CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Prinsentuin - Stadspark van alle Leeuwarders.pdf

Informatieve bijeenkomst - Teams RZ 2 februari 2022, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Prinsentuin2.999 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Wandelroute

PRINSENTUIN 200 jaar stadspark van alle Leeuwarders

LEEUWARDEN

Wandelroute

NO O

PRINSENTUIN LEEUWARDEN

200 jaar stadspark van alle Leeuwarders 8

9

11

NOORDERSINGEL

10

7

6

1

14

13 12

EG

EW

N OE

GR

3 5 4

2 HOEK

BOTER

BAG

IJNE

STR

AT Pier Pander Museum 8. Koperen TuinAen

2. Tresoar en Afûk

9. Kantoor havenmeester en orangerie

3. Voormalig molenaarshuisje

10. Oostelijke entree

4. Eysingabank

11. Orkestschelp

5. Beatrixboom

12. Popbunker

6. Pier Pander Tempel

13. Poort Sint Jobsleen

7. Verzetsmonument

14. Stadstoezicht

ERD WE

1. Historisch Centrum Leeuwarden (HCL)

NIEUW

ESTAD

Omslag: Ontwerptekening door L. P. Roodbaard, 1820. Drukte op een zomerse dag in 2019 (foto Jacob van Essen/ Hoge Noorden)

De Prinsentuin is meer dan 200 jaar een openbaar wandelpark en daarmee een van de eerste in Nederland. Tussen 1822 en 1824 werd een nieuw park aangelegd in de bestaande tuin op de voormalige noordelijke vestingwerken. Het park maakt deel uit van het omwalling- en grachtenstelsel, dat in 1967 de status van rijksmonument kreeg. Sinds de 17e eeuw zijn de Nassaus (later de Oranje-Nassaus) verbonden aan het groen in dit deel van de stad. Al in 1604 beschikte stadhouder Willem Lodewijk hier over een plek voor zijn paarden. In 1648 werd een gedeelte van de Doeledwinger door stadhouder Willem Frederik van Nassau tot lusthof ingericht. Oorspronkelijk was het een kleine tuin op het vlakke terrein van het bastion. Zijn zoon, Hendrik Casimir II, liet in 1692 het park op de dwinger uitbreiden met een orangerie, broeikas, hovenierswoning en zomerhuis. Ter gelegenheid van het huwelijk van haar zoon (de latere stadhouder Willem IV) met de Engelse prinses Anna

van Hannover, liet prinses Maria-Louise van Hessen-Kassel in 1734 door haar hovenier Hermann Knoop de tuin verder verfraaien naar de heersende Franse mode. Na de revolutie van 1795 ging het park open voor het publiek. In 1819 schonk koning Willem I de Prinsentuin aan de stad op voorwaarde dat het een wandelpark voor de inwoners zou worden. Het ontwerp van tuinarchitect Lucas Pieters Roodbaard (1782-1851) uit Groningen was het winnende plan van een prijsvraag in 1820. Het ontwerp werd tussen 1822 en 1824 naar tevredenheid uitgevoerd.

Opmetingstekening door A. Hansum uit 1820 (naar ontwerp van P.W. Schonk uit 1792). De in 1803 aangelegde kronkelpaden zijn hier op ingetekend

Ontwerptekening door L.P. Roodbaard, 1842

In 1842 kreeg Roodbaard opdracht voor het omvormen van alle dwingers en werd begonnen met al weer een aanpassing en uitbreiding van het park. De brug, de koepel, het ovale tuinhuis, het oude zomerhuis en de oude sociëteit vormden de belangrijkste bouwwerken in de Prinsentuin. Latere toevoegingen zijn de

muziektent (1844), de fontein (1888), de volière (1888) en het Pier Pander Museum (1954). In de loop van de jaren werd het aantal perken meer dan verdubbeld. Kenmerken van de Prinsentuin zijn de open ruimten afgewisseld met dichte perken van heesters, solitaire bomen bij splitsingen

Gezicht op het oude zomerhuis omstreeks 1835, waterverftekening van E.J. Eelkema

de Koperen Tuin en die uit 1878 achter de Pier Pander Tempel zijn bijzonder. Tijdens het herstelplan van 1993 werden veel nieuwe soorten bomen en heesters aangeplant. Tegenwoordig zijn er exotische boomsoorten te vinden, zoals Japanse notenboom, zakdoekenboom en de moeras­ cypres. In het voorjaar bloeien er allerlei soorten stinzenflora. De Prinsentuin trok vanaf de eerste helft van de 19e eeuw een talrijk en gevarieerd publiek. Ook leden van het koninklijk huis brachten meerdere malen een bezoek aan deze stadsoase. Het publiek moest bij concerten entree betalen, net als bij vuurwerkshows en bij zogenaamde illuminaties, wanneer de tuin feestelijk werd verlicht. Uit deze entreegelden haalde de pachter van de tuin zijn voornaamste inkomsten. De Noorderstadsgracht was een aantal malen finish van de Elfstedentocht. De stadsfeesten van 1935 speelden zich o.a. De finish van de Elfstedentocht bij de Prinsentuin op 14 februari 1956 (foto Sj. Andringa)

De monumentale Marlandicapopulier, die mogelijk nog dateert uit de tijd van Roodbaard

van de paden en treurwilgen langs de vijver. Ook het spel van glooiingen, met afwisselend flauwe en steilere taluds en de slingerende vijverpartij, met hier en daar opvallende spiegelingen in het water, zijn kenmerkende elementen. Nog steeds dateren enkele bomen uit de tijd van Roodbaard. Een Marilandicapopulier met diep gegroefde stam en talrijke knobbels staat tussen de stadsgracht en het oorlogsmonument. In 2019 werd deze boom, een van de oudste populieren van Nederland, uitgeroepen tot mooiste van Friesland. Ook twee laat-19e-eeuwse beuken achter

Publiek bij het concert van Herman Brood op 22 augustus 1978 (foto Leeuwarder Courant)

af in de Prinsentuin. Pas in de jaren zestig van de vorige eeuw werd het hek met het wachtershokje afgebroken. Sindsdien is recreatief gebruik beter mogelijk, zowel voor de stadsbewoners als voor de watersporters die met hun boot in de stadsgracht liggen. Met meer dan 9000 overnachtingen per vaarseizoen is de Prinsentuin een jachthaven van allure. Al sinds de 19e eeuw is er een horecavoorziening in het park. De belangstelling voor bijzondere activiteiten zoals (literaire) festivals, markten, herdenkingen en sinterklaasintochten is groot. Legendarisch was het concert van Herman Brood in 1978.

1. Historisch Centrum Leeuwarden (HCL), Groeneweg 1

Het HCL (het vroegere gemeentearchief), is sinds 2007 gehuisvest in een voormalig schoolgebouw aan de rand van de Prinsentuin. Hierin zijn expositie- en publieksruimten ondergebracht en daarnaast verrees er een nieuwe kantoorvleugel. Boven de archiefdepots is een fraai bloemperk aangelegd. Het schoolgebouw, een van de oudste nog bestaande in Leeuwarden, dateert uit 1841. Deze Tweede Stadstussenschool was bedoeld voor kinderen van ouders uit de eenvoudige

Deze (verdwenen) gevelsteen versierde eeuwenlang een woning aan de Kalvergloppe. Deze steeg vormde ook lang de voornaamste toegang tot de Tweede Stadstussenschool

burgerstand. In latere jaren werden in het schoolgebouw de B.L.O., de regionale omroep (Omrop Fryslân en voorgangers) en B&W (met ambtelijke ondersteuning) gevestigd. Een gedenksteen uit 1879 van Willem Molkenboer (1844-1915) in de zijgevel herinnert aan de aanleg van de Prinsentuin in 1648. Naast het HCL staat de sculptuur ‘Centrumbeeld’ van Henk Rusman uit 1982. Het DNA-kunstwerk onder de kantoorvleugel van het HCL is in februari 2020 geplaatst. 2. Tresoar en Afûk, Boterhoek 1-3

Het gebouw Boterhoek 1 was een van de eerste grote ontwerpen van architect Piet Tauber (1927-2017). Zijn ontwerp werd in 1959 na een prijsvraag gekozen voor een nieuwe Provinciale Bibliotheek. De bouw startte in 1964 en drie jaar later

Bibliothecaris Sj. Douma en beeldhouwer Ybe van der Wielen bij diens beeld ‘Het Gevleugelde Denken’, naast de Provinciale Bibliotheek in 1969 (foto Leeuwarder Courant)

Gezicht vanaf de Oldehove op de Boterhoek en omgeving met o.a. Opgang en Kalvergloppe, circa 1920. Al sinds het midden van de 17e eeuw werd er aan de Boterhoek gewoond. De benaming Boterhoek komt waarschijnlijk van de daar toen nog aanwezige koestallen en melkerijen. Dit stuk stadsrand kreeg ook functies die elders niet gewenst of niet goed mogelijk waren, zoals rosse buurt en begraafplaats voor Joden. De bebouwing bestond tot in de jaren zestig van de 20e eeuw nog voor een belangrijk deel uit verkrotte buurtjes met namen als Brandjesklooster en Witte Kousenbuurt.

werd de bibliotheek feestelijk geopend. Het gebouw wordt gekarakteriseerd door de wisselende breedte van de ramen, daarmee een boekenkast symboliserend. Het Ryksargyf ernaast, ook van Tauber, werd in 1976 opgeleverd. Toen Tresoar in 2002 tot stand kwam na de fusie tussen Provinciale Bibliotheek, Ryksargyf en Frysk Letterkundich Museum en Dokumintaasjesintrum, kreeg de bibliotheek een verbinding met het archiefgebouw via een luchtbrug. Sinds 2003 is ook de Afûk in het complex gevestigd. Het bibliotheekgebouw staat op de lijst van 100 fraaiste objecten in Friesland. In de tuin van Tresoar is een bronzen plastiek uit 1969 te zien, genaamd ‘Het gevleugelde denken’ van Ybe van der Wielen (1913-1999). 3. Voormalig molenaarshuisje, Noorderplantage 3-5

Eeuwenlang bestond het pand uit twee woningen voor twee eigenaar-bewoners. In 1974 werd het huis, dat als gevolg van een brand enkele jaren daarvoor een bouwval was geworden, gereconstrueerd met behulp van oude, maar merendeels niet oorspronkelijke, materialen. Zo is de gevelsteen afkomstig uit Aldeboarn. 4. Eysingabank

Het geslacht Van Eysinga is van oudsher een van de rijkste Friese adellijke geslachten, dat veel belangrijke mensen heeft voortgebracht. Ter ere van freule Anna van Eysinga’s tachtigste verjaardag in 1943 werd haar deze bank aangeboden. Zij mocht hiervoor zelf een plaats uitzoeken. Voor de uitvoering moest gewacht worden tot na de bezetting. Op de bovenrand van zandsteen staat de tekst: ‘Huldeblijk aan het geslacht Van Eysinga’. In het midden is het familiewapen (drie rozen) te zien. In 1946 werd de bank aan de gemeente Leeuwarden overgedragen.

Het molenaarshuis, mooi verzonken in de glooiingen van de Oldehoofsterdwinger, hoorde ooit bij de roggemolen De Leeuw, die vanaf 1620 op deze plek stond. In 1882 werd de molen gesloopt en de 5. Beatrixboom voormalige dwinger gedeeltelijk afgegraven. In 1980 werd ter herinnering aan de Het molenaarshuis bleef wel behouden. troonsbestijging door Koningin Beatrix een

Molen De Leeuw (op de dwinger die ook wel Het Klein Fentje werd genoemd) met molenaarshuisje, getekend door A. Martin, omstreeks 1880

Interieur Pier Pander Tempel

lindeboom bij de westelijke entree van de Prinsentuin geplant. Aan een ketting om de boom hangt een bordje met de naam ‘Beatrix’. 6. Pier Pander Tempel, Noorderplantage

Op het hoogste punt van de Oldehoofster­ dwinger staat de Pier Pander Tempel. Deze werd in 1924 gebouwd op de plaats van de ruim veertig jaar daarvoor afgebroken molen. Het gebouwtje is een fraai voorbeeld van hoe beeldhouwkunst en architectuur kunnen worden geïntegreerd. De tempel dankt zijn naam aan beeldhouwer Pier Pander (1864-1919) uit Drachten, die met steun van vermogende Friezen had gestudeerd. De Grieks-Romeinse kunst was zijn voornaamste inspiratiebron. Zijn werk werd populair en hij kreeg veel opdrachten. Aan het eind van de 19e eeuw kwam bij Pander het idee op om een ‘totaalkunstwerk’ te maken. Dit moest bestaan uit een beeldengroep van twee vrouwen- en drie mannenfiguren, die de vijf krachten zouden representeren waaruit de scheppende mens put. De verwerkelijking van zijn idee heeft hij helaas niet mogen beleven: in 1919 overleed Pander te Rome aan tuberculose. Een groot deel van zijn werk liet hij na aan de gemeente Leeuwarden. In 1924 kwam de tempel gereed volgens aanwijzingen van architect J.M van der Mey (1878-1949),

gemodelleerd naar de Santa Constanza niet ver van Panders woonhuis in Rome. In de tempel staan de vijf marmeren beelden. Boven de entree is een nog door Pander zelf vervaardigd reliëf geplaatst, dat ‘Aurora’ oftewel de dageraad voorstelt. 7. Verzetsmonument

Centraal en hoog in het park staat het monument voor de gevallenen in het Friese verzet naar een ontwerp van Auke Hettema (1927-2004). Op 4 mei 1955 werd het gedenkteken door de burgemeester onthuld. De twee in brons uitgevoerde mannenfiguren symboliseren enerzijds verbijstering en verslagenheid en anderzijds verzet en vastberadenheid. Op het natuurstenen voetstuk staat de tekst: ‘Wol forbûke net ferslein - 1940-1945 Kloek verzet schraagde Op de plek van de in 1951 afgebroken koepel staat nu het verzetsmonument. De volière moest in 1973 verdwijnen

‘t ontsielde volk’. Vanaf 1955 vindt bij dit monument jaarlijks op 4 mei de provinciale en gemeentelijke dodenherdenking plaats. Er is meer in de Prinsentuin dat aan de oorlog herinnert. Tussen het voormalige molenaarshuisje en de stadsgracht staat het bronzen beeld ‘De Koerierster’. Op de bakstenen sokkel is een informatiebord bevestigd met de tekst: ‘Fietsend meisje in laatste oorlogswinter’ door Tineke Bot geplaatst in 1981. Dit beeld is geschonken aan de gemeente Leeuwarden uit dankbaarheid voor alle vrouwen en meisjes die in de oorlog voor de voedselvoorziening van de onderduikers zorgden. Tussen Groeneweg en Stadstoezicht staat een esdoorn met daarbij een bordje met de tekst: Maple Leaf, vredesboom (esdoorn). Geplant op 4 mei 2015, ter gelegenheid van 70 jaar bevrijding van Nederland, door 15 Canadese oud-strijders en burgemeester Ferd J.M. Crone.

Ingekleurde prentbriefkaart, circa 1910

het Natuurhistorisch museum gevestigd. De houten veranda voor het zomerhuis (toen ook wel koffiehuis genoemd) werd in 1936 afgebroken. In 1954 werd het pand vergroot. In de oostelijke vleugel kwam het Pier Pander Museum. Het was het eerste museum in Nederland, gewijd aan het werk van één kunstenaar. Het hoofdgebouw en de westelijke vleugel boden onderdak aan horeca en uiteenlopende culturele activiteiten. In 1992 werd 8. Koperen Tuin en Pier Pander Museum, Prinsentuin 1-1b in het gebouw café-salon de Koperen Tuin In een hoek van zijn tuin, op het noordelij- gevestigd, zo genoemd naar de roman van ke uiteinde van het bastion, liet stadhouder Simon Vestdijk (1898-1971). Het complex kreeg zijn huidige vorm met een uitbouw Willem Frederik omstreeks 1650 een (paviljoen) in 2006. zomerhuis bouwen. Bijna twee eeuwen Het centrale punt in de Prinsentuin is later, in 1842, kwam hier naar ontwerp de vijver voor de Koperen Tuin. Hierin van stadsarchitect Gerrit van der Wielen staat sinds 1996 ‘Zig zag’, een vrouwelijk (1767-1858) een nieuw zomerhuis met een horecavoorziening voor de wandelende naakt zonder hoofd en zonder armen. Het bronzen beeld is door Eja Siepman burgers. Dit gebouw had aan weerszijden van den Berg ontworpen ter gelegenheid smalle vleugels met bovenop balkons. van de Internationale Vrouwendag. Rond 1925 was op de verdieping tijdelijk Interieur Pier Pander Museum

9. Kantoor havenmeester en orangerie

Sinds 2000 staat hier het kantoor van de havenmeester. Architect Johannes Moehrlein ontwierp dit compacte, transparante gebouwtje van staal en glas. Behalve aan kantoorruimte biedt het onderdak aan toiletten, douches, een babykamer en wasmachines ten behoeve van jachthavenbezoekers. Het havengebouwtje aan de Westerkade is in dezelfde stijl gebouwd.

In 1691 liet Hendrik Casimir II op deze plek een orangerie bouwen, waar ‘s winters de bloemen en planten bewaard konden worden. Volgens een reisverslag uit 1710 was dit ‘..een schoon oranjehuis, het beste van de tuin. Het is tamelijk lang en heeft in het midden een grote mooie kamer, met goudleer behangen’. In 1840 gebruikte Roodbaard de voormalige orangerie, op dat moment in gebruik als sociëteit van de vrijmetselaars, als een van de uitgangspunten van zijn ontwerp. Resten van dit in 1885 afgebroken ‘wijnhuis’ zijn bij de nieuwbouw van het havenkantoor in het zicht gelaten.

11. Orkestschelp

De oude muziektent uit 1844 werd een kleine veertig jaar later vervangen door de huidige muziekkoepel bij de vijver. Deze door J.E.G. Noordendorp ontworpen orkestschelp verkeert in nagenoeg ongerepte staat. Het interieur is volledig bepleisterd. De gebogen wand is versierd met ovale medaillons met een compositie van duiven, bladmuziek en muziekinstrumenten. Tien jaar na de voltooiing van het gebouw zijn de bustes van Beethoven (links) en Mozart (rechts) toegevoegd en later ook nog dat van koningin Wilhelmina. Bij de grondige restauratie van 1992-’93 zijn de 10. Oostelijke entree In 1990 werd bij de oostelijke entree van de oorspronkelijke kleuren weer aangebracht. tuin volgens ontwerp van Gerlof Hamersma Het podium wordt in en rond de zomer nog veel gebruikt voor concerten. een kunstwerk gebouwd in de vorm van een poort. Een helft is van baksteen met witpleisterwerk, de andere van gietijzer 12. Popbunker, Groeneweg 5 (begroeid met klimop). Vlakbij staat een In 1953 werden de laatste overblijfselen sculptuur van staal uit 1980 ontworpen door van de oude joodse begraafplaats op de Murk van Stralen (1935-2013). Het kunsthoek van Groeneweg en Sint Jobsleen werk zonder naam stond eerder voor de verwijderd. Het Ministerie van Oorlog had voormalige school voor Openbaar Speciaal besloten op dit terrein een bunker te laten Onderwijs ‘De Trilker’ aan de Verdistraat.

bouwen voor het commandocentrum van Egalisatie van de oude joodse begraafplaats in 1953. Boven de muur van de begraafplaats torent, als laatste restant van de schuttersdoelen, het Rode Kruis- annex EHBO-gebouwtje uit

de Luchtwachtdienst. De half ondergrondse bunker van beton kwam in 1954 gereed. De belangrijkste van de ongeveer vijftien ruimtes was de plotterzaal, waar binnenkomende meldingen van vliegbewegingen in kaart werden gebracht. Eind jaren 70 was de bunker niet meer nodig en werd deze verhuurd aan de Stichting Emmaüs als opslag en sorteerruimte voor gebruikte kleding en later oud papier. Sinds de verhuizing van Emmaüs naar de Romkeslaan, in 1986, beheert de Stichting Popbunker het gebouw. Het is sindsdien een oefenruimte van beginnende bands.

Demonstratie van schippers voor de poort bij het Sint Jobsleen, 3 juli 1936

ter beschikking van de kinderopvang. Sinds de jaren 90 is hier de Stadswacht (later Dit poortje, de oude hoofdentree tot de Stadstoezicht) gevestigd. Prinsentuin, is een rijksmonument, in 1820 Op de zijgevel van het pand is in 2012 ontworpen door stadsarchitect Gerrit van door Klaas Lageweg een muurschildering der Wielen. Over de tuinvazen bovenin het aangebracht. Het is een afbeelding van de poortje is weinig meer bekend dan dat ze Leeuwarder burgemeestersdochter Saskia Uylenburgh, zoals zij door haar echtgenoot uit het begin van de 18e eeuw dateren. Rembrandt in 1633 werd vereeuwigd. Voor Het Sint Jobsleen lag tot de herinrichStadstoezicht (en op andere plaatsen in de ting van 1971 in het verlengde van de Groeneweg. De straatnaam is afkomstig van Prinsentuin) liggen oude fundamentstenen het Sint Jobsprebendehuis, dat hier stond van de Sint Vituskerk, die rond 2005 bij de bouw van de parkeergarage op het tot de afbraak in 1674. Oldehoofsterkerkhof zijn opgegraven. In 1540 werden ongeveer op deze plek 14. Stadstoezicht, Groeneweg 3 de schuttersdoelen gebouwd. Van 1824 tot Dit schoolgebouw is in 1868 als jongensschool gesticht, maar niet lang gebruikt voor de afbraak in 1868 werd het oude pand gebruikt als ‘Fransche dag- en kostschool het lager onderwijs. Van 1879 tot 1881 voor jonge heeren‘.

Iets ten noorden van deed het dienst als gymnasium en daarna de doelen, lag het Tournooiveld, het oefenals bewaarschool. Lang stond de school terrein van de schutters, dat tot ver in de bekend als Gemeentelijke kleuterschool ‘De 20e eeuw in gebruik bleef als straatnaam. Lijster’. In de jaren 80 kwam het gebouw 13. Poort Sint Jobsleen

www.historischcentrumleeuwarden.nl

Uitgave: Historisch Centrum Leeuwarden / gemeente Leeuwarden Tekstbijdragen en redactie: Pytsje Couperus, Aukje Mulder, Geart de Vries en Klaas Zandberg (met dank aan Gert Elzinga en Marga ten Hoeve) Illustraties: HCL (voor zover niet anders aangegeven) Vormgeving: Richard Bos Druk: Dekker Creatieve Media & Druk Mei 2020

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=98f218df-899f-43dc-9bc4-063898a62160