Leeuwarden - Hoogspanningsstation Leeuwarden Zuidwest_Toelichting
Tekst van het document
5.6
Archeologie
Wettelijk kader Bij de uitvoering van de voorgenomen ontwikkelingen kunnen mogelijk archeologische waarden worden verstoord. Sinds 1 juli 2016 geldt de Erfgoedwet. Deze wet harmoniseert de bestaande wet- en regelgeving omtrent roerend en onroerend erfgoed en vormt één integrale Erfgoedwet voor het beheer en behoud van cultureel erfgoed. Op grond van artikel 38a van de Monumentenwet 1988 en op grond van de Wet ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening), zijn gemeenten verplicht de belangen van de archeologische monumentenzorg in hun bestemmingsplannen te verankeren. De verankering vindt plaats door het toekennen van de bestemming of dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie'. In een gemeentelijke verordening en in het bestemmingsplan worden regels opgenomen met betrekking tot het gebruik van de grond. Aan deze regels kan een omgevingsvergunningstelsel voor onder meer het gebruik van de grond en bodemwerkzaamheden worden gekoppeld. Op grond van artikel 2.22, derde lid onder d, van de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg, voorschriften aan de omgevingsvergunning worden verbonden. Deze voorschriften kunnen inhouden dat de aanvrager van een omgevingsvergunning een rapport overlegd, waarin de archeologische waarde wordt vastgesteld van het terrein dat volgens de aanvraag wordt verstoord.
Het actuele archeologische beleid van de gemeente Leeuwarden is opgenomen in het bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Leeuwarden - Partiële herziening Archeologie, onherroepelijk (vastgesteld 2022-03-29)'. Binnen dit bestemmingsplan ligt het plangebied binnen de dubbelbestemming 'Waarde archeologie 6'. Het gaat hierbij om gebieden waar op archeologische en landschappelijke gronden de kans op behoudenswaardige archeologische relicten klein wordt geacht, maar niet uitgesloten kan worden. Om die redenen wordt voor deze gebieden alleen een archeologisch onderzoek vereist bij grote ontwikkelingen. Toetsing Er is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd in het plangebied. Deze staat in Bijlage 1. Het plangebied is gelegen in de voormalige zeeboezem van de Middelzee. Bodemkundig bestaat het plangebied uit poldervaaggronden met zware klei. Vanaf de 11e/12e eeuw is deze zeearm stapsgewijs ingepolderd. Binnen het plan- en onderzoeksgebied zijn geen archeologische vindplaatsen bekend. Op basis van historisch kaartmateriaal blijkt dat het plangebied gedurende de afgelopen 200 jaar uit weiland heeft bestaan, waarbij de perceelsindeling nagenoeg ongewijzigd is gebleven. Aan de oostzijde is in de jaren '20 van de vorige eeuw een huis gebouwd dat nog aanwezig is, de Boksumerdyk 10. Verder hebben er binnen het plangebied weinig veranderingen plaatsgevonden.
Op basis van de landschappelijke ontwikkeling is de archeologische verwachting voor het plangebied laag. Gezien de ontstaansgeschiedenis van het landschap was het gebied tot in de IJzertijd was het gebied niet tot nauwelijks geschikt voor bewoning. In deze periode bestond het plangebied grotendeels uit een wadden-achtig landschap. Het plangebied is omstreeks de 13e/14e eeuw ingedijkt, waarna het als weiland in gebruik is genomen. Bewoning heeft er waarschijnlijk niet plaatsgevonden. Ook voor de periode vanaf de Middeleeuwen is de archeologische verwachting derhalve laag. Er worden geen bekende en/of verwachte archeologische vindplaatsen bedreigd door de geplande ontwikkeling.
29
Leeuwarden - Hoogspanningsstation Leeuwarden Zuidwest (ontwerp)
Gelet op de onderzoeksresultaten wordt voor het plangebied geen archeologisch vervolgonderzoek aanbevolen. Dit advies sluit niet uit dat er bij graafwerkzaamheden (niet voorspelbare) archeologische toevalsvondsten vondsten kunnen worden aangetroffen, zoals bedoeld in artikel 5.10 van de Erfgoedwet 2016. In dat geval moet hiervan melding worden gedaan bij het Bevoegd Gezag. Conclusie Gelet op de onderzoeksresultaten wordt voor het plangebied geen archeologisch vervolgonderzoek aanbevolen. De dubbelbestemming archeologie 6, die vigeert volgens 'Bestemmingsplan Leeuwarden Partiële herziening Archeologie, onherroepelijk (vastgesteld 2022-03-29)', vervalt binnen het plangebied en is niet opgenomen als dubbelbestemming in voorliggend bestemmingsplan.
5.7
Bodem
Wettelijk kader Ten behoeve van de voorgenomen realisatie van het station is een milieuhygiënisch vooronderzoek conform de NEN 5725:2017 (landbodem) en de NEN 5717:2017 (waterbodem) uitgevoerd (Bijlage 6). De doelstelling van het milieuhygiënisch vooronderzoek is het verzamelen van relevante informatie over onder andere het voormalige en huidige gebruik, alsmede de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem om zodoende een beeld te krijgen van potentieel verdachte activiteiten en/of bekende bodemverontreinigingen. Er is ook een Milieuhygiënisch verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd in het veld. Een rapportage hiervan is opgenomen in Bijlage 7. Hieronder bij 'toetsing' zijn de resultaten van het verkennend onderzoek weergegeven, aangezien deze actueler zijn en meer informatie bevatten dan het vooronderzoek. Toetsing Uit de resultaten van het verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek (Bijlage 7) blijkt het volgende: Verkennend bodemonderzoek Op basis van de resultaten uit het vooronderzoek wordt de locatie als 'onverdacht' beschouwd op het voorkomen van bodemverontreiniging, behalve de gronddammen en slootdemping. Ter plaatse van de agrarische percelen zijn in de boven- en ondergrond geen verhoogde gehalten aangetoond. In het grondwater zijn geen verhoogde concentraties gemeten.
Ter plaatse van de puinhoudende gronddammen zijn plaatselijk licht verhoogde gehalten zink, PAK, PCB en/of minerale olie aangetoond. Verkennend asbestonderzoek Op basis van de resultaten van het vooronderzoek waren de gronddammen en de slootdemping verdacht op het voorkomen van asbest. Visueel zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Analytisch zijn maximaal licht verhoogde gehalten asbest aangetoond (maximaal gemeten gehalte 19 mg/kg ds). De gemiddelde gewogen gehalten liggen onder de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. Voor alle verdachte gronddammen is op basis van de veld- en analyseresultaten de bodemkwaliteit ten opzichte van asbest voldoende vastgesteld. Verkennend waterbodemonderzoek Op basis van de resultaten uit het vooronderzoek waren alle slootdeellocaties onverdacht op het
30
Leeuwarden - Hoogspanningsstation Leeuwarden Zuidwest (ontwerp)
voorkomen van bodemverontreinigingen. Zintuiglijk zijn geen verdachte bijmengingen waargenomen. Analytisch zijn geen verhoogde gehalten aangetoond in zowel de vaste waterbodem als in het slib. Conclusie Op basis van de onderzoeksresultaten wordt geconcludeerd dat de milieuhygiënische kwaliteit van de (water)bodem in voldoende mate is vastgesteld. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen herinrichting. Bij het eventueel verwijderen van de gronddammen dient rekening te worden gehouden met het vrijkomen van puinmateriaal en puinhoudende grond die niet zondermeer geschikt is voor hergebruik.
5.8
Ontplofbare oorlogsresten
Wettelijk kader Er is een 'oriënterend onderzoek ontplofbare oorlogsresten (OO)' opgesteld (Bijlage 8) om in kaart te brengen of er op de betreffende locaties een kans bestaat op het aantreffen van explosieven uit de Tweede Wereldoorlog wanneer de geplande werkzaamheden worden uitgevoerd. De omgang met explosieven is geregeld in de Arbeidsomstandighedenregeling (Arboregeling). De eisen aangaande explosievenopsporing zijn vastgelegd in het Certificatieschema Opsporen van Ontplofbare Oorlogsresten (CS-OOO). Toetsing Op basis van het in Fase I uitgevoerde onderzoek is gebleken dat er een Vooronderzoek OO beschikbaar is dat volledig overlapt met het projectgebied. Dit onderzoek is uitgevoerd conform het CS-VROO. In het bedoelde Vooronderzoek OO wordt ten aanzien van het huidige projectgebied geconcludeerd dat de locatie volledig in onverdacht gebied gelegen is. Conclusie Vanuit het oogpunt van explosievenopsporing hoeven in onverdacht gebied geen aanvullende maatregelen getroffen te worden. Geadviseerd wordt de voorgenomen bodemingrepen in onverdacht gebied op reguliere wijze uit te voeren. Het onderzoek geeft geen beperkingen voor de realisatie van dit bestemmingsplan. Hierdoor zijn geen verdere toevoegingen of wijzigingen in het bestemmingsplan vereist.
31
Leeuwarden - Hoogspanningsstation Leeuwarden Zuidwest (ontwerp)
Hoofdstuk 6
6.1
Juridische planopzet
Toelichting op het juridisch systeem
In dit hoofdstuk wordt de inhoud van de bestemmingen (de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden) toegelicht en wordt aangegeven hoe de uitgangspunten hun juridische vertaling in het eigenlijke plan hebben gekregen. De bepalingen die betrekking hebben op de te onderscheiden bestemmingen, zijn vastgelegd in de regels en op de verbeelding. Het bestemmingsplan geeft aan voor welke doeleinden de gronden zijn bestemd. Het bestemmingplan valt onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het bestemmingsplan is opgezet volgens de wettelijke regelgeving en qua systematiek volgens de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2012.
6.2
Regels (hoofdopzet)
De bij dit plan behorende regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken, te weten: 1. 2. 3. 4.
Inleidende regels. Bestemmingsregels. Algemene regels. Overgangs- en slotregels.
Inleidende regels In dit hoofdstuk zijn algemene artikelen opgenomen die voor het gehele plan van belang zijn. In de Begrippen zijn omschrijvingen opgenomen van de in het plan voorkomende relevante begrippen. In de Wijze van meten is vastgelegd op welke wijze bepaalde afmetingen dienen te worden gemeten. Door deze vaste omschrijving van de begrippen en van de wijze van meten wordt eenduidigheid in de bedoelingen van het plan gegeven en wordt de rechtszekerheid vergroot. Bestemmingsregels Dit hoofdstuk bevat de bestemmingsregels. De meeste (dubbel)bestemmingen bestaan uit: a. een bestemmingsomschrijving; en b. bouwregels. Daarnaast is bij verscheidene bestemmingen opgenomen: c. een afwijkingsmogelijkheid; en/of d. gebruiksregels. Ad a. Bestemmingsomschrijving De bestemmingsomschrijving is vooral van belang om vast te stellen waartoe de gronden mogen worden gebruikt. In het kader van de handhaving is de bestemmingsomschrijving dan ook van groot belang. Ad b. Bouwregels De bouwregels geven de bouwmogelijkheden aan. Omdat steeds is opgenomen dat alleen mag worden gebouwd ten dienste van de bestemming zijn de bouwmogelijkheden niet los te zien van de bestemmingsomschrijving.
32
Leeuwarden - Hoogspanningsstation Leeuwarden Zuidwest (ontwerp)
Ad c. Afwijkingsmogelijkheid Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van bepaalde regels. In beginsel betreft het afwijkingen van geringe aard, waarbij de aan de grond toegekende bestemming niet mag worden gewijzigd. Ad d. Gebruiksregels In sommige bestemmingen wordt uitdrukkelijk aangegeven wat onder strijdig gebruik wordt verstaan. Desgewenst kunnen specifieke vormen van gebruik worden uitgesloten. Dit zijn gebruiksvormen, waarvan het op voorhand gewenst is aan te geven dat deze in ieder geval niet zijn toegestaan. Algemene regels Dit hoofdstuk bevat regels die in hun algemeenheid voor het hele bestemmingsplan gelden. Vaak zijn ze van toepassing op meerdere bestemmingen. Het betreffen onder andere de voor alle bestemmingen geldende gebruiksregels en de algemene afwijkingsregels. De afwijkingsmogelijkheden in de verschillende bestemmingen en de algemene afwijkingsregels zorgen voor enige flexibiliteit van het plan. De algemene afwijkingen zijn niet specifiek op één bestemming gericht, zij kunnen gebruikt worden ten aanzien van alle bestemmingen. Overgangs- en slotregels Hoofdstuk 4 geeft regels over hoe om te gaan met bouwwerken en het gebruik vallend onder het overgangsrecht en de benaming van het plan.
6.3
Nadere toelichting op de regels (toelichting per bestemming)
In deze paragraaf worden voor zover nodig de afzonderlijke bestemmingen zoals deze in de regels zijn opgenomen en op de verbeelding zijn weergegeven, van een toelichting voorzien. Een groot gedeelte van het plangebied zal worden gebruikt het hoogspanningsstation. Hiervoor is de bestemming 'Bedrijf Nutsvoorziening' opgenomen. Voor de aanleg van afschermend en compenserend groen is voorzien in de bestemming 'Groen'. Verder liggen er enkele dubbelbestemmingen binnen het plangebied. Aanduidingen Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken binnen een bestemming of dubbelbestemming nader of specifieker te regelen. Het gaat hierbij om specificaties met betrekking tot het gebruik of de bouwmogelijkheden. De aanduidingen hebben daardoor juridische betekenis en komen ook altijd in de regels van het bestemmingsplan voor. Verder wordt per bestemming een toelichting gegeven op de daarbinnen voorkomende relevante aanduidingen. 6.3.1
Bedrijf - Nutsvoorziening
Binnen deze bestemming is het hoogspanningsstation geregeld. Gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn binnen de gehele bestemming toegelaten. Om tot een goede landschappelijke inpassing te komen is in de algemene gebruiksregels (artikel 8.2) een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Deze houdt kort gezegd in dat het hoogspanningsstation pas mag worden gebruikt indien het landschapsplan dat is opgenomen in Bijlage 1 bij de regels, is gerealiseerd. Aan deze eis wordt voldaan indien binnen één jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan is begonnen met de aanleg van de voorgeschreven landschapsmaatregelen. Tevens is in de regels opgenomen dat de maatregelen van het landschapsplan in stand moeten worden gehouden.
33
Leeuwarden - Hoogspanningsstation Leeuwarden Zuidwest (ontwerp)
6.3.2
Groen
Deze bestemming is opgenomen voor het afschermend groen, waarmee het hoogspanningsstation landschappelijk wordt ingekleed. Gebouwen zijn niet toegelaten. Wel zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde, van beperkte omvang toegestaan. De maximale maatvoeringen zijn in de planregels opgenomen. De inrichting van de gronden dient overeenkomstig het landschapsplan te worden uitgevoerd. Hiervoor is een voorwaardelijke verplichting in de regels opgenomen (artikel 8.2). 6.3.3
Leiding - Hoogspanning
Deze dubbelbestemming is opgenomen voor de nieuw te realiseren ondergrondse hoogspanningsleiding. De regeling voorziet in een bescherming van deze leiding. Uitgangspunt is dat er alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de hoogspanningsleiding mogen worden gebouwd met een maximale hoogte van 2 meter. Via binnenplanse afwijking kunnen tevens gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de onderliggende bestemmingen worden toegelaten, mits aan een drietal voorwaarden wordt voldaan; die daartoe artikel 5.3 van de planregels.
6.4
Gebiedsaanduidingen
geluidzone - gezoneerd industrieterrein De op de verbeelding met de gebiedsaanduiding “geluidzone – gezoneerd industrieterrein” aangewezen gronden zijn, naast de andere op de verbeelding voor die gronden aangewezen bestemming (basisbestemming), tevens bestemd voor het gezoneerde industrieterrein (zijnde het hoogspanningsstation) zoals bedoeld in art 1 van de Wet geluidhinder. geluidzone - industrie 1 De op de verbeelding met de gebiedsaanduiding “geluidzone – industrie 1” aangewezen gronden zijn, naast de andere op de verbeelding voor die gronden aangewezen bestemming (basisbestemming), tevens bestemd voor het tegengaan van een te hoge geluidbelasting van geluidgevoelige gebouwen vanwege de geluidzoneringsplichtige inrichtingen op het Industrieterrein West in de gemeente Leeuwarden. geluidzone - industrie 2 De op de verbeelding met de gebiedsaanduiding “geluidzone – industrie 2” aangewezen gronden zijn, naast de andere op de verbeelding voor die gronden aangewezen bestemming (basisbestemming), tevens bestemd voor het tegengaan van een te hoge geluidbelasting van geluidgevoelige gebouwen vanwege het nieuw op te richten hoogspanningsstation. Dit is namelijk een geluidzoneringsplichtige inrichting als bedoeld in de Wet geluidhinder.
luchtvaartverkeerzone - obstakelbeheergebied Er is voor gekozen om, daar waar het gaat om concrete en vastliggende bouwhoogte beperkingen, één gebiedsaanduiding op te nemen. Dit houdt in dat voor zover de maximale bouwhoogte voortvloeit uit de bescherming van de invliegfunnel deze is opgenomen in de aanduiding “luchtvaartverkeerzone – obstakelbeheergebied”. Wanneer echter de maximale bouwhoogte als gevolg van de invliegfunnel hoger ligt dan die op grond van het obstakelbeheergebied (45 meter) is er voor gekozen alleen de maximale bouwhoogte op grond van het obstakelbeheergebied op te nemen. veiligheidszone - hoogspanningverbinding Voor een zone van 30 meter ter weerszijden van de dubbelbestemming geldt een indicatieve zone. Het is niet wettelijk verplicht om dit op de verbeelding van het bestemmingsplan op te nemen. Echter, vanwege het advies om nieuwe situaties waarbij kinderen worden blootgesteld aan magneetvelden met waarden hoger dan 0,4 microTesla (jaargemiddelde) zoveel als redelijkerwijs mogelijk is te vermijden, is
34
Leeuwarden - Hoogspanningsstation Leeuwarden Zuidwest (ontwerp)
hiervoor wel een regeling opgenomen en is op de verbeelding de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone hoogspanningsverbinding' opgenomen. vrijwaringszone- radarverstoringsgebied Het plangebied is geheel gelegen binnen het verstoringsgebied van het radarstation van de vliegbasis Leeuwarden. In verband hiermee gelden er beperkingen voor de bouwhoogte van gebouwen en overige bouwwerken om radarverstoring te voorkomen. Overigens voorzien de regels van het bestemmingsplan niet in bebouwing met een dergelijke hoogte.
35
Leeuwarden - Hoogspanningsstation Leeuwarden Zuidwest (ontwerp)
Hoofdstuk 7
7.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Ingevolge het bepaalde in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening gaat een ruimtelijk plan vergezeld van een toelichting waarin ook inzicht wordt gegeven in de uitvoerbaarheid van het plan. Kosten van aanleg en instandhouding Het initiatief komt voor rekening en risico van TenneT en Liander. De leveringszekerheid is een wettelijke taak van TenneT op grond van de E-wet. Nut en noodzaak van een project is aangetoond met dit bestemmingsplan, zie paragraaf 1.1. Hierdoor kan TenneT de investeringskosten doorberekenen in de tarieven voor transport van elektriciteit. Grondeigendom station Voor TenneT en Liander is het noodzakelijk de gronden ter plaatse van haar hoog- en middenspanningstations in eigendom te hebben. TenneT is momenteel bezig met het verwerven van de gronden ter plaatse van zowel de stations als ter plaatse van de omliggende landschappelijke inpassing. Vestiging zakelijk recht door TenneT voor verbinding Voor de aanleg en instandhouding van de hoogspanningsverbindingen moet TenneT gebruik kunnen (blijven) maken van een strook grond ter plaatse van de hoogspanningsverbinding. Deze strook (de zakelijk rechtstrook) is vastgesteld op basis van het benodigde ruimtebeslag voor aanleg en instandhouding. Daarbij is rekening gehouden met veiligheidseisen.
Om gebruik te kunnen (blijven) maken van de grond in deze strook sluit TenneT een zakelijk rechtovereenkomst (inclusief gebruiksovereenkomst) af met de eigenaar, de eventuele overige zakelijk gerechtigden (erfpachters, opstalhouders, et cetera) en de eventuele persoonlijk gerechtigden (huurder, pachters, et cetera). In deze overeenkomsten worden de afspraken vastgelegd over het gebruik van de grond en welke vergoeding en welke rechten op toekomstige vergoedingen de rechthebbende van TenneT zal ontvangen. Het zakelijk recht betreft een opstalrecht en is een zelfstandig recht dat een inbreuk vormt op het exclusieve gebruiksrecht van de eigenaar en de overige zakelijk gerechtigden. TenneT hanteert bij de vestiging van een zakelijk recht het principe van schadeloosstelling (volledige schadevergoeding) zoals de Belemmeringenwet Privaatrecht die kent. Schadeloosstelling betekent dat de rechthebbenden vóór en ná de vestiging van het zakelijk recht in een gelijkwaardige vermogens- en inkomenspositie dienen te verkeren. Schadeloosstelling geschiedt in beginsel ongeacht het moment waarop schade zich voordoet. De schade dient wel een rechtstreeks en noodzakelijk gevolg te zijn van de vestiging van het zakelijk recht. De rentmeester van TenneT is in gesprek met de grondeigenaar. Het proces inzake het verkrijgen van de zakelijk recht overeenkomsten loopt momenteel nog.
Voordat met de werkzaamheden wordt gestart is het noodzakelijk tot een overeenkomst te komen. Belemmeringenwet Privaatrecht TenneT tracht op minnelijke wijze met grondeigenaren, overige zakelijk gerechtigden en gebruikers overeenstemming te bereiken over het gebruik van een strook grond (de zakelijk rechtstrook) ter plaatse van de hoogspanningsverbinding inclusief beschermingszone door middel van het vestigen van een zakelijk recht. In het geval op minnelijke wijze geen overeenstemming kan worden bereikt, kan voor aanleg en instandhouding van de verbinding een beroep worden gedaan op de Belemmeringenwet Privaatrecht. Middels deze wet kan door de Minister van Infrastructuur & Waterstaat aan de rechthebbenden op de grond een zogenaamde gedoogplicht worden opgelegd. In artikel 20 van de E-wet
36
Leeuwarden - Hoogspanningsstation Leeuwarden Zuidwest (ontwerp)
is onder meer de toegang tot de Belemmeringenwet Privaatrecht vastgelegd voor de aanleg van elektriciteitsnetten als hier aan de orde. Grondexploitatiewet Bij het opstellen van een bestemmingsplan dient de financiële haalbaarheid van het plan aangetoond te worden. Op grond van artikel 6.12, lid 1, van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) moet voor een bestemmingsplan een exploitatieplan worden vastgesteld indien er sprake is van een 'bouwplan'. Artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) beschrijft wat een 'bouwplan' is. De ontwikkeling van het onderstation wordt gezien als een 'bouwplan' in de zin van artikel 6.2.1. De raad kan bij een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan, besluiten geen exploitatieplan vast te stellen, wanneer: 1. het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd is (art. 6.12 Wro); 2. er geen kosten te verhalen zijn (art 6.2.1a Bro). Ten behoeve van de ontwikkeling is een anterieure overeenkomst afgesloten tussen de gemeente en de initiatiefnemer. De kosten zijn hierdoor anderszins verzekerd.
7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Informatieavond en informeren gemeenteraad In voorbereiding op en ter aankondiging van dit plan heeft op 27 maart 2023 een informatieavond voor de omgeving plaatsgevonden. Alle omwonenden en de bedrijven op het bedrijventerrein De Zwette hebben een uitnodiging ontvangen. Op 20 september 2023 hebben TenneT en Liander de gemeenteraad van de gemeente Leeuwarden geïnformeerd als onderdeel van de algehele (duurzame)energieopgave in de regio Leeuwarden. Projecten website Ten behoeve van het project wordt een projectenwebsite bijgehouden over de voortgang en planning van het project (https://www.tennet.eu/nl/projecten, project Leeuwarden Zuid). Ook is het mogelijk om via deze website in contact te treden met TenneT en om reacties achter te laten. Voorontwerp bestemmingsplan Er heeft geen voorontwerp bestemmingsplan ter inzage gelegen. Er heeft participatie plaatsgevonden met alle omwonenden en met de bedrijvenvereniging van het naastgelegen bedrijventerrein De Zwette. Naast de informatiebijeenkomst, zijn er gesprekken gevoerd met omwonenden. Een verslag hiervan is opgenomen in het participatieplan in Bijlage 12. Vooroverleg De gemeente Leeuwarden heeft in het kader van het wettelijk verplichte vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) voorgelegd aan wettelijk vooroverleg partners.
In de Reactienota wettelijk vooroverleg (zie Bijlage 13) worden de ontvangen vooroverlegreacties samengevat en voorzien van een beantwoording. De volledige reacties staan in Bijlage 14 en Bijlage 15. Ontwerp bestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan ligt gedurende zes weken ter visie. Gedurende deze periode kunnen zienswijzen worden ingediend.
37
Leeuwarden - Hoogspanningsstation Leeuwarden Zuidwest (ontwerp)
38