CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Reactienota beleidsprogramma Energie 2025-2030

Besluitvorming (raad) 26 november 2025, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Addendum omgevingsvisie Energie & Warmte en Beleidsprogramma Energie 2025-20303.857 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Reactienota ontwerp Addendum Energie & Warmte en Ontwerp Beleidsprogramma Energie Het ontwerp Addendum Energie & Warmte en het Ontwerp Beleidsprogramma Energie lagen vanaf 1 september 2025 zes weken ter inzage. Beide documenten waren online en in de gemeentehal in te zien. Er zijn in totaal acht zienswijzen binnengekomen. Vanwege de privacy zijn de persoonsnamen van de op persoonlijke titel ingediende zienswijzen weggelaten uit onderstaande reactienota. Hieronder wordt weergegeven wat de punten uit de zienswijzen zijn, en hoe gemeente Leeuwarden deze punten meeneemt in de definitieve versie van het Addendum en het Beleidsprogramma. Nr.

Indiener(s)

1.1

1.2

Onderwerp/ thema

Samenvatting zienswijze

Antwoord

Aanpassing(en) Addendum / Beleidsprogramma

Energiecoöperatie Oprichting van ‘Nieuwe Energie gemeentelijk Oranjewijk’ energie- en warmtebedrijf

U geeft aan dat u de oprichting van een gemeentelijk energie- en warmtebedrijf gaat onderzoeken. Wij merken hierbij op dat er door samenwerkende energiecoöperaties in de gemeente al een model is geleverd van hoe dit bedrijf kan worden ingericht. In plaats van te gaan onderzoeken wat er kan heeft u ook kunnen reageren op de voorstellen die er liggen en daarover een voorlopig standpunt formuleren.

Geen aanpassing van het beleidsprogramma. We gaan graag in gesprek over het verder vormgeven van de samenwerking.

Energiecoöperatie Concretisering ‘Nieuwe Energie volhoudbaar Oranjewijk’ energiesysteem

Bij uw keuze voor een volhoudbaar energiesysteem komt u niet verder dan het noemen van algemeen wenselijke maatregelen, zonder aan te geven waar en hoe deze moeten /

Het op te richten gemeentelijke energieen warmtebedrijf heeft als doel de gemeentelijke deelneming in bijvoorbeeld warmtenetten of opwekprojecten mogelijk te maken. Dat zou ook deelname kunnen betekenen in projecten die door lokale energiecoöperaties zijn geïnitieerd. In een eerder gesprek over het door de samenwerkende energiecoöperaties gepresenteerde voorstel is aangegeven dat het model interessant maar ook complex is. Er is toen afgesproken dat de energiecoöperaties dit verder zouden onderzoeken en uitwerken. Wij gaan hierover graag in gesprek om te verkennen hoe een samenwerking tussen de energiecoöperaties en de gemeente verder vorm kan krijgen. Het addendum geeft een aanvulling op de bestaande omgevingsvisie. Het addendum gaat in op de strategische hoofdlijnen. Het beleidsprogramma gaat

Nee

kunnen worden toegepast. U had hier ook kunnen formuleren dat u initiatieven en experimenten die er in de gemeente volop zijn, actief wilt steunen door ruimte te geven voor keuzes die er in de dorpen en wijken gewenst worden zoals in de ‘speerpuntwijken voor energietransitie’.

1.3

Energiecoöperatie Concretisering ‘Nieuwe Energie ruimtelijk Oranjewijk’ zorgvuldig inpassen

Bij het ruimtelijk zorgvuldig inpassen komt u niet verder dan het formuleren van wensen in plaats van concrete voorstellen. Wanneer u zich de regierol toe-eigent kunt u er niet onderuit om met voorstellen te komen voor de invulling van deze regierol.

1.4

Energiecoöperatie Concretisering ‘Nieuwe Energie algemeen Oranjewijk’

Al met al zien wij deze Omgevingsvisie als een document vol goede bedoelingen maar met weinig visie op wat er per dorp of wijk concreet moet of kan gebeuren. Ook het door u bijgevoegde Addendum Energie & Warmte geeft nog weinig of geen concrete punten aan waarop burgers en energiecoöperaties hun verdere beleidskeuzes kunnen baseren.

een stap dieper in op het ‘hoe’ en op bepaalde punten ook het ‘waar’ van de doelen en maatregelen. Zo wordt bijvoorbeeld specifiek aandacht besteed aan het ondersteunen van initiatieven in dorpen en wijken. Het beleidsprogramma is nog geen concreet uitvoeringsprogramma per wijk of dorp. Het verder uitwerken van concrete maatregelen met betrekking tot de warmtetransitie in wijken en dorpen gebeurt in het wettelijk verplichte warmteprogramma en vervolgens in een wijkuitvoeringsplan. Dit warmteprogramma wordt komend jaar opgesteld. We bespreken graag de inzet die Energiecoöperatie NEO daarbinnen kan leveren. In het beleidsprogramma is expliciet aandacht besteed aan de ruimtelijk zorgvuldig ingepaste energietransitie. Zo bevat het programma bijvoorbeeld een kaart met verschillende zoekgebieden waarbinnen de gemeente vanuit haar regierol het proces actief wil vormgeven. Ook zijn er ten aanzien van de ruimtelijke inpassing ook een aantal leidende principes geformuleerd die richting geven aan de verdeling van de opwek-opgave voor de komende jaren. Uitgaande van uw verwijzing naar de omgevingsvisie vermoeden wij dat u het beleidsprogramma bedoeld. Het klopt dat er niet per dorp of wijk concreet wordt aangegeven wat er moet gebeuren. Dat gebeurt in het warmteprogramma; eind 2026 wordt, vergelijkbaar met de warmtevisie, per wijk, dorp of buurt

Nee

Geen aanpassing van het beleidsprogramma. We gaan graag in gesprek over het verder vormgeven van de samenwerking.

2.1

Samenwerkende Leeuwarder energiecoöperaties

Concretisering beleid

Het beleidsprogramma geeft een mooi inkijkje in de doelen, voornemens en wensen van de gemeente, maar nergens wordt beleid zodanig geconcretiseerd dat we ermee aan de slag kunnen. Wij willen graag dat onder punt 6.2.2 de ‘actievere, meer realiserende en regisserende rol’ vertaald wordt in het concrete voornemen de samenwerking met lokale energie-initiatieven te versterken, o.a. door het formaliseren van zo’n samenwerking zodat met concrete energieprojecten aan de slag kan worden gegaan.

3.1

Koöperaasje Duorsum Mantgum

Stad-centrische blik

We zien een ontwerp wat een sterk stedelijke insteek lijkt te hebben en minder ingestoken is vanuit de behoeftes van dorpen. Ook in de tekst gaat het vaak over ‘Leeuwarden’ en niet over ‘Gemeente Leeuwarden’. Hoe zou de beleidsnota eruit zien vanuit het oogpunt van een dorpsbewoner?

aangegeven welk alternatief voor aardgas mogelijk is en welk handelingsperspectief een gebied heeft. Uitvoering op het gebied van een dorp of wijk gebeurt via het wijkuitvoeringsplan. Wij gaan hierover graag het gesprek met u aan. Zoals u het beleidsprogramma heeft kunnen lezen zijn wij van plan om de samenwerking met lokale energieinitiatieven voor te zetten en te versterken. Wij kiezen er bewust voor om samenwerkingen niet op voorhand in beleid te formaliseren. Dit voorkomt dat met voortschrijdend inzicht een samenwerkingsvorm wordt vastgelegd dat niet past bij een specifieke opgave. In de praktijk blijkt dat verschillende opgaven om verschillende vormen van samenwerking vragen, zoals te zien is bij Heechterp en het geothermieproject. Tegelijkertijd zien we dat ook zonder formele samenwerkingsafspraken projecten succesvol tot uitvoering kunnen komen, zoals in Reduzum. Op verschillende plekken in de tekst benoemen we dat de opgave in de dorpen anders is dat stad. Dit komt bijvoorbeeld tot uitdrukking in het ruimtelijke principe ‘schaal bij schaal’. Bij de stad zoeken we ruimte voor meerder grootschalige opwekclusters, terwijl bij de dorpen ‘bij de dorpen ruimte voor een kleinschalig zonnepark en/of een dorpsmolen.’ Ook onderkennen we dat de opgave in Grou en Stiens anders is dat in een kleiner dorp.

Nee

Ja. Waar in de tekst nu uitsluitend ‘Leeuwarden’ wordt genoemd maar de hele gemeente wordt bedoeld, passen wij dit aan

3.2

Koöperaasje Duorsum Mantgum

Behoeftes binnen en buiten de stad

3.3

Koöperaasje Duorsum Mantgum

Verantwoordelijkheden

Uit de analyse van de inwoners blijken duidelijk aandachtspunten/ prioriteiten. Dit nodigt uit tot specifieke acties, maar die worden door de gemeente niet ‘smart’ geformuleerd. In het bijzonder zou je er voor kunnen kiezen om bij deze actie een onderscheid te maken tussen wat binnen de stad kan gebeuren, wat buiten de stad en wat gezamenlijke plannen kunnen zijn. De omstandigheden binnen en buiten de stadsgrenzen zijn immers verschillend. Wij vinden dit extra jammer omdat van de deelnemers aan de enquête ook een behoorlijk aantal ‘buiten’ stedelijken zijn. In de uitwerking van de enquête is het niet duidelijk of de behoefte van bewoners in de stad anders is dan de behoefte van bewoners in het buitengebied van gemeente Leeuwarden. Dat zou aanvullend van belang kunnen zijn om ook voor het buitengebied een scherper beeld van de opgave te krijgen. Het document is sterk ingericht vanuit de eigen rol/taak en verantwoordelijkheid van de gemeente, en niet die van alle burgers en ondernemers (incl. energiecoöperaties). Het wordt ook niet duidelijk wat er van die maatschappelijke partners verwacht wordt. Het

Wat betreft de warmtetransitie ligt in de dorpen de nadruk op individuele warmtepompen, soms ondersteund door kleinschalige warmtenetten.’ Het beleidsprogramma is bedoeld voor zowel de stad Leeuwarden als voor de gehele gemeente. Waar in de tekst nu uitsluitend ‘Leeuwarden’ wordt genoemd maar de hele gemeente wordt bedoeld, passen wij dit aan zodat duidelijk wordt dat het beleid voor alle dorpen en kernen binnen de gemeente geldt. Uit de analyse is inderdaad een duidelijke prioritering naar voren gekomen, die heeft geholpen om bij de verschillende inhoudelijke hoofdstukken zoveel mogelijk SMART-doelen te formuleren. Omdat de situatie en behoeften zelfs binnen de stad en tussen de dorpen sterk kunnen verschillen, is het belangrijk om in de uitvoering ruimte te houden voor maatwerk, zodat per gebied de meest passende acties kunnen worden gekozen. Het uitvoeringsplan warmte dat per dorp of wijk wordt gemaakt, is hier bij uitstek geschikt voor.

Het beleidsprogramma richt zich inderdaad primair op de gemeentelijke rollen en verantwoordelijkheden. Dat neemt niet weg dat we dit doel alleen kunnen bereiken samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke

Nee. Verdere uitwerking vindt plaats aan de hand van een uitvoeringsplan warmte per dorp of wijk

Nee

risico is dat burgers en ondernemers ‘maar wat gaan doen’. We roepen op om ruimte te creëren voor de doorontwikkeling van de Leeuwarder energie gemeenschap (b.v. via Samenwerkend Leeuwarder Energie Coöperatie). Daarbij: U heeft zelf ook geconstateerd in de bijeenkomsten met b.v. de energie coöperaties in de gemeente Leeuwarden, dat de gemiddelde burger en ondernemer die zich voor de energietransitie wil inzetten via energie coöperaties niet representatief is voor de bevolking. Zonder omwegen: het zijn veelal witte mannen van 50+. Dit is verontrustend omdat de energietransitie impact heeft op alle doelgroepen in de gemeente. Kennelijk de vorm of aanpak voelt een bredere doelgroep zich onvoldoende aangesproken bij deze vorm/aanpak. 3.4

Koöperaasje Duorsum Mantgum

Rechtvaardigheid

Het rechtvaardigheidsbeginsel is een belangrijk onderdeel van de uitvoering van de agenda. Terecht, maar dit vraagt betere uitwerking; hoe gaan we deze rechtvaardigheid wegen? Uit de afgelopen jaren is gebleken dat er, begrijpelijk, veel aandacht is geweest voor realisatie van ‘quick wins’ maar ook ‘impact volle’ routes. Maar in termen van gelijkwaardigheid is het de vraag of de kleinere gemeenschappen (b.v. dorpen) gebalanceerd aandacht krijgen. Ook kan het zijn dat voor individuele bewoners in die gebieden de opgave veel groter is dan in de stad.

partners. Daarom benoemen we op verschillende punten in het programma met welke stakeholders we dit samen willen doen. Zo’n samenwerking kan alleen in overleg ontstaan als die wederzijds meerwaarde heeft. Het is niet mogelijk om vanuit dit beleidsprogramma partners voor te schrijven wat zij moeten doen. Het programma heeft geen juridisch bindende werking. We erkennen dat de energietransitie álle doelgroepen raakt, niet alleen de energiecoöperaties, en hechten er veel waarde aan dat iedereen zich betrokken en aangesproken voelt bij de uitvoering ervan. De paragraaf sociaal rechtvaardige energietransitie gaat met name over deze opgave. In de context van dit beleidsprogramma gaat rechtvaardigheid over het beperken van ongelijkheid binnen de energietransitie, bijvoorbeeld doordat lagere inkomens relatief harder worden geraakt terwijl hogere inkomens vaak beter de weg naar subsidies weten te vinden. Wat betreft de balans tussen stad en dorpen zien we dat er juist in de dorpen over het algemeen meer aandacht is voor dit onderwerp: daar zijn meerdere energiecoöperaties actief en is via de regeling Duurzame Dorpen en Wijken veel ondersteuning beschikbaar gesteld. Bovendien wordt er in verschillende dorpen, zoals Grou, Baard en Stiens, al gewerkt aan concrete plannen of zelfs uitvoering, bijvoorbeeld in de vorm van een warmtenet. Het blijft de komende

Nee

3.5

Koöperaasje Duorsum Mantgum

Uitvoering van energietransitie

3.6

Koöperaasje Duorsum Mantgum

Voorstel pilot Mantgum

jaren van belang om in de gaten te houden dat iedereen kan meedoen aan de energietransitie. Zonder duidelijke uitvoeringsaanpak blijft de We herkennen dat in elke transitie uitvoering van de energietransitie een voorlopers zijn én groepen of individuen toevalstreffer. Sommige ondernemers lopen die lastiger meekomen. Juist met het voor de troepen uit, anderen slagen er niet in om onderdeel rechtvaardige energietransitie capaciteit in eigen kring op te bouwen en komen streven we naar een aanpak waarin dan onvoldoende vooruit. Daarmee krijgen we iedereen mee kan doen. Het formuleren een beeld van een vloot met snelle jachten van concrete doelen helpt daarbij: zo enerzijds en half zinkende roeibootjes anderzijds wordt inzichtelijk waar we naartoe werken die allemaal verschillende richtingen opvaren in en kunnen we via monitoring volgen in verschillende tempi. Hoe u in zo’n geval hoeverre activiteiten bijdragen aan het concrete doelen, rechtvaardig, in tijd en plaats bereiken van deze doelen en aan een wilt realiseren in ons eerlijk gezegd onduidelijk. eerlijke verdeling van de voortgang over verschillende groepen. Een meer concrete uitwerking van de aanpak naar plaats en tijd voor de gebouwde omgeving volgt in het Warmteprogramma.

Refererend aan punt 6.2.2 uit het ontwerp: Uit We gaan graag het gesprek aan om te discussies met onze leden ontstaat een verkennen hoe we de energiecoöperatie in verlangen om technische en sociale energie Mantgum kunnen ondersteunen om, opgave, zoals geformuleerd in de ambitie, af te binnen de lokale mogelijkheden en daar pellen tot het niveau van Mantgum. Dus kunnen geldende context, aan de slag te gaan voor wij, op het schaalniveau van Mantgum, de het dorp en de omgeving. gestelde doelen realiseren? Wat betekent het voor ons? Hoe kunnen we een lokale energie gemeenschap vormen, hoe kunnen wij voldoende besparing en productie realiseren (mogen we b.v. een windmolen plaatsen op een industrieterrein bij Leeuwarden als het niet rond het dorp mag). Kortom Mantgum als pilot dorp om de energie ambitie van Leeuwarden te vertalen naar een lokale variant. Dus een eerlijke, volhoudbare energievoorziening passend bij de landschappelijke context van Mantgum.

Nee. Verdere uitwerking naar plaats en tijd voor de gebouwde omgeving volgt komend jaar in het warmteprogramma

Geen aanpassing in het beleidsprogramma, maar we gaan hierover graag in gesprek.

4.1

Stienzer Energykoöperaasje U.A.

Fossiele brandstoffen

5.1

Stichting Energiediensten Oranjewijk e.o.

Concretisering tijdpad aardgasvrij

6.1

Stichting Duurzaam Westeinde

Bijdragen volhoudbaar energiesysteem

De gemeente heeft haar visie en de daaraan gekoppelde beleidsvoornemens helder en duidelijk geformuleerd. Het Is een ambitieus en uitdagend programma, waar ook StEK (Stiens) een bijdrage aan kan leveren. Het doel voor 2030 en 2050 is duidelijk. Of we die doelen kunnen realiseren zonder fossiel is de vraag, zal blijken en is iets om in het achterhoofd te houden. Windstroom nabij het industrieterrein Middelsee biedt wellicht nog combinatie-kansen! Het beleidsprogramma maakt niet duidelijk of, wanneer en op welke wijze de algemene doelen en oplossingsrichtingen geconcretiseerd gaan worden. In eigenaren en bewoners te activeren is duidelijkheid nodig omtrent toekomstige systemen, het tijdpad daar naartoe en de keuzemomenten. Wij vragen de gemeente te komen met een uitleg over het proces voor het realiseren van aardgasvrije wijken: - met een beschrijving van de methodiek; - gekoppeld aan een fasering met tijdlijn; en - vertaald in een wijkuitvoeringsplan met het benoemen van concrete technieken en indicatieve eindgebruikerskosten. We verzoeken de gemeente een meer concrete invulling te geven aan de warmtevisie en wijkuitvoeringsplan(nen). Met belangstelling hebben wij kennis genomen van uw Beleidsprogramma Energie 2025-2030. Wij ondersteunen uw streven naar een ander, volhoudbaar, energiesysteem.

Wij hebben op dit moment geen formele rol als gesprekspartner naar uw gemeente op energiegebied in de wijk. Middels dit schrijven maken wij onze wens kenbaar om met u in gesprek te gaan om te kijken waar wij concreet kunnen bijdragen aan

Wij zien zeker kansen voor StEK om een waardevolle bijdrage te leveren aan de uitvoering van het programma. We zijn ons er van bewust dat fossiele energie de komende jaren zeker nog een rol zal spelen. We kijken ernaar uit om samen te verkennen welke mogelijkheden er zijn rond Stiens, met inachtneming van de ruimtelijke principes zoals beschreven in het addendum en het beleidsprogramma. Het klopt dat zowel het addendum als het beleidsprogramma energie geen duidelijkheid geven over wanneer en op welke wijze een gebied aardgasvrij wordt. Het document dat daar momenteel richting aan geeft, is de Warmtevisie uit 2021. Deze Warmtvisie wordt volgend jaar vervangen door het wettelijk verplichte Warmteprogramma. Hierin worden de door u genoemde punten, zoals de methodiek, fasering, tijdlijn en vertaling naar wijkuitvoeringsplannen met concrete technieken uitgewerkt. We gaan hierover graag het gesprek aan.

Nee

We gaan graag het gesprek aan om te verkennen hoe we lokaal, specifiek voor Westeinde, gezamenlijk invulling kunnen geven aan de doelen van een volhoudbaar en sociaal energiesysteem.

Nee

Nee. Verdere uitwerking van de fasering volgt in het Warmteprogramma

7.1

Inwoner

Netcongestie

8.1

Inwoner

Participatie

dat volhoudbare, sociale energiesysteem. Wij zien uw reactie daarom graag tegemoet. Een belangrijke bijdrage aan het reduceren van netcongestie is het gebruik van thuis opgewekte zonnestroom voor het opladen van auto’s. Dit wordt door ander gemeentelijk beleid sterk bemoeilijkt doordat een laadkabel over de stoep op geen enkele wijze wordt gefaciliteerd. Ik verzoek de Gemeente Leeuwarden om haar beleid t.a.v. het leiden van een laadkabel over de stoep te herzien.

Participatie moet representatief zijn. De groep deelnemers aan de raadpleging is nauwelijks representatief: vooral hoger opgeleiden, ouderen en mensen met een duidelijke interesse in duurzaamheid deden mee. Als alleen de ‘usual suspects’ meedoen is dit geen breed draagvlak. Participatie vraagt om een breed palet aan inwoners, inclusief kritische geluiden

Op dit moment is het gebruik van laadkabels over de stoep niet toegestaan. Dit vastgelegd in artikel 2:10 van de Algemene Plaatselijke Verordening. De toenemende vraag naar elektrische laadcapaciteit, gecombineerd met de druk op het elektriciteitsnet, maakt echter een heroverweging van dit besluit noodzakelijk. Op 8 oktober jl. is bovendien een motie door de raad aangenomen die het college verzoekt om bekijken onder welke mogelijkheden ‘verlengd elektrisch laden’ mogelijk kan worden gemaakt. De gemeente onderzoekt daarom de komende tijd welke oplossingen juridisch, technisch en maatschappelijk toelaatbaar zijn. Een eventuele aanpassing van de APV wordt verwacht in de eerste helft van 2026. Deze koerswijziging sluit aan bij de keuzes in het Beleidsprogramma Energie waarbij slimmer gebruik van het elektriciteitsnet wordt gestimuleerd. Er is daarom geen aanpassing van het Beleidsprogramma aan de orde. Voor de participatie hebben wij gebruik gemaakt van verschillende middelen, juist om verschillende invalshoeken en geluiden op te halen. De participatie is onder andere gedaan in de vorm van een digitale raadpleging. Deze raadpleging is op twee manieren aangeboden: een versie die voor iedereen die advies wilde geven beschikbaar was, en een andere versie die alleen beschikbaar was voor mensen die via een brief waren uitgenodigd. Beide versies waren identiek.

Geen aanpassing van het beleidsprogramma. Wel wordt naar aanleiding van een raadsmotie verlengd laden mogelijk gemaakt (binnen voorwaarden).

Nee

8.2

Inwoner

CO2

Het is goed om uitstoot te beperken waar dat kan, maar een blind cijferdoel zegt niets over haalbaarheid of betaalbaarheid.

In de eerste versie (beschikbaar voor alle inwoners) zien we inderdaad dat bepaalde groepen oververtegenwoordigd zijn. Maar als we kijken naar hoe deelnemers aan deze raadpleging kijken naar het rol van de gemeente, dan zien we zowel voorstanders als tegenstanders van een meer ambitieuze aanpak. In de tweede versie (beschikbaar op uitnodiging) zien we dat de kenmerken van de deelnemers sterk overeenkomen met de kenmerken van alle inwoners. De stelling dat de groep deelnemers nauwelijks representatief is, is volgens Populytics dan ook niet juist. Daarnaast heeft Populytics apart gekeken naar wat deelnemers adviseren die vinden dat de gemeente minder zou moeten doen. Ze hebben dus expliciet aandacht in de rapportage aan deze groep en hun voorkeuren besteed. Met het stellen van deze ambitie en doelen geven we invulling aan de landelijke klimaatdoelen op lokaal niveau. Het klopt dat de doelen zelf niets zeggen over haalbaarheid en betaalbaarheid; die aspecten komen tot uiting in de inspanningen, projecten en acties waarmee we aan deze doelen werken. Overigens hanteren we naast de doelstelling van 60% CO2-reductie verschillende doelstellingen die gaan over zaken als sociale rechtvaardigheid, een volhoudbaar energie systeem en zorgvuldige ruimtelijke inpassing.

Kortom; we zijn niet eendimensionaal gericht op CO2-reductie, maar willen juist stappen zetten in samenhang met andere opgaven.

Nee

8.3

Inwoner

Fossiele brandstoffen

Fossiele brandstoffen blijven voorlopig onderdeel van de energiemix. Eerlijkheid gebiedt dit te erkennen, in plaats van te doen alsof we morgen volledig fossielvrij kunnen zijn.

8.4

Inwoner

Technische alternatieven

Nieuwe technieken zoals SMR’s/kernenergie, betere opslag en slimme systemen horen onderdeel te zijn van de discussie in plaats van een eenzijdige focus op wenselijke duurzame bronnen.

8.5

Inwoner

Technische haalbaarheid

Het idee dat in de energietransitie alles is op te lossen met lokale energieproductie (windmolens, zonnevelden) is niet haalbaar. De transitie vraagt om technologieën met hoge energiedichtheid, robuustheid en betrouwbaarheid.

Dat klopt: fossiele brandstoffen blijven voorlopig onderdeel van de energiemix. Zoals ook in het beleidsprogramma is weergegeven, zal in 2030 nog een aanzienlijk deel van de energievoorziening afkomstig zijn uit fossiele bronnen. Tegelijkertijd werkt de gemeente stap voor stap aan het vergroten van het aandeel duurzame energie, in lijn met internationale en landelijke klimaatdoelen. Nieuwe technieken zoals kernenergie en Small Modular Reactors (SMR’s) maken deel uit van de bredere discussie, maar deze spelen vooral op nationaal en regionaal niveau. We verwachten dat deze in de voorliggende periode 2030 kernenergie nog geen rol van betekenis zal spelen. Onder andere vanwege de lange ontwikkeltijd, de betaalbaarheid en de eisen die aan de inpassing worden gesteld. De ontwikkeling van SMR’s staat nog in de kinderschoenen en deskundigen verwachten niet dat deze voor 2040 in Nederland beschikbaar zullen zijn. Technieken als energieopslag en slimme energiesystemen zijn daarentegen wél onderdeel van dit beleidsprogramma, omdat ze direct bijdragen aan een toekomstbestendig en flexibel lokaal energiesysteem. Dat klopt: voor de looptijd van dit programma is gekozen voor bestaande en bewezen technieken, die haalbaar en betrouwbaar zijn. Naast windmolens en zonne-energie is bijvoorbeeld ook de inzet van lokale warmtebronnen van groot belang. Uiteraard blijft de gemeente ook

Nee

Nee

Nee

8.6

Inwoner

Weging kosten en effect

Wat ontbreekt, is de vraag naar de verhouding tussen lokale inspanning en mondiaal effect. Als hogere lasten, aantasting van landschap en leefomgeving nauwelijks weegt tegen een meetbaar effect op wereldschaal, dan moet dat eerlijk benoemd worden.

8.7

Inwoner

Sociale Zolang beleid leidt tot hogere lasten en rechtvaardigheid ingrijpende verplichtingen, is compensatie niet genoeg voor mensen met energiearmoede. Zij hebben vooral behoefte aan oplossingen die vanaf het begin af aan betaalbaar, eenvoudig en eerlijk zijn.

nieuwe innovaties volgen die de energietransitie kunnen verbeteren, versnellen of op andere manieren een positieve bijdrage kunnen leveren. Om op mondiale schaal effect te sorteren, zullen op lokale schaal maatregelen getroffen moeten worden. Door de inspanningen van lokale gemeenschappen, overheden en bedrijven over de hele wereld worden ook effecten op mondiaal niveau zichtbaar. In de gestelde doelen is in ieder geval de nationale inspanning meegenomen: er is gekeken naar de CO₂-reductie op lokaal niveau in als gevolg met nationale maatregelen. Het behalen van de doelen betekent niet automatisch dat leidt tot hogere lasten, aantasting van landschap of nauwelijks effect heeft. Bovendien is lokaal grote behoefte aan (decentraal opgewekte) energie. Het beleid leidt niet per se tot hogere lasten; een groot deel is juist gericht op het verlagen van energielasten, bijvoorbeeld door woningisolatie. Ook de maatregelen gericht op het opwekken van lokale energie, het benutten van lokale warmte en energiebesparing bij bedrijven zijn bedoeld om energie betaalbaar te houden. In combinatie met beschikbare subsidies zorgen deze maatregelen ervoor dat oplossingen vanaf het begin af aan betaalbaar, eenvoudig en eerlijk zijn voor inwoners, inclusief mensen met energiearmoede.

Nee

Nee

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=b593e9ac-8cc5-4195-bce2-feb2b8da64e6