CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Memo precariobelasting op deelfietsen en -scooters

Besluitvorming (raad) 12 oktober 2022, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Vergunningenkader en APV-aanpassing deelmobiliteit455 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO Aan:

Leden van de Gemeenteraad

Van:

Evert Stellingwerf

Datum:

7-10-2022

Onderwerp:

Precariobelasting in relatie tot deelvervoer

Registratienummer:

-

Kopie:

-

Geachte leden van de gemeenteraad, Op 28 september heeft het debat plaatsgevonden over aanpassing van de APV zodat het exploiteren van deelfietsen en -scooters vergunningplichtig wordt. Hierbij heeft u ook de inhoudelijke vraag gesteld of het mogelijk is om precariobelasting te heffen op deelfietsen en/of -scooters. Het heffen van precariobelasting is niet mogelijk binnen een systeem van freefloating deelfietsen of deelscooters. In dit systeem kunnen de voertuigen (binnen de geldende regels) op willekeurige plekken worden neergezet. Een precariobelasting wordt namelijk geheven voor het hebben van voorwerpen op gemeentegrond. Een vaste lijn in de jurisprudentie over de heffing van precariobelasting is dat de voorwerpen die in de belastingheffing worden betrokken zich anders dan van ‘voorbijgaande aard’ op gemeentegrond moeten bevinden. Deelscooters voldoen in een free-floating-systeem niet aan die voorwaarde. Ze zijn van ‘voorbijgaande aard’ en staan niet structureel op één plek in de openbare ruimte. Terrasmeubilair daarentegen staat langere tijd achtereen op gemeentegrond. Dat de terrasbezoekers komen en gaan, doet er niet toe, die zijn niet het voorwerp van de precariobelasting. Op het moment dat er vaste vakken worden aangewezen voor parkeren van deelfietsen en -scooters lijken er juridisch meer mogelijkheden om precario te heffen.

Er wordt dan immers een vaste locatie aangewezen die voor een specifieke activiteit wordt gebruikt. Maar ook dan is er sprake van enkele haken en ogen: alleen wanneer een object daadwerkelijk stilstaat kan sprake zijn van belasting. Dit is op straat in de praktijk niet te controleren. Mogelijk kunnen de exploitanten hierover data aanleveren, maar dit is administratief en uitvoeringstechnisch voor zowel exploitanten als de gemeente op dit moment onhaalbaar. Daarnaast speelt ook hier nog het feit dat de deelfiets of -scooter nog steeds van ‘voorbijgaande aard’ is. In het vergunningenkader is immers opgenomen dat deelvoertuigen maximaal 4 dagen achtereen op 1 plek geparkeerd mogen staan. Het is op dit moment daarom niet met zekerheid te

Blad 2

zeggen of precariobelasting voor deelmobiliteit een gerechtelijke toets kan doorstaan. Dezelfde conclusie is tot nu toe ook getrokken door andere steden waar vergunningen voor deelmobiliteit zijn verleend. Op basis van het voorgaande trek ik de conclusie dat het heffen van een precariobelasting op deelfietsen en -scooters op dit moment nog niet tot de mogelijkheden behoort. Tijdens het debat werd geconstateerd dat deelvervoer nog een relatief nieuw fenomeen is. Dit zou de komende jaren kunnen leiden tot aanpassing van de regelgeving en jurisprudentie. Wij volgen de ontwikkelingen – ook in andere steden – daarom nauwlettend. Ik stel voor om bij de toegezegde evaluatie ook te kijken wat de mogelijkheden op dit punt zijn. Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=497119b1-a492-4e58-8f4f-98c8bde98d23