CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Passende beoordeling zoals ter visie gelegen bij aanvragen vergunningen 2021

Informatiebijeenkomst MS Teams - OZ 31 maart 2021, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Terugkoppeling raadswerkgroep Bestemmingsplan Groene Ster28.569 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

In één van de bosschages waar een bezet nest van ransuil is aangetroffen aan de noordwestzijde van het plangebied mag worden gekampeerd worden mits binnen een week voorafgaand aan het evenement door een deskundig ecoloog is vastgesteld dat verstoring van nestplaatsen van vogels, waaronder ransuil, wordt voorkomen. Daarbij kan worden meegewogen dat de locatie in gebruik is als homoontmoetingsplaats, waar in de huidige situatie al sprake is van verstoring. Door dit alles zijn als gevolg van het bestemmingsplan geen negatieve effecten op nestplaatsen van ransuil door verstoring te verwachten. Als gevolg van het plan worden geen nestplaatsen van roek vernietigd. In potentie kunnen negatieve effecten optreden door verstoring indien evenementen tijdens het broedseizoen van deze soort worden gehouden. De kwetsbare periode voor broedende roeken loopt van februari tot en met juli (BIJ12, 2017). Tijdens het grootste deel van deze periode (tot en met 14 mei) worden geen evenemen-

Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020

51

ten gehouden, waaronder tijdens de kwetsbare vestigingsfase (inclusief nestbouw). Doordat roeken al erg vroeg in het jaar broeden, vergeleken met veel andere vogelsoorten, zijn de jongen al relatief groot tegen de tijd dat evenementen mogelijk zijn in het plangebied. Dit is vermoedelijk de reden dat de roeken die in het plangebied broeden niet zichtbaar verstoord zijn tijdens evenementen in het broedseizoen van 2018 (M. Zweemer mondelinge mededeling). Ook is bekend dat roekenkolonies geen reactie tonen op vuurwerk wat op een afstand van 150 meter afstand wordt afgestoken (Oudega et al., 2018). Roeken lijken dan ook weinig verstoringsgevoelig, wat ook kan verklaren dat roeken graag in opgaande beplanting langs drukke wegen broeden. Negatieve effecten op roek door verstoring van evenementen worden dan ook niet verwacht. Binnen het plangebied is in de huidige situatie al sprake van verstoring door recreanten en bovendien is in de directe omgeving in ruime mate alternatief en hoogwaardig foerageergebied voor onder meer roofvogels, uilen en roeken aanwezig. Negatieve effecten op vogels met jaarrond beschermde nesten door verlies van foerageergebied zijn niet te verwachten door de evenementen in het plangebied.

Effectbeoordeling roerdomp Tauw heeft in 2020 een nadere effectbeoordeling uitgevoerd in verband met het aangetroffen broedgeval van roerdomp aan de zuidzijde van De Groene Ster (zie bijlage 17). Uit de studie blijkt dat negatieve effecten op roerdomp op de broedlocatie van 2020 achterwege zullen blijven als het gebruik van De Groene Ster voor muziekevenementen beperkt blijft tot een muziekevenement met groot ruimtegebruik van 5 dagen na 1 augustus en twee evenementen met klein ruimtegebruik van 15 mei tot en met 14 oktober met tenminste 2 weken tussen de evenementen. In dat geval heeft de verstoring een incidenteel karakter die niet leidt tot een blijvend effect, zoals het verlaten van de nestplaats. Voor de uitgebreide effectbeoordeling wordt verwezen naar bijlage 17. Het is niet helemaal uitgesloten dat roerdomp op een andere locatie in De Groene Ster tot broeden komt. De kans daarop is echter klein, omdat de broedlocatie van 2020 in een voor recreanten niet toegankelijke locatie ligt en er bovendien op deze locatie voldoende riet op een geïsoleerde locatie in het water aanwezig is (bijlage 17).

Indien roerdomp bij de broedvogelcheck voorafgaande aan een evenement in het broedseizoen op een andere locatie broedend wordt aangetroffen, zal (net als voor bezette nesten van andere vogelsoorten) door de betrokken ecoloog worden bepaald of maatregelen moeten worden getroffen om verstoring te voorkomen. Effectbeoordeling overige soorten Met betrekking tot overige broedvogelsoorten kan ervan uitgegaan worden dat geen verbodsbepalingen worden overtreden als activiteiten buiten het broedseizoen plaatsvinden. Een standaardperiode voor het broedseizoen is er niet; van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Voor de meeste vogels geldt dat het broedseizoen ongeveer van 15 maart tot 15 juli duurt. Het bestemmingsplan maakt geen evenementen mogelijk tussen 15 oktober en 14 mei, zodat geen evenementen plaatsvinden in de kwetsbare vestigingsfase van broedvogels.

Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020

52

Voor de periode van 15 mei tot en met 31 augustus zal een ecoloog voorafgaand aan een evenement door middel van een broedvogelinventarisatie in kaart brengen welke maatregelen moeten worden genomen om negatieve effecten op broedvogels als gevolg van een evenement te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan maatregelen als het uitrasteren en/of afschermen van kwetsbare locaties. Hierdoor kan vernietiging en verstoring van nestplaatsen voorkomen worden. Deze werkwijze is onder meer in 2019 al toegepast. Tijdens de twee festivals die in 2019 in het broedseizoen werden uitgevoerd, namelijk Promised Land en Welcome to the Village, zijn broedvogelinventarisaties uitgevoerd. De resultaten zijn gerapporteerd in Zweemer (2019a) en Zweemer (2019c). Hierbij is de zangactiviteit kort voorafgaand en kort na de evenementen geïnventariseerd. Uit beide onderzoeken komt naar voren dat broedvogels op het evenemententerrein geen verhoogde zangpiek toonden na afloop van de evenementen. Een verhoogde zangpiek kan erop duiden dat een broedsel verstoord is. Buiten het evenemententerrein werd tijdens beide evenementen wel een duidelijk verhoogde zangpiek vastgesteld bij een aantal vogelsoorten. Bij het Promised Land festival ging het om 7 vogels, te weten kleine karekiet (2x), roodborst (1x), tuinfluiter (1x), winterkoning (1x) en zwartkop (2x).

Bij Welcome to the Village werd een duidelijk verhoogde zangpiek vastgesteld bij 3 vogels, namelijk Kleine karekiet (1x) en Winterkoning (2x). Omdat er bij vogels binnen de festivalterreinen geen verhoogde zangpiek werd vastgesteld, kan de verhoogde zangpiek niet worden toegeschreven aan verstoring door de twee evenementen. Deze verhoogde zangpiek kan veroorzaakt zijn door andere factoren, zoals recreatie in De Groene Ster, of op toeval berusten (Zweemer 2019a en 2019c). Doordat beide evenementen volgens de voorwaarden zijn uitgevoerd die in het bestemmingsplan worden voorgeschreven, mag worden verwacht dat ook de evenementen die het bestemmingsplan mogelijk maakt niet zullen leiden tot verstoring van broedvogels. De broedvogels in het plangebied zijn in de huidige situatie ook al tot op zekere hoogte gewend aan geluidsverstoring en optische verstoring door recreanten in het gebied en door de jaarlijkse muziekfestivals. Daarom en op grond van de voorgaande analyse over de effecten van muziekevenementen op broedvogels, waaruit blijkt dat nesten niet verlaten worden tijdens muziekevenementen buiten de kwetsbare vestigingsperiode en geen aantoonbare verstoring optreedt, zijn geen negatieve effecten op broedvogels als gevolg van de evenementen te verwachten.

Deze conclusie wordt ook getrokken in de rapportage van Van Hooff (2019b) waarin de geluidseffecten van de evenementen die het bestemmingsplan mogelijk maakt nader zijn getoetst.

8.5

Amfibieën

Inventarisatie Uit de directe omgeving van het plangebied zijn enkele algemene amfibieënsoorten bekend, te weten bastaardkikker, bruine kikker, meerkikker, gewone pad en kleine watersalamander. Voor deze soorten is binnen het plangebied geschikt voortplantingsbiotoop en landbiotoop aanwezig. Voor deze algemene soorten die niet in hun voortbestaan worden bedreigd, geldt in de provincie Fryslân een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wnb bij ruimtelijke ontwikkelingen. Deze vrijstelling geldt volgens de provincie Fryslân echter niet voor evenementen.

Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020

53

Uit de omgeving zijn ook de niet-vrijgestelde soorten heikikker (0-1 kilometer) en rugstreeppad (1-5 kilometer) bekend. Rugstreeppadden zijn aangewezen op ondiepe, snel opwarmende plaatsen en locaties met vergraafbare zandgrond, die ontbreken in het plangebied. Deze soort komt in de omgeving van het plangebied voor in de Ryptsjerksterwinterpolder (Van der Heijden, 2018a). De heikikker was aan de zuidzijde van het recreatiegebied De Groene Ster bekend uit twee gebieden (Van der Heijden, 2018a; zie figuur 13). Het voortplantingsbiotoop wordt hier gevormd door twee plassen die worden omgeven door vochtige tot natte ruigtes en vochtige loofbossen die hier het landbiotoop voor heikikker vormen. In 2019 is nader onderzoek uitgevoerd naar heikikker, waarbij binnen het plangebied opnieuw uitsluitend voortplanting is vastgesteld bij deze twee plassen. Aan de noordoostrand van het plangebied is echter ook een heikikker gevangen (zie figuur 14). Hier kon echter geen voortplanting vastgesteld worden. Het voortplantingsbiotoop van heikikker aan de zuidzijde van het plangebied valt buiten de begrenzing van het plangebied.

Het belangrijkste landbiotoop, de vochtige bosschages en oevervegetatie nabij het voortplantingswater (zie figuur 15), is eveneens buiten de begrenzing van het plangebied gehouden en van de omringende bosschages kunnen alleen de paden worden gebruikt ten behoeve van evenementen. Deze paden vormen echter geen geschikt landbiotoop voor heikikker. Aan de noordoostzijde van het plangebied is geen voortplanting van heikikker (roepende dieren of eiklompen) vastgesteld, zodat het hier vastgestelde individu mogelijk afhankelijk is van voortplantingswater buiten het plangebied, bijvoorbeeld op het nabijgelegen terrein van Aqua Zoo. In dit deel van het plangebied zijn met name de wateren en de met vochtige tot natte ruigte begroeide oevers geschikt als leefgebied voor heikikker. Deze vormen tevens leefgebied van waterspitsmuis en zijn daarom buiten de begrenzing van het evenemententerrein gehouden. De relatief droge bosschages ten westen van deze locatie zijn veel minder geschikt als landbiotoop voor heikker (Van Hooff, 2019d).

Figuur 15. Wateren met kooractiviteit (blauw) van heikikker en vangsten van heikikker binnen het plangebied (groen) naar Oevering (2019). (Bron kaartondergrond: www.ruimtelijkeplannen.nl).

Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020

54

Effectbeoordeling Het plan maakt geen ontwikkelingen of activiteiten mogelijk in voortplantings- of landbiotoop van de heikikker. Daarom zijn geen negatieve effecten op leefgebied van deze soort te verwachten. Zo maakt het plan geen kamperen in de bosschages of met ruigte begroeide oevers nabij voortplantingswater mogelijk, die van belang kunnen zijn als landbiotoop van heikikker. De evenementen vinden plaats op de grasvelden en verharding binnen het plangebied die regelmatig gemaaid worden in het kader van het reguliere beheer en onderhoud van De Groene Ster en jaarlijks gebruikt worden als evenemententerrein, waardoor ze in tegenstelling tot de bosschages ongeschikt zijn als permanent leefgebied voor heikikker en andere algemene amfibieën. Als gevolg van de evenementen zullen daarom geen vaste verblijfplaatsen verloren gaan. Het is echter niet uitgesloten dat enkele individuen van heikikker en andere amfibieënsoorten, zoals gewone pad en bruine kikker, aanwezig zijn in de wat ruigere graslanden die enige tijd niet gemaaid zijn. Om effecten op deze algemene amfibieënsoorten te voorkomen, wordende grasvelden voorafgaand aan het evenement gemaaid.

De eventueel aanwezige amfibieën zullen bij het aanvoelen van trillingen van de maaimachine wegvluchten en uitwijken naar de nabijgelegen bosschages of de met ruigte begroeide oeverzones waar in ruime mate alternatief en hoogwaardiger leefgebied aanwezig is. Negatieve effecten op algemene amfibieënsoorten treden in dat geval niet op, zodat een ontheffing van de Wnb niet nodig is. Het plan maakt in vrijwel alle bosschages ook geen kamperen mogelijk, omdat de bosschages van belang kunnen zijn als landbiotoop van een aantal algemene amfibieënsoorten. In de bosschages binnen de rode begrenzing van figuur 6 kan echter wel gekampeerd worden mits binnen een week voorafgaand aan het evenement door een deskundig ecoloog is vastgesteld dat aantasting van verblijfplaatsen van algemene amfibieën kan worden voorkomen. De reden dat deze bosschages mogelijk wel kunnen worden gebruikt om te kamperen, heeft ermee te maken dat in deze bosschages is over het algemeen weinig ondergroei aanwezig is. Naar verwachting zal ook geen sprake zijn van het snel dichtgroeien van open delen. Gelet hierop zijn de bosschages voorafgaand aan een evenement snel te controleren op de aanwezigheid van (verblijfplaatsen van) amfibieën.

Ook voorafgaand aan het gebruik van het crewterrein met de tijdelijke toegangsweg aan de oostzijde van het plangebied het noodzakelijk om voorafgaand aan de opbouw en het gebruik een veldbezoek uit te voeren om de actuele situatie met betrekking tot algemene grondgebonden zoogdieren in beeld te brengen. Indien verblijfplaatsen van beschermde soorten worden aangetroffen, dan dienen maatregelen genomen te worden om deze te ontzien zoals het aanhouden van voldoende afstand.

8.6

Reptielen

Inventarisatie De levendbarende hagedis wordt genoemd in de gegevens van Quickscanhulp.nl (zie bijlage 2). Voor deze soort, die is aangewezen op vochtige hoogveen- en heidegebieden of structuurrijke ruigtes, ontbreekt geschikt leefgebied echter in het plangebied. Voor ringslang is in potentie wel geschikt leefgebied aanwezig in het plangebied, maar deze soort is in de wijde omgeving van het plangebied

Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020

55

niet bekend (zie bijlage 2) en de soort is nooit waargenomen in het plangebied (Van der Heijden, 2018a). Geschikt leefgebied voor andere reptielensoorten ontbreekt in het plangebied. Effectbeoordeling De aanwezigheid van beschermde reptielen kan worden uitgesloten. Als gevolg van de ontwikkelingen zijn dan ook geen negatieve effecten op beschermde soorten te verwachten.

8.7

Vissen

Inventarisatie De vissoort grote modderkruiper is bekend uit de directe omgeving van het plangebied (zie bijlage 2). Deze soort is aangewezen op verlandende watergangen met een goed ontwikkelde watervegetatie. De grote modderkruiper is eerder niet in het plangebied aangetroffen (Van der Heijden, 2018a). Op basis van het aanwezige biotoop kan de aanwezigheid van de soort echter niet volledig worden uitgesloten. Zo zijn aan de noord- en oostzijde van het plangebied enkele watergangen aanwezig die in potentie geschikt zijn voor deze soort. In natuurgebieden in de omgeving is echter hoogwaardiger leefgebied voor de grote modderkruiper aanwezig. Effectbeoordeling Het bestemmingsplan maakt geen activiteiten in of op het water mogelijk anders dan het bestaande gebruik van het recreatiegebied. Fysieke aantasting van leefgebied van de grote modderkruiper vindt niet plaats. Bij de evenementen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, wordt geluid boven water geproduceerd en voor het grootste deel door het wateroppervlak teruggekaatst. In tegenstelling tot bijvoorbeeld heiwerkzaamheden in het water en scheepsschroeven, zorgt evenementengeluid daarom niet voor een hoog niveau van onderwatergeluid. Negatieve effecten op de grote modderkruiper als gevolg van het bestemmingsplan zijn dan ook niet te verwachten.

Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020

56

8.8

Ongewervelden

Inventarisatie Uit de directe omgeving (0-1 kilometer) van het plangebied zijn 4 beschermde ongewervelden bekend, te weten de libellensoorten groene glazenmaker, gevlekte witsnuitlibel, sierlijke witsnuitlibel en de dagvlindersoort grote vos (zie bijlage 2). De groene glazenmaker is aangewezen op grotere krabbenscheervegetaties. Krabbenscheer is aanwezig in een aantal smalle watergangen aan de noordzijde van het plangebied, maar het is niet duidelijk of de groene glazenmaker hier voorkomt (Van der Heijden, 2018a). Het is op basis van het biotoop echter niet uitgesloten dat de groene glazenmaker binnen het plangebied voorkomt. De gevlekte en sierlijke witsnuitlibel zijn zeldzame libellensoorten die zijn aangewezen op wateren met een goede waterkwaliteit en een goed ontwikkelde watervegetatie. De soorten komen daardoor vrijwel uitsluitend voor in natuurgebieden. Geschikt biotoop voor deze soorten is aanwezig in de natuurgebieden in de omgeving van het plangebied, waarbij het niet is uitgesloten dat enkele zwervende individuen ook in het plangebied aanwezig zijn. De dagvlindersoort grote vos plant zich nog maar onregelmatig voort in Nederland, maar kan incidenteel als zwerver in heel Nederland en dus ook in het plangebied opduiken. Een populatie van deze soort in het plangebied kan echter worden uitgesloten.

Van der Heijden (2018a) meldt daarnaast dat de gestreepte waterroofkever en platte schijfhoren mogelijk in wateren binnen het plangebied voorkomen. Het voorkomen van andere in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde ongewervelden kan worden uitgesloten op grond van de verspreiding en/of het ontbreken van geschikt biotoop. Effectbeoordeling Het plan maakt geen ontwikkelingen of activiteiten mogelijk in de watergangen die mogelijk leefgebied vormen van groene glazenmaker, gestreepte waterroofkever en platte schijfhoren. Als gevolg van de ontwikkelingen zijn dan ook geen negatieve effecten op beschermde ongewervelden te verwachten.

Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020

57

9

Mitigerende maatregelen en leemten in kennis 9.1

Mitigerende maatregelen

9.1.1 Maatregelen gebiedenbescherming Wnb Maatregelen ten aanzien van verlichting In de regeling van het bestemmingsplan is opgenomen dat de verlichting bij evenementen in het plangebied niet direct uit mag stralen op het oppervlaktewater in en om het plangebied, met uitzondering van vleermuisvriendelijke amberkleurige of rode verlichting Deze maatregel is opgenomen om negatieve effecten op foeragerende en langsvliegende meervleermuizen te voorkomen. Verder wordt voor een muziekevenement een lichtplan opgesteld door een ter zake kundige. Voorafgaand aan een muziekevenement wordt verder een lichtschouw uitgevoerd door een deskundige. Zo nodig wordt de verlichting anders gericht om directe lichtuitstraling te voorkomen. Ook deze maatregel wordt genomen om verstoring van meervleermuis te voorkomen (en tevens om effecten op beschermde soorten te voorkomen). Maatregelen ten aanzien van stikstof Voor zover bij muziekevenementen gebruik wordt gemaakt van verreiker, gator, heftruck en telescopische hoogwerker en aggregaten, dient gebruik te worden gemaakt van materieel van stageklasse IV (of een hogere klasse).

9.1.2 Maatregelen soortenbescherming Wnb en provinciaal natuurbeleid Delen van het plangebied buiten het evenemententerrein Om negatieve effecten op broedvogels, zoogdieren, waaronder waterspitsmuis, en amfibieën, waaronder heikikker, te voorkomen, is in het bestemmingsplan opgenomen dat delen van De Groene Ster niet voor evenementen mogen worden gebruikt. -

Met ruigte begroeide oevers die onderdeel vormen van het leefgebied van waterspitsmuis (zie figuur 13) mogen niet worden gebruikt ten behoeve van evenementen.

-

Tevens is opgenomen dat de bosschages niet mogen worden gebruikt voor muziekevenementen en overige evenementen om aantasting van nest- en verblijfplaatsen of verstoring te voorkomen, met uitzondering van het hieronder bij ‘bosschages’ beschreven gebruik en onder de daar beschreven voorwaarden.

-

Leefgebieden van roerdomp en heikikker zijn buiten het evenemententerrein of plangebied gehouden om te kunnen waarborgen dat geen verstoring of aantasting van leefgebied plaatsvindt.

Bosschages In de bosschages kunnen enkele activiteiten plaatsvinden, waarvoor echter een aantal mitigerende maatregelen noodzakelijk is. Om verstoring van broedvogels en de andere hiervoor genoemde soort(groep)en te voorkomen, zijn de volgende maatregelen nodig:

Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020

58

-

De bosschages mogen niet ten behoeve van evenementen worden gebruikt, met uitzondering van enkele deelgebieden die tussen 1 augustus en 15 oktober kunnen worden gebruikt om te kamperen (zie figuur 6) of waar een klein dansvloertje mag worden gebruikt (zie figuur 11). Als voorzorgsmaatregel wordt binnen een week voorafgaand aan dit gebruik door een ecologisch deskundige een veldbezoek uitgevoerd waarin wordt bepaald welke delen van de bosschage kunnen worden vrijgegeven voor het gebruik. Zo nodig worden kwetsbare locaties afgeschermd of afgezet.

Hierdoor wordt aantasting van leefgebied en verblijfplaatsen van beschermde vogels, zoogdieren en amfibieën voorkomen en waar nodig worden afschermingsmaatregelen genomen om verstoring van bijvoorbeeld broedvogels te voorkomen. Muziekevenementen tijdens het broedseizoen Voor muziekevenementen die tussen 15 mei en 31 augustus plaatsvinden, wordt de volgende maatregel genomen om verstoring van broedende vogels te voorkomen: -

Binnen een week voorafgaand aan een muziekevenement, wat tussen 15 mei en 31 augustus wordt gehouden, wordt een veldbezoek uitgevoerd door een ecologisch deskundige. Hierbij wordt bepaald of maatregelen moeten worden getroffen om verstoring van broedende vogels te voorkomen, zoals het afschermen of afzetten van een broedplaats.

Maaibeheer De grasvelden die worden gebruikt als evenemententerrein worden voorafgaand aan een evenement gemaaid. De eventueel aanwezige amfibieën en grondgebonden zoogdieren zullen bij het aanvoelen van trillingen van de maaimachine wegvluchten en uitwijken naar de nabijgelegen bosschages of de met ruigte begroeide oeverzones waar in ruime mate alternatief en hoogwaardiger leefgebied aanwezig is. De grasvelden worden ongeschikt voor algemene amfibieën en zoogdieren, waardoor negatieve effecten door het evenement kunnen worden uitgesloten. Maatregelen ten aanzien van verlichting In de regeling van het bestemmingsplan is opgenomen dat de verlichting bij evenementen in het plangebied niet direct uit mag stralen op het oppervlaktewater in en om het plangebied. Deze maatregel is opgenomen om negatieve effecten op foeragerende en langsvliegende vleermuizen te voorkomen (zie ook hierboven bij gebiedenbescherming).

9.2

Leemten in kennis

Vliegroutes meervleermuis Het is op dit moment niet duidelijk wat het relatieve belang is van de vliegroute langs het Alddeel (deze valt buiten het plangebied) en van de oost-westvliegroute door het plangebied voor de kraamkolonie in Camminghaburen. Het is om deze redenen ook niet exact mogelijk om te bepalen wat het belang is van de oost-westvliegroute voor de instandhoudingsdoelstelling voor meervleermuizen van Natura 2000-gebied Groote Wielen. Daarom is in de effectbeoordeling gekozen om ervan uit te gaan

Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020

59

dat ook oost-westvliegroute door het plangebied een essentiële vliegroute is (worst case-benadering), een keuze die gerechtvaardigd is gelet op de aantallen meervleermuizen langs deze vliegroute in 2019 (Van Hooff et al., 2020). Drempelwaarden kunstlicht Verschillende onderzoeken laten zien dat Myotis-soorten, waaronder de meervleermuis, gevoelig zijn voor verstoring door wit en groen licht (Kuijper et al., 2006; Spoelstra et al., 2017). Onderzoeken die aantonen vanaf welke lichtsterkte een negatief effect zichtbaar is op het foeragerende of langsvliegende meervleermuizen op hun vliegroute ontbreken echter. Nog minder is bekend vanaf welke mate van verlichting een significant negatief effect op de functionaliteit van verblijfplaatsen van meervleermuis en de bereikbaarheid van Natura 2000-gebieden als foerageergebied optreedt. De opgenomen effectbeoordeling gaat er daarom vanuit dat geen negatief effect optreedt op meervleermuizen als geen sprake is van directe lichtuitstraling op het wateroppervlak (anders dan vleermuisvriendelijke amberkleurige of rode verlichting). Er zijn aanwijzingen dat verlichting niet altijd leidt tot negatieve effecten op meervleermuizen. Zo had de aangebrachte verlichting geen invloed op het uiteindelijk passerende aantal meervleermuizen langs vliegroutes (Kuijper et al., 2006).

Na afloop van het Promised Land festival in 2018 foerageerden meerdere meervleermuizen tot op anderhalve meter van het strand van de Kleine zwemplas in het plangebied, waar toen verlichting aanwezig was in de vorm van vuurkorven en priklint (Zweemer, 2018). Deze onderzoeken duiden erop dat het volledig uitsluiten van lichtuitstraling (anders dan vleermuisvriendelijke amberkleurige of rode verlichting) een wel erg voorzichtige benadering is. Meer inzicht in de dosis-effectrelatie van het effect van kunstlicht op meervleermuizen is daarom dringend gewenst. Hiertoe is in 2019 nader onderzoek uitgevoerd. Uit lichtmetingen in combinatie met vleermuisonderzoek tijdens de evenementen van 2019 (zie Van Hooff et al., 2020) blijkt dat de vliegroute onder de voorwaarden uit de kaderstelling voor evenementen in De Groene Ster in 2019, die ook in het bestemmingsplan is opgenomen, functioneel blijft. Meervleermuizen keren niet om als ze het evenemententerrein naderen. Ook vindt onder die omstandigheden geen dusdanige verstoring van foeragerende meervleermuizen plaats dat dit een negatief effect zou kunnen hebben op meervleermuis.

Tijdens hetzelfde onderzoek is ook gekeken of op basis van de gemeten verlichtingssterktes kon worden bepaald vanaf welke verlichtingssterkte in lux verstoring van meervleermuizen zichtbaar is, met andere woorden: is er een drempelwaarde voor licht waarbij meervleermuizen een gedragsverandering laten zien? Bij eerder onderzoek door Kuijper et al. (2008) bleek dat meervleermuizen op hun vliegroute omkeerden bij een Lux-waarde van 0,6 tot 3,2 Lux. Tijdens de evenementen in De Groene Ster leidde de verlichting echter met dezelfde of hogere Lux-waarden niet tot een vergelijkbare verstoring. Dit verschil kan worden verklaard door verschillen in lichtkleur tussen de twee onderzoeken of door de positionering van de verlichting (Van Hooff et al., 2020). Bij het evenemententerrein schijnt de verlichting vanaf de zijkant op de vliegroute, terwijl tijdens het onderzoek van Kuijper et al. (2006) verlichting ook recht op de aanvliegende meervleermuizen werd gericht. Het is dus (nog) niet goed mogelijk om

Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020

60

een drempelwaarde van verlichtingssterkte vast te stellen waaronder geen verstoring van meervleermuis optreedt. Het onderzoek van Van Hooff et al. (2020) toont echter wel aan dat een overtreding van de Wnb ten aanzien van meervleermuis kan worden voorkomen door tijdens de evenementen in De Groene Ster te werken volgens de kaders voor evenementen die in het bestemmingsplan zijn opgenomen.

Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020

61

10 Conclusie en consequenties 10.1 Beschermde gebieden Wet natuurbescherming Bij de opbouw van de muziekevenementen dient gebruik te worden gemaakt van stageklasse IVmateriaal (of een hogere klasse) bij het gebruik van verreiker, gator, heftruck, telescopische hoogwerker en aggregatenen dient directe lichtuitstraling op het oppervlaktewater te worden voorkomen. In dat geval leiden de evenementen die het bestemmingsplan mogelijk maakt afzonderlijk en in cumulatie met andere projecten, niet tot significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied Groote Wielen en andere Natura 2000-gebieden. Het plan is op het punt van de gebiedenbescherming niet in strijd met de Wet natuurbescherming. Provinciaal ruimtelijk natuurbeleid De evenementen leiden niet tot negatieve effecten op het NNN, ‘natuur buiten het NNN’ of weidevogelkansgebieden, met inachtneming van de in paragraaf 9.1.2 opgenomen voorzorgsmaatregelen. Het plan is niet in strijd met de Verordening Romte Frylân.

10.2 Beschermde soorten Vogels Het bestemmingsplan maakt geen evenementen mogelijk tussen 15 oktober en 14 mei, zodat geen evenementen plaatsvinden in de kwetsbare vestigingsfase van broedvogels. Voor de periode van 15 mei tot en met 31 augustus is in het bestemmingsplan opgenomen dat een ecoloog voorafgaand aan een muziekevenement door middel van een broedvogelinventarisatie in kaart dient te brengen welke maatregelen moeten worden genomen om negatieve effecten op broedvogels als gevolg van een evenement te voorkomen. Onder die voorwaarden zorgen de evenementen die het bestemmingsplan mogelijk maakt niet voor negatieve effecten op broedende vogels. BROEDVOGELS MET JAARROND BESCHERMDE NESTEN Onder bovenstaande voorwaarden leidt het plan niet tot negatieve effecten op broedvogels met jaarrond beschermde nesten, waaronder ransuil en roek. Effecten door vernietiging of verstoring van nestplaatsen en verlies van foerageergebied blijven in dat geval achterwege. Negatieve effecten op vogels met jaarrond beschermde nesten als gevolg van de evenementen zijn dan ook niet te verwachten. Vleermuizen Het plan leidt niet tot negatieve effecten op vleermuizen, waaronder de meervleermuis, doordat aantasting van verblijfplaatsen en verstoring van verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebied als gevolg van de evenementen achterwege blijven. Voor meervleermuis wordt dit bereikt doordat geen

Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020

62

directe lichtuitstraling op het oppervlaktewater plaatsvindt, met uitzondering van vleermuisvriendelijke amberkleurige of rode verlichting. Grondgebonden zoogdieren WATERSPITSMUIS Negatieve effecten op waterspitsmuis treden niet op doordat de met ruigte begroeide oevers binnen 2 meter van het water die onderdeel kunnen zijn van het leefgebied van waterspitsmuis in het plangebied niet mogen worden gebruikt ten behoeve van evenementen en doordat podia op tenminste 5 meter van de oever moeten worden geplaatst. Daarmee is geen sprake van verbodsovertredingen van de Wnb ten aanzien van deze soort. ALGEMENE SOORTEN De evenementen vinden plaats op de grasvelden en verharding binnen het plangebied die in tegenstelling tot de bosschages ongeschikt zijn als permanent leefgebied voor de algemene zoogdiersoorten, mede doordat de graslanden jaarlijks worden gemaaid in het kader van het reguliere beheer en onderhoud van De Groene Ster. Als gevolg van de evenementen zullen daarom geen vaste verblijfplaatsen van algemene grondgebonden zoogdiersoorten verloren gaan. Het is echter niet uitgesloten dat enkele individuen van algemene muizensoorten aanwezig zijn in de wat ruigere graslanden die enige tijd niet gemaaid zijn. Om effecten op deze algemene muizensoorten te voorkomen, worden de grasvelden voorafgaand aan het evenement gemaaid.

De muizen zullen dan uitwijken naar de nabijgelegen bosschages of de met ruigte begroeide oeverzones waar in ruime mate alternatief en hoogwaardiger leefgebied aanwezig is. Het plan maakt ook geen kamperen mogelijk in bosschages op locaties waar verblijfplaatsen van grondgebonden zoogdieren aanwezig zijn. In enkele bosschages kan wel gekampeerd worden mits binnen een week voorafgaand aan het evenement door een deskundig ecoloog is vastgesteld dat aantasting van verblijfplaatsen van algemene grondgebonden zoogdieren kan worden voorkomen. Negatieve effecten op algemene grondgebonden zoogdieren treden in dat geval niet op, zodat een ontheffing van de Wnb niet nodig is. Amfibieën HEIKIKKER Negatieve effecten op heikikker treden niet op doordat de voortplantingswateren en het landbiotoop van heikikker buiten de begrenzing van in het evenemententerrein vallen. Daarmee is geen sprake van verbodsovertredingen van de Wnb ten aanzien van deze soort. ALGEMENE SOORTEN De evenementen maken geen kamperen in bosschages mogelijk, die van belang kunnen zijn als landbiotoop van amfibieën. In enkele bosschages kan wel gekampeerd worden mits binnen een week voorafgaand aan het evenement door een deskundig ecoloog is vastgesteld dat aantasting van verblijfplaatsen van algemene amfibieën kan worden voorkomen.

De evenementen vinden plaats op de grasvelden en verharding binnen het plangebied die in tegenstelling tot de bosschages ongeschikt

Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020

63

zijn als permanent leefgebied voor de algemene amfibieën, mede doordat de graslanden jaarlijks worden gemaaid in het kader van het reguliere beheer en onderhoud van De Groene Ster. Als gevolg van de evenementen zullen daarom geen vaste verblijfplaatsen verloren gaan. Het is echter niet uitgesloten dat enkele individuen van algemene amfibieënsoorten, zoals gewone pad en bruine kikker, aanwezig zijn in de wat ruigere graslanden die enige tijd niet gemaaid zijn. Om effecten op deze algemene amfibieënsoorten te voorkomen, worden de grasvelden voorafgaand aan het evenement gemaaid. De algemene amfibieën zullen dan uitwijken naar de nabijgelegen bosschages of de met ruigte begroeide oeverzones waar in ruime mate alternatief en hoogwaardiger leefgebied aanwezig is. Negatieve effecten op algemene amfibieënsoorten treden in dat geval niet op, zodat een ontheffing van de Wnb niet nodig is. Overige soortgroepen Op basis van de geraadpleegde bronnen is een voldoende beeld van de soortgroepen planten, reptielen, vissen en ongewervelden ontstaan. Negatieve effecten op beschermde soorten als gevolg van de ontwikkelingen zijn niet aan de orde.

10.3 Uitvoerbaarheid Uit het onderzoek blijkt dat de natuurwaarden geen belemmering vormen voor de uitvoerbaarheid van de evenementen die het bestemmingsplan mogelijk maakt. Het plan leidt met inachtneming van de in dit rapport opgenomen mitigerende maatregelen niet tot negatieve effecten op beschermde soorten of beschermde gebieden. Gezien de betroffen soorten en de in dit rapport voorziene plannen en activiteiten behoudt dit ecologisch onderzoek drie jaar zijn geldigheid voor een wettelijke of juridische procedure. Bij aanpassingen van het oorspronkelijke plan en veranderingen in de terreinomstandigheden van het plangebied, die kunnen leiden tot andere inzichten met betrekking tot natuurwaarden, zal een actualisatie moeten plaatsvinden. Dit geldt ook wanneer het beleid voor beschermde gebieden en soorten in de omgeving verandert.

Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020

64

11 Bronnen -

BIJ12 (2017). Kennisdocument roek - Corvus frugilegus, versie 1.0

-

Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys (2016). Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Zoogdiervereniging. P. 192 – 194

-

De Vries, E.W. (2014). Ecologische begeleiding Pussy Lounge festival 2014 te Breda. A&Wnotitie 2225. Altenburg & Wymenga bv, Feanwâlden.

-

De Vries, E.W. (2015). Ecologische begeleiding Pussy Lounge festival 2015 te Breda. A&Wnotitie 2353. Altenburg & Wymenga bv, Feanwâlden.

-

De Vries, E.W. (2016). Mysteryland en de Flora- en faunawet. Stand van zaken september 2016. A&W-rapport 2269. Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Feanwâlden.

-

Haarsma, A.-J. (2011). De meervleermuis in Nederland. Rapport nr. 2011.40. Zoogdiervereniging, Nijmegen.

-

Haarsma, A.-J. (2012). De meervleermuis en Natura 2000 in Nederland, locaties van alle mannen- en kraamverblijven. Bijlage bij rapport 'De meervleermuis in Nederland'.

-

Haarsma, A.-J. (2015) Doe meer met vliegroutes van de meervleermuis. VLEN Nieuwsbrief 74

-

Hille Ris Lambers, I., F.L.A. Brekelmans, K. Krijgsveld & M. van der Valk (2009). Effecten van evenementen in Stadspark Schothorst te Amersfoort op beschermde soorten. Bureau Waardenburg, rapport nr. 09-085

-

Kroezen, E. (2019). Nader onderzoek Leeuwarden, Groene Ster, BMP; meervoudig onderzoek naar broedvogels in het kader van de Wet Natuurbescherming (Wnb).JM Ecologie, rapport: R19.026, versie 1.0

-

Kuijper, D.P.J., J. Schut, A-.J. Haarsma, J. Ouwehand, H.J.G.A. Limpens en J. van Dullemen (2006). Meervleermuizen in Fryslân: kennisontwikkeling voor soortbescherming. A&W-rapport 748, Altenburg & Wymenga, Veenwouden.

-

Krijgsveld, K.L., R. Jonkvorst & F. van der Vliet (2012). Effecten van dancefestival Amsterdam Open Air op broedvogels. Project nr.: 12-211.

-

Kroezen, E. (2019). Nader onderzoek Leeuwarden Groene ster, BMP; meervoudig onderzoek naar broedvogels in het kader van de Wet Natuurbescherming (Wnb). JM Ecologie, rapport R19.026

-

Kroezen, E. (2019b). Beheeradvies Leeuwarden, Groene Stergebied. Advisering in het behouden van natuurwaarden in het kader van de Wet natuurbescherming (soortbescherming). JM Ecologie, rapport R19.003

-

Kroezen, E. & W. Oevering (2019). Nader onderzoek Leeuwarden, Groene Stergebied, muizen; vallenonderzoek naar waterspitsmuis in het kader van de Wet Natuurbescherming (Wnb) JM Ecologie, rapport R19.003

-

Kyba, C., A. Mohar & T. Posch (2017). How bright is moonlight? Astronomy and Geophysics, 58 (1), p. 1.31-1.32

-

Melis, J. (2019). Nader onderzoek Leeuwarden, Groene stergebied, vliegroute meervleermuis. Vleermuisonderzoek in het kader van de soortenbescherming uit de Wet natuurbescherming (Wnb). JME-rapport R19.048. JM-ecologie, Jubbega.

Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020

65

-

Oudega, H. (2012). Monitoring broedvogels Festival Fusion of Dance. Tauw, projectnr. 1207738

-

H. Oudega, H., R. van der Vliet, A. van Hooff & J. Nagtegaal (2018). Kennisdocument Vuurwerk en Wet natuurbescherming. Tauw bv

-

Oevering, W. (2019). Nader onderzoek Groene ster, heikikker; meervoudig onderzoek naar heikikker in het kader van de Wet Natuurbescherming (Wnb). JM Ecologie, rapport R19.018 Versie : 1.1

-

Provincie Fryslân (2013). Beheerplan Natura 2000-gebied Groote Wielen.

-

Reijnen, R., Foppen, R. & Veenbaas, G. (1997); Disturbance by traffic of breeding birds: evaluation of the effect and considerations in planning and managing road corridors. Biodiversity and Conservation 6, 567-581.

-

Reimerink, J. & A. van Hooff (2018). Natuurtoets soortenbescherming voor 12 evenementdagen Evenementenlocatie Vliegveld Twenthe. Tauw bv.

-

Rydell, J. (1992). Exploitation of Insects around Streetlamps by Bats in Sweden. Functional Ecology Vol. 6, No. 6, pp. 744-750

-

Schat, L.N. (2016). Notitie Nacontrole Promised Land Festival. In het kader van de Flora- en faunawet. Regelink Ecologie & Landschap, rapport NO16144-03.

-

Spoelstra, K., R.H.A. van Grunsven, J.J.C. Ramakers, K.B. Ferguson, T. Raap, M. Donners, E.M. Veenendaal & M.E. Visser (2017). Response of bats to light with different spectra: light-shy and agile bat presence is affected by white and green, but not red light. Proc. R. Soc. B 284.

-

Van Dalen, K. (2019). Evaluatierapport roekenverjaging 2019. Een jaarlijkse evaluatie van het verjagen van roeken op overlastlocaties in de gemeente Leeuwarden. Gemeente Leeuwarden

-

Van der Heijden, E. (2018a). Ecologische beoordeling van vier meerdaagse evenementen in 2018 in de Groene Ster te Leeuwarden. A&W-rapport 2456. Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Feanwâlden.

-

Van der Heijden, E. (2018b). Notitie vliegroute meervleermuis. Altenburg & Wymenga Ecologisch Onderzoek, Feanwâlden.

-

Van Dullemen, D. & E. de Vries (2007). Effecten van het muziekfestival Mystery Land op vleermuizen. A&W-rapport 1009. Altenburg & Wymenga, ecologisch onderzoek, Veenwouden.

-

Van Hooff, A. (2019). Effecten festivalgeluid op Natura 2000-gebied Groote Wielen. Tauw bv

-

Van Hooff (2019b). Effecten festivalgeluid Groene Ster op broedvogels en vleermuizen - Wnb Soortenbescherming. Tauw bv

-

Van Hooff, A. (2019c). Festivals Groene Ster: geluidsmetingen in leefgebied Porseleinhoen. Tauw bv, rapport N001-1273578AIH-V01

-

Van Hooff (2019d). Quickscan kamperen festivals Groene Ster. Toetsing natuurwetgeving. Tauw bv, rapport R001-1273578AIH-V01

-

Van Hooff, A. (2020). Natuurtoets kamperen en gebruik compound Groene Ster Leeuwarden. Tauw bv, R001-1276623AIH-V01

-

Van Hooff, A., E. Witte, J. Stofberg & E. Petrici (2020). Festivals Leeuwarden lichtverstoring en meervleermuis. Tauw bv

-

Van Opzeeland, I., H. Slabbekoorn, T. Andringa, C. ten Cate (2007). Vissen en geluidsoverlast – Effect van geluidsbelasting onder water op zoetwatervissen.

Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020

66

-

Wintermans, G. (1991). De uitstralingseffecten van militaire geluidsproductie in de Marnewaard op het gedrag en de ecologie van wadvogels.

-

Zweemer, M. (2016). Ecologische beoordeling lichtplan en andere kwetsbare natuurwaarden Psy-Fi festival 2016, Groene Ster, Leeuwarden. Rapport nummer 2016-008.

-

Zweemer, M. (2017a). Effectrapportage naar de invloed van het Psy-Fi Festival op de aanwezige vleermuizen en overige natuurwaarden in de Groene Ster, Leeuwarden, rapportnummer 2017016. Leeuwarden, november 2017.

-

Zweemer, M. (2017b). Effectrapportage naar de invloed van het festival Promised Land op de aanwezige avifauna, vleermuizen en kwetsbare vegetatie in de Groene Ster, Leeuwarden, rapportnummer 2017-010. Leeuwarden, juli 2017.

-

Zweemer, M. (2017c). Effectrapportage naar de invloed van het festival Welcome to the Village op de aanwezige avifauna, vleermuizen en kwetsbare vegetatie in de Groene Ster, Leeuwarden, rapportnummer 2017-014. Leeuwarden, augustus 2017.

-

Zweemer, M. (2019a). Effectrapportage naar de invloed van het festival Promised Land op de aanwezige avifauna en vleermuizen in de Kleine Wielen, Leeuwarden . Ecobureau Merula

-

Zweemer, M. (2019b). Effectrapportage naar de invloed van het festival Psy-Fi op de aanwezige vleermuizen in de Kleine Wielen, Leeuwarden. Ecobureau Merula

-

Zweemer, M. (2019c). Effectrapportage naar de invloed van het festival Welcome to the Village op de aanwezige avifauna en vleermuizen in de Kleine Wielen, Leeuwarden. Ecobureau Merula

-

Zweemer, M. (2019d). Effectrapportage naar de invloed van het muziekfestival Psy-Fi op de aanwezige vleermuizen in de Kleine Wielen, Leeuwarden, rapportnummer 2018-019, Ecobureau Merula, Leeuwarden, april 2019

-

Zweemer, M. (2019e). Effectrapportage naar de invloed van het festival Promised Land op de aanwezige avifauna en vleermuizen in de Groene Ster, Leeuwarden. Ecobureau Merula, rapportnummer 2018-011, Leeuwarden, mei 2019

-

Zweemer, M. (2019f). Effectrapportage naar de invloed van theatervoorstelling Conference of the Birds en festival Welcome to the Village op de aanwezige avifauna en vleermuizen in de Kleine Wielen, Leeuwarden. Ecobureau Merula, rapportnummer 2018-015, Leeuwarden, juni 2019.

-

Effectenindicator, Ministerie van Economische Zaken, geeft generieke informatie over mogelijke effecten van activiteiten. www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/effectenindicatorappl.aspx?subj=effectenmatrix&tab=1

-

www.sovon.nl, geraadpleegd op 2 december 2012. Soortinformatie ransuil. https://www.sovon.nl/nl/soort/7670

-

www.zoogdiervereniging.nl, geraadpleegd op 2 december 2012. Soortinformatie otter. https://www.zoogdiervereniging.nl/de-otter-lutra-lutra

Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020

67

Bijlagen 1.

Soortenvrijstellinglijst provincie Fryslân

2.

Opgave van Quickscanhulp.nl

3.

Aerius-berekening

4.

Effectenindicator Natura 2000-gebied Groote Wielen

5.

Effecten geluid van festivals op Natura 2000-gebied Groote Wielen

6.

Effecten festivalgeluid Groene Ster op broedvogels en vleermuizen

7.

Locatieprofiel De Groene Ster

8.

Rapport ‘Festivals Groene Ster: geluidsmetingen in leefgebied Porseleinhoen’

9.

Rapport ‘Festivals Leeuwarden lichtverstoring en meervleermuis’

10.

Rapport onderzoek vliegroutes meervleermuis

11.

Rapport onderzoek heikikker

12.

Rapport onderzoek waterspitsmuis

13.

Rapport broedvogelonderzoek

14.

Quickscan kamperen in De Groene Ster

15.

Beheeradvies De Groene Ster

16.

Natuurtoets kamperen en gebruik compound Groene Ster Leeuwarden

17.

Nader onderzoek Roerdomp

Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020

68

Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020

69

Bijlage 1. Soortenvrijstellinglijst provincie Fryslân In onderstaande tabel zijn de soorten waarvoor in de provincie Fryslân vrijstelling geldt weergegeven (Verordening Wet natuurbescherming Fryslân 2017). Zoogdieren Aardmuis

Microtus agrestis

Bosmuis

Apademus sylvaticus

Dwergmuis

Micromys minutus

Rosse woelmuis

Clethrionomys glareolus

Veldmuis

Microtus arvalis

Woelrat

Arvicola terrestris

Dwergspitsmuis

Sorex minutus

Gewone bosspitsmuis

Sorex araneus

Huisspitsmuis

Crocidura russula

Tweekleurige bosspitsmuis

Sorex coronatus

Bunzing

Mustela putorius

Wezel

Mustela nivalis

Hermelijn

Mustela erminea

Steenmarter

Martes foina

Haas

Lepus europeus

Konijn

Oryctolagus cuniculus

Ree

Capreolus capreolus

Vos

Vulpes Vulpes

Egel

Erinaceus europaeus

Mol

Talpa europea

Reptielen en amfibieën Bruine kikker

Rana temporaria

Middelste groene kikker (bastaardkikker)

Rana esculenta

Gewone pad

Bufo bufo

Kleine watersalamander

Triturus vulgaris

Meerkikker

Rana ridibunda

Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020

70

Bijlage 2. Opgave van Quickscanhulp.nl Bekende verspreiding van soorten ten opzichte van het plangebied – levering uit de Nationale Database Flora en Fauna Disclaimer - De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in een bepaald gebied. Het systeem is in opbouw, nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door de Gegevensautoriteit Natuur gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten. © NDFF - quickscanhulp.nl 29-11-2018 14:58:11 Soort

Soortgroep

Bescherming

Afstand

Bastaardkikker

Amfibieën

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Bruine kikker

Amfibieën

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Gewone pad

Amfibieën

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Kleine watersalamander

Amfibieën

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Meerkikker

Amfibieën

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Grote vos

Insecten - Dagvlinders

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Levendbarende hagedis

Reptielen

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Grote modderkruiper

Vissen

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Aardmuis

Zoogdieren

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Bosmuis

Zoogdieren

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Bunzing

Zoogdieren

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Dwergmuis

Zoogdieren

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Dwergspitsmuis

Zoogdieren

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Egel

Zoogdieren

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Haas

Zoogdieren

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Hermelijn

Zoogdieren

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Huisspitsmuis

Zoogdieren

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Konijn

Zoogdieren

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Ree

Zoogdieren

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Rosse woelmuis

Zoogdieren

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Steenmarter

Zoogdieren

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Veldmuis

Zoogdieren

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Vos

Zoogdieren

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Waterspitsmuis

Zoogdieren

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Wezel

Zoogdieren

wnb-andere soorten

0 - 1 km

Heikikker

Amfibieën

wnb-hrl

0 - 1 km

Gevlekte witsnuitlibel

Insecten - Libellen

wnb-hrl

0 - 1 km

Groene glazenmaker

Insecten - Libellen

wnb-hrl

0 - 1 km

Sierlijke witsnuitlibel

Insecten - Libellen

wnb-hrl

0 - 1 km

Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020

71

Baardvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Gewone dwergvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Laatvlieger

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Otter

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Rosse vleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Ruige dwergvleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Watervleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

0 - 1 km

Boomvalk

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Buizerd

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Gierzwaluw

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Grote Gele Kwikstaart

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Havik

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Huismus

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Kerkuil

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Ooievaar

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Ransuil

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Roek

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Slechtvalk

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Sperwer

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Steenuil

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Wespendief

Vogels

wnb-vrl

0 - 1 km

Naaldenkervel

Vaatplanten

wnb-andere soorten

1 - 5 km

Das

Zoogdieren

wnb-andere soorten

1 - 5 km

Eekhoorn

Zoogdieren

wnb-andere soorten

1 - 5 km

Woelrat

Zoogdieren

wnb-andere soorten

1 - 5 km

Rugstreeppad

Amfibieën

wnb-hrl

1 - 5 km

Meervleermuis

Zoogdieren

wnb-hrl

1 - 5 km

Zwarte Wouw

Vogels

wnb-vrl

1 - 5 km

Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020

72

Bijlage 3. Aerius-berekening

Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 12 augustus 2020

73

Notitie stikstofdepositie Opdrachtgever: Gemeente Leeuwarden

projectnummer: 129.00.06.01.00

Van:

BügelHajema Adviseurs b.v.

Onderwerp:

Berekening stikstofdepositie tgv het bestemmingsplan Groene Ster in Leeuwarden

Datum:

28-07-2020

1. INLEIDING In het kader van het bestemmingsplan Groene Ster in Leeuwarden in de gemeente Leeuwarden de is de depositie van stikstof in Natura 2000 gebieden ten gevolge van het gebruik van de gronden voor grote en overige evenementen berekend. Het bestemmingsplan biedt de mogelijkheid tot het houden van grote evenementen (maximaal 12 dagen per jaar) en overige evenementen (maximaal 8 dagen per jaar) op een locatie in het landelijk milieu (afbeelding 1). Ten behoeve van het opbouwen en afbreken zijn respectievelijk 48 en 12 dagen gereserveerd. De depositie van stikstof in Natura 2000-gebieden ten gevolge van de emissie van NOx en NH3 van deze ontwikkeling, alsmede van het verkeer van en naar de locatie is berekend met het programmapakket AERIUS (14 januari 2020). Deze notitie vormt een toelichting op de berekening.

Afbeelding 1. Overzichtstekening

2. INVOERGEGEVENS AERIUS In AERIUS zijn standaard emissie-kengetallen opgenomen op basis waarvan de emissies van NOx en NH3 worden bepaald. Naast de bronnen de mobiele werktuigen dienen ook de verkeersbewegingen op en van en naar het terrein in de berekeningen meegenomen te worden. Conform de “Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator, 2019a” dient de verkeersgeneratie beschouwd te worden totdat het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Dit is het geval wanneer het aanen afrijdende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet, dan wel niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. De berekening heeft dienovereenkomstig plaatsgevonden. Ten behoeve van de berekening zijn de volgende invoergegevens in Aerius gebruikt. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de mobiele werktuigen en het (bouw)verkeer. 2.1

Grote evenementen

2.1.1 Mobiele werktuigen Wat betreft de mobiele werktuigen is als uitgangspunt het Psy-fy festival aangehouden. Van de in het verleden gehouden evenementen was dit verreweg het grootste, zowel in bezoekersaantallen, grondgebruik als mobiele werktuigen. Uitgaande van drie vergelijkbare evenementen met een gemiddelde duur van vier dagen met een vergelijkbare omvang van Psy-fy wordt de volgende emissie van stikstofoxide door mobiele werktuigen verwacht. De mobiele werktuigen worden deels gebruikt tijden de op- en afbouw en tijdens de festivals. Wat betreft de inzet van de mobiele werktuigen is gebruik gemaakt van het onderzoek van de Antheagroup, “Beoordeling van het aspect stikstofdepositie”, 16 mei 2018. In het aeriusmodel wordt voor het berekenen van de emissies van stikstofoxiden (NOx) van mobiele werktuigen gebruik gemaakt van de volgende formule: Emissie = Belasting * Vermogen * Emissiefactor* TAF-factor * Emissieduur Belasting:

het gedeelte van het vermogen dat gemiddeld gebruikt wordt.

Vermogen:

het (gemiddelde) vermogen van dit machinetype (kW).

Emissiefactor:

de gemiddelde emissiefactor behorend bij het bouwjaar (g/kWh).

Emissieduur:

aantal uur in gebruik.

TAF-factor:

aanpassingsfactor op de gemiddelde emissiefactor in verband met de afwijking van de gemiddelde gebruikstoepassing van dit machinetype als gevolg van wisselende vermogensvraag.

Voor de standaard grote mobiele werktuigen wordt gerekend met Stage Klasse III (globaal bouwjaar na 2010). Voor de overige mobiele werktuigen (zoals aggregaten) wordt omdat zoveel als mogelijk gewerkt wordt met schone brandstoffen gerekend met een emissiefactor behorend bij Stage Klasse IV. Dit betreft werktuigen die zijn geproduceerd in 2014 of daarna.

datum 28-07-2020

projectnummer 113.00.047.03.00

2

De berekening van de emissie NOx vindt plaats in tabel 2.1.1. Hieruit blijkt dat de totale emissie van mobiele werktuigen vanwege grote evenementen afgerond 1.143 kg NOx/jaar bedraagt. Gemiddeld duurt een evenement vier dagen. In principe kan dit ook vijf dagen duren, het maximum aantal dagen van alle evenementen gezamenlijk mag niet meer dan twaalf bedragen. tabel 2.1.1. Emissie mobiele werktuigen per groot evenement (gemiddeld 4 dagen) worst case omschrijving

verreiker gator heftruck telesc. hoogwerker scooter quad trekker overige (zoals aggregaten) totaal

aantal vermogen belasting emissie in kW in % NOx in gr. kWh 1 74 78% 3.8 10 14 50% 6.2 4 26 60% 6.2 2 50 78% 3.8 2 11 50% 6.2 1 15 50% 6.2 1 77 50% 3.3 200 75% 0.36

emissieduur in uur 184 224 184 184 224 224 184 1000

stage klasse

TAF

III III III III III III III IV

0.95 0.98 1.23 0.95 0.98 0.98 0.98 1.10

emissie per evenement NOx kg 38.3 95.3 87.6 51.8 15.0 10.2 22.9 60.0 381.1

emissie per 3 evenementen (12 dagen) NOx kg 115.0 285.8 262.7 155.4 44.9 30.6 68.7 180.0 1143.2

2.1.2 Verkeer grote evenementen (bijlage 1) Wat betreft het verkeer is rekening gehouden met de volgende uitgangspunten: -

Het aantal bezoekers van grote evenementen bedraagt maximaal 15.000 bezoekers per dag. Dit is inclusief artiesten en personeel.

-

Wat betreft de verdeling over de vervoersmodaliteiten is rekening gehouden met de volgende percentages: tabel 2.1.2.1 Verdeling en verkeersgeneratie bezoekers Bezoekers Auto Camper Georganiseerd busvervoer OV/ Shuttlebus vanaf NS station OV/ Shuttlebus tekort park. pl. Taxi/kiss & ride Fietsers Totaal

verdeling bezoekers vervoerswijze per dag 54.0% 8.100 6.0% 900 16.5% 2.475 20.0% 3.000 4.350 1.75% 263 1.75% 263

aant. per voertuig 2.5 2.5 40 40 40 2.5 1

aantal voertuigen 3.240*) 360**) 62 75 109 210 263

ritten alle grote evenementen 36.000 540 1.485 1.800 2.610 2.520 44.415

*) omdat de parkeercap. slechts 1.500 park. pl. is zullen 1.740 auto’s elders parkeren (5.100 bezoekers), die zullen met ov/shuttlebus komen. **) uitgangspunt is 2 ritten per camper per festival. De campers zijn beschouwd als middelzware mvt en opgenomen in tabel 2.1.2.2

-

Wat betreft de overige ritten (artiesten, personeel op- en afbouw) is op basis van het Psy-fy festival rekening gehouden met de volgende ritten. tabel 2.1.2.2 Verdeling en verkeersgeneratie overige aanwezigen Overige aanwezigen lichte mvt (op- en afbouw 200 ritten per evenementsdag*) middelzware mvt (campers) zware mvt (op- en afbouw 120 ritten per evenementsdag*) totaal

ritten/evenement 800 180 480

ritten alle grote evenementen 2.400 540 1.440 4.380

*) ritten vinden plaats buiten de evenementenperiode

datum 28-07-2020

projectnummer 113.00.047.03.00

3

In totaal moet voor de drie evenementen rekening worden gehouden met bijna 49.000 gemotoriseerde verkeersbewegingen waarvan ruim 40.000 over het terrein rijden. Bij de berekeningen wordt er verder van uitgegaan dat 80% van de ruim 49.000 verkeersbewegingen uit de richting Leeuwarden komt. 2.2

Overige evenementen

2.2.1 Mobiele werktuigen Wat betreft de mobiele werktuigen wordt voor de overige evenementen Stage Klasse III als uitgangspunt aangehouden (globaal bouwjaar na 2010). De berekening van de emissie NOx vindt plaats in tabel 2.2.1. Hieruit blijkt dat de totale emissie van mobiele werktuigen vanwege overige evenementen afgerond 43 kg NOx/jaar bedraagt. tabel 2.2.1. Emissie mobiele werktuigen per overig evenement worst case omschrijving

aant. verm. in kW

verreiker gator heftruck telesc. hoogwerker overige (zoals aggregaten) totaal

1 1 1 1

74 14 26 50 100

belasting emiss. in emissiestage TAF emissie per emissie 8 evein % gr. kWh duur in uur klasse evenement kg/jr nementen kg/jr 78% 50% 60% 78% 75%

3.8 6.2 6.2 3.8 0.36

8 12 8 8 36

III III III III IV

0.95 0.98 1.23 0.95 1.10

1.7 0.5 1.0 1.1 1.1 4.3

13.3 4.1 7.6 9.0 8.6 42.6

2.2.2 Verkeer overige evenementen (bijlage 2) Wat betreft het verkeer is rekening gehouden met de volgende uitgangspunten: -

Het aantal bezoekers van overige evenementen bedraagt 3.000 bezoekers per dag. Dit is inclusief artiesten en personeel.

-

Wat betreft de verdeling over de vervoersmodaliteiten is rekening gehouden met de volgende percentages: tabel 2.2.2.1 Verdeling bezoekers en verkeersgeneratie bezoekers Bezoekers Auto fietsers

-

verdeling bezoekers aant. per vervoerswijze per dag vervoerwijze 80.0% 2.400 2.5 20.0% 600 1

aantal voertuigen 1200 600

ritten alle overige evenementen 15.360 9.600

Wat betreft de overige aanwezigen (artiesten, personeel op- en afbouw) is rekening gehouden met de volgende ritten. tabel 2.2.2.2 Verdeling overige aanwezigen en verkeersgeneratie Overige aanwezigen lichte mvt (op- en afbouw evenement*) zware mvt (op- en afbouw evenement*) totaal

ritten/ evenement 40 40

ritten 8 overige evenementen 320 320 640

*) ritten vinden plaats buiten de evenementenperiode

datum 28-07-2020

projectnummer 113.00.047.03.00

4

In totaal moet voor de acht overige evenementen rekening worden gehouden met 16.000 gemotoriseerde verkeersbewegingen. Bij de berekeningen wordt er van uitgegaan dat 80% van de 16.000 verkeersbewegingen uit de richting Leeuwarden komt. 2.3

Totale emissie

De emissie van mobiele werktuigen vanwege grote evenementen bedraagt afgerond 1143 kg NOx/ jaar. Voor de 8 overige evenementen bedraagt dit 34 NOx/jaar. De emissie NOx vanwege het verkeer bedraagt ongeveer 223 kg NOx/jaar. De totale emissie bedraagt derhalve 1.408 kg NOx/jaar. 3. AERIUSMODEL De emissie en depositie van het plan zijn bepaald met behulp van het Aeriuspakket. Onderstaand is van het model een afbeelding opgenomen. De invoergegevens in het model zijn in de bijlage opgenomen.

Afbeelding 3. Model Aerius

4. REKENRESULTATEN EN CONCLUSIE De berekeningen met AERIUS genereert een rekenresultaat en een pdf-bestand waarin wordt geconstateerd dat er stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zijn met een overschrijding van een projectbijdrage van 0,01 mol N/ha/jaar. Het pdf-bestand van de berekening is separaat als bijlage opgenomen. De invoergegevens zijn opgenomen in bijlage 4.

datum 28-07-2020

projectnummer 113.00.047.03.00

5

Afbeelding 4. Rekenresultaat

5

AANVULLENDE BEREKENING

Bij de berekeningen van de grote en overige evenementen is nog veelvuldig gebruik gemaakt van Stage Klasse III materieel. Een berekening met als uitgangspunt dat bij de grote evenementen Stage Klasse IV materieel wordt gebruikt wat betreft het grote materieel (verreiker, heftruck telescopische hoogwerker, heftruck en overige grote mobiele werktuigen) leert dat een berekening daarmee geen overschrijding geeft. Gekozen is voor de grotere mobiele werktuigen omdat die het meeste effect sorteren en door de bevoegde instanties het meest eenvoudig te controleren zijn op de Stage Klasse. Het pdf-bestand van de berekening is separaat als bijlage opgenomen. De invoergegevens zijn opgenomen in bijlage 5. tabel 5. Emissie mobiele werktuigen per groot evenement (gem. 4 dagen) omschrijving

verreiker gator heftruck telesc. hoogwerker scooter quad trekker overige (zoals aggregaten) totaal

datum 28-07-2020

aantal vermogen belasting emissie in kW in % in gr. kWh 1 74 78% 0.38 10 14 50% 0.62 4 26 60% 0.62 2 50 78% 0.38 2 11 50% 6.2 1 15 50% 6.2 1 77 50% 3.3 200 75% 0.36

projectnummer 113.00.047.03.00

emissieduur in uur 184 224 184 184 224 224 184 1000

stage klasse

TAF

IV IV IV IV III III III IV

0.95 0.98 1.23 0.95 0.98 0.98 0.98 1.10

emissie per evenement kg/jr 38.3 9.5 8.8 5.2 15.0 10.2 22.9 60.0 135.4

emissie per 3 evenementen (12 dagen) NOx kg 11.5 28.6 26.3 15.5 44.9 30.6 68.7 180.0 406.2

6

De totale emissie van grote evenementen, overige evenementen en verkeer bedraagt ongeveer 662 kg NOx/jaar.

Afbeelding 5. Rekenresultaat

6

ECOLOGISCHE BEOORDELING OP BASIS VAN STAGE KLASSE IV VAN GROTE EVENEMENTEN

Er treedt door de stikstofdepositie geen negatief effect op in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermde Natura 2000-gebieden op voorwaarde dat gebruik wordt gemaakt van Stage Klasse IV materieel bij grote evenementen wat betreft de grotere mobiele werktuigen. Bij de overige evenementen is dit niet nodig omdat de emissie relatief gering is doordat de mobiele werktuigen relatief weinig gebruikt worden in verhouding tot de grote evenementen. Een vergunning van de Wnb is in het kader van de stikstofdepositie in dat geval niet nodig.

datum 28-07-2020

projectnummer 113.00.047.03.00

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=2a60add6-333b-456a-8ae7-c4bbec07f0da