Informerende brief aan de gemeenteraad over de asielopgave Spreidingswet
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad
Asielopgave Spreidingswet 2024-093739 Sociaal Domein Beleid en Strategie 14 058, Mark Venema Overzicht capaciteitsraming vs huidige opvang in Fryslân 14 mei 2024
Geachte leden van de gemeenteraad, Op 1 februari jl. is de ‘Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen’ in werking getreden, ook wel de Spreidingswet genoemd. Toen is ook bekendgemaakt hoeveel opvangplaatsen iedere provincie in 2025 moet realiseren, inclusief een indicatieve verdeling daarvan per gemeente. In deze brief wordt nadere uitleg gegeven over de Spreidingswet en informeren wij u over de wijze waarop wij daar als college invulling aan willen geven. Geest en werkwijze Spreidingswet De bedoeling van de Spreidingswet is dat er een stabiel, wendbaar en eerlijk opvangstelsel komt, waarbij Nederland evenredig wordt belast. De wet regelt niets op het gebied van de in- of uitstroom van migranten, maar ziet enkel toe op de verdeling van opvangplaatsen. De wet heeft een tweejaarlijkse cyclus en kent vier fasen: 1. Capaciteitsraming: in deze fase maakt de minister voor 1 februari van het kalenderjaar bekend aan hoeveel opvangplaatsen er voor de komende twee jaar behoefte zal zijn. Deze raming wordt vertaald in een provinciale opgave, inclusief een indicatieve verdeling daarvan per gemeente. Die verdeling vindt plaats op basis van: • Inwoneraantal; • Sociaaleconomische status – Welvaart, Opleiding en Arbeidsscore (SES-WOA score).
De gedachte achter deze verdeelsleutel is dat iedere gemeente op basis van inwoneraantal evenredig bijdraagt en dat relatief ‘armere’ gemeenten (met een lage SES-WOA score) worden ontlast. 2. Overleg: in deze fase is het aan de colleges van de betreffende gemeenten, de gedeputeerde staten en het COA om samen te werken en
Blad 2
in overleg te gaan over hoe zij de provinciale opgave gaan behalen. De verdeling per gemeente is daarbij indicatief. Gemeenten kunnen bijvoorbeeld afspraken maken over uitruil, waarbij de ene gemeente meer doet op het gebied van opvang en de andere gemeente meer doet op het gebied van huisvesting van statushouders. Dit overleg vindt meerdere keren plaats aan de Provinciale Regietafel (PRT) tussen 1 februari en 1 november van het kalenderjaar. De Commissaris van de Koning zit dit overleg voor en moet voor 1 november verslag doen aan de minister over de uitkomsten van dit overleg. 3. Verdeling: tussen 1 november en 31 december beoordeelt de minister of de plannen uit de PRT voldoen en brengt op basis daarvan een verdeelbesluit uit. Na het verdeelbesluit draagt het college van de gemeente zorg voor het tijdig realiseren van de benodigde opvangplaatsen. Als er niet wordt voldaan aan de provinciale opgave, dan kan de minister indien nodig gemeenten aanwijzen om alsnog plaatsen te realiseren. In het uiterste geval regelt de minister zelf de plekken in de gemeente. 4. Uitvoering: na het verdeelbesluit hebben gemeenten in principe zes maanden om de benodigde locaties ter beschikking te stellen aan het COA. Er kan van de termijn worden afgeweken als de minister dat heeft besloten in het verdeelbesluit.
Ook regelt de wet dat gemeenten een financiële bonus kunnen krijgen als zij meer duurzame opvangplaatsen (5 jaar of langer) leveren dan hun indicatieve opgave. En wanneer zij bijzondere opvangplaatsen realiseren, bijvoorbeeld voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV). Tot slot kunnen gemeenten ervoor kiezen om zelf opvangplekken te organiseren, buiten het COA om. Rol college en raad Bij de uitvoering van deze wet draagt het college van B&W de zorg om tijdig de in het verdeelbesluit genoemde opvangvoorzieningen te realiseren en om die tijdig ter beschikking te stellen aan het COA (art. 6 en 7 van de Spreidingswet). Datzelfde geldt voor de eventuele noodzakelijke gemeentelijke vergunningen. De raad draagt zorg voor het aanpassen van het bestemmingsplan of de beheersverordening, indien dat nodig is (art. 7 lid 2 van de Spreidingswet). Opgave voor de gemeente Leeuwarden Op 1 februari jl. is de capaciteitsraming bekend gemaakt. Landelijk is er behoefte aan 96.000 plaatsen. Dit aantal moet volgens de cyclus gerealiseerd worden tussen 1 januari en 1 juli 2025. Provincie Fryslân moet hiervan 3.391 opvangplaatsen realiseren. Op dit moment leveren de Friese gemeenten gezamenlijk vooralsnog zo’n 4.086 opvangplaatsen. Daarmee wordt al voldaan aan de provinciale opgave. Dit is echter een momentopname.
Een aanzienlijk deel van de plekken op dit moment, zo’n 1.451, bestaat uit tijdelijke noodopvanglocaties. Die kunnen in het komende jaar sluiten. Daarnaast zijn meerdere gemeenten bezig met het ontwikkelen van nieuwe opvangplaatsen, maar is nog niet definitief hoeveel of voor hoe lang.
Blad 3
In bijlage 1 is meer te zien over wat iedere gemeente op grond van de Spreidingswet zou moeten leveren en wat er op dit moment wordt geleverd in asielopvang. Hierin valt op dat een aantal gemeenten fors meer plaatsen bieden dan zij op grond van de Spreidingswet zouden moeten doen. En dat er tegelijkertijd een aantal gemeenten zijn die op het gebied van asiel hun aandeel nog niet leveren. Voor de gemeente Leeuwarden is de indicatieve opgave 563 opvangplaatsen, waarvan idealiter 48 voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV) kunnen worden ingezet. Landelijk is te zien dat het aantal AMV’ers toeneemt. Deze groep is daarom apart opgenomen in de opgave. De gemeente Leeuwarden heeft op dit moment twee tijdelijke noodopvanglocaties in de Heliconstate en in Hotel Campanile met in totaal zo’n 440 plaatsen. Daarnaast is er op dit moment een tijdelijke ‘overloop-locatie’ in het WTC waar nu zo’n 250 asielzoekers worden opgevangen. Indien de opgave van de Spreidingswet al zou gelden in 2024, dan zou de gemeente Leeuwarden dus met Heliconstate, Campanile en WTC samen ruimschoots aan haar aandeel voldoen. Deze locaties zijn vooralsnog echter tijdelijk, in afwachting van de komst van de Regionale opvanglocatie (ROL), gepland voor het eerste kwartaal van 2025. Deze locatie zal volgens de huidige plannen zo’n 450 duurzame plaatsen hebben.
Dat betekent dat, zoals het er nu voor staat, we per 2025 zo’n 113 plaatsen tekort komen ten opzichte van onze indicatieve opgave. Raakvlak met andere opgaven (huisvesting statushouders en Oekraïneopvang) De asielopgave staat niet op zichzelf, maar heeft veel samenhang met andere opgaven. Eén daarvan is de vertraagde ‘doorstroom’ en huisvesting van statushouders. Het landelijk benodigde aantal opvangplaatsen is namelijk berekend op basis van enerzijds de ‘verwachte’ instroom aan asielzoekers en anderzijds hoe lang iemand in de opvang blijft. Mensen blijven steeds langer in de opvang. Enerzijds omdat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) kampt met achterstanden en oplopende beslistermijnen, waardoor asielzoekers langer moeten wachten op een beslissing of zij in Nederland mogen blijven. Anderzijds doordat vergunninghouders na hun asielprocedure langer moeten wachten op een woning door de krapte op de woningmarkt. Hierdoor blijven zij langer dan nodig in de asielopvang. Als de doorstroming naar de reguliere woningmarkt (met name via de woningcorporaties) stagneert, dan heeft dat dus gevolgen voor de opvangopgave. Daar tegenover staat dat wanneer de huisvesting versnelt, bijvoorbeeld met behulp van een regionale urgentieverordening, dat op termijn de opvangopgave kan verlichten.
Voor nu is dat niet het geval en draagt de stagnatie in de huisvesting er landelijk mede aan bij dat er 96.000 plekken nodig zijn per 2025. Daarnaast is van belang om te benoemen dat we niet alleen te maken hebben met een asielopgave, maar ook met een opgave voor het opvangen van Oekraïners. Ook daar is de verwachting dat het aantal benodigde
Blad 4
opvangplaatsen gaat toenemen. Hierover ontvangt u binnenkort een brief met meer informatie. Invulling Leeuwarder-opgave Rekening houdend met deze verschillende opgaven staan wij als college op het standpunt, conform het coalitieakkoord 2022-2026, om ons aandeel in de asielopgave te leveren. Dat betekent dat wij ons primair richten op onze eigen asielopgave. Hoewel we als Friese gemeenten vooralsnog op koers zijn om aan het Friese aantal te voldoen, hangen daar nog wel onzekerheden aan. Gemeenten die nu ruimschoots voldoen kunnen nog afschalen bijvoorbeeld. Ook kan het zijn dat de instroom toch sneller toeneemt dan landelijk nu wordt voorspeld. Daar willen wij ons niet door laten verrassen. Om die reden willen wij per 2025 als college 563 opvangplaatsen realiseren. Dat betekent dat we de komende tijd, samen met het COA, op zoek gaan naar mogelijkheden om ca. 113 extra plekken te realiseren, waarvan 48 voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV). Dit valt volgens de begrippen van het COA onder ‘kleinschalige opvang’.1 Daarbij willen we als eerste kijken welke mogelijkheden er nog zijn vanuit de huidige locaties en plannen: • De locatie Heliconstate; • De locatie Campanile; • De toekomstige Regionale opvanglocatie (ROL).
Indien dit geen mogelijkheden biedt, zullen wij samen met het COA locaties verkennen binnen de volgende lijnen: • Ons vertrekpunt voor de zoektocht naar een locatie is het programma van eisen van het COA; • We zetten in op duurzame plekken (5 jaar of langer); • We gaan niet omwille van een financiële bonus extra plekken organiseren; • We houden rekening met oplossingen die we uitwisselbaar in kunnen zetten voor verschillende doelgroepen; • De verkenning doen we gemeente breed (stad en dorpen); • De kosten voor de opvang komen, net als anders, voor rekening van het COA. We gaan zelf geen opvang buiten het COA om organiseren; • We werken samen met het COA en andere maatschappelijke organisaties om de tijd die mensen besteden op de opvang ook effectief te benutten voor integratie, conform de motie ‘Iedereen doet mee’ voor de ROL; • We zullen uw raad over de ontwikkelingen blijven informeren. Vervolg De Commissaris van de Koning moet voor uiterlijk 1 november 2024 verslag doen aan de minister over hoe de Friese gemeenten uitvoering gaan geven aan de Spreidingswet. Dat betekent dat wij voor die tijd aan de PRT moeten laten zien hoe wij als gemeente Leeuwarden ons aandeel in de asielopvang gaan leveren. Daarvoor kijken we de komende periode naar opties volgens de hierboven geschetste lijnen. Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
1
https://www.coa.nl/nl/kleinschalige-opvang
Blad 5
Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Leeuwarden,
burgemeester. {{Signer1}}
secretaris. {{Signer2}}
*Dit document is rechtsgeldig digitaal ondertekend.