Programma Water en Riolering 2023-2027
Tekst van het document
Programma Water & Riolering 2023-2027 1 november 2022
Gemeente Leeuwarden | Programma Water & Riolering 2023-2027
1
2
Gemeente Leeuwarden | Programma Water & Riolering 2023-2027
Inhoud Samenvatting
4
1. Inleiding
6
1.1
Wat is een PWR en wat regelt het?
6
1.2
Van gemeentelijk rioleringsplan naar omgevingsgericht programma
7
1.3
Inspelen op klimaatverandering
7
1.4
Leeswijzer
7
2. Beeld van de huidige situatie
8
2.1
Areaalkenmerken
8
2.2
Terugblik afgelopen planperiode
9
3. Visie en ambitie
10
3.1
Omgevingsvisie
10
3.2
Programma Volhoudbaar - Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie
10
3.3
Wat vinden we belangrijk?
11
4. Uitwerkingsbeleid
12
4.1
Zorgplicht stedelijk afvalwater
12
4.2
Zorgplicht hemelwater
13
4.3
Zorgplicht grondwater
17
4.4
Bedrijfsvoering
18
5. Uitvoeringsprogramma
22
6. Middelen
24
6.1
Financieringsmethoden
24
6.2
Inkomsten
24
6.3
Uitgaven
25
6.4
Kostendekking
26
6.5
Risico’s
27
Bijlagen
Gemeente Leeuwarden | Programma Water & Riolering 2023-2027
28
3
Samenvatting Groen-blauwe ambities realiseren in combinatie met gemeentelijke watertaken “Leeuwarden is in 2028 een groen-blauwe gemeente. Water, natuur en open ruimte worden gekoesterd. Het bebouwd gebied is vrijwel niet toegenomen en in de stad, in de dorpen en in het landschap is geen sprake meer van ‘verrommeling’ met bebouwing. De ecologische waarde van het landbouwgebied en de betekenis van het water en de waterhuishouding is veel groter geworden. De stad Leeuwarden en de regio versterken elkaar. Je kunt stedelijk wonen in het centrum en in de buitenwijken en landelijk wonen in één van de 35 dorpen of in het buitengebied.” Dit aantrekkelijke beeld van de ontwikkeling van Leeuwarden op de lange(re) termijn is opgenomen in de Omgevingsvisie Leeuwarden en vormt het vertrekpunt voor dit Programma Water & Riolering (PWR). In dit programma beschrijven we hoe we onze zorgplichten stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater invullen èn hoe we kunnen bijdragen aan de gemeentebrede ambitie om Leeuwarden het hart te laten zijn van een groen-blauwe regio. Waaraan we ook invulling geven aan het goed en gezond leven in Leeuwarden. Door invulling te geven aan de zorgplichten stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater streven we deze doelen na en kunnen we ook (binnen de reikwijdte van de zorgplicht) bijdragen aan de gemeentebrede ambities
Zorgplichten (gemeentelijke watertaken) Het stedelijk afvalwater inzamelen en transporteren naar een RWZI of overnamepunt Het overtollig hemelwater inzamelen en lokaal verwerken of afvoeren naar een geschikte locatie Beperken van de nadelige gevolgen van grondwater
Programma Water & Riolering Het Programma Water & Riolering (PWR) is een vernieuwde vorm van het Gemeentelijk RioleringsPlan. De term programma komt voort uit de Omgevingswet die drie planvormen hanteert: de omgevingsvisie, omgevingsprogramma’s en het omgevingsplan. Naast de zorgplichten (gemeentelijke watertaken) geeft het PWR ook invulling aan maatregelen ten behoeve van de klimaatverandering. Door de toename van extreme buien neemt de kans op wateroverlast toe en tijdens langdurig droge perioden kunnen flinke watertekorten optreden.
4
In de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie 2021-2035 is aangegeven hoe we Leeuwarden voorbereiden op klimaatverandering. Hiermee geven we invulling aan het landelijke Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie en onze eigen ambitie om in 2035 klimaatadaptief te zijn samen met onze inwoners en bedrijven. Met dit PWR laten we zien wat we willen bereiken, hoe we daar beleidsmatig uitwerking aan geven en wat we gaan doen. Ook laten we laten zien hoe we de gemeentelijke watertaken bekostigen en hoe we vanuit de rioolheffing financieel bijdragen aan onze ambities om het stedelijk watersysteem robuust in te richten. In het PWR komen niet alle watergerelateerde zaken aan de orde. Bijvoorbeeld waterkwaliteit of het gebruik van water voor transport of recreatie valt buiten de scope van dit programma.
Sturen op boven- en ondergrondse ingrepen In totaal ligt er in Leeuwarden ruim 800 km aan rioolleidingen. Het rioolstelsel is met gemiddeld 30 jaar relatief jong. Op basis van rioolinspecties blijkt dat de algehele staat van onze riolering goed is. Op basis van de toestand en leeftijd van de riolering verwachten we een vervangingspiek rond 2060. Om de vervangingsinvesteringen beter in de tijd te kunnen spreiden, gaan we risicogericht sturen op kosten en prestaties in plaats van enkel op de ouderdom van de riolering. Door risicogestuurd te beheren, kunnen we riolen langer laten liggen. In veel gevallen geeft een reparatie/ renovatie voldoende extra levensduur en kan het moment van vervanging worden uitgesteld. Hiermee kunnen we ook beter sturen op het laten samenvallen van onder- en bovengrondse ingrepen in de openbare ruimte, zodat overlast kan worden beperkt.
Samen werken aan kwetsbare wateroverlastlocaties Het stedelijk watersysteem van de gemeente Leeuwarden functioneert onder normale omstandigheden overwegend goed. Ook zijn er nagenoeg geen structurele problemen in de waterkwaliteit als gevolg van riooloverstortingen. Maar bij extreme buien knelt het op veel verschillende locaties. In onze uitvoeringsagenda klimaatadaptatie en in dit programma hebben we budget opgenomen om deze kwetsbare locaties wateroverlast aan te pakken. De huidige opgaven zijn echter te groot om deze als overheid alleen te kunnen oppakken. Daarom zoeken we verbinding met onze inwoners, bedrijven, lokale en regionale partners. We betrekken deze partijen bij onze werkzaamheden, van informerend tot adviserend tot meebeslissend. Per situatie bekijken we wat een passende manier is.
Gemeente Leeuwarden | Programma Water & Riolering 2023-2027
Verplichte waterberging op particulier terrein
Ontwikkeling van de rioolheffing
In het GRP 2019-2022 hebben we aangegeven dat we, waar nodig, willen overgaan tot het verplichten van maatregelen op eigen perceel, bijvoorbeeld bij rioolvervanging of structurele wateroverlast. Een eerste stap die we hierin zetten, is het opnemen van een verplichting tot het aanbrengen van hemelwaterberging op eigen terrein bij sloop- en nieuwbouwprojecten (of gelijkwaardig). We stellen dit verplicht in bestaande gebieden met wateroverlast. Voor nieuwbouwontwikkelingen willen we, bovenop de bestaande compensatieverplichting van het waterschap, eisen stellen aan het bergen van hemelwater op eigen terrein. Hiermee beperken we de hydraulische belasting van de riolering en kunnen we met kleinere - of soms helemaal geen - hemelwaterriolen volstaan.
Een belangrijk nieuw uitgangspunt is dat de rioolheffing (waaruit we ook de klimaatopgave bekostigen) voor alle inwoners van de gemeente Leeuwarden gaat gelden. Dit betekent dat we vanaf 2024 ook percelen in het buitengebied die geen rioolaansluiting hebben, gaan belasten met de rioolheffing. Concreet zijn dit ca.1000 percelen. De nieuwe rioolheffingsverordening wordt in 2023 verder uitgewerkt. Een mogelijkheid hierbij is om het tarief anders op te bouwen en percelen zonder rioolaansluiting alleen aan te slaan voor het onderdeel waaruit de klimaat opgave bekostigd wordt.
Grootschalige woningbouwprojecten en herstructureringsopgaven (met veel verwachte sloop en (ver)nieuwbouw) zien we als een uitgelezen kans om percelen te vergroenen in combinatie met hemelwaterberging. Ook willen we de aanleg van nieuwe omvangrijke verhardingen voorkomen. Daarmee geven we invulling aan de uitgangspunten van de omgevingsvisie, met bodem en water als belangrijke principes voor inrichting.
Gemeente Leeuwarden | Programma Water & Riolering 2023-2027
5
1. Inleiding Weinig mensen beseffen hoe belangrijk riolering is. Zo hebben riolering en drinkwatervoorziening sinds de 19e eeuw de kans op ziektes fors teruggebracht, waardoor de levensverwachting aanzienlijk is gestegen. Pas als het mis dreigt te gaan en er bijvoorbeeld stank‐ of wateroverlast optreedt, krijgt riolering aandacht. Verder gaat de inzameling en het transport van afvalwater vaak ongemerkt aan de inwoners voorbij. Toch verrichten we dagelijks veel inspanningen om deze kostbare infrastructuur goed te beheren. Zoals iedereen wel merkt vanuit de berichtgeving komt hevige neerslag steeds vaker voor als gevolg van klimaatverandering, net als langere perioden van droogte. Naast de huidige, vaak ondergrondse en kostbare oplossingen, willen we ook de bovengrondse openbare ruimte gebruiken om tijdelijk grote hoeveelheden regenwater op te vangen en gedoseerd af te voeren naar het oppervlaktewater, de ondergrond of een andere omgeving. Ons doel is een klimaatadaptief systeem, zowel voor droge als natte uitersten. Omdat de onder- en bovengrondse infrastructuur met elkaar verweven zijn, is het van belang om goede beleidsafwegingen te maken op het terrein van het beheer van de openbare ruimte, bescherming van bodem en waterkwaliteit en de zorg voor het totale watersysteem. Met de komst van de Omgevingswet staat een gezonde fysieke leefomgeving centraal.
Met deze wet kunnen we vanuit een krachtige visie op de leefomgeving via wettelijke instrumenten en programma’s toewerken naar het wensbeeld.
1.1 Wat is een PWR en wat regelt het? Het Programma Water & Riolering (PWR) is een beleidsplan/uitvoeringsplan dat op hoofdlijnen de invulling van de gemeentelijke watertaken/zorgplichten weergeeft (zie in het kader hiernaast). Met de term programma lopen we alvast vooruit op de Omgevingswet, waarbij uiteindelijk drie planvormen ontstaan; de omgevingsvisie, omgevingsprogramma’s en het omgevingsplan. In dit programma laten we zien wat we willen bereiken, hoe we daar beleidsmatig uitwerking aan geven en wat we gaan doen. De geldigheidsduur van dit PWR is vijf jaar: 2023 tot en met 2027. Evaluatie van de voortgang en eventuele tussentijdse bijstelling van het programma vindt plaats als er zich grote veranderingen voordoen.
ZORGPLICHT AFVALWATER (Wet milieubeheer artikel 10.33) Als gemeente hebben we de zorgplicht voor de inzameling en transport van stedelijk afvalwater naar de zuivering van het waterschap. In gebieden waar we als gemeente inzameling en transport van stedelijk afvalwater niet doelmatig vinden en de provincie ontheffing van de zorgplicht heeft verleend, moet de houder van het afvalwater zelf zorgen voor de verwerking van het afvalwater. Met het in werking treden van de Omgevingswet vervalt de provinciale ontheffingsbevoegdheid en mogen we als gemeente samen met het waterschap zelf bepalen wat in het buitengebied doelmatig is. Bedrijfsafvalwater, dat niet op dezelfde manier kan worden behandeld als huishoudelijk afvalwater, is geen stedelijk afvalwater. Omdat we hier als gemeente geen zorgplicht voor hebben kunnen we desgewenst bestaande of nieuwe aansluitingen van bedrijven weigeren als dit ten goede komt van de riolering en zuivering. ZORGPLICHT HEMELWATER (Waterwet artikel 3.5) De gemeentelijke zorg voor het beheer van afvloeiend hemelwater heeft betrekking op het afvloeiend hemelwater van openbaar terrein en afvloeiend hemelwater dat niet op particulier terrein kan worden verwerkt. De eigenaar van het terrein waarop het hemelwater valt is primair verantwoordelijk voor de verwerking van het hemelwater.
De gemeente hoeft het hemelwater afkomstig van particulier terrein niet te ontvangen, behalve wanneer de houder van het verzamelde hemelwater dit redelijkerwijs niet kan afvoeren, bijvoorbeeld omdat infiltratie niet mogelijk is en er geen oppervlaktewater in de buurt aanwezig is. ZORGPLICHT GRONDWATER (Waterwet artikel 3.6) Als gemeente dragen we zorg voor het in openbaar gebied treffen van maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, mits dit doelmatig is en voor zover er geen verantwoordelijkheid bestaat voor de waterbeheerder of de provincie. De perceeleigenaar is wettelijk gezien als eerste zelf verantwoordelijk voor het oplossen van zijn eigen grondwaterprobleem.
Hierbij lichten we de gemeentelijke zorgplichten stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater toe.
6
Gemeente Leeuwarden | Programma Water & Riolering 2023-2027
1.2 Van gemeentelijk rioleringsplan naar omgevingsgericht programma In de vorige planperiode heette dit plan het gemeentelijk rioleringsplan (GRP). Na het van kracht worden van de Omgevingswet is het GRP niet langer een wettelijk verplichte planvorm, maar moeten elementen hiervan opgaan in respectievelijk omgevingsvisie, -plan en -programma. Hoewel de wettelijke verplichting tot het opstellen van een rioleringsplan komt te vervallen, is in verband met het aflopen van het huidige GRP (in 2022) besloten een nieuw plan op te stellen. Het rioleringsplan is een effectief planinstrument om de rioleringszorg te borgen en activiteiten af te stemmen (zie ook Bijlage A voor de evaluatie van vorige planperiode). Verder vormt het plan nog steeds een goede onderbouwing voor de rioolheffing en als onderdeel van de begroting is het wettelijk verplicht hiervoor een onderbouwing te hebben.
1.3 Inspelen op klimaatverandering Hoe we wateroverlast aanpakken, is een belangrijk onderwerp met het oog op klimaatbestendigheid. Wateroverlast is in belangrijke mate gekoppeld aan waterberging en waterafvoer (al dan niet via hemelwaterriolen) en daarmee een onderdeel van het PWR. In onze uitvoeringsagenda klimaatadaptatie 2021-
Gemeente Leeuwarden | Programma Water & Riolering 2023-2027
2035 geven we aan hoe we Leeuwarden voorbereiden op klimaatverandering. Hiermee geven we onze lokale invulling aan het landelijke Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie en onze eigen ambitie om in 2035 klimaatadaptief te zijn. Klimaatadaptatie is één van de speerpunten in het gemeentelijk programma Volhoudbaar, gericht op duurzaamheid bij het aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering (CO2-reductie, energietransitie), inspelen op de effecten van klimaatverandering (adaptatie) en anders omgaan met grondstoffen (circulaire economie). Aangezien iedereen baat heeft bij een klimaatbestendige en waterrobuuste omgeving is het te rechtvaardigen dat de kosten (binnen de reikwijdte van onze zorgplichten) worden gedekt via de rioolheffing.
1.4 Leeswijzer De opzet van voorliggend PWR is als volgt: Hoofdstuk 2 geeft een beeld van de huidige situatie. Aandachtspunten die hieruit naar voren komen, vormen samen met nieuwe ontwikkelingen het vertrekpunt voor de beleidsmatige uitwerking (hoofdstuk 4) van de gemeentelijke watertaken en onze visie en ambitie (hoofdstuk 3). De voorgenomen activiteiten en bijbehorende benodigde middelen om ze te kunnen uitvoeren zijn opgenomen in hoofdstukken 5 (uitvoeringsprogramma) en 6 (middelen) van dit programma. Meer beheers- en onderhoudsgerelateerde zaken zijn opgenomen in de bijlagen.
7
2. Beeld van de huidige situatie 2.1 Areaalkenmerken Ons gemeentelijk rioleringssysteem bestaat uit riolering die een vrij verval kent en mechanische riolering. Bij vrijvervalriolering wordt het afvalwater getransporteerd door de zwaartekracht en omhoog gepompt als de leidingen te diep komen te liggen. Bij mechanische riolering wordt het afvalwater getransporteerd via een veelvoud aan kleine pompen door middel van overdruk (drukriolering) of onderdruk (vacuümriolering). In totaal ligt er ca. 830 km aan leidingen, waarvan ca. 90% vrijverval en ca. 10% mechanisch. Het gemengd gerioleerde rioleringssysteem heeft lozingspunten om bij hevige of langdurige neerslag het overtollige regenwater te lozen op oppervlaktewater. Dit betekent dat er dan ook vuilwater wordt geloosd. Om de vuillast op het oppervlaktewater te beperken, zijn er bij de meest vuilbelastende lozingspunten voorzieningen aangebracht. Deze voorzieningen bergen overtollig regenwater en laten het vuil bezinken voordat het overstort op het oppervlaktewater. De kwaliteit van het overtollige regenwater bij gescheiden riolering is over het algemeen van een betere kwaliteit omdat er geen menging optreedt met rioolwater. Zie Bijlage B voor meer areaalkenmerken.
Kwaliteitstoestand areaal Het vrijvervalriool van gemeente Leeuwarden is met gemiddeld 30 jaar relatief jong. In onderstaande grafiek is de leeftijdsopbouw van het areaal weergegeven. Op basis van de toestand en leeftijd van de riolering verwachten we een vervangingspiek rond 2060. Omdat er in het verleden al de nodige riolen zijn vervangen, ligt er in Leeuwarden relatief weinig oude riolering. In de omliggende dorpen ligt deze nog wel. De riolering in de klei ligt er gezien de leeftijd
redelijk goed bij. Voor de riolering in veengronden als Grou en omstreken kunnen we een minder lange levensduur bewerkstelligen. Ongeveer driekwart van de vrijvervalriolering is geïnspecteerd. Op basis van de inspectiedata blijkt dat de algehele staat van onze riolering goed is. Zie Bijlage B voor meer areaalkenmerken. Functioneren onder normale omstandigheden Het stedelijk watersysteem van gemeente Leeuwarden functioneert onder normale omstandigheden overwegend goed. Op basis van kennis over het areaal, rioolinspecties en hydraulische berekeningen hebben we inzicht in de kwaliteit en het functioneren van het stedelijk afvalwatersysteem. Wel blijft het rioolstelsel in Hilaard, Jellum en Easterlittens bij regenval lang vol water staan. Dit leidt tot problemen in de afvoer van de woningen.
Functioneren bij extreme neerslag Uit hydraulische modelberekeningen van het rioolstelsel is gebleken dat bij een bui van 60 mm in één uur (de huidige norm voor extremen) verspreid over heel de gemeente knelpunten optreden. Stiens, Grou, Oud-Oost, HuizumWest en Transvaalstraat en omgeving springen eruit. In onze uitvoeringsagenda klimaatadaptatie is hier rekening mee gehouden. Locaties als Transvaalstraat, Oud-Oost, Huizum komen ook in de praktijk als kwetsbare locaties naar voren. Hevige buien (meer dan 30 mm/uur) leveren water op straat op, waarbij het water veelal tussen de trottoirbanden op straat maar ook in de tuinen blijft staan.
Figuur 1: Leeftijdopbouw riolering gemeente Leeuwarden
8
Gemeente Leeuwarden | Programma Water & Riolering 2023-2027
schoolplein groener maken. Ook is een aantal riolen van een zogenoemde kous voorzien (relinen), zoals de riolering aan de Tesselschadestraat en Tjerk Hiddestraat. Deze kous verlengt de levensduur van het riool met pakweg 60 jaar. Doordat bij relining de weg niet open hoeft, geeft dit nauwelijks overlast voor ondernemers en inwoners. Daarnaast hebben we verschillende riolen in onder andere Grou, Warten en Wergea vervangen en zijn er regenwaterriolen aangelegd. De herinrichting van het Waagplein is ontwerpgereed en het werk is in voorbereiding zodat het in 2023 kan worden uitgevoerd. In de Kei maken we samen met bewoners een klimaatadaptief en circulair ontwerp. Uit een verdiepend onderzoek naar de (kosten)effecten van droogte blijkt dat de risico’s van langdurige droogte op woningen, infrastructuur en groen in de gemeente Leeuwarden overwegend laag tot zeer laag zijn.
Figuur 2: Facebookmeldingen wateroverlastlocaties In de zomer van 2021 is via social media aan onze inwoners gevraagd ‘water op straat’ locaties door te geven. De resultaten zijn op kaart gepresenteerd (zie Figuur 2). Veel van deze meldingen kwamen uit desbetreffende gebieden. De gemeente neemt maatregelen op in een pakket dat tussen nu en 2035 wordt uitgevoerd. Prioriteit leggen we op die locaties waar nu al overlast is.
De Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie is door knelpunten in de personele capaciteit relatief laat vastgesteld (in januari 2021). Doordat forse investeringen in de tijd iets naar achter zijn geschoven en oplossingen die vrij makkelijk zijn te realiseren in 2022 zijn geprogrammeerd, vallen de werkelijke investeringen lager uit dan de geplande investeringen. Het gevolg hiervan is dat de werkelijke stand van de voorziening hoger uitvalt dan gepland. Momenteel zijn we bezig met een inhaalslag van maatregelen. Beschikbaarheid van voldoende personeel blijft hierbij een aandachtspunt. Zie Bijlage A voor een meer gedetailleerde evaluatie.
2.2 Terugblik afgelopen planperiode De huidige planperiode hebben we invulling kunnen geven aan de gemeentelijke watertaken en gewerkt aan verdere verbetering. We hebben rioolinspecties en geplande rioolreparaties uitgevoerd, riolen gereinigd en waar nodig vervangen of gerenoveerd. Mede dankzij de toepassing van risicogestuurd beheer (beheerst oprekken van de levensduur via reparaties/renovatie) is het gelukt om met de beschikbare middelen de riolering in stand te houden. De basis is daarmee op orde. Dat wil niet zeggen dat er geen (toekomstige) opgave ligt. We hebben een uitvoeringsagenda klimaatadaptatie opgesteld en de knelpunten en maatregelen inzichtelijk gemaakt. Een aantal knelpunten is inmiddels opgelost. Zo zijn er maatregelen genomen om de wateroverlast aan de Kakewei en Lutskedyk in Stiens op te lossen en wordt gewerkt aan het knelpunt in de St. Anthonystraat samen met OBS Oldenije. Dit is een mooi voorbeeld, waarbij we onder het schoolplein waterberging realiseren en het
Gemeente Leeuwarden | Programma Water & Riolering 2023-2027
(Foto: Wiebe Nieuwsma)
Figuur 3: Wateroverlast
9
3. Visie en ambitie De Omgevingsvisie, het programma Volhoudbaar en de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie zijn voor dit PWR belangrijke planvormen waar we rekening mee moeten en willen houden.
De overige ambities zijn gericht op het verkrijgen van een sterke economische positie en ervoor zorgen dat het goed leven is in Leeuwarden. Het gaat daarbij om de kwaliteit van leven voor alle inwoners. Het is een fijne plek om te wonen, te werken en te ondernemen.
3.1 Omgevingsvisie
In dit PWR werken we aan de ambitie voor een bijzondere groen-blauwe regio. Maar ook aan de ambities ‘en sterke economische gemeente’ en ‘goed leven’ in Leeuwarden Een goed functioneerde riolering draagt immers bij aan het milieu een goede gezondheid.
De Omgevingsvisie schetst een beeld van de ontwikkeling van Leeuwarden op de lange(re) termijn. ’Leeuwarden is in 2028 een groen-blauwe gemeente. Hiervoor wil de gemeente de bestaande groen-blauwe structuren daar waar mogelijk herstellen, versterken en uitbreiden. Dit moet leiden tot een toekomstbestendige leefomgeving. Een leefbare gemeente voor mens, dier en plant en een omgeving die bevorderlijk is voor biodiversiteitsherstel, klimaatadaptatie en gezond leven. De gemeente gaat voor een groen-blauw netwerk in het bebouwde gebied (stad en dorpen) waarin alle inwoners kunnen wandelen, verkoeling zoeken, recreëren en genieten van een rijke stadsnatuur. Het streven is gericht op verbinding met het buitengebied en recreatiegebieden zoals de Groene Ster. Herstel en versterking van het groen-blauwe netwerk is niet alleen een kwestie van een goed ingerichte bovengrondse ruimte. Ook de ondergrondse ruimte in de bodem moet daarvoor geschikt zijn (denk aan: vruchtbaarheid, voldoende water) en beschikbaar zijn (dus geen kabels en leidingen of andere constructies of obstakels). Dit leidt tot de doelstelling om in de komende jaren ook de ondergrondse planning en ordening goed op orde te brengen.’ Omgevingsvisie Leeuwarden, ambitie groen-blauwe regio
3.2 Programma Volhoudbaar - Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie Met het Programma Volhoudbaar geeft Leeuwarden invulling aan de ambities en doelstellingen voor duurzaamheid. De thema’s dragen bij aan het beheersen van de gevolgen van klimaatverandering, spelen in op de effecten ervan en zetten in op het terugdringen van energie en grondstoffengebruik. Eén van de ambities van het Programma Volhoudbaar is om in 2035 klimaatadaptatief te zijn. In de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie is uitgewerkt hoe we aan deze ambitie invulling willen geven en hoe we werken volgens het landelijke DeltaPlan Ruimtelijke Adaptatie. Concreet betekent dit de volgende doelstellingen om de gevolgen van hitte, droogte en extreme neerslag tegen te gaan: • Realiseren van 65.000 m3 waterberging rondom gebieden waar wateroverlast is, om zo te voorkomen dat er water in of tegen panden komt en daarmee schade te beperken. • Omlaag brengen van de temperatuur door 10% extra schaduw te creëren (ten opzichte van 2021). • Meer inzicht krijgen in de gevolgen van droogte in bebouwd gebied. In dit PWR werken we vanuit de ambitie om in 2035 een klimaatadaptieve(re) gemeente te zijn. Binnen het PWR bekostigen we maatregelen voor de water- en droogteopgave. Maatregelen tegen hittestress worden niet bekostig uit het PWR. Gelet op het feit dat ca.
70% van het verhard oppervlak op particulier terrein ligt, kunnen we dit niet alleen. We willen dit daarom samen met onze inwoners, ondernemers en corporaties oppakken. In dit PWR hebben we (financieel) rekening gehouden met het creëren van extra waterberging om wateroverlast te voorkomen.
10
Gemeente Leeuwarden | Programma Water & Riolering 2023-2027
3.3 Wat vinden we belangrijk? De riolen die we nu aanleggen, blijven nog tientallen jaren liggen. Daarom moeten we nu goede keuzes maken. We handelen daarom vanuit onderstaand toekomstperspectief op de waterketen, stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater.
Waterketen We voeren de zorg voor de waterketen zo uit dat we de volksgezondheid beschermen en schade aan het milieu voorkomen. Er bestaat hiervoor al een omvangrijk stelsel aan riolering, dat we goed beheren. Waar nodig leggen we nieuwe voorzieningen aan. We werken goed samen met andere partijen en binnen onze eigen organisatie werken we integraal. Zo creëren we een gezonde, veilige en aantrekkelijke leefomgeving. Figuur 4: Groene gevel NHL Stenden Stedelijk afvalwater Afvalwater ontstaat na het gebruik of afspoelen van ‘schoon’ water. Om te voorkomen dat meer afvalwater ontstaat, houden we het zoveel mogelijk gescheiden van schoon water. Hiervoor volgen we de trits ‘schoonhouden-scheidenzuiveren’. Het waterschap haalt bij de zuiveringsinstallatie(s) steeds meer reststoffen uit het (afval)water om deze opnieuw te kunnen gebruiken als grondstof. Ook wint het waterschap energie terug uit het afvalwater. Met onze riolering en uitvoeringsbeleid dragen we bij aan een goed functioneren van de zuiveringsinstallatie en het verwaarden van grondstoffen en energie.
Hemelwater Gemeente, waterschap en perceeleigenaar hebben een gedeelde verantwoordelijkheid voor het hemelwater. Bij de verwerking van hemelwater volgen we als gemeente de trits ‘vasthouden-bergen-afvoeren’. Het heeft de voorkeur om water vast te houden in het gebied waar het is gevallen. In onze gemeente is het door de kleigrond lastig om regenwater in de bodem te laten infiltreren. Waar dit niet kan, bergen we regenwater bij voorkeur in waterpartijen of bovengronds. Bij de aanleg van verhard oppervlak houden we er rekening mee dat ook extreme buien moeten kunnen worden opgevangen. We gaan daarbij uit van een robuuste aanleg, zodat we niet over enkele jaren merken dat we opnieuw zijn ingehaald door klimaatverandering. We stellen eisen om in (of in de directe nabijheid van) nieuwe ontwikkelingen waterberging aan te brengen en stimuleren vergroening. Bij herinrichting van de openbare ruimte houden we rekening met het risico op wateroverlast. Concreet betekent dit dat we kijken welke functie op welke plek past. We houden bij onze werkzaamheden in
Gemeente Leeuwarden | Programma Water & Riolering 2023-2027
de bovengrond ook rekening met droogte en hittestress, zodat we tegelijkertijd op meerdere fronten invloed hebben. Waar mogelijk sturen we op het combineren van watergerelateerde maatregelen met groenmaatregelen (en hiermee ook biodiversiteit). Zo slaan we meerdere vliegen in één klap. De huidige opgaven zijn te groot om deze als overheid alleen te kunnen oppakken. De oplossingen zijn niet alleen via de openbare ruimte te realiseren. Daarom zoeken we verbinding met onze inwoners, bedrijven, lokale en regionale partners. We betrekken deze partijen bij onze werkzaamheden, van informerend tot adviserend tot meebeslissend. Per situatie bekijken we wat een passende manier van betrekken is.
Grondwater Grondwater willen we zoveel mogelijk op een natuurlijke manier laten functioneren. Het grondwatermeetnet in onze gemeente geeft inzicht in de grondwaterstanden. Binnen onze gemeente zijn de grondwaterstanden relatief hoog. Dit komt door de opbouw van de ondergrond. We zetten in op het voorkomen van structureel nadelige gevolgen van een te hoge of te lage grondwaterstand voor de bebouwing in onze gemeente. We hebben de risicogebieden in beeld en nemen maatregelen waar deze doelmatig zijn. Veelal betekent dit dat we pas maatregelen nemen als er ook andere maatregelen in de openbare ruimte plaatsvinden, zoals bijvoorbeeld bij vervanging van de riolering en aanleg van regenwaterriolen. In het volgende hoofdstuk werken we dit verder uit.
11
4. Uitwerkingsbeleid Binnen de gemeente Leeuwarden ligt een goed werkend systeem om (afval)water in te zamelen en te verwerken. Dit vormt een belangrijke basis voor al onze werkzaamheden. Deze basis willen we op orde houden en waar mogelijk verbeteren. Hierbij houden we rekening met de volgende zorgplichten: • Het stedelijk afvalwater inzamelen en transporteren naar een RWZI of overnamepunt; • Het overtollig hemelwater inzamelen en lokaal verwerken of afvoeren naar een geschikte locatie; • Beperken van de nadelige gevolgen van grondwater.
Door invulling te geven aan de zorgplichten stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater streven we deze doelen na en kunnen we ook (binnen de reikwijdte van de zorgplicht) bijdragen aan de eerdergenoemde ambities en speerpunten. De zorg en verantwoordelijkheid voor het ’water’ in Leeuwarden ligt, naast de gemeente ook in handen van Wetterskip Fryslân, de Provinsje Fryslân, drinkwaterbedrijf Vitens en particulieren/ondernemers. De verdeling van de verantwoordelijkheden is wettelijk geregeld.
4.1 Zorgplicht stedelijk afvalwater Wat mogen inwoners, bedrijven en partners van ons verwachten? Binnen de bebouwde omgeving zijn alle percelen aangesloten op riolering. Dit betekent dat er geen ongezuiverde afvalwaterlozingen plaatsvinden. Bij nieuwbouw passen we een gescheiden rioleringssysteem
toe. Hierdoor worden schone en vervuilde waterstromen gescheiden. Het schone water afkomstig van daken en verhardingen lozen we op het oppervlaktewater, het vuile water transporteren we naar de RWZI. Bij kleinschalige in/uitbreidingen kan aansluiting op het bestaande (gemengde) systeem acceptabel zijn. We sturen op een gelijkmatige samenstelling en aanbod afvalwater in verband met zuivering en energieterugwinning van en uit afvalwater en we gaan door met het scheiden van waterstromen waar dat kan. We streven als gemeente naar een optimale afvalwaterzuivering. Samen met het Wetterskip gaan we de komende planperiode onderzoeken waarom het rioolstelsel In Hilaard, Jellum en Easterlittens lang vol water blijft staan. Dit leidt namelijk tot problemen in de afvoer van de woningen.
Hoe gaan we om met de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater in het buitengebied? Volgens de huidige regeling sluiten we in het buitengebied kleinschalige nieuwbouw aan op drukriolering of IBA’s (individuele behandelingssystemen afvalwater). Lozing van hemelwater hierop is niet toegestaan. We willen dat alle woningen en bedrijven worden aangesloten op de riolering als er riolering in de openbare ruimte aanwezig is. De enige uitzondering is wanneer woningen en bedrijven buiten de bebouwde kom op meer dan 40 meter van de huidige riolering vandaan liggen. We kijken dan of een doelmatige aansluiting mogelijk is. Er kunnen redenen zijn om percelen ook bij hogere kosten toch aan te sluiten, bijvoorbeeld als de waterkwaliteit in de omgeving onvoldoende is. Als er geen rioolaansluiting wordt gemaakt, heeft de
Figuur 5: Door klimaatverandering neemt het recreatief gebruik van oppervlaktewater toe
12
Gemeente Leeuwarden | Programma Water & Riolering 2023-2027
perceeleigenaar een verplichting om zelf te zorgen voor een goed functionerende en toegestane alternatieve voorziening. Bij vervanging van drukriolering is altijd sprake van overleg waarin we in samenwerking met de eigenaar een afweging maken op basis van doelmatigheid. We hanteren als uitgangspunt dat rioolvoorzieningen robuust dienen te zijn. Grootschalige alternatieven worden pas toegepast als ze voldoende zijn bewezen. We staan open om mee te werken aan pilots. Uitgangspunt is dat dit gebeurt binnen de geldende wet- en regelgeving. In Alde Feanen ligt een persluchtriool. Dit systeem is erg storingsgevoelig waardoor de onderhoudskosten hoog zijn. Daarnaast zijn de onderdelen voor dit systeem slecht te verkrijgen. In de komende periode gaan we in goed overleg met de bewoners kijken naar mogelijke alternatieven voor dit systeem, zoals bijvoorbeeld de gerealiseerde IBA’s bij recreatiewoningen.
Hoe willen we bijdragen aan een circulaire economie en de energietransitie? Via het opwekken van duurzame energie uit water kunnen we een bijdrage leveren aan de energietransitie. Op de rioolwaterzuiveringsinstallatie van het Wetterskip kan biogas worden opgewekt uit het afvalwater en kunnen stoffen als fosfaat en cellulose uit het afvalwater worden gehaald. Het (her)gebruik van grondstoffen is belangrijk om een circulaire economie te bereiken. Daarom werken wij graag mee aan initiatieven om dit te bereiken door circulaire aanleg en inkoop. Ook willen we ons inzetten om vuil en schoon te ontvlechten, zodat grondstoffen terugwinnen op de zuivering gemakkelijker te realiseren is.
4.2 Zorgplicht hemelwater Wat mogen onze inwoners, bedrijven en partners van ons verwachten?
Hoe gaan we om met tijdelijke, bedrijfsmatige en industriële lozingen? Over het algemeen zijn er geen grote problemen met de lozing van afvalwater afkomstig van bedrijven. Om deze reden mogen bedrijven hun bedrijfsafvalwater op de riolering lozen. We betrekken hiervoor vroegtijdig het waterschap om de voorkeursvolgorde/lozingsroute van bedrijfsafvalwater te bepalen. Het bestaande instrument van het hanteren van maatwerkvoorschriften is afdoende. Dit instrument willen we vaker inzetten in geval van incidenten. Wanneer lozing van bedrijfsafvalwater tot capaciteitsproblemen leidt, kunnen we de lozing weigeren of dient de lozer zelf voor een (financiële) oplossing te zorgen. Voor tijdelijke lozingen bereiden we voor dat we in geval van capaciteitsproblemen juridische bindende voorwaarden kunnen stellen aan de maximum lozingshoeveelheden.
Hoe willen we het risico op milieuverontreiniging beperken? Als het rioolstelsel vol staat, wordt het overtollige rioolwater via overstorten geloosd op oppervlaktewater. Dit voorkomt dat vuil water op straat of in huizen naar boven komt en is daarmee vaak een effectieve manier om wateroverlast te voorkomen. We hanteren hierbij een meer systeemgerichte benadering, waarbij we aan de hand van meldingen en metingen in de gaten houden of er aandachtspunten zijn over de waterkwaliteit. Ook kijken we bij modelberekeningen naar de hoeveelheid overstortend rioolwater en naar het ontvangende oppervlaktewater. Samen met het waterschap zorgen we ervoor dat de effecten van onvermijdbare lozingen op het (water)milieu aanvaardbaar zijn. We voeren studies uit om effectieve maatregelen te bepalen.
Gemeente Leeuwarden | Programma Water & Riolering 2023-2027
Voor de verwerking van hemelwater volgen we de trits ’vasthouden-bergen-afvoeren’. De opbouw van de ondergrond in de gemeente Leeuwarden is op veel plekken niet geschikt voor het infiltreren van water. Daar kiezen we voor bergen. Water bergen we op plekken waar dit niet voor schade zorgt. Als gemeente kunnen we niet voorkomen dat er na hevige neerslag water blijft staan in de openbare ruimte of op particulier terrein. We hebben veel oppervlaktewater in onze gemeente. Daarom is dat een logische plek om het water naartoe te brengen. Ook kunnen we wegen, parkeerplaatsen, parken en groenstroken zo aanleggen dat daar tijdelijk water kan blijven staan. Bij nieuwbouwplannen wordt verharding aangebracht waar eerst geen verharding lag. Water komt hierdoor versneld tot afvoer. Wetterskip Fryslân eist dat er bij een toename van verhard oppervlak (compensatie)maatregelen worden getroffen om zo de afvoer op het oppervlaktewater te reduceren. Bij ontwikkelingen gebeurt dit binnen de plangrens, veelal door het aanbrengen van extra oppervlaktewater. Bij grote bouwplannen (inbreiding en uitbreiding) streven we naar een klimaatbestendige(re) inrichting.
Hiervoor beoordelen we de volgende aspecten: • Is er voldoende ruimte voor water en groen? • Is de riolering en het watersysteem gedimensioneerd op de door ons voorgeschreven maatgevende bui en is er bovengronds voldoende ruimte om het risico op waterschade te beperken? • Liggen de vloerpeilen voldoende hoger dan het straatpeil, zodat water niet afstroomt naar de panden? • Worden er afdoende maatregelen getroffen om te voorkomen dat water afstroomt naar de lagergelegen
13
Figuur 6: Vergroten van waterberging door middel van een hol straatprofiel, Kakewei Stiens
delen als onder maaiveld wordt gebouwd? • Worden er maatregelen getroffen om grondwateroverlast te voorkomen in gebieden met een hoge grondwaterstand? • Vindt geen afwenteling plaats naar de omgeving?
Alle grote bouwplannen stemmen we af binnen de gemeentelijke organisatie en met het waterschap. We volgen hierbij de watertoets-procedure. Bij kleine inbreidingsplannen stellen we dezelfde eisen als bij grote bouwplannen, maar kijken we ook naar de aansluiting op de omgeving. De inbreiding mag geen negatieve gevolgen hebben op de omgeving. Soms is het mogelijk om hemelwater aan te sluiten op een al aanwezig hemelwaterriool of oppervlaktewater. Is er alleen een gemengd riool aanwezig? Dan is het vanwege de doelmatigheid toegestaan om hierop aan te sluiten. We stellen wel de eis om gescheiden aan te bieden om zo voorbereid te zijn op een toekomstig gescheiden stelsel. Om een doelmatige werking van het rioleringssysteem te bewerkstelligen, kunnen wij naast de eis van het waterschap om waterberging op openbaar terrein aan te leggen ook waterberging op particulier terrein verlangen. Hiermee voorkomen we de aanleg van transportriolen.
rioolvervanging of structurele wateroverlast. Een eerste stap die we hierin zetten, is het opnemen van een verplichting tot het aanbrengen van hemelwaterberging op eigen terrein bij sloop- en nieuwbouwprojecten (of gelijkwaardig). We stellen dit verplicht in bestaande gebieden met wateroverlast. In bestaande gebieden gaan we uit van initiatieven groter dan 100 m2. Op deze manier kunnen we zorgen voor een blijvend doelmatige werking van de openbare riolering en beperken we de gevolgen van piekbuien. De hoeveelheid op eigen terrein te bergen hemelwater bedraagt minimaal 60 mm op basis van het nieuw verhard oppervlak. Voor nieuwbouwontwikkelingen willen we, bovenop de bestaande compensatieverplichting van het waterschap, eisen stellen aan het bergen van hemelwater op eigen terrein. Hiermee beperken we de hydraulische belasting van de riolering en kunnen we met kleinere, of soms helemaal geen, hemelwaterriolen volstaan. Ook hier bedraagt de hoeveelheid op eigen terrein te bergen hemelwater minimaal 60 mm op basis van het nieuw verhard oppervlak. Het instrument om dit in wetgeving te verankeren is de hemelwaterverordening. Deze werken we in de planperiode verder uit. Voor de hemelwaterberging is het van belang dat de inhoud weer tijdig beschikbaar komt. De voorkeur gaat uit naar hergebruik van het opgevangen hemelwater.
Verplichte hemelwaterberging In het GRP 2019-2022 hebben we aangegeven dat we, indien nodig, willen overgaan tot het verplichten van maatregelen op eigen perceel, bijvoorbeeld bij
14
Om ervoor te zorgen dat alle initiatieven leiden tot een samenhangend waterrobuust systeem willen we de komende planperiode met het Wetterskip een waterstructuurplan opstellen.
Gemeente Leeuwarden | Programma Water & Riolering 2023-2027
Hoe willen we het risico op milieuverontreiniging beperken? Als er water op straat komt te staan, willen we dat dit bij voorkeur schoon water is. Dit kunnen we bereiken door hemelwater waar mogelijk te scheiden van huishoudelijk afvalwater. We doen dit alleen als het doelmatig is. Daarom hanteren we de volgende uitgangspunten: • Bij nieuwbouw moet hemelwater gescheiden van het overige water worden aangeleverd aan de perceelgrens. • Bij nieuwbouw aan of nabij oppervlaktewater moet het hemelwater op het oppervlaktewater lozen. • Bij grootschalige nieuwbouw wordt hemelwater in de openbare ruimte zoveel mogelijk gescheiden gehouden van afvalwater. • Het (her)gebruik van hemelwater wordt gestimuleerd. In gebieden met gescheiden riolering komen foutieve aansluitingen voor (afvalwater op hemelwaterriolen of hemelwater op gemengde riolering). Dit kan leiden tot waterkwaliteitsproblemen in ontvangend oppervlaktewater of capaciteitsproblemen in het rioolstelsel. Samen met het waterschap bepalen we waar er daadwerkelijk sprake is van een knelpunt. In dat geval onderzoeken we de situatie en werken we aan een oplossing.
Wat doen we als gemeente bij wateroverlast? Wateroverlast kan zich in verschillende vormen en gradaties manifesteren, van (ernstige) hinder tot waterschade. We definiëren deze begrippen als volgt:
Hinder vinden we acceptabel. De kosten die we moeten maken om dit te voorkomen, wegen niet op tegen de mate van overlast. Gebruikers van de openbare ruimte zullen ermee rekening moeten houden dat dit als gevolg van klimaatverandering vaker zal optreden. In geval van ernstige hinder treffen we als gemeente allereerst tijdelijke bovengrondse kostenefficiënte maatregelen, zoals bijvoorbeeld het plaatsen van hekken om het acute veiligheidsrisico te beperken. We onderzoeken als gemeente oorzaken en oplossingsrichtingen en brengen deze, mits doelmatig, ten uitvoer op het moment van een reconstructie. Waterschade willen we uiteraard niet, maar kunnen we niet altijd voorkomen. Om ons beter te kunnen voorbereiden op extreme situaties en het risico op waterschade te beperken, verbeteren wij onze rekenmodellen, voeren modelberekeningen uit en onderzoeken welke maatregelen/ oplossingen er mogelijk kunnen zijn. Ook investeren we in verbetermaatregelen in probleemgebieden. Voor zware buien hanteren we ontwerp- en toetsingsnormen. Aangezien een groot deel van het afvoerend verhard oppervlak is gelegen op particulier terrein gaan we voor extreme buien met belanghebbenden in dialoog om een gezamenlijke en doelmatige afweging te maken tussen het investeren in mogelijke verbetermaatregelen en het accepteren van een risico op waterschade. We werken daarin samen met overige werkvelden en partners.
Waaraan toetsen we bestaande en nieuwe riolering? Voor het toetsen van de riolering hanteren we verschillende neerslagbelastingen.
Hinder heeft de volgende kenmerken: • kortdurende periode van water op straat; • waarbij verkeer nog mogelijk is; • duur in de orde van 15-30 minuten Ernstige hinder heeft één van de volgende kenmerken: • langer durende periodes van water op straat; • verkeer is niet meer overal mogelijk (ondergelopen tunnels, opdrijvende putdeksels); • duur in de orde van grootte van 30-120 minuten Waterschade heeft één van de volgende kenmerken: • grote economische schade; • gezondheidsschade (ziekten of letsels die direct te relateren zijn aan water op straat); • water in (winkel)panden met materiële schade tot gevolg
Gemeente Leeuwarden | Programma Water & Riolering 2023-2027
• Een ‘normale’ bui moet het rioleringssysteem kunnen verwerken zonder dat er water op straat blijft staan. Voor woonwijken is dit (reken)bui 8 uit de Kennisbank Stedelijk Water (op deze theoretische regenbui is het rioolstelsel van Leeuwarden ontworpen). Voor gebieden waar veel mensen komen, bijvoorbeeld winkelgebieden, is dit (reken)bui 9. • Bij een ‘zware’ bui kan er water op straat, in tuinen en in groenvoorzieningen blijven staan. Dit kan tijdelijk voor overlast zorgen, bijvoorbeeld doordat wegen slecht of niet toegankelijk zijn. We streven ernaar om belangrijke wegen toegankelijk te houden. En door de openbare ruimte goed in te richten, beperken we de kans op grote problemen. • Bij nieuwbouw en vervanging is de ontwerpeis voor de riolering: geen water op straat bij bui 10. • Een (reken)bui van 60 mm in één uur mag niet tot water in panden leiden. Er mag dan water op straat en in tuinen staan. Voor de klimaatstresstest van Leeuwarden is dit ook als maatstaf gebruikt. Omdat onze riolering in het verleden is aangelegd op een lagere hydraulische belasting voldoen we nog niet aan een dergelijk beschermingsniveau. Hier willen we, met hulp van particulieren, naar toe groeien.
15
Hoe willen we bijdragen aan klimaatadaptatie? Door de stad te vergroenen, werken we aan het verminderen van hittestress, droogte en wateroverlast tegelijk. Om blauw en groen optimaal te combineren, willen we samen optrekken met onze vakcollega’s. Uitgangspunt in de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie was het realiseren van 75% bovengrondse maatregelen en 25% ondergrondse maatregelen. In de praktijk blijkt het lastig om maatregelen zoveel mogelijk bovengronds te realiseren. Dit als gevolg van de beperkte ruimte, de hoge graad van verstening en het niet samenvallen van onder- en bovengrondse reconstructies. Door de beperkte ruimte en soms ongunstige hoogteligging moeten we oplossingen meer ondergronds zoeken. Om onze ambitie van 2035 te kunnen realiseren, moeten we meer ondergrondse maatregelen uitvoeren. Een verhouding van 75% ondergrondse maatregelen en 25% bovengrondse maatregelen is realistischer. Bovendien blijkt uit vernieuwde stresstesten dat ook onze opgave in bestaande wijken groter is dan eerder voorzien. Wateroverlast beperken in een veranderend klimaat vergt flexibiliteit. Een bui die vandaag eens in de 100 jaar valt, valt in 2050 mogelijk eens in de 60 jaar. Omdat riolering over het algemeen een langere levensduur dan 30 jaar heeft, zal riolering die nu wordt aangelegd in 2050 nog steeds robuust moeten zijn.
We willen onze riolering bij vervanging en nieuwbouw daarom klimaatbestendig ontwerpen, rekening houdend met veranderende klimaatscenario’s. Dit vergt een periodieke herijking en mogelijke aanpassing van ontwerprichtlijnen. We houden hiervoor een vinger aan de pols.
Hoe kunnen we onze gemeente water- en klimaatslim (her)inrichten? Hoe we willen anticiperen op o.a. wateroverlast, hitte en droogte is opgenomen in de klimaatadaptatiestrategie van gemeente Leeuwarden:
Anticiperen op klimaatverandering: • Bij elke herinrichting en bij elk infrastructureel vervangingsproject grijpen we kansen aan om Leeuwarden klimaatbestendig(er) te maken; • Meer groen maakt Leeuwarden klimaatbestendig(er). Bij elke wijziging in de openbare ruimte pakken we de kans om meer groen toe te voegen cq. te ontstenen. ; • Alle kleine beetjes helpen. Het klimaatadaptief maken van Leeuwarden is een grote opgave die we niet alleen met grootschalige projecten kunnen invullen; • We doen het samen. Overheden, bedrijven en inwoners hebben gezamenlijk de voordelen van een klimaatadaptief Leeuwarden en moeten daarom ook samenwerken om dit gezamenlijke doel te bereiken.
Tussen klimaatadaptatie en biodiversiteit bestaan veel koppelkansen. Door te vergroenen en te verblauwen kunnen we hieraan een bijdrage leveren. Voor biodiversiteit is een richtinggevend ambitiedocument opgesteld.
Figuur 7: Steeds meer geveltuintjes sieren de straten
16
Gemeente Leeuwarden | Programma Water & Riolering 2023-2027
Grootschalige transities (met veel verwachte sloop en (ver) nieuwbouw) zien we als een uitgelezen kans om percelen te vergroenen in combinatie met hemelwaterberging. Ook willen we inzetten op het terugdringen van de aanleg van nieuwe verhardingen. Dit werken we de komende planperiode in overleg met het Wetterskip verder uit zodat het beleid van gemeente en Wetterskip naadloos op elkaar aansluit.
Vloerpeil Met het oog op het beperken van de kans op wateroverlast willen we bij (ver)nieuwbouw (waaronder herinrichting) voorzien in een verplichting tot het hanteren van een minimum vloerpeil (bovenkant afgewerkte vloer) ten opzichte van het waterpeil. De waarde kan hierbij variëren per (te activeren) werkingsgebied (orde van grootte 70-130 cm).
Welke vormen van stimulering willen we inzetten? In ons vorige GRP hebben we opgenomen dat we samen met onze inwoners klimaatactief willen zijn. In sommige wijken hebben we onze inwoners immers echt nodig om klimaatbestendig te worden. Om het waterbewustzijn te vergroten en om inwoners en ondernemers te stimuleren hun hemelwater af te koppelen en om groene daken aan te leggen, hadden we in de periode 2015-2018 jaarlijks een stimuleringsregeling van in totaal € 50.000 per jaar
beschikbaar. Dit is in 2020 verlengd en toen werd er voor het eerst meer aan stimulering aangevraagd dan als financieel plafond beschikbaar was. Vanwege dit succes en omdat we geen nee willen verkopen op het moment dat bewoners bewust zelf klimaatmaatregelen willen nemen, is er al voor gekozen om het stimuleringsbudget te verhogen naar € 100.000 per jaar. De stimulering voor regentonnen, groene daken en groene tuinen loopt goed. Van de stimulering voor o.a. waterbesparende toiletten en regenwaterschuttingen wordt echter niet of nauwelijks gebruik gemaakt. We vinden het belangrijk om waterbewustzijn te stimuleren. Daarom willen we de stimuleringsregeling de komende planperiode voortzetten (met een plafondbedrag van € 100.000 per jaar) en aanpassen/vereenvoudigen om de administratieve lasten te verminderen. Het streven is gericht op subsidiëren van het collectief door bijvoorbeeld buurtinitiatieven te stimuleren en de regeling beter geschikt maken voor bedrijven. Samen met het IVN werken we aan eductie op basisscholen die gericht is op de bodem en op het klimaat. Vanuit onze klimaatopgave ondersteunen wij scholen om hun schoolpleinen te vergroenen. Wij organiseren steenbreekacties op locaties waar wij zelf klimaatmaatregelen nemen. Hierbij stimuleren wij onze inwoners om samen met ons de klimaatopgave aan te pakken.
4.3 Zorgplicht grondwater Gemeenten vullen de zorgplicht grondwater in door maatregelen te treffen in het openbaar gemeentelijke gebied voor zover deze doelmatig zijn en niet tot de zorg van het waterschap of de provincie behoort. Zowel een te hoge als een te lage grondwaterstand kan nadelige gevolgen geven. Bij een te hoge grondwaterstand kunnen woningen vochtig worden en blijft water eerder staan in tuinen en in de openbare ruimte. Bij te lage grondwaterstanden kan bodemdaling optreden en kunnen, ook bij fluctuerende grondwaterstanden, houten paalfunderingen gaan rotten.
Figuur 8: Regenton en voorbeeld van groen dak
Gemeente Leeuwarden | Programma Water & Riolering 2023-2027
17
Hoe gaan we als gemeente met grondwaterproblemen in bestaand gebied om? We willen nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk (blijven) voorkomen of beperken. Daartoe treffen we als gemeente doelmatige maatregelen voor zover er een gemeentelijke verantwoordelijkheid bestaat. De perceeleigenaar is wettelijk gezien zelf verantwoordelijk voor het voorkomen van grondwateroverlast en het oplossen van eventuele grondwaterproblemen op eigen perceel. Als gemeente hebben we een inspanningsverplichting voor alleen het openbare gebied. We zijn bijvoorbeeld niet aansprakelijk voor grondwateroverlast in gebouwen. Waar mogelijk kunnen we als gemeente meedenken en (bij uitzondering) bekijken of een maatwerkoplossing mogelijk is. Hierbij houden we rekening met eventueel nadelige gevolgen voor het gemeentelijk watersysteem en/of de waterketen. We maken bij eventuele grondwateroverlast onderscheid tussen hinder en schade. Bij hinder treedt geen schade op. Bekende gevallen van hinder door grondwater lossen we op tijdens de toekomstige herinrichting of renovatie van het bebouwde gebied. In geval van hinder formuleren we dus geen nieuwe maatregelen. Bij schade is er sprake van blijvende aantoonbare schade aan beplanting en/of goederen. In eerste instantie moet de perceeleigenaar zelf een oplossing vinden tegen de overlast.
Soms heeft een andere partij een taak, zoals het waterschap of de provincie. Als geen andere partij een wettelijke verplichting heeft om maatregelen te nemen, toetsen wij of er structureel nadelige gevolgen zijn die met een doelmatige oplossing kunnen worden verholpen. Alleen als er van beide sprake is, nemen wij maatregelen op openbaar terrein. Bijvoorbeeld door het aanleggen van drainage waarop bewoners ook kunnen aansluiten. Hierbij houden we aandacht voor mogelijke verschillen in zettingen, wat ook tot schade kan leiden.
maatregelen. Deze maatregelen nemen we vaak gelijktijdig met rioolvervanging. Het is dan bijvoorbeeld mogelijk om drainage mee/aan te leggen.
Wat verstaan wij onder de begrippen structureel en nadelig? Bij een melding van grondwateroverlast toetsen we of er structureel nadelige gevolgen zijn, veroorzaakt door de grondwaterstand. Nadelige gevolgen zijn zichtbare of toetsbare schaden (bijvoorbeeld funderingsproblemen, vocht in huis) of gezondheidsklachten die te relateren zijn aan grondwaterstanden. Aan de hand van grondwatermetingen bepalen wij of de nadelige gevolgen structureel zijn. Indien de grondwaterstand zich structureel hoger dan 50 centimeter beneden maaiveld bevindt en als een cluster van perceeleigenaren grondwateroverlast ervaart, zien wij dit als structureel nadelig.
Hoe gaan we om met droogte? Droogte geeft vaak locatie specifieke problemen. We monitoren daarom grondwaterstanden met het grondwatermeetnet om te bepalen wat ‘normaal’ is en wanneer er sprake is van ‘droogte’. In wijken die gevoelig zijn voor droogte houden we bij reconstructie of herplant van bomen rekening met de locatie- en soortkeuze. Om meer kennis op te bouwen over het effect van bomen op de droogte doen wij onderzoek naar locatie, bodemgesteldheid, boomsoort en grootte en onttrekking van het grondwater. Uit een verdiepend onderzoek naar de (kosten)effecten van droogte blijkt dat de risico’s van langdurige droogte op woningen, infrastructuur en groen in de gemeente Leeuwarden overwegend laag tot zeer laag zijn. Dit onderzoek leert ons ook dat we bij rioolvervanging in combinatie met kwetsbare bebouwing extra rekening moet houden met de gevolgen voor grondwater.
4.4 Bedrijfsvoering Assetmanagement
Hoe willen we als gemeente de kans op toekomstige grondwaterproblemen beperken? In het bebouwde gebied streven we naar een voldoende afstand tussen het straatpeil en de heersende grondwaterstand. Bij nieuwbouw voorkomen we grondwaterproblemen door de wijk op een goede hoogte aan te leggen en soms ook door niet te bouwen in risicovolle gebieden. Nieuwbouwwoningen behoren volgens het bouwbesluit waterdichte vloeren te hebben. Daarom beschouwen wij hier een natte kruipruimte als een bouwkundig probleem en niet als een gemeentelijk grondwaterprobleem. In gebieden waar wij het risico op grondwateroverlast groot achten, nemen we extra
18
Om een goed functioneren van het stedelijk watersysteem te waarborgen, voeren we beheer- en onderhoudsmaatregelen uit. Beheer en onderhoud volgt niet een vaste frequentie (cyclisch), maar vindt plaats op basis van een risicoafweging en de maatschappelijke en economische waarde. Hierdoor kunnen we personele en financiële middelen efficiënter inzetten. We onderscheiden vier typen beheer- en onderhoudsmaatregelen:
Gemeente Leeuwarden | Programma Water & Riolering 2023-2027
1. Vervanging Vervangingsmaatregelen zijn bijvoorbeeld slopen en vervangen van het bestaande rioolstelsel. Dit combineren we met verbeteringsmaatregelen, zoals afkoppelen van verhard oppervlak om ‘werk-met-werk’ te maken en eventuele hinder tot een minimum te beperken. 2. Groot onderhoud/renovaties Onder groot onderhoud verstaan we preventieve en/of correctieve maatregelen, zoals relining, om het rioolstelsel in goede staat te houden of te brengen. Bij relining wordt de bestaande rioolbuis van binnenuit verstevigd door middel van een zogenoemde kous of schaaldelen. 3. Klein onderhoud Onder klein onderhoud verstaan we reguliere onderhoudsactiviteiten met een kort-cyclisch karakter, zoals reinigen en repareren van kolken, gemalen en riolen. 4. Correctief onderhoud Soms is onvoorzien onderhoud nodig, bijvoorbeeld bij een calamiteit. De kans hierop proberen we zoveel mogelijk te beperken door een gedegen uitvoering van het beheer en onderhoud.
Traditioneel maken we een vervangingsplanning riolering op basis van de leeftijd van het riool. Door de leeftijdsopbouw van de riolering ontstaat echter de komende jaren een vervangingspiek. Met de huidige financiële werkwijze zal dit tot een stijging van de rioolheffing gaan zorgen. Voor de planperiode 2019-2022 hebben we afgesproken om onderzoek te doen naar spreiding van maatregelen in de tijd om op deze manier de vervangingsinvesteringen te spreiden in de tijd. Op basis van dit inmiddels uitgevoerde onderzoek gaan we meer sturen op kosten, prestaties en risico’s in plaats van de ouderdom van de riolering. Doordat we als gevolg van rioolinspecties een steeds beter beeld
krijgen van de toestand van de riolering kunnen we hier ook beter rekening mee houden. Een oud riool dat constructief nog goed is en nog steeds functioneel is, hoeft immers niet vervangen te worden. Door risicogestuurd te beheren kunnen we, indien nodig, riolen langer laten liggen. In veel gevallen geeft een reparatie/renovatie weer voldoende extra levensduur en kan het moment van vervanging worden uitgesteld. Hiermee kunnen we ook beter sturen op het laten samenvallen van onder- en bovengrondse ingrepen in de openbare ruimte. Het voordeel van risicogestuurd beheer is het zo lang mogelijk uitnutten van de investering. Het nadeel is dat het risico op rioolinstortingen/wegverzakkingen toeneemt. Dit hebben we ondervangen door de functie van de bovengrond in de beschouwing mee te nemen. Figuur 9 laat zien hoe we met de toepassing van risicogestuurd beheer de vervangingsinvesteringen kunnen uitsmeren in de tijd.
Risicogestuurd beheer De functie van de bovenliggende infrastructuur en andere factoren zoals nabijgelegen panden of kademuren bepalen in hoeverre het verantwoord is om meer of minder risico te nemen. Zo accepteren we een wegverzakking als gevolg van een ingestort riool eerder in een rustige woonwijk dan in een drukke woonwijk of ter plaatse van een bedrijventerrein. Het instorten van een groot riool dat afvalwater van een groot achterliggend gebied transporteert, is uiteraard ook niet wenselijk.
Onderdeel van risicogestuurd beheer is het inspecteren van de riolering om voldoende inzicht te hebben in de toestand en daaraan gerelateerd de te verwachten restlevensduur. Op dit moment is een groot deel van de hemelwaterriolering nog niet geïnspecteerd omdat deze riolen nog relatief
Figuur 9: Vervangingspieken op basis van leeftijdgestuurd vervangen en risicogestuurd vervangen
Gemeente Leeuwarden | Programma Water & Riolering 2023-2027
19
jong zijn (de eerste 20 jaar inspecteren we niet). De hemelwaterriolen zijn lastig te inspecteren omdat ze vol water staan. De komende planperiode gaan we inspectieachterstanden voor hemelwaterriolering wegwerken. We gaan gebiedsgericht inspecteren. Voorafgaand aan een herinrichting/vernieuwing voeren we ook rioolinspecties uit. We bekijken per project wat de beste keuze is: niets doen, repareren, relinen of vervangen.
Communicatie
In onze riolering zitten veel bijzondere objecten, zoals schuiven, spindels en overstorten. Ook hebben we een aantal grote bergbezinkbassins en -leidingen. We nemen de vervanging van de relatief kleine onderdelen mee bij onderhoudswerkzaamheden of bij grootschalige vervanging van een groter geheel. De vervanging van bergbezinkbassins en -leidingen hebben we niet geraamd, omdat we er (voorlopig) vanuit gaan dat deze betonnen constructies nog een zeer lange (rest) levensduur hebben Ook in het oppervlaktewatersysteem zitten objecten die moeten worden vervangen, zoals gemalen, stuwen en de beschoeiing. De vervanging van deze onderdelen wordt grotendeels meegenomen in het beheer van de oppervlaktewateren en/of is onderdeel van andere beheeropgaven. Deze vervangingen worden niet bekostigd uit de rioolheffing.
Samenwerking
Om een goed beeld te krijgen van de levensduur van pers- en drukleidingen loopt een inspectieprogramma. Hierdoor krijgen we een beter beeld van de kwaliteit van onze persleidingen. We gebruiken de uitkomsten van de inspecties om de vervangingsopgave voor de toekomst (na 2022) beter in beeld te krijgen.