CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Retailvisie gemeente Leeuwarden 2022 Visie en Beleid

Besluitvorming (raad) 12 oktober 2022, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Beleidskader Retail 202210.325 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

PROFIEL WIJK- EN BUURTCLUSTERS IMPRESSIE CLUSTERS

DE BILGAARD

MIRO CENTER

POSITIONERING GERICHT OP DE BOODSCHAPPENFUNCTIE EN ONTMOETING IN DE WIJK/ BUURT. WIJKGEORIËNTEERDE RETAILFUNCTIES KUNNEN IN DEZE CLUSTERS WORDEN INGEPAST. (RUIMTELIJK FUNCTIONELE) AMBITIES TYPE

WAT?

BESCHRIJVING

ORGANISATIE & FINANCIERING

Samenwerking met elkaar en met andere (ondersteunende) clusters. Zo kunnen zij elkaar versterken en leren van zaken die ook elders spelen.

GEDRAGEN VISIE & POSITIONERING

De wijk- en buurtclusters zijn meer dan enkel boodschappencentra. Met name op plekken met vergrijzing rondom is het ook een plek voor ontmoeting. Dit wordt bevorderd door een aantrekkelijk cluster en door o.a. bankjes en een koffieapparaat in de supermarkt te faciliteren.

FUNCTIEMIX & BRANCHERING

Inzetten op behoud van aanbod en bestendiging. Optimalisering en modernisering moet mogelijk worden gemaakt, maar alleen als dit niet bijt met de andere onderdelen van de onderliggende structuur of met de centrumgebieden. Wijkgeoriënteerde retailfuncties als de snackbar en kapper passen in de wijk en buurtclusters

LOOK & FEEL

Uitnodigende groene openbare ruimte waar ontmoeting wordt gestimuleerd middels bankjes en terrassen. Een goede bereikbaarheid, zowel lopend, met de fiets als met de auto is belangrijk.

Een eenduidige uitstraling draagt bij aan de kracht van de COMMUNICATIE ondersteunende wijk- en buurtstructuur. Buurtgerichte evenementen en EN MARKETING acties dragen bij aan een positief wijkgevoel.

BIJLAGE 1

41

BIJLAGE 1 BEGRIPPEN

Bedrijfsoppervlakte (BVO) De bedrijfsvloeroppervlakte (BVO) is de totale vloeroppervlakte van een kantoor, winkel, bedrijf of voorziening met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten. Dagelijkse sector Winkels in Levensmiddelen en Persoonlijke Verzorging. Dit betreffen onder meer supermarkten, versspeciaalzaken, drogisterijen, parfumeries en apotheken. Diensten Tot de Diensten behoren den hoofdbranches Verhuur, Ambacht, Financiële instelling en Particuliere dienstverlening. Hiertoe vallen de volgende verkooppunten: Videotheek, Autoverhuur, Rijwielverhuur, Gereedschap verhuur, Verhuur Overig, Edelsmid, Schoenreparatie/Sleutels, Kapper, Tattoo/Piercing, Schoonheidsspecialist, Kledingreparatie, Stoffeerderij, Kleermaker, Pottenbakker, Electro reparatie, Drukwerk, Foto-ontwikkelen, Dierentrimsalon, Lijstenmaker, Ambacht overig, Financiële intermediair, Verzekeringswerk, Bank, Postkantoor, Bellen/Internet, Fotostudio, Makelaardij, Autowasserij, Autopoetsbedrijf, Fietsenstalling, Stomerij/Wassalon, Reisbureau, Uitzendbureau, Uitvaart, Diensten overig. GDV (Grootschalige Detailhandelsvestiging) Bij Grootschalige DetailhandelsVestigingen (GDV) gaat het niet om de omvang van de goederen (zoals bij PDV, zie verderop in begrippenlijst), maar om de omvang van de winkel zelf.

Grootschalige detailhandelsvestigingen zijn van oorsprong minimaal 1.500 m² bvo en betreffen veelal sport- en elektronicawinkels. Horeca De Nederlandse horeca omvat de volgende sectoren (indeling Horeca DNA, bij Locatus valt het allemaal onder de hoofdbranche Horeca) : • Drankensector: Café/Bar, Discotheek, Coffeecorner, Kiosk, Horeca bij recreatiebedrijf of sportaccommodatie, Strandbedrijf, Ontmoetingscentrum, Zalen-/Partycentrum • Fastservicesector: IJssalon, Cafetaria/Snackbar, Fastservicerestaurant, Shoarmazaak, Lunchroom, Pannenkoekenrestaurant, Restauratie, Spijsverstrekkers (hieronder vallen met name afhaalbedrijven die (beperkt) zijn ingericht voor verbruik ter plaatse. Denk hierbij aan toko's en afhaalchinezen.) • Restaurant sector: Bistro, Pizzeria, Restaurant, Café-restaurant, Wegrestaurant

42

BIJLAGE 1

Koopkrachtafvloeiing Mate waarin inwoners van een bepaald gebied hun bestedingen verrichten bij gevestigde winkels buiten dat gebied of naar online kanalen. Koopkrachtbinding Mate waarin inwoners van een bepaald gebied hun bestedingen verrichten bij winkels die in dat gebied gevestigd zijn. Koopkrachttoevloeiing Aandeel van de omzet die van bewoners komt die buiten een bepaald gebied wonen. Leegstand Een unit/verkooppunt/pand met een commerciële bestemming, zonder dat daar een functie is gevestigd. Een leegstaand pand kan in het verleden een winkel zijn geweest, maar ook een andere functie hebben gehad (zoals bijvoorbeeld een ambacht, horeca of dienstverlening). Ook bij eventuele invulling van het pand kunnen naast een winkel ook andere functies gevestigd worden. Leisure Leisure is een brede term voor verschillende commerciële functies. Door Locatus is de groep uitgesplitst naar drie branches: Horeca, Cultuur en Vermaak. Onder Cultuur valt o.a. de bibliotheek, bioscoop, museum en theater. Vermaak betreffen functies als een pretpark, bowlingbaan, sauna en zwembad. Locatus Locatus is een onafhankelijke commerciële dienstverlener die informatie verzamelt over alle winkels en consumentgerichte, dienstverlenende bedrijven. Veldwerkers bezoeken en onderzoeken jaarlijks alle winkelgebieden in de Benelux.

De verzamelde gegevens, zoals (winkel)naam, winkelverkoopvloeroppervlak en branche worden geregistreerd in de database. Er wordt daarnaast ook een indeling in winkelgebieden aan gekoppeld en winkelgebieden worden geclassificeerd. Marktruimte (o.b.v. distributieve berekening) Een veelgebruikt rekeninstrument om het huidige functioneren en eventuele indicatieve markt voor detailhandel in de toekomst te kunnen duiden is de distributieve berekening. Hierin wordt het huidige gevestigde aanbod in een specifieke branche (bijvoorbeeld dagelijkse detailhandel) in een afgebakend gebied vergeleken met het landelijke gemiddelde. Daarbij wordt de gemiddelde vloerproductiviteit berekend van het in het gebied gevestigde aanbod. Het verschil tussen de gerealiseerde vloerproductiviteit en de landelijke gemiddelde vloerproductiviteit bepaalt of de desbetreffende branche boven- of ondergemiddeld functioneert. Het verschil tussen de gerealiseerde en gemiddelde vloerproductiviteit kan worden opgevat als indicatieve uitbreidingsruimte, dan wel overaanbod.

BIJLAGE 1

43

Niet-dagelijkse Sector (regulier) Winkels in Mode & Luxe, Vrije Tijd en Elektronica. Dit betreffen de branches warenhuizen, kleding & mode, schoenen en lederwaren, huishoudelijke & luxe artikelen, juwelier & optiek, antiek & kunst, sport & spel, hobby, media en bruin & witgoed. Deze branches treffen we gewoonlijk aan in de centrale en ondersteunende winkelgebieden. Ondersteunende horeca Horeca die ondersteunend aanwezig is aan de hoofdfunctie, bijvoorbeeld detailhandel. De horeca vestiging heeft geen trekkracht op zich, maar heeft met name als functie om het verblijf aangenamer te maken en daarmee te verlengen. Ondergeschikte horeca volgt de openingstijden van de winkels. Het betreffen veelal lunch- en/of koffiezaken. PDV (perifere detailhandelsvestigingen)/ Volumineuze detailhandel Perifere detailhandelsvestigingen zijn winkels die vanwege hun aard en omvang over het algemeen niet in de traditionele winkelcentra (binnenstad, buurt- en wijkcentra) gevestigd kunnen worden. Het gaat hierbij vooral (en niet uitsluitend) over de volumineuze aard van de goederen. Deze benadering van perifere winkels is vanuit het voormalige rijksbeleid ingestoken en dus met name branchegericht. Veelvoorkomende branches zijn: auto’s, boten en caravans (ABC), bouwmarkten, tuincentra en detailhandel in woninginrichting.

Verblijfsgebied Waar we in het verleden spraken over winkelgebieden, worden dit steeds meer verblijfsgebieden. De functie winkelen wordt minder belangrijk en dit biedt ruimte voor horeca en andere leisurefuncties. Een prettig verblijf staat voorop. We gaan van winkelgebieden waar transacties het hoofddoel vormden, naar verblijfsgebieden waar attractie en vermaak de belangrijkste doelen zijn. Vloerproductiviteit De vloerproductiviteit (omzet in € per m² wvo) is een veelgebruikt kengetal om het functioneren van een winkel inzichtelijk te maken. Winkelvloeroppervlakte (WVO) De winkelvloeroppervlakte betreft de winkeloppervlakte die in gebruik is voor de directe verkoop van goederen. Het betreft de voor de klant toegankelijke verkoopruimte van de winkel, oftewel de totale bedrijfsvloeroppervlakte minus eventueel kantoor-, personeels- en magazijnruimte, toiletten etc.

44

BIJLAGE 2

BIJLAGE 2 HORECANOTA GEMEENTE LEEUWARDEN

INDELING IN HORECACATEGORIËN

In het bestemmingsplan wordt een onderscheid gemaakt in vijf horecatypes. De horecatypes 1 t/m 4 zijn vanwege de daaraan gekoppelde openingstijden en aard van de functie oplopend potentieel belastend voor de omgeving. Hoewel het onderscheid in horecatypes vervaagt vanwege mengvormen tussen eet- en drinkhoreca, wordt deze indeling aangehouden omdat die gebruikt wordt in de rechtsgeldige bestemmingsplannen en ook landelijk algemeen gebruikt wordt. • Horeca 1 is een horecabedrijf dat is gericht op het verstrekken van dranken en etenswaren aan bezoekers van centrumvoorzieningen, zoals ijssalons, croissanterieën, lunch- en tearooms en naar de aard en openingstijden daarmee gelijk te stellen horecabedrijven. Het gaat hier om de zogeheten winkelondersteunende of daghoreca: dit betreft de horecazaken die complementair zijn aan de centrumfuncties en zich ook schikken naar de winkeltijden. De doelgroep van deze vorm van horeca is hoofdzakelijk de winkelbezoeker die tijdens het winkelen een hapje wil eten of een ijsje wil nuttigen. • Horeca 2 is een horecabedrijf dat voornamelijk gericht is op het verstrekken van maaltijden, zoals restaurants. Het betreft hier de restauratieve horecabedrijven die overwegend in de loop van de middag openen en aan het einde van de avond sluiten. Dit is een ‘rustige‘ horecafunctie waar in de regel geen hoge bezoekersfrequentie aanwezig is.

• Horeca 3 is een horecabedrijf dat zowel gericht is op het verstrekken van etenswaren als dranken of een combinatie van beiden, zoals cafetaria’s, snackbars, automatieken en shoarmazaken. Ook eetcafés vallen onder deze categorie. Het betreft hier de bezoekers-intensieve horecabedrijven, voornamelijk gericht op het verstrekken van etenswaren, die gedurende de hele dag, avond en nacht open kunnen en mogen zijn. • Horeca 4 is een horecabedrijf dat voornamelijk is gericht op het verstrekken van dranken, zoals cafés, bars, clubs en discotheken. Deze categorie wordt als de zwaarste vorm van horeca beschouwd. Deze 4 horecabedrijven zijn veelal uitsluitend ’s avonds en ’s nachts geopend en hebben gedurende deze uren, met name in het weekend, een zeer hoge bezoekersfrequentie. Op grond van het coffeeshopbeleid mogen coffeeshops alleen in deze horeca-categorie gevestigd worden. • Horeca 5 betreft een bedrijfsactiviteit waarbij de bedrijfsuitoefening hoofdzakelijk is gericht op het tegen vergoeding verstrekken van logies al dan niet in combinatie met het verstrekken van etenswaren en dranken.

BIJLAGE 2

45

DEELGEBIEDEN EN OMGANG MET INITIATIEVEN

In de Horecanota is de gemeente Leeuwarden opgedeeld in verschillende deelgebieden, waaraan ook de gewenste horecatypen en omgang met initiatieven is gekoppeld. • Groen (gebied 1). Gevormd door drie gebieden in de binnenstad die het horeca kerngebied vormen van de gemeente, hier zijn momenteel de meeste horecavestigingen geconcentreerd en het beleid is erop gericht deze functie te behouden en te versterken. Hier zijn horecatypen 1, 2, 3 en 4 toegestaan. • Oranje (gebied 2). Gevormd door het deelgebied in de binnenstad van Leeuwarden dat de belangrijkste winkelfunctie herbergt en een gedeelte van het centrum van Grou, dat ook een uitgaansfunctie kent. Hier zijn in principe horecatypen 1, 2 en 3 toegestaan. • Blauw (gebied 3). Gevormd door deelgebieden aan de noord- en zuidkant van de binnenstad van Leeuwarden, waar de woonfunctie prominenter aanwezig is. Hier wordt restrictiever omgegaan met horeca initiatieven. Onder randvoorwaarden zijn horecatypen 1 en 2 mogelijk. • Geel (gebied 4). Gevormd door de overige dorpen en wijken van de gemeente Leeuwarden. − Horeca is hier uitsluitend toegestaan indien het initiatief een functionele, maatschappelijke en/of ruimtelijke meerwaarde voor het omringend gebied betekent, bijvoorbeeld een wijkrestaurant of lunchroom.

Binnen deze randvoorwaarde zijn initiatieven in horecacategorie 1 en 2 mogelijk, mits de oppervlakte van het horecabedrijf kleiner is dan 250 m² horecavloeroppervlakte (hvo). − Binnen bestaande buurt- en wijkwinkelcentra is eethoreca toegestaan tot en met horecacategorie 3 mits de oppervlakte van het horecabedrijf kleiner is dan 250 m² horecavloeroppervlakte (hvo); − In een nieuw woongebied van voldoende omvang is eethoreca toegestaan tot en met horecacategorie 3, mits de oppervlakte van het horecabedrijf kleiner is dan 250 m² horecavloeroppervlakte (hvo), binnen zones in het nieuwe woongebied waar ook andere verzorgende functies zijn gepland(buurt- en wijkwinkelcentra); − Grootschalige horeca (oppervlakte meer dan 250 m² hvo) is niet toegestaan tenzij deze onderdeel zijn van een nieuwe integrale gebiedsontwikkeling passend binnen door de raad vast te stellen kaders.

46

FIGUUR 12 GEBIEDSINDELING HORECA GEMEENTE LEEUWARDEN Bron: Horecanota gemeente Leeuwarden 2016

BIJLAGE 2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=0605154f-31ed-4890-a805-d7b1e77a0f72