Plan van aanpak lijn 3A - Landbouw, water en landschap
Tekst van het document
PLAN VAN AANPAK
NATUURLIJK IN BALANS PROGRAMMALIJN 3A: LANDBOUW, WATER EN LANDSCHAP
COLOFON Versie Regioparlement (7 april 2025)
Programmalijn trekker Landbouw, Water en Landschap Niels de Bruijn | 06 27742018 | n.debruijn@fryslan.frl Werkgroepleden Anita van der Werf | gemeente Leeuwarden Rients Hijma | gemeente Waadhoeke Gerwold Hylkema | gemeente Harlingen Karin Brons | Wetterskip Fryslân Wybo Nijdam | provincie Fryslân
INHOUDSOPGAVE 2.1 Convenant en Programmaplan leidend .............................................................................................................6 2.2 De 4e Programmalijn: Samenwerken..................................................................................................................7 2.3 DIN: doelen, inspanningen, netwerk ..................................................................................................................7 3.1 Creatie van een Bioregio .....................................................................................................................................9 3.2 Integrale aanpak verzilting ............................................................................................................................... 10 3.3 Havenslib ........................................................................................................................................................... 10 3.4 Verduurzamen van de regionale voedselsector ............................................................................................. 11 3.5 Gezond water-bodemsysteem ........................................................................................................................
12 3.6 Aanscherping DIN ............................................................................................................................................. 13 3.7 Aanscherping Monitoringsdoelen ................................................................................................................... 14 4.1 Geografische scope .......................................................................................................................................... 15 4.2 Looptijd ............................................................................................................................................................. 15 4.3 Governance ....................................................................................................................................................... 15 5.1 Provinciale bijdrage .......................................................................................................................................... 17 5.2 Bijdrage Wetterskip Fryslân ............................................................................................................................. 18 5.3 Rijksbijdrage ......................................................................................................................................................
18 6.1 Werkgroep en werkverdeling .......................................................................................................................... 19 6.2 Realiseren inhoudelijke doelen/resultaten RD NWF ...................................................................................... 19 6.3 Bedienen van de RD NWF Governance ........................................................................................................... 20 6.4 Communicatie ................................................................................................................................................... 20 6.5 Besluitvorming .................................................................................................................................................. 20 6.6 Opdracht of subsidie? ...................................................................................................................................... 21 6.7 Wel of geen eigen bijdrage? ............................................................................................................................ 22 6.8 Samenwerkingspartners ..................................................................................................................................
22 6.9 Andere programma’s ....................................................................................................................................... 23 6.10 Documentbeheer ........................................................................................................................................... 25
Dubbeldoelvee
1. INLEIDING | Een regiodeal voor Noardwest Fryslân De regio Noardwest Fryslân (NWF), bestaande uit de overheidspartners gemeenten Harlingen, Leeuwarden en Waadhoeke, Wetterskip Fryslân en provincie Fryslân, heeft een regiodeal gesloten met het Rijk. Gezamenlijk wordt er in de periode 2023-2029 €40 miljoen geïnvesteerd om de regio klaar te maken voor de toekomst. Hierbij is de gezamenlijke programma ambitie als volgt gedefinieerd: De Regio NWF is koploper brede welvaart in perifere regio’s binnen Nederland. De regio deal Noardwest Fryslân (RD NWF) is opgebouwd uit drie verschillende programmalijnen. Eén daarvan is Programmalijn 3 Natuurlijk in Balans: De Regiodeal NWF is onderweg naar een natuurinclusieve, circulaire en daarmee toekomstbestendige landbouw en meer duurzame energie. Programmalijn 3 bestaat uit twee onderdelen: • •
Programmalijn 3A: Landbouw, landschap en water Programmalijn 3B: Klimaatlandschap
In Programmalijn 1 en 2 wordt respectievelijk ingezet op Vitalere Economie en Kwaliteit van leven. Dit plan van aanpak beschrijft de aanpak voor Programmalijn 3A: Landbouw, Water en Landschap.
De Regiodeal principes | Op regiodealniveau zijn een viertal principes vastgelegd -We streven naar integrale langjarige samenwerking; -We bevorderen leren en passen ons aan als de omstandigheden hierom vragen; -We willen een schaalsprong bevorderen en synergie: we investeren op het schaalniveau van de hele regio en denken over grenzen heen; -We zijn als overheden gelijkwaardige partners.
Pagina 5
2. AMBITIES, DOELEN EN RESULTATEN | Natuurlijk in balans Natuurlijk in balans: Landbouw, Water en Landschap Het komen tot een gezamenlijke (Rijk-) Regiodeal met gedeelde ambities, doelen en resultaten is een proces. Hiervoor zijn verschillende documenten opgesteld. In deze documenten is in de loop van de tijd verkend welke ambities, doelen en resultaten de partners delen rondom de thema’s landbouw, water en landschap. Hierbij zijn o.a. de volgende onderwerpen benoemd: gezonde vitale bodem, toepassen havenslib op landbouwbodems, kwantiteit,
waterkwaliteit
(w.o.
verzilting/zoetwaterbeschikbaarheid)
en
-
verzilting, gezonde biodiverse omgeving, verbinding stad & platteland,
innovaties, volksgezondheid, herkenbaar landschap en kringlooplandbouw. In het convenant Rijk-Regio en het programmaplan is aan voorgaande meer richting gegeven en zijn keuzes gemaakt ten aanzien van de te realiseren doelen/resultaten. In het convenant Rijk-Regio en in het programmaplan zijn de volgende concrete doelen/resultaten vastgelegd: Creatie van een Bioregio: focus op natuurinclusieve landbouw met aandacht voor de bodem en herstel van biodiversiteit. Dat maatschappelijk draagvlak heeft en economisch rendeert. →Resultaat: er is een bioregio Noardwest.
Integrale aanpak verzilting: kennis vergaren over zoetwater en hoe dit kan worden behouden. En kijken naar mogelijkheden om landbouw voort te zetten op zilte gronden. →Resultaat: er is een integrale aanpak tegengaan verzilting.
Onderzoek havenslib: onderzoeken of havenslib geschikt is om in de landbouw toe te passen. →Resultaat: er is een onderzoek klaar naar het gebruiken van havenslib in de landbouw. Verduurzamen van de regionale voedselsector. Focus op korte ketens, gezondheid en vitaliteit van het platteland. →Resultaat: er is een start gemaakt met het verduurzamen van de voedselsector.
2.1 Convenant en Programmaplan leidend Zowel het convenant als het programmaplan zijn door het Rijk en regio vastgestelde documenten. Daarmee zijn bovenstaande doelen/resultaten leidend voor de inzet vanuit Programmalijn 3A. In dit Plan van aanpak werken we deze doelen/resultaten verder uit en/of vullen ze aan.
Pagina 6
2.2 De 4e Programmalijn: Samenwerken Naast de drie inhoudelijke programmalijnen, te weten: Vitalere Economie, Kwaliteit van leven en Natuurlijk in Balans, is er een 4 e programmalijn die op de gehele RD NWF van toepassing is, namelijk: Samenwerken. In het Convenant Rijk Regio en in het programmaplan is eveneens vastgelegd dat samenwerken zowel middel als doel is en is daarmee de vierde programmalijn van de RD NWF. De RD NWF gaat om meer dan alleen een gecoördineerde inzet van financiële middelen. Zij kenmerkt zich ook door een sterke, continue inzet van alle betrokkenen, creëren van nieuw samenwerkingsvormen en niet-financiële ondersteuning om de gestelde ambities en doelen te bereiken. Dit doel/resultaat verweven we in alle activiteiten die we ondernemen en alle projecten die we steunen vanuit Programmalijn 3A.
Werkwijze | Met onderstaande steekwoorden afkomstig uit verschillende RD NWF documenten wordt de werkwijze binnen de RD NWF en specifiek programmalijn 3A nader geduid: Investeren, pilots, testfases opschalen naar nieuwe werkwijzen in een compleet gebied als living lab op de route naar een duurzame en houdbare landbouw, naar duurzame houdbare business cases, onderzoek, ontmoeten, delen van kennis, ontwikkelen van kennis, netwerkstructuren waarmee agrariërs en ondernemers die werken met land en water kunnen leren, innoveren en valideren, elkaar weten te vinden, kennis delen en toepassen, brede structurele ontmoetingen en sessies organiseren waarbij inwoners worden betrokken om draagvlak te creëren en begrip op gespannen dossiers, RD NWF kan voor versnelling zorgen, betrekken van de leefomgeving bij grote vraagstukken, incidentele investering-structurele impact, vooral investeren in sociale netwerken.
2.3 DIN: doelen, inspanningen, netwerk Natuurlijk in Balans: De Regiodeal NWF is onderweg naar een natuurinclusieve, circulaire en daarmee toekomstbestendige landbouw en meer duurzame energie. Op basis van het convenant en het programmaplan is Programmalijn 3A verder gedefinieerd in de DIN Landschap, Landbouw en Water in balans. Hier worden de volgende doelen gesteld: • •
•
Het ontwikkelen van een gezond water- en bodembeheer; Het ontwikkelen van wederkerige relaties tussen de samenleving en de agrarische sector op lokaal niveau om te komen tot gezonde voedingspatronen, een versterkte binding met de lokale omgeving en een circulaire gemeenschap; Te komen tot een natuurinclusief platteland: een nieuwe balans tussen natuur, landbouw, landschap, leefbaarheid en economisch klimaat.
Pagina 7
Bovenstaande doelen zijn verder uitgewerkt in resultaten, inspanningen en het netwerk dat daarvoor nodig is. De ingezette lijn vanuit convenant en programmaplan naar de DIN’s is niet langer geheel herkenbaar. Daarnaast vragen de DIN’s actualisatie. Uit de verschillende formele stukken is herleidbaar dat het komen tot een Regiodeal en specifiek de daarin na te streven doelen/resultaten, een proces is. Hierbij wordt van grof naar fijn gewerkt waardoor steeds duidelijker wordt/is geworden waar de behoefte zit en daarmee waar de inzet op gericht moet zijn. Een dergelijk proces vraagt uiteraard tijd. In die tijd ontwikkelen de projecten zich die onder de RD NWF gebracht kunnen worden en er worden nieuwe projecten geïnitieerd die aansluiten bij de ambities en doelen van Programmalijn 3A. Voorgaande maakt dat er
behoefte is aan een aanscherping w.b. inzet: op welke
doelen/resultaten richten we ons (en op welke niet)? Daarnaast vragen onderdelen om actualisatie.
Niet kerende grondbewerking
Pagina 8
3. DE AANPAK | Waar zetten we specifiek op in? In het vorige hoofdstuk is geconcludeerd dat er behoefte is aan een aanscherping w.b. inzet: op welke doelen/resultaten richten we ons (en op welke niet)? En dat onderdelen vragen
om actualisatie. Uitgangspunt hierbij is dat convenant en programmaplan zijn
vastgesteld en daarmee vast staan. De vastgestelde doelen/resultaten zijn leidend voor de inzet
vanuit
Programmalijn
3A.
In dit Plan van aanpak werken
we deze
doelen/resultaten verder uit en/of vullen ze aan om daarmee invulling te geven aan de behoefte aan aanscherping en actualisatie. In het Convenant Rijk-Regio en in het programmaplan zijn de volgende concrete doelen/resultaten vastgelegd. In hoofdstuk 2 hebben we deze reeds benoemd. Hieronder worden ze voorzien van een toelichting:
3.1 Creatie van een Bioregio Focus op natuurinclusieve landbouw met aandacht voor de bodem en herstel van biodiversiteit. Dat maatschappelijk draagvlak heeft en economisch rendeert. →Resultaat: er is een bioregio Noardwest. Dit doel/resultaat is gekoppeld aan het concrete initiatief Bioregio van Greidhoeke + (GH+). Greidhoeke+ is een interbestuurlijke samenwerking van gemeenten Súdwest Fryslân, Leeuwarden en Waadhoeke, Wetterskip Fryslân en provincie Fryslân rondom het thema natuurinclusief platteland. De samenwerking bestaat al enige jaren en was o.a. motor van de Regiodeal Natuurinclusieve landbouw in de Friese Kleiweide. GH+ werkt o.a. aan het programma Bioregio:dit programma is in de breedte gericht op de voedseltransitie (bodemvitaliteit, korte keten, verdienmodel, gezondheid, etc.) en omvat daarmee veel en zo niet alle doelen van Programmalijn 3A. Het programma Bioregio bestaat enerzijds uit zgn. Sterprojecten waaronder concrete projecten worden ontwikkeld en anderzijds is het een verbindingsprogramma gericht op samenwerkingen en sterke netwerken. Met deze aanpak willen de bestuurders zowel de landbouw als de consument ondersteunen in de voedseltransitie.
Bij het voorbereiden en inhoudelijk vormgeven van de RD NW is vanuit Greidhoeke+ de Bioregio ingebracht om zodoende financiering te krijgen onder de aanpak zoals daar onder de Regiodeal Natuurinclusieve landbouw breed draagvlak voor is gecreëerd. Vanwege de geografische scope van de RD NWF is GH+/Bioregio uitgebreid naar de kleischil van gemeenten Harlingen en Waadhoeke. Insteek is om het initiatief Bioregio van een substantiële bijdrage te voorzien waarmee meerjarig een flinke impuls aan de uitvoering van deze samenwerking en het inhoudelijke programma gegeven kan worden. Er bestaat een bepaalde mate van overlap tussen Bioregio en de gebundelde initiatieven vanuit de beide agrarische collectieven. Gekeken wordt of Bioregio ook een overkoepelende aanpak kan zijn voor de initiatieven die door de collectieven worden
Pagina 9
ontwikkeld. Uiteraard is het ook aan de collectieven zelf hierin een afweging en keuze te maken.
3.2 Integrale aanpak verzilting Kennis vergaren over zoetwater en hoe dit kan worden behouden. En kijken naar mogelijkheden om landbouw voort te zetten op zilte gronden. →Resultaat: er is een integrale aanpak tegengaan verzilting. Dit doel/resultaat is gekoppeld aan het concrete toekomstperspectief van Salta voor akkerbouw
op
verziltende
akkers.
Salta
(Stichting
Kenniscluster
voor
Verziltingsvraagstukken in Delta’s) heeft een handelingsperspectief ontwikkeld voor de praktijk gebaseerd op mitigatie waar het kan en adaptatie waar het moet. Hiervoor brengen zij alle resultaten van eerder onderzoek bijeen, worden testen op veldlocaties ontwikkeld en worden demonstraties, trainingen en onderwijs ten behoeve van de sector georganiseerd. Dit alles vanuit het perspectief dat de Waddenregio, en daarmee NWF, steeds meer blootgesteld gaat worden aan droogte en verzilting. En hoewel er al een aantal goede stappen zijn gezet is er nog veel werk te verzetten voordat boeren de handvatten krijgen die nodig zijn voor de transitie naar klimaat adaptieve landbouw. Om die reden heeft Salta een projectvoorstel met een omvang van €1,35 mio ingediend bij het Waddenfonds/Investeringskader Waddengebied. Aan de RD NWF wordt een (cofinancierings-)bijdrage gevraagd van €300k. Salta verwacht een handelingsperspectief voor boeren te kunnen geven waarin zaken als monitoring van effecten van verzilting, oplossingen voor bufferen en herstel van zilte bodems, geoptimaliseerd watergebruik en effectieve maatregelen om de gewasopbrengsten, via het bouwplan/teeltplan inclusief gewaskeuze voor robuuste rassen, verder zijn uitgewerkt. Nauwe samenwerking met het bedrijfsleven moet leiden tot een versnelling van de implementatie van adequate responses in de agrarische praktijk.
3.3 Havenslib Onderzoek of havenslib geschikt is om in de landbouw toe te passen. →Resultaat: er is een onderzoek klaar naar het gebruiken van havenslib in de landbouw.
Op initiatief van het Investeringskader Waddengebied en het Waddenfonds hebben Port of Harlingen, Provincie Fryslân en Wetterskip Fryslân besloten opdracht te geven om een gezamenlijke verkenning uit te laten voeren naar de mogelijkheden voor het nuttig toepassen van slib als grondstof voor Waddenkustontwikkeling. Het Programma Slibhub Lauwersoog is opdrachtnemer van deze in Q1 2025 verleende opdracht. In dit programma werken Exploitatiemaatschappij Havencomplex Lauwersoog bv, Klaei bv, De Wikel en de Raad van Advies Waddenzeehavens sinds 2021 samen aan het ontwikkelen van het principe Slib als Grondstof. De opdracht is te onderzoeken en te verhelderen of de werkwijze van het Programma Slibhub Lauwersoog aansluit bij de behoefte in de Friese Waddenkust. Kom – voor zover
Pagina 10
dat aan de orde is - met een voorstel hoe te komen tot een adequate business case per gebiedsontwikkeling om de kansen (maatschappelijk, inhoudelijk en economisch) voor slib als grondstof voor integrale gebiedsontwikkeling inzichtelijk te maken. Hierbij wordt expliciet gekeken naar de mogelijkheid voor toepassing van slib voor grondverbetering in de landbouw. Wetterskip Fryslân richt zich in deze verkenning vooral op de potenties van slib voor dijkenklei voor een tweetal dijkversterkingstrajecten: Schiermonnikoog en Zürich-Koehoal. Voor de duidelijkheid wordt vermeld dat binnen deze opdracht niet daadwerkelijk klei gemaakt gaat worden. De focus ligt op het ontwikkelen van eventuele business-cases voor Slib
als
Grondstof
voor
Waddenkustontwikkeling
en
de
aandachtspunten
en
randvoorwaarden die daarbij van belang zijn. De opdracht is reeds volledig gefinancierd. Verkend gaat worden welke bijdrage eventueel vanuit de RD NWF nog (aanvullend) geleverd kan worden. De resultaten worden in de eerste helft van 2026 verwacht. Vanuit Programmalijn 3A zullen we het onderzoek volgen, er vanuit gaande dat de uitkomsten aanleiding geven tot een vervolg waaraan vanuit de RD NWF een bijdrage geleverd kan worden.
3.4 Verduurzamen van de regionale voedselsector Focus op korte ketens, gezondheid en vitaliteit van het platteland. →Resultaat: er is een start gemaakt met het verduurzamen van de voedselsector. In tegenstelling tot de eerste drie doelen/resultaten is aan deze vierde geen concreet initiatief en/of initiatiefnemer gekoppeld. De concrete initiatieven Bioregio, Salta en Havenslib als grondstof worden binnen dit PvA als ‘big rocks’ gezien. Hier willen we binnen deze RD NWF een substantiële bijdrage aan leveren (financieel en/of door inzet). Het vierde doel/resultaat kan gezien worden als ‘aanknopingspunt’ voor verschillende projecten/initiatieven die zich gedurende de looptijd van de RD NWF aandienen en die in de breedte een bijdrage leveren aan de gewenste doelen/resultaten die we binnen deze programmalijn willen bereiken. Zie hiervoor ook de longlist aan projecten zoals opgenomen in de bijlage.
3.4.1. Aansluiten bij energie van onderop Door dit vierde doel/resultaat voldoende ruim te houden kan aangesloten worden op projecten/initiatieven die bottum up ontstaan en waarbij dus aangesloten wordt op de behoefte die er is en waarvan de doelen/resultaten aansluiten op de gewenste richting van toekomstbestendige landbouw binnen de RD NWF. Aansluiten bij energie die er al is, is een belangrijk uitgangspunt voor succes. Bij de DIN zal specifiek dit vierde doel/resultaat worden aangevuld om voldoende breedte te creëren. Op deze wijze willen we ook nadrukkelijk initiatieven vanuit beide agrarische collectieven bedienen die binnen de geografische scope van de RD NWF actief zijn, te weten: Waadrâne en Westergo. Zij hebben reeds een overzicht van projecten gedeeld. Deze is opgenomen in de longlist in de bijlage. De positie van de werkgroep is om ten aanzien van deze bottum up initiatieven een aanjagende Pagina 11
en faciliterende rol aan te nemen en te begeleiden richting een succesvolle aanvraag.
3.4.2. Bijdrage aan andere Programmalijnen Voorgaande is ook belangrijk in het kader van de financieringsopzet. Een substantieel deel van de financiering binnen Programmalijn 3A, te weten afgerond €2,3 van de €3,2 mio wordt door de provincie Fryslân geleverd uit bestaande middelen, primair maar niet uitsluitend via het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Hier staat binnen programmalijn 3A een rijksbijdrage tegenover van €300k. Binnen Regiodealverband is er besloten de resterende €2 mio aan rijksmiddelen in te
zetten
ten
behoeve
van
andere
programmalijnen.
Hiermee
fungeert
Programmalijn 3A en specifiek de provinciale bijdrage via het GLB als financier voor andere programmaonderdelen. Het is in dit kader van belang dat GLB-aanvragen die worden ingediend en vallen binnen de geografische scope van de RD NWF en aansluiten bij de doelen/resultaten van de RD NWF, specifiek doel/resultaat 4, als co-financiering geboekt kunnen worden. Randvoorwaardelijk hiervoor is een positief besluit door de bestuurstafel (zie ook paragraaf 6.5 besluitvorming).
3.5 Gezond water-bodemsysteem De bijdrage €625k vanuit Wetterskip Fryslân is specifiek bestemd voor een gezond water- en bodemsysteem. Hiervoor wordt aangesloten bij de BOVI: Fryslân klimaatbestendig 2050. Een gezond water- en bodemsysteem is onderdeel van een duurzame regionale voedselsector en zal als zodanig beschreven worden in de DIN. Hieronder een aantal maatregelen die bijdragen aan voldoende zoetwater en een waardevolle landbouw in het kleigebied, om een (voor-)beeld te geven bij het soort maatregel waar een bijdrage aan geleverd kan worden. •
Verhogen waterpeilen en zoetwaterlenzen in percelen. Door de waterpeilen te verhogen wordt de toename van de zoute kwel door zeespiegelstijging beperkt en kunnen de zoetwaterlenzen in de percelen worden vergroot ten behoeve van de landbouwactiviteiten.
•
Vergroten waterberging. Door het verbreden van watergangen en het inzetten van lage delen voor de tijdelijke opslag van overtollig water wordt het verlies aan waterberging door de hogere peilen gecompenseerd. De extra ruimte en inzet van lage delen is ook nodig om bij neerslagextremen schade te voorkomen in de gebieden die nog optimaal zijn voor akkerbouw.
•
Natuurlijke oevers. De taluds van watergangen worden flauwer aangelegd om een stabiele natuurlijke
oever
te
krijgen.
Watergangen
worden
natuurvriendelijk
onderhouden ten behoeve van afvoercapaciteit, ecologie en biodiversiteit.
Pagina 12
3.6 Aanscherping DIN Eerder in dit Plan van Aanpak is reeds geconcludeerd dat er behoefte is de bestaande DIN’s binnen Programmalijn 3A aan te scherpen en te actualiseren. Voorgaande insteek, specifiek w.b. het vierde punt, wordt daarbij als uitgangspunt meegenomen. Vanuit het Programmamanagement is daar een behoefte aan toegevoegd om tot een meer uniforme beschrijving van de verschillende DIN’s per programmalijn te komen. In de bijlage bij dit Plan van Aanpak is deze aangescherpte en geactualiseerde DIN opgenomen. De hernieuwde DIN is leidend voor de inzet vanuit de werkgroep en tevens toetsingskader voor initiatieven die een verzoek doen voor een financiële bijdrage. Specifiek is de bestaande (eerste versie van de) DIN op de volgende punten aangescherpt: o
De
programmalijn
heeft
oorspronkelijk
de
titel
meegekregen:
Landschap,
Landbouw en Water. In dit Plan van Aanpak en daarmee leidend bij de aanscherping van de DIN’s is als uitgangspunt verwerkt dat landbouw leidend is in de aanpak. Inzet op de onderwerpen Landschap en Water moet altijd herleidbaar zijn naar een landbouw
die
toekomstbestendig
is.
Datzelfde
geldt
voor
(herstel
van)
biodiversiteit. Ook hier moet een duidelijke connectie zijn met toekomstbestendige landbouw. Voorgaande houdt in dat vanuit deze programmalijn geen actieve inzet geleverd wordt op onderwerpen als bijvoorbeeld (alleen) nestkasten, bijenlinten, vismigratie, ed. In de adviesformulieren voor de bestuurstafel zal gemotiveerd worden op welke wijze een initiatief bijdraagt aan toekomstbestendige landbouw. Gezien voorgaande hanteren we de volgende volgorde binnen Programmalijn Natuurlijk in balans: Landbouw, Water en Landschap. o
In de verschillende documenten om te komen tot de RD NWF is toekomstbestendige landbouw altijd het uitgangspunt geweest. In de eerste versie van de DIN staat ook Visserij benoemd als doel/resultaat. In de hernieuwde versie van de DIN is geen doel/resultaat opgenomen m.b.t. Visserij.
o
In de oorspronkelijke DIN wordt het doel biobased bouwen beschreven. In de aangepaste DIN is dit niet als primair doel/resultaat opgenomen. Zoals hierboven opgenomen is de primaire insteek gericht op de landbouw. Echter, wanneer er agrariërs zijn die in willen zetten op teelten die (ook) toepasbaar zijn voor biobased bouwen en bijdragen aan toekomstbestendige landbouw zal de werkgroep zich uiteraard inspannen om dergelijke initiatieven te faciliteren.
Pagina 13
3.7 Aanscherping Monitoringsdoelen Onderdeel van de aanpak RD NWF is monitoring. Hiervoor zijn concrete monitoringsdoelen gedefinieerd. Met het aanpassen van de DIN is door de werkgroep ook geconstateerd dat er behoefte is de monitoringsdoelen aan te vullen en/of aan te passen. Dit zal na het vaststellen van het Plan van Aanpak worden afgestemd met het Fries Planbureau. Monitoring wordt uitgevoerd door het Fries Planbureau. Vanuit de werkgroep wordt hier medewerking aan verleend.
Oogst veldboon
Pagina 14
4. DE RANDVOORWAARDEN | Geografische scope, Looptijd en Governance 4.1 Geografische scope De geografische scope van de RD NWF wordt gevormd door de begrenzingen van Gemeente Harlingen, Gemeente Waadhoeke en Gemeente Leeuwarden voor zover het het noordwestelijk plattelandsdeel betreft. De exacte begrenzing van het RD NWF gebied is opgenomen in de bijlage. Greidhoeke+ en de agrarische collectieven Greidhoeke+ en de agrarische collectieven vormen belangrijke initiatiefnemers voor het behalen van de doelen/resultaten binnen programmalijn 3A. De werkgebieden van deze initiatiefnemers vallen voor een groot deel samen met het werkgebied van de RD NWF. Er zijn echter ook verschillen. Om die reden zijn ook de begrenzingen van deze beide initiatiefnemers opgenomen in de bijlage.
4.2 Looptijd De RD NWF is een dag na ondertekening op 1 november 2023 in werking getreden en eindigt op 31 december 2028. Wanneer alle partners daarmee instemmen kan de looptijd met één jaar worden verlengd tot 31 december 2029. Om de financiële bijdrage aan projecten als co-financiering te kunnen boeken moeten deze afgerond zijn voor de einddatum van de RD NWF.
4.3 Governance Om uitvoering te geven aan de RD NWF is er een Governance ingericht. Een overzicht van deze governance is opgenomen in de bijlage. De governance bestaat uit een Bestuurstafel &
Rijk-Regio
overleg,
een
directeurenoverleg,
een
coördinatieteam
en
een
programmateam. Specifiek voor Programmalijn 3, zowel onderdeel A als B, is er een bestuurlijk overleg. Hier vindt afstemming plaats, geen besluitvorming. Het overleg wordt voorbereid door beide programmalijntrekkers. In het BO hebben alle regionale partners zitting. De samenstelling van het BO komt niet geheel overeen met de samenstelling van de bestuurstafel. Dit geldt voor gemeente Leeuwarden en Harlingen. Aan de bestuurstafel worden deze organisaties vertegenwoordigd door de burgemeesters en in het BO door portefeuillehouders. Governance Greidhoeke plus Het dragende initiatief Bioregio is een project/programma van de interbestuurlijke samenwerking Greidhoeke plus. Deze samenwerking overlapt grotendeels met RD NWF. Er zijn ook verschillen: gemeente Harlingen maakt wel onderdeel uit van RD NWF maar niet van GH+. Gemeente Súdwest Fryslân maakt geen onderdeel uit van RD NWF, maar wel van GH+.
Pagina 15
De wens is om de zogenaamde ‘bestuurlijke drukte’ zoveel als mogelijk te voorkomen. Op basis van de ontwikkelingen van het initiatief Bioregio binnen de RD NWF zullen hierin keuzes gemaakt moeten worden. De werkgroep zal hierin zonodig het initiatief nemen.
Bloeiend vlas
Pagina 16
5. FINANCIERING Het financieringsoverzicht voor de hele RD NWF is opgenomen in de bijlage. Voor de uitvoering van Programmalijn 3A is in totaal €3,2 mio beschikbaar. Dit bedrag is als volgt opgebouwd: • • •
Provincie Fryslân: €2,275 mio vanuit bestaande middelen, primair (maar niet uitsluitend) het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB); Wetterskip Fryslân: €625k voor specifiek het doel/resultaat: water & klimaatadaptatie; Rijks cofinanciering €300k gekoppeld aan de doelen van de RD NWF.
In de bijlage is tevens een financieel overzicht opgenomen met daarin een onderverdeling naar projecten. In lijn met de DIN’s zal ook dit overzicht worden geactualiseerd.
5.1 Provinciale bijdrage Het uitgangspunt dat Gedeputeerde Staten hebben meegegeven voor deelname aan de RD NWF door de provincie is dat de financiële bijdrage beschikbaar wordt gesteld vanuit bestaande middelen. Hiervoor is het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) primair in beeld. Maar ook andere bestaande middelen kunnen als co-financiering worden ingezet. Hierbij dient wel voldaan te worden aan de eis dat dit geen andere rijksmiddelen kunnen betreffen. Het GLB is een bestaand Fryslân dekkend subsidieprogramma dat in hoofdzaak wordt uitgevoerd door SNN. Er zijn verschillende openstellingen voor verschillende doelen/thema’s en ook het subsidiepercentage, minimale en maximale omvang/bedragen en voorwaarden kunnen verschillen. Alle openstellingen zijn in 2025. De (vooralsnog) laatste openstelling sluit eind januari 2026. Aanvragen worden beoordeeld door een externe commissie. De besluitvormingstermijn is maximaal 22 weken. Uiterlijk eind juni 2026 hebben initiatiefnemers duidelijkheid w.b. hun aanvraag. Met afgerond €2,3 mio van de totaal beschikbare €3,2 vormt het GLB de belangrijkste financieringsbron voor programmalijn 3A. Een overzicht van de verschillende GLB openstellingen is opgenomen in de bijlage.
Omdat de provincie Fryslân financieel bijdraagt vanuit bestaande middelen, te weten het GLB, en dit het merendeel van de financiële omvang van Programmalijn 3A omvat is het trekkerschap van deze Programmalijn bij de provincie belegd. Uitgangspunt voor cofinanciering rijk-regio is een 50-50 verdeling. Binnen de landbouwlijn staat tegenover de afgerond €2,3 mio bijdrage via de provincie Fryslân vanuit het GLB, een rijksbijdrage van 300K. Op programmaniveau is er voor gekozen het merendeel van de rijkscofinanciering, afgerond €2 mio, in te zetten op andere programmalijnen. Een substantiële bijdrage is bij programmalijn 3B, Klimaatlandschap, geprogrammeerd.
Pagina 17
5.2 Bijdrage Wetterskip Fryslân De bijdrage €625k vanuit Wetterskip Fryslân is specifiek bestemd voor een gezond wateren bodemsysteem. Hiervoor wordt aangesloten bij de BOVI: Fryslân klimaatbestendig 2050. Zowel het Wetterskip zelf als derden kunnen aanspraak maken op deze middelen. De bestuurstafel kan besluiten over de inzet van deze middelen.
5.3 Rijksbijdrage De Rijksbijdrage van €300k is breed inzetbaar voor de doelen/resultaten zoals omschreven in de DIN’s. De bestuurstafel kan besluiten over de inzet van deze middelen.
Veldbonen
Pagina 18
6. Werkwijze 6.1 Werkgroep en werkverdeling Om uitvoering te geven aan Programmalijn 3A is een werkgroep samengesteld bestaande uit vertegenwoordigers van alle RD NWF partners. Vanuit deze werkgroep wordt zowel ingezet op het realiseren van de gestelde inhoudelijke doelen en resultaten en tevens wordt vanuit de werkgroep de Governance van de RD NWF bediend. Op regiodeal niveau is vastgesteld dat de partners hiervoor voldoende capaciteit beschikbaar stellen. Voor de taakverdeling binnen de werkgroep tussen trekker en overige werkgroepleden wordt aangesloten bij de afspraken die hierover op rediodeal niveau zijn gemaakt. De trekker van Programmalijn 3A richt zich m.n. op randvoorwaardelijke zaken en werkgroepleden richten zich met name op de initiatieven. De programmalijntrekker wordt ondersteund door een programmalijnondersteuner die wordt gefaciliteerd vanuit de provincie.
6.2 Realiseren inhoudelijke doelen/resultaten RD NWF De werkwijze die wordt gehanteerd is dat ieder werkgroeplid een aantal initiatieven onder zijn/haar hoede heeft. Dit werkgroeplid is voor dat initiatief verantwoordelijk binnen de RD NWF, is het eerste aanspreekpunt en begeleidt het initiatief naar een succesvolle aanvraag. Tevens bewaakt het werkgroeplid de voortgang. Gezamenlijk bedient de werkgroep alle initiatieven. In de periodieke werkgroepoverleggen geeft het betreffende werkgroeplid een terugkoppeling van de stand van zaken en worden evt. vervolgacties benoemd. De voor de Regiodeal dragende initiatieven, te weten: Bioregio, verzilting, havenslib en initiatieven rondom thema gezond water- en bodemsysteem gekoppeld aan budget Wetterskip Fryslân, aangevuld met initiatieven vanuit de agrarische collectieven Waadrâne en Westergo krijgen hierbij bijzondere aandacht. Deze dragende initiatieven zijn als volgt belegd: • • • • •
Bioregio - Gemeente Leeuwarden (Anita van der Werf) Verzilting/Salta - Provincie Fryslân (Wybo Nijdam) Havenslib - Gemeente Harlingen (Gerwold Hylkema) Gezond water- en bodemsysteem - Wetterskip Fryslân (Karin Brons) Initiatieven agrarische collectieven - Gemeente Waadhoeke (Rients Hijma)
Daarnaast werven werkgroepleden initiatieven/initiatiefnemers die nog niet in beeld zijn en/of faciliteren initiatieven vanaf de longlist richting een succesvolle aanvraag. Op bovenbeschreven wijze wordt zowel gewerkt aan het realiseren van de gestelde doelen als aan het leveren van de afgesproken omvang van de regionale bijdrage. Specifiek voor Programmalijn 3A houdt dit in dat er ten minste €2,275 mio vanuit het GLB aan projecten binnen de geografische scope van RD NWF wordt toegekend die tevens bijdragen aan de gestelde doelen. Zodoende wordt daarmee de rijkscofinanciering veiliggesteld die dient ter
Pagina 19
financiering van m.n. andere programmalijnen. De inzet van de werkgroep moet er daarom vooreerst met name op gericht zijn om zoveel mogelijk initiatieven tijdig, gezien de opstellingen in 2025, onder het GLB te krijgen.
6.3 Bedienen van de RD NWF Governance Vanuit de werkgroep behorend bij Programmalijn 3A wordt de afgesproken Governance bediend. Hieronder vallen in ieder geval de Bestuurstafel en het Rijk/Regio overleg, het coördinatieteam, en het Programmateam. Vanuit de werkgroep worden hiervoor de gevraagde producten geleverd. Ten behoeve van besluitvorming worden gezamenlijke adviezen en annotaties opgesteld. Deze worden door de betreffende werkgroepleden binnen zijn/haar eigen organisatie, zowel ambtelijk als bestuurlijk, afgestemd. Ook wordt vanuit de werkgroep een bijdrage geleverd aan het jaarprogramma, voortgangsrapportage en de jaarlijkse Regiodealdag. Ditzelfde geldt voor de éénmalig te organiseren bijeenkomst voor Raden en Staten op 19 mei 2025.
6.4 Communicatie De externe communicatie wordt op RD NWF niveau opgepakt en uitgevoerd. Hier kan vanuit Programmalijn 3A gebruik van worden gemaakt. Het is derhalve niet nodig hiervoor binnen Programmalijn 3A aanvullende capaciteit beschikbaar te stellen. De basis inhoud voor externe communicatie moet door de werkgroepleden beschikbaar worden gesteld. Op basis van deze inhoudelijke informatie wordt door communicatie een keuze gemaakt in communicatiemiddel, agendapunt
bij
de
-boodschap, periodieke
en
-moment.
werkgroep
Communicatie
bijeenkomsten.
is
een
standaard
Zodoende
komen
communicatiekansen vroegtijdig naar voren. Er zal een lijst bijgehouden worden van potentiële communicatiekansen/-momenten.
6.5 Besluitvorming Projecten die bijdragen aan de gestelde doelen en daarom in aanmerking komen voor een financiële bijdrage worden vanuit de werkgroep voorgelegd aan de bestuurstafel. Hierbij wordt in de procedure onderscheid gemaakt vanuit welk budget de bijdrage komt. Gemeenschappelijk Landbouwbeleid Het GLB kent een eigen besluitvormingsprocedure met bijbehorende termijnen en voorwaarden. Bij de inhoudelijke beoordeling is er een belangrijke rol weggelegd voor een externe beoordelingscommissie. SNN handelt de gehele procedure af. Deze procedure wordt voor RD NWF niet aangepast. Projecten die aanspraak maken op het (provincie Fryslân dekkende) GLB, positief zijn beoordeeld door de GLB commissie en vallen binnen de geografische scope van de RD NWF, worden voor besluitvorming voorgelegd aan de bestuurstafel met als doel deze als co-financiering te kunnen boeken in SISA. Zodoende wordt de provincie Fryslân in staat gesteld haar co-financieringsverplichting te leveren en daarmee middelen te genereren die op andere programmalijnen kunnen worden ingezet. Gezien voorgaande worden dergelijke GLB initiatieven altijd met een positief
Pagina 20
advies voorgelegd aan de BT en zal de BT zwaarwegende redenen moeten hebben om hiervan af te wijken (met als resultaat dat de GLB bijdrage niet als co-financiering geboekt kan worden/het door de GLB commissie goedgekeurde initiatief zal de GLB bijdrage wel ontvangen). Zoals eerder beschreven zal het doel/resultaat Verduurzamen regionale voedselsector hiervoor voldoende breed worden beschreven. Wanneer er een aanvraag wordt toegekend vanuit het GLB maar het initiatief overstijgt de geografische scope van de RD NWF, dan wordt een verdeelsleutel toegepast afhankelijk van de situatie. Bepaald wordt welk deel van de financiële bijdrage binnen de geografische scope van de RD NWF valt. Deze verdeelsleutel wordt per project/situatie onderbouwd in het advies voor de BT en vormt de basis voor de financiële verantwoording richting het Rijk. Voorgaande is goed denkbaar omdat bijvoorbeeld de werkgebieden van de agrarische collectieven of Greidhoeke + de geografische scope van de RD NWF overstijgen. Projecten die een bijdrage krijgen uit het rijksdeel van €300k of het wetterskipsbudget van €625k worden ter besluitvorming aan de BT voorgelegd. De BT besluit of een project wel of niet een bijdrage krijgt toegekend. De bijdrage wordt vervolgens overgeboekt. Rijksmiddelen lopen via regiokassier gemeente Waadhoeke.
Wanneer een initiatief zowel aanspraak maakt op GLB als op de middelen van Wetterskip Fryslân en/of Rijk binnen Programmalijn 3A dan worden beide procedures toegepast.
6.6 Opdracht of subsidie? Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid is een bestaande subsidieregeling. De hieruit ingebrachte provinciale co-financiering voor de RD NWF wordt via de bestaande procedure beschikt. SNN voert dit uit. De €625k van het Wetterskip en de €300k rijksbijdrage zijn vrije middelen. Hierbij is de keuze om deze via een subsidie instrument aan initiatieven te koppelen of via een opdracht. Het Wetterskip heeft een longlist van (eigen) initiatieven die aansluiten bij de gestelde doelen die vanuit dit budget kunnen worden gefinancierd. Hiervoor lijkt een opdracht de geschikte vorm. Gezien de relatief beperkte omvang van het rijksbudget binnen Programmalijn 3A ligt het niet voor de hand hiervoor een eigen subsidieregeling op te stellen. Eventueel kan gebruik gemaakt worden van de standaard subsidieverordening. In basis lijkt ook voor het rijksbudget een opdracht de geschikte vorm. In basis wordt het inkoopbeleid van de provincie gevolgd. In specifieke gevallen kan opdrachtverlening ook via het Wetterskip verlopen.
Pagina 21
6.7 Wel of geen eigen bijdrage? Wanneer een RD NWF partner de opdrachtnemer is wordt in basis geen eigen bijdrage gevraagd. Voor externe initiatiefnemers kan een eigen bijdrage een drempel opwerpen. Anderzijds geeft het blijk van commitment. We leggen dit niet op voorhand vast maar beoordelen dit per situatie en nemen dit mee in het advies voor bestuurstafel. Een eigen bijdrage hoeft niet per se financieel te zijn maar kan ook in kind worden geleverd door bijv. zelfwerkzaamheid.
6.8 Samenwerkingspartners Zoals reeds eerder aangeven is in het Convenant Rijk Regio en in het programmaplan vastgelegd dat samenwerken zowel middel als doel is en is daarmee de vierde programmalijn van de RD NWF. De RD NWF gaat om meer dan alleen een gecoördineerde inzet van financiële middelen. Zij kenmerkt zich ook door een sterke, continue inzet van alle
betrokkenen,
creëren
van
nieuw
samenwerkingsvormen
en
niet-financiële
ondersteuning om de gestelde ambities en doelen te bereiken. Ter realisatie van de doelen/resultaten van Programmalijn 3A zal vanuit de werkgroep de samenwerking worden verkend/aangegaan met verscheidene samenwerkingspartners. Een niet uitsluitende lijst is opgenomen in de bijlage. Samenwerkingspartners ontvangen in basis geen vergoeding voor hun inzet binnen de RD NWF. Wanneer een samenwerkingspartner initiatiefnemer is kan deze voorbereidingskosten meenemen in de aanvraag. In geval van een complexe aanvraag kan hierop een uitzondering worden gemaakt. Van de collectieven wordt mogelijk voor de uitvoering
van
de
RD
NWF
inzet
gevraagd
die
niet
direct
aan
een
initiatief/subsidieaanvraag is gekoppeld. De collectieven hebben aangegeven hiervoor een vergoeding te willen ontvangen aangezien dit anders ten koste zou gaan van de realisatie van hun eigen doelen en dit is niet gewenst. Vanuit de RD NIL is hiervoor een vergoeding beschikbaar gesteld die is afgeleid van de vergoeding die ook aan bijvoorbeeld commissieleden wordt betaald (o.a. door de provincie i.h.k.v. de adviescommissie Streekwurk). Dit komt neer op een basisvergoeding van €145 per vergadering plus een kilometervergoeding. De collectieven hebben aangegeven hiermee uit te kunnen. Wanneer een bijeenkomst veel voorbereiding vraagt kan ook voor deze voorbereiding dezelfde basisvergoeding worden uitgekeerd. Deze basisvergoeding kan niet ten laste worden gebracht van de provinciale bijdrage via het GLB. Alleen de beide agrarische collectieven die actief zijn in NWF komen in aanmerkingen voor een
dergelijke
vergoeding.
Dit
moet
vooraf
kenbaar
worden
gemaakt
aan
de
programmalijntrekker. Reeds gemaakte uren komen niet voor een vergoeding in aanmerking. De programmalijntrekker besluit, in overleg met de werkgroep, of de bijdrage vanuit de collectieven voor een vergoeding in aanmerking komt. Een belangrijk criterium hierbij is dat deze kosten niet vallen binnen reguliere werkzaamheden dan wel dat de uren/kosten worden gemaakt i.h.k.v. een aanvraag. Er wordt €10k gereserveerd vanuit de rijksmiddelen.
Pagina 22
6.9 Andere programma’s Om onze doelen en resultaten te halen wordt ook de samenwerking gezocht met andere programma’s om te kijken of we elkaar versterken/aanvullen. Hieronder: Fries Programma landelijke Gebied (FPLG) Binnen het FPLG is geld beschikbaar voor projecten en maatregelen die bijdragen aan de doelen op het gebied van het verminderen van stikstofuitstoot, natuurherstel en klimaatmaatregelen. Biodiversiteit Herstelprogramma Biodiversiteit Fryslân Het Herstelprogramma wil in Fryslân een plus realiseren op de bestaande aanpakken, werkwijzen en initiatieven. In het programma werken o.a. Fryske overheden,
landschaps-,
landbouw-,
en
natuurorganisaties
en
kennis-
en
onderzoeksorganisaties samen aan het herstel van de biodiversiteit. Beleidskader en uitvoeringsprogramma biodiversiteit (gemeente Leeuwarden) Om de biodiversiteit in 2035 te laten toenemen, zijn door de gemeente Leeuwarden zes doelstellingen geformuleerd. In het beleidskader staat in hoofdlijnen hoe de gemeente Leeuwarden hieraan gaat werken. Beleidsbrief Landbouw provincie Fryslân (Landbouwagenda) De
beleidsbrief,
opgesteld
met
boeren,
natuurorganisaties,
onderwijsinstellingen,
agrarische belangenbehartigers en het bedrijfsleven, richt zich op een meerjarig en kansrijk toekomstperspectief voor de Friese landbouw. De provincie heeft, bovenop de bestaande financiële landbouwmiddelen, € 2 miljoen beschikbaar gesteld om de ambities uit de beleidsbrief te realiseren. De maatregelen kunnen variëren van subsidies op investeringen en betere voorzieningen tot het werken aan korte ketens en innovatie. Het sluiten van kringlopen is een belangrijk thema met het oog op de afschaffing van de derogatie en de mestcrisis die daardoor is ontstaan. Bodemagenda provincie Fryslân Provinciale Staten van Fryslân hebben in 2022 een startnotitie vastgesteld met als voornemen om beleid te maken voor het verbeteren van de bodemvitaliteit. De vitaliteit van de bodem hangt samen met kwantiteit en kwaliteit van water, klimaatadaptatie, hoogwaterbescherming, toekomstbestendige natuurgebieden, voldoende voedsel, behoud van archeologische en landschappelijke waarde en een gezonde leefomgeving. De bodem vormt vrij letterlijk de basis van het wonen, werken en recreëren in Fryslân. Waar voorheen de bodem in ruimtelijk beleid vooral werd gezien als ondergrond, groeit het besef dat de bodem integraal onderdeel uitmaakt van een breder (eco)systeem. Het werken aan
Pagina 23
bodemvitaliteit vraagt een integrale blik, in samenhang met ander beleid voor de fysieke leefomgeving. Gezond voedsel is van belang voor iedereen. We vinden het steeds belangrijker dat dit voedsel lokaal en duurzaam geteeld wordt. Ook andere opgaven van maatschappelijk belang landen in het landelijk gebied, zoals het toenemende belang van waterberging, tegengaan van veenoxidatie en het verbeteren van biodiversiteit. Verschillende belangen kunnen knellen. Het Frysk Programma Landelijk Gebied (FPLG) beoogde dit proces in goede banen te leiden. Hoewel het kabinet heeft aangegeven dat de provincies geen Provinciaal Programma Landelijk Gebied hoeven aan te leveren en het transitiefonds is komen te vervallen, zijn de maatschappelijke opgaven er nog steeds. Voor onze voedselproductie en de toekomst van het landelijk gebied is een gezonde en goedgeordende bodem urgent. Voor het duurzaam telen van voedsel is het onder andere belangrijk de nutriëntenkringloop zoveel mogelijk te sluiten, het bodemleven op orde te krijgen en te houden en geen overmaat aan hulpstoffen te gebruiken die schade toebrengen aan de bodem. Aandachtspunten bodemagenda: o
Verbeteren kennis bodemvitaliteit en bieden handelingsperspectief landbouwbodems
o
Organische stof stabiel houden of waar wenselijk en mogelijk laten toenemen in de zandgebieden
o
Bodemverdichting in de kleigebieden
o
Verzilting van de kleischil
o
Bodemdaling in en draagkracht van veenweidegebied
o
Behoud waardevolle landbouwbodems
Beleidskader Water (gemeente Leeuwarden) Dit beleidskader biedt een samenhangende visie voor waterbeheer in gemeente Leeuwarden, geïnitieerd als reactie op weersextremen en klimaatverandering. Het richt zich op het waarborgen van voldoende en schoon water, zowel voor de huidige als toekomstige generaties. Er wordt toegewerkt naar duurzame en innovatieve oplossingen, met aandacht voor gezondheid en biodiversiteit.
Het Goud van Noordwest. Sinds februari 2025maakt werkgroeplid Rients Hijma (gemeente Waadhoeke) deel uit van het programmateam Het Goud van Noordwest. In zijn rol als Aanjager Landbouw zal hij de ontwikkelingen in de agrarische sector stimuleren. Een belangrijke focus is de creatie van de Agrifood Hub; een fysieke plek of een digitaal platform of een combi van beide. Ofwel, een plek in de regio voor bedrijfsoverstijgende samenwerking tussen ondernemers, onderwijs en overheid. De Agrifood Hub is onderdeel van Programmalijn 1 van de RD NWF.
Pagina 24
6.10 Documentbeheer Binnen RD NWF verband is afgesproken dat documentbeheer plaatsvindt via Sharepoint.
Compost
Pagina 25
7. Risico’s en kansen •
Initiatiefnemers zien onvoldoende mogelijkheid hun initiatieven onder het GLB te brengen
gezien
de
daaraan
gestelde
voorwaarden.
Hierdoor
worden
de
doelen/resultaten niet gehaald van programmalijn 3A en tevens wordt de rijkscofinanciering niet gehaald waardoor andere programmalijnen de middelen niet hebben om hun doelen te realiseren. •
Bioregio en de agrarische collectieven zijn voornemens een financiële bijdrage te vragen voor integrale gebiedsprogramma’s. Binnen het GLB sluit dit het beste aan bij het onderdeel Gebiedsontwikkeling. Deze mogelijkheid staat open in de periode 31 juli 2025- 30 januari 2026. Hierop volgt een besluitvormingstermijn van 22 weken. Initiatieven hebben dus uiterlijk juni 2026 uitsluitsel over een financiële bijdrage. Projecten moeten medio 2028 zijn uitgevoerd en hebben daarmee 2 jaar voor uitvoering. o
Om projecten die in hoofdzaak gebruikmaken van het GLB toch voor medio 2026
te
kunnen
Wetterskipsmiddelen
laten een
starten
zouden
financiering
voor
zij het
vanuit eerste
de
Rijks-
jaar
of
kunnen
ontvangen. •
Projecten die aanspraak doen op het GLB kunnen ook afgewezen worden. Dit is uiterlijk medio 2026 duidelijk. De RD NWS is dan halverwege haar looptijd. Er zijn vooralsnog geen alternatieven.
Ruige mest
Pagina 26
BIJLAGEN
Pagina 27
Bijlage | DIN 3A: Landbouw, landbouw en water De Regiodeal Noardwest-Fryslân zet in op toekomstbestendige agrarische bedrijven die sterk verbonden zijn met de lokale gemeenschap en bijdragen aan de gezondheid van haar inwoners. In het Plan van Aanpak zijn de volgende doelen vastgelegd: • De regio Noardwest-Fryslân is onderweg naar een natuurinclusieve, circulaire, klimaatadaptieve en daarmee toekomstbestendige landbouw op basis van een gezond water- en bodemsysteem én een gezond verdienmodel; • De regio Noardwest-Fryslân draagt bij aan wederkerige relaties tussen de samenleving en de agrarische sector om te komen tot een versterkte binding met de lokale omgeving en gezonde voedingspatronen en daarmee aan de gezondheid van inwoners van de regio. Binnen programmalijn 3A wordt concreet gewerkt aan de volgende resultaten: • Er is een bioregio Noardwest-Fryslân gecreëerd. • Er is een integrale aanpak verzilting gemaakt. • Er is onderzoek gedaan of havenslib geschikt is om in de landbouw toe te passen. • Er is een start gemaakt met het verduurzamen van de regionale voedselsector (voedseltransitie). Korte uitleg project en toelichting op inspanningen:
•
Bioregio: Vanuit de interbestuurlijke samenwerking Greidhoeke+ wordt gewerkt aan het programma Bioregio. Dit programma is in de breedte gericht op de voedseltransitie. Aan de RD NWF wordt een bijdrage gevraagd.
•
Integrale aanpak verzilting: Salta (Stichting Kenniscluster voor Verziltingsvraagstukken in Delta’s) heeft een handelingsperspectief ontwikkeld voor de praktijk gebaseerd op mitigatie waar het kan en adaptatie waar het moet. Dit alles vanuit het perspectief dat de Waddenregio, en daarmee NWF, steeds meer blootgesteld gaat worden aan droogte en verzilting. Aan de RD NWF wordt een (co-financierings-)bijdrage gevraagd.
•
Havenslib: Vanuit het Investeringskader Waddengebied en het Waddenfonds is opdracht verleend om de kansen voor slib als grondstof voor integrale gebiedsontwikkeling inzichtelijk te maken. Hierbij wordt expliciet gekeken naar de mogelijkheid voor toepassing van slib voor grondverbetering in de landbouw. Verkend gaat worden welke bijdrage eventueel vanuit de RD NWF nog (aanvullend) geleverd kan worden. De resultaten worden in de eerste helft van 2026 verwacht. Vanuit Programmalijn 3A zullen we het onderzoek volgen, ervan uit gaande dat de uitkomsten aanleiding geven tot een vervolg waaraan vanuit de RD NWF een bijdrage geleverd kan worden.
•
Verduurzamen regionale voedselsector (voedseltransitie): De werkgroep faciliteert initiatieven die gedurende de looptijd van onderop ontstaan en aansluiten bij de gestelde doelen/resultaten.
•
Gezond water- en bodemsysteem: Een gezond water- en bodemsysteem is onderdeel van en randvoorwaardelijk voor een duurzame regionale voedselsector. Vanuit de werkgroep worden initiatieven gefaciliteerd die bijdragen aan voldoende zoetwater en een waardevolle landbouw in het kleigebied.
Pagina 28
Bijlage | Monitoringsdoelen PM
Pagina 29
Bijlage | Geografische scope
Pagina 30
Pagina 31
Pagina 32
Bijlage | Governance
Pagina 33
Bijlage | Financiën
De
binnen
Programmalijn
3A
beschikbare
geprogrammeerd (wordt herzien obv PvA):
Pagina 34
middelen
zijn
vooralsnog
als
volgt
Bijlage | Gemeenschappelijk Landbouwbeleid
Pagina 35
Bijlage | Samenstelling werkgroep en contactgegevens PROGRAMMALIJN 3A – LANDBOUW, WATER en LANDSCHAP Organisatie
Naam
Tel.nr.
Provincie Fryslân
Niels de Bruijn
n.debruijn@fryslan.frl
06 27 74 20 18
Wetterskip Fryslân Karin Brons
Kbrons@wetterskipfryslan.nl
06 83 26 78 43
Provincie Fryslân
Wybo Nijdam
w.j.nijdam@fryslan.frl
06 53 83 11 88
Gemeente
Rients Hijma
r.hijma@waadhoeke.nl
06 27 42 49 16
Gerwold Hylkema g.hylkema@harlingen.nl
06 53 37 07 82
(=trekker)
Waadhoeke Gemeente Harlingen Gemeente
Anita van der
Leeuwarden
Werf
anita.vanderwerf@leeuwarden.nl 06 43 36 53 27
Pagina 36
Bijlage | Overzicht samenwerkingspartners (niet uitsluitend) • • • • • • • • • • • • • • •
Agrarische collectieven Waadrâne en Westergo LTO projecten Nederlandse Akkerbouw Vakbond Biowad Fryske Biologische Boeren Fryslân Salta Academie van Franeker Port of Harlingen Hogescholen, specifiek HvHL Campus Fryslân Dairycampus Wetsus SPNA Landschapsbeheer Fryslân Stichting Boer en Natuur Fryslân
Pagina 37
Bijlage | Longlist potentiële projecten/initiatieven Met deze longlist willen we een beeld geven bij onderwerpen waar initiatiefnemers over nadenken en die mogelijk tot een aanvraag worden uitgewerkt. •
Korte keten / Proboer / coöperatie Het project "Proboer" richt zich op het bevorderen van natuurinclusieve en duurzame landbouw in de regio Noordoost-Fryslân, met als doel een veerkrachtige, ecologisch verantwoorde agrarische sector op te bouwen. Boeren in de regio staan onder druk om goedkoop te produceren vanwege de lage prijzen die supermarkten en voedselverwerkers hanteren. Tegelijkertijd groeit de vraag naar duurzame en lokaal geproduceerde voeding vanuit consumenten, horeca en toeristen. Het project is ontstaan uit de behoefte om een oplossing te bieden voor deze uitdagingen en om de verbinding tussen vraag en aanbod te versterken.
•
Leernetwerk bodem Voor bodem zijn er concrete maatregelen ter bevordering van de bodemkwaliteit bekend. Er is de behoefte naar kennisdeling en ontsluiting van kennis over bodem. Daarmee kan kennis toepassingsgericht gemaakt worden en getest worden in de praktijk. Leernetwerk bodem voorziet in die behoefte. Daarin willen we naast de boer gaan staan en faciliteren in de kennisbehoefte. Er wordt gebruik gemaakt van het bestaande kennisaanbod, vullen aan waar nodig en ontsluiten dat eenvoudig en overzichtelijk. Boeren kunnen kiezen uit onderdelen (theoretische en praktische), om in groepen onder begeleiding aan de slag te gaan. In de bundeling en aanvulling van kennis wordt aansluiting gezocht met externe partijen. Met andere woorden is inzetten op ‘de bodem als basis’ de weg om aan te sluiten bij ideeën van boeren en vandaar naar veranderingen op het land: meer natuurinclusief denken en boeren.
•
Kansrijke gewassen (vezel/eiwit/olie) Meer divers produceren in de landbouw is goed voor landschap, biodiversiteit, bodem, waterkwaliteit en de kwaliteit van producten. En de productie kan daardoor ook vaak efficiënter. Naast diverse teelten en brede gewasrotaties kan ook worden gekozen voor andere of verschillende rassen of soorten. Wereldwijd maar ook in Noardwest Fryslân, domineren slechts een paar rassen en soorten de landbouw. Dit maakt de landbouw kwetsbaar, want net als bij natuur geldt: hoe meer divers, hoe weerbaarder tegen stressors van buitenaf. Een mooie kans dus om als agrariër met andere of meerdere variaties en soorten te produceren. Dit project heeft als doel om meer kennis te ontwikkelen, ervaring op te doen met nieuwe gewas, en hier regionale verdienmodellen voor te ontwikkelen in noordoost Friesland voor zogenaamde kansrijke gewassen en haar producten. Het betreft oliehoudende, verzelrijke en eiwithoudende gewassen die potentieel interessant zijn.
•
Aanleg natuurvriendelijke duikers Veel duikers in het landschap zijn niet goed passeerbaar voor vissen. Oorzaken hiervan zijn o.a. buizen met een te kleine diameter, buizen die niet goed op diepte
Pagina 38
liggen of buizen die te ver uitsteken buiten de dam. In overleg met deelnemende boeren is bekeken welke locaties het beste resultaat voor de vissen oplevert. Belangrijk is dat de locaties goed aansluiten op watergangen die uiteindelijk via vistrappen uitkomen in bijvoorbeeld de Waddenzee.
•
Ecologisch slootschonen Slootschonen is essentieel om waterdoorstroming te waarborgen en overstromingsrisico’s te beperken. Traditionele methoden van slootschonen kunnen echter schadelijk zijn voor het aquatisch ecosysteem, door verstoring van leefgebieden en verlies van biodiversiteit. Met een ecologische aanpak kan slootschonen worden uitgevoerd zonder schade aan te richten aan de natuur en zelfs bijdragen aan een gezonder watermilieu.
•
Basisstructuur Een basisstructuur voor het versterken van de circulaire economie en een duurzame landbouwsector in Noordwest-Fryslân. De structuur streeft naar een landschap van hoge kwaliteit met internationale uitstraling waarin wonen en werken, recreatie en toerisme en de diensten van de natuur in balans zijn, bestand tegen de invloeden van klimaatverandering. De agrarische collectieven Westergo en Waadrane zijn de trekkers van dit veldlaboratorium. Veel van de relevante agrarische netwerken zijn betrokken. Het lab werkt in 4 leefgebieden uit het anlb( agrarisch natuur en lansdschapsbeheer) en wil samen met agrarische ondernemers, kennisinstellingen en overheden aan een circulaire en duurzame landbouwsector werken door middel van het maken van een netwerkstructuur in de regio noordwest fryslan waarin onderzocht wordt welke maatregelen hier passend zijn die al dan niet aansluiten op het anlb-beheer.
•
Agroforestry Er is een Fries kernteam van boeren die graag aan de slag wil met Agroforestry. Een deel van die boeren zit in het gebied Regiodeal NW. Dit zal dan vooral gaan om (verdichten van) erfbeplanting, boomweides (kalverweides) dicht bij boerderij of (laagblijvende) voederhagen. Wat de boeren naast daadwerkelijke uitvoering nodig zouden kunnen hebben, is leergeld/middelen voor kennisvergroting en uitwisseling. Bijvoorbeeld voor het maken van een passend agroforestry bedrijfsplan en het kiezen van de juiste soorten, hulp van bedrijfsadviseurs die kunnen doorrekenen of het uit kan, de organisatie van workshops en excursies, etc.
Pagina 39
Pagina 40