Reactie van individuele eigenaren en VvE Suder Burd op de ambtelijke antwoorden naar aanleiding van de informatie bijeenkomst Arken en Woonschepen final
Tekst van het document
Reactie van individuele eigenaren en VvE Suder Burd op de ambtelijke antwoorden naar aanleiding van de informatieve bijeenkomst Arken en Woonschepen op 30 augustus 2021.
Wij hebben kennis genomen van de ambtelijke antwoorden en willen daar graag als volgt op reageren. Anders dan het antwoord zijn wij van mening dat de voorgenomen locatie voor het grootste deel zo niet helemaal in de EHS/NNN ligt. Deze mening wordt onderschreven door de bezwaarschriftencommissie van de gemeente Leeuwarden in het advies van 6 augustus 2020, pag. 11 onder en 12 boven (bijlage 1 bij onze aanvullende zienswijze van 22 juli 2021. Bovendien heeft de provincie in 2017 aangeven geen bezwaar te hebben daar de arken buiten de EHS zouden komen te liggen, zoals door de gemeente meegedeeld. Dat is dus wezenlijk anders. Ook is er bij de toen voorliggende tekeningen sprake van slechts een harde oever ter lengte van de arken terwijl in de nu voorliggende plannen (pag. 5 van de ambtshalve aanpassing van het bestemmingsplan) sprake is van een harde oever over vrijwel de volledige oost- en zuidoever zodat toegang tot land en vice versa voor amfibieën en andere dieren vrijwel onmogelijk wordt. Ook is de hele landtong inmiddels opgehoogd met 30 cm waarmee de provinciale ambitie natuur niet gehaald kan worden. Bovendien wordt er niet gereageerd op en is er geen rekening gehouden met de provinciale Omgevingsverordening Fryslan 2022, met daarin de actualisatie NNN -2021, waarin bovendien is opgenomen dat nu ook de voormalige strook van Marrekrite ligplaatsen tot NNN is gemaakt.
Ook is van toepassing het op 29 juni 2021 vastgestelde Natuurbeheerplan 2022 op grond waarvan het betrokken deel van de landtong tot nieuwe natuur gemaakt moet worden met de ambitie vochtig hooiland, zie pag. 8 en 9 van onze aanvullende zienswijze. Ook de Provinciale SKNL (Subsidie Kwaliteitsimpuls Natuur en Landschap) regeling is opmerkelijk. De Provincie heeft daarmee recentelijk gelden beschikbaar gesteld om onder meer de bewuste landtong met een kwaliteitsimpuls op te waarderen naar goede natuur. Opgehoogde tuinen, terrassen , hellingen ligplaatsen bijgebouwen, harde oevers etc. zijn hier niet mee te rijmen. Van een borging dat de inrichting en het beheer conform het Natuurbeheerplan plaatsvindt zoals in de ambtshalve aanpassing bovenaan pag. 4 wordt gesteld is ook met de aanpassing en verbeelding op pag. 5 geen sprake, geen vochtig grasland zoals in het hiervoor genoemde Natuurbeheerplan 2022 is genoemd voor de landtong. Ook blijft volstrekt onduidelijk waarom het ontwerp bestemmingsplan voor de locaties Burd 8025, 8026 en 8027 zo zeer afwijkt van de maatvoeringen in de rest van het bestemmingsplan en strijdig zijn met onder meer de Welstandsnota ligplaatsen die nog steeds blijft gelden en die afwijkingen nota bene in onze visie in en in de visie van de gemeente grotendeels in een natuurgebied. Wat gewoon niet mag mag toch zeker niet in het buitengebied in of bij natuur.
Ook de bijgebouwen en verdere bouwwerken en voorzieningen die nergens zijn toegestaan mogen op deze bijzondere locatie wel. Ook zijn de in het ontwerp bestemmingsplan voor de bewuste locaties opgenomen maximale maten substantieel groter dan de werkelijke maten van de arken op de Minne Finne, dit zou dus betekenen dat bij vervanging van de arken nog weer grotere bouwwerken dan de huidige arken in het bestemmingsplan zouden passen en in het natuurgebied geplaatst zouden kunnen worden. Hiervoor wordt geen enkel toelichting of rechtvaardiging gegeven.
In antwoord op de vragen van mevr. de Groot (Partij voor de Dieren) over onderzoek naar alternatieven wordt gesteld dat de Geeuw niet geschikt is voor alle drie de arken, dat is op zich juist maar niet het volledige antwoord. De 2 kleinere arken zouden daar wel kunnen liggen, dat is geheel buiten EHS en zou de kwestie in ieder geval een deel oplossen. Bedacht dient te worden dat de gemeente destijds bij de uitgifte van ligplaatsen heeft bedongen dat die verkrijgers geen bezwaar mochten maken tegen de toekenning van 2 nieuwe lig[plaatsen naast hun ligplaats . Nogmaals dient benadrukt te worden dat de gemeente anders dan steeds wordt aangegeven geen plicht heeft om voor nieuwe ligplaatsen te zorgen voor een eigenaar die zijn terrein commercieel heeft verkocht, nadrukkelijk is slechts overeenkomen dat de gemeente een inspanningsverplichting heeft en locatie van de arken op de Minne Finne is ieder geval geheel buiten het bestemmingsplaan Minne Finne gehouden en zijn daarbij ook niet “wegbestemd”.