CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Notitie Inrichtings- en beheerplan bufferzone De Hem

Besluitvorming (raad) 21 juni 2023, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan De Hem inclusief bijlagen (o.a. welstandscriteria)3.450 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notitie Inrichtings- en beheerplan bufferzone De Hem, april 2023 ___________________________________________________ Kenmerk 2023-083285

Inhoud

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Inleiding Stedenbouwkundig plan De Hem Voorontwerp bestemmingsplan en toezeggingen (moties) Werkgroep: samen plannen maken Eerste aanzet tlu landschapsarchitecten Bufferzone en waterbeheersing (polder of boezem) Consultatie effecten weidevogels Uitwerking inrichtingsmodellen Beheeraspecten Afweging en keuze

Blad 2

1

Inleiding

Het bestemmingsplan voor buurtschap De Hem is onlangs ter visie gelegd. Binnenkort wordt de reactienota door het college aan de raad voorgelegd en wordt de raad gevraagd het bestemmingsplan voor De Hem vast te stellen. Het stedenbouwkundige plan voor De Hem en de grondexploitatie zijn eerder door de raad vastgesteld. Bij de vaststelling van het stedenbouwkundige plan is aangegeven dat met betrekking tot de bufferzone (de zone tussen de geplande bebouwing en de Hounspolder) er een inrichtings- en beheerplan wordt opgesteld in overleg met de beheerder van de Hounspolder. Toegezegd is dat de plannen voor de bufferzone parallel met het bestemmingsplan aan de raad worden voorgelegd. In deze notitie gaan wij in op het inrichten en beheer van de bufferzone, de alternatieven, het overleg en participatie met de beheerder van de Hounspolder en stellen wij voor een keuze te maken met betrekking tot het inrichtingsplan.

2

Stedenbouwkundig plan De Hem

Het stedenbouwkundige plan voor De Hem, zoals dat nu in het ontwerp bestemmingsplan is opgenomen, ziet er als volgt uit (kaart):

De volgende kaart laat een uitsnede zien van de oostrand:

Blad 3

In het ontwerp bestemmingsplan (2022) is de bufferzone iets vergroot ten opzichte van het eerder door de raad vastgestelde stedenbouwkundige plan. In het aangepaste stedenbouwkundig plan grenzen nu niet de achtertuinen aan de betreffende zone, maar is de bebouwing opgeschoven (c.a. 8 meter) en ligt de nieuwe kavelgrens bijna op de gevel van de woningen waarbij een fraai uitzicht op het groen ontstaat en waarbij met erkers/balustrades kan worden gewerkt. De zone tussen de woning en de nieuwe sloot wordt als plas/dras ingericht met een beloopbare kade langs de nieuwe sloot. Doel is betreding van deze zone te ontmoedigen en problemen met privacy voor de woningen te voorkomen. Het pad op de kade is een informeel wandelpad zonder elementenverharding.

Blad 4

Ter illustratie is in de welstandsrichtlijnen bij het bestemmingsplan het volgende dwarsprofiel opgenomen:

3

Voorontwerp bestemmingsplan en toezeggingen (moties)

Op 25 oktober 2022 heeft het College van B&W besloten het ontwerp bestemmingsplan ter visie te leggen. De volgende tekst is opgenomen in het college voorstel van 25 oktober 2022. Bij de vaststelling van het stedenbouwkundig plan voor De Hem is ten aanzien van de bufferzone een motie aangenomen. In de motie van GroenLinks wordt het college verzocht: 1. zorg te dragen voor een inrichting en beheer van de bufferzone tussen De Hem en de Wirdumervaart die maximaal is afgestemd op de weidevogels in De Houn; 2. samen met het vast te stellen bestemmingsplan een uitgewerkt inrichtings- en beheerplan aan de gemeenteraad voor te leggen dat rekening houdt met de bovenstaande overwegingen; 3. bij ontwerp, aanleg en beheer de samenwerking te zoeken met beheerders en vrijwilligers van de weidevogelpolder De Houn

4

Werkgroep: samen plannen maken.

Voor het opstellen van de plannen voor de bufferzone is een werkgroep opgericht met vertegenwoordigers van de Stichting tot Behoud van de Amerikaanse Windmolen Goutum/Wirdum (verder te noemen de Molenstichting), het Waterschap en de Gemeente. Tevens is gebruik gemaakt van de expertise van buro tlu landschapsarchitecten en de expertise van een ecoloog van buro Altenburg&Wymenga BV.

Blad 5

5

Eerste aanzet buro tlu landschapsarchitecten

In mei 2022 zijn door buro tlu de eerste schetsen opgeleverd voor de beoogde inrichting van de bufferzone. Daarbij is als vertrekpunt gehanteerd: - hoger waterpeil in greppels - waar mogelijk plas-dras gebieden - latere maaidatum eerste snee. Het betreffende rapport (zie bijlage tlu landschapsarchitecten 5 mei 2022) is besproken in de werkgroep en vervolgens als leidraad gebruikt voor de verdere discussie. De essentie van het advies van tlu luidt: -

-

6

Slechts geringe aanpassingen aan huidige situatie Bufferzone wordt gevoed door boezemwater, geen open verbinding tussen greppels en open water Greppels worden onder profiel gebracht waardoor flauwe oevers aan de noordzijde Natuurvriendelijke oevers langs de watergangen Aan de binnenzijde van het ‘buitenwater’ liggen kades. Deze zijn nodig voor onderhoud, voor het weren van ‘buitenwater’ in de bufferzone en zijn toegankelijk buiten het broedseizoen. Beheer nader te bepalen Door het onderbreken van doorgaande waterverbindingen wordt verstoring vanaf het water tegengegaan Bufferzone en waterbeheersing (polder of boezem)

In het overleg om te komen tot een definitieve inrichting zijn 2 modellen modellen ontstaan ten aanzien van de waterbeheersing: a) De bufferzone als een polder met een gereguleerd waterpeil; b) De bufferzone voor de boezem, zonder gereguleerd waterpeil 6.1

Bufferzone inrichten als een polder

De Molenstichting zou het liefst de bufferzone (het gedeelte tussen de nieuw te graven waterpartij en de Wirdumerfeart) net zo willen behandelen als de Hounspolder. Dat betekent dat de bufferzone volledig bedijkt wordt en dat het waterpeil wordt beheerd met een inlaat in combinatie met de bestaande molen van de Molenstichting. Via de inlaat kan dan tijdens (te) droge periodes water vanuit de boezem worden ingelaten en tijdens (te) natte periodes kan via een onderleider onder de Wirdumerfeart via de molen water aan de polder worden onttrokken. Met een dergelijk beheer kan maximaal worden ingespeeld op de meest gunstige omstandigheden voor fouragerende weidevolgels in de periode februari t/m juni. Om het peil op deze manier te beheren moet het bestaande

Blad 6

greppelpatroon wel worden aangetast. Om water aan- en af te voeren moet er van en naar de in/uitlaat een “sloot” evenwijdig aan de Wirdumerfeart zorgen voor een verbinding tussen de bestaande greppels. 6.2.

Bufferzone voor de boezem, geen peilbeheer

In deze situatie wordt de nieuwe sloot ten westen van de bufferzone niet voorzien van een kade aan de zijde van de bufferzone zodat de boezem direct in contact staat met de (greppels van de) bufferzone. Het fluctuerende boezempeil (streefpeil 0,52- en fluctuerend tot 0,30-) in combinatie met het bestaande hoogteprofiel van de bufferzone en greppels zorgt voor een situatie die in de meeste gevallen voldoet aan de (ecologische) eisen wat betreft de kwalitatieve omstandigheden voor fouragerende weidevogels. Ook tijdens relatieve nattere periodes zijn er drogere plekken binnen de bufferzone omdat het maaiveld verschillende hoogtes kent. Belangrijke voorwaarde is wel dat de bufferzone voldoende effectief beheerd kan worden om de gewenste biotoop voor weidevogels ook op termijn in stand te kunnen houden. Verderop in deze notitie wordt daar specifiek op ingegaan. 6.3.

Polder in relatie tot peilbesluit en waterhuishoudingsplan

Het waterschap verzet zich tegen het polder idee voor de bufferzone. Het bemalen en niet voor de boezem leggen is in strijd met het vigerende beleid (meer boezem, meer berging etc) en zou betekenen dat de bestaande uitzondering voor de Hounspolder zou moeten worden uitgebreid. Toelichting historie waterhuishouding: Voor dit gebied is vrij recent (2016) op verzoek van de gemeente Leeuwarden een peilbesluit genomen . Eerder was al een waterhuishoudingsplan voor de Zuidlanden opgesteld was, met als uitgangspunt geleidelijk het hele gebied te ontpolderen. De Hounspolder werd voorheen bemalen via Wiarda , wat voor de boezem zou moeten komen . Daarmee zou ook de Hounspolder voor de boezem komen. Parallel daaraan was de Molenstichting bezig de molen te restaureren en leidde de discussie over de weidevogels in de Hounspolder tot de wens deze in te zetten voor bemaling. Om hen tegemoet te komen is het officiële peilbesluit voor de Hounspolder wel vastgesteld op -0,52 , boezemniveau, maar is in de tekst een uitzondering opgenomen, dat zolang de windmolen er staat er bemalen mag worden tot maximaal het voormalige polderpeil. Mocht de windmolen kapot gaan of de stichting niet meer willen/kunnen beheren , dan is het Wetterskip dus niet verplicht hier een alternatieve bemaling te realiseren. Dit is dus al een voorwaardelijke situatie.

Voor de Hem was het idee om hier een wonen aan water wijk voor de boezem te maken, dus dit hele gebied heeft in het peilbesluit een boezempeil gekregen. In de maatregelenkaart is opgenomen dat een boezemkering, onderleider en een inlaat daardoor konden verdwijnen. Hiermee voldeed het

Blad 7

peilbesluit aan de beleidsdoelen om zo veel mogelijk assets te verminderen. Op basis hiervan is het peilbesluit vastgesteld. 6.4.

Invulling opgave natuurcompensatie (aquatische ecologie)

Binnen de Zuidlanden ligt een opgave bij gemeente en waterschap om 1,8 ha natuurcompensatie (KaderRichtlijnWater) te realiseren. Dit is een opgave die is ontstaan door het destijds baggeren van de Wirdumerfeart ten behoeve va de sloepenroute. Door het baggeren is een belangrijke en specifieke biotoop (luw en ondiep water) verloren gegaan. Met de inrichting van de bufferzone kan een deel van deze opgave worden gerealiseerd. Het verbreden van de nieuwe waterpartij (aan de westzijde van de bufferzone) met een forse zone met ondiep water biedt kansen de eerder verloren gegane aquatische ecologie deels te herstellen. Voorwaarde is dan dat de sloot niet bevaarbaar wordt. De waterpartij wordt aan beide zijden ter hoogte van de Wirdumerfeart door middel van een dwarspaal afgesloten voor vaartuigen. 6.5.

Overige aspecten

Het gedeelte van de bufferzone tussen de nieuwe watergang en de Wirdumerfeart mag tijdens het broedseizoen niet toegankelijk zijn. Voor het beheer van de bufferzone worden 2 toegangen gerealiseerd over de nieuwe waterpartij met een insnoering en een wegneembare overkluizing. Buiten het broedseizoen is de overkluizing permanent aanwezig. In die periode is de kade langs de Wirdumerfeart begaanbaar. Er wordt echter geen pad aangelegd. Langs de woningkant van de nieuwe waterpartij wordt wel een wandelpad geprojecteerd (half verharding). Dit pad wordt tijdens het broedseizoen afgesloten.

7

Consultatie effecten weidevogels

In december 2022 is advies gevraagd aan Altenburg&Wymenga met betrekking tot de inrichting van de bufferzone. Altenburg&Wymenga hebben een groot aantal adviezen opgesteld in opdracht van zowel gemeente als provincie m.b.t. de situatie rond de weidevogels. Eén van die adviezen betrof het rapport van 30 januari 2019 (A&W-notitie: 3188hou) waarin men aan de gemeente advies uitbrengt over het beheers- en inrichtingsvoorstel van de Molenstichting aangaande de Hounspolder). Met het voorliggende ontwerp-bestemmingsplan als uitgangspunt is A&W gevraagd te adviseren over de inrichting en beheer van de bufferzone, mede in het licht van de discussie rond het wel of niet maken van een polder. Uiteraard in de wetenschap dat A&W eerder heeft geadviseerd minimaal 300 meter afstand te houden de Hounspolder.

Blad 8

Hierna een korte weergave van het consult van A&W: De kwaliteit van de Hounspolder is zodanig dat ook na realisatie van De Hem er, hoewel de aantallen fors zullen afnemen, weidevogels zullen broeden. De geprojecteerde bufferzone zal niet of nauwelijks worden gebruikt als broedhabitat voor weidevogels maar zal condities moeten scheppen die de aanwezige broedhabitat van de Hounspolder binnen de context van realisatie van De Hem zoveel mogelijk ondersteunt. Om de aanwezige broedhabitat in de Hounspolder zoveel mogelijk te ondersteunen zijn de volgende elementen van groot belang: - rust - ruimte, en - openheid op landschapsschaal en in het maaiveld Ruimte en openheid laten zich vertalen in de volgende landschappelijke eigenschappen: - geen opgaande vegetatie/bouwwerken (ruimte/uitzicht voor baltsgedrag) - korte en open vegetatie jaarrond (vanuit maaiveldperspectief: uitzicht om tijdig alarm te kunnen slaan bij bedreigingen). Rust laat zich vertalen in: - nat/drassig onprettig om te betreden - grenssloot zonder vaste dammen.

o Opmerking A&W: het wandelpad langs de vaart is een storingsbron, beleving van het weidevogelgebied is waardevol; overwegen om pad tijdens broedseizoen af te sluiten en eventueel een verdekt toegankelijk kijkscherm plaatsen? De bufferzone zal voornamelijk een functie hebben als ruimtelijke buffer en als rust- en voedselplek voor vogels die broeden in de Hounspolder. Dat vraagt om een open gebied, een rijk bodemleven, een hoog waterpeil en plas-dras en vernatting. Het beheer moet daarop zijn afgestemd: jaarlijks maaien na het broedseizoen, vegetatie kort de winter in en niet te lang onder water. Dit laatste is nodig omdat het bodemleven, en met name regenwormen, niet tegen langdurige overstroming kan (langer dan een week of 3 à 4). Regenwormen vormen het hoofdvoedsel van steltloperweidevogels. Het broedseizoen wordt als gevolg van het huidige klimaat zowel vervroegd (broeden voor het droge voorjaar) als verlengd (broeden na een te droog voorjaar) en loopt van medio februari tot medio juli. De betreffende aspecten komen het beste tot zijn recht bij het actief beheren van het waterpeil en het creëren van een winterpolder situatie.

Blad 9

8

Uitwerking inrichtingsplannen met en zonder peilbeheer

Voor beide situatie is de beoogde inrichting geschetst.

8.1

Inrichting bufferzone voor de boezem

Bijlage 1 geeft een beeld van de beoogde inrichting in de boezemsituatie. Het inrichtingsplan voorziet in het handhaven van de huidige greppelstructuur. Ook de kade langs de Wirdumerfeart wordt gehandhaafd. De nieuwe waterpartij aan de westzijde van de bufferzone wordt natuurvriendelijk ingericht met een ruime zone met ondiep meanderend water (0,5 tot 0,7 m diepte). Deze zone zorgt voor een specifieke biotoop en staat in verbinding met de greppels van de bufferzone (zie ook de dwarsprofielen op de schets in de bijlage). De schets geeft een beeld van de effecten van het waterpeil (de fluctuerende boezem) op de vernatting. In totaal wordt 7.200 m2 water extra gerealiseerd waarvan 5.300 m2 als luw water (compensate KRW)

8.2

Inrichting bufferzone als polder

Bijlage 2 geeft een beeld van de beoogde inrichting als polder. Omdat in deze situatie het waterpeil wordt beheerd is de bufferzone als een polder ingericht. De polder ontstaat door aan de westzijde een kade aan te brengen. Met een lichte verhoging ontstaat al een kade die het water keert. De westelijk watergang blijft ook in deze situatie buiten de polder en dus voor de boezem. De inrichting en profiel van deze watergang is vergelijkbaar met bijlage 1 echter minder vloeiend vanwege de kade. De polder wordt via een onderleider aangesloten op het watersysteem van de Hounspolder. Om het water te reguleren wordt in de bufferzone een sloot gegraven die de greppels onderling verbind.

In dit model wordt 5.445 m2 extra water gerealiseerd; door de kade kan echter geen meanderend water ontstaat waardoor de hoeveelheid luw water beperkt wordt tot 3.725 m2. De compensatie KRW is in dit model derhalve kleiner. 8.3

Algemeen

De kade langs de Wirdumerfeart is buiten het broedseizoen begaanbaar voor wandelaars zonder dat er een pad wordt aangelegd. Voor de toegang worden op twee plekken insnoeringen gemaakt met een afneembare overkluizing. Deze

Blad 10

wordt gebruikt voor beheerdoeleinden en buiten het broedseizoen voor wandelaars. Zodra een keuze is gemaakt wordt het inrichtingsplan vertaald in een definitief ontwerp. Daarbij wordt rekening gehouden met de volgende aandachtspunten: Van belang voor het beheer: -

Plaats en uitvoering verwijderbare overbruggingen, draagvermogen min. 6 ton. Overbrugging sluit bij voorkeur aan op de bestaande kade langs de Wirdumerfeart (aansluiten op droge delen). Een droge keermogelijkheid realiseren voor materieel aan einde van de kade. Toeleidend pad/fietspad vanaf de weg naar de overbrugging moet geschikt zijn voor zwaar materieel.

Binnen de werkgroep is geen overeenstemming bereikt over de wijze van inrichting van de bufferzone. Het waterschap kiest voor een model zonder peilbeheer (boezem) en de Molenstichting wenst geen concessies te doen aan het functioneren van de bufferzone voor de weidevogels. De Molenstichting is van mening dat zonder actief peilbeheer niet kan worden voldaan aan de voorwaarden die eerder door A&W zijn geformuleerd. Bovendien vindt de Molenstichting dat geen recht wordt gedaan aan de door de gemeenteraad aangenomen motie met betrekking tot de bufferzone.

9

Beheeraspecten

9.1

Bufferzone voor de boezem

Onderzocht is of en zo ja op welke wijze het beheer van de bufferzone kan plaats vinden in de situatie dat het peil niet wordt beheerd, maar wel moet worden voldaan aan het in stand houden van de gewenste biotoop voor weidevogels. De gemeente is in staat het beheer van de bufferzone over het algemeen goed te verzorgen. Het terrein wordt tweemaal per jaar gemaaid en maaisel wordt afgevoerd: eenmaal na het broedseizoen (juli) en eenmaal voor het najaar (ca. september/oktober). Gezien het ontbreken van mogelijkheden tot het reguleren van het peil, kan de bufferzone, afhankelijk van de heersende weersomstandigheden, langere tijd erg nat zijn. Het risico bestaat dat door de natte omstandigheden maairondes niet uitgevoerd kunnen worden. In het uiterste geval zelfs dat in een heel jaar niet gemaaid kan worden.

Blad 11

Het risico bestaat dat door het niet kunnen maaien andere vegetatie ontstaat dan in het huidige weideland. Ook als er wel gemaaid wordt, kunnen langdurige natte omstandigheden eveneens leiden tot andere vegetatie (bijv. riet). Het beheer kan binnen de reguliere opgave areaalmutaties worden opvangen. Er is voor de bufferzone geen extra onderhoudsgeld nodig. Naast het maaien van de bufferzone vinden uiteraard ook andere reguliere onderhoudswerkzaamheden plaats zoals hekkelen, greppels maaien, greppelfrezen, beheer rietzone, bemesten (“rûge dong”) etc. Ook dit is inbegrepen binnen de reguliere opgave areaalmutaties. Inzet begrazing? Met een vorm van begrazing kan worden voorzien in een natuurlijke bemesting. Voor begrazing is het wel nodig dat één van de toegangen van een vaste brug wordt voorzien die afsluitbaar is (ook voor predatoren) op een wijze zoals ook bij de Hounspolder is gerealiseerd. Zonder begrazing zal het gras tussen de maairondes doorgroeien en hoog worden. Er is dan geen sprake van continue kort gemaaid/begraasd grasland. Evaluatie De beheersituatie wordt jaarlijks gemonitord. Mocht in de praktijk blijken dat de vegetatie structureel niet op het gewenste nivo blijft (namelijk geschikt als fourageergebied) dan zullen aanvullende maatregelen moeten worden getroffen en zal een afweging moeten worden gemaakt om extra beheermiddelen in te zetten. 9.2

Bufferzone als polder

In deze situatie kan beheer plaats vinden conform het huidige beheer van de Hounspolder: -

Peil reguleren via de molen in combinatie met een inlaat Bemesting via beweiding Beheer maximaal afgestemd op de beoogde functie als uitloopgebied voor de weidevogels (minder afhankelijk van weersomstandigheden).

Inrichten als polder biedt de beste garantie op het voorkomen van ongewenste vegetatie en bosopslag. Begrazing in de vorm van naweide na de laatste maaibeurt is het beste om te zorgen dat de vegetatie kort de winter in gaat. In beide modellen is een natuurvriendelijke oever met luw (ondiep) water geprojecteerd. Dit is een De waterpartij aan de westzijde met een natuurvriendelijke oever en ondiep water is een belangrijke ecologische aanvulling. Voorkomen moet worden dat deze zone door te weinig beheer leidt tot verruiging en bosopslag (geldt voor

Blad 12

beide modellen). Is dat laatste het geval dan doet dat afbreuk aan de gewenste openheid van het landschap en vergroot dat de toegankelijkheid van het terrein voor (grond)predatoren. Beide zijn ongunstig voor broedende en rustende weidevogels.

10

Afweging en keuze

Beide inrichttingsmodellen voor de bufferzone hebben een positieve invloed op het gebruik van de Hounspolder door weidevogels. In beide gevallen is een op de weidevogels afgestemd beheer cruciaal om dienst te kunnen doen als fourageergebied. In de poldersituatie zijn de condities om het beheer onder alle omstandigheden zoveel mogelijk af te kunnen stemmen op de weidevogels het meest optimaal. In de boezemsituatie zal het af en toe voorkomen dat de bufferzone te nat wordt en minder goed kan worden beheerd (langer gras en andere vegetatie) c.q. dat het bodemleven minder floreert. Daar staat tegenover dat vanuit het Waterschap er geen bereidheid is het huidige peilbesluit te wijzigen. Het Waterschap vindt de nadelen van het opnieuw inrichten van een polder en het toestaan van peilverlaging niet opwegen tegen de relatief geringe voordelen voor het weidevogelbeheer. Ook de discussie rond de opgave om natuurcompensatie (KaderRichtlijnWater) te realiseren speelt in deze discussie een rol. Deze compensatie is nog niet gerealiseerd en is steeds lastiger tijdig te realiseren in de directe nabijheid van de Wirdumerfeart. Op dit moment voorzien wij slecht in Unia Oost kansrijke opties om een deel van de benodigde compensatie in te vullen. Aanvankelijk werd gedacht de compensatie grotendeels rond De Hem te realiseren.

In de gepresenteerd plannen voor de bufferzone kan weliswaar compensatie plaats vinden langs de sloot maar kan deze geprojecteerde zone met luw water niet veel groter worden gemaakt dan nu ontworpen zonder de functie van de bufferzone als fourageer gebied te veel aan te tasten. In het inrichtingsmodel voor de boezem wordt 5.300 meter aan luw (KRW) water toegevoegd. In het poldermodel is deze zone minder groot omdat de sloot met een kade wordt afgeschermd van de polder. Gelet op bovenstaande stellen wij voor in te stemmen met het inrichtings- en beheerplan dat past bij de situatie voor de boezem. Deze keuze past binnen de kaders van het waterhuishouding plan voor de Zuidlanden, voorziet in een grotere natuurcompensatie en draagt voldoende bij aan de wens de bufferzone in te richten voor weidevogelbeheer (fourageren).

Blad 13

Bijlage 1: Inrichtingsplan bufferzone: model boezem (geen peilbeheer)

Blad 14

Uitsnede dwarsprofiel nieuwe watergang

Blad 15

Bijlage 2: Inrichtingsplan bufferzone: model polder (wel peilbeheer)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=86715b43-868f-4918-b005-3cf22f45d80a