Reactienota zienswijzen Beleidskader Water
Tekst van het document
Beleidskader Water Reactie op zienswijzen 20 oktober 2024
Inhoud 1.
Inleiding ....................................................................................................................................................................................................3
2.
Aanpassingen Beleidskader Water .............................................................................................................................................................4
3.
Beantwoording zienswijzen en overlegreacties............................................................................................................................................6
1. Inleiding Deze Reactienota gaat in op de zienswijzen die zijn ingediend op het ontwerp-Beleidskader Water van de gemeente Leeuwarden. Het Beleidskader Water heeft van18 juli tot en met 26 september 2024 ter inzage gelegen. Inspraakprocedure De inspraakprocedure van het ontwerp-Beleidskader Water is aangekondigd via de huis-aan-huis, nieuwsbrief, sociale media en op de website van de gemeente. Tijdens de ter inzageperiode is een inloopbijeenkomst gehouden in Grou waarin vragen van o.a. inwoners en belangenverenigingen zijn beantwoord. Ongeveer 20 mensen hebben gebruik gemaakt van deze gelegenheid. Onderstaande partijen hebben gereageerd op het Beleidskader Water: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Stichting Praamvaren Anonieme indiener 1 Dorpsbelang Hempens-Tearns & Wijkpanel Zuiderburen Agrarische Natuur Coöperatie Westergo Samenwerkingsverband Kleine Watersport Fryslân Recreatieschap Marrekrite
Tijdens de inspraakperiode zijn twee zienswijzen ingediend (indiener 1 en 2, de particuliere indiener is geanonimiseerd) en Dorpsbelang HempensTearns & Wijkpanel Zuiderburen (indiener 3) hebben binnen de inspraaktermijn een reactie gestuurd naar verantwoordelijk portefeuillehouder . Deze beschouwen wij eveneens als zienswijze. Diverse belangenorganisaties zijn gedurende het proces betrokken om input te leveren en te reflecteren op de inhoud. De belangenorganisaties (indiener 4 t/m 6) hebben op basis hiervan een reactie gegeven net voor de inspraakperiode van start ging. Deze behandelen we als overlegreacties. Bij de totstandkoming van het ontwerp-Beleidskader Water is overleg gevoerd met de Provincie Fryslân en Wetterskip Fryslân. Op basis van deze samenwerking hebben beide overheden aangegeven geen aanleiding te zien om aanvullend te reageren via een overlegreactie.
3
2. Aanpassingen Beleidskader Water Tekstuele aanpassingen • • • •
• • • • •
• • • • •
H 3.1: Inkorten punt 11 in de tabel: ‘Het is de taak van Rijkswaterstaat om de grote wateren in ons land te beheren (op het gebied van overstromingen, waterkwaliteit en scheepvaart).’ H 3.3.2: Verwijderen zin: ‘Ook voert de gemeente onderhoud uit van zogenaamd secundair water (vergelijkbaar met schouwsloten) en krijgt daarvoor jaarlijks een vergoeding’ H 3.3.2: ‘En nautisch beheer’ verwijderen. H 3.3.3: Aanpassen volgorde van de tekst: ‘Om te voorkomen dat er in, op of rond het water iets misgaat, is er toezicht en handhaving. Op het water zijn de waterpolitie en provincie specifiek verantwoordelijk voor toezicht en handhaving. Het nautisch beheer op aangewezen vaarwegen is een taak van de provincie. Dit betreft het toezicht op de veiligheid op het water. De gemeente is verantwoordelijk voor het nautisch beheer in havens en in woonwijken. Ook rondom milieubelastende activiteiten heeft de gemeente deels een toezichthoudende rol.’ H 3.3.2: Aanpassen zin: ‘Het beheer van het water ligt dan bij de belanghebbende/eigenaar, vaak het waterschap, de gemeente of een particulier.’ H 4.3.2: De zin wordt aangepast naar: ‘in, op en langs het water’.
H 5.2.2 Toelichting bij B: ‘Het zwemmen op deze plekken ontmoedigen we door de toegankelijkheid van het water op die plekken te verminderen, gevaarlijke zwemplekken op te heffen en aan te geven dat het op deze plekken verboden is te zwemmen.’ H 5.3.2: Bij de doelgroepen onder cultuur- en water(sport)toeristen worden toegevoegd: de sportende roeiers, kanoërs, suppers, schaatsers en hun supporters i.v.m. wedstrijden en toertochten door Leeuwarden. H 5.3.2: Tekstvak wordt weggehaald. De laatste zin van punt B wordt: “Bij een verdere groei van recreatief en commercieel gebruik van de grachten, groeit ook de druk op de beschikbare ruimte. We willen beiden de ruimte bieden, maar keuzes zijn noodzakelijk in hoe we de beschikbare ruimte verdelen. Dit vraagt een meervoudige afweging. Argumenten in een dergelijke afweging zijn onder andere (in willekeurige volgorde) economische impact, leefbaarheid, verplaatsbaarheid, levendigheid en veiligheid.” H 5.3.3: TOP wordt uitgeschreven als “toeristisch overstappunt” H 6.4.3: Extra kans opnemen bij kleigebieden: ‘Vergroten biodiversiteit, kansen voor recreatie, kansen voor opwek duurzame energie’ H 7.2.1 onder water voor beweging: wordt een bullet toegevoegd: ‘Uitwerken ontmoedigen zwemmen op verboden locaties.’ H 7.2.1 onder recreatievaart: roeien wordt toegevoegd bij de eerste bullet.
In de bijlage nemen we vanuit het binnenvaartpolitiereglement op waar zwemmen (en watersport zonder schip) verboden is.
4
Ambtshalve aanpassingen Figuur 3 Het figuur krijgt als bijschrift: Wie gaat over wat? Bewerking van Bron: http://www.onswater.nl/onderwerpen/wie-doet-wat H 5.1.3 punt B Als gemeente rekenen we nu met een maatgevende bui van 60mm/uur om te berekenen of ons watersysteem dit water kwijt kan. Dit uitgangspunt geldt op basis van onze huidige Programma Water en Riolering 2023-2027. In de actualisatie van het PWR bepalen we de nieuwe maatgevende bui en zetten we de daaraan gekoppelde investeringen op kosten. De verwachting is dat we na 2027 zullen uitgaan van een maatgevende bij van tenminste 70mm/uur; de keuze voor een maatgevende bui wordt gemaakt in afstemming met alle waterbeheerders in Noord-Nederland (provincies Friesland, Groningen en Drenthe). Bijlage 5 Nationaal Deltaprogramma 2025 wordt toegevoegd aan de bijlage van beleid onder Rijksoverheid. Bijlage 6 We passen de vaarkaart aan naar de nieuwste versie van Oktober 2024. De titel van de bijlage wordt: Conceptkaart vaarwater oktober 2024.
Het opstellen van een uitvoeringsprogramma Het Beleidskader Water geeft een visie op hoofdlijnen, het bepaalt en specificeert de onderliggende principes en uitgangspunten. Dit verklaart ook waarom sommige zienswijzen niet leiden tot een wijziging van de tekst in het Beleidskader Water, maar de bedoeling hiervan wel degelijk een plek kan krijgen als we richting uitvoering gaan. Naast de zienswijzen zullen ook diverse andere suggesties, wensen en knelpunten die zijn meegegeven in de totstandkoming van het Beleidskader Water worden vertaald naar maatregelen, projecten of activiteiten. Deze krijgen een plek in het uitvoeringsprogramma dat zal volgen op het Beleidskader Water.
5
3. Beantwoording zienswijzen en overlegreacties Hieronder volgt de beantwoording van de zienswijzen. De belangrijkste punten uit de zienswijzen zijn daarbij samengevat en samengevoegd wanneer het vergelijkbare zienswijzen zijn. Het Beleidskader Water wordt daarbij afgekort als ‘BKW’ in de tabel hierna. Zienswijzen Nr.
Indiener(s)
1.1
Stichting Praamvaren
Onderwerp / locatie H 5.3.2
Samenvatting zienswijze
Antwoord
Aanpassing van het BKW?
Indiener geeft aan dat een verplaatsing naar de rand van de binnenstad veel impact heeft op bedrijfsvoering van de Stichting en een verschraling van het aanbod aan bezoekers van de binnenstad betekent. Een verplaatsing van de opstapplaats naar de rand van de binnenstad is volgens indiener niet nodig en biedt volgens indiener geen oplossing voor het vermeende ruimteprobleem op de wateren in de binnenstad. Indiener vraagt om een heroverweging van het voornemen om opstapplaatsen van rondvaarten te verplaatsen naar een plek aan de rand van de binnenstad.
Wij begrijpen de zorgen van Stichting Praamvaren naar aanleiding van de huidige formulering. De passage in het BKW is bedoeld om aan te geven dat de drukte op het water in de binnenstad zal vragen om keuzes. Het beleidskader maakt deze keuze nog niet.
In 5.3.2 halen we het tekstvak weg en passen de tekst onder toelichting punt B als volgt aan.
Enerzijds koerst het beleidskader water op uitbreiding van de voorzieningen, ook door de toenemende druk op voorzieningen ten behoeve van praamvaarten (zoals genoemd hoofdstuk 5.1.4 onder B) en andere aanbieders. In hoofdstuk 5.3.2 onder B geven we aan dat we in de binnenstad de recreatievaart en het watertoerisme gelijkwaardig vinden. Daarnaast maken we aan de hand van een voorbeeld duidelijk dat er principes moeten worden geformuleerd (bijvoorbeeld: plaatsgebonden vs. verplaatsbaar) om tot een afweging te komen wanneer de druk op het water verder toeneemt. Daarmee is niet gezegd dat
Verwijderd wordt: “We verwachten dat dit resulteert in het verplaatsen van start/eindpunten van rondvaarten naar de rand van de binnenstad. Dit vanwege de smalle grachten in de binnenstad en de uiteenlopende activiteiten op en langs het water.” Dit wordt vervangen door: “Bij een verdere groei van recreatief en commercieel gebruik van de grachten, groeit ook de druk op de beschikbare ruimte. We willen beiden de ruimte bieden, maar keuzes zijn noodzakelijk in hoe we de beschikbare
6
‘verplaatsbaarheid’ het enige onderscheidende principe is. Dit passen we aan in de tekst. Bij een nadere afweging over het watergebruik in de binnenstad wordt uiteraard door ons gebruik gemaakt van de kennis van betrokken en belanghebbende partijen. Wij beschouwen dit als een prioritaire actie die volgt uit het BKW. 2.1
Anonieme indiener 1
H 7.3.1
Indiener geeft mee met betrekking tot de Jorwerter Feart en Jaanfeart; • Heb oog voor het cultuurhistorische verleden en zet in op herstel. • Zie de potentie in het herstel van de vaarweg en dan met name het ontlasten van de drukke vaargebieden. • Deel de eenmalige investeringslasten met andere overheden en krijg daardoor juist minder structurele onderhoudslasten. • Voorkom kapitaalvernietiging van de investeringen die zijn gedaan op basis van het projectplan uit 2005.
In het BKW geven we aan dat op dit moment de ecologische kwaliteit bepalend is voor het beheer en gebruik als vaarweg (ten behoeve van onder andere sloepen). Het ecologisch onderzoek hiertoe heeft plaatsgevonden. De bevindingen worden momenteel uitgewerkt en vormen onderdeel van de beoordeling of we mogelijkheden zien tot het bevaarbaar maken van de Jorwerterfeart.
ruimte verdelen. Dit vraagt een meervoudige afweging. Argumenten in een dergelijke afweging zijn onder andere (in willekeurige volgorde) economische impact, leefbaarheid, plaatsgebondenheid, de beleving van het water en veiligheid.” Geen aanpassingen in het BKW.
In reactie op de vijf opmerkingen: • Het BKW ziet niet expliciet toe op herstel van het cultuurhistorisch verleden, maar heeft als insteek dat gebruik kan worden gemaakt van de rijke geschiedenis, inclusief de vaarten.
7
•
Maak duidelijke afspraken met de andere betrokken overheden over het onderhoud.
•
•
•
•
3.1
Dorpsbelang HempensTearns & Wijkpanel Zuiderburen
H 5.2.2
Indieners pleiten voor: 1. Het behoud van gedoogbeleid voor bepaalde onofficiële zwemlocaties. 2. Het in stand houden van essentiële veiligheidsvoorzieningen. 3. Een praktische benadering die rekening houdt met bestaande zwemgewoonten van onze inwoners.
Wij zien recreatieve benutting van de vaarten met name als een aanvullend aanbod en niet vanwege noodzaak om andere vaargebieden te ontlasten. Op basis van de verantwoordelijkheden die overheden hebben, worden tussen overheden afspraken gemaakt over nieuw aan te leggen voorzieningen en/of beheer. Wij beschouwen de opmerking als een oproep om gebruik te maken van voorzieningen die er zijn. Dat is zeker onze bedoeling als we komen tot verdere planuitwerking. Op basis van ieders verantwoordelijkheid bepalen overheden onderling hoe zij aanvullende onderhoudsopgaven vormgeven.
Ad 1. Om de behoefte aan zwemmen te faciliteren zetten wij er op in om meer officiële zwemlocaties aan te laten wijzen. Voor onofficiële zwemlocaties geldt dat het zwemmen op eigen risico is. Als gemeente voelen we met het oog op algemene veiligheid van het publiek, volksgezondheid en de openbare orde de noodzaak om bepaalde werkzaamheden, aanduidingen en markeringen aan te
Aanpassen zin in 5.2.2 toelichting bij B: ‘Het zwemmen op deze plekken ontmoedigen we door de toegankelijkheid van het water op die plekken te verminderen, gevaarlijke zwemplekken op te heffen en aan te geven dat het op deze plekken verboden is te zwemmen.’ 8
brengen op veel gebruikte niet-officiële zwemplekken. Deze zijn uitdrukkelijk niet bedoeld voor het stimuleren c.q. faciliteren van zwemmen op die plekken, maar om te benadrukken dat een ieder die zwemt in buitenwater, en met name op plekken die niet door de gemeente als officiële zwemlocatie zijn aangewezen, zelf verantwoordelijk is voor de eigen veiligheid van en de veiligheid van derden. Ad 2. Als gemeente treffen we geen veiligheidsvoorzieningen bij nietofficiële zwemplekken. Dit is in lijn met het standpunt dat wij duidelijkheid willen scheppen en het zwemmen hier niet faciliteren, maar juist middels bebording willen aangeven dat zwemmen op eigen risico is. Het aanbrengen van veiligheidsvoorzieningen wekt immers de suggestie dat het wel een officiële zwemgelegenheid is.
In 7.2.1 onder ‘water voor beweging’ wordt een bullet toegevoegd: ‘Uitwerken ontmoedigen zwemmen op verboden locaties.’ In de bijlage nemen we uit het binnenvaartpolitiereglement over waar zwemmen (en watersport zonder schip) verboden is.
Ad 3. De suggestie om rekening te houden met bestaande zwemgewoonten heeft een sympathieke toonzetting, maar is niet in overeenstemming met onze primaire verantwoordelijkheden op dit punt.
9
Wij zien in de zienswijze wel de aanleiding om het onderscheid tussen onofficiële zwemplekken en gevaarlijke zwemplekken duidelijker te schetsen in het BKW. Op gevaarlijke plekken, zoals in een haven of vaarweg, geldt dat het zwemmen hier verboden is en actief wordt ontmoedigd. Wat dit concreet per locatie betekent, moet duidelijk worden in het uitvoeringsprogramma dat volgt op het BKW.
Overlegreacties Nr.
Indiener(s)
4.1
Agrarische Natuur Coöperatie Westergo
Onderwerp / locatie H 3.2
Samenvatting reacties
Antwoord
Aanpassing van het BKW?
Indiener beschrijft dat we in de toekomst vaker zullen worden geconfronteerd met clusterbuien en of langdurige regenval met het onvermogen om het water snel af te voeren naar de Waddenzee en geeft aan niet terug te zien dat daar een noodplan voor is. Indiener ziet graag dat in het BKW wordt beschreven dat er een gezamenlijke verantwoordelijkheid is om te voorkomen dat langdurig landbouwgronden onder water komen te staan. Indiener vraagt
Het waterbeheer in het landelijk gebied is primair de verantwoordelijkheid van Wetterskip Fryslân.
Geen aanpassingen in het BKW.
In het BKW benoemen we in H 7.2.1 dat we een waterstructuurplan uit willen werken met Wetterskip Fryslân. Dit gaat juist over het omgaan met extreme neerslag (opvangen en vasthouden) en de relatie tussen bebouwd gebied en het landelijk gebied (veelal landbouwgronden).
10
4.2
Agrarische Natuur Coöperatie Westergo
H 5.1
4.3
Agrarische Natuur Coöperatie Westergo
H 6.5
de gemeente om samen met het Wetterskip Fryslân te onderzoeken wat mogelijk is om met deze extreme neerslag om te gaan. Indiener mist het punt dat het vasthouden van regenwater naast kwantitatieve voordelen ook kwalitatieve voordelen heeft, zoals het bevorderen van de biodiversiteit. Indiener mist de duidelijke link dat groen in de stad ook de biodiversiteit kan versterken.
In H 5.1.3 bij doelstelling C staat beschreven hoe meer ruimte voor water ook bevorderlijk kan zijn voor de biodiversiteit. Bij het opstellen van dit BKW is nadrukkelijk rekening gehouden en afgestemd met het ontwerpBeleidskader Biodiversiteit. Wij menen dat dit voldoende aan bod komt in het BKW.
Geen aanpassingen in het BKW.
Indiener schetst dat de extensivering van grondgebruik en herstel van biodiversiteit, wat hier als mogelijkheden worden geschetst veelal ten koste gaan van het verdienmodel van agrarische bedrijven. Waardoor dit in eerste instantie als opgave geschetst zou moeten worden en niet als kans.
In BKW staat herstel biodiversiteit in H 6.5.1 inderdaad als opgave genoemd voor het veengebied. Via het water zijn er zeker mogelijkheden voor herstel biodiversiteit. Dit moet in samenhang met gebruik van gronden bezien worden.
Geen aanpassingen in het BKW.
Ook noemt de indiener dat via het thema water meer aan natuur en biodiversiteit gedaan kan worden, en dat dit niet alleen geldt voor de veengebieden zoals omschreven staat bij de kansen,
Terecht wordt opgemerkt dat dit niet alleen voor de veengebieden geldt, maar ook voor de andere gebieden. Wij passen dit aan.
Extra kans opnemen bij kleigebieden: ‘Vergroten biodiversiteit, kansen voor recreatie, kansen voor opwek duurzame energie’
11
4.4
5.1
Agrarische Natuur Coöperatie Westergo
Samenwerkin gsverband Kleine Watersport Fryslân
H 7.2
H 3.1
maar ook voor de andere gebieden. Indiener ziet te weinig terug dat water als bindend element is voor het cultuurlandschap (platteland), en is van mening dat de nota te veel is geschreven vanuit het stedelijk agglomeraat.
Indiener vindt het niet duidelijk welke organisaties het oppervlaktewater in punt 3 beheren: de rol van de provincie ontbreekt terwijl die verantwoordelijk zijn voor de CEMT-vaarwegen en de recreatievaarwegen A t/m D. Ook is volgens de indiener punt 11 niet duidelijk: wat is het verschil met punt 3 en wie is nu verantwoordelijk voor wat: overstroming, kwaliteit, doorvaart?
Op meerdere plekken in het BKW schijnt door dat water van belang is in hoe zij het landschap heeft gevormd en nog altijd doet. De cultuurhistorische waarde is groot.
Geen aanpassingen in het BKW.
De gemeentelijke verantwoordelijkheden liggen vooral in het bebouwd gebied. In het BKW menen we hierin evenwichtig te zijn. We zien dan ook geen aanleiding tot aanpassingen of toevoegingen in de teksten. Het vaarwegbeheer staat beschreven in H 3.3.2, inclusief de rol van de provincie in het vaarwegbeheer.
Geen aanpassingen in het BKW.
Punt 11 richt zich specifiek op grote wateren, zoals de Noordzee, Waddenzee en IJsselmeer. Oppervlaktewater (punt 3) betreft het hele systeem van sloten en rivieren die uitmonden in de grote wateren en gaat over het kwaliteitsbeheer. De uitleg maken we korter om verwarring
Aanpassen punt 11: ‘Het is de taak van Rijkswaterstaat om de grote wateren in ons land te beheren (op het gebied van overstromingen, waterkwaliteit en scheepvaart)’
12
rondom de genoemde verantwoordelijkheden te voorkomen. 5.2
Samenwerkin gsverband Kleine Watersport Fryslân
H 3.3.2
Indiener noemt dat het verschil tussen overige wateren en secundaire wateren onduidelijk is.
We beamen dat dit verschil niet duidelijk is in de tekst. Om onduidelijkheid weg te nemen, verwijderen we de zin op deze plek.
Verwijderen zin: ‘Ook voert de gemeente onderhoud uit van zogenaamd secundair water (vergelijkbaar met schouwsloten) en krijgt daarvoor jaarlijks een vergoeding.
Indiener noemt ook dat nautisch beheer alleen in paragraaf 3.3.3 genoemd hoeft te worden en in volgorde van belangrijkheid: waterpolitie, provincie en dan pas Boa's domein 2.
De suggestie nemen we over omdat het de leesbaarheid en logica vergroot.
3.3.2 ‘en nautisch beheer’ verwijderen. 3.3.3: ‘Om te voorkomen dat er in, op of rond het water iets misgaat, is er toezicht en handhaving. Op het water zijn de waterpolitie en provincie specifiek verantwoordelijk voor toezicht en handhaving. Het nautisch beheer op aangewezen vaarwegen is een taak van de provincie. Dit betreft het toezicht op de veiligheid op het water. De gemeente is verantwoordelijk voor het nautisch beheer in havens en in woonwijken. Ook rondom milieubelastende activiteiten heeft de
13
5.3
5.4
5.5
Samenwerkin gsverband Kleine Watersport Fryslân Samenwerkin gsverband Kleine Watersport Fryslân
H 4.3.2
Samenwerkin gsverband Kleine Watersport Fryslân
H 5.2.2
H 5.1.4
Indiener noemt hierbij ook dat het beheer van oevers en kaden in een aparte alinea besproken zou moeten worden, omdat bij niet toegewezen wateren het beheer van het water (doorvoer van kwantiteit, en kwaliteit) verschilt van dat van de oever. Indiener ziet graag dat in de volgende zin ‘sport en bewegen vinden vaak in en langs het water plaats’ ook ‘op het water’ wordt toegevoegd. Indiener ziet graag dat bij punt B het woord nagenoeg voor op orde wordt toegevoegd: want in tegenspraak met de terechte alinea in 5.2.2 punt A over de aanlegplaatsen voor de kleine recreatievaart: de aanlegplaatsen hebben een andere functie en de huidige zijn vaak te hoog. Misschien is een verwijzing naar die alinea op zijn plaats. Indiener ziet graag dat roeien toegevoegd wordt in de eerste zin van punt A.
Het beheer van oevers staat al in een separate alinea (laatste alinea van 3.3.2). We maken dit verschil duidelijker door de tekst aan te scherpen. De eerste alinea gaat alleen over de vaarweg, en de tweede alinea over de oevers en kades.
gemeente deels een toezichthoudende rol’. Aanpassen zin: ‘Het beheer van het water ligt dan bij de belanghebbende/ eigenaar, vaak het waterschap, de gemeente of een particulier.’
Wij nemen de suggestie over.
Aanpassen zin: ‘Sport en bewegen vinden vaak plaats in, op en langs het water’
In het BKW beschrijven we het doel en niet de huidige situatie. De doelstelling van de gemeente is om het geheel op orde te brengen, dus ook de aanlegplaatsen voor kleine recreatievaart.
Geen aanpassingen in het BKW.
We nemen de suggestie over.
‘Roeien’ toevoegen aan de opsomming.
14
Hiernaast ziet de indiener graag dat de toegankelijkheid van het water ook waar mogelijk wordt meegenomen in onderhoud en renovatie.
5.6
5.7
Samenwerkin gsverband Kleine Watersport Fryslân
Samenwerkin gsverband Kleine Watersport Fryslân
H 5.2.3
H 5.3.2
Indiener noemt dat de inleiding en de uitleg van punt C de definitie van recreatievaart onduidelijk is, en vraagt zich af of hieronder alleen de inwoners van de gemeente vallen, of ook water(sport)toeristen, en wel of niet commercieel.
Bij de zin over de kleine recreatievaart graag verwijzen naar de betreffende alinea onder punt C van 5.2.3. Indiener mist bij de doelgroepen onder cultuur- en water(sport)toeristen de sportende roeiers, kanoërs, suppers, schaatsers en hun
H 5.2.2 de 2e alinea onder de toelichting op A beschrijft het verbeteren van de toegankelijkheid. Waar voorzieningen zijn aangelegd ten behoeve van de toegankelijkheid passen we het onderhoud daar op aan. Het is dus nadrukkelijk niet zo dat de toegankelijkheid van oevers en het water bepalend is voor het reguliere beheer en onderhoud. We onderscheiden recreatievaart en water(sport)toerisme. In 5.2 gaat het over hoe water van waarde kan zijn voor een fijne leefomgeving (recreatief). 5.2.3 heeft dan ook betrekking op de eigen inwoners. In 5.3 gaat het over het verwaarden daarvan, bijvoorbeeld als toeristisch product (met commerciële waarde). De doelstellingen van dit BKW op gebied van commercieel watertoerisme zijn genoemd onder 5.3.2.
Geen aanpassingen in het BKW.
Wij zien geen noodzaak om te verwijzen.
Geen aanpassingen in het BKW.
De suggestie wordt overgenomen.
Tekstvoorstel wordt overgenomen in het BKW.
Geen aanpassingen in het BKW.
15
supporters i.v.m. wedstrijden en toertochten door Leeuwarden. Ook in het Waarom onder punt B onduidelijkheid over recreatievaart vs. water(sport)toerisme.
In deze paragraaf gaat het over de voorzieningen voor commercieel gebruik. De doelstellingen rondom voorzieningen voor de recreatievaart zijn beschreven in H 5.2.3. Met deze paragraaf wordt onze gemeentelijke positie bij gebiedsontwikkelingen geduid. Wij zien geen aanleiding om deze aan te passen.
Geen aanpassingen in het BKW.
5.8
Samenwerkin gsverband Kleine Watersport Fryslân
H 6.2
Indiener vindt de afwegingen bij de gebiedsontwikkelingen een erg theoretische, moeilijk te begrijpen paragraaf.
Geen aanpassingen in het BKW.
5.9
H 7.2 onder Recreatieva art
Indiener ziet graag dat roeien toegevoegd wordt bij de eerste bullet.
Wij nemen de suggestie over.
Tekstvoorstel wordt overgenomen in het BKW.
6.1
Samenwerkin gsverband Kleine Watersport Fryslân Marrekrite
H 5.3.3
Wij nemen de suggestie over.
Tekstvoorstel wordt overgenomen in het BKW.
6.2
Marrekrite
Einde v.h. stuk
Wordt hier TOP als “toeristisch overstappunt” bedoeld? Zoals landelijk gebruikt wordt. Graag hierbij aansluiten. Indiener mist in het verhaal over de oostelijke vaarroute (einde van het stuk) de relatie met ervaringen elders in het land en in Europa in de vorm van “konvooivaart”. Als de route serieus onderzocht gaat worden ligt voor de hand dat er een vorm van konvooivaart komt. Indiener vraagt deze term ergens in dit verhaal terug te laten
In het BKW beschrijven we enkel de afwegingen die er vanuit water bij het vraagstuk komen kijken. De suggestie om het als scenario op te nemen komt op dit moment te vroeg.
Geen aanpassingen in het BKW.
16
komen als één van de te verkennen scenario’s.
17