Reactienota inspraak conceptvisie versterking Sociale Basis
Tekst van het document
Reactienota inspraak concept Visie gemeente Leeuwarden Versterking Sociale Basis
1 juni 2021 Registratienummer:
Inleiding In deze nota zijn de reacties, tips, opmerkingen en vragen opgenomen die gedurende de inspraakperiode in het kader van het voorgestelde concept Visie gemeente Leeuwarden versterking sociale basis zijn ingediend, zowel mondeling als schriftelijk. Ongeveer 60 maatschappelijke organisaties en instellingen zijn schriftelijk uitgenodigd om te reageren. Daarnaast zijn 28 organisaties persoonlijk benaderd met het verzoek om te reageren. Zowel via de email als telefonisch. Er is een persbericht verstuurd en via sociale media een oproep gedaan. En er heeft een oproep in de Huis-aan-Huiskrant gestaan. De inspraakperiode liep van 19 januari 2021 tot 2 maart 2021. Er zijn binnen het inspraaktermijn 16 reacties door personen en organisaties schriftelijk ingediend. Ook is er mondeling overleg geweest tussen de gemeente en Amaryllis naar aanleiding van de inspraakversie. Achter elke reactie is het antwoord van de gemeente vermeld. Wij willen iedereen bedanken voor de reacties. Wij zijn blij met de zinvolle feedback, de punten van aandacht die er worden gegeven, de tips, vragen en opmerkingen. In de verdere uitwerking van de vier ontwikkelopgaves nemen wij deze reacties mee, zodat wij die in dialoog met de sociale basis en maatschappelijke partners een plek kunnen geven in het uitvoeringsprogramma.
De ontvangen reacties hebben geleid tot een aantal aanpassingen en verbeteringen in het visiestuk. Zo zijn er andere foto’s aan toegevoegd, waardoor er een beter en divers beeld wordt geschetst van de sociale basis in Leeuwarden. Daarnaast zijn er tekstueel een aantal wijzigingen en een toevoeging gedaan.
Daar waar Amaryllis werd genoemd is dit voor het grootste deel vervangen door “betrokken maatschappelijke organisaties.” Alleen daar waar het specifiek gaat over inzet of betrokkenheid van Amaryllis is deze naam blijven staan.
Daar waar de sociale basis wordt genoemd in combinatie met gemeente en/of maatschappelijke organisaties, is de sociale basis in tekst vooraan gezet. Dit past bij de uitgangspunten van de visie.
Op verzoek van het Buurtservicepunt is er een kolom toegevoegd met een korte tekst over de inloopspreekuren en de hulp en ondersteuning die hun vrijwilligers aan inwoners bieden.
Acht organisaties hebben geen reactie geschreven, maar wel aangegeven dat zij betrokken willen zijn bij de verdere uitwerking van de ontwikkelopgaven: Doarpstún Snakkerbuorren, Stadskantine West,
Stichting Present, Stoereloer, Buurvrouw & Buurvrouwbus, Tumba, Het Inloophuis en de Unie van Vrijwilligers.
Gemeente Leeuwarden, mei 2021
INHOUD
Inleiding Inhoud
1 V-O-L
1
2 Humanitas Leeuwarden
1
3 Ger Wubs
1
4 Machiel Talsma
2
5 Amaryllis
2
6 BuurtServicePunt (BSP), Marjolein van der Veen
5
7 FNP (Lyda Veldstra)
6
8 Cambuur verbindt, Karin Smit
7
9 Bewonersbedrijf Heechterp-Schieringen
8
10 GroenLinks Leeuwarden (Femke Molenaar)
8
11 Easterlittens
11
12 Jan Liezenga
11
13 Jan Veenker
12
14 Werkgroep Toegankelijkheid Gemeente Leeuwarden
12
15 Louis Bakker, PKN Classis Fryslân Liesbet Geijlvoet, Kleurrijk Fryslân Jan Bosman, Solidair Friesland
14
1 V-O-L De sociale basis zou bij alle ontwikkelopgaven vooraan gezet moeten worden. Versterking van de sociale basis betekent niet dat deze zwak is; er zijn vele duizenden vrijwilligers actief. Deze zijn niet alleen actief in de dorps- en buurtkamers. Velen werken juist buurt- en dorpsoverstijgend. Bij een visie op vrijwilligerswerk wordt aangeraden om de uitkomsten van de onderzoeken van V-O-L hierin terug te laten komen. De transitie naar een nieuwe manier van werken met de sociale basis kost tijd en geld. Werk dit uit in een financiële paragraaf is het advies. Er moet meer aandacht naar diversiteit, inclusiviteit en taalgebruik uitgaan. Reactie: Wij zullen bij de uitwerking het eerdere onderzoek van het V-O-L meenemen en de adviezen rondom de financiële kaders, diversiteit en inclusie en de aanwijzing over taalgebruik. We zullen het V-O-L betrekken bij de verdere uitwerking van de visie. 2 Humanitas Leeuwarden De visie mag praktischer, minder breed en minder algemeen. Het gaat vooral om bewoners-, dorps- en beroepsorganisaties. Maak duidelijk wat de overeenkomsten en verschillen zijn tussen beroeps- en vrijwilligersorganisaties. De foto’s in het document mogen diverser. Evenals VOL is Humanitas van mening dat de sociale basis in de huidige vorm niet zwak is.
Is het mogelijk om te verduidelijken wie er eigenaar is van de buurt en dorpskamers? Hoe kan de toegang geborgd worden in een veranderende samenleving. Denk hierbij ook aan categoriale groepen als migranten of ouderen. Er zijn zorgen over hoe continuïteit in steun en hulp kan standhouden in de versoberde verzorgingsstaat en wie daarvoor de kosten draagt. Stel daarom een adequate begroting op. Reactie: Wij zullen bij het uitwerken rekening houden met diversiteit, zowel in cultuur of afkomst als in leeftijdsgroepen. We zien overeenkomsten in de reacties van het V-O-L en Humanitas, die een zinvolle aanvulling zijn op het visiestuk. We zullen ook Humanitas bij de verdere uitwerking betrekken. 3 Ger Wubs De informele basis is het fundament van de sociale basis: de bewoners, de straat, de buurt. Investeer hierin. Schenk meer aandacht aan sociaaleconomisch kwetsbare bewoners. Hoe minder problematiek achter de voordeur, hoe sterker de kern van de sociale basis. Haal belemmerende factoren voor een sociale basis weg. Benoem deze factoren. Geef ook meer aandacht aan de fysieke infrastructuur, dit is bepalend voor de
1
mate waarin je de sociale basis kunt versterken. Werk in de visie bevoegdheden, regie en zeggenschap uit. Ken deze “zo laag mogelijk” toe. Dit zijn de individuele vaak ongeorganiseerde burgers zelf. Reactie Wij zullen bij het uitwerken rekening houden met deze aandachtspunten. Bedankt voor de suggestie om ook aandacht te besteden aan de fysieke infrastructuur. Deze nemen we mee in de uitwerking. 4 Machiel Talsma Is het geen “oude wijn in nieuwe zakken"? Dit gelet op ervaringen van zaken die in het verleden zijn ontwikkeld en geen doorgang hebben gevonden. Nu weer oplossingen bedenken die niet leiden tot structurele oplossingen leidt tot ' passiviteit' en moedeloosheid bij veel van de genoemde partijen. Om dit te verbeteren wil de heer Talsma hierover graag meedenken. Reactie: Graag gaan we met u in gesprek over uw ervaringen en kunnen we van daaruit kijken hoe we dit kunnen benutten in de uitwerking van de visie. 5 Amaryllis We zijn blij dat er nu een visie ligt op de versterking van de sociale basis en dat na vaststelling hiervan de noodzakelijke uitvoering los kan. We geven aan de hand van de vier punten uit de ontwikkelagenda onze reactie op deze visie. -
Maatwerk per wijk of dorp. Een op maat gemaakte aanpak per wijk of dorp is cruciaal. In de visie wordt beschreven hoe Amaryllis samen met de gemeente hierop inzet. Wij denken echter dat dit een veel bredere en gezamenlijke verantwoordelijkheid is waar meerdere maatschappelijke organisaties bij moeten worden betrokken. Wij zouden graag zien dat dit in de gehele visie tot uitdrukking komt. Om tot maatwerk te komen is een gedegen (gebieds)analyse een belangrijke voorwaarde. In de visie wordt genoemd dat deze tot stand komt aan de hand van statistieken en dat analyse daarvan leidt tot een uitvoeringsagenda per gebied. Vanuit Amaryllis willen we hier een bijdrage aan leveren. We vinden het belangrijk dat we de analyses maken met de (vrijwilligers)organisaties en wijk/dorpsbewoners die het betreft. We willen ons mede inzetten voor een gedragen uitvoeringsagenda die richting geeft aan verdere samenwerking op wijk/dorpsniveau.
2
Een dorps- of wijkanalyse maken is een hele klus en wekt, gecombineerd met een uitvoeringsagenda, de nodige hoge verwachtingen bij alle betrokkenen. In de visie wordt voorgesteld om de analyses te richten op de wijken en dorpen waar een buurt- of dorpskamer is. In totaal gaat dat om 9 wijken en dorpen. Ons voorstel is om met een analyse in een viertal wijken en/of dorpen te beginnen, die goed te evalueren en met de geleerde lessen de overige wijken en dorpen gefaseerd op te pakken. Dit biedt tevens de ruimte om na te gaan of e.e.a. wel goed meetbaar is zoals beschreven in paragraaf 3.4. Monitoren. De door u genoemde indicatoren zijn naar onze mening lastig meetbaar en subjectief. -
Ondersteunen van initiatieven van onderop. Wij delen uw visie dat de gemeente initiatieven die vanuit de bewoners komen zelf als gemeente gaat faciliteren en ondersteunen. In de visie wordt Amaryllis daarbij een signalerende en stimulerende rol toegedicht. Deze verantwoordelijkheid kunnen we niet alleen dragen. Als het gaat om het signaleren van behoefte en het verder brengen van goede ideeën vanuit de samenleving moeten de betrokken (bewoners)organisaties de handen ineenslaan. Het ontplooien van initiatieven van onderop kan alleen als er op wijk- of dorpsniveau middelen beschikbaar zijn. Deze moeten snel en laagdrempelig te benutten zijn door initiatiefnemers.
-
Ruimte voor gesprek met de sociale basis. In de visie wordt gesteld dat de gemeente het initiatief neemt om regelmatig in gesprek te gaan met de sociale basis. Dat is een goed voornemen. Vervolgens wordt er ook al een agenda geschetst op basis waarvan deze gesprekken plaats zouden moeten vinden. Er wordt zelfs gesteld dat de agenda een gezamenlijke verantwoordelijkheid is. Dat is pas het geval als je dat hebt afgesproken met betrokken organisaties en bewoners. Verantwoordelijkheden in de sociale basis kan de gemeente niet eenzijdig toedelen. De sociale basis is een niet te sturen geheel van organisaties, vrijwilligers en losse verbanden in de wijken en dorpen. Binnen dat geheel zijn verschillende belangen en opvattingen te onderscheiden. Het verschilt sterk per onderwerp, gebied en betrokkenen waar de energie zit om de handen ineen te slaan. Wij hebben dat gezamenlijk ondervonden bij de ontwikkeling van buurt- en dorpskamers.
-
3
Van elkaar leren. Er wordt onderscheid gemaakt in de visie tussen leren op individueel niveau en collectief niveau. Daarbij wordt de verantwoordelijkheid voor het individuele bij Amaryllis neergelegd en het collectieve bij de gemeente. Deze begrippen moeten
verduidelijkt worden. Amaryllis organiseert bijvoorbeeld al themabijeenkomsten voor organisaties en vrijwilligers, is dit dan collectief of individueel? Als het gaat om het peilen van opleidingsbehoefte onder vrijwilligers en het organiseren van passende trainingen, opleidingen en bijeenkomsten is er nog veel te winnen. Het vrijwilligerswerkteam van Amaryllis staat te popelen om hier met de sociale basis verder vorm aan te geven. Het team is hier ook voor toegerust. Maar ook hier geldt, er moeten wel middelen tegenover staan. Binnen de huidige ruimte kunnen we geen nieuw aanbod ontwikkelen met vrijwilligers. Afsluitend willen we uw college nog het volgende meegeven: - De ambitie die spreekt uit de visie op de versterking van de sociale basis juicht Amaryllis toe. Wij zetten ons net als al die andere betrokken partijen iedere dag in voor sterke sociale structuren in de wijken en dorpen. Des te belangrijk is dat we onze werkzaamheden en verantwoordelijkheden goed afstemmen. -
Er is zes jaar geen opbouwwerk geweest in Leeuwarden. Onze eigen opbouwwerkers moeten zich helemaal opnieuw inwerken in de wijken/dorpen. Daar is tijd voor nodig. We zijn ambitieus, maar willen geen teleurstelling veroorzaken omdat we onze ambitie niet waar kunnen maken. Het slim faseren van de inzet is van groot belang. Dat geldt ook voor de inzet van de tijdelijke gemeentelijke opbouwwerkers.
-
Bij het investeren in de sociale basis gaan de kosten voor de baten uit. De recente bezuinigingen op onder meer de vrijwilligerswerk- en jongerenondersteuning (450.000 euro) passen niet bij de verwachtingen die worden geschapen in de visie op de versterking van de sociale basis. Er is eerder een extra investering nodig.
-
De financiële paragraaf vinden wij te mager ten opzichte van de vele ambities die in de visie verwoord staan. Er wordt ook van de gemeente veel uitvoerend werk verwacht, zeker als je kijkt naar de vele wijken en dorpen. Deze taken worden opgepakt door de huidige gebiedswerkers. Kunnen zij dit erbij doen? In het proces van de totstandkoming van buurt- en dorpskamers en voor de nog te ontwikkelen satellietlocaties blijkt ook dat vrijwilligersorganisaties verwachten dat zij structureel financieel gefaciliteerd worden door de gemeente. Als Amaryllis blijven wij, zoals met u afgesproken, alleen financieel verantwoordelijk voor de huisvesting van onze medewerkers en voor de kosten samenhangend met de organisatie van groepsactiviteiten als onderdeel van de basisondersteuning.
Reactie:
4
U noemt o.a. het gefaseerd maken van de gebieds- of wijkanalyses, een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente, Amaryllis en andere maatschappelijke organisaties en te weinig financiële middelen op wijkof dorpsniveau. Wij zullen bij de uitwerking rekening houden met deze aanwijzingen. In een eerder stadium van de visie heeft Amaryllis in een gesprek ook een aantal aanvullingen gegeven. Deze zijn verwerkt in de huidige visie of worden betrokken bij de uitwerking van de visie. Dit gaat onder andere over de spanning die kan komen te staan op de belangen van de sociale basis en het belang dat de gemeente heeft bij een sterk sociale basis. Daarin willen we graag het gesprek aangaan over verantwoordelijkheden en rollen en hoe te werken aan het bouwen aan wederzijds respect en vertrouwen. Het zijn waardevolle aandachtspunten en tips, waar wij graag met de sociale basis, Amaryllis en andere maatschappelijke partners vorm aan willen geven.
6 BuurtServicePunt (BSP), Marjolein van der Veen Als BSP anderhalf jaar lang betrokken geweest bij het proces. Via V-O-L maar ook aan de bijeenkomsten deelgenomen. Een visie op de sociale basis is belangrijk. We werken in het Buurtservicepunt (BSP) met vrijwilligers en zitten nu in de buurt- en dorpskamers. We zijn positief over het visiestuk, maar hebben een aantal aanvullingen. De BSP graag noemen bij de organisaties die deel hebben genomen in het voortraject (blz 12). Mogelijk BSP ook toelichten in een kader. Daarnaast staat in het kader dat beroepskrachten en vrijwilligers samen verantwoordelijk zijn. Dit vindt het BSP wel te zwaar voor de vrijwilligers. Zij hebben nu ook machtiging en vrijwaring voor vrijwilligers. De inwoner is zelf verantwoordelijk voor het invullen ven bijvoorbeeld formulieren, niet de vrijwilliger. Daarnaast geeft BSP aan dat zij wat betreft facilitering iets meer van VOL hadden verwacht. BSP heeft er zelf erg hard aan moeten trekken om een goede facilitering in de wijk- en buurtkamers te krijgen. BSP wil graag weer een keer benaderd worden voor input. Zij hebben zelf te weinig tijd om deel te nemen aan bijvoorbeeld een werkgroep, maar willen éénmalig meedenken. Reactie: Wij gaan BSP vermelden bij de deelnemers in het voortraject en we lichten BSP er in een kader uit.
Bij de uitwerking van de visie houden we rekening met de opmerking over de gezamenlijke verantwoordelijkheid van vrijwilligers en beroepskrachten.
5
7 FNP (Lyda Veldstra) Is der oer nei tocht om “ Meitinkers “ ta te heakjen oan de Sosjale Basis? Yn de eardere gemeente Boarnsterhim wurke dit perfekt! Meitinkers binne faaks de eagen en earen yn de strjitte of de Wyk. Hoe wurdt hjir oer tocht? Hoe sjocht de Gemeente de gearwurking mei wyken dy’t NET yn dit Sosjale basisplan binne ferwurke? Leit hjir noch in taak foar de gemeente? Hoe kin der foar soarge wurde dat alle wyken en dus ek ( âldlân, Wielenpolle, Schepenbuurt/Heechterp der wol by belutsen wurde? Ien fan de 5 tema’s is: “ Hoe kunnen wij van elkaar leren” ? Ynisjativen fan út de wyken ( m.n. De Wielenpolle) werom wurde dy net oppakt troch de gemeente? Frijwilligers: Stribje mei ynset fan frijwilligers is prima mar dan moat je wol wis weze dat kontinuiteit en fakmanskip de basis is, Binne jimme dat ek mei us fan miening? Hoe kinne je der fan ut gean dat “ frijwillige “ buurtbewoners goede ( suvere ) bedoelings hawwe? Hoe is it oannamebelied? Wurde de frijwilligers skreend yn it foar en is in yntegriteits undersyk winsklik? Wy nimme oan dat de fragen en antwurden ferwurke wurde yn in antwurdnota en dat elts dy’t fragen yntsjinne hawwe ek ynsage hawwe yn de antwurdnota. Reactie: De sosjale basis/mienksip is van de ynwenners sels. As der need oan is, binne meitinkers in mooglike útwurking.
De fisy op de sosjale basis giet oer alle bewenners dy’t yn ferskate ferbannen inisjativen en aktiviteiten ûndernimme. Dizze jilde foar alle wiken en alle doarpen yn de gemeente Ljouwert. By it fan elkoar leren giet is om it beskikber stellen fan eigen kennis en ekspertise troch maatskiplike organisaasjes en de gemeente. Foar inisjativen fanút de wiken en doarpen binnen oare mooglikheden saas it Mienskipsfûns, wyk- en doarpsbudzjetten en it platfoarm fysieke bewennersinisjativen. Dizze steane iepen foar alle wiken en doarpen. Útgongspunt wat frijwilligers oanbelanget is mienskiplik fertrouwen en respekt. De frijwilligers dy’t oanwezich binne yn de buurt- en doarpskeamers binne foar in grut part no ek al aktyf yn in frijwilligersorganisaasje. Bygeliks by Humanitas of by it Buurtservicepunt. Yn dizze organisaasjes is oandacht foar fakmanskip en yntegriteit. De sociale basis/mienskip is van inwoners zelf. Als er vanuit hen behoefte aan is, zijn meitinkers een mogelijke uitwerking. De visie op de sociale basis gaat over alle bewoners die in allerlei verbanden initiatieven en activiteiten ondernemen. Deze geldt voor alle wijken en alle dorpen in de gemeente Leeuwarden. Bij het van elkaar leren gaat
6
het om het beschikbaar stellen van eigen kennis en expertise door maatschappelijke organisaties en de gemeente. Voor Initiatieven vanuit de wijken en dorpen zijn andere wegen en mogelijkheden zoals het Mienskipsfonds, wijk- en dorpsbudgetten en het platform Fysieke Bewonersintiatieven. Deze staan open voor alle wijken en dorpen. Uitgangspunt met betrekking tot vrijwilligers zijn wederzijds vertrouwen en respect. De vrijwilligers die aanwezig zijn in een buurt- of dorpskamers zijn voor een groot deel ook nu al actief binnen een vrijwilligersorganisatie. Bijvoorbeeld bij Humanitas of bij het BuurtservicePunt. Binnen deze organisaties is aandacht voor vakmanschap en integriteit. 8 Cambuur verbindt, Karin Smit Cambuur verbindt heeft in het voortraject niet meegedaan, maar voelt zich zeker betrokken. We hebben als Cambuur Verbindt een grote ontwikkelslag gemaakt in de samenwerking met Amaryllis, Windkracht 058, De Klomp, mensen in de wijk. Elkaar in de kracht zetten. Ook met de gemeente een prettige samenwerking. We worden gezien. Ook de trainer en de spelers worden volop ingezet. De maatschappelijke betrokkenheid is onderdeel van Cambuur. De visie is een prima verhaal. Duidelijk leesbaar. De ruimte voor gesprek met de sociale basis ervaar ik ook zo. De gebiedswerkers zijn een belangrijke schakel in de samenwerking. Continuïteit van de mensen is belangrijk: bekendheid, vertrouwen.
Cambuur verbindt mist het onderwerp mantelzorg. Mantelzorgen is heel erg zwaar. Ook jongeren in de leeftijd van 12 en 18 jaar nemen dit regelmatig op zich. Voor hen is dit een zware wissel op hun leven. Daar mag meer aandacht voor zijn. Algemeen constateert Karin dat er in onze gemeente veel mooie initiatieven zijn, maar we kunnen het elkaar gemakkelijker maken door meer samen te werken. Goed van elkaar weten wat we doen. We werken zelf samen met een groep organisaties. Maar er zijn nog meer organisaties waarvan wij niet weten wat ze doen. Een goed overzicht is de eerste stap. Cambuur Verbindt wil graag meedenken in de uitwerking van de visie. Reactie: Het is goed om te lezen dat Cambuur verbindt de ruimte ervaart in het gesprek met de sociale basis. Bij de uitwerking nemen wij het onderwerp Aandacht voor mantelzorg mee. We zien in de coronaperiode dat deze groep nog meer onder druk is komen te staan. Wat betreft een goed overzicht van initiatieven verwijzen wij naar de website www.samenleeuwarden.nl van Amaryllis. Hier staat een overzicht van (vrijwilligers)organisaties uit het sociaal domein in de gemeente Leeuwarden.
7
9 Bewonersbedrijf Heechterp-Schieringen Ze kunnen zich volledig vinden in de Uitwerking thema’s. Voor succesvolle samenwerking in wijken en dorpen zijn vertrouwen, continuïteit en herkenbaarheid vereist. En vindt men dat de sociale wijkteams in het algemeen alleen tijdens kantooruren aan het werk en bereikbaar zijn. Terwijl buurtactiviteiten vaak juist buiten die uren en in het weekend plaatsvinden. Bovendien maakt het er voor werkende bewoners niet makkelijker op om hulp te zoeken. Dit geldt helemaal voor Jongerenwerk(st)ers. Met name problemen met jongeren vinden vaker buiten deze uren plaats. Een actieve benadering van bewoners en problemen verdient verder de voorkeur, boven een passieve=afwachtende houding. Er heerst bij veel bewoners, soms door eigen slechte ervaringen in het verleden, nog vaak angst, schaamte en onbegrip ten aanzien van officiële (hulp) instanties. We willen graag de komende tijd de discussie over de benodigde cultuuromslag met elkaar gaan voeren zodat over niet al te lange tijd alle neuzen dezelfde kant opstaan en er daadwerkelijk verder met elkaar aan de slag kan worden gegaan voor een betere, begripvollere, prettiger en leefbaarder buurt, wijk of dorp. Reactie: Wij realiseren ons de waarde van vertrouwen, continuïteit en herkenbaarheid. De door het Bewonersbedrijf genoemde aandachtspunten onderschrijven wij.
We zullen hiermee in de verdere uitwerking zeker rekening houden en betrekken het Bewonersbedrijf hier graag bij. 10 GroenLinks Leeuwarden (Femke Molenaar) Op het visiestuk dat nu voorligt hebben we veel wensen en bedenkingen. Naast de bedenking in de vorm/gebruikte taal- en beeldmateriaal, hebben deze met name te maken met de mate van concreetheid en de mate van verschil tussen de systeemwereld die de basis vormt in de wereld van de meeste overheden en beroepskrachten en de realiteit en drijfveren van de vrijwilliger. Op pagina 11 staat notabene verwoord “Het opstellen van een visie spreekt veel bewoners niet direct aan omdat het te abstract of te ongrijpbaar is.” Waarom is er dan niet voor gekozen om deze visie te voorzien van een meer praktische -noem het faciliterende- vorm. Praktisch en concreet WIE gaat WAT doen en WAAR kan men terecht voor.... Overzichten, stroomschema’s en visie op handelingsadviezen. We hoorden in het open podium (en ik al veelvuldig in gesprekken) dat het niet helder is wie welke verantwoordelijkheid heeft in het betrekken
8
en versterken van de sociale basis. Dit moet ook een plek krijgen in de definitieve visie. P.4: “Bewoners kunnen elkaar helpen of kunnen door beroepskrachten geholpen worden, daar waar nodig.” Door het hele stuk door wordt mij niet duidelijk waar nou de grens ligt, hoe deze bewaakt of helder gemaakt kan worden en wat daarin slimme dingen zijn? Met name in bv het WMO debat is dit nu net de kernvraag! Wat is de visie in deze?! Op pag 14 is hier een alinea aan gewijd die niets concreets benoemd. Is er hierover geen handvat te bieden vanuit de eerder benoemde handelingsadviezen of ervaringen elders? Of zou dit opgenomen kunnen worden als ontwikkelopgave? P.6 “tot stand gekomen in samenwerking met de mensen en de organisaties die sociale basis vormen” (..) “Wanneer de sociale basis genoemd wordt, worden daar ook alle beroepskrachten actief in en rondom de sociale basis genoemd”. P.9 “Om alle verenigingen, organisaties en losse verbanden te betrekken bij de versterkingen, en ondersteuning, van de sociale basis richten wij ons op de belangenorganisaties”. Hoe wordt gewaarborgd dat ook degenen die niet aan de belangenorganisaties gelieerd zijn - maar zeker wel tot de sociale basis behoren - ook betrokken zijn, worden en blijven? Zorg dat je daarvoor -in dit werkdocument- ook een lijst hebt van betrokkenen en duidelijke plekken noemt waar men voor bepaalde zaken terecht kan.
Op de eerste pagina’s van de visie wordt gesteld dat; (2de en 4de zin op 1ste pagina (p.4)); “Onze visie is dat een sterke sociale basis de ruggegraat vormt van de Leeuwarder samenleving” “De ondersteuning geboden door beroepskrachten sluit hierop aan”. “Vrijwilligers en beroepskrachten trekken gezamenlijk op; naast elkaar” (p.14) en “Er is sprake van een gelijkwaardige relatie tussen vrijwilliger en beroepskracht, ondanks een verschil in bevoegdheden.” (P.14). Dit klinkt allemaal fantastisch, maar volgens mij zijn dit -gezien de geluiden uit de echte wereld- juist zaken waaraan gewerkt moet worden. Het blijkt al uit de ontwikkelopgaven waarin de professionals van Amaryllis en de gemeente taken toegewezen krijgen, maar de sociale basis alleen maar hoeft mee te doen.... En wees eerlijk En tot slot wees eerlijk en realistisch in wat je wil en wat kan. Geef ook aan waar in de visie de grenzen liggen in relatie tot bv de gestelde definitie. Maak dit duidelijk met concrete voorbeelden en zorg dat je naast succesindicatoren ook heldere misluk-indicatoren deelt.
9
Wensen en bedenkingen:
Gebruik heldere overzichten en stroomschema’s waarmee je duidelijk maakt: 1. Met welke mensen gesproken is/ welke organisaties betrokken zijn 2.Wat je wanneer in tijd van plan bent met wie (de ontwikkelagenda) 3.Wie heeft welke verantwoordelijkheid in het betrekken en versterken van de sociale basis en waar kan aangeklopt worden voor wat
Een visie heeft een doel. In deze visie wordt de visie omschreven, maar lijkt het doel te missen.
Schrijf deze visie in begrijpelijke taal. Zo is deze ook toegankelijk voor de groep die onder de sociale basis valt!
Zorg dat ook in je beeldmateriaal divers en toegankelijk en niet zoals nu- alleen witte mensen de sociale basis verbeelden
Zorg dat je in de ontwikkelagenda ook uitbreid met zaken waarvan de sociale basis heeft aangegeven dat dit belangrijk is (zie aanbevelingen in het stuk van VOL 2019) en geef de sociale basis een rol en taak in de uitwerking. Zorg dat deze ontwikkelopgave leidt tot concrete antwoorden, concrete handelingsadviezen, heldere ervaringen elders die inspireren.
Gebruik concrete voorbeelden, zoals bv P.12 “De gemeente put uit geslaagde voorbeelden [..] Ook ervaringen die minder geslaagd zijn.” Daar kunnen er ook concrete voorbeelden van ervaringen die minder geslaagd zijn genoemd worden en welke lessen daaruit te trekken zijn? Deel dus ook mislukkingen en benoem smart wat je ervan kan leren.
Zorg voor cijfers en beelden gericht op de gemeente Leeuwarden en dus niet zoals op P.13 “Friesland staat bekend ... (CBS, 2016).” Leuke statistiek voor Friesland, maar het gaat hier om een Leeuwarder visie. Zijn hier geen Leeuwarder cijfers voor? Kan me namelijk voorstellen dat stad Leeuwarden onder gemiddeld scoort binnen Friesland en dus een ander verhaal is.
Reactie: In de uitgebreide reactie van GroenLinks staan waardevolle tips, wensen en bedenken, die goed passen bij de concrete uitwerking van de visie in
10
de vier ontwikkelopgaves. Samen met de sociale basis en maatschappelijke organisaties wordt een uitvoeringsagenda opgesteld. In de uitvoeringsagenda zullen veel van deze punten terug gaan komen, zoals de aanbevelingen in het onderzoek van het V-O-L. 11 Easterlittens Zij hebben met veel plezier en genoegen de visie ‘versterking sociale basis Leeuwarden’ gelezen. Een visie die helder verwoordt dat een stevige sociale basis in iedere wijk of dorp belangrijk is voor de mensen die er wonen. Het zorgt voor een belangrijke bijdrage aan de ‘dagelijkse kwaliteit’ van leven. De waarde hiervan is zeker in deze ‘coronatijd’ nog prominenter in beeld gekomen. Noodzakelijk is dat er vanuit de gemeente Leeuwarden voldoende wordt gefaciliteerd om de vier de ontwikkelopgaven daadwerkelijk handen en voeten te geven binnen de gestelde termijnen. Het periodiek evalueren en monitoren is hierbij van groot belang. Reactie: Wij zullen de meegegeven tips met name ook rond evaluatie en monitoring bij de uitwerking ter harte nemen. 12 Jan Liezenga Is het er mee eens dat iemand iets gaat doen in de maatschappij, op vrijwillige basis is OK. Maar het moet niet doorslaan zodat het een instrument wordt om begrotingen van gemeenten en het rijk kloppend te maken, of om bezuinigingen op te vangen.
Je ziet vrijwilligers bij sportclubs en buurthuizen en initiatieven om de natuur weer wat te herstellen zo wordt er op verschillende niveaus vrijwilligerswerk verricht Er zijn ook nog mensen die graag weer een baan willen en graag uit de kaartenbakken van de gemeente en UWV willen en die niet moeten worden in genomen door vrijwilligers. Zie buurt en dorpskamers. Vrijwilligerswerk moet wel gepast zijn en geen reguliere banen innemen. Reactie: Verdringing van regulier werk is een voortdurend aandachtspunt bij de gemeente. Het is ook niet de opzet dat vrijwilligers het werk van professionals gaan overnemen. Dank voor deze aanwijzing.
11
13 Jan Veenker Het visiestuk erkent de kracht, de creativiteit, de vrijheid, de passie en het informele van de sociale basis in Leeuwarden. Toch is er bestuurlijk, ambtelijk de hang naar effectiviteit en resultaatgerichtheid. Hierin sluipen -begrijpelijk- controle, sturing en ons kent ons (bijv. buurtbesturen, wijkpanels en bewonersbedrijven) mechanismen die nieuwe/andere initiatieven bemoeilijken. Nieuwe, vrije en niet afgetimmerde concepten/initiatieven moeten de ruimte krijgen en niet dwangmatig worden ondergebracht bij bestaande (gesubsidieerde instituties). Verder moet er ook ruimte zijn dat initiatieven kunnen groeien naar (financiële) zelfstandigheid. Er moeten vrije/onafhankelijk budgetten, toezicht, in-en tegenspraak en ruimte worden geboden aan de nieuwe sociale basis- initiatieven. De sociale basis moeten open, op maat, betrouwbaar en innovatief bediend worden. De gemeente moet dit proces gedurfd en beschermend faciliteren. Het is de hoogste tijd voor een nieuw, open, laagdrempelig en veilig bewonersplatform sociale basis Leeuwarden. Met in- en tegenspraak. En het allerbelangrijkste: (kwetsbare) bewoners, de sociale basis, moet een keuze hebben, geen verplichte winkelnering bij de professionele instituties (met organisatiebelangen). Reactie: Wij onderschrijven de opmerkingen van de heer Veenker.
De opgave is om bij de verdere uitwerking er voor te zorgen dat deze uitgangspunten niet slechts in theorie worden beleefd maar ook concreet vorm krijgen. 14 Werkgroep Toegankelijkheid Gemeente Leeuwarden De WGTL is blij met een brede blik van de gemeente die in de visie tot uiting komt. Veel facetten van de samenleving en de samenwerkingsverbanden daarbinnen komen aan bod. De genoemde uitgangspunten en ontwikkelopgaves zoals deze in de samenvatting kort zijn omschreven zijn herkenbaar maar ook niet nieuw. Het belang van toegankelijkheid is een belangrijk aspect van en voor de sociale basis. 1-Advies: de gemeente neemt het belang van ‘toegankelijkheid’ op in de visie. Fysieke, sociale én digitale toegankelijkheid van en binnen de sociale basis is een onmisbare voorwaarde om deel te kunnen nemen aan de sociale basis. Wanneer deze toegankelijkheid er niet of onvoldoende is, kan niet iedereen die dat wil meedoen aan of onderdeel zijn van die sociale basis. Kunnen meedoen is een recht, geen gunst!
12
2-Advies: refereer aan de Lokale Inclusie Agenda Gemeente Leeuwarden Men zou kunnen denken dat de gehele Visie Versterking sociale basis vanzelfsprekend geldt voor alle mensen met een beperking. Maar, zoals de, in de door de Raad in januari 2020 vastgestelde Lokale Inclusie Agenda “Iedereen doet mee!” (LIA) laat zien, moet er nog veel gedaan worden voordat mensen met een beperking volwaardig mee kunnen doen in de samenleving. 3-Advies t.a.v. paragraaf 1.2: neem de Werkgroep Toegankelijkheid Gemeente Leeuwarden op in deze opsomming. De WTGL kan genoemde, organisaties rondom de sociale basis adviseren en ondersteunen. Specifieke belangenorganisaties voor inwoners met een beperking zijn vaak niet meer vindbaar/actief binnen de gemeente, maar zijn provinciaal en/of landelijk actief. Het netwerk van de WTGL voorziet hierin. Het uitgangspunt is: ‘Niet over ons, zónder ons!’. 4-Advies: maak het visiedocument én andere documenten en websites toegankelijk voor de mensen met een beperking binnen sociale basis. Dit kan door o.a.: - Een vereenvoudigde Publieksversie opstellen van het document in taalniveau B1; - Een toegankelijke digitale versie maken voor mensen met een visuele beperking; - Werken met filmpjes, die goed zijn ondertiteld; - Gebruik van pictogrammen; - Een goed leesbaar, eenvoudig lettertype, zoals Arial (in dit document gebruikt) De WTGL kan hierover adviseren.
5-Advies: neem bij paragraaf 3.5 Investeren in de sociale basis’ op dat er ook geïnvesteerd wordt in de fysieke toegankelijkheid van (gemeentelijke) voorzieningen. Hiervoor is het van belang dat bij het afgeven van vergunningen het fysiek toegankelijk zijn van gebouwen, wijkcentra, sportvoorzieningen e.d. een vereiste is. Dit kan ondersteund worden door het beschikbaar stellen van financiële middelen. Reactie: Bij de verdere uitwerking zullen wij rekening houden met de adviezen met betrekking tot fysieke, sociale én digitale toegankelijkheid en het aanbod van de werkgroep Toegankelijkheid Leeuwarden om organisaties in de sociale basis te adviseren en te ondersteunen.
13
15 Louis Bakker, PKN Classis Fryslân Liesbet Geijlvoet, Kleurrijk Fryslân Jan Bosman, Solidair Friesland 1.Sociale Basis van onderaf. In het algemeen is het bemoedigend dat de gemeente de sociale basis van onderaf wil betrekken bij/maatschappelijk wil activeren voor het sociale domein. Deze benadering sluit aan bij de visie en doelstellingen van onze organisaties. Onze complimenten ook voor verheldering van de visie van de gemeente. De aangegeven uitgangspunten zijn uitnodigend naar de sociale basis om op in te spelen. Wij blijven graag in gesprek als steunpunten voor/gesprekspartners namens kerken en andere levensbeschouwelijk gemeenschappen. We zijn blij dat in deze notitie de kerken en moskeeën met name zijn genoemd en gaan graag in gesprek over om de mogelijkheden voor maatschappelijke activering vanuit deze (en andere) gemeenschappen verder te verkennen en beter te benutten. Echter moeten wij tot onze spijt ook vaststellen dat de kerken van Leeuwarden en met name de diaconale organisaties van de Leeuwarder kerken en Kleurrijk Fryslân zelf niet zijn aangeschreven. Wij staan open voor een gezamenlijke inzet om hierin een inhaalslag mogelijk te maken. In de notitie missen wij de verwijzing naar mogelijkheden om aan te sluiten bij stedelijke en regionale activiteiten en netwerken, die ook van betekenis zijn voor het sociale domein van de gemeente Leeuwarden.
Daar is nog veel meer uit te halen. Niet alles is op wijk-, buurt of dorp georiënteerd. Een vraag die bij ons in algemene zin leeft na lezing van het rapport, betreft de vraag of de WMO niet te ver is opgerekt? Is de focus wel voldoende gericht op duurzame aandacht voor de meest kwetsbare groepen en op inzet t.b.v. de sociale cohesie? In onze projecten richten wij ons op de extra kwetsbare groepen en op thema’s rond armoede, leefbaarheid, sociale cohesie en duurzaamheid. Wij ervaren jaarlijks de toename van de problemen rond deze thema’s en de toegenomen complexiteit van het vrijwilligerswerk t.b.v. deze doelgroepen en thema’s. O.i. zou het verstandig zijn om de aandacht voor de meest kwetsbare groepen en thema’s – mede gezien de beperkt beschikbare middelen – scherper af te bakenen. 2. Kracht en zorg a. aandacht voor meest kwetsbare groepen. b. benadering vanuit presentie, c. inzet van vrijwilligers uit kerken, diaconieën, netwerken, projecten e.a. d. inzet vanuit diversiteit via KF
14
e. beschikbare methoden, projecten, expertise en deskundigheid en mogelijk ook ruimtes, die van (meer) betekenis kunnen worden voor de gemeente door meer samenwerking. De kracht van ons werk is vooral gelegen in: Onze grote betreft ons ervaring dat er steeds meer beroep gedaan wordt op inzet van vrijwilligers voor steeds zwaardere taken en onder steeds complexe voorwaarden voor de vrijwilligersorganisaties. De professionele ondersteuning voor dit werk is verschraald of verdwenen. Daarin geeft de notitie zeker een goed signaal af. Ook daarvoor zouden wij graag met de gemeente in overleg gaan. Onze vrijwilligers zijn goed in presentie. Deze goede vrijwilligers inzet in het sociale domein verdient duurzame professionele ondersteuning. De vrijwilligers in deze sector verdienen zelf ook vormen van ‘presentie’ en waardering door middel van gerichte ondersteuning, scholing, vergoedingen etc. Dat is een voorwaarde voor kwalitatief vrijwilligerswerk voor de kwetsbare groepen en actuele thema’s als armoede, eenzaamheid, inclusie en discriminatie. Daarvoor zal gerichte en extra investering noodzakelijk zijn. Wij doen graag mee, evenals de vrijwilligers in onze netwerken. We gaan graag nader in gesprek over de wijze waarop dit optimaal kan worden vormgegeven. 3. Praktische mogelijkheden: a.
Vanuit de presentiebenadering steun geven aan Woonkamerinitiatieven in enkele buurten, wijken en dorpen. Het zou o.i. de moeite waard zijn om te verkennen hoe deze methode en initiatieven ingevoegd kunnen worden in de gepland en reeds gestarte woonkamers. b. Aanhaken bij de maatjesprojecten en werken aan meer samenhang. c. Scholing in presentie voor vrijwilligers, voor vrijwilligers in woonkamers, maatjesprojecten en andere projecten. d. De dialoog verbreden en verdiepen volgens de al vele jaren door ons toegepast dialoogmethode. Dat zou mogelijk al in de eerste week van november 2021 kunnen, de traditionele dag en week van de dialoog. Eerder gaven wijlen wethouder Ekhart en voormalig burgemeester Crone hiervoor de aftrap. Dit jaar zouden wij dat met burgemeester Buma en WMO-wethouder Kuiken willen oppakken rond het thema “Zin in het sociale domein”. Met de beproefde dialoogmethode hopen we ca. 25 dialoogtafels en 200 mensen door de hele gemeente in dialoog te brengen. We zouden dat willen koppelen aan het project ‘Zie de mens - heel de mens’, een project over hoe verder als sociale basis na de corona-periode. Reactie: Graag gaan wij in op het aanbod om mee te werken aan de verdere uitwerking. Wij onderschrijven de opmerkingen over aansluiting bij stedelijke en regionale activiteiten en netwerken. We zullen bij de verdere uitwerking uw tips, vragen en opmerkingen meenemen.
15