijf met een richtafstand van 50 meter. De dichtstbijzijnde woning (niet zijnde de bedrijfswoning die onderdeel uitmaakt van de minicamping) ligt op circa 250 meter, waardoor de uitbreiding van de minicamping geen milieuhinder voor omliggende woningen oplevert. In de omgeving van de minicamping bevinden zich drie rundveehouderijen (een categorie 3.2 bedrijf met een richtafstand van 100 meter voor het aspect geur). De huidige minicamping ligt op circa 180 meter van de dichtstbijzijnde rundveehouderij en daarmee ruim buiten deze richtafstand. De uitbreiding van de minicamping zorgt er ook niet voor dat de minicamping dichter bij de rundveehouderijen komt te liggen. Omliggende bedrijven worden dan ook niet gehinderd in hun bedrijfsvoering door de uitbreiding van de minicamping en leveren ook geen hinder op voor de minicamping. Geluid Het plangebied ligt (deels) binnen de geluidszone van de Ayttadyk, maar niet binnen een geluidszone van een spoorlijn, industriegebied of van vliegbasis Leeuwarden.

Op grond van de Wet geluidhinder is een camping echter geen geluidsgevoelig terrein en zijn (vaste) kampeermiddelen geen geluidsgevoelige objecten. Het planvoornemen wordt dan ook niet belemmerd door geluid. Luchtkwaliteit De Wet milieubeheer (Wm) voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Luchtkwaliteitseisen vormen onder de Wm geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen als een van onderstaande situaties van toepassing is: • er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; • een project (al dan niet per saldo) leidt niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; • een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL; • een project draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de luchtverontreiniging. Met betrekking tot de uitbreiding van de minicamping blijkt uit berekening dat dit project als ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de luchtverontreiniging (zie bijlage 3). Het aspect luchtkwaliteit vormt dan ook geen belemmering voor de uitvoering van het project.

Externe veiligheid Externe veiligheid gaat om het beperken van de kans op en het effect van een ernstig ongeval voor de omgeving door: • het gebruik, de opslag en productie van gevaarlijke stoffen (inrichtingen); • het transport van gevaarlijke stoffen (buisleidingen, wegen, waterwegen en spoorwegen); • het gebruik van luchthavens. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het beperken van de risico’s voor de burger door voornoemde activiteiten. Na uitbreiding van de minicamping tot 25 kampeerplaatsen en 9 blokhutten valt de camping op grond van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) onder de categorie kwetsbaar object (art. 1, lid l, onder d: .. een kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen ..).

Ruimtelijke onderbouwing voor de uitbreiding van de minicamping aan de Ayttadyk 10 te Swichum ontwerp d.d. 04-11-2021

7

Op circa 260 meter ten noorden en noordoosten van het plangebied ligt een hogedruk aardgasleiding (zie afbeelding 7). Het plangebied valt binnen de 1% letaliteitszone (het invloedsgebied), maar niet binnen de 100% letaliteitszone van een aardgastransportleiding. In het kader van de omgevingsvergunning die in 2012 is verleend voor het oprichten van de huidige minicamping (met 15 kampeerplaatsen) met paardenstalling is het groepsrisico berekend. Daaruit is gebleken dat het groepsrisico zo laag is dat deze niet gepresenteerd kan worden in de FN-curve. Er was dan ook geen overschrijding van de oriëntatiewaarde. Door het toevoegen van 10 kampeerplaatsen en 9 blokhutten zal het aantal personen binnen het invloedsgebied met circa 60 personen toenemen. Een dergelijke beperkte toename zal er echter niet voor zorgen dat de oriëntatiewaarde nu wel zal worden overschreden. Omdat het plangebied valt binnen de 1% letaliteitszone is het van belang dat de personen die in het gebied verblijven zelfredzaam zijn. In principe zullen de gasten van de minicamping en blokhutten zelfredzaam zijn, waardoor geen knelpunten te verwachten zijn. Externe veiligheid is dan ook geen beperkende factor.

Afbeelding 7: Risicobronnen nabij plangebied (bron: risicokaart) Archeologie Met het verdrag van Malta en als gevolg daarvan het sinds 2017 in de wet vastgelegde archeologische bestel, is het rijksbeleid erop gericht om het archeologisch erfgoed te behouden in de bodem. In de bestemmingsplannen en ruimtelijke onderbouwingen moet een archeologieparagraaf worden opgenomen. De archeologische (verwachtings)waarde en vindplaatsen moeten in

Ruimtelijke onderbouwing voor de uitbreiding van de minicamping aan de Ayttadyk 10 te Swichum ontwerp d.d. 04-11-2021

8

beeld worden gebracht. Voor gebieden met een archeologische verwachtingswaarde geldt een archeologische onderzoeksplicht. Op grond van het bestemmingsplan 'Leeuwarden - Partiële herziening Archeologie’ geldt voor het grootste deel van het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’ en voor een klein deel de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’. Alleen binnen de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’ vinden ontwikkelingen plaats die mogelijk bodemingrepen met zich meebrengen. Voor deze categorie geldt een onderzoeksplicht bij ingrepen groter dan 2.500 m² en dieper dan 50 cm. De geplande ingrepen overschrijden deze criteria niet. Archeologisch onderzoek is dan ook niet vereist voor dit project. Cultuurhistorie en karakteristieke panden Met ingang van 1 januari 2012 is het gewijzigde Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in werking getreden. Het voorstel tot wijziging is een uitvloeisel van de Beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg (MoMo) uit 2009. Bij het opstellen van ruimtelijke plannen moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden.

In het plangebied zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig die geraakt worden door de uitbreiding van de minicamping of het gebruik van de voormalige ligboxenstal als caravanstalling. De bestaande bebouwing betreft geen monument of karakteristiek bouwwerk. Bodem Uitgangspunt ten aanzien van de bodemkwaliteit is dat deze bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zodanig goed moet zijn dat er geen risico’s voor de volksgezondheid bestaan bij het gebruik van het plangebied voor wonen of een andere functie. De locatie is reeds lang bebouwd en vermoedelijk reeds lang in gebruik als erf met gebouwen van een agrarisch bedrijf. Uit een milieucontrole in 2008 is o.a. gebleken dat een op het perceel aanwezige dieseltank lekkage vertoonde. Deze tank is daarna verwijderd. De locatie is gelegen in een gebied waarvan de algemene bodemkwaliteit voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’. Ook uit het aangeleverde formulier ‘verkort historisch onderzoek’ (zie bijlage 4) blijkt niet dat het plangebied verdacht is. Daarmee is de bodemkwaliteit geschikt voor dit project. Mocht tijdens het verwijderen van bestaande verharding onbekend materiaal/bijmenging aangetroffen worden, zal alsnog een bodemonderzoek uitgevoerd moeten worden. Dit zal als voorwaarde in de omgevingsvergunning worden opgenomen.

Waterparagraaf In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het project voor de waterhuishoudkundige situatie. In de zogenaamde waterparagraaf dient uiteengezet te worden of en in welke mate het project in kwestie gevolgen heeft voor de waterhuishouding, dat wil zeggen het grondwater en het oppervlaktewater. Het is de schriftelijke weerslag van de zogenaamde watertoets. Op 1 juli 2021 is voor het project een watertoets doorlopen (zie bijlage 5). Op basis van de aangeleverde gegevens is met de digitale watertoets geconstateerd dat met betrekking tot het planvoornemen een ‘normale procedure’ volstaat. Dit betekent dat aanwezige wateraspecten van invloed (kunnen) zijn op het plan. Als richtlijn bij het beoordelen van ruimtelijke plannen werkt Wetterskip Fryslân met de Leidraad watertoets. Hierin staan voor alle wateraspecten uitgangspunten omschreven waarmee rekening moet worden gehouden en is informatie raadpleegbaar over te nemen maatregelen. Wateraspecten en aandachtspunten die specifiek op het plan en planlocatie van toepassing kunnen zijn, zijn benoemd in het wateradvies die in de stukken omtrent de watertoets is opgenomen. Kortheidshalve wordt op deze plek naar deze passages in het wateradvies verwezen. Er bestaan voor

Ruimtelijke onderbouwing voor de uitbreiding van de minicamping aan de Ayttadyk 10 te Swichum ontwerp d.d. 04-11-2021

9

het plan geen waterhuishoudkundige bezwaren wanneer aan de richtlijnen ten aanzien van deze wateraspecten wordt voldaan. Door de ruimtelijke ontwikkeling neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Vrijstelling van de compensatieplicht geldt wanneer de ontwikkeling voorziet in de realisatie van minder dan 200 m2 verhard of bebouwd oppervlak in stedelijk gebied en 1.500 m2 in landelijk gebied. De uitbreiding van de minicamping vindt plaats in het landelijk gebied. De ruimtelijke ontwikkeling voorziet in de realisatie van in totaal circa 404 m2 bebouwd oppervlak. Hiermee wordt ruimschoots onder het criterium van 1.500 m2 verhard of bebouwd oppervlak op onbebouwde grond gebleven en geldt voor deze ontwikkeling dan ook geen compensatieplicht. Direct ten zuiden van het plangebied loopt een schouwsloot (zie afbeelding 8). Deze moet bereikbaar blijven voor beheer en onderhoud. Nabij de schouwsloot vinden geen ontwikkelingen plaats die de bereikbaarheid van de schouwsloot belemmeren.

Afbeelding 8: Legger met begrenzing plangebied in rood (bron: Wetterskip Fryslân) Het afvalwater zal via een decentrale biologische afvalwaterzuivering (IBA) voor huishoudelijk afvalwater worden gezuiverd. Het regenwater zal worden afgevoerd via de dichtstbijzijnde sloot. Ecologie / Groen Met de afwijking dient rekening te worden gehouden met het beleid en de wetgeving ten aanzien van de natuurbescherming. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen gebiedsbescherming en soortenbescherming. Uitgangspunt is dat met beide geen strijdigheid ontstaat. • Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied dat in het kader van de Wet Natuurbescherming is beschermd. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, De Alde Feanen, ligt op circa 4,5 km afstand van het plangebied. In het plangebied liggen geen gebieden die zijn aangewezen in het kader van Natuur Netwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijzijnde gebied dat van belang is voor de ecologische hoofdstructuur ligt op circa 1,4 km (zie afbeelding 9). Gebiedsbescherming is dan ook niet aan de orde.

Ruimtelijke onderbouwing voor de uitbreiding van de minicamping aan de Ayttadyk 10 te Swichum ontwerp d.d. 04-11-2021

10

Afbeelding 9: Locatie plangebied ten opzichte van NNN (bron: kaartengalerij provincie Fryslân) Het gebied rondom het plangebied is wel aangewezen als weidevogelkansgebied (zie afbeelding 10).

Afbeelding 10: Locatie plangebied binnen weidevogelkansgebied (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Ruimtelijke onderbouwing voor de uitbreiding van de minicamping aan de Ayttadyk 10 te Swichum ontwerp d.d. 04-11-2021

11

De minicamping blijft gesitueerd binnen het gebied dat in het bestemmingsplan daarvoor is aangewezen. Alleen het aantal toegestane kampeermiddelen neemt toe van 15 tot 25 kampeermiddelen. Daarnaast worden de 9 blokhutten en het sanitairgebouw geplaatst binnen het in het bestemmingsplan aangewezen bouwvlak. Tenslotte wordt bij de landschappelijke inpassing rekening gehouden met de ligging in het weidevogelkansgebied, door geen hoge bomen te planten. Dit betekent dan ook dat er geen sprake is van extra verstoring van het gebied van openheid en rust. • Soortenbescherming Gelet op de voor de uitbreiding van de minicamping benodigde werkzaamheden (het plaatsen van 9 blokhutten en een sanitairgebouw op betonnen funderingen in wat nu open weiland is) is ecologisch onderzoek naar soortenbescherming op voorhand niet noodzakelijk. In principe zullen de werkzaamheden buiten het weidevogelbroedseizoen (dat loopt globaal van begin maart tot begin juli) moeten worden uitgevoerd. In het weidevogelbroedseizoen kunnen wel werkzaamheden uitgevoerd worden wanneer er geen weidevogels broeden. Er is (gezien de activiteiten die er al plaatsvinden) een geringe kans dat er op het weiland weidevogels aanwezig zijn. Door vóór het weidevogelbroedseizoen al voor verstoring te zorgen kan voorkomen worden dat er weidevogels gaan broeden.

Dit kan bijvoorbeeld door te maaien of het weiland te gebruiken voor activiteiten. Wel moet er, voordat er werkzaamheden in het weidevogelbroedseizoen kunnen worden uitgevoerd, een quickscan worden gedaan op de aanwezigheid van broedvogels. Wanneer daarmee aangetoond wordt dat er geen broedvogels aanwezig zijn, dan kunnen de werkzaamheden ook in het weidevogelbroedseizoen plaatsvinden. Dit zal als voorwaarden worden opgenomen in de omgevingsvergunning. • Stikstofdepositie Op circa 4,5 km ten zuidoosten van het plangebied ligt het dichtstbijzijnde voor stikstof gevoelig Natura 2000 gebied De Alde Feanen (zie afbeelding 11).

Afbeelding 11: Plangebied ten opzichte van stikstofgevoelige habitats (bron: AERIUS-Calculator)

Ruimtelijke onderbouwing voor de uitbreiding van de minicamping aan de Ayttadyk 10 te Swichum ontwerp d.d. 04-11-2021

12

Met behulp van de meest actuele release van het rekenprogramma AERIUS-Calculator is een berekening uitgevoerd voor zowel de aanleg- als gebruiksfase. Uit deze berekening blijkt dat de stikstofdepositie nergens hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar (zie bijlage 6). Hierdoor heeft het project geen effect op Natura 2000 gebieden. • Monumentale- en waardevolle bomen In december 2019 zijn de “Nadere regels bomen en compensatie groen” vastgesteld. Door het vaststellen van de “Lijst monumentale en waardevolle bomen” zijn de ongeveer 1.400 monumentale en waardevolle bomen beschermd en er geldt een aparte “kapvergunning-procedure” voor. Op of nabij het perceel Ayttadyk 10 bevinden zich geen monumentale en/of waardevolle bomen. Kabels en leidingen Planologisch relevante kabels en leidingen komen in of nabij het plangebied niet voor. Straalpaden / Vliegbasis Leeuwarden Vanwege Vliegbasis Leeuwarden zijn in diverse bestemmingsplannen van de gemeente Leeuwarden vrijwaringszones opgenomen vanwege radarverstoring en ILS-verstoring. Ter plaatse van de Ayttadyk 10 gelden geen vrijwaringszones met bouwbeperkingen qua hoogte. Plan-Mer / Mer-beoordelingsplicht In onderdeel 10, onder d op de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage is de aanleg, wijziging of uitbreiding van permanente kampeer- en caravanterreinen opgenomen. De ontwikkeling blijft ruimschoots onder de opgenomen drempelwaarden.

Voor activiteiten op de D-lijst onder de drempelwaarde geldt dat een zogenaamde “vormvrije m.e.r.-beoordeling” moet worden doorlopen. Op grond van artikel 5 van het Besluit milieueffectrapportage moet worden onderzocht of de activiteit (naar verwachting) leidt tot belangrijke negatieve milieueffecten, die tot het doorlopen van een (formele) m.e.r.-beoordeling dan wel m.e.r.-procedure noodzaken. Hiervoor is een m.e.r.aanmeldnotitie opgesteld (zie bijlage 7). Op basis daarvan kan geconcludeerd worden dat de ontwikkeling geen nadelige gevolgen heeft voor het milieu. Ladder voor duurzame verstedelijking In het besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de “ladder voor duurzame verstedelijking”. De “stappen van de ladder” worden in artikel 3.1.6 lid 2 Bro als volgt omschreven: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Op grond van artikel 5.20 Bor is artikel 3.1.6 Bro eveneens van toepassing voor een omgevingsvergunning die wordt verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°van de Wabo. Uit jurisprudentie blijkt dat niet iedere ontwikkeling als een stedelijke ontwikkeling valt te kwalificeren. Of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Uit jurisprudentie blijkt dat een kampeerterrein geen stedelijke ontwikkeling is. De conclusie is dan ook dat voor dit project de zogenaamde ladder niet doorlopen hoeft te worden. Wanneer een ruimtelijke ontwikkeling niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling kan worden aangemerkt dient wel beoordeeld te worden op het project in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Die beoordeling heeft plaatsgevonden in de rest van deze ruimtelijke onderbouwing.

Ruimtelijke onderbouwing voor de uitbreiding van de minicamping aan de Ayttadyk 10 te Swichum ontwerp d.d. 04-11-2021

13

UITVOERBAARHEID Maatschappelijke uitvoerbaarheid De aanvraag omgevingsvergunning doorloopt de in de Wabo voorgeschreven procedure. Dit betekent dat de aanvraag gedurende zes weken ter inzage ligt voor zienswijzen. Naast publicatie in het Gemeenteblad en Huis aan Huis Leeuwarden, zullen direct omwonenden over de ter inzagelegging schriftelijk worden geïnformeerd. Tijdens deze periode bestaat voor eenieder de mogelijkheid voor het indienen van zienswijzen. Aan de hand van de ingekomen zienswijzen kan het project eventueel worden aangepast. De indieners van de zienswijzen worden hiervan op de hoogte gehouden. Tegen de omgevingsvergunning is beroep mogelijk bij de rechtbank en hoger beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Economische uitvoerbaarheid De kosten worden gedekt uit de leges en door het sluiten van een overeenkomst ambtelijke kosten. De eventuele planschade wordt betaald door de initiatiefnemer. Voorts wordt het project volledig gefinancierd door de initiatiefnemer en er is geen aanleiding om te veronderstellen dat deze niet over voldoende financiële middelen beschikt om dit project te realiseren. Conclusie Het te realiseren project past goed in de ruimtelijke structuur van de omgeving en past in het ruimtelijk beleid van de gemeente Leeuwarden en de provincie Fryslân.

Nu er ook voor het overige geen redenen zijn waarom niet kan worden meegewerkt is de afwijking van het bestemmingsplan aanvaardbaar. Om deze redenen kan worden meegewerkt aan dit verzoek door af te wijken van het geldende bestemmingsplan.

Ruimtelijke onderbouwing voor de uitbreiding van de minicamping aan de Ayttadyk 10 te Swichum ontwerp d.d. 04-11-2021

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=cf39f70d-c691-4806-a6e5-a8f95446f266