Reactie en antwoordnota zienswijzen Ontwikkelkader Spoordok
Tekst van het document
Reactie- en antwoordnota zienswijzen ontwerp-Ontwikkelkader en Milieueffectrapport Spoordok – Leeuwarden. Het ontwerp-Ontwikkelkader en Milieueffectrapport Spoordok – Leeuwarden heeft in de periode vanaf 4 april 2024 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn zes zienswijzen ontvangen. De zienswijzen van de ‘Vereniging van Schippers’, ‘Stichting Museumhaven Leeuwarden’, ‘ProRail’ en ‘Stadler’ zijn gericht op het ontwikkelkader. De zienswijzen van ‘GGD Fryslân’ zijn gericht op het ontwikkelkader én het Milieueffectrapport. Hieronder wordt de inhoud van de zienswijzen samengevat en volgt per punt het gemeentelijke commentaar. De ‘Vereniging van Schippers’ en ‘Stichting Museumhaven Leeuwarden’ hebben dezelfde zienswijze ingediend. Deze zienswijze wordt daarom gelijktijdig behandeld. Zienswijze 1 Vereniging van Schippers en Stichting Museumhaven Leeuwarden Zienswijze 1A Ons bezwaar heeft betrekking op de geplande nieuwe brug over de Westergracht. Door die brug kunnen schepen op die plek niet meer goed keren: het huidige water fungeert in de praktijk als een ‘zwaaikom’. Voorts komt de nieuwe brug veel te dicht bij de Verlaatsbrug, waardoor gevaarlijke situaties zullen ontstaan. Tot slot zal de brug ten koste gaan van het aantal schaarse ligplaatsen. De gemeente kan het geld beter besteden aan het weer beweegbaar maken van de Prins Hendrikbrug.
Het Spoordok mag ons inziens ook niet ten koste gaan van het aantal ligplaatsen aan de Snekertrekweg. Reactie: De afweging, besluitvorming en realisatie van een brug over de Westergracht maakt geen onderdeel uit van de ontwikkeling Spoordok en valt buiten het plangebied. De wens voor deze brug leeft al enige tijd vanwege de waarde in het versterken van een fijnmazig fiets- en wandelnetwerk. De wens voor deze brug is in de planvorming Spoordok meegewogen. Het ontwikkelkader laat zien dat het een degelijke toekomstige ingreep niet onmogelijk maakt. Conclusie Uw zienswijze 1A geeft geen aanleiding om het ontwikkelkader aan te passen.
Zienswijze 2 ProRail Zienswijze 2A Laad- en losterrein De plannen voor Spoordok zijn voor een deel ingetekend op het huidige laad- en los-terrein aan de noordzijde van het emplacement Leeuwarden dat in eigendom en beheer van ProRail is. Onduidelijk is hoe het emplacement wordt ingepast in de nieuwe plannen. ProRail staat niet onwelwillend tegenover het onderzoeken (en indien mogelijk) meewerken aan de verkoop van het perceel, mits er een goede alternatieve locatie gevonden en gerealiseerd wordt voor de activiteiten die ProRail ter plaatse uitvoert. ProRail heeft zelf geen aanleiding om deze locatie te verlaten/verplaatsen. Een onderzoek naar een alternatieve locatie zal daarom in opdracht en voor rekening van de initiatiefnemer uitgevoerd moeten worden. Dit geldt ook voor de kosten die de
1
realisatie daarvan met zich meebrengt. ProRail constateert hiermee een spanning in de planning van de planologische procedure in relatie tot de tijdslijnen van een mogelijk verplaatsing van het laad- en losterrein. ProRail constateert daarmee dat het starten van een m.e.r.-procedure op onze gronden te vroeg is. ProRail adviseert dan ook nu geen verdere stappen te nemen in deze procedure op onze gronden. Reactie: De MER is juist bedoeld om de milieueffecten vóóraf goed in kaart te brengen zodat inzichtelijk wordt of en hoe deze locatie benut kan worden. Daar willen wij niet mee wachten tot na de aankoop. Dat moet juist in een vroeg stadium gebeuren. Het is de gemeente bekend dat ProRail het gebied beschouwt als een laad- en losterrein. Deze aanspraak staat echter op gespannen voet met de op de grond rustende bestemming die een dergelijk gebruik niet toestaat. Van de opmerkingen van ProRail wordt goede nota genomen. De opmerkingen van ProRail sluiten de ontwikkeling niet uit en zijn niet gericht op de beoordeling van de milieueffecten van de beoogde ontwikkeling op deze locatie. Zienswijze 2B Emplacement Het emplacement is essentieel voor de bedrijfsvoering van ProRail, het onderhoud van het spoornetwerk en het opstellen en onderhouden van treinen. Voor de zomer wordt een grote ombouw van het emplacement in Leeuwarden uitgevoerd.
Voor ProRail is de lay out van emplacement Leeuwarden na realisatie van de ombouw uitgangspunt voor verdere gesprekken en ontwikkelingen met de gemeente Leeuwarden. In de bijlage bij van onze zienswijze staat genoemd met welke aspecten in ieder geval rekening gehouden moet worden ten aanzien van het emplacement. Reactie: De opmerkingen van ProRail sluiten de ontwikkeling niet uit en zijn niet gericht op de beoordeling van de milieueffecten van de beoogde ontwikkeling op deze locatie. De beoogde ontwikkelling is niet gelegen op het spoorwegemplacement maar daarnaast. De milieueffectrapportage is juist bedoeld om ook de milieueffecten in relatie tot het emplacement inzichtelijk te maken om op die manier te komen tot een passende invulling. Zienswijze 2C Eigendommen ProRail Onze percelen mogen - zonder nadrukkelijke schriftelijke toestemming van ProRail - niet worden gebruikt. Deze percelen zijn door ProRail benodigd ten behoeve van de uitvoering van haar wettelijke taken en voor eventuele toekomstige (uitbreidings)plannen.
Afbeelding: in geel aangegeven de percelen die in eigendom zijn van ProRail
2
De percelen van ProRail, alsmede de spoorbaan, dienen door ProRail, haar aannemers of hulpdiensten te allen tijde toegankelijk te zijn. Dit geldt ook voor over-/onderbouwingen en/of overkragingen van deze gronden. Bestaande rechten op percelen van derden ten behoeve van bereikbaarheid van ProRail assets dienen behouden te blijven. Ten overvloede merkt ProRail op dat wij gebruik maken van onze gronden conform onze vergunde milieuruimte en planologische mogelijkheden. ProRail voert bedrijfsactiviteiten uit die zijn toegestaan binnen de bedrijfscategorie 3.2 zoals vastgelegd in het vigerende plankader. Reactie: Het is de gemeente bekend dat ProRail het gebied beschouwt als een laad- en losterrein. Deze aanspraak staat echter op gespannen voet met de op de grond rustende bestemming die een dergelijk gebruik niet toestaat. Hierover worden reeds gesprekken gevoerd tussen ProRail en gemeente. Van de opmerkingen van ProRail wordt goede nota genomen. De opmerkingen van ProRail sluiten de ontwikkeling niet uit en zijn niet gericht op de inhoudelijke MER beoordeling. Conclusie Uw zienswijzen geven geen aanleiding om het ontwikkelkader of milieu-effectrapport aan te passen Zienswijze 3 GGD Fryslân Zienswijze 3A Ontwerp-ontwikkelkader In hoofdstuk 1.3 van het ontwikkelkader wordt `Gezonde stad' als uitgangspunt voor de gebiedsontwikkeling binnen Spoordok genomen.
Echter wordt pagina 14 alleen verwezen naar kwaliteit van leven. Betrek in het ontwikkelkader, naast kwaliteit van leven, alle onderdelen van 'Gezonde stad'. Denk aan: o Lichaamsfuncties: Aandacht voor de gezonde beweegomgeving, maar ook een gezonde en rookvrije voedselomgeving en voorzieningen op het gebied van zorg en ondersteuning. o Mentaal welbevinden: Aandacht voor verduurzaming en klimaatbestendiging, maar ook diversiteit in de wijk en het stimuleren van samenwerking en eigenaarschap. o Dagelijks functioneren: Aandacht voor de effecten van beleidskeuzes omtrent bereikbaarheid en mobiliteit voor doelgroepen van fysieke beperkingen (o.a. ouderen). Reactie: Belangrijk uitgangspunt bij de ontwikkeling van Spoordok is het toewerken naar een Gezonde Stad. Onze Gezondheidsnota (2024) geldt als basis voor de keuzes die we maken om te komen tot die Gezonde Stad. Hierbij kijken we naar de zes onderdelen van positieve gezondheid. De onderdelen waarnaar wordt verwezen in de zienswijze komen daarmee overeen. Zienswijze 3B Plan-MER: geluid In het plan-mer wordt het aspect geluidhinder beoordeeld als negatief (-). Uit het uitgevoerde akoestisch onderzoek blijkt dat er op veel meetpunten niet wordt voldaan aan de gezondheidskundige advieswaarden voor geluid. Met de te verwachten geluidhinder is het hinder en slaapverstoring verhoogd. GGD Fryslân adviseert om: -
3
de geluidhinder te beoordelen als sterk negatief (--). De geluidsbelasting in het huidige planmer komt op veel locaties namelijk boven de gezondheidskundige advieswaarde van 50db Lcum. En op meerdere locaties boven de 60 dB Lcum;
-
een ander beoordelingsinstrument te gebruiken. Het instrument gezondheidseffectscreening (GES) is in 2022 door GGD-GHOR NL ingetrokken, we adviseren om het instrument niet meer te gebruiken. Zie - www.gezondeleefomcievinq.nl/instrumenten voor andere beoordelingsinstrumenten;
-
Om industriële functies en woonfuncties zoveel mogelijk gescheiden te houden. Er worden nieuwe gevoelige bestemmingen gerealiseerd dicht in de buurt van geluid producerende bedrijven. Het is gezondheidskundig onwenselijk om woningen te realiseren op een korte afstand van industrie;
-
mitigerende en compenserende maatregelen te nemen om de geluidbelasting op de te realiseren woningen te verminderen. Op pagina 62 van het plan-mer worden hier voorstellen voor gedaan. We adviseren om bron- en overdrachtsmaatregelen te nemen. Neem alleen isolerende maatregelen als alle mogelijke bron- en overdrachtsmaatregelen zijn uitgevoerd en de geluidbelasting nog steeds te hoog is;
-
de cumulatieve geluidbelasting op de gevels terug te brengen naar de gezondheidskundige advieswaarden: 50dB Lden en 40dB Light op de hoogst belaste gevel en 33 dB Lden als maximale binnenwaarde;
-
voor woningen tenminste één geluidsluwe gevel te creëeren als bronmaatregelen onvoldoende helpen. Deze gevel wordt gedefinieerd als een gevel met een belasting van minder dan 50dB Lden. Dit geeft mensen de mogelijkheid zich tijdelijk te onttrekken van het lawaai en te slapen met open raam.
-
Creëer aan de kant van de geluidsluwe gevel ook de aangename gevel: zorg dat deze kant van de woning ook buiten goed gebruikt kan worden en houdt rekening met andere aspecten zoals eventuele luchtafvoer van horeca, hitte, etc.
Reactie: In uw reactie geeft u advies over geluidsnormering. De door u geschetste normering is echter niet de geldende norm in Nederland. Deze staan genoemd in de Omgevingswet. Hierin zijn regels opgenomen hoe om te gaan met geluid afkomstig van verkeer, spoor en industrie in de vorm van geluidsnormen, een methodiek hoe geluid te berekenen en hoe om te gaan met het treffen van maatregelen. Dit alles ter bescherming van geluidsgevoelige gebouwen en locaties. Voorheen was dit geregeld in de Wet geluidhinder (een gezondheidswet uit 1979). Spoordok is een binnenstedelijke ontwikkeling. Gelet op het gemengde- en hoogstedelijke karakter van het gebied zijn de door u genoemde geluidsnormen niet realistisch. Uw advies om de cumulatieve geluidbelasting op de gevels terug te brengen naar de gezondheidsundige advieswaarden nemen wij niet over. Uw advies om geluidhinder als sterk negatief te beoordelen in de Plan-MER nemen wij niet over, omdat uit de MER blijkt dat niet op alle locaties/gebouwen een te hoge of erg hoge geluidsbelasting ontstaat. Het geluidsniveau in de woning zal altijd 33 dB(A) moeten zijn. U geeft aan dat het instrument gezondheidseffectscreening (GES) in 2022 is ingetrokken. Dit instrument is echter goed te gebruiken om een afweging te maken voor de evenwichtige toedeling van functies. Het levert namelijk nuttige informatie op.
Uw advies om een ander beoordelingsinstrument in de Plan-MER te gebruiken nemen wij niet over. Na het Ontwikkelkader wordt een stedenbouwkundig raamwerk/ plan opgesteld. Dit plan zal een hoger detailniveau kennen dan het Ontwikkelkader en de MER. In dit stedenbouwkundig raamwerk/ plan wordt de benodige detaileering uitgewerkt waarbij akoestisch onderbouwde maatregelen van geluid worden meegenomen. In het kader van de Omgevingwet is het verplicht deze te onderzoeken, af te wegen en toe te passen. De gemeente Leeuwarden heeft geen beleid waarin de geluidsgevoelige gevel is gedefinieerd. Aangezien de bron hoofdzakelijk van één zijde komt krijgen de meeste gebouwen een gevel met een lager geluidsniveau dan de hoogste belaste gevel.
4
Bij het realiseren van een woonbestemming in de omgeving van industriele functies wordt rekening gehouden met bestaande rechten en de planologische aanvaardbaarheid. Uit de MER (tabel 4) blijkt dat op één meetpunt na alle bedrijven onder de WHO normen voor geluid blijven. Zienswijze 3C Plan-MER: geur In het plan-mer wordt het aspect geur beoordeeld als beperkt negatief (0/-). Geuren kunnen (ernstige) hinder en daarmee samenhangend klachten als stress, misselijkheid, hoofdpijn, prikkeling van slijmvliezen, irritatie van ogen en neus, en slaapproblemen veroorzaken. GGD Fryslân adviseert om: -
Gezien het feit dat er woningen worden beoogd binnen de geurcontour van het bedrijf 'Zandleven' is het passend om dit onderdeel voor een deel van het gebied te beoordelen als negatief (-) of sterk negatief (--), afhankelijk van de mate van geurbelasting.
-
bij het mengen van gebruiksfuncties, zoals wonen en horeca, bewust van de mogelijke geur- en geluidsoverlast.
Mocht ervoor worden gekozen om woningen in de buurt van de geur producerende bedrijven te realiseren, dan adviseren we om de geurbelasting in het gebied te onderzoeken en bronmaatregelen te treffen om geurhinder te beperken en voorkomen. Reactie: Spoordok wordt een gemengd gebied met meerdere functies, waaronder horeca. Horecazaken zullen moeten voldoen aan de geldende milieuwetgeving om geur- en geluidsoverlast te voorkomen. Bij het opstellen van het stedenbouwkundig plan / raamwerk en/of omgegingsplan zal rekening worden gehouden met een passende situering van horeca in de omgeving (evenwichtige toedeling van functies aan locaties). Om de geurbelasting van het bedrijf Zandleven nauwkeuriger in beeld te brengen zal, ten behoeve van het omgevingsplan, een nader geuronderzoek uitgevoerd worden. Met dit geuronderzoek zal moeten worden aangetoond of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. De uitkomsten worden meegenomen bij de uitwerking in het stedenbouwkundig raamwerk. Zienswijze 3D Plan-MER: trillingen Onderzoek de mogelijkheid van schadelijke en hinderlijke trillingen in het verdere planvormingsproces rondom Spoordok. Maak gebruik van de mitigerende maatregelen die op pagina 63 van het plan-mer worden voorgesteld Reactie: Het onderzoek naar hinderlijke trillingen, en eventueel te nemen mitigerende maatregelen, vindt op een later moment in het planproces plaats.
Zienswijze 3E Plan-MER: Gezondheid algemeen Op pagina 60 van het plan-mer wordt geconcludeerd dat de "milieugezondheidskwaliteit voor de nieuwe woningen ... niet optimaal is". Dit blijft "een belangrijk aandachtspunt voor de verdere planvorming". Het valt ons op dat er alleen in het plan-mer wordt gesproken over dit belangrijke aandachtspunt en niet in het ontwikkelkader. De milieugezondheidskwaliteit kan niet beoordeeld worden als "niet optimaal". Op basis van het huidige plan-mer beoordelen wij de omgeving als schadelijk voor de gezondheid op bepaalde plekken binnen het gebied van spoordok.
5
GGD Fryslán adviseert om: •
gezondheidsbescherming als aandachtspunt in het ontwerp-ontwikkelkader te benoemen en in het vervolgtraject hier rekening mee te houden.
•
de beoordeling van gezondheidsbevordering breder te kijken dan enkel bewegen, groen en ontmoeten. Heb specifiek oog voor een rookvrije- en gezonde voedselomgeving.
Reactie: De Plan-MER is opgesteld met als doel om de milieueffecten van Spoordok in kaart te brengen. De uitkomst geeft inzicht in welke onderwerpen nader onderzocht moeten worden. Gezondheid is in bepaalde delen van het plangebied een aandachtspunt. Het is ons inziens niet noodzakelijk om gezondheidsbescherming als aandachtspunt extra te benoemen in het ontwikkelkader. Conform uw advies zullen wij in het vervolgtraject hier wel rekening meehouden (stedenbouwkundig raamwerk/ plan en vervolgens omgevingsplan incl. milieueffectrapport). In het vervolgtraject zullen wij overwegen een rookvrije- en gezonde voedselomgeving te betrekken in de beoordeling van gezondheidsbevordering. Zienswijze 3F Plan-MER: Hittestress Hittestress is de algemene term voor gezondheidsklachten die ontstaan als mensen door hoge temperaturen en luchtvochtigheid niet meer in staat zijn de lichaamstemperatuur goed te reguleren. In de toekomst zijn er door klimaatverandering meer perioden van extreme hitte te verwachten. Door hier rekening mee te houden bij ruimtelijke ontwikkelingen kan toekomstige hittestress worden voorkomen. GGD Fryslán adviseert om: •
Laat op de nieuw te bouwen woningen/appartementencomplexen buitenpandige zonwering aanbrengen om hittestress te voorkomen. Dit is de meest energie-efficiënte manier om warmte van de zon buiten te houden.
•
Creëer ook voldoende (groene) schaduwplekken in de openbare ruimte om hitte en uvstraling te weren.
Reactie: In het ontwikkelkader voor Spoordok is veel ruimte gereserveerd voor groen en water. Dit schept o.a. ruimte voor klimaatadaptie (o.a. hittestress). De exacte invulling van het openbaar groen wordt nader bepaald met het opstellen van stedenbouwkundig plan / raamwerk. Conform uw advies zullen wij overwegen in het stedenbouwkundig plan / raamwerk ook overwegen regels op te nemen voor buitenpandige zonwering. Zienswijze 3G Plan-MER: Kennis en monitoring Om de gezondheid van toekomstige inwoners te beschermen en bevorderen is het nodig om (milieu)gezondheidskundige waarden (zoals geluid, geur en groen) te monitoren, te toetsen aan gezondheidskundige advieswaarden en op basis van de toetsing eventuele (extra) maatregelen te treffen. Zo kunnen ongewenste en ongezonde situaties worden tegengegaan. De omgevingswaarde is hiervoor een geschikt instrument. Reactie: Er zijn geen plannen om omgevingswaarden op te stellen. Wel worden er regels opgesteld met betrekking tot geur en geluid. Hiervoor heb je geen omgevingswaarde nodig. In het kader van bescherming tegen geluid vindt er er wel een vorm van monitoring plaats welke is geregeld in de Omgevingswet en bijbehorende besluiten. Onderdeel hiervan is de komst van de bge (basis geluid emissie). Het bestuursorgaan bewaakt de
6
toename (ontwikkeling) van het geluid ten opzichte van de bge. Op deze manier kan door ontwikkelingen het geluid bij wegen niet ongelimiteerd stijgen. De toekomstige Spoorlaan wordt straks onderdeel van de BGE. De datum van vaststellen van de BGE door onze gemeente is nog niet bekend. Voor hoofdspoorwegen gelden de zogenaamde GPP’s (geluidproductieplafond). Dit is de maximale toegestane geluidsproductie op vaste referentiepunten langs hoofdspoorwegen. Deze GPP’s zijn opgenomen in het geluidregister. Nieuwe ontwikkelingen worden daarom getoest aan de GPP’s. Voor het gezoneerde industrieterrein West geldt de geluidszone zoals aangegeven in het omgevingsplan. Deze zone is gebasseerd op de Wet geluidhinder. Met de komst van een nieuw omgevingsplan voor dat gebied zal het gezoneerde industrieterrein worden omgezet naar GPP’s voor industrielawaai. In beide situaties is de toename van gezamenlijk geluid door het gezonneerde industrieterrein gereguleerd. Conclusie Uw zienswijzen geven geen aanleiding om het ontwikkelkader of milieueffectrapport aan te passen
Zienswijze 4 Stadler Zienswijze 4A Wij hebben veelvuldig aangegeven dat bewoning naast- of rondom de werkplaats de continuïteit van de werkzaamheden van Stadler in gevaar brengt. In de plannen zoals deze tot dusverre zijn opgesteld komt dit aspect onvoldoende naar voren. Het op basis van nacalculatie beoordelen van geluids- of verkeershinder of ander soort klachten door de werkzaamheden Stadler is voor ons rechtsonzeker en daarom onacceptabel. Reactie: Er is een Plan-MER opgesteld om de milieueffecten als gevolg van het ontwikkelkader in beeld te brengen. De geluidsbelasting op de omgeving, waar ook de bedrijfsvoering van Stadler invloed op heeft, is meegenomen in deze Plan-MER. Vooralsnog lijken er geen nadelige gevolgen door de ligging van de terp als buffer tussen Stadler en de toekomstige woningen. Het Ontwikkelkader kent nog een vrij hoog abstractieniveau. In de volgende fase worden meer concrete uitwerkingen gemaakt in het stedenboudkundig raamwerk en de omgevingsplanprocedure. In het kader van die omgevingsplanprocedure zal een Plan-MER (beoordeling) worden opgesteld met een hoger detailniveau. Zienswijze 4B Het standpunt van Stadler is dat we geen hinder voor, tijdens en na uitvoer van de plannen accepteren.
Vanuit onze langdurig gevestigde positie gezien blijft in onze optiek de huidige omgevingsvergunning 11040323 met de geldende geluidsnormen, verkeersactiviteit en bereikbaarheid de norm voor zolang als deze werkplaats gevestigd is in het Spoordok gebied. Omwonenden zullen alvorens huisvesting plaatsvindt geïnformeerd moeten worden omtrent deze activiteiten en het gegeven dat Stadler er reeds langdurig en juridisch vergund gevestigd is en omwonenden zich niet hiertegen kunnen verzetten zolang Stadler binnen de kaders van de omgevingsvergunning haar werkzaamheden verricht, zal zoveel als mogelijk in het belang van Stadler moeten worden gewaarborgd. Reactie: De vergunde rechten van Stadler zijn het uitgangspunt voor het kunnen toestaan van nieuwe functies in het plangebied nabij Stadler. Deze vergunde ruimte zal niet beperkt worden door de nieuwe plannen.
7
Zienswijze 4C De Gemeente Leeuwarden dient ervoor te zorgen dat Stadler een eigen inrit heeft vanaf de openbare weg alvorens er met de bouwactiviteiten in het gebied rondom de werkplaats wordt gestart. Deze inrit dient deze geschikt te zijn voor zwaar vrachtverkeer. Reactie: We hebben hierover reeds met u gesproken. Het ontwikkelkader bevat geen detailuitwerking van bereikbaarheid van percelen in de bouwfase. Percelen zullen zowel in de bouw- als eindfase bereikbaar moeten zijn. Bouwroutes en bereikbaarheid worden in een latere planfase nader uitgewerkt. Zienswijze 4D Autoluw maken van het Spoordok gebied mag en kan niet ten koste gaan van de activiteiten van Stadler. Een parkeeroptie elders is voor Stadler onacceptabel, ondanks dat er nu door Stadler op het Achmea terrein geparkeerd wordt en Achmea deze activiteiten buiten het Spoordok-gebied wil onderbrengen. De Gemeente dient een alternatief aan te bieden in het Spoordok-gebied. Reactie: Met de ontwikkeling van Spoordok worden keuzes gemaakt die passen bij een levendige stadswijk waar het prettig wonen én werken is. Dit betekent dat er een en ander gaat veranderen ten op zichte van de huidige situatie, dus ook ten aanzien van mobiliteit en parkeren. Gemeente is niet betrokken bij afspraken tussen Stadler en Achmea.
Centraal in het gebied wordt een parkeerhub gerealiseerd waar bewoners en personen werkzaam in het gebied kunnen parkeren. Conclusie Uw zienswijzen geven geen aanleiding om het Ontwikkelkader of milieueffectrapport aan te passen Zienswijze 5 Arriva en QBuzz Zienswijze 5A We hebben uw concept met veel belangstelling gelezen en zijn onder de indruk van uw ambities voor de herontwikkeling van het gebied. De ligging nabij het station maakt het uitermate aantrekkelijk voor het OV. Wel willen we een belangrijk zorgpunt vanuit de mogelijke ov-aanbieders met uw delen. Het betreft de ontsluiting van het gebied richting het station. In paragraaf 3.5 Slimme Structuren, gaat u in op de toekomstige ontsluiting. Deze bestaat uit het afwaarderen van de Marshallweg en de ontsluiting richting het station via een nieuwe verkeersader, Spoorlaan, langs het spoor te laten plaats vinden. Het omleiden van het doorgaand verkeer van de Marshallweg naar een nieuwe ontsluitingsroute is een logische stap, waarbij u zelf aangeeft dat er nog een onderzoek plaats gaat vinden hoe de aansluiting van de Spoorlaan op de Stationsweg en Busstation gaat plaats vinden. We willen graag ons zorgpunt delen en deze onderdeel van uw onderzoek maken. Op de tekeningen lijkt de aansluiting plaats te vinden via de rotonde Oude Veemarkt. Deze rotonde is momenteel ook in- en uitgang van het busstation en de busbuffer.
Onze zorgen willen we als volgt verwoorden: • De nieuwe ontsluitingsweg lijkt over de bestaande busbuffer te gaan. Deze ruimte is momenteel al te beperkt, een deel van de bussen bufferen momenteel aan de busremise aan de Marshallweg. Vanaf 2025 is deze extra ruimte niet meer beschikbaar, de nieuwe remise komt bij het Swettehûs. De afstand vanaf het busstation is te groot om als extra buffer te dienen. Het verkleinen van de bestaande busbuffer ten behoeve van de Spoorlaan staat daarmee haaks op de ontwikkeling van het toekomstig OV, niet alleen in Leeuwarden maar ook voor een deel van de provincie. De voorgestelde route via de busbuffer zal ook tot onveilige situaties voor alle weggebruikers leiden. Bussen die naar de buffer rijden, moeten het tegemoetkomend verkeer kruisen en voorrang verlenen. Zij zullen dan ook vaak stil staan op de toekomstige Spoorlaan. Dat
8
leidt én tot verkeersopstoppingen die terugslaan op de rotonde Oude Veemarkt én verhoogt het risico op kop-staart botsingen. In het licht van verkeersveiligheid en algehele bereikbaarheid, verzoeken we u daarom met klem om een andere route en aansluiting van de toekomstige Spoorlaan op de rotonde te ontwikkelen. • De aansluiting op de rotonde Oude Veemarkt zal tot een andere belasting van de rotonde leiden. De op dit moment ter inspraak liggende Mobiliteitsvisie van de gemeente heeft mogelijk invloed op de routes en intensiteiten van de verkeersstromen in dit gebied. In de nieuwe ov-concessie is er vanaf 2025 sprake van uitbreiding van het aantal bus bewegingen met 10-20%. We willen graag dat u een integrale afweging van alle stromen maakt waarbij een congestievrij OV een gezamenlijke ambitie zou moeten zijn. • We missen de locatie en uitvoering van de toekomstige halten aan de Spoorlaan en/of Marshallweg. Uiteraard zijn wij als vervoerders bereid onze zorgpunten toe te lichten. Reactie: Goed om te horen dat u zich kunt vinden in de ambitie voor de herontwikkeling van dit gebied. In het Ontwikkelkader is de infrastructuur en openbare ruimte niet in detail uitgewerkt. De principes zullen in het vervolgtraject worden vertaald naar een concreet voorstel. Duidelijk is wel dat het gemotoriseerd verkeer via een nieuwe route, de Spoorlaan, wordt geleid.
Hiermee blijft in ieder geval een vlotte verbinding bestaan voor onder andere het busverkeer tussen het busstation en de nieuwe busremise. De Spoorlaan wordt gerealiseerd op grond binnen het plangebied Spoordok, waarbij het functioneren van het busstation niet negatief aangetast mag worden. Voor wat betreft de haltering langs de Spoorlaan en/of Marshallweg gaan we tijdens de uitwerking graag met u in gesprek. In het Beleidskader Mobiliteit dat ook ter visie heeft gelegen zijn nabij Spoordok integrale keuzes gemaakt over het functioneren van het verkeerssysteem en leefbaarheid in de stad. De daadwerkelijke besluitvorming over deze keuzes valt buiten de scope van Spoordok en vindt dan ook plaats bij het Beleidskader Mobiliteit. Conclusie Uw zienswijze geeft geen aanleiding om het Ontwikkelkader of milieueffectrapport aan te passen
9