Memo - technische informatie uitvoering Participatiewet
Tekst van het document
MEMO Aan:
de gemeenteraad
Van:
Friso Douwstra
Datum:
8 februari 2021
Onderwerp:
technische informatie uitvoering Participatiewet
Registratienummer:
Bij de sector Uitvoering Sociaal Domein wordt gewerkt vanuit de ambitie “Iedereen in beweging”. We maken geen keuzes in doelgroepen: de doelgroep is het individu. Iedere bewoner krijgt, waar nodig, alle ondersteuning die nodig is om in beweging te komen. Dit in de stellige overtuiging dat werk de beste vorm van participatie is. Het is voor iedere mens belangrijk om mee te doen. Door mee te doen is er dagritme en structuur, is er het gevoel er bij te horen. Dit zorgt er voor dat men zich beter en gelukkiger voelt. Maatwerk – Op Maat Er ontstaat makkelijk verwarring over het begrip ‘maatwerk’, wat daar onder wordt verstaan en wanneer het nodig is. De praktijk laat namelijk zien dat maatwerk niet voor iedereen nodig is. Voor circa 80% van de doelgroep bieden de gestandaardiseerde wetten, regels, aanpak en instrumenten voldoende bestaanszekerheid. Ongeveer 20% heeft maatwerk nodig. Maatwerk is de best passende (reguliere) oplossing voor het individu en/of het gezin vanuit een integrale aanpak. Als we het hebben over de werkwijze van Op Maat (voorheen Inclusieve stad / Omgekeerde toets), dan hebben we het over een plan vanuit het perspectief van de bewoner, waarbij er een doorbraak nodig is die niet regulier ingezet kan worden. Hierbij wordt het eigenaarschap belegd bij de bewoner; de maatwerkoplossing is een oplossing vanuit zijn of haar perspectief.
Bij de werkwijze van Op Maat staan het perspectief van de bewoner en het gewenste effect van de ondersteuning centraal. Op Maat wordt ingezet wanneer de reguliere routes en voorzieningen geen passende oplossing bieden of wanneer er meer snelheid vereist is. Maatwerkinzet kan bestaan uit de volgende varianten: inzet van ondersteuning, inzet van een vergoeding, of het inzetten van mandaat. Het kan ook een combinatie zijn van deze drie.
Blad 2 Ontwikkeling medewerkers Vanaf 2015 is er een programma omgekeerde toets opgezet. Alle uitvoerende medewerkers in het sociaal domein (Participatiewet maar ook WMO en Jeugdwet) met klantencontact of beslissingsbevoegdheid hebben een training gevolgd. De naam van het programma is in de loop der jaren gewijzigd, eerst was het omgekeerde toets, daarna inclusieve stad en tegenwoordig ”Op maat”. Het doel is nog steeds gelijk, (binnen de kaders van de wet) zoeken naar de beste oplossing voor het individu of gezin. Ook nu nog krijgen alle nieuw collega’s een training Op Maat. Dit is onderdeel van de introductie. Ook zijn er in alle uitvoerende teams ambassadeurs aangesteld. Casussen worden besproken en als het nodig is opgeschaald naar het casusteam. Ambassadeurs zijn beschikbaar om vanuit de achtergrond van hun team input te geven. Daarnaast zijn er in het afgelopen jaar zijn voor alle uitvoerende medewerkers trainingen georganiseerd in het schrijven op B1 niveau en worden alle brieven naar klanten op dit taalniveau aangepast. Ook zijn er voor de uitvoerders trainingen LVB georganiseerd (omgaan en communiceren met licht verstandelijk beperkte burgers). Door dit alles is de cultuur in de uitvoering dat er ruimte wordt genomen om te kijken naar de menselijke maat en niet iets te doen omdat het nou eenmaal zo in de wet staat.
Medewerkers voelen die vrijheid om af te wijken en worden gesteund door senioren en management. Ervaringsdeskundigen Bij de doorontwikkeling van onze dienstverlening wordt gebruik van ervaringsdeskundigen gemaakt. In het afgelopen jaar hebben ervaringsdeskundigen bijvoorbeeld meegedacht aan een ideale klantreis op het thema armoede en schulden en dan specifiek op preventie en vroegsignalering. De inbreng van ervaringsdeskundigen is zeer waardevol en wordt ook het komend jaar ingezet. Stimulerende maatregelen Er wordt een breed scala aan stimulerende maatregelen ingezet die helpt om onze inwoners in beweging te krijgen. Lokale maatregelen, maar ook regionale maatregelen (arbeidsmarktregio). Een aantal willen we er uit lichten. Deeltijd premie Per 1 januari 2019 is de 'Premie deeltijdwerk' ingevoerd. Iedere 27+ uitkeringsgerechtigde (27 minners zijn wettelijk (m.u.v. motie Smeulders “tijdens coronacrisis”) uitgesloten: daar ligt de focus op scholing) krijgt eens per halfjaar, ambtshalve, een premie toegekend van 8% van de inkomsten over dat halfjaar. Het doel is werken lonend te maken. Omdat de premie een percentage van de gekorte inkomsten is, loont het om deeltijd te gaan werken, maar ook om méér uren deeltijd te gaan werken en te wennen aan een drukkere werkweek. Het verkleint de drempel. De 8% komt grofweg overeen met één maandinkomen per jaar.
De hoogte van de premie biedt een prikkel om de stap naar (deeltijd) werk sneller te maken
Blad 3 maar is ook weer niet zo hoog dat er negatieve prikkels ontstaan waardoor de uitstroom wordt belemmerd (armoedeval). Wettelijk gezien mag een dergelijke onbelaste premie maximaal 2 maal per jaar worden verstrekt. De premie is gebaseerd op artikel 31 lid 2j P- wet. Daarin staat dat er ten hoogste € 2.629,00 per kalenderjaar mag worden verstrekt. In de praktijk zal het bedrag altijd lager uitpakken omdat het genoemde maximale bedrag meer is dan 8% van het maximale bedrag aan bijstand per jaar. We worden door andere gemeenten benaderd als koploper. Wij zijn na Smallingerland de eerste gemeente die de premie goed heeft uitgewerkt. Het past bij het uitgangspunt dat participatie naar vermogen wordt aangemoedigd. Qua resultaten kunnen we de resultaten van de premie nog niet helemaal goed duiden, daarvoor is meer tijd nodig. We zijn in 2019 gestart en in het voorjaar van 2020 kregen we te maken met de effecten van de coronacrisis. Er is tot nu toe nog geen toename in het percentage deeltijdwerkenden te zien. Wel is er een toename van de gemiddelde inkomsten die worden opgegeven waarneembaar. Surplus Met Surplus willen we uitkeringsgerechten die parttime werken ontzorgen door ze financiële rust en zekerheid te bieden. Surplus zorgt voor een vast inkomen (de uitkeringsnorm) zonder verrekeningen achteraf.
Dit gebeurt door de werkgever het loon naar de gemeente te laten overmaken; de klant heeft daarvoor zijn werkgever gemachtigd. De gemeente stelt op basis van de loonstrook de verrekenbare inkomsten vast. Deze worden administratief, dus achter de schermen, door de gemeente verrekend, zodat alles uiteindelijk goed in het systeem staat. Dit voorkomt achteraf verrekeningen en debiteuren/schulden na het beëindigen van de uitkering. Een tussenrekening als Surplus biedt stabiliteit. Dit wordt versterkt door te sturen op financiële zelfredzaamheid van de klant. Een exitgesprek (geen uitkering meer nodig) kan onderdeel zijn van de reguliere dienstverlening. In dat gesprek wordt met de klant gekeken naar de nieuwe financiële situatie, wat dat betekent voor toeslagen, subsidies, regelingen en belastingen. Wanneer een klant problemen heeft met het organiseren van zijn financiële huishouding, kan de gemeente zorgen voor de inzet van de juiste hulp. Scholing Er wordt veel aandacht besteed aan het scholen van klanten. Scholing maakt klanten beter inzetbaar op de arbeidsmarkt. Bovendien zorgt duurzame inzetbaarheid ervoor dat men minder snel terugvalt in een uitkeringssituatie. Er zijn ontzettende veel mogelijkheden voor klanten om geschoold te worden. We hanteren geen vast scholingsbudget.
Blad 4 Scholing jongeren onder de 27 jaar Voor jongeren is school een voorliggende voorziening. Dit wordt ingezet om de kansen op de arbeidsmarkt te vergroten en latere terugval in de bijstand te voorkomen. Jongeren krijgen hierbij, indien noodzakelijk, financiële vergoeding van de gemeente bij aanschaf boeken en/of een laptop. Voor het maken van de juiste keuze en haalbaarheid van een opleiding kan er gebruik gemaakt worden van de NOA testen. Deze testen van de Vrije Universiteit van Amsterdam worden ingezet om het capaciteitenniveau van de jongere te weten te komen. Dit is van belang om te weten of de jongere in staat is om een opleiding op een bepaald niveau succesvol af te ronden. Tevens kunnen gevalideerde persoonlijkheid- en competentietesten, maar ook interessetesten en motivatie-leerstijlen testen afgenomen worden. Deze laatst genoemde testen kunnen ook van invloed zijn op het succesvol afronden van een opleiding. Vanuit het Jongerenteam wordt preventief veel gedaan om ervoor te zorgen dat jongeren een startkwalificatie krijgen en niet in de bijstand terecht komen. Daarnaast wordt er veel aandacht en tijd besteed aan verzuim, dreigende schooluitval en voorgenomen exits op scholen. Hier wordt goed en intensief samengewerkt met de scholen en andere externe partijen.
Vanuit onder andere Aanpak Jeugdwerkloosheid en Aanpak VSV zijn of komen er gelden om hiermee aan de slag te gaan. Deels is dit ook voor de regio bestemd. Doel is jongeren op school te houden, maar ook om jongeren terug te begeleiden naar school. Als jongeren terug gaan naar school vindt er nazorg (monitoring) plaats vanuit het jongerenteam. Landelijk is gemeente Leeuwarden koploper in jongeren terug te begeleiden naar school. Scholing 27-30 jaar Studiefinanciering kan aangevraagd worden tot 30 jaar. Indien er nog de mogelijkheid bestaat om gebruik te maken van studiefinanciering dan kunnen klanten in de leeftijd van 27 tot 30 jaar nog via de reguliere weg scholing gaan volgen. Dit biedt kansen met betrekking tot inzetbaarheid arbeidsmarkt en ook duurzame uitstroom. Levenlanglerenkrediet Als er geen recht meer bestaat op studiefinanciering en een klant wil toch een opleiding gaan volgen, dan bestaat er de mogelijkheid om hiervoor geld te lenen via DUO. Het les-, examen- en inschrijfgeld kunnen uit deze lening worden betaald. Indien een klant hier gebruik van wil maken in combinatie met de uitkering zal dit beoordeeld worden. Dit is altijd maatwerk.
Blad 5 Kort kwalificerende cursussen Deze worden vergoed indien dit de inzetbaarheid op de arbeidsmarkt vergroot. Daarbij wordt mede gekeken naar kansberoepen en -sectoren zodat kans op uitstroom/werk mogelijk is. Denk aan cursussen VCA, heftruck, taxipas en vakgerichte cursussen in het groen. Vanuit Vizier op Werk, maar ook vanuit team Werk en het Jongerenteam wordt hier gebruik van gemaakt. Werken en leren (BBL) Er zijn meerdere contacten met werkgevers voor leerwerktrajecten. Klanten kunnen middels scholing toewerken naar minimaal een startkwalificatie door middel van een BBL constructie. Denk hierbij aan (installatie)techniek, helpende, hovenier en bouw. Klanten kunnen, daar waar nodig en mogelijk, een voortraject via Vizier op Werk volgen. Maatwerk Maatwerk is mogelijk indien het zicht op werk aanwezig is. Vanuit Vizier op Werk zijn klanten onder andere succesvol geschoold richting lasser, medewerker fastfood catering, installatietechniek en vrachtwagenchauffeur. Het project Eigen Kracht heeft meerdere klanten succesvol omgeschoold richting de zorg met baangarantie. Dit was/is met behoud van uitkering. Perspectief op Werk Vanuit Perspectief op Werk wordt er scholing geboden aan alle Friese werkzoekenden, waarvan de verwachting is dat daarmee een duurzame plaatsing te realiseren is. Zij richten zich op kanssectoren (waaronder techniek, bouw, ICT).
Het zijn diverse trajecten, van een korte meerdaagse training tot een BBL constructie waar werkgevers bij betrokken zijn. Alle voorschakeltrajecten zijn te vinden op www.fryslanwerkt.nl/scholing. Daarnaast is er ook maatwerkbudget mogelijk. Werkcoaches van gemeenten, UWV en SW kunnen kandidaten aanmelden. Staat ook open voor de doelgroep die met werkloosheid wordt bedreigd door corona (bijv. TOZO doelgroep). Enige voorwaarde is dat met het volgen van een opleiding een duurzame plaatsing gerealiseerd kan worden. In de begroting van Perspectief op Werk is nog € 400.000 beschikbaar voor opleiding en maatwerkbudgetten. Schulden en armoede Ruwweg een derde van de Nederlandse heeft in meer of mindere mate betalingsachterstanden. Schulden vormen hiermee een groeiend probleem in onze samenleving. Niet alleen voor de schuldenaar, maar ook voor zijn omgeving, de schuldeiser en de maatschappij. Een paar zoektermen op google leveren talloze publicaties op over de heftige, ontwrichtende consequenties: sociaal isolement, stress, gezondheidsproblemen, relatieproblemen, opvoedproblemen, problemen op het werk en het gevoelig zijn voor diefstal en fraude. Kortgezegd, leveren schulden dus beslist niet alleen financiële problemen op, maar werkt het door op nagenoeg ieder leefgebied en veroorzaakt het hiermee enorm persoonlijk leed.
Blad 6 Vanuit gemeentelijk perspectief stuwt het bovendien de kosten op door de hiermee gepaard gaande, omvangrijke, hulp- en dienstverlening. Samen met de beleidssector en Publieke Dienstverlening zetten wij meerdere fronten in deze problematiek aan te pakken. Een aantal worden er uitgelicht. Project Jongeren en Schulden Jongeren vormen een specifieke doelgroep als het gaat om schulden en schuldhulpverlening. Vanwege de aard en de hoogte van het inkomen kunnen ze vaak niet terecht in de reguliere schuldhulpverlening. Dit komt vooral omdat jongeren veelal geen vast inkomen hebben. Zij hebben vaak geen baan ofwel alleen studiefinanciering. Inkomen of uitkering is wel een voorwaarde om te kunnen starten met een schuldhulptraject; studiefinanciering wordt niet gezien als inkomen om schulden mee af te kunnen lossen. Hierdoor zijn jongeren veelal direct uitgesloten van hulp en ondersteuning. Voor de jongeren zijn er geen alternatieven en dit levert stress op. Uit ervaringen van mbo-docenten blijkt dat studenten met schulden vaker afwezig zijn, moe zijn door veel werken, weinig aandacht aan school besteden, hun studiekosten moeilijk kunnen betalen of zelfs stoppen met school. In dit project krijgen jongeren de kans om een diploma te behalen als er sprake is van schulden. Als de jongeren na de studie een diploma behalen zijn ze schuldenvrij.
Gedurende de schoolperiode worden de jongeren intensief begeleid naar de volgende stap. Voorafgaand aan het traject worden er voorwaarden aan de jongeren gesteld waar zij zich aan moeten houden om toegelaten te kunnen worden tot het project. Bijvoorbeeld: Jongere heeft een schuld van €10.000,- en deze wordt overgenomen door de gemeente in samenwerking met de Kredietbank. De jongere gaat terug naar school en verwacht in twee jaar zijn diploma te behalen (24 maanden). Per maand wordt er voor de jongere denkbeeldig (10.000/24 maanden) €416,67 afbetaald. Door hier regelmatig een overzicht van te laten zien blijft de jongere gemotiveerd om aangehaakt te blijven en hierdoor te investeren in zijn/haar toekomst. I4sociaal In het najaar 2019 sloot gemeente Leeuwarden zich aan bij I4Sociaal, een samenwerking in het sociaal domein met de gemeenten Deventer, Enschede, Groningen, Zwolle, Zaanstad. Visie van dit samenwerkingsverband is dat de transformatie van het sociaal domein uitsluitend kan slagen als deze wordt ingericht en benaderd vanuit de denk- en leefwereld van de inwoners/cliënten. Van buiten naar binnen dus, tevens een belangrijk aandachts- en verbeterpunt voor onszelf. Daarom is i4Sociaal ook één van de experimenten in de Leeuwarder Digitale Agenda.
De samenwerking i4Sociaal richt zich hierbij op de informatisering van het sociaal domein en in dat kader specifiek op de informatiepositie van de inwoner/cliënt en diens omgeving. Daarbij gaat het telkens om dienstverlening, personalisatie, steeds betere toegang tot gegevens/informatie en een gelijke informatiepositie. Met als centrale vraag: Hoe brengen we de inwoner/cliënt en diens omgeving in positie qua informatie over ondersteuning in het sociaal domein?
Blad 7 De schuldenproblematiek is als specifiek thema gekozen voor de gemeente Leeuwarden. Vervolgens is dit verder verfijnd door te kiezen voor de doelgroep jongeren tot 27 jaar waarbij we ons focussen op preventie en vroegsignalering. Conform de methodiek van I4Sociaal zijn middels fictieve personages, met ervaringsdeskundigen en met in- en externe partners, de Service Blue Prints (SBP) gemaakt. Deze SBP’s geven op overzichtelijke wijze de ideale klantreis weer. Giften, vergoeding vrijwilligerswerk en erfenis Over het gemeentelijk beleid ten aanzien van giften, de vergoeding vrijwilligerswerk en erfenis is met de beantwoording van de vragen van de interpellatie uitleg gegeven. Volledigheidshalve vatten we hier nog even samen wat de gemeentelijke praktijk is. Giften In onze richtlijnen staat dat vrij besteedbare eenmalige giften tot een bedrag van € 500 per jaar worden vrijgelaten. Dit vinden wij proportioneel. Giften met een specifieke bestemming worden ook vrijgelaten, mits dit binnen redelijke grenzen blijft. Giften in natura kunnen op geld worden gewaardeerd, onder andere om de redelijkheid te bepalen. Worden er structurele giften ontvangen die bedoeld zijn voor bijvoorbeeld het betalen van de vaste lasten, dan worden die over het algemeen gekort omdat immers een deel van de bijstand voor die vaste lasten bedoeld is.
Het beoordelen van wanneer iets structureel is, is afhankelijk van de situatie. We kunnen hier geen limitatieve opsomming voor geven. Er wordt onder andere gekeken naar voorbeelden uit de jurisprudentie. Structureel is als het vaker dan een enkele keer voorkomt. Dit geldt voor giften en voor de verkoop van goederen. Eenmalige giften (het deel boven de genoemde € 500) moeten worden opgeteld bij het vermogen. Tot € 500 per jaar wordt er niets bij het vermogen opgeteld. In individuele gevallen vindt soms maatwerk plaats en wordt de gift vrijgelaten. Vergoeding vrijwilligerswerk Bedragen tot € 1.800 per jaar worden vrijgelaten, hogere bedragen worden gekort op de uitkering. Erfenis De Participatiewet geeft aan dat een erfenis wordt gezien als geld waarvan kan worden geleefd. Wel kent de Participatiewet een bedrag aan “vrij te laten vermogen”. Bedragen daarboven zien we als een middel dat gebruikt kan worden om in het levensonderhoud te voorzien. Het is aan de bewoner zelf om hier verantwoord mee om te gaan, zeker op het moment dat vooraf al bekend is dat de bewoner weer een bijstandsuitkering zal aanvragen, als het geld op is. Hiervoor worden vooraf geen richtlijnen gegeven. Omdat een en ander afhankelijk is van de persoonlijke situatie.
Blad 8 We gaan er vanuit dat iemand verantwoord leeft en ervoor zorgt dat hij zichzelf zo lang mogelijk kan voorzien in het levensonderhoud. Verantwoord vinden wij ongeveer anderhalf keer uitgeven wat je normaal gesproken aan bijstand ontvangt. Stel je krijgt een erfenis en je vermogen is daardoor € 15.000 meer dan je in de bijstand mag hebben. Dan stoppen we je uitkering. Als je recht had op een uitkering van € 1.000 per maand, dan zou je ongeveer € 1.500 per maand kunnen uitgeven. Je mag je dan na 10 maanden weer melden voor een nieuwe uitkering. Geef je meer uit per maand en meld je je te vroeg, dan is het niet verantwoord en kun je een maatregel (minder uitkering) krijgen. We geven bij het stoppen van de uitkering nooit een exacte datum aan wanneer je je weer mag melden, omdat iemand tussendoor middelen kan ontvangen, waardoor hij langer van de erfenis kan leven. Toekomstgericht handhaven In februari 2015 hield Albert Jan Kruiter van het Instituut voor Publieke waarden een inspirerende presentatie voor de gemeenteraad van Leeuwarden. Later heeft hij daar in verschillende sessies een vervolg aan gegeven voor management en uitvoering binnen de gemeente. Aanleiding was toen de drie decentralisaties en hoe we daar praktisch mee kunnen omgaan en verbinding zoeken. Later dat jaar werd een speciale bijeenkomst georganiseerd met het thema handhaving.
Albert Jan Kruiter was dagvoorzitter en er waren vertegenwoordigers vanuit de politiek, Amaryllis en de uitvoerende medewerkers van inkomen en handhaving. Aan de hand van casussen werden toen oplossingen bedacht voor dilemma’s die met handhaving te maken hebben. Een mooie uitkomst was toen dat tijdens die bijeenkomst de term “toekomstgericht handhaven” is bedacht. Dat bleek een elegante oplossing om een einde aan fraude te kunnen maken, zonder dat de klant met een enorme fraudeschuld wordt opgezadeld. Fraude mag niet lonen zou je zeggen, maar de dagelijkse praktijk is dat een groot deel van onze klanten administratief niet vaardig is, vaak de taal niet goed machtig is of verstandelijk beperkt waardoor informatie niet wordt opgenomen of niet blijft hangen. Ook is het nog maar de vraag of alle klanten wel goed door ons worden voorgelicht. Het gevolg is dat als achteraf wordt geconstateerd dat een klant niet de juiste informatie heeft gegeven het nog maar zeer de vraag is of dat de klant wel te verwijten valt. In tegenstelling tot wat je wellicht zou denken waren handhavers al snel overtuigd van de kracht en doeltreffendheid van toekomstgericht handhaven. Een voorbeeld. Na een fraudetip wordt geconstateerd dat een stel samenwoont en dat niet heeft doorgegeven. Voorheen werd dan helemaal terug gerechercheerd tot het moment waarop dat was gestart.
Dat kostte veel moeite want hoe langer geleden hoe lastiger te bewijzen. Ook werd soms sociale recherche hiervoor ingeschakeld, want volgens de richtlijnen van het OM moet dat bij dikkere fraude. Nu gaat dat anders. In Leeuwarden wordt sociale recherche al sinds jaren niet meer ingezet. Bij verhoren en huisbezoeken zijn altijd twee handhavers betrokken en zij maken samen de afweging wat redelijk is. Dat kan tot gevolg hebben dat met de klant wordt geconstateerd dat het niet volgens de regels is gegaan, dat het zo niet langer kan en dat de uitkering moet worden beëindigd. Soms wordt ook nog een kleine periode teruggevorderd. Op die manier is het voor klanten regelmatig
Blad 9 een opluchting en de fraude wordt gestopt. Wat weer tot gevolg heeft dat er minder vaak bezwaar wordt ingediend en de uitstroom gemiddeld ook duurzamer is. Door deze aanpak wordt er in Leeuwarden met dezelfde formatie meer fraude opgespoord dan voorheen. Het aantal beëindigingen van de uitkeringen door fraude ligt tweemaal zo hoog dan in vergelijkbare gemeenten, terwijl minder klanten met schulden worden opgezadeld. Financiën BUIG De gemeente Leeuwarden kent al jaren een tekort op de BUIG middelen. De verwachting is ook dat dit de komende jaren zo zal blijven. Daarom is in deze collegeperiode een dekking van dit tekort (in SZW termen: eigen risico) voorzien vanuit de algemene middelen. Zolang Leeuwarden een tekort op het BUIG budget heeft, zullen bij experimenten die invloed hebben op de hoogte van de BUIG kosten per definitie zorgen voor een verdere stijging van dit tekort. Dit betekent een extra beroep op de algemene middelen t.b.v. dit onderwerp. Participatiebudget Bij het participatiebudget is met ingang van 2019 het gedeelte ‘WWB klassiek’ ondergebracht in de algemene uitkering van het gemeentefonds. Dit gedeelte is bedoeld (maar niet persé gelabeld) voor begeleiding van bijstandscliënten en participatieprojecten en activiteiten. Op dit onderdeel wordt bij de herziening van het gemeentefonds in 2023 een negatieve bijstelling verwacht.
Dit bedrag is als apart onderdeel in het gemeentefonds nog steeds terug te vinden. De onderdelen die nog steeds terug te vinden zijn als integratie-uitkering ‘Participatie’ betreffen: - Nieuwe Wajong - Nieuwe begeleiding - WSW Deze budgetten zijn intern allemaal doorgeleid naar onderdelen van het sociale domein ter financiering van activiteiten op gebied van re-integratie en participatie. Op de onderdelen beschut werken en LKS wordt (vanuit SZW met raadpleging gemeenten via begeleidingscommissies) nagedacht over nieuwe financieringsmodellen. De verwachting is dat deze ongunstig zullen uitpakken voor de gemeente Leeuwarden. Daardoor zullen de categorieën Nieuwe Wajong en nieuwe begeleiding onder druk komen te staan. Initiatieven om meer te doen voor de participatiedoelgroep kan vanuit twee mogelijkheden:
Blad 10 -
Inwisselen van bestaande activiteiten (en geld) voor nieuwe activiteiten (en geld);
-
Inzetten van extra middelen, de raad en het college worden dan gevraagd extra middelen ter beschikking te stellen.