Raadsvoostel- en conceptbesluit rk armoedebeleid
Tekst van het document
Rekenkamerrapport | Armoedebeleid ----------------------------------------------------------Kenmerk
Aan de gemeenteraad. De rekenkamer van Leeuwarden heeft haar onderzoek naar het armoedebeleid afgerond. De armoede- en schuldenproblematiek is in de gemeente Leeuwarden een groter probleem dan gemiddeld in Friesland en landelijk. In 2021 leefde afgerond 17% van de huishoudens in Leeuwarden van een inkomen tot 120% van het sociaal minimum (in Friesland is dat 13%). In 2021 leefde afgerond 13% van de kinderen in een gezin met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum (in Friesland is dat 9%). Landelijk - en in de provincie Friesland - leeft 6% van de kinderen in een uitkeringsgezin, in de gemeente Leeuwarden leeft 10% van de kinderen in een uitkeringsgezin. De rekenkamer heeft onderzocht hoe doeltreffend en adequaat het armoedebeleid van de gemeente Leeuwarden is, of er voldoende budget beschikbaar en in hoeverre de raad zijn controlerende en kaderstellende rol kan uitvoeren? Conclusies uit het onderzoek In haar rapport komt de rekenkamer Leeuwarden op basis van het uitgevoerde onderzoek tot een aantal conclusies die gerangschikt zijn naar beleid, de uitvoeringspraktijk, budgetten en sturing, doeltreffendheid, beleving van inwoners en organisaties, monitoring en verantwoording. Deze conclusies leest u terug in paragraaf 2.2 van de bestuurlijke nota welke opgenomen is in hoofdstuk 2 van het eindrapport.
Aanbevelingen uit het onderzoek Uit de conclusies volgt een aantal aanbevelingen van de rekenkamer: Aanbeveling 1: Richt integrale sturing in a. Beleg de rol van monitoring en sturing op de opgave in de organisatie. Dat is nu onvoldoende het geval of gefragmenteerd. Het zou in ieder geval duidelijk moeten zijn welke eenheid/afdeling verantwoordelijk is voor de monitoring en de sturing. b. Stel in samenspraak met de kernuitvoerders de korte termijn en lange termijn doelen per pijler opnieuw vast en koppel daaraan SMART geformuleerde indicatoren. c. Koppel in overleg met de kernuitvoerders een activiteitenplan per pijler aan de doelen. d. Breng de voortgang op de doelen structureel in kaart: i. Korte termijn doelen: verzamel de gegevens voor de indicatoren in het dashboard en combineer deze met gegevens van de afdeling Rapportage, Statistiek en Onderzoek in de jaarlijkse armoedemonitor. Stuur op basis daarvan bij op de korte termijn doelen. ii. Lange termijn doelen: verrijk samen met de kernuitvoerders de informatie uit de armoedemonitoren met kwalitatieve informatie. Voer periodiek een integrale analyse (beleidsevaluatie) uit en rapporteer in een voortgangsrapportage. Stuur op basis daarvan bij op de lange termijn doelen.
Blad 2
Aanbeveling 2: Heroverweeg de inrichting van de minimaregelingen en vergroot het bereik a. Heroverweeg de inrichting van de minimaregelingen: i. Maak inzichtelijk wat de effecten zijn van de huidige minimaregelingen op het besteedbaar inkomen van verschillende groepen inwoners in de gemeente. Verrijk deze cijfers met kwalitatieve informatie via ervaringsdeskundigen en kernuitvoerders. We bevelen aan dezelfde indeling in groepen te gebruiken als de Commissie sociaal minimum heeft gedaan. ii. Ga als college en raad met elkaar in gesprek over hoe de minimaregelingen ingericht zouden moeten zijn. Streef daarbij naar meer uniformiteit, zodat een inwoner gemakkelijker kan bepalen of deze recht heeft op een regeling. b. Vergroot het bereik van de minimaregelingen: i. Onderzoek of het aanvraagproces van de regelingen minder complex ingericht kan worden. ii. Wees uiterst transparant over de minimaregelingen. Communiceer helder met de inwoners welke regelingen er zijn, wie recht heeft op de regelingen en wat concreet de mogelijkheden zijn voor bezwaar en beroep. Wees transparant over hoe de draagkrachtberekening uitgevoerd wordt. iii. Gebruik in de communicatie beelden en meerdere talen. iv. Zorg ervoor dat de samenwerkingspartners die inwoners ondersteunen bij het aanvragen van een regeling direct contact kunnen opnemen met de betrokken functionarissen van de gemeente Leeuwarden.
Aanbeveling 3: Benut de kracht van de ketenpartners en voer daartoe een geëigende procesregie. Maak daarbij onderscheid tussen kernuitvoerders en de andere betrokken partners. a. Kernuitvoerders zijn organisaties met een taak in de uitvoering van het beleid en die een financiële relatie met de gemeente Leeuwarden hebben op het gebied van armoedebestrijding. Deze organisaties hebben een visie op en kennis over de opgave. Benut de kennis van deze kernuitvoerders: maak afspraken over procesregie, betrek hen bij de inrichting van de integrale sturing en geef hun een taak bij de armoedemonitoren en de periodieke integrale analyse. b. Andere betrokken partners zijn Leeuwarder organisaties die armoedeproblematiek signaleren en inwoners doorverwijzen en/of ondersteunen. Deze organisaties voelen zich betrokken bij de doelgroep en de opgave. Zorg ervoor dat deze partners goed geïnformeerd en ondersteund worden voor de uitvoering van hun rol. Zie deze partners als potentieel belangrijke informant en partner vanwege hun contacten met de doelgroep. Aanbeveling 4: Versterk de inzet van ervaringsdeskundigen a. Blijf inzetten op de inzet van ervaringsdeskundigheid en onderzoek hoe ervaringsdeskundigheid beter en breder benut kan worden door de gemeente Leeuwarden.
Blad 3
Aanbeveling 5: Versterk als raad je kaderstellende en controlerende rol. Ga met elkaar in gesprek over: a. Welke indicatoren je terug wilt zien om te kunnen controleren en sturen op de korte en lange termijn doelen; b. Welke budgettaire informatie je nodig hebt over de opgave Armoedebestrijding, op welk aggregatieniveau, om te kunnen controleren en bijsturen. Om voldoende sturingsmogelijkheden te hebben, is het belangrijk om een niet al te hoog aggregatieniveau te hanteren bij het opstellen van de begroting. Aanbeveling 6: Vraag het college om een realistische planning voor de uitvoering van deze aanbevelingen. Reactie college van burgemeester en wethouders De bestuurlijke reactie van het college maakt geen deel uit van het onderzoeksrapport van de rekenkamer. Het rapport is zonder aanbevelingen, conform de nieuwe verordening, aangeboden aan het college. In haar reactie geeft het college van burgemeester en wethouders aan zich deels te herkennen in de conclusies die zijn opgenomen in het rapport. De conclusies met betrekking tot de inzet van ervaringsdeskundigheid wordt niet herkend vanuit het college. Ook worden enkele nuances beschreven in de bestuurlijke reactie. De bestuurlijke reactie heeft in enkele gevallen geleid tot kleine tekstuele aanpassingen in het eindrapport. Met name daar waar het gaat om de beleving van inwoners en organisaties.
Hierbij is nadrukkelijker beschreven dat de conclusies getrokken worden op basis van de ‘ondervraagde’ inwoners. Advies Het raadspresidium neemt geen standpunt in t.a.v. de aanbevelingen. In het conceptbesluit zijn de aanbevelingen van de rekenkamer verwoord in conceptbesluiten van de gemeenteraad. Deze kunnen naar inzicht van de raad geamendeerd of overgenomen worden. Leeuwarden, Raadspresidium van Leeuwarden,
Mw. E. de Koning, vice-voorzitter,
Drs. F. van der Heide, griffier,
Blad 4
Nummer RD
DE RAAD VAN DE GEMEENTE LEEUWARDEN; • • • •
Gelezen het rapport van de rekenkamer naar aanleiding van het onderzoek ‘Armoedebeleid in de gemeente Leeuwarden’; Kennis te hebben genomen van de bestuurlijke reactie van b. en w.; Met inachtneming van het besprokene tijdens de informatiebijeenkomst op 11 september 2024 met de Rekenkamer Leeuwarden; Met inachtneming van het besprokene tijdens het debat op 9 oktober en 27 november 2024.
BESLUIT: •
Het college te verzoeken integrale sturing in te richten door: a. de rol van monitoring en sturing op de opgave duidelijk te beleggen in de organisatie tenminste op eenheid /afdelingsniveau. b. in samenspraak met de kernuitvoerders de korte- en langetermijn doelen per pijler opnieuw vast te stellen en daaraan SMART geformuleerde indicatoren te koppelen. c. in overleg met de kernuitvoerders een activiteitenplan per pijler aan de doelen te koppelen. d. De voortgang op de korte- en langetermijn doelen structureel in kaart te brengen.
•
Het college te verzoeken de inrichting van de minimaregelingen te heroverwegen om het bereik te vergroten.
•
Het college te verzoeken de kracht van de ketenpartners te benutten en daartoe een geëigende procesregie te voeren. Maak daarbij onderscheid tussen kernuitvoerders en de andere betrokken partners.
•
Het college te verzoeken de inzet van ervaringsdeskundigheid te versterken en te onderzoeken hoe ervaringsdeskundigheid beter en breder benut kan worden door de gemeente Leeuwarden.
•
Als raad de kaderstellende en controlerende rol te versterken door met het college in gesprek te gaan over; a. Welke indicatoren de raad terug wil zien om te kunnen controleren en sturen op de korte en lange termijn doelen;
Blad 5
b. Welke budgettaire informatie de raad nodig heeft over de opgave Armoedebestrijding, op welk aggregatieniveau, om te kunnen controleren en bijsturen. •
Het college te verzoeken om een realistische planning voor de uitvoering van deze aanbevelingen.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van
Voorzitter,
Griffier.