Partiële herziening bestemmingsplan Leeuwarden - Recreatiegebied Groene Ster t.b.v. evenementen_Bijlage 3 bij de toelichting - Passende beoordeling
Tekst van het document
Passende beoordeling en advies natuurwaarden partiële herziening bestemmingsplan Leeuwarden - Recreatiegebied Groene Ster t.b.v. evenementen
Passende beoordeling en advies natuurwaarden partiële herziening bestemmingsplan Leeuwarden - Recreatiegebied Groene Ster t.b.v. evenementen
Inhoud Rapport en bijlage(n)
8 maart 2023 5 december 2023
Inhoudsopgave 1
2
3
Inleiding
4
1.1
Aanleiding
4
1.2
Doel van het advies
4
1.3
Informatie
4
1.4
Opzet van het rapport
4
Juridisch kader
6
2.1
Gebiedsbescherming Wet natuurbescherming
6
2.2
Provinciaal ruimtelijk natuurbeleid
7
2.3
Soortenbescherming
8
Voorgenomen activiteiten
9
3.1
Ligging en huidige situatie
9
3.2
Voorgenomen activiteiten
10
4
Beschrijving Natura 2000-gebied Groote Wielen
22
5
Afbakening van effecten
28
5.1
Selectie relevante storingsfactoren
28
5.2
Selectie relevante Natura 2000-gebieden
30
5.3
Verstoring door geluid
30
5.4
Verstoring door licht
35
5.5
Vermesting en verzuring
37
5.5.1
Stikstofdepositie via de lucht
38
5.5.2
Stikstofeffecten via oxidatie, uitdrijving en afspoeling
43
5.5.3
Conclusie
44
5.6
Samenhang tussen effecten
44
5.7
Nader te beoordelen effecten
44
Nadere effectbeoordeling kunstlicht
46
6.1
Verlichting in het plangebied
46
6.2
Meervleermuis – Myotis dasycneme
46
6.3
Meervleermuizen en verlichting
52
6.4
Effectbeoordeling
54
6.5
Conclusie
55
6
7
8
Provinciaal ruimtelijk natuurbeleid
56
7.1
Inventarisatie
56
7.2
Effectbeoordeling
58
Flora- en faunaonderzoek
62
Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 5 december 2023
9
8.1
Planten
62
8.2
Zoogdieren - vleermuizen
63
8.3
Zoogdieren – overige
67
8.4
Vogels
71
8.5
Amfibieën
77
8.6
Reptielen
79
8.7
Vissen
80
8.8
Ongewervelden
80
Mitigerende maatregelen en leemten in kennis
82
9.1
Mitigerende maatregelen
82
9.1.1
Maatregelen gebiedsbescherming Wnb
82
9.1.2
Maatregelen soortenbescherming Wnb en provinciaal natuurbeleid
82
9.2 10
11
Leemten in kennis
84
Conclusie en consequenties
86
10.1
Beschermde gebieden
86
10.2
Beschermde soorten
86
10.3
Uitvoerbaarheid
88
Bronnen
Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 5 december 2023
89
1
Inleiding 1.1
Aanleiding
Voor een deel van recreatiegebied De Groene Ster bij Leeuwarden wordt een partiële herziening van het bestemmingsplan Leeuwarden – Recreatiegebied Groene Ster opgesteld, met het doel om het gebruik van het recreatiegebied ook als evenemententerrein planologisch-juridisch te regelen. In dit verband is het nodig om de effecten op beschermde natuurwaarden in beeld te brengen. Een belangrijk aspect hierbij is de ligging op korte afstand van Natura 2000-gebied Groote Wielen, onder meer in verband met de aanwezigheid van de kwalificerende habitatrichtlijnsoort meervleermuis binnen het plangebied. Omdat significant negatieve effecten op deze soort niet op voorhand kunnen worden uitgesloten moet een passende beoordeling worden opgesteld. Het voorliggende rapport omvat zowel de passende beoordeling als de toetsing aan overige natuuraspecten/flora- en faunaonderzoek.
1.2
Doel van het advies
Voorliggend rapport behandelt de ecologische beoordeling van de partiële herziening bestemmingsplan Leeuwarden - Recreatiegebied Groene Ster t.b.v. evenementen. Hierin worden de effecten op in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) en de Verordening Romte Fryslân (2014) beschermde soorten en gebieden uitgewerkt. Daarbij gaat het om de volgende onderdelen: -
Passende beoordeling Natura 2000-gebied Groote Wielen
-
Analyse provinciaal ruimtelijk natuurbeleid
-
Toetsing beschermde flora en fauna
Hierbij staat de vraag centraal of het bestemmingsplan uitvoerbaar is ten aanzien van de natuurwetgeving.
1.3
Informatie
De beschrijving van de relevante te beschermen natuurwaarden is gebaseerd op bestaande bronnen, zoals rapporten van ecologische onderzoeken die speciaal voor de effecten van evenementen in de Groene Ster op natuurwaarden zijn uitgevoerd, databanken, verspreidingsatlassen, waarnemingsoverzichten en websites. De betreffende bronnen zijn achterin deze rapportage vermeld en bovendien deels waar relevant als bijlage toegevoegd.
1.4
Opzet van het rapport
Hoofdstuk 2 geeft een samenvatting van het relevante natuurbeleid. In hoofdstuk 3 wordt een beschrijving van het plangebied en de voorgenomen activiteiten gegeven. Hoofdstuk 4 geeft een beschrijving van Natura 2000-gebied Groote Wielen met een overzicht van de kwalificerende natuurwaarden. De afbakening van de effecten als gevolg van het bestemmingsplan wordt omschreven in hoofdstuk 5. Uit hoofdstuk 5 is gebleken dat alleen mitigerende maatregelen door de gevolgen van kunstlicht op de Natura 2000-gebieden beschreven moeten worden. De
Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 8 maart 2023 5 december 2023
4
mogelijke effecten van dit plan op Natura 2000-gebied Groote Wielen door kunstlicht worden daarom in hoofdstuk 6 nader beoordeeld in het kader van de Wnb. In hoofdstuk 7 worden de effecten beschreven op de Natuur Netwerk Nederland (NNN)-gebieden en overige provinciale natuurgebieden. In hoofdstuk 8 worden de mogelijke effecten van het bestemmingsplan op in het kader van de Wnb beschermde flora en fauna bepaald. In hoofdstuk 9 worden de mitigerende maatregelen en de leemten in kennis behandeld. In hoofdstuk 10 ‘Conclusie en consequenties’ wordt ten slotte een samenvatting van de belangrijkste bevindingen van het onderzoek gegeven.
Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 8 maart 2023 5 december 2023
5
2
Juridisch kader 2.1
Gebiedsbescherming Wet natuurbescherming
In de Wnb is o.a. de bescherming van specifieke natuurgebieden geregeld. Het betreft de Natura 2000gebieden die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningsplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. Passende beoordeling Wnb artikel 2.8 lid 1-3 Uit het voorliggende onderzoek is gebleken dat het bestemmingsplan alleen kan worden uitgevoerd wanneer ten behoeve van de beschermde natuurwaarden in Natura 2000-gebied Groote Wielen mitigerende maatregelen worden genomen omdat op voorhand significant negatieve effecten niet zijn uit te sluiten. Ten aanzien van de passende beoordeling is de volgende tekst uit de Wnb relevant: 1.
Voor een plan als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, of een project als bedoeld in artikel 2.7, derde lid, onderdeel a, maakt het bestuursorgaan, onderscheidenlijk de aanvrager van de vergunning, een passende beoordeling van de gevolgen voor het Natura 2000-gebied, rekening houdend met de instandhoudingsdoelstellingen voor dat gebied.
2.
In afwijking van het eerste lid hoeft geen passende beoordeling te worden gemaakt, ingeval het plan of het project een herhaling of voortzetting is van een ander plan, onderscheidenlijk project, of deel uitmaakt van een ander plan, voor zover voor dat andere plan of project een passende beoordeling is gemaakt en een nieuwe passende beoordeling redelijkerwijs geen nieuwe gegevens en inzichten kan opleveren over de significante gevolgen van dat plan of project.
3.
Het bestuursorgaan stelt het plan uitsluitend vast, en gedeputeerde staten verlenen voor het project, bedoeld in het eerste lid, uitsluitend een vergunning, indien uit de passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten.
4.
De passende beoordeling van deze plannen maakt deel uit van de ter zake van die plannen voorgeschreven milieueffectrapportage.
In de passende beoordeling worden de volgende vragen beantwoord: 1.
Kunnen als gevolg van de ontwikkelingen die het voorgenomen bestemmingsplan mogelijk maakt, al dan niet in cumulatie met andere plannen of projecten, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor de Natura 2000-gebieden in het plangebied en de omgeving, de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in die gebieden verslechteren of een significant verstorend effect hebben op de soorten waarvoor de gebieden zijn aangewezen?
2.
Indien dergelijke effecten niet op voorhand kunnen worden uitgesloten: Is het mogelijk de invulling van het bestemmingsplan zodanig te kiezen dat significant negatieve gevolgen kunnen worden voorkomen?
Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 8 maart 2023 5 december 2023
6
De voorliggende passende beoordeling is mede gebaseerd op de beschikbare informatie over de Natura 2000-gebieden, waarbij voor het voorliggende plan met name Natura 2000-gebied Groote Wielen relevant is. Bij de passende beoordeling wordt passend bij het niveau van het plan of project in kaart gebracht wat de effecten (kunnen) zijn van het plan op de natuurwaarden in het Natura 2000-gebied, welke verzachtende (mitigerende) maatregelen kunnen worden genomen en wat de betekenis is van de geconstateerde (mogelijke) effecten in het licht van het beschermingsregime volgens de Wnb. Daarbij moeten ook de cumulatieve effecten met bestaande en geplande activiteiten in ogenschouw genomen worden. Hierbij wordt rekening gehouden met de instandhoudingsdoelstellingen die voor afzonderlijke Natura 2000-gebieden gelden. De significantie van de gevolgen moet met name worden beoordeeld in het licht van de specifieke milieukenmerken en omstandigheden van het gebied. Omkeerbare en tijdelijke effecten kunnen ook van significante betekenis zijn.
2.2
Provinciaal ruimtelijk natuurbeleid
Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (voorheen Ecologische hoofdstructuur genoemd) is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De begrenzing en ruimtelijke bescherming van het provinciale NNN is uitgewerkt in Streekplan Fryslân 2007 en de Verordening Romte Fryslân 2014. Een ruimtelijk plan voor gronden van het NNN mag op basis van de Verordening Romte Fryslân 2014 geen activiteiten en ontwikkelingen mogelijk maken die leiden tot “significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van die gronden, of tot significante aantasting van de samenhang tussen gebieden die deel uitmaken van de ecologische hoofdstructuur”. Indien een ruimtelijk plan leidt tot aantasting van het NNN, zijn ontwikkelingen alleen toegestaan als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: -
er sprake is van een groot openbaar belang,
-
er geen reële alternatieven voor de beoogde ontwikkeling zijn,
-
schade door mitigerende maatregelen zoveel wordt beperkt als fysiekruimtelijk en wat betreft uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling redelijkerwijs mogelijk is, en resterende schade wordt gecompenseerd door het treffen van zodanige maatregelen dat geen netto verlies optreedt van wezenlijke kenmerken en waarden in termen van areaal, kwaliteit en samenhang van de ecologische hoofdstructuur.
Natuur buiten het NNN Vanuit het Streekplan Fryslân 2007 en de Verordening Romte Fryslân 2014 wordt buiten de NNN-gebieden bij ruimtelijke plannen specifiek ingezet op de bescherming van bestaande natuurgebieden en natuurwaarden in agrarisch gebied, waaronder weidevogelparels en weidevogelkansgebieden.
Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 8 maart 2023 5 december 2023
7
In een ruimtelijk plan voor gronden die deel uitmaken van ‘natuur buiten het NNN’ moet op grond van de Verordening Romte Fryslân 2014 voorzien worden in een passende bestemming met gebruiksregels gericht op behoud, herstel of ontwikkeling van natuurwaarden. Een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op gronden die zijn aangewezen als of die grenzen aan weidevogelkansgebieden of weidevogelparels, moet voorzien in “een regeling waarmee voldoende openheid en rust van die gebieden wordt gehandhaafd, met dien verstande dat de agrarische productiefunctie inclusief de ontwikkelingsmogelijkheden van bestaande agrarische bedrijven zijn toegestaan” (Verordening Romte Fryslân 2014).
2.3
Soortenbescherming
Relevante wetgeving op het gebied van de soortenbescherming is eveneens uitgewerkt in de Wnb. De bescherming van flora- en faunasoorten is in de Wnb opgedeeld in twee beschermingscategorieën: -
-
Strikt beschermde soorten: -
soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1);
-
soorten van de Habitatrichtlijn (artikel 3.5).
Overige beschermde soorten: -
nationaal beschermde soorten (artikel 3.10).
Beschermingsregime Voor beide categorieën geldt dat het verboden is opzettelijk exemplaren te doden, vangen of plukken en voortplantingsverblijfplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te vernielen of te beschadigen. Een belangrijk verschil tussen beide beschermingsregimes is dat voor de strikt beschermde soorten ook het opzettelijk verontrusten verboden is, terwijl dit voor de overige beschermde soorten niet het geval is. Voor vogels geldt daarnaast dat het opzettelijk storen niet verboden is in geval de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Echter, voor vogels die staan in bijlage II van de Conventie van Bern geldt deze uitzondering niet. Daarnaast is er een lijst met jaarrond beschermde broedvogelnesten. Dat houdt in dat voor de op deze lijst genoemde vogelsoorten de nestplaats ook buiten het broedseizoen beschermd is. Het beschermingsregime van de overige (nationaal) beschermde soorten is voor elke soort gelijk. Wel kunnen provincies bij ruimtelijke ontwikkelingen vrijstelling van de verbodsbepalingen in artikel 3.10 verlenen voor deze soorten. Deze zogenaamde vrijstellingslijsten zijn opgenomen in de provinciale verordeningen en komen tussen de provincies grotendeels overeen.
De provincie Fryslân heeft in haar ‘Verordening Wet natuurbescherming Fryslân 2017’ opgenomen dat voor in totaal 25 soorten een vrijstelling geldt van de verboden genoemd in artikel 3.10 eerste lid Wnb. Een overzicht van deze soorten is opgenomen in bijlage 1 van dit rapport.
Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 8 maart 2023 5 december 2023
8
3
Voorgenomen activiteiten 3.1
Ligging en huidige situatie
Het plangebied ligt ten oosten van de woonwijk Camminghaburen en ten zuiden van de N355. De begrenzing van het plangebied wordt weergegeven in figuur 1. Ten oosten van het plangebied ligt het terrein van AquaZoo Friesland en ten zuiden ligt een gebied met grasland, ruigte, groenstroken en plassen.
Figuur 1. Begrenzing van het plangebied van de partiële herziening van Bestemmingplan Leeuwarden - recreatiegebied De Groene Ster (rode omlijning). Bron kaartondergrond: Esri Nederland, Community Map Contributors
Het plangebied bestaat aan de noordzijde uit bosschages met parkeerplaatsen. In het recreatiegebied zijn circa 1.569 parkeerplaatsen aanwezig. Dit betreft ‘normale’ parkeerplaatsen en parkeerplaatsen in de berm. Aan de zuidzijde van het plangebied zijn behalve bos ook gazons, ruigte en een aantal grotere wateren aanwezig. De waterpartijen worden gevormd door de Kleine zwemplas, Grote zwemplas en de Kleine Wielen. Langs de plassen is een aantal strandjes en ligweides aanwezig. In het gebied bevindt zich ook een kiosk, speeltoestellen en een aantal hondenlosloopgebieden. Verder wordt het plangebied doorsneden door fiets- en wandelpaden. Het gebied wordt via een parallelweg ontsloten op de ten noorden van het gebied gelegen provinciale weg (N355). Het plangebied wordt gebruikt voor dagrecreatie en kan, zeker op dagen met goede weersomstandigheden, vele honderden bezoekers trekken. Het vigerende bestemmingsplan De Groene Ster maakt extensieve dagrecreatie mogelijk. Recreatievormen die in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving zoals wandelen en fietsen en die in principe plaatsvinden tussen zonsopgang en zonsondergang en niet gericht zijn op het
Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 8 maart 2023 5 december 2023
9
verstrekken van nachtverblijf. Nachtvissen met beschutting van tentjes is in enkele gebieden wel mogelijk (zie bijlage 7). Onbeperkte sport- en spelmogelijkheden zijn mogelijk zolang het op recreatie is gericht. Een hardloop- of fietswedstrijd mag bijvoorbeeld ook door het hele gebied plaatsvinden. In het huidige bestemmingsplan is het grootste deel van het plangebied bestemd voor recreatie (zie figuur 2). Het bestemmingsplan geeft aan dat de gronden met deze bestemming zijn bestemd voor extensieve dagrecreatie, water, strandoevers, (schier)eiland(en), groenvoorzieningen en bebossing. De zuidzijde van het plangebied heeft in het huidige bestemmingsplan een natuurbestemming (zie figuur 2) en is bestemd voor het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van natuurwetenschappelijke en landschappelijke waarden, droge en (half)natte ruigtevegetatieterreinen, water, groenvoorzieningen, bebossing en recreatief medegebruik. Het gaat hierbij om de Grote zwemplas en het deel van het plangebied ten zuiden van de Grote zwemplas.
Figuur 2. De vigerende bestemmingen binnen het plangebied: Recreatie-Dagrecreatie (lichtgroen) en Natuur (donkergroen) (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl).
3.2
Voorgenomen activiteiten
In recreatiegebied De Groene Ster worden al meerdere jaren evenementen gehouden waarvoor het huidige bestemmingsplan geen ruimte biedt. Het houden van (meerdaagse) evenementen past niet binnen de regels van de bestemmingen zoals die nu in het geldende bestemmingsplan zijn opgenomen. Verder wordt het kamperen buiten de camping tijdens evenementen als strijdig gebruik beschouwd. Om de evenementen mogelijk te maken heeft de gemeente daarom de afgelopen jaren gewerkt met vergunningen die werden aangevraagd en verleend per evenement. De gemeente wil evenementen nu graag structureel regelen en juridisch-planologisch mogelijk maken door middel van een partiële herziening van het geldende bestemmingsplan.
Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 8 maart 2023 5 december 2023
10
Het voornemen bestaat uit het toestaan van evenementen onder bepaalde voorwaarden. Deze voorwaarden zijn grotendeels bepaald aan de hand van de volgende zaken: -
de vergunningenhistorie inclusief de onderzoeken, rechtelijke uitspraken. Doel is dat het bestemmingsplan ruimte biedt aan in ieder geval de (type) evenementen waarvoor de afgelopen jaren vergunning is verleend dan wel vergelijkbare evenementen die geen grotere ecologische effecten kunnen veroorzaken;
-
het gemeentelijk beleid
In het kader van dit bestemmingsplan wordt onderscheid gemaakt in twee type evenementen op basis van onder meer hun geluids- en lichtproductie: -
Muziekevenementen: dit betreft één- of meerdaagse evenementen waar muziekgeluid en in de avond- en nachtperiode verlichting een prominente rol kunnen vervullen; -
De muziekevenementen zijn qua ruimtegebruik verdeeld; hiervoor zijn specifieke deelgebieden aangewezen met een groot en klein ruimtegebruik (zie figuur 3 en 4).
-
Overige evenementen: dit betreft één- of tweedaagse evenementen die beperkt zijn tot de dag- en/of avondperiode en die niet of nauwelijks gepaard gaan met geluidsproductie en waarbij geen kunstlicht wordt ingezet. Te denken valt aan evenementen met uitsluitend achtergrondmuziek of met een omroepinstallatie, waarbij moet worden voldaan aan de daarvoor geldende geluidsnormen. De overige evenementen in het Groenestergebied mogen op de gazons, zwemplassen, strandjes en infrastructuur (inclusief parkeerplaatsen) binnen het plangebied worden gehouden uitsluitend plaatsvinden op de parkeerplaatsen, wegen en paden, langs ontsluitingswegen, op gazons, grasvelden, stranden 2 en 3 en de zwemplassen. Het water mag alleen worden gebruikt conform het reguliere gebruik. In en op het water zijn andere activiteiten niet toegestaan. Er mogen ook geen bouwwerken worden geplaatst ten behoeve van evenementen.
Algemene regels evenementen Voor alle evenementen zijn in het bestemmingsplan een aantal regels opgenomen die hieronder worden beschreven. PLANNING EVENEMENTEN De evenementen mogen niet op elk moment van het jaar uitgevoerd worden. In de periode 15 oktober tot en met 14 mei mogen geen evenementen worden gehouden. Dit met uitzondering van het bestaand gebruik zoals beschreven in paragraaf 3.1. BEGRENZING EN RUIMTEGEBRUIK EVENEMENTENTERREINEN Voor de verschillende evenementen is een verschillend evenemententerrein begrensd. In en op het water, de oevers en in de bosschages zijn niet zonder meer evenementen of onderdelen daarvan mogelijk in afwijking van het bestaande toegestane gebruik. In en op het water zijn in het kader van de evenementen geen activiteiten en bouwwerken toegestaan anders dan het bestaand gebruik. PARKEREN De parkeerterreinen worden tijdens evenementen gebruikt voor parkeren en/of kamperen (maximaal 1.109 parkeerplaatsen). Ook het gedeelte langs de ontsluitingswegen (binnen het aangegeven evenementengebied, maximaal 460 parkeerplaatsen) kunnen hiervoor gebruikt worden. Het meest
Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 8 maart 2023 5 december 2023
11
westelijke parkeerterrein en nabijgelegen berm is deels gereserveerd voor het reguliere dagrecreatieve gebruik van De Groene Ster.
Figuur 3. Begrenzing evenemententerrein voor muziekevenement met een groot ruimtegebruik (deelgebied 1) (rood gearceerd). Het noordwestelijke gebied dat is gescheiden van de rest van het evenemententerrein mag alleen worden gebruikt om te kamperen. (Bron: gemeente Leeuwarden)
Figuur 4. Begrenzing evenemententerrein voor muziekevenementen met een klein ruimtegebruik (deelgebied 2) (blauw gearceerd). (Bron: Gemeente Leeuwarden)
Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 8 maart 2023 5 december 2023
12
Kaders muziekevenementen Voor muziekevenementen geldt daarnaast op grond van de regels van het bestemmingsplan nog het volgende: -
Per jaar zijn maximaal 3 muziekevenementen toegestaan, waarvan maximaal één met groot ruimtegebruik.
-
Voor het organiseren van de evenementen zijn gezamenlijk maximaal 12 ‘evenementendagen’ per kalenderjaar beschikbaar waarop sprake is van hogere geluidsniveaus.
-
Er mogen maximaal 5 opeenvolgende ‘evenementendagen’ worden gehouden.
-
Tussen evenementen moet een periode van ten minste 14 dagen zitten waarop het terrein niet voor evenementen mag worden gebruikt.
-
Voor muziekevenementen met een groot ruimtegebruik (zie figuur 3) zijn maximaal 5 evenementendagen beschikbaar;
-
Voor muziekevenementen met een klein ruimtegebruik (zie figuur 4) zijn maximaal 7 evenementendagen beschikbaar;
-
Is er in een jaar geen evenement met groot ruimtegebruik? Of gebruikt een evenement met een groot ruimtegebruik minder evenementendagen dan is toegestaan? Dan kunnen deze evenementendagen worden gebruikt voor muziekevenementen met een klein ruimtegebruik. De extra evenementendagen gelden in dat geval alleen voor de periode van 1 augustus tot en met 14 oktober;
-
Indien de 12 evenementendagen voor muziekevenementen met klein- of groot ruimtegebruik niet worden benut, kunnen de evenementendagen voor muziekevenementen met groot of klein ruimtegebruik binnen de daarvoor geldende periode en het daarvoor geldende gebied (zie figuur 3 en 4) worden ingevuld door overige evenementen, met de regels die daarvoor gelden (zie kaders overige evenementen).
-
Muziekevenementen mogen niet gelijktijdig met andere muziekevenementen plaatsvinden, ook niet tijdens de op- en afbouwdagen van een muziekevenement. Overige evenementen zijn wel toegestaan tijdens de op- en afbouwdagen van muziekevenementen, maar niet op de evenementendagen van muziekevenementen.
-
Muziekevenementen met een groot ruimtegebruik (figuur 3) zijn toegestaan van 1 augustus tot en met 14 oktober. Muziekevenementen met een klein ruimtegebruik (figuur 4) zijn toegestaan van 15 mei tot en met 14 oktober.
-
Tijdens de muziekevenementen geldt een maximum aantal van 15.000 aanwezigen. Dit aantal bestaat uit bezoekers, crew, artiesten en anderen die betrokken zijn bij het evenement (bijvoorbeeld leveranciers); Dit betekent niet dat dit maximum onder alle omstandigheden zal worden vergund. Dat is afhankelijk van indeling en gebruik van het terrein, het netto beschikbare aantal m².
-
Er mogen per jaar in totaal maximaal 48 op- en afbouwdagen worden benut.
-
Op- en afbouwtijden gelden van 7.00 – 21.00 uur. Na 21.00 uur zijn op- en afbouwwerkzaamheden toegestaan, zoals het aanbrengen en weghalen van licht- en geluidsapparatuur en decoratieactiviteiten, zolang het geluidsniveau op de gevel van kwetsbare objecten lager is (zie tabel 1c) en zolang er geen directe lichtuitstraling op het oppervlaktewater plaatsvindt).
KADERS LICHT Tijdens muziekevenementen is het gebruik van kunstlicht toegestaan.
Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 8 maart 2023 5 december 2023
13
Tijdens evenementen wordt op basis van het bestemmingsplan geen vuurwerk afgestoken en worden geen lasershows gehouden, met uitzondering van het gebruik van laserlicht op een podium waarvan de uitstraling zich beperkt tot dat podium en het zich daarvoor bevindende publiek. De effecten hiervan blijven daarom buiten beschouwing. KADERS GELUID De regels ten aanzien van geluid die in het bestemmingsplan zijn opgenomen, zijn opgenomen in tabel 1a en 1b. In de tabellen 1a en 1b zijn de maximale geluidsnormen opgenomen die binnen de aangegeven tijdvakken gelden voor geluidsgevoelige ruimtes en geluidsgevoelige objecten. Daarbij is het toegestane geluidsniveau tijdens de nachtperiode lager dan overdag. Tijdens evenementen wordt het afsteken van vuurwerk op basis van het bestemmingsplan niet mogelijk gemaakt. De geluidseffecten hiervan blijven daarom buiten beschouwing. OVERIGE VOORWAARDEN GELUID Behalve de bovengenoemde geluidsnormen, geldt een aantal aanvullende voorwaarden ten aanzien van geluid: -
Een muziekevenement mag maximaal 5 opeenvolgende dagen duren. De periode tussen elkaar opvolgende muziekevenementen is minimaal 14 dagen, waarbinnen deze ook niet mogen worden op- en afgebouwd.
-
Op vrijdagen, zaterdagen en dagen gevolgd door een officiële feestdag geldt als eindtijd 24.00 uur voor het hogere geluidsniveau. De overige dagen is de eindtijd 23:00 uur.
-
In de nachtperiode van maandag tot en met donderdag geldt een standaard aaneengesloten rustperiode van 9 uren.
-
In de nachtperiode van vrijdag op zaterdag geldt een standaard aaneengesloten rustperiode van minimaal 8 9 uren.
-
In de nacht van zaterdag op zondag geldt een standaard aaneengesloten rustperiode van minimaal 12 13 uren.
-
Bij de meerdaagse evenementen in De Groene Ster wordt geen limiet gesteld aan de eindtijd en kan het evenement ook plaatsvinden in de periode na de reguliere eindtijd van 23:00 of 24:00 uur. Voorwaarde hierbij is dat het evenement ‘s nachts doorgaat met de lagere geluidsnorm voor de nachtperiode (achtergrondmuziek, zie geluidsnormen tabel 1a en 1b). Aangezien met deze lagere geluidsnorm geen slaapverstoring optreedt, worden deze uren als rustperiode beschouwd.
-
Deze tijden zijn in onderstaande tabel 1a (muziekevenement met camping) en 1b (muziekevenement zonder camping) weergegeven.
-
Voor op- en afbouwtijden bij muziekevenementen gelden de geluidsnormen uit tabel 1c.
Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 8 maart 2023 5 december 2023
14
Tabel 1a. Eindtijden voor geluid bij muziekevenementen met camping.1 dag
tijd
maandag t/m
24
vrijdag
uur/dag
periode
geluidsgevoelige ruimte
geluidsgevoelig object
LAeq -1 minuut
LCeq -1 minuut
LAeq -1 minuut
LCeq -1 minuut
00.00 – 08.00 uur
25
50
45
95 70
08.00 – 23.00 uur
50
75
70
95
23.00 – 24.00 uur
25
50
45
70
00.00 – 08.00 uur
25
50
45
70
08.00 – 24.00 uur
50
75
70
95
00.00 – 09.00 uur
25
50
45
70
09.00 – 24.00 uur
50
75
70
95
00.00 – 13.00 uur
25
50
45
70
13.00 – 23.00 uur
50
75
70
95
23.00 – 24.00 uur
25
50
45
70
donderdag
Vrijdag
24 uur/dag
zaterdag en dagen
24
gevolgd door een
uur/dag
officiële feestdag zondag
24 uur/dag
Tabel 1b. Eindtijden voor geluid bij muziekevenementen zonder camping. dag
tijd
periode
geluidsgevoelige ruimte
geluidsgevoelig object
maandag t/m
11.00 – 24.00 uur
11.00 – 23.00 uur
LAeq -1 minuut
LCeq -1 minuut
LAeq -1 minuut
LCeq -1 minuut
50
75
70
70 95
23.00 – 24.00 uur
25
50
45
70
11.00 – 24.00 uur
50
75
70
95
00.00 – 01.00 uur
25
50
45
70
13.00 – 23.00 uur
50
75
70
95
23.00 – 24.00 uur
25
50
45
70
vrijdag donderdag vrijdag, zaterdag
11.00 – 01.00 uur
en dagen gevolgd door een officiële feestdag zondag
1
13.00 – 24.00 uur
In de eerdere versie stonden andere geluidswaarden in de tabel, dit heeft geen effect op de ecologische beoordeling. In tabel 1a was in de oudere versie een hoger geluidsniveau opgenomen (95 dB(A)) in de huidige versie is dat geluidsniveau lager. Dit heeft uiteraard geen gevolgen voor de conclusies: geen effect bij 95 dB(A) is zeker geen effect bij 70 dB(A). In tabel 1b is voor maandag t/m donderdag een geluidsniveau van 70 dB(A) gewijzigd naar 95 dB(A). Dit komt overeen met de geluidsniveaus voor vrijdag en zaterdag. Uit de beoordeling bleek dat geen effecten optraden voor de geluidsniveaus voor vrijdag en zaterdag, die conclusie geldt dan tevens voor maandag t/m donderdag.
Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 8 maart 2023 5 december 2023
15
Tabel 1c. Op- en afbouwtijden muziekevenementen met bijbehorende maximale geluidsniveaus.
KAMPEREN Tijdens en vlak voor en na een muziekevenement mag op het evenemententerrein worden gekampeerd. Voor de muziekevenementen zijn in totaal 20 kampeerdagen beschikbaar. Voor tenten geldt dat deze overal mogen worden opgesteld op de gazons, grasvelden en begeleidende bermen binnen het evenemententerrein en niet de bosschages en de oeverzones die onderdeel vormen van het leefgebied van waterspitsmuis (zie figuur 14 3). Daarnaast is kamperen mogelijk op de parkeerterreinen en langs ontsluitingswegen die onderdeel vormen van het evenemententerrein. Kamperen in de daarvoor geschikte bosschages mag alleen plaatsvinden tijdens een muziekevenement met groot ruimtegebruik in de in figuur 6 aangegeven gebieden. Het gaat om gebieden die voor een deel bestaan uit bosschages met weinig ondergroei van kruiden en struiken. Verder is er nog een gebied waar kamperen onder voorwaarden is toegestaan langs de paden inclusief een zone van 2 meter aan beide zijden van de paden, grasstroken, grasvelden en open bosdelen direct langs het pad (het gele gebied in figuur 6). Tevens is er een grasveldgebied aan de westzijde van het plangebied (het paarse gebied in figuur 6) waar kamperen mogelijk is. Ook voor dit gebied geldt dat kamperen uitsluitend is toegestaan tijdens een muziekevenement met groot ruimtegebruik.
Dit betekent dat kamperen in deze gebieden uitsluitend (onder de genoemde voorwaarden) mogelijk is van 1 augustus tot en met 14 oktober.
Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 8 maart 2023 5 december 2023
16
Voor andere kampeermiddelen geldt dat deze uitsluitend zijn toegestaan op verharding. Voor de crew geldt een uitzondering: kampeermiddelen anders dan tenten zijn ook toegestaan op plaatsen waar tenten mogen staan, mits de bodem is beschermd met rijplaten of andere afdoende bodembeschermingsmaatregelen.
Figuur 6. Deelgebieden binnen het aangewezen gebied voor muziekevenementen met groot ruimtegebruik (rode omlijning) waar onder voorwaarden ook kamperen in de bosschages kan worden toegestaan. Bron kaartondergrond: Esri Nederland, Community Map Contributors Geel: gebieden waar kamperen onder voorwaarden is toegestaan binnen een zone van 2 meter aan weerszijden van de aanwezige paden, in open bosdelen en op grasstroken en grasvelden direct langs het pad.. Blauw: gebieden waar kamperen onder voorwaarden is toegestaan, ook in de bosschages. Paars: gebied waar kamperen in het grasveld onder voorwaarden is toegestaan. Oranje: braakliggend terrein waar compound en kamperen onder voorwaarden is toegestaan.
COMPOUND/KAMPEREN Het braakliggende terrein ten zuiden van de Groningerstraatweg en ten westen van de parkeerplaats van Aqua Zoo (oranje gebied in figuur 6) kan tijdens een muziekevenement worden gebruikt als backstage-gebied en tevens voor kamperen,. KLEIN PODIUM Aan de zuidzijde van het gebied bestaat bij een muziekevenement met groot ruimtegebruik de mogelijkheid om een klein podium met dansvloer te realiseren en gebruiken (zie figuur 6a). Het gaat om een klein podium met een dansvloer voor maximaal 250 aanwezigen.
Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 8 maart 2023 5 december 2023
17
Figuur 6a. Locatie (donkergeel) aan de zuidzijde van het plangebied waar onder voorwaarden een klein podium met een dansvloer voor maximaal 250 personen is toegestaan (bron kaart: Gemeente Leeuwarden). Tabel 1d. Tijden en bijbehorende maximale geluidsniveaus voor overige evenementen. dag
tijd
periode
geluidsgevoelig object
maandag t/m vrijdag
07.00 – 23.00 uur
07.00 – 19.00 uur
50
19.00 – 23.00 uur
45
zaterdag en dagen gevolgd door een of-
07.00 – 23.00 uur
07.00 – 19.00 uur
50
19.00 – 23.00 uur
45
07.00 – 19.00 uur
50
19.00 – 23.00 uur
45
LAr,LT
ficiële feestdag zondag
07.00 – 23.00 uur
Kaders overige evenementen Voor overige evenementen geldt het volgende: -
Voor het organiseren van overige evenementen zijn maximaal 10 dagen per jaar beschikbaar.
-
De afzonderlijke evenementen duren maximaal twee dagen.
-
De tijden met bijbehorende maximale geluidsniveaus zijn weergegeven in tabel 1d. In vergelijking met de muziekevenementen is alleen een lage geluidsnorm opgenomen.
-
Tijdens de evenementen wordt geen kunstlicht ingezet. De activiteiten vinden bij daglicht plaats.
-
Tijdens de evenementen geldt een maximum aantal van 3.000 aanwezigen per dag. Dit aantal bestaat uit bezoekers, crew, artiesten en anderen die betrokken zijn (bijvoorbeeld leveranciers) zijn bij het evenement (bijvoorbeeld leveranciers). Dit betekent niet dat dit maximum onder alle omstandigheden zal worden vergund. Dit laatste is afhankelijk van indeling en gebruik van het terrein, het netto beschikbare aantal m².
-
Overige evenementen mogen alleen gelijktijdig plaatsvinden als het gezamenlijke bezoekersaantal het hierboven genoemde maximale bezoekersaantal niet overschrijdt.
-
Er mogen per jaar in totaal maximaal 16 op- en afbouwdagen worden benut door deze evenementen.
Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 8 maart 2023 5 december 2023
18
-
Op- en afbouwwerkzaamheden zijn toegestaan tussen 7.00 en 21.00 uur. Na 21 uur zijn op- en afbouwwerkzaamheden alleen toegestaan met een laag geluidsniveau. De maximale geluidsniveaus tijdens op- en afbouwwerkzaamheden zijn opgenomen in tabel 1e.
-
De overige evenementen mogen uitsluitend plaatsvinden op de parkeerplaatsen, wegen en paden, langs ontsluitingswegen, op gazons, grasvelden, stranden 2 en 3 en de zwemplassen (zie figuur 6c). In en op het water zijn andere activiteiten niet toegestaan. Er mogen ook geen bouwwerken worden geplaatst ten behoeve van evenementen.
-
Overige evenementen mogen niet plaatsvinden op het nudistenstrand, strand 1 met ligweide en parkeerterrein 1 (zie figuur 6d).
Tabel 1e. Op- en afbouwtijden overige evenementen met bijbehorende maximale geluidsniveaus.
Deze aanvullende voorwaarden zorgen ervoor dat de ecologische effecten van de overige evenementen de effecten van het reguliere recreatieve gebruik niet overstijgen en daarmee zeer beperkt zijn. De potentiële ecologische effecten zijn onder deze voorwaarden veel minder groot dan de effecten van de muziekevenementen, vanwege de veel hogere bezoekersaantallen, de hogere geluidsniveaus en door het gebruik van verlichting in de avond- en nachtperiode veel eerder sprake is van potentiële verstoring door geluid en licht of optische verstoring van (beschermde) natuurwaarden. De effectbeoordeling focust zich verder dan ook op muziekevenementen.
Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 8 maart 2023 5 december 2023
19
Figuur 6c. stranden (geel) en ligweides/gazons (groen) in het plangebied, met de nummering van de stranden waarnaar in de tekst wordt verwezen (bron: Gemeente Leeuwarden).
Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 8 maart 2023 5 december 2023
20
Figuur 6d. Ligging van parkeerterrein 1 in het plangebied, waar parkeren voor de evenementen niet is toegestaan, inclusief nabijgelegen berm (groene arcering) (bron kaartondergrond: www.ruimtelijkeplannen.nl)).
Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 8 maart 2023 5 december 2023
21
4
Beschrijving Natura 2000-gebied Groote Wielen Hieronder volgt een beschrijving van Natura 2000-gebied Groote Wielen. De beschrijving is gebaseerd op het aanwijzingsbesluit en op het beheerplan voor dit gebied (Provincie Fryslân, 2013) op de Natura 2000-beheerplannen voor dit gebied (Provincie Fryslân, 2013 en 2022). Het Natura 2000-gebied ligt op een afstand van ruim 60 meter ten noorden van het plangebied en wordt daarvan gescheiden door de Groningerstraatweg N355. Het gebied is op 24 maart 2000 aangewezen als Vogelrichtlijngebied en op 30 december 2010 als Habitatrichtlijngebied. De Groote wielen zijn op 30 december 2010 door de staatssecretaris van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie definitief aangewezen als Natura 2000gebied. Op 1 februari 2011 is het ontwerp-beheerplan Groote Wielen vastgesteld door provincie Fryslân. Op 10 december 2013 is het eerste beheerplan voor het Natura 2000-gebied definitief vastgesteld. Op 1 november 2022 is het tweede beheerplan vastgesteld, deze vervangt het eerste beheerplan en geldt voor de periode van 2023 tot en met 2028. De Groote Wielen ligt op de grens van zandgrond, laagveen en kleigrond. Het bestaat uit grote plassen en vaarten, rietmoerassen, graslanden en twee eendenkooien.
De grote plassen (wielen) in het gebied zijn een restant van de Middelzee, een zoutwaterbaai die zich in de Middeleeuwen uitstrekte van de Waddenzee via Leeuwarden tot Sneek. Door vervening is hier in de latere eeuwen moeras en veenweidegebied ontstaan, waarbij door afslag van petgaten de meren ontstonden. De oppervlakte moerasvegetaties (rietlanden, natte ruigtes en moerasbos) is relatief gering. Een deel van de graslanden, de zogenaamde zomerpolders, komt in het winterhalfjaar onder water te staan. Het oostelijk deel van het gebied, de Rijpekerksterpolder (Ryptsjerkerpolder), ligt op de pleistocene zandgrond, waar sprake is van een besloten coulisselandschap. De instandhoudingsdoelstellingen voor het Natura 2000 gebied Groote Wielen zijn weergegeven in tabel 2.
Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 8 maart 2023 5 december 2023
22
Tabel 2. Overzicht van de instandhoudingsdoelstellingen voor het Natura 2000-gebied Groote Wielen per habitatsoort en broedvogel- en niet-broedvogelsoort (bron: Essentietabel Groote Wielen, website ministerie EZ) doelstellingen
draagkracht
oppervlakte
Kwaliteit
populatie
aantal vogels
aantal paren
Habitatsoorten H1134
Bittervoorn
=
=
=
H1149
Kleine modderkruiper
=
=
=
H1163
Rivierdonderpad
=
=
=
H1318
Meervleermuis
=
=
=
H1340
*Noordse woelmuis
>
>
=
Broedvogelsoorten A119
Porseleinhoen
=
=
4
A151
Kemphaan
>
>
10
A295
Rietzanger
=
=
220
Niet-Broedvogelsoorten A041
Kolgans
=
=
13900
A045
Brandgans
=
=
11800
A050
Smient
=
=
1300
A156
Grutto
=
=
670
Legenda: =
Behoudsdoelstelling
>
Verbeter- of uitbreidingsdoelstelling
*
Prioritaire soort of habitattype
De kernopgaven voor het Natura 2000 gebied zijn: •
4.11 Plas-dras situaties: Plas-dras situaties voor smienten A050 en broedvogels zoals porseleinhoen A119 en kemphaan A151, en noordse woelmuis *H1340.
•
4.12 Herstel rietland: Herstel van grote oppervlakten/brede zones overjarig riet, inclusief waterriet, door herstel van natuurlijke peildynamiek en tegengaan verdroging voor de noordse woelmuis *H1340.
•
4.16 Ruiplaatsen: Voldoende ruiplaatsen en rustgebieden voor ganzen.
In het Natura 2000-beheerplan voor de Groote Wielen wordt aangegeven dat “de omstandigheden en ecologische kansen voor de Natura 2000-doelen in de Groote Wielen matig tot goed zijn. Een groot deel van de doelsoorten is in de gewenste aantallen aanwezig en ook het leefgebied is voor de meeste soorten van “voldoende kwaliteit”. In het beheerplan worden echter wel enkele soorten genoemd waarvan de staat van instandhouding niet als goed wordt beoordeeld. Het gaat hierbij om noordse woelmuis, kemphaan en porseleinhoen. Voor noordse woelmuis wordt aangegeven dat de staat van instandhouding slecht is, waarbij het vermoeden wordt uitgesproken dat de omvang en kwaliteit van het leefgebied onvoldoende is voor deze soort. Daarom wordt in het beheerplan voorgesteld om in het Natura 2000-gebied goed geschikt, geïsoleerd moerasgebied te realiseren aan de uiterste noordoostzijde van het Natura 2000-gebied en om van daaruit een verbinding te realiseren met de Bouwepet
Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 8 maart 2023 5 december 2023
23
die ten noordoosten van het Natura 2000-gebied ligt op circa 4 kilometer van het plangebied. Voor de lange termijn is er ook het plan om een verbinding met de Kleine Wielen (en de verder gelegen Alde Feanen) te realiseren (Provincie Fryslân, 2013). Daarbij moet een verbinding via de provinciale weg aan de noordoostzijde van het plangebied gerealiseerd worden. Voor porseleinhoen wordt aangegeven dat de staat van instandhouding matig is, doordat jonge verlandingsstadia nagenoeg ontbreken en doordat het moeras verruigd en verbost. Ook voor deze soort wordt aangegeven dat geschikte leefgebied met natuurvriendelijke oevers en slenken wordt aangelegd in het Natura 2000-gebied (Provincie Fryslân, 2013). Daartoe zijn inmiddels inrichtingswerkzaamheden uitgevoerd. De staat van instandhouding van kemphaan wordt eveneens beoordeeld als matig. Dit wordt in verband gebracht met een onvoldoende kwaliteit van de weidevogelbroedgebieden voor kemphaan, waarbij als belangrijkste knelpunt de waterhuishouding wordt genoemd. Daarom worden bij de maatregelen in het beheerplan ingrepen in de waterhuishouding genoemd als noodzakelijk voor het creeren van voldoende areaal natte graslanden met langdurige plas-drassituaties met slikranden (Provincie Fryslân, 2013). De meeste maatregelen uit het eerste beheerplan zijn uitgevoerd.
Hierin is het peilbeheer grotendeels geoptimaliseerd voor de ontwikkeling van leefgebieden, zowel in het water (bittervoorn) als in de moeraszone (porseleinhoen, noordse woelmuis) en de natte graslanden (kemphaan). Door een deel van de polders in de winter onder water te zetten is ook tijdens de vogeltrek en winterperiode gezorgd voor voldoende slaap- en foerageergebieden (grutto, smient, brandgans, kolgans). Hierna staan per kernopgave en doelsoort de conclusies en maatregelen uit het tweede beheerplan toegelicht. Kernopgave: Zorgen voor voldoende plas-drassituaties voor de noordse woelmuis, de smient en de broedvogels zoals het porseleinhoen en de kemphaan Deze kernopgave heeft in het eerste beheerplan een duidelijke impuls gekregen door de genomen maatregelen in de flexibiliteit van het waterpeil in de polders. Met het ingestelde waterpeilbeheer kunnen meer plas-drassituaties worden gerealiseerd ten behoeve van de soorten. In de komende beheerplanperiode zal blijken of de soorten ook positief reageren op dit nieuwe waterpeilbeheer. Kernopgave: Herstellen van grote oppervlakten/brede zones overjarig riet, inclusief waterriet, door het herstel van de natuurlijke peildynamiek en het tegengaan van de verdroging voor de rietmoerasvogels zoals de roerdomp en voor de noordse woelmuis Voor de tweede kernopgave blijft de waterhuishouding een knelpunt.
Het grootste knelpunt vormt de beperkte peilfluctuatie in de boezem. Een vast peil heeft tot gevolg dat de oevervegetatie niet goed tot ontwikkeling kan komen. Er zal de komende periode worden geëxperimenteerd met een iets fluctuerend boezempeil. Deze fluctuatie is beperkt, maar met maatregelen om verdroogde rietlanden te plaggen en te maaien wellicht voldoende om een betere uitgangssituatie te krijgen voor het herstellen van overjarige rietvegetaties. Ook liggen er kansen van rietmoeras in polders waar het waterpeil optimaal kan worden ingesteld, zoals polder Wielsicht en de Ryptsjerksterpolder.
Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 8 maart 2023 5 december 2023
24
Een tweede knelpunt dat nog niet is opgelost is de afkalving van oevers. De Groote Wielen kent met zijn plassen en brede vaarten relatief veel golfslag. De heersende windrichting (zuidwest-noordwest) veroorzaakt door de golfwerking aan de oostzijde dikwijls natuurlijke afslag. Naast afkalving heeft golfwerking ook het negatieve effect van het opwoelen van het sediment waardoor het doorzicht beperkt wordt. De steile waterkanten bieden weinig mogelijkheden voor oeverbegroeiing. Aan de westoevers van de meren bevindt zich rustiger water; hier kan de oever- en watervegetatie zich beter ontwikkelen. Dit blijft een aandachtspunt, ook in het kader van de KRW en de recreatievaart. Kernopgave: Zorgen voor voldoende rui- en rustplaatsen voor watervogels zoals ganzen Deze laatste kernopgave is in de Groote Wielen op orde. De uitgevoerde maatregelen in de eerste beheerplanperiode hebben geleid tot een meer dynamisch peilbeheer in de polders en zullen de ruien rustplaatsen verder versterken. Bittervoorn, rivierdonderpad en kleine modderkuiper Op dit moment is er niet voldoende informatie beschikbaar om zicht te krijgen op de instandhoudingsdoelstellingen. Het leefgebied van de bittervoorn kan zich in potentie uitstrekken over alle bredere sloten en oevers in het hele Groote Wielengebied. Geschikte sloten voor bittervoorn zijn vooral aanwezig in het westelijke poldergebied.
In het tweede beheerplan wordt een vervolg gegeven aan de maatregelen uit het eerste beheerplan voor vissen. Dit wordt gedaan door meer polders geschikt te maken als leefgebied, zoals polder Wielsicht als paai- en opgroeigebied van vissen. In de Gelte Herne en Koekoekspetten zijn goede mogelijkheden voor het realiseren van oever- en moerasvegetaties geschikt voor vissen en soorten als porseleinhoen en noordse woelmuis. Het toegankelijk maken van polders voor vissen is ook een speerpunt voor dit beheerplan. Het wegnemen van barrières tussen de boezemwateren en de polders zorgt voor een groter leefgebied. Hiervoor wordt gekeken naar het realiseren van een passeerbare verbinding tussen de Kleine en Groote Wielen. In het gemaal bij de Schanserbrug zijn nog visonvriendelijke schroefpompen aanwezig. De vraag staat nog open of dit een eenzijdige vispassage moet worden van de Kleine naar de Groote Wielen. Het passeerbaar maken van de Schanserbrug is een maatregel uit het 1e beheerplan. In beheerplanperiode 2 zal duidelijk worden op welke wijze een ecologische verbinding kan worden gerealiseerd. Meervleermuis Uit slaapplaatstellingen van kraamverblijven die gekoppeld zijn aan de Groote Wielen blijkt dat sinds 1994 de populatie behoorlijk is afgenomen. In de eerste beheerplanperiode lijkt deze daling alleen maar verder versneld te zijn.
Er zijn geen directe aanwijzingen om aan te nemen dat het foerageerbiotoop aan het verslechteren is, maar er is heel weinig bekend over het gebruik van het gebied door de meervleermuis en de staat van instandhouding van het leefgebied binnen de grenzen van de Groote Wielen. Voor de meervleermuis is in de eerste beheerplanperiode een verbindingszone aangelegd. De knelpunten voor deze soort liggen vooral buiten het Natura 2000-gebied. Het tweede beheerplan concludeert dan ook dat maatregelen zich vooral moeten richten op het instandhouden van geschikte verblijfplaatsen in de woonwijken van Leeuwarden. Uitbreidingsplannen van de recreatieve activiteiten in de naastgelegen Kleine Wielen vormen wel een mogelijk knelpunt voor wat betreft licht- en geluidsverstoring. Ook lichtverstoring door wegen en gebouwen op de aanvliegroutes is een mogelijk
Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 8 maart 2023 5 december 2023
25
knelpunt. Het tweede beheerplan concludeert echter in paragraaf 8.1 dat voor soorten die gevoelig zijn voor verstoring vooralsnog geen extra maatregelen worden genomen op dat vlak. Uit de knelpuntenanalyses blijkt dit (nog) geen knelpunt te zijn. Wel is het zaak om dit te volgen en indien nodig aanvullende maatregelen zoals rustgebieden in te kunnen stellen als dat nodig is. Noordse woelmuis Eén van de grootste knelpunten voor de kwaliteit van het leefgebied is het gebrek aan waterpeildynamiek. De grote wateren in de Groote Wielen zijn aangesloten op de Friese boezem, die bijna geen waterpeildynamiek kent. Hierdoor vindt zelden tot nooit inundatie van het leefgebied plaats. Dit werkt het tweede grote knelpunt in de hand: concurrentie met de veldmuis en vooral de aardmuis. Aangezien de noordse woelmuis waarschijnlijk verdwenen is, moet de kans op herkolonisatie zo groot mogelijk gemaakt worden. Tijdens het eerste beheerplan is de situatie voor de noordse woelmuis al verbeterd. Het peilbeheer is grotendeels geoptimaliseerd voor de ontwikkeling van leefgebieden van de soort in de moeraszone. In het tweede beheerplan wordt herstel van leefgebied doorgezet o.a. door ontwikkeling van natuurvriendelijke oevers en optimalisatie van (peil)beheer. Voor verstoring worden geen maatregelen genomen. Uit de knelpuntenanalyses blijkt dit geen knelpunt te zijn.
Porseleinhoen In 2008 zijn voor het laatst twee broedparen waargenomen. In de eerste beheerplanperiode zijn er dus geen porseleinhoenders meer waargenomen in het gebied. Om voldoende areaal leefgebied voor porseleinhoen te herbergen in het gebied moet er voldoende waterdynamiek zijn om verdroging en verbossing tegen te gaan. Tijdens het eerste beheerplan is de situatie voor porseleinhoen al verbeterd. Het peilbeheer is grotendeels geoptimaliseerd voor de ontwikkeling van leefgebieden van de soort in de moeraszone. In het tweede beheerplan wordt herstel van leefgebied doorgezet o.a. door ontwikkeling van moeras en oevervegetaties en optimalisatie van (peil)beheer. Voor verstoring worden vooralsnog geen extra maatregelen genomen. Uit de knelpuntenanalyses blijkt dit (nog) geen knelpunt te zijn. Kemphaan Er dient rekening mee te worden gehouden, dat, ook als het er voldoende goed ingericht leefgebied voor de kemphaan zou zijn, de soort mogelijk nog steeds niet echt terugkomt. De populatie is in heel Fryslân en Nederland gedecimeerd en versnipperd, waardoor de kans op rekolonisatie sterk is afgenomen. Voor de kemphaan is het belangrijk dat er voldoende schrale, natte graslanden met plas-drassituaties zijn die als broed- en foerageergebied kunnen dienen. Omdat de kemphaan laat broedt, is het belangrijk dat het gras niet te snel groeit en laat wordt gemaaid.
In de polders van het gebied is deze habitat aanwezig, wat bijvoorbeeld ook blijkt uit de vestiging van de watersnip die vergelijkbare habitateisen stelt. Tijdens het eerste beheerplan is de situatie voor kemphaan al verbeterd. Het peilbeheer is grotendeels geoptimaliseerd voor de natte graslanden die de kemphaan nodig heeft. In het tweede beheerplan wordt herstel van leefgebied doorgezet o.a. door het verder optimaliseren van het waterbeheer. Voor verstoring worden vooralsnog geen extra maatregelen genomen op dat vlak. Uit de knelpuntenanalyses blijkt dit (nog) geen knelpunt te zijn.
Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 8 maart 2023 5 december 2023
26
Rietzanger De rietzanger is de talrijkste broedvogel in het Groote Wielengebied. Deze soort is relatief lastig om precies te tellen, maar er worden wel jaarlijkse schattingen gemaakt van de populatiegrootte. Deze tellingen in combinatie met de schattingen geven een stabiele trend rond de 200 broedparen. Door de grote hoeveelheid plassen en vaarten waarlangs riet en rietmoeras aanwezig zijn is er een groot potentieel habitat aanwezig in de Groote Wielen. In het tweede beheerplan zal geschikt leefgebied toenemen door ontwikkeling van moeras en oevervegetaties en optimalisatie van (peil)beheer. Voor verstoring worden geen maatregelen genomen. Uit de knelpuntenanalyses blijkt dit geen knelpunt te zijn. Niet-broedvogels: kolgans, brandgans, smient en grutto Volgens het tweede beheerplan zijn er geen knelpunten voor deze soorten. Zelfs niet voor grutto Dat is opmerkelijk, aangezien zowel de broedpopulatie als de winter- en trekpopulatie van grutto’s in Nederland een dalende trend vertoont. Voor verstoring worden vooralsnog geen extra maatregelen genomen. Uit de knelpuntenanalyses blijkt dit (nog) geen knelpunt te zijn.
Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 8 maart 2023 5 december 2023
27
5
Afbakening van effecten In dit hoofdstuk is het eerste deel van de effectbeoordeling uitgewerkt, waarbij wordt aangegeven welke effecten en welke Natura 2000-gebieden relevant zijn voor de effectbeoordeling. De effecten van geluid zijn in een separaat rapport uitgewerkt door Tauw (Van Hooff, 2019; zie bijlage 5) en worden in dit hoofdstuk alleen nog samengevat. Ook de effecten van verzuring en vermesting door stikstofdepositie worden in dit hoofdstuk beschreven. De effecten van kunstlicht worden in hoofdstuk 6 bij de nadere effectbeoordeling verder uitgewerkt.
5.1
Selectie relevante storingsfactoren
Effectenindicator Natura 2000 Effecten, ook wel storingsfactoren genoemd, op instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden kunnen optreden als er een overlap is in ruimte en tijd tussen het invloedsgebied van de ontwikkeling en het invloedsgebied van een waarde of soort waarvoor een instandhoudingsdoelstelling is geformuleerd. Hierbij dient tevens rekening te worden gehouden met de externe werking van de Wnb. Voor de effectbepaling wordt uitgegaan van de representatieve situatie gedurende de gebruiksfase. Het invloedsgebied is afhankelijk van de aard van de effecten: de effecten van stikstofemissie kunnen vele kilometers ver reiken. Effecten van geluid kunnen tot enkele kilometers reiken, fysieke aantasting en optische verstoring reiken doorgaans veel minder ver, enzovoort. Welk effecten er optreden is weer afhankelijk van de aard van de ingreep. De effectenindicator (www.synbiosys.alterra.nl) onderscheidt 19 storingsfactoren (zie ook bijlage 4). Het plangebied ligt buiten het Natura 2000-gebied Groote Wielen, zodat alleen sprake kan zijn van externe werking op Natura 2000-gebieden. Hierdoor kan op voorhand worden gesteld dat veel storingsfactoren bij voorliggend project niet aan de orde zijn.
Externe werking Externe werking treedt op wanneer er, ongeacht de locatie, een effectgebied ontstaat als gevolg van het optreden van ruimtelijke overlap tussen het invloedsgebied van een instandhoudingsdoelstelling en het invloedsgebied van een activiteit die plaatsvindt buiten een Natura 2000-gebied en waarvoor de aangewezen soort of het aangewezen habitattype gevoelig is (zie figuur 7).
Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 8 maart 2023 5 december 2023
28
Figuur 7. Weergave begrippen 'invloedsgebied' en 'effectgebied' van de externe werking Wet natuurbescherming (Bron: Steunpunt Natura 2000, 2010)
Het invloedsgebied van de aangewezen soort of het aangewezen habitattype wordt bepaald door de ecologische randvoorwaarden die nodig zijn om de beschermde soorten of habitattypen in stand te houden. Het invloedsgebied van de activiteit wordt bepaald door de aard en omvang en de periode waarbinnen effecten optreden waardoor het al dan niet behalen van de instandhoudingsdoelstelling wordt beïnvloed. In het kader van onderhavige evenementen is de overlap van deze invloedsgebieden afhankelijk van de tijd van het jaar. Zo zal bij het uitvoeren van evenementen in augustus geen overlap optreden ten aanzien van een overwinterende niet-broedvogelsoort. In het voorliggende hoofdstuk en in hoofdstuk 6 wordt bepaald in hoeverre er in het kader van onderhavige evenementen (significant) negatieve effecten optreden in het kader van de externe werking.
Relevante storingsfactoren Gezien de aard van de evenementen, de afstand van ruim 60 meter tot het Natura 2000-gebied Groote Wielen en de inrichting van het tussenliggende gebied (Groningerstraatweg N355), is geen sprake van oppervlakteverlies, versnippering, verzoeting, verzilting, verontreiniging, verdroging, vernatting, verandering van de stromingssnelheid, verandering van overstromingsdynamiek, verandering van het substraat, optische verstoring, verstoring door trilling, verstoring door mechanische effecten, verandering van de populatiedynamiek en een bewuste verandering van de soortensamenstelling. Effecten die wel potentieel op kunnen treden betreffen: -
Verstoring van kwalificerende soorten in of buiten Natura 2000-gebieden. Bij verstoring als gevolg van de evenementen kan gedacht worden aan verstoring door geluid en (kunst)licht.
-
Verzuring en vermesting van kwalificerende habitats door stikstofdepositie door een eventuele toename van het aantal verkeersbewegingen en het gebruik van aggregaten, etc. als gevolg van de evenementen.
Dit zijn dan ook de effecten die in deze passende beoordeling worden behandeld.
Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 8 maart 2023 5 december 2023
29
5.2
Selectie relevante Natura 2000-gebieden
Relevante Natura 2000-gebieden Effecten als gevolg van verstoring door geluid en licht zijn hooguit mogelijk op de instandhoudingsdoelen van het nabijgelegen Natura 2000-gebied Groote Wielen, wat op ruim 60 meter ten noorden van het plangebied ligt. Andere Natura 2000-gebieden, zoals Natura 2000-gebied Alde Feanen, liggen op een dermate grote afstand (meer dan 7 kilometer) van het plangebied, dat effecten door geluid en kunstlicht als gevolg van de evenementen op voorhand kunnen worden uitgesloten. Daarom focust de effectbeoordeling op het Natura 2000-gebied Groote Wielen zich op geluid en kunstlicht. De effecten door verzuring en vermesting kunnen in theorie over grote afstanden leiden tot negatieve effecten op kwalificerende habitattypen van Natura 2000-gebieden. Daardoor zijn negatieve effecten door stikstofdepositie niet op voorhand uitgesloten, ook al is het nabijgelegen Natura 2000-gebied Groote Wielen niet geclassificeerd als stikstofgevoelig gebied. Bij de effectbeoordeling van verzuring en vermesting wordt door middel van een berekening met het rekenprogramma Aerius bepaald of negatieve effecten op kunnen treden in stikstofgevoelige habitats en leefgebieden in Natura 2000-gebieden.
5.3
Verstoring door geluid
Aard van het effect Door mensen veroorzaakte mechanische geluiden kunnen verstorende effecten veroorzaken op bijvoorbeeld vissen, vogels en vleermuizen. Sommige dieren zijn gevoelig voor geluid, andere minder. Over het algemeen geldt hoe sterker het geluid, hoe erger de verstoring. In het ergste geval wordt het gehele verstoorde gebied geheel, al dan niet permanent, verlaten door een of meer soorten. Ook kan bij sommige soorten gewenning optreden. Met name monotone geluidbronnen kunnen aanvankelijk verstoring veroorzaken maar later niet meer of in mindere mate. Hierbij zijn vissen gevoelig voor onderwatergeluid, terwijl vogels en vleermuizen gevoelig zijn voor bovenwatergeluid. Vissen zijn op basis van hun gevoeligheid voor geluid in te delen in twee categorieën: gehoor-generalisten en -specialisten. De gehoorspecialisten zijn over het algemeen gevoeliger voor hogere frequenties en ook gevoeliger over het hele frequentiebereik dan gehoorgeneralisten, behalve voor signalen onder 200 Hz (Van Opzeeland et al., 2007). In het geluidsrapport van Tauw (Van Hoof, 2019; zie bijlage 5) is een analyse opgenomen van de effecten van geluid op vissen, zoogdieren, vogels en vleermuizen. Daarnaast is een tweetal aanvullende onderzoeken naar geluidseffecten uitgevoerd die eveneens als bijlage zijn opgenomen: -
Bijlage 8 – aanvulling geluidseffecten porseleinhoen
-
Bijlage 19 – aanvulling geluidseffecten Natura 2000-soorten met effecten Ultra Bas
Huidige situatie geluid De Groene Ster is in de huidige situatie in gebruik als recreatiegebied en tevens hebben in de afgelopen jaren eerder muziekevenementen plaatsgevonden. De Groene Ster is daardoor in de huidige situatie geen stil gebied. Desondanks wordt in de effectbeoordeling van geluid voor de Groote Wielen geen
Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 8 maart 2023 5 december 2023
30
rekening gehouden met het feit dat er in de afgelopen jaren eerder muziekevenementen hebben plaatsgevonden in de Groene Ster. Wel wordt gebruik gemaakt van de kennis die bij de eerdere evenementen is vergaard over effecten van geluid op de natuurwaarden in de Groene Ster. Voor het Natura 2000-gebied Groote Wielen is tevens nog belangrijk dat er tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied de Groningerstraatweg (N355) ligt die reeds zorgt voor geluidsverstoring. De zuidkant van de Groote Wielen is daardoor in de bestaande situatie al geen stil gebied. Verder is sprake van vliegbewegingen van vliegtuigen van vliegbasis Leeuwarden. In de aanvulling op de effectbeoordeling van geluid (Van Hooff, 2021 2023; zie bijlage 19) wordt ingegaan op beide aspecten. Effectbeoordeling De effecten op aangewezen soorten als gevolg van verstoring door geluid zijn door Tauw nader beoordeeld (Van Hooff, 2019; zie bijlage 5). De onderstaande effectbeoordeling is een korte samenvatting van dit rapport. VISSEN De wateren van het plangebied behoren tot een ander peilgebied dan het Natura 2000-gebied Groote Wielen. Het waterpeil in de Groote Wielen is hoger dan dat in het plangebied. De gebieden staan met elkaar in verbinding door een duiker die onder de Groningerstraatweg doorloopt, waardoor water vanuit de Groote Wielen in het plangebied kan stromen.