Inspraak Milieudefensie
Tekst van het document
Reactie namens Milieudefensie afdeling Leeuwarden op Reactie- en antwoordnota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan ‘Leeuwarden – De Zuidlanden, plandeel Unia Oost’. Me beperkend tot hetgeen geschreven op blz. 5 in antwoord op de door Milieudefensie ingediende zienswijze -en niet op hetgeen ‘Olla Vogela’ duidelijk maakte: de verplichte weidevogelcompensatie is en was ten ene male onder de maat- richt ik mij op 2 zinnen in bovengenoemd stuk: 1. Onder Ad 1) staat aan het slot van de alinea de zin: ‘De door Milieudefensie genoemde weilanden worden niet genoemd in de quick scan, omdat dit geen beschermd gebied betreft.’ 2. Onder Ad 2) wordt verondersteld dat de op 22 februari in de Provinciale Staten aangenomen motie niet toepassing zou zijn ‘omdat het betreffende gebied al gecompenseerd is’. Ik ga graag op deze twee argumenten in en zal aantonen dat ze geen recht doen aan de feiten. Over het eerste punt kan ik kort zijn. De inspanningsverplichting te compenseren vloeit voort uit de Europese Vogelrichtlijn. Nederland heeft zich eraan gecommitteerd en het is een hardnekkig misverstand dat het alleen zou gelden voor ‘aangewezen beschermende gebieden’. De laatste zin in artikel 4 lid 4 is wat dat betreft overduidelijk: Ook buiten deze beschermingszones zetten de lidstaten zich in om vervuiling en verslechtering van de leefgebieden te voorkomen.
Het betekent dus ook dat de termen als weidevogelskansgebied en -parel niets afdoen aan het feit dat er sprake is van (zeer) waardevolle weidevogelgebieden (waar alle partijen het over eens zijn en wat beschreven wordt in alle documenten en rapporten) en dat compensatie verwacht mag worden. Het tweede punt vraagt meer uitleg, maar kort gezegd is de stelling ‘er is voor betaald, dus het gebied is gecompenseerd ‘ slecht een klein deel van de waarheid is. Zowel voor het project Rijksweg 31 en het daardoor omsloten gebied, geldt dat voor de weidevogelcompensatie uitgegaan mocht worden van de resp. provinciale werkplannen weidevogels. Ook de Raad van State vond dat destijds ‘niet onlogisch’. Benieuwd hoe die daar nu over oordelen. In ieder geval zijn die provinciale werkplannen de facto niet geëvalueerd (zoals noodzakelijk) Het is conform de uitspraak van de RvS d.d. 17-06-2009 dat ‘betalen niet volstaat’ en dat ‘………de daadwerkelijke verwerving van de gronden en het afsluiten van beheersovereenkomsten wordt verwezenlijkt’, aangevuld met de 2e weidevogelnota van de provincie dat: ‘alle initiatiefnemers verantwoordelijk (zijn) voor compensatie’. Dat wil zeggen dat de gemeente niet slechts kan wijzen naar de provincie. Staat overigens ook op blz. 45 van deel II (toelichting) van het Tracébesluit.
Volgens mij zijn de genoemde argumenten overduidelijk, maar nog iets over de bijzondere manier waarop eerst het aantal aanwezige broedvogels is vertaald in het aantal te compenseren hectares, toen in een te storten bedrag en toen weer daarop is beknabbeld door te beweren dat compensatie in natuur (doordat dat duurder is, omdat de bestemming is veranderd) het slechts voor 1/7 van de oppervlakte zou hoeven. De weidevogel is wel de dupe. Het gaat om de juiste maatregelen. Plasdras, kruidenrijk grasland en aangepast maaibeheer. Dat nog los van de mededeling van de Vogelwacht dat er in het aangewezen gebied niet of nauwelijks weidevogels broeden (evaluatie). In dat verband is het interessant om te vernemen wanneer en waarom er besloten is aan de zuidkant van de Hounspolder niet meer te bouwen en dat dit voor de exploitatie geen probleem vormde.