Reactie- en antwoordnota zienswijze
Tekst van het document
Bijlage 1 Reactie- en antwoordnota zienswijzen voor de bouw van twee stallen op het adres Harnsterdyk 7 te Stiens De aanvraag omgevingsvergunning voor de bouw van twee stallen op het adres Harnsterdyk 7 te Stiens heeft in de periode vanaf 13 mei 2021 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode is één zienswijze ontvangen. Hieronder wordt de inhoud van de zienswijzen samengevat en volgt per punt de reactie hierop van het college. Zienswijze 1 A. De (stikstof)uitstoot is al fors door diverse installaties en veehouderij en zal alleen maar verder toenemen. Onvoldoende duidelijk is waarom meer uitstoot hier wordt toegestaan. Reactie: De aanvraag leidt tot een afname van de ammoniakemissie uit de stallen van 7.210,40 kg NH3 (milieuvergunning 25-10-2007) naar 4.942,10 kg NH3; een afname van 2.268,30 kg NH3 (ofwel 31% van wat vergund was). De nieuwe milieuvergunning vervangt de oude milieuvergunning. De aanvraag leidt ook tot een afname van de ammoniakemissie ten opzichte van de huidige feitelijke situatie, omdat bestaande stallen emissiearm worden gemaakt. De aanvraag is beoordeeld door de Provincie Fryslân als bevoegd gezag inz. de Wet natuurbescherming.
De provincie concludeert dat het beoogde project, gelet op het betrokken belang van bescherming van natuur als geregeld in de Wet natuurbescherming, ten opzichte van de in 2017 verleende Wnb-vergunning, geen significante negatieve gevolgen heeft voor soorten en habitattypen in Natura 2000-gebieden Tevens concludeert de provincie dat er geen verklaring van geen bedenkingen noodzakelijk is om de omgevingsvergunning te kunnen verlenen. Deze beoordeling en de bijbehorende Aerius-berekening (stikstofberekening) maakt onderdeel uit van de besluitdocumenten van de aanvraag.
B. In het plan komt het verkeersaspect niet aan de orde. Al het zware verkeer gaat via een fietsknooppunten route, wat tot gevaarlijke situaties leidt. Als deze omgevingsvergunning wordt verleend dan komt er meer verkeer bij. Dit leidt tot meer luchtvervuiling, geluidsoverlast, trillingen en verkeersonveiligheid. De berm en de weg zal bovendien worden kapot gereden door het verkeer dat bestemd is voor het bedrijf aan de Harnsterdyk 7. Reactie: Het plan voorziet in de bouw van twee bedrijfsgebouwen (stallen) met een oppervlakte van 3.288 m2 per stal. Deze twee stallen worden binnen het daarvoor bestemde bouwvlak opgericht. De aanvraag is in strijd met het wijzigingsplan ‘Harnsterdyk 7 Stiens’, omdat de stallen groter zijn dan 500 m2. Het wijzigingsplan ‘Harnsterdyk 7 Stiens’ staat het wel toe om het bouwvlak volledig te bebouwen met stallen van maximaal 500 m2 per stal. Twee stallen met een gezamenlijke oppervlakte van circa 6.500 m2 hebben geen grotere verkeersaantrekkende werking ten opzichte van 7 stallen met een gezamenlijke oppervlakte van 6.500 m2. De verkeersdruk zal dus niet toenemen ten opzichte van de huidige planologische situatie. Overigens is het ook niet de verwachting dat het aantal verkeersbewegingen per saldo zal toenemen ten opzichte van de huidige feitelijke situatie.
Alleen als er reguliere vleeskuikens worden gehouden neemt het aantal verkeersbewegingen toe. De vergunning maakt dat mogelijk, maar het is een terugvaloptie. De ondernemer wil scharrelvleeskuikens, conform het Beter Leven 1 ster predicaat van de Dierenbescherming, gaan houden. Doordat er dan minder dieren worden gehouden zal het aantal verkeersbewegingen per saldo nauwelijks veranderen. Op dit moment zijn er 84.000 st. vleeskuikens vergund. In de beoogde situatie worden ca. 110.000 st. scharrelvleeskuikens (Beter Leven) gehouden of ten hoogste 175.000 st. vleeskuikens op
reguliere wijze gehouden (‘plofkuikens’). Zoals gezegd betreft dit een terugvaloptie. De langzaamgroeiende scharrelkuikens (Beter Leven) worden gehuisvest in een lagere bezetting en worden langer aangehouden waardoor er ca. 6 ronden per jaar worden ingezet in plaats van ca. 7,5 ronde voor reguliere vleeskuikens (‘plofkuikens’). In plaats van de huidige 84.000 st. x 7,5 ronde (630.000 st. per jaar) worden er 110.000 st. x 6 ronde (660.000 st. per jaar) afgeleverd. Dit is geen wezenlijke toename. Het verlengen van de rundveestal heeft een geringe impact op het aantal verkeersbewegingen. Ook voor de huidige veestapel komt het RMO-transport meerdere keren per week de melk halen. Het aantal verkeersbewegingen hiervoor neemt niet toe. Met de uitbreiding van het stalvloeroppervlak voor de vleeskuikens en meer melkvee wordt er meer strooiselmest en rundveedrijfmest gemaakt. Deze dient als grondstof voor de eigen co-vergister. Er hoeft dan minder mest of co-product van derden te worden aangevoerd waardoor het aantal verkeersbewegingen voor deze activiteit afneemt. In de ruimtelijke onderbouwing zal het verkeersaspect nader worden toegelicht. C. De zogenaamde uitloopstallen gaan gepaard met uitstoot van fijnstof en andere schadelijke stoffen.
In de nieuwe situatie zullen over een afstand van meer dan 100 meter uit vier stallen verschillende stoffen vrijkomen als de dieren in de uitloop zijn. De gehanteerde nieuwste technieken voor geur- en stofreductie zullen op papier wel kloppen maar in de praktijk zal dit niet werken. Reactie: Het gebruik van de uitloopstallen (wintergartens) leidt niet tot meer fijnstof- of andersoortige emissies. De stallen van de inrichting zijn voorzien van een computergestuurde mechanische afzuiging, waarbij alle stallucht via de ventilatoren aan de achtergevel (centrale afzuiging) wordt uitgestoten. Om te garanderen dat stallucht alleen via de stalventilatoren wordt uitgestoten, is noodzakelijk dat in de stal te allen tijde onderdruk aanwezig is. Dit wordt bereikt door de luchttoevoer af te stemmen op de op dat moment noodzakelijke afzuigcapaciteit. Het ventilatiesysteem dient onder alle omstandigheden de dieren in de stal van voldoende ventilatielucht te voorzien. De ventilatoren hebben een zodanige capaciteit dat steeds de maximale ventilatiebehoefte wordt gerealiseerd. Dit betekent dat lucht in voldoende mate wordt aangevoerd en afgevoerd. In het ontwerp van een ventilatiesysteem zijn de technische specificaties van de ventilatoren, waaronder de maximale ventilatiecapaciteit, de maximale ventilatiebehoefte en de grootte van de ventilatieopeningen, dan ook op elkaar afgestemd.
De geopende uitloopkleppen fungeren als luchtinlaat, zodat de onderdruk in de stal wordt gehandhaafd. In de bijlage ‘Toelichting stal met wintergartens’ (van 20 juli 2021) is de manier waarop de benodigde stalventilatie kan worden bereikt nader toegelicht. Ook geeft deze toelichting inzicht in de optredende luchtsnelheden bij een toereikend te realiseren onderdruk in de stallen. Het aangevraagde ventilatiesysteem is toereikend om voldoende onderdruk in de stallen te kunnen garanderen voor een goedwerkende centrale luchtafzuiging zodat geen ventilatieverliezen via de uitloopkleppen zullen optreden.
D. Eerder is gezegd dat een bedrijf economisch rendabel moet zijn om mee te werken aan een uitbreiding. Als dat het criterium is om deze omgevingsvergunning te verlenen dan klopt er iets niet. Als dit bedrijf nu niet rendabel is dan gaan we toch geen hectare aan beton storten en twee stallen voor 85.000 kuikens bouwen om het bedrijf weer rendabel te maken? Reactie: Er bestaat geen reden om aan te nemen dat het project economisch niet uitvoerbaar is. De kosten van de aanvraag omgevingsvergunning worden gedekt uit de leges. De eventuele planschade wordt
betaald door de initiatiefnemer. Voorts wordt het project volledig gefinancierd door de initiatiefnemer en er is geen aanleiding om te veronderstellen dat deze niet over voldoende financiële middelen beschikt om dit project te realiseren. E. Er wordt gesproken over ‘’rentmeesterschap’’ maar het economisch belang prevaleert. Grond, lucht, natuur en landschap wordt opgeofferd voor geld en een achterhaalde bio-industrie. Reactie: Het agrarisch bedrijf stapt over van reguliere vleeskuikens naar scharrelkuikens waartoe meer staloppervlak nodig is en zowel de nieuwe als de bestaande stallen van uitloopstallen (wintergartens) moeten worden voorzien. De twee nieuwe stallen zijn dus het gevolg van een voorgenomen verbetering in dierenwelzijn. Om een goede ruimtelijk inpassing te waarborgen worden de nieuwe stallen, conform het Nije Pleats advies, landschappelijk ingepast. In hoofdstuk 4 van de ruimtelijke onderbouwing wordt aangetoond dat er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie. Conclusie: De zienswijzen hebben geen aanleiding gegeven tot aanpassing van het bouwplan en ons besluit tot verlening van de omgevingsvergunning.