FSP2021-04-Betrokkenheid-bij-politiek-en-beleid.pdf
Tekst van het document
PANEL FRYSLÂN 04/21 BETROKKENHEID BIJ POLITIEK EN BELEID CIJFERS / MENSEN / INZICHT
BETROKKENHEID BIJ POLITIEK EN BELEID Landelijke onderzoeken laten zien dat veel inwoners (meer) directe invloed willen op belangrijke besluiten van de overheid. De meer traditionele weg van burgerbetrokkenheid via partijlidmaatschap en verkiezingen verhoudt zich steeds moeilijker tot de directheid en snelheid van sociale media en het zelforganiserend vermogen van burgers. Ook is duidelijk dat burgers niet altijd en niet over alles willen meepraten. Welke invloed inwoners precies willen verschilt van persoon tot persoon. In deze publicatie kijken wij vanuit het perspectief van inwoners van Fryslân naar de participatieve democratie. Hoe denken de inwoners van Fryslân over het functioneren van de democratie in Nederland? Willen zij zelf worden betrokken bij politiek en beleid? En zo ja, op welke manier? Deze publicatie is gebaseerd op de vragenlijst ‘Betrokkenheid bij politiek en samenleving’ die de leden van Panel Fryslân tussen 22 februari en 15 maart – in de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen – konden invullen. Aan dit onderzoek hebben 2.926 Panel Fryslân-leden deelgenomen (49,5% van het panel). U vindt hier een uitgebreide verantwoording.
OVER PANEL FRYSLÂN Panel Fryslân bestaat uit zo’n 6.000 inwoners van Fryslân die zesmaal per jaar een online vragenlijst ontvangen over verschillende maatschappelijke thema’s die spelen in de provincie. Zelfaanmelding voor het panel is niet mogelijk; werving vindt uitsluitend plaats via een aselecte steekproef en op basis van persoonlijke uitnodiging. Panel Fryslân is representatief voor de Friese bevolking van 18 jaar en ouder en is daarmee een uniek onderzoeksinstrument in Fryslân.
2
TWEE DERDE TEVREDEN OVER DE DEMOCRATIE 65 procent van de inwoners van Fryslân is tevreden met het functioneren van de Nederlandse democratie. Een lager aandeel dan landelijk, waar 74 procent tevreden is met de democratie. Hoogopgeleiden zijn tevredener over de democratie dan laag- en middelbaar opgeleiden. Verder lijkt tevredenheid over de democratie toe te nemen met de leeftijd: jongvolwassenen zijn het minst tevreden, 65-plussers het meest.
MEER VERTROUWEN IN LOKALE DAN IN LANDELIJKE OVERHEID Vergeleken met andere landen hebben inwoners van Nederland en Fryslân veel vertrouwen in medeburgers en in instituties. Het vertrouwen in de politiek vertoont de grootste schommelingen. Politiek vertrouwen daalt als er ‘gedoe’ is in Den Haag, maar kan snel stijgen als men politieke daadkracht ziet in crisissituaties. In het voorjaar van 2020 nam het vertrouwen van de inwoners van Fryslân in zowel de landelijke als de lokale overheden sterk toe, voornamelijk vanwege tevredenheid over de aanpak van de coronacrisis. Die vertrouwensbonus was echter van tijdelijke aard. Kreeg de regering in het voorjaar van 2020 nog een 6,8 als rapportcijfer, inmiddels is dat teruggeveerd naar een 5,6. Ook het vertrouwen in de provincie en de gemeente is in de afgelopen periode gedaald, zij het minder sterk dan het vertrouwen in de regering. Lokale overheden worden in het algemeen meer vertrouwd door de inwoners van Fryslân dan de regering en de Tweede Kamer.
// Hoe tevreden of ontevreden bent u over het algemeen genomen over de manier waarop de democratie functioneert in Nederland?
// Wat noemen de mensen die ontevreden zijn over de democratie in Nederland? (35%)
1 De afschaffing van het referendum. 10%
Helemaal niet tevreden
25%
57%
8%
Niet erg tevreden
Tamelijk tevreden
Zeer tevreden
RUIM DE HELFT: BURGERS MOETEN MEER MEEBESLISSEN 53 procent van de inwoners van Fryslân vindt dat het goed zou zijn als burgers meer konden meebeslissen over belangrijke politieke kwesties. Inwoners die geen vertrouwen hebben in de regering en/of ontevreden zijn over de democratie hebben vaker het idee dat mensen zoals zij geen enkele invloed hebben op wat de regering doet en vinden het vaker een goed idee dat burgers meer kunnen meebeslissen over belangrijke politieke kwesties.
2 De toeslagenaffaire en afhandeling van de aardbevingsschade in Groningen. 3 De ongelijkheid tussen burgers neemt toe. 4 Burgers worden te weinig gehoord, de overheid is er niet voor hen.
'Het zouzijn goed als burgers meer konden meebeslissen // ‘Het zou goed alszijn burgers meer konden meebeslissen over belangrijke politieke kwesties' (% (helemaal) over belangrijke politieke kwesties’ (% (helemaal) eens) eens) Alle inwoners van Fryslân
53%
Mensen zoals ik hebben (enige) invloed
36%
Mensen zoals ik hebben geen invloed
74%
Tevreden over de democratie
42%
Ontevreden over de democratie
78% 0%
20%
40%
60%
80%
100%
3
ONBEKEND MAAKT ONBEMIND Slechts een minderheid vindt dat gemeente (30%) en provincie (17%) inwoners op dit moment voldoende bij hun plannen en activiteiten betrekken. Ook een minderheid geeft aan goed zicht te hebben op wat gemeente (30%) en provincie (14%) doen. Voor een belangrijk deel geldt hierbij: onbekend maakt onbemind. Van degenen die goed zicht hebben op wat de provincie doet, vindt 58 procent dat de provincie inwoners voldoende betrekt bij haar plannen en activiteiten (tegenover 11 procent van degenen die geen goed zicht hebben op wat de provincie doet).
“
‘DE PROVINCIE BETREKT INWONERS VOLDOENDE’
17% 58% 11%
ALLE INWONERS VAN FRYSLÂN DEGENEN DIE GOED ZICHT HEBBEN OP WAT DE PROVINCIE DOET DEGENEN DIE WEINIG/GEEN ZICHT HEBBEN OP WAT DE PROVINCIE DOET
MET NAME HOOGOPGELEIDEN BETROKKEN BIJ BELEID De roep om meer inspraak en medezeggenschap klinkt steeds luider, maar niet alle burgers willen (over alles) meepraten en meedoen. 45 procent van de inwoners van Fryslân geeft aan betrokken te willen worden bij het maken van beleid door hun gemeente (8% weet het niet). Mannen (53%) en hoogopgeleiden (51%) geven vaker dan vrouwen (37%) en laagopgeleiden (39%) aan betrokken te willen worden bij het ontwikkelen van beleid. Dit zijn ook de groepen die in de afgelopen 12 maanden het vaakst hun mening kenbaar hebben gemaakt aan de gemeente. 44 procent van de inwoners van Fryslân geeft aan in de afgelopen twaalf maanden wel eens hun mening kenbaar te hebben gemaakt aan de gemeente over een bepaald onderwerp. Veruit het vaakst door deel te nemen aan een enquête of een peiling (21%) en door contact op te nemen met de gemeente (21%).
'Ik‘Ik wilwil graag betrokken worden bijbij het maken van // graag betrokken worden het maken vanbeleid beleid door mijn gemeente' door mijn gemeente’ Opleiding Laag
39%
Midden
44%
Hoog
51%
Mannen
53%
Vrouwen
37%
0%
20%
40%
60%
80%
4
STEUN VOOR DIGITALE INSTRUMENTEN Hoe willen de inwoners van Fryslân worden betrokken? Bijna driekwart (72%) geeft aan de inzet van digitale instrumenten om inwoners mee te laten praten (heel) belangrijk te vinden. Maar ook invloed op de besteding van overheidsgelden en directe vormen van democratie kunnen rekenen op steun van een ruime meerderheid van de inwoners van Fryslân. Jongvolwassenen hechten vaker dan oudere leeftijdsgroepen waarde aan digitale instrumenten. Laag- en middelbaar opgeleiden geven vaker dan hoogopgeleiden aan invloed op de besteding van overheidsgelden en vormen van directe democratie (heel) belangrijk te vinden. // Hoe onbelangrijk of belangrijk vindt u de volgende manieren waarop lokale overheden burgers kunnen betrekken bij beleid? (% (heel) belangrijk)
72%
MEER DIGITALE INSTRUMENTEN
55%
61%
MEER VORMEN VAN DIRECTE
INZETTEN OM INWONERS TE
INWONERS MEER INVLOED
DEMOCRATIE MOGELIJK MAKEN
LATEN MEEPRATEN EN MEE-
GEVEN OP DE BESTEDING VAN
(BIJVOORBEELD REFERENDA,
BESLISSEN
PROVINCIE-/GEMEENTEGELD
BURGERTOPPEN)
5
IMPRESSIE VAN BURGERPARTICIPATIE IN ZUIDOOST FRYSLÂN In de afgelopen decennia hebben overheden ervaring opgedaan met uiteenlopende werkvormen om burgers te betrekken bij beleidsontwikkeling, publieke besluitvorming en bestuur. Om een impressie te geven van de ervaringen in Fryslân is een verkennende screening uitgevoerd van overheidsgeïnitieerde participatietrajecten in Zuidoost Fryslân. Er is gekozen voor Zuidoost Fryslân omdat in de vijf gemeenten van deze regio veel is geëxperimenteerd met nieuwe vormen van lokale democratie (vergelijk democratie0513.nl). De gevonden participatietrajecten lopen uiteen van pogingen om burgers te betrekken bij het ontwikkelen van een gemeentelijke omgevingsvisie, en leefbaarheidsprogramma’s om burgerinitiatieven te faciliteren tot Quest Chat-activiteiten met jongeren die vanwege de coronacrisis weinig uitdagingen ervaren. De meer omvangrijkere participatietrajecten in Zuidoost Fryslân zijn langs twee ‘meetlatten’ gelegd. De eerste ‘meetlat’ richt zich op de beleidsfase waarin burgers kunnen participeren. Van de 19 recente participatietrajecten die we telden hadden de meeste trajecten betrekking op agendavorming en in iets mindere mate op opinievorming en beleidsvoorbereiding. We troffen nauwelijks grotere trajecten aan die gericht zijn op beleidsvorming, beleidsuitvoering en beleidsevaluatie.
Deze gemeenten zoeken burgers dus met name op ‘aan de voorkant’: in de fasen voorafgaand aan nieuw beleid of in de eerste fase van beleidsontwikkeling. De andere ‘meetlat’ richt zich op de impact van burgerparticipatie op publieke besluitvorming. In de zogenaamde participatieladder worden vier ‘treden’ van burgerparticipatie onderscheiden: raadplegen, adviseren, coproduceren, meebeslissen (Edelenbos en Monnikhof (2001). Onder de 19 participatietrajecten in Zuidoost Fryslân is van meebeslissen en coproduceren zelden sprake. De eerste twee treden - raadplegen en adviseren – troffen we veel vaker aan. Van een ingrijpende overdracht van beslissingsmacht door overheden aan niet-gekozen burgers is in deze participatietrajecten dus nauwelijks sprake. In de 19 gevonden voorbeelden kiezen overheden voor ‘veiligere’ vormen van burgerparticipatie aan de voorkant van besluitvorming en beleid.
6
BURGERINITIATIEVEN HEBBEN BEHOEFTE AAN EEN DUIDELIJK AANSPREEKPUNT Mensen pakken soms zelf zaken aan, zoals groenbeheer in natuurgebieden, het starten van een zorgcollectief, of het samen met regionale ondernemers oprichten van een energiecoöperatie. 7 procent van de inwoners van Fryslân geeft aan betrokken te zijn bij één of meer van dergelijke maatschappelijke initiatieven. Net als bij beleidsparticipatie geldt ook hier dat de deelnemers niet een één-op-één afspiegeling vormen van de Friese bevolking: mannen, hoogopgeleiden en dorpsbewoners geven vaker aan betrokken te zijn bij een maatschappelijk initiatief dan vrouwen, lageropgeleiden en stedelingen. Maatschappelijke initiatieven hebben volgens de inwoners van Fryslân met name behoefte aan een duidelijk aanspreekpunt bij de lokale overheden (55%) en duidelijke procedures en spelregels (42%).
INITIATIEFNEMERS KRIJGEN
INWONERS VAN FRYSLÂN KRIJGEN
27%
VOLDOENDE RUIMTE OM INITIATIEVEN TE REALISEREN
16%
VOLDOENDE ONDERSTEUNING VAN DE LOKALE OVERHEDEN
// Welke ondersteuning hebben maatschappelijke initiatieven met name nodig?
1 Een duidelijk loket of aanspreekpunt voor initiatiefnemers
55%
2 Duidelijke procedures en spelregels
42%
3 Hulp bij het vinden van geld in de samenleving
36%
4 Aandacht en waardering 35% 5 Geld van de provincie/gemeente
29%
7
BELANGRIJKE AANDACHTSPUNTEN De discussie over democratische vernieuwing richt zich vaak op het openen van nieuwe participatiekanalen om de zeggenschap van burgers te vergroten. Denk bijvoorbeeld aan de G1000-toppen, de ‘right to challenge’, burgerberaden, burgerbegrotingen en de doe-democratie. Een belangrijk risico van deze participatievormen is politieke ongelijkheid. Vele onderzoeken en evaluaties laten zien dat de meeste participatiekanalen maar door een klein deel van de burgers wordt benut, en dat die burgers geen doorsnede van de bevolking zijn. Wanneer aan inwoners van Fryslân wordt gevraagd of zij betrokken willen worden bij het maken van beleid, geven mannen (53%) en hoogopgeleiden (51%) vaker dan vrouwen (37%) en laagopgeleiden (39%) aan betrokken te willen worden. Zij maken ook het vaakst hun mening kenbaar aan hun gemeente. Inwoners die ontevreden zijn over de democratie (vaker laag- en middelbaar opgeleid) vinden dat burgers meer moeten meebeslissen over belangrijke politieke kwesties. De veelgebruikte werkvormen die lokale overheden daar momenteel voor inzetten lijken in mindere mate aan te sluiten bij hun wensen en behoeften. Zij zien meer in referenda, burgertoppen en burgerbegrotingen vormen die nauwelijks worden ingezet.
Bij het vormgeven van democratische vernieuwing is het daarom van belang oog te hebben voor verschillen in voorkeuren en voorwaarden voor deelname. Om daar een eerste beeld van te krijgen, hebben wij acht laagopgeleiden en jongvolwassenen (18-34 jaar) geïnterviewd over hun betrokkenheid bij politiek, beleid en bestuur. Voor deze groepen is gekozen, omdat zij vaak ondervertegenwoordigd zijn in politieke debatten en activiteiten.
BELANGRIJKE VOORWAARDEN VOOR PARTICIPATIE VOLGENS LAGEROPGELEIDEN EN JONGVOLWASSENEN Alle geïnterviewden vinden het belangrijk om hun stem te laten horen en zeggen bij verkiezingen naar het stembureau te gaan. Ook andere vormen van politieke participatie vinden zij belangrijk, maar deze worden met een kritische blik benaderd:
De geïnterviewden zien vooral kansen voor burgerparticipatie als het gaat om lokale vraagstukken, zoals de leefbaarheid in hun dorp of stad. Het onderwerp moet ‘nabij’ zijn of invloed hebben op het dagelijks leven van mensen.
De meeste respondenten plaatsen vraagtekens bij het referendum, omdat ze het gevoel hebben dat veel onderwerpen te complex zijn om op deze manier te behandelen. De meeste geïnterviewden hebben de indruk dat burgers vaak onvoldoende geïnformeerd zijn om tot een gefundeerd oordeel te komen.
Over online platforms zegt één groep geïnterviewden dat online platforms participatie laagdrempeliger en toegankelijkermaken. De andere groep wil juist liever in fysieke bijeenkomsten praten over hun dorp, stad of regio, omdat dit voorkomt dat ideeën van burgers in de onderste la verdwijnen en dat alleen ‘de hardste schreeuwers’ worden gehoord.
Adviezen van de geïnterviewden aan de overheid als het gaat om participatie: / Leg persoonlijk contact / Luister goed, maak geen loze beloftes en neem een open houding aan / Besef dat burgers in hun eigen buurt, wijk, dorp of stad een betere kijk op de situatie hebben, neem die perspectieven mee en laat dat zien 8
LITERATUUR Adviescommissie Burgerbetrokkenheid bij klimaatbeleid (2021). Betrokken bij klimaat. Burgerfora aanbevolen. Den Haag. Brander, A., Anema, K., Marchand, W., & De Witte, T. (2020). Ongelijk verdeeld. De gevolgen van de coronacrisis voor de inwoners van Fryslân. Leeuwarden: Fries Sociaal Planbureau. Den Ridder, J., & Dekker, P. (2015). Meer democratie, minder politiek? Een studie van de publieke opinie in Nederland. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau. Edelenbos, J. & Monnikhof, R. (2001). Lokale interactieve beleidsvorming. Utrecht: Uitgeverij Lemma Hajer, M. (2011). De energieke samenleving. Op zoek naar een sturingsfilosofie voor een schone economie. Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving. Oude Groeniger, J., Noordzij, K., Van der Waal, J., & De Koster, W. (2021). Dutch COVID-19 lockdown measures increased trust in government and trust in science: A difference-in-differences analysis. Social Science & Medicine, 275, 113819.
9
Fries Sociaal Planbureau Doelestraat 8a 8911 DX Leeuwarden (058) 234 85 00 info@fsp.nl www.fsp.nl Het Fries Sociaal Planbureau wordt gesubsidieerd door de provincie Fryslân.
COLOFON ‘Panel Fryslân over betrokkenheid bij politiek en beleid’ is een uitgave van het Fries Sociaal Planbureau, april 2021. Auteurs Arjen Brander, Kirsten Commijs en Dirk Postma