Regionale startnotitie VOI Fryslân (juni 2020) - It giet oan!
Tekst van het document
Regionale startnotitie Veranderopgave Inburgering Fryslân: It giet oan! Steller: Status:
Mirjam Gietema, regiocoördinator Inburgering Fryslân Vastgesteld door de Beleidstafel VOI op 25 juni 2020
Introductie Per 1 juli 2021 treedt de nieuwe Wet Inburgering in werking en worden gemeenten verantwoordelijk voor het organiseren van de inburgering en het begeleiden van inburgeringsplichtige nieuwkomers. Het takenpakket van de gemeente wordt hiermee behoorlijk uitgebreid ten opzicht van het huidige inburgeringsstelsel waarin een groot beroep wordt gedaan op de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeraars. Onder de noemer ‘Veranderopgave Inburgering’ (VOI) bereiden Nederlandse gemeenten zich nu al voor op de nieuwe wet. Gemeenten worden hierin ondersteund door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en Divosa. Doel en positie van de startnotitie Deze startnotitie is opgesteld door de Beleidstafel Veranderopgave Inburgering, hierin zijn alle Friese gemeenten ambtelijk vertegenwoordigd. Het document kan worden gezien als het spoorboekje voor de benodigde de werkzaamheden in het kader van de voorbereiding op en uitvoering van de Wet Inburgering 2021 in de regio Fryslân. Vanuit de bedoeling en kaders van de nieuwe wet worden de nieuwe en aangepaste taken met de daarbij behorende aandachtpunten toegelicht. Hierdoor wordt duidelijk wat er voor 1 juli 2021 allemaal moet gebeuren. Op basis van deze taken en de lokale en regionale situatie, legt deze notitie vast hoe wij als Friese gemeente de Veranderopgave organiseren.
Als regio gaan we actief kennis uitwisselen en de voorbereiding en uiteindelijke uitvoering goed op elkaar afstemmen. Hierbij zoeken we de samenwerking op voor zowel beleidsmatige als praktische zaken. In deze startnotitie staat hoe we dit gaan doen. In deze notitie worden nog geen beleidskeuzes gemaakt of besluiten genomen in hoeverre (nieuwe) uitvoeringstaken vanaf 1 juli 2021 gezamenlijk worden opgepakt. In oktober volgt de ‘Startnotitie Inkoop en Uitvoering’, hierin worden de gemaakte keuzes en bijkomende taken ten aanzien van inkoop vastgelegd. Dit document is opgesteld voor de volgende spelers in het Friese werkveld van inburgering, participatie en integratie van inburgeringsplichtige nieuwkomers: • Colleges van Burgemeester en Wethouders: vaststellen startnotitie. • Raadsleden: ter kennisgeving. • Beleid en uitvoering: spoorboekje voor het beleidsproces en (voorbereiding op) de uitvoering. • Friese ketenpartners: ter informatie. Opzet van de startnotitie De startnotitie is als volgt opgebouwd: 1. De nieuwe Wet Inburgering 2. Veranderopgave inburgering: overzicht nieuwe taken en impact op de organisatie 3. Fryslân bereidt zich voor: wat en hoe 4. Wet in uitvoering: beleidsuitgangspunten voor de te maken besluiten 5. Regionale ondersteuning 6. Financiën 7. Vervolg 1
2 3 6 7 9 9 9
1. De nieuwe Wet Inburgering Op 1 juli 2021 treedt de nieuwe Wet Inburgering in werking. De nieuwe wet betreft een algehele stelselwijziging en vervangt het huidige inburgeringssysteem. Waarom een nieuwe Wet Inburgering en een nieuw inburgeringsstelsel? De inburgering van nieuwkomers in Nederland moet ervoor zorgen dat zij zo snel mogelijk meedoen in Nederland, het liefst via betaald werk. In het huidige inburgeringsstelsel is dit onvoldoende het geval. De huidige stelsel kent de volgende belemmeringen: • Inburgeringsplichtigen zijn in het huidige stelsel zelf verantwoordelijk voor het voldoen aan de inburgeringsplicht maar zijn onvoldoende in staat om hier zelfstandig invulling aan te geven. • Het stelstel staat teveel op zichzelf en sluit niet aan bij participatie en onderwijs, ook de aansluiting tussen voorinburgering en het inburgeringstraject kan worden verbeterd. • Inburgeraars worden onvoldoende gestimuleerd om een zo hoog mogelijk taalniveau examen te doen. De ‘Veranderopgave Inburgering’ leidt tot een groot aantal wijzigingen ten aanzien van de huidige Wet Inburgering (2007, 2013 en 2017). Daarom is ervoor gekozen om een nieuwe wet te schrijven in plaats van de huidige wet te wijzigen.
Wat is de bedoeling van de nieuwe wet? Het nieuwe inburgeringsstelsel beoogt, nadrukkelijk samen met andere wetgeving in het sociaal domein en de participatiewet in het bijzonder, een bijdrage te leveren aan het maatschappelijke doel van inburgering: alle inburgeringsplichtigen doen snel en volwaardig mee in de Nederlandse maatschappij, liefst via betaald werk. Dit doel vertaalt zich in een specifiek beleidsdoel voor het nieuwe inburgeringsstelsel: inburgeringsplichtigen bereiken het voor hen hoogst haalbare taalniveau (liefst niveau B1) en kennis van de Nederlandse maatschappij, in combinatie met gerichte inspanningen op participeren naar vermogen vanaf de start van het inburgeringstraject. Om dit specifieke beleidsdoel te behalen, zijn de volgende vijf uitgangspunten van belang: 1. Tijdige start 2. Snelheid traject 3. Maatwerk 4. Dualiteit: combineren van taal leren en participeren 5. Kwaliteit inburgeringsstelsel Hoe zit de nieuwe wet er in hoofdlijnen uit? De nieuwe wet inburgering ziet er op hoofdlijnen als volgt uit: • De inburgering wordt gepositioneerd als onderdeel van het brede sociaal domein. De regierol van gemeenten over de uitvoering wordt vastgelegd in de wet. • Het nieuwe stelsel zet in op een doorlopende lijn vanuit de opvang. Met taal vanaf dag één en het programma ‘’Voorbereiding op de inburgering’’ wordt hier in het AZC mee begonnen.
• De regierol van gemeenten in deze doorlopende lijn begint met een brede intake. Leren en participeren gaan hand in hand en beide aspecten worden in een persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP) opgenomen. • Gemeenten krijgen de taak om alle (bijstandsgerechtigde) asielstatushouders verplicht te ontzorgen gedurende zes maanden. Dit helpt deze inburgeraars om de focus bij aanvang van de inburgeringstermijn bij inburgering en participatie te leggen. • Er komen drie leerroutes in het nieuwe stelsel: 1. Onderwijsroute: gericht op het behalen van een Nederlands schooldiploma voor een goede startpositie op de arbeidsmarkt. Na een taalschakeltraject worden jonge inburgeraars daarom zo snel mogelijk doorgeleid naar een Nederlandse opleiding. 2
•
2. B1-route: om het mogelijk te maken dat de meeste inburgeraars zo snel mogelijk, maar maximaal binnen drie jaar, taalniveau B1 behalen en hun perspectief op de arbeidsmarkt vergroten, is het van belang dat het leren van de taal gecombineerd wordt met (vrijwilligers)werk. 3. Zelfredzaamheidsroute (Z-route): voor mensen voor wie de onderwijs- of B1-route buiten bereik ligt, komt er een leerroute waarbij iedereen leert zich in de maatschappij te redden. Er worden geen ontheffingen op basis van aantoonbaar geleverde inspanningen meer verleend. Gemeenten zijn verantwoordelijk om een sluitend inburgeringsaanbod te doen: dit aanbod omvat naast een van de drie leerroutes in ieder geval kennis van de Nederlandse maatschappij (KNM), Module Arbeidsmarkt & Participatie (voorheen Oriëntatie op de Nederlandse Arbeidsmarkt) en het participatieverklaringstraject (PVT).
2. Veranderopgave inburgering: overzicht nieuwe taken en impact op de organisatie In het nieuwe inburgeringsstelsel spelen gemeenten een cruciale rol wat betreft het organiseren van de inburgering en het begeleiden van inburgeringsplichtigen. Minister Koolmees roept gemeenten op om vroegtijdig te starten met het inregelen van de nieuwe wettelijke onderdelen zodat het stelsel op 1 juli 2021 staat en gemeente samen met de betrokken samenwerkingspartners voorbereid zijn op het uitvoeren van de (nieuwe) wettelijke taken. Doorlopende leerlijn, brede intake en PIP (nieuwe taak gemeente) Van gemeenten wordt verwacht dat zij bij asielstatushouders zo vroeg mogelijk betrokken zijn, bij voorkeur starten gemeenten al met de brede intake tijdens het verblijf in het AZC. De brede intake neemt in het nieuwe stelsel een belangrijke plek in en markeert een duidelijke breuk met het huidige stelsel: door middel van de brede intake die verplicht wordt voor elke inburgeringsplichtige en die door gemeenten wordt afgenomen, wordt een beeld gevormd van de startpositie en ontwikkelmogelijkheden van de inburgeringsplichtige op het gebied van inburgering en participatie. Na afronding van de brede intake stelt de gemeente, zoveel als mogelijk in afstemming met de inburgeringsplichtige, het PIP op.
Het PIP bevat de beslissing waarbij de leerroute wordt vastgesteld en bevat overige informatie over op welke wijze de inburgeringsplichtige aan zijn inburgeringsplicht moet voldoen. Het PIP wordt gekwalificeerd als beschikking. Impact doorlopende leerlijn, brede intake en PIP op de gemeentelijke organisatie • Beleidskeuzes en inhoudelijke invulling van de brede intake en PIP • Inbedding van de Wet Inburgering in het Sociaal Domein, sterk relatie met participatiewet • Samenwerken met het COA in het kader de uitvoering van de brede intake en het PIP • Inpassen van de landelijk uitgevoerde leerbaarheidstoets • Uitvoerend personeel: keuze specialisten of generalisten, capaciteit, deskundigheidsbevordering • Randvoorwaarden: vervoer, gezondheid en kinderopvang Voortgang van de inburgering (nieuwe taak gemeente) In het wetsvoorstel is vastgelegd dat gemeenten gedurende het gehele inburgeringstraject de taak krijgen om tussentijds de ontwikkelingen en vorderingen van de uitvoering van het PIP te monitoren. Op die manier kunnen gemeenten hun regierol op de uitvoering van inburgering goed vormgeven en waar nodig gedurende het traject bijsturen als dit nodig blijkt. Van gemeenten wordt in ieder geval verwacht dat er periodiek contact wordt gelegd met de inburgeringsplichtige om de voortgang van de inburgering op basis van het PIP te bespreken.
De gemeente heeft hierbij de verantwoordelijkheid om de relevante informatie over de inburgeringsplichtige vanuit bijvoorbeeld de cursusinstelling op te halen Impact monitoren voortgang inburgering en handhaving op de gemeentelijke organisatie • Beleidskeuzes en inhoudelijke invulling van de regierol en handhaving • Werkprocessen met (staande) uitvoeringspartners aanpassen op de regierol 3
Financiële ontzorging en zelfredzaamheid (nieuwe taak gemeente) Gemeenten krijgen de taak om alle (bijstandsgerechtigde) asielstatushouders verplicht gedurende een periode van zes maanden te ontzorgen. Gemeenten betalen in deze periode de vaste lasten, zoals huur, energiekosten en de verplichte verzekeringen, uit de bijstand. Daarnaast hebben gemeenten aandacht voor het daadwerkelijk financieel zelfredzaam maken van asielstatushouders zodat ze na de periode van ontzorgen niet alsnog in problemen komen. Impact financieel ontzorgen en coaching op zelfredzaamheid op de gemeentelijke organisatie • Beleidskeuzes en inhoudelijke invulling van de financieel ontzorgen, afstemmen met Participatie • Aanbieden van coaching naar (zelf)redzaamheid. Maatschappelijke begeleiding (bestaande taak gemeente) De maatschappelijke begeleiding bestaat in ieder geval uit de componenten: (1) praktische hulp bij het regelen van basisvoorzieningen en bewegwijzering na de huisvesting en (2) voorlichting over leefgebieden in de Nederlandse samenleving. Maatschappelijke begeleiding is een bestaande taak, die moet aan de hand van de nieuwe wet wel iets anders worden ingevuld.
Impact maatschappelijke begeleiding op de gemeentelijke organisatie • Staande uitvoering afstemmen op de uitvoering van de regierol, brede intake en PIP Partcipatieverklaringstraject (PVT, aangepaste taak gemeente) Het PVT bestaat, net zoals in het huidige inburgeringsstelsel, voor alle inburgeringsplichtigen uit twee onderdelen: een inleiding in de kernwaarden en de ondertekening van de participatieverklaring. De participatieverklaring is ook een bestaande taak van de gemeenten, met invoering van deze wet moet hij echter worden uitgebreid. Impact PVT traject op de gemeentelijke organisatie • Staande programma’s in lijn brengen met het PIP en aanvullen met een excursie Module Arbeid en Participatie (MAP, nieuwe taak gemeente) Binnen de MAP brengt de inburgeringsplichtige de eigen competenties en arbeidskansen in kaart. Dit wetsonderdeel vervangt het huidige programma Oriëntatie Nederlandse Arbeidsmarkt (ONA). Impact MAP op de gemeentelijke organisatie • Aanbieden MAP, hier moet de gemeente vorm, inhoud en uitvoering aan geven Inburgeringsaanbod: drie leerroutes (nieuwe taak gemeente) De reguliere inburgeringsroute is gericht op het beheersen van het Nederlands als Tweede taal (NT2) op taalniveau B1. Er kan de mogelijkheid worden gegeven om (op onderdelen) op A2 niveau examen te doen.
Binnen de onderwijsroute volgen inburgeraars, voordat zij mogen instromen in een opleiding op MBO2-niveau of hoger, een schakelvoorziening. Voor inburgeringsplichtigen bij wie tijdens de intake wordt vastgesteld dat zij het A2-niveau niet zullen halen binnen de reguliere route, is er een derde route waarin zelfredzaamheid centraal staat: de Z-route. De Zroute vervangt de ontheffingsmogelijkheid van het huidige stelsel en zorgt ervoor dat iedere inburgeraar een passend aanbod naar vermogen krijgt. Impact aanbodplicht leerroutes op de gemeentelijke organisatie • Aanbieden (en inkopen) passend taalaanbod (aanbodplicht 3 leerroutes) • Toezien op de voortgang van de inburgering
4
Inkoop Voor een deel zullen gemeenten het benodigde aanbod van de inburgering zelf (kunnen) creëren (bijvoorbeeld de begeleiding van de inburgeraar); voor een ander deel van dat aanbod zullen gemeenten op de markt inkopen. Bij het organiseren van dit aanbod hebben gemeenten onder andere de keuze uit: inbesteden, overheidsopdracht en openhouse. Impact inkoop op de gemeentelijke organisatie • Beleidskeuzes maken over wie welk programma aanbiedt • Bedrijfsvoering en budgetten Duale trajecten: taal leren én participeren (nieuwe taak gemeente) Het afgelopen jaar hebben we in de regio het kennisniveau over (begeleiding van) statushouders zowel intern bij gemeenten als extern bij ketenpartners en werkgevers verhoogd, zodat we gezamenlijk beter in staat zijn deze mensen verder te helpen in onze maatschappij. We hebben activiteiten en trainingen voor statushouders gestart, om ze sneller aan het werk te helpen. Daarnaast hebben we projecten richting participatie en werk opgezet om een vervolgstap voor statushouders mogelijk te maken.
Impact inpassing duale trajecten op de gemeentelijke organisatie • Passend aanbod van participatie componenten creëren dat aansluit op persoonlijke doelstellingen in het PIP en het gekozen taaltraject • Staande overeenkomsten met uitvoeringspartijen van (re-)integratie trajecten De ‘ondertussengroep’ (heroriëntatie) De nieuwe wet inburgering geldt voor inburgeringsplichtige nieuwkomers die vanaf 1 juli 2021 aan de gemeente gekoppeld worden. De zogenaamde ‘ondertussengroep’ betreft geen nieuwe taak voor de gemeente maar wel een groot punt van aandacht. De groep nieuwkomers die al aan hun inburgeringplicht hebben voldaan of op 1 juli nog bezig zijn met de inburgering of hier net mee zijn begonnen, vielen of vallen formeel onder het oude (huidige) inburgeringsstelsel. Met de komst van de nieuwe wet moet gekeken worden hoe zij ondanks oude regelingen - zoals de betaling van de inburgering uit de DUO lening van €10.000 - kunnen profiteren van taalverwerving en participatie componenten in het nieuwe inburgeringsstelsel. Ondersteunende processen De stelstelwijziging gaat verder dan alleen nieuwe en aangepaste taken, het behelst ook een verandering voor de gemeentelijke organisatie. Zowel de inhoud áls bedrijfsvoering verandert. Daarom moeten ook ondersteunende processen van de uitvoering ingericht zijn op de aankomende verandering.
Werkprocessen, privacy en ICT Systemen Gemeenten houden (landelijk) zelf gegevens en resultaten van hun inzet bij in hun systemen. In de huidige situatie zit er veel verschil in de definities en gegevens die gemeenten monitoren, waardoor onderlinge vergelijkingen moeilijk of niet gemaakt kunnen worden. Voorlichting en informatievoorziening In de veranderopgave is het belangrijk dat iedereen in de regio goed geïnformeerd is. Een eenduidige lijn vanuit de gemeenten naar alle andere partijen toe versterkt onze positie. Hierin is het goed dat ook iedere gemeente zelf in zet op de interne communicatie, met zowel aandacht voor uitvoering als bestuurders. Communicatie De communicatie en voorlichting is een belangrijk onderdeel. Alle stakeholders zullen in beeld gebracht moeten worden en gekeken moet worden welke voorlichting vanuit het Rijk al plaats vindt. De gemeente zal 5
hoe dan ook de gemeenteraad, de lokale uitvoerders en uiteraard ook de eigen medewerkers moeten informeren. Mogelijk dat ook de inburgeraars zelf vanuit de gemeente geïnformeerd moeten worden. De voorlichting vanuit het Rijk loopt feitelijk al. Binnen het VOI-programma zal bezien moeten worden wat gemeenten zelf lokaal willen doen.
3. Fryslân bereidt zich voor: organisatie en planning Als gemeenten zetten we al sinds de aankondiging van de nieuwe wet in op de veranderopgave. Met deze startnotitie bekrachtigen we dat wij als regio Fryslân kennis rondom reeds ingezette acties actief met elkaar delen en samenwerken rondom de voorbereiding op de nieuwe taken en de beleidsstappen die hiervoor noodzakelijk zijn. Organisatie van de VOI Fryslân • Alle gemeenten zijn ambtelijk vertegenwoordigd in de Beleidstafel Veranderopgave Inburgering, deze Beleidstafel geeft leiding en sturing aan de voorbereidingen op de nieuwe wet. • Er wordt per thema een werkgroep opgezet waarin beleid, uitvoering, ervaringsdeskundigen en ketenpartners zich samen verdiepen in de mogelijkheden van opties. • Iedere gemeenten schrijft in aanvulling op deze startnotitie een lokaal projectplan gericht op de gemeentelijke veranderopgave. In het lokale plan worden alle interne en externe betrokken meegenomen. • Er worden gezamenlijke kennissessies en trainingen georganiseerd voor consulenten, bestuurders, raadsleden, ketenpartners en overige betrokkenen. • Er wordt een Werkgroep Ervaringsdeskundigen opgericht om ervoor te zorgen de invulling van de nieuwe taken aansluit bij de toekomstige inburgeringsplichtigen.
Hierbij is aandacht voor een structureel karakter en wordt bijvoorbeeld bekeken deze werkgroep na invoering van de wet kan aansluiten bij bestaande cliëntenraad structuur. • De ‘ondertussengroep’ wordt meegenomen in de voorbereidingen op de nieuwe wet, zodat zij ook kunnen profiteren van het nieuwe stelsel. Voorbereiding op de nieuwe taken Via de bovenstaande constructie gaan we in de voorbereiding op de nieuwe wet inburgering inhoudelijk samenwerken op de thema’s die staan in de onderstaande tabel. Deze samenwerking vindt niet alleen op regionaal niveau plaats, iedere gemeente gaat hier ook op lokaal en subregionaal niveau mee aan de slag. Er is een planning opgesteld waarmee de inzet van de Friese gemeenten op de verschillende niveau elkaar aanvullen dan wel versterken. Thema’s VOI
Regionaal
Algemeen
Werkgroepen Deskundigheidsbevordering Aanpak, afspraken met COA,
1. Doorlopende leerlijn, brede intake en PIP 2. 3. 4. 5. 6.
Voortgang van de inburgering Financiële ontzorging en zelfredzaamheid Maatschappelijke begeleiding PVT MAP
Fryslân Werkt
6
Subregionaal
Lokaal Projectplan Besluitvorming
7. Inburgeringsaanbod: drie leerroutes 8. Inkoop 9. Duale trajecten 10. Werkprocessen, privacy en ICT systemen 11. Voorlichting en informatievoorziening 12. Communicatie
13. Ondertussen groep
Oriëntatie op opties (zie ook bijlage 3) Gezamenlijke marktconsultatie Betrekken werkgevers, Fryslân Werkt Met VNG-Realisatie oriënteren op opties Verkennen opties Gezamenlijke communiceren naar externe partijen Fryslân Werkt
Besluit inkoop
Werkprocessen aanpassen
Het beleidsproces Wat betreft het beleidsproces moet er ook het nodige gebeuren voor 1 juli 2021.1 De beleidsmedewerkers van iedere gemeente worden met de onderstaande beleidsmatige opgaven belast. Gezien de aard van de werkzaamheden hetzelfde is, gaan we middels werkgroepen basisdocumenten creëren. Dit betekent dat iedere beleidsmedewerker deze alleen hoeft aan te passen op de lokale situatie. Beleidsstappen Algemeen 1. Oriëntatie op inkoop en samenwerking: lokale, subregionaal of regionaal 2. Lokale startnotie en/of projectplan
3. Beleidskaders 4. Verordening 5. Beleidsregels 6. Financiën
Regionaal Formats en basisopzet Marktconsultatie, programma van eisen
Subregionaal lokaal ‘Colour locale’
Alle betrokkenen informeren over het proces en hun rol hierin
Basisdocument samenstellen Regionaal budget, training rolmodellen
Regionale planning De uitviering van de bovengenoemde punten – de organisatie van de VOI, voorbereiding op de nieuwe taken en samenwerking rondom de benodigde beleidsstappen – zijn verwerkt in een regionale planning. Deze planning staat in bijlage 1.
4. Wet in uitvoering: beleidsuitgangspunten voor de te maken besluiten Deze startnotitie geeft geen antwoord op hoe, de keuzes wat doen we lokaal, subregionaal en regionaal, de Friese gemeenten de nieuwe wet gaan uitvoeren. Deze keuzes worden in oktober 202
1
Op basis van Model Plan van Aanpak
7
0, na de gezamenlijk marktconsultatie en (inter)gemeentelijke afstemming, vastgesteld. Als regio willen we een eenheid zijn als het gaat om kwaliteit zodat alle statushouders in onze regio dezelfde kansen op het gebied van taalverwerving en ontplooiing kunnen genieten. Om deze reden hebben we regionale beleidsuitgangspunten en een lijst van gezamenlijke afwegingscriteria vastgesteld die leidraad vormen voor de gemeentelijke besluitvorming. De lokale visie is het derde component dat meetelt in de definitieve besluitvorming. Deze drie verschillende elementen worden hieronder nader toegelicht. Beleidsuitgangspunten regio Fryslân • Inburgering gaat om meedoen en is daarom meer dan alleen het behalen van inburgeringsexamens. De inburgering is geslaagd wanneer ook de volgende onderdelen een toereikend niveau hebben bereikt: het vinden van een (betaalde) baan, vrienden maken en het meedoen in de lokale samenleving. Taal is een middel en wordt zoveel mogelijk ingezet op persoonlijke en participatie gerichte doelstellingen die in het PIP worden vastgelegd. • Lokaal, subregionaal en regionaal aanbod rondom taal, participatie en integratie een open karakter heeft, op elkaar aansluit en elkaar versterkt. • Een toegankelijk en samenhangend geheel. Het stelsel moet eenvoudig en begrijpelijk zijn voor zowel inburgeraars als uitvoeringspartijen.
Daarbij sluiten verschillende type taal, participatie en integratie trajecten op elkaar aan. • Maatwerk, waarin variatie van tijdigheid, snelheid en dualiteit mogelijk is. • Regionaal wanneer handig en lokaal waar verstandig. Hierin wordt ‘handig’ en ‘verstandig’ gedefinieerd in termen van gelijke kansen voor alle inburgeringsplichtige nieuwkomers, kwaliteit van het aanbod, staande uitvoeringsstructuren en afstemming van verschillende type activiteiten. • Bouwen op effectieve praktijken in trajecten die vanuit de Participatiewet al worden georganiseerd. Gezamenlijke afwegingscriteria Iedere gemeente besluit zelf wat ze gaan inkopen voor de nieuwe wet en hoe (met wie en in welke vorm) zij dit gaan doen. In het maken van de keuze neemt iedere gemeente de volgende onderdelen mee in de afweging: 1. Gezamenlijke kwaliteitseisen voor zowel inhoud als uitvoering Samenstellen middels een werksessie op basis van gezamenlijke marktconsultatie. 2. Staande structuren Lijst van staande structuren maken zodat dit concreet wordt, ook voor ketenpartners. 3. Verwachte instroom (bijlage 2) Aan te vullen door de gemeenten 4.
De tabel ‘Voor- en nadelen regionaal, subregionaal en lokaal op een rij Vanuit de bedoeling’ (bijlage 3) Welke kansen biedt het gezamenlijk inkopen van inburgeringstrajecten en welke risico’s schuilen daar in? En wat betekent wel of niet samenwerken als regio voor afspraken met ketenpartners? In bijlage 2 zijn de voor- en nadelen van lokaal, subregionaal en regionaal samenwerken per onderwerp uitgewerkt. 5. Succesbepalende factoren Vastleggen op basis van de uitkomsten van de werkgroepen en gezamenlijke marktconsultatie.
Lokale visie op de Veranderopgave Inburgering De gemeentelijk visie kan per gemeente verschillen en weegt mee in de besluitvorming. 8
5. Regionale ondersteuning vanuit Divosa
In 2018 werd de rol van regiocoördinator vervuld door gemeente Leeuwarden, gefinancierd vanuit het project Screening en matching van Divosa. De inzet van regiocoördinatoren is door Divosa verlengd met een periode van drie jaar, waarbij de opdracht Ondersteuning bij de Veranderopgave Inburgering is. Deze ondersteuning wordt sinds 1 januari 2020 voor 16 uur in de week geboden. Voor de periode 1 juni 2020 tot en met 31 december 2020 is dit urenaantal opgehoogd naar 20 uur per week. In 2020 wordt de opdracht voortgezet in lijn met de opdracht die Divosa uitvoert namens het ministerie van SZW. De verwachting is dat de ondersteuning in ieder geval in 2021 nog voortgezet wordt. De regiocoördinator ondersteunt de regio op de volgende manieren • Voorzitter Beleidstafel VOI • Planning en procesbegeleiding • Organiseren werksessies gericht op de beleidstappen die gemaakt moeten worden • Organiseren thematische werksessies met het werkveld • Organiseren kennisdeling en deskundigheidsbevordering ten aanzien van de uitvoering van de nieuwe taken • Zorg dragen voor de verbinding tussen inkoop en de inhoudelijke aspecten van de nieuwe Wet Inburgering en de Veranderopgave • Actieve deelname in landelijke netwerken en bijeenkomsten
6. Financiën Tot op heden zijn de financiële kaders voor de voorbereiding op en uitvoering van de nieuwe wet nog onduidelijk. Op rijksniveau zijn nog niet alle dekkingsmiddelen bekend. Van de reeds bekende dekkingsmiddelen wachten we voor een deel nog op de verdeelsleutels. Om verwarring rondom de begroting te voorkomen, bevat deze starnotitie daarom geen landelijk bekendgemaakte bedragen. Zodra er voldoende informatie is om een accurate doorrekening te maken naar het gemeentelijk niveau, pakt iedere gemeente dit voor zich op. De verwachting is dat begroting in september of oktober 2020 kan worden vastgesteld.
7. Vervolg Na vaststelling van deze startnotitie gaan de gemeenten samen met het werkveld aan het motto ‘VOI Fryslân: It giet oan!’ aan de slag met de voorbereiding op de nieuwe wet. In oktober 2020 besluiten de Friese gemeente hoe zij de nieuwe wet gaan uitvoeren, dit leggen zij vast in een lokale startnotitie. Zodra alle lokale startnotities zijn vastgesteld door de colleges, worden de gemaakte keuzes samengevat in een regionaal document. Op basis van de uitkomsten wordt de inhoud en planning van deze startnotitie (daar waar nodig) aangepast.
9
Bijlage 1
Regionale planning VOI Fryslân
10
Bijlage 2 (Verwachte) instroom Aantal gehuisveste statushouders (realisatie) Gemeente Achtkarspelen Dantumadiel De Fryske Marren Harlingen Heerenveen Leeuwarden Noardeast-Fryslân Ooststellingwerf Opsterland Smallingerland Súdwest-Fryslân Tytjerksterdiel Waadhoeke Weststellingwerf Totaal
2017.1
2017.2
2018.1 10 16 19 0 38 90 25 3 13 29 47 20 33 0
2018.2 41 3 23 6 29 74 7 17 20 13 50 17 30 2
2019.1 3 2 9 10 8 27 9 21 18 27 20 17 15 10
2019.2 4 4 28 8 26 24 16 15 6 10 19 11
343
332
196
Stand t.o.v. taakstelling
6
2020.1 0 1 14 5 9 10 0 0 12 6 19 11 1 6
2 5 -30 2 9 63 18 9 7 10 17 1 -7 12
177
94
118
11
Prognose (taakstelling) 2020.2
2021.1
2021.2
2022.1
2022.2
Bijlage 3 Voorbereiding (V) en Implementatie (I) Algemeen Doorlopende leerlijn en brede intake
PIP
Leerroutes
Inkoop Werk en participatie
Financieel ontzorgen en (zelf)redzaamheid
Monitoring en evaluatie Kennisdeling
Tabel voor- en nadelen regionaal, subregionaal en lokaal op een rij Regionaal
Subregionaal
Lokaal
+ Sterkere positie ten aanzien van aanbieders - Afstemming + Samen ontwikkelen is efficiënter. + Stevigere gesprekspartner voor COA (afspraken en uniforme werkwijze) + Creëert overzicht met COA en andere partijen. + Gezamenlijke uitvoering: de juiste expertise kan voor een betaalbare prijs worden ingezet. + Statushouders die aan Fryslân gekoppeld krijgen dezelfde aanpak/kansen. - Afstemming + Eén vast format leidt tot duidelijkheid bij iedereen in de regio. + Eenduidigheid voor het samenwerkingspartners. + Uniforme werkwijze, waaronder ook handhaving en eindgesprek Z-route + Schaalgrootte
+ Aansluiting bij regionale structuren
+ Aansluiting bij lokale structuren - Dubbel + Sneller schakelen + Effectief meer tijd - Zwakkere marktpositie - Complexer voor COA en samenwerkingspartners
+ Sterke marktpositie + Aanspreekbare partner + Deskundigheid + Aansluiting bij Fryslân Werkt + Gemeente- en regio overschrijdend werken + (Sub)regionale uniformiteit is voor werkgevers gewenst. VNO-NCW dringt hier ook op aan + Deskundigheid + Veel subsidies/bijdragen worden regionaal uitgekeerd? + Gezamenlijk ontwikkelen van cursussen e.d. is in verhouding minder arbeidsintensief dan elke gemeente lokaal. + Financiële zelfredzaamheid borgen in de leerroutes. + Programma ontwikkelen + Vergelijking gegevens + Deskundigheid + Met elkaar
+ Minder afstemming - Verschillen in de regio - Effectief meer tijd - Complexer voor COA en andere samenwerkingspartners
Algemeen
+ PIP passend bij eigen participatie beleid + Onderdelen PIP (instrumenten) sluiten aan op de lokale instrumenten rondom inburgering en participatie. + Regionale partners in duale trajecten
+ Lokale partners in duale trajecten + Aansluiting bij ISK
+ Maatwerk regionale partijen
+ Maatwerk kleine en lokale partijen
+ MAP kan aansluiten bij regionale uitvoeringspartijen.
+ Uitvoering + Lokale arbeidsbemiddeling + Aansluiting lokale MKB + Aansluiten bij ‘bestaande structuur’ + Uitvoering + Aansluiting bij beleid SHV en schuldenpreventie. + Aansluiting bij lokale ondersteuning + Structurele middelen
+ Samenwerking op het inkomensdeel van de bijstand
- Missen van info - Dubbel
12
In september komt er een voorstel voor inkoopvormen