eindrapport-de-praktijk-van-basisbanen
Tekst van het document
Tabel 15 scores tevredenheid met leven, doen van zinvolle activiteiten en deel uitmaken samenleving
Tevredenheid werk
Tevredenheid begeleiding
aantal
percentages
6
2
6,1%
2
6,1%
7
16
48,5%
18
54,5%
7,5
1
3,0%
1
3,0%
8
12
36,4%
8
24,2%
1
3,0%
3
9,1%
8,5 9
1
3,0%
10
1
3,0%
aantal
percentages
Sommige basisbaners wijzen op de wens tot versterking van het groepsgevoel door meer onderling contact en vaker een gemeenschappelijk feestje. Ook zou er volgens enkele basisbaners nog gewerkt moeten worden aan het verbeteren van de beeldvorming van de basisbaan om te voorkomen dat een basisbaan gezien wordt als een tweederangs baan. “Imago van de basisbaan moet opgepoetst worden, want het voelt een beetje minderwaardig.”
Inschatting reguliere baan
Onderdeel van het interview is de inschatting die de basisbaners zelf maken op geschiktheid voor een baan op de reguliere arbeidsmarkt. Deze vraag hebben we ook aan hun werkbegeleiders gesteld. De basisbaners geven zichzelf een gemiddelde score van 5,6, de werkbegeleiders een gemiddelde score van 5,4. Naar verhouding achten de basisbaners zich net wat meer geschikt voor een reguliere baan (46,9% 6 of hoger) dan de werkbegeleiders (38,65% 6 of hoger). Het verschil in inschatting is echter niet groot te noemen. De werkbegeleiders zijn onder de indruk van het ontwikkelpotentieel van de basisbaners. Van de 44 besproken deelnemers ziet men dat er 28 ontwikkelpotentieel hebben, over 6 deelnemers is men onzeker en voor 10 deelnemers meent men dat weinig of geen ontwikkeling verwacht kan worden. Het is overigens één basisbaner gelukt om gedurende het experiment een reguliere baan te vinden. Hij is op 1 augustus 2022 uitgestroomd. Het is uiteraard lastig te duiden welke betekenis we kunnen toekennen aan het oordeel van de basisbaners zelf over hun geschiktheid voor de reguliere arbeidsmarkt. Het zou te maken kunnen hebben met hun eigen ontwikkelproces, met gesprekken die ze met hun begeleiders voeren en/of met hun waarnemingen van anderen vanuit hun eigen werksituatie.
Interessant is ons inziens dat ook werkbegeleiders een vergelijkbare inschatting maken – ietsjes lager zoals hiervoor aangegeven – een inschatting die gebaseerd is op het waargenomen ontwikkelproces bij de basisbaners. Daar zijn de werkbegeleiders zeer over te spreken.
28
Tabel 15 geschiktheid baan op reguliere arbeidsmarkt volgens basisbaners en hun werkbegeleiders
Basisbaners
Werkbegeleiders
aantal
percentages
aantal
percentages
3
1
3,1%
1
2,3%
4
8
25,0%
10
22,7%
5
6
18,8%
12
27,3%
5,5
2
6,3%
4
9,1%
6
4
12,5%
8
18,2%
7
8
25,0%
6
13,6%
8
3
9,4%
3
6,8%
Toegenomen welbevinden
Bij aanvang van het experiment was op basis van de literatuur de verwachting dat door een basisbaan het welbevinden van de deelnemer zou toenemen. Uit de resultaten uit de Brug der Zelfredzaamheid en de ingevulde vragenlijsten kunnen we opmaken dat deze verwachting is uitgekomen. De basisbansers voelen zich onderdeel van de samenleving, zijn tevreden met wat ze doen en voelen zich gezond. Door de basisbaan neemt hun inkomen toe en zijn ze in staat te sparen. Ook schulden nemen af, hoewel hier net geen significant verschil is met de startsituatie. Vermoedelijk heeft dit te maken dat het enige tijd duurt voordat alle schulden zijn afgelost. het daarbij behorende inkomen. Door de basisbaan en de begeleiding die ze daarbij krijgen, zien zij en hun werkbegeleiders dat zij zich verder ontwikkelen.
29
6. MKBA
Inleiding
Najaar 2020 heeft onderzoeksbureau Ecorys (2020) een indicatieve maatschappelijke kostenbaten analyse (MKBA ex ante) gemaakt van het project Basisbanen Groningen. Er is toen afgesproken dat na afloop van het onderzoeksproject, dus na 01-12-2022, de Hanzehogeschool mede op basis van het analytisch concept van Ecorys een MKBA ex post zou opstellen. De bevindingen van de analyse van Ecorys waren als volgt: 1. De gemeente draagt alle kosten en ontvangt maar een deel van de baten. Het netto resultaat voor de gemeente is naar verwachting negatief. 2. De basisbaners en de buurtbewoners profiteren sterk van de initiatieven. De basisbaners gaan er financieel op vooruit, maar ervaren ook positieve immateriële baten door een hogere kwaliteit van leven. De buurtbewoners ervaren met name immateriële baten doordat de leefbaarheid in de wijken stijgt en daarmee hun woongenot. 3. Ook het Rijk profiteert van de initiatieven. Dat komt met name doordat de belastinginkomsten stijgen. 4. De stakeholders in de wijk, zoals lokale ondernemers en buurtvoorzieningen, profiteren ook. Zij realiseren naar verwachting hogere inkomsten en minder schade door afname van criminaliteit, maar slechts in beperkte mate. Ecorys concludeert, dat het vanuit het oogpunt van het creëren van maatschappelijke meerwaarde zinvol lijkt het initiatief structureel vorm te geven.
Maar omdat de baten voor de gemeente structureel lager zijn dan de kosten, levert het de gemeente geen positieve businesscase op. Er zal in de huidige opzet dus een structurele bijdrage vanuit de gemeente nodig zijn. Tenslotte merkt Ecorys op, dat monitoring van de effectmeting van belang is om een concreter beeld te krijgen van in hoeverre de beschreven baten daadwerkelijk worden gerealiseerd. De in Groningen gehanteerde monitoring op basis van vragenlijsten onder de begeleiders zal meer inzicht verschaffen in hoeverre de beschreven effecten op de werknemers daadwerkelijk plaatsvinden. Ook dan zal volgens Ecorys voor inzicht in de effecten van de uitgevoerde taken en de vertaling naar maatschappelijke baten gebruik gemaakt moeten worden van kengetallen. Onderstaand zullen we aangeven welke onderdelen van de analyse van Ecorys nu achteraf beter kunnen worden gekwantificeerd op grond van empirische bevindingen.
De materiële kosten en baten
In onderstaande tabel worden alle materiële kosten en baten becijferd op basis van realisaties, We onderscheiden de drie jaren van het experiment (1/3/2020 – 1/12/2022) en totaliseren. 30
Tabel 16 kosten en baten Gemeente Groningen
Kosten
Besparingen
2020
2021
2022
Totaal
Bruto loon (incl. WG-lasten)
288
891
1.318
2.497
Participatiecoaches
75
75
75
225
Werkbegeleiding
33
90
150
273
Thermiek
16
45
75
136
Totaal kosten
412
1.101
1.618
3.131
Loonkostensubsidie
79
246
364
689
Uitkeringen
172
468
780
1.420
Uitvoeringskosten uitk.
32
90
150
272
Toeslagen
18
48
81
147
Totaal besparingen
301
852
1.375
2.528
Opvallend is in dit overzicht ten opzichte van de analyse ex ante van Ecorys dat Gemeente Groningen voor alle deelnemers aan het project een loonwaardemeting heeft laten plaatsvinden, op grond waarvan een substantieel bedrag aan loonkostensubsidie van het Rijk is verkregen. De begeleidingskosten betreffen de inzet van de participatiecoaches voor de basisbaners. De werkbegeleidingskosten zijn de kosten voor de ingehuurde partijen die zorgen voor de coaching van de basisbaners. En Thermiek krijgt een vergoeding van € 1.500 per maand per basisbaner voor uitvoering van de formele werkgeverstaken. Naast besparingen op de uitkeringen – de basisbaners krijgen immers loon en geen uitkering meer – bespaart de gemeente ook op enkele toeslagen, zoals energietoeslag, kwijtschelding van gemeentelijke belastingen en enkele andere toeslagen. Er is ook een besparing van € 3.000 per maand per basisbaner op de uitvoeringskosten, die de gemeente maakt om de uitkeringen te verstrekken, Volgens deze berekening zou het experiment met de basisbanen Gemeente Groningen in totaal € 603.000 hebben gekost. Nemen we jaar 2022 als jaar waarin (nagenoeg) alle 50 deelnemers het gehele jaar werkzaam waren, dus als voorbeeld voor een structurele situatie, dan bedragen de structurele netto kosten € 243.000 bij een totale kostenpost van ruim € 1,5 mln, oftewel € 4.680 per basisbaner.
Fincanciële verschuivigen als gevolg van het experiment Basisbaners krijgen loon, betalen loonbelasting en sociale premies aan het Rijk en Gemeente Groningen krijgt loonkostensubsidie van het Rjjk. De financiële stromen veranderen met de invoering van de basisbaan. Hieronder geven we een overzicht van deze verschuivingen. Aan dit eenvoudig overzicht in tabel 16 valt te zien dat de gemeente kostendrager is, evenals het Rijk. In de analyse van Ecorys was de overheid nog netto-ontvanger , maar door gebruikmaking van het instrument loonwaardemeting financiert het Rijk via de loonkostensubsidies een deel van de kosten van het project.
31
Tabel 17 financiële verschuivingen door project Basisbanen (x € 1000)
baten Gemeente Groningen Basisbaner
kosten
+ € 2.528
- € 3.131
+ € 2.497 (bruto loon)
- € 275 (loonbelasting en sociale lasten) - € 1.420 (geen uitkering
netto - € 603
+ € 655
- € 147 (geen toeslagen) Rijk
+ € 275 (loonbelasting en sociale lasten)
- € 689 (loonkostensubsidie)
- € 414
Coachingspartijen
+ € 273
+ € 273
Thermiek (werkgeversrol)
+ € 136
+ € 136
De basisbaners profiteren, want het totaal van het loon is substantieel hoger dan hun inkomen in de uitkeringssituatie. Dit geldt voor de groep als geheel. Met name de alleenstaanden gaan er in inkomen een stuk op vooruit. Meerwaarde van het werk van de basisbaner Ecorys onderkent dat de basisbaner baat heeft bij een hoger inkomen, maar daar staat een hogere kostenpost voor de gemeente tegenover, zo wordt gesteld. De maatschappelijke meerwaarde komt uiteindelijk door de waarde van het werk dat de basisbaner verricht. Vervolgens werkt Ecorys die waarde van het werk uit in een uitvoerig overzicht van immateriële baten voor de basisbaners, voor de buurt (minder criminaliteit, verbeterde leefbaarheid, verbeterd woongenot, hogere inkomsten buurtvoorzieningen, minder kosten onderhoud voorzieningen). Ons inziens wordt daarbij vergeten dat in een economische analyse de productiewaarde van de werkzaamheden van de basisbaners kan worden uitgerekend, op dezelfde wijze als de productiewaarde van ambtenaren bepaald wordt. De productie van de overheid wordt in een economische analyse gelijkgesteld aan de loonwaarde (inclusief de investeringen, maar dat is hier een minor point) van de werkzame ambtenaren. Dit kan ook niet anders, want de overheid werkt voor haar collectieve voorzieningen nu eenmaal niet op een markt waar prijzen worden vastgesteld.
Op een markt wordt de productiewaarde uiteindelijk bepaald door loonkosten + winst. Strikt genomen wordt de productiewaarde van de overheid onderschat als alleen de loonwaarde wordt meegenomen (maar dit terzijde). Evenals de productiewaarde van de gemeentelijke overheid wordt bepaald door het totaal van de lonen van de aangestelde ambtenaren, geldt ook voor de productiewaarde van de basisbaners deze vaststelling. Op overigens één voorwaarde: namelijk dat de werkzaamheden in een politiek proces worden vastgesteld als nuttig, zinvol en noodzakelijk. Als deze voorwaarde ook van toepassing is op het werk van de basisbaners geldt de gelijkheid van loonsom en productiewaarde. In de situatie van het experiment is vanwege corona en het toegenomen ziekteverzuim de nettoproductie in uren 80% van de contracturen. Bij de basisbaners doet zich verder de bijzondere situatie voor dat de loonwaarde gemiddeld ongeveer 40% lager is dan de loonsom. Op goede gronden kan daarom worden besloten om de productiewaarde van de basisbaners in het experiment Basisbanen Groningen vast te stellen op 60,4% van de berekende netto productiewaarde, dat is 60,4% van € 1.924.154 (80% * € 2.497.000, zie totale brutolonen tabel 16) = € 1.162.189. 32
Ons inziens dient deze waarde beschouwd te worden als de totale verbetering van de leefbaarheid van de wijken en dorpen waar basisbaners hebben gewerkt. Daarmee zijn niet de verschillende onderdelen van het ‘begrip’ leefbaarheid berekend. Dat kan slechts na grondig en gedetailleerd onderzoek in de wijken en dorpen, met de bewoners en de organisaties en bedrijven.
Immateriële kosten en baten
Nuttig, zinvol en noodzakelijk impliceert dat de wijken en dorpen in Groningen de vruchten plukken van deze werkzaamheden. Met andere woorden, de leefbaarheid is verbeterd. Ook de basisbaners zelf profiteren van de omstandigheid dat zij de stap van uitkering naar werk hebben gezet, naast hun hoger inkomen. Want uit onderzoek is gebleken dat werken vanuit een uitkering een hogere kwaliteit van leven oplevert en ook lagere zorgkosten. Nu geldt dat vanzelfsprekend voor grote groepen. Voor kleine en heel kleine groepen kunnen grootschalige verbanden uitblijven vanwege toevallige individuele omstandigheden en ontwikkelingen. Niettemin kunnen we voor de hogere kwaliteit van leven en de lagere zorgkosten enkele indicatieve berekeningen toepassen. Betere kwaliteit van leven en lagere zorgkosten van basisbaners in geld uitgedrukt 1 Veel basisbaners kampen met financiële problemen. Veel mensen associëren burn-out met stress op het werk, maar ook geldzorgen zijn een van de oorzaken van burn-out. De ziektelasten bij burn-out klachten zijn gelijk zijn aan 0,187 QALY, waarbij 1 QALY staat voor één gewonnen levensjaar (vzinfo.nl). Over wat een extra jaar in goede gezondheid waard is, lopen de meningen uiteen. Gild, Schoemaker en Polder (2013) komen uit op € 50.000. Bij 11 van de 38 basisbaners zijn de schulden volgens de Brug naar Zelfredzaamheid afgenomen, bij 2 gestegen.
Zetten we dat tegen elkaar af, dan is er een netto verbetering bij 9 basisbaners. De berekening is dan als volgt: 9 x 0,187 QALY x € 50.000 = € 84.150. Mensen in de uitkering, zonder werk, maken substantieel meer kosten voor wmo, zorg voor gezin/huishouden en jeugdhulp. In kaart is gebracht wat het verschil in wmo- en ggzondersteuning is tussen SW-ers die op de wachtlijst stonden om te gaan werken in een sociale werkbedrijf en SW-ers die werkzaam waren (Van Eijkel, e.a., 2020). SW-ers zijn wat kenmerken vergelijkbaar met de basisbaners. Bij de SW’ers met werk is 9,4% minder wmoondersteuning en 7,1 % minder ggz-ondersteuning nodig dan bij de SW-ers op de wachtlijst. Gemiddelde kosten voor wmo- ondersteuning zijn € 15.000 en voor ggz-ondersteuning € 7.000. Passen we deze gegevens toe op de 50 basisbaners dan is de maatschappelijke baat € 103.000 (9,4% van 50 basisbaners x € 15.000 + 9,4% van 50 basisbaners x € 7.000). Bovenstaande berekeningen van maatschappelijke baten zijn natuurlijk zeer onzeker. Temeer als het om kleine groepen gaat, zoals in ons experiment. De betekenis is dat het een duiding aangeeft, een zekere waardering van een duiding in een bepaalde richting. Dat is de winst van dit type berekeningen. Werken maakt gezond en gezondheid heeft positieve maatschappelijke Bij de berekening van de immateriële baten zijn we uitgegaan van 2022.
In dat jaar waren alle 50 basisbaners aan het werk. Strikt genomen hadden we deze baten al vanaf 2020 kunnen berekenen. Dan waren ze nog hoger uitgevallen. Gezien de onzekerheid die met deze baten gepaard gaan, hebben we hiervan af gezien.
1
33
effecten, te duiden door de kosten van ziekte te vermijden en gezonde en gewonnen levensjaren te zien als tegenhanger van kosten van ziekte.
Totale kosten en baten Kosten en baten experiment Gemeente Groningen Nu alle kosten en baten bekend zijn, kunnen we de balans opmaken. Over de gehele experimentele periode is gemiddeld per jaar door 30 fte basisbaners gewerkt. Dit heeft Groningse samenleving € 0,75 miljoen opgeleverd. Tabel 18 Kosten en baten experiment
Kosten
Uitvoering
Baten
Netto productiewaarde
€ 1.162.189
Betere kwaliteit leven
€ 84.150
Verminderde zorgkosten
€ 103.000
€ 603.000
Totaal baten
€ 1.349.339
Maatschappelijke kosten en baten bij structurele invoering 50 fulltime basisbanen Het laatste jaar zijn er 50 basisbaners (=50 fte) voor het experiment werkzaam geweest. Dit jaar is het meest zuivere, omdat er geen sprake meer was van coronamaatregelen en het ziekteverzuim overeenkwam met het landelijke gemiddelde. Voor dit jaar hebben we de financiële verschuivingen, in beeld gebracht (zie tabel 19) Tabel 19 financiële verschuivingen structurele invoering 50 fte basisbanen (x € 1000)
voordeel Gemeente Groningen Basisbaners
kosten
+ € 1.375 + € 1.318
- € 1.618
+ € 145
Coachingspartijen
+ € 150
- € 243
- € 145 - € 861
Rijksoverheid
netto
- € 364
+ € 312 - € 219 + € 150
Voor de gemeente Groningen geldt tevens – zie het kostenoverzicht tabel 19 – dat de uitvoeringskosten van de basisbaan gelijk zijn aan de besparingen op de uitvoeringskosten van de uitkering. In een structurele situatie van basisbanen veronderstellen we daarom gemakshalve dat deze kosten (€ 150.000 op jaarbasis) ook aan elkaar gelijk zijn. De brutoloonkosten van de 50 basisbaners zijn € 1.318.000. We gaan uit van 80% productieve uren en een loonwaarde van 60,4%. De productiewaarde is dan € 636.858. De waarde van jaarlijkse betere kwaliteit van leven bedraag € 84.150 en die van verminderde zorgkosten € 103.000. De totale baten zijn opgeteld € 824.008 De netto kosten voor gemeente Groningen zijn € 243.000.
34
Bij structurele continuering van deze banen is de netto maatschappelijke waarde voor de Groningse samenleving per jaar € 581.000 (€ 824.000 minus € 243.000) Tabel 20 Netto productiewaarde bij 50 fte basisbaners structureel (x € 1000)
brutoloon 2022, 50 basisbaners
€ 1.318.000
X 80%
€ 1.054.400
X 60,4%
€ 636.858
De rijksoverheid ontvangt € 145.000 aan loonbelasting en sociale premies en betaalt € 364.000 aan loonkostensubdidies. De nettokosten voor de rijksoverheid zijn € 219.000. Tabel 21 Totale kosten en baten bij 50 fte Basisbanen structureel (x € 1000)
Kosten
Uitvoering gemeente
€ 243.000
Kosten rijksoverheid
€ 219.000 Totaal
Baten
€ 462.00
Netto productiewaarde
€ 636.858
Betere kwaliteit leven
€ 84.150
Verminderde zorgkosten
€ 103.000
Totaal
€ 824.008
Netto baten
€ 362.000
De totale jaarlijkse netto maatschappelijke baten van 50 fulltime basisbaners, die werken tegen het wettelijk minimumloon, bedraagt in deze setting € 362.000 hetgeen per fulltime basisbaner neerkomt op een bedrag van € 7.240. Overigens ook zonder toerekening van de immateriële baten voor de basisbaners zijn de baten groter dan de kosten.
35
7. Conclusie
In maart 2020 is Gemeente Groningen gestart met het experiment Basisbanen in Groningen. Ze heeft verzocht te onderzoeken of de basisbanen voor de gemeente een toegevoegde waarde hebben als arbeidsmarktinstrument. En is het mogelijk voor Gemeente Groningen om basisbanen structureel als voorziening te realiseren. Is het gelukt om basisbanen tot stand te brengen? Het antwoord is ‘ja’. Gemeente Groningen is ruimschoots erin geslaagd om de basisbanen tot stand te brengen. Bij aanvang van het experiment was de bedoeling om 40 basisbanen te realiseren. Op 1 maart 2021 zijn de laatste drie van in totaal 50 basisbaners gestart. Worden de basisbanen uitgevoerd door de beoogde doelgroep en niet door mensen die een plek op de arbeidsmarkt hadden kunnen verwerven of die in aanmerking komen voor beschut werk of een garantiebaan? In het experiment is de beoogde doelgroep geselecteerd, namelijk mensen die bijstand ontvangen, die graag willen werken, maar die geen kans meer maken op een baan op de reguliere arbeidsmarkt. Basisbaners hebben volgens de bestandsgegevens een hoge leeftijd, zijn langdurig werkloos en laag opgeleid. Onze moderne hoog-technologische arbeidsmarkt biedt weinig tot geen kans aan deze groep. Basisbaners vertellen veel belemmeringen te hebben, zoals lichamelijke en psychische klachten en schulden, waardoor een reguliere baan voor hen niet is weggelegd.
Zij en hun werkbegeleiders geven aan dat de basisbaan voor hen een geschikt instrument is om te participeren. Het is de gemeente gelukt om meer dan de beoogde 40 basisbaners te selecteren. Uiteindelijk zijn er 50 basisbaners begonnen. Daarvoor zijn 150 gesprekken door de participatiecoaches gevoerd. Het vereist dus de nodige inspanningen om de doelgroep te bereiken en te selecteren. De selectie is secuur en zorgvuldig verlopen. Uit de data blijkt dat de basisbaners gezocht kunnen worden onder bijstandontvangers die een participatiebaan hebben gehad en geen vrijstelling van arbeidsverplichting. Daarbij kan flexibel worden omgegaan met de uitkeringsduur, als er rekening gehouden wordt met de werkloosheidsduur. Deze laatste is ook van invloed op de baankansen op de reguliere arbeidsmarkt. Vooral in combinatie met leeftijd. Basisbaners laten zich expliciet uit over de belemmering door leeftijdsdiscriminatie en door een slecht cv. Zowel de basisbaners als de werkbegeleiders zien ontwikkelpotentieel bij ongeveer tweederde van de basisbaners. Op termijn zou een aantal basisbaners de stap naar een baan op de reguliere arbeidsmarkt kunnen zetten, indien ze dat zelf beogen. Maar dan zal er wel iets gedaan moeten worden aan leeftijdsdiscriminatie als belemmerende factor.
Het experiment Basisbanen in Groningen onderbouwt en ondersteunt het voorstel van de Commissie Borstlap om de arbeidsbemiddeling voor met name de onderkant van de arbeidsmarkt te intensiveren en te moderniseren. Aandacht en ruimte moet daarbij altijd zijn voor mensen die wel de stap naar de reguliere arbeidsmarkt kunnen zetten en voor diegenen 36
die permanent aangewezen zijn op een basisbaan. Alle mensen, ook mensen aan de basis van de arbeidsmarkt, hebben recht op een levenlang leren. Is het gelukt om (aanvullende) taken uit de wijken aangedragen te krijgen? En zijn die taken ook daadwerkelijk en naar behoren uitgevoerd? De basisbaners zijn tevreden over het werk wat ze doen. Ze hebben het gevoel zinvolle activiteiten te doen en voelen zich onderdeel van de samenleving. De werkzaamheden van de basisbaners lopen sterk uiteen, variërend van onderhoud sportvelden tot het schrijven van nieuwsberichten. De werkzaamheden zijn gematcht met de mogelijkheden en wensen van de basisbaners. Daarbij is rekening gehouden met veranderende behoeften. De productie van de basisbaners ligt op 80% van hun arbeidsuren en het ziekteverzuim op 11%. Dat is overeenkomstig de uren van medewerkers die vanuit de Participatiewet werkzaam zijn in sociale werkbedrijven. Het verzuim is terug te voeren tot enkele langdurig zieken en is niet werk-gerelateerd. Is de geboden begeleiding en ondersteuning vanuit de verschillende partijen voldoende om de werknemers de taken uit te kunnen laten voeren? De basisbaners laten zich positief uit over de begeleiding die ze ontvangen. Ze voelen zich serieus genomen en er wordt naar hun inbreng geluisterd. De werkbegeleiding hebben een holistische benadering, d.w.z.
ze kijken niet alleen naar het werk maar ook hoe de basisbaner als mens in elkaar steekt en houden daarin hun begeleiding rekening mee. De taken van de werkbegeleiders bestaan uit het coachen van de basisbaners. Daarvoor moeten ze ook regelmatig overleggen met derden. De werkbegeleiders van twee instellingen managen daarnaast de basisbaners. Zij zijn daarmee twee keer zoveel tijd kwijt als de andere werkbegeleiders. Gemiddeld genomen zijn de werkbegeleiders in het begin anderhalf uur per week kwijt aan de coaching. Dit zakt binnen een jaar naar 40 minuten per week. De werkbegeleiders besteden ongeveer een uur aan het overleg met derden. Als een basisbaner start is dat meer omdat er van alles geregeld moet worden. Daarna neemt de benodigde tijdsinvestering af naar een half uur per week. Bij elkaar genomen is de benodigde tijd voor de werkbegeleiders 2,5 uur in het eerste half jaar en 1,5 uur daarna. Zijn er aanwijzingen dat de basisbaan het welzijn en maatschappelijk functioneren van de werknemer ten goede is gekomen? De basisbaners zelf geven aan heel blij te zijn met hun baan. Ze zijn tevreden met hun gezondheid, de werkzaamheden en de mate waarin ze het gevoel hebben deel uit te maken van de samenleving. Uit de gegevens van de Brug naar Zelfredzaamheid blijkt dat de basisbaan bijdraagt aan een positieve financiële huishouding.
Schulden worden minder, het inkomen en spaargeld stijgen. Ook op het gebied van wonen zien we een stijging. Deze hangt samen met het hebben van meer financiële aanslag, waardoor de woonlasten naar verhouding afnemen. De score op gezondheid van de Brug naar Zelfredzaamheid neemt niet toe, maar ook niet af. Terwijl een baan voor iemand die langdurig werkloosheid is geweest, zowel fysiek als psychisch een belasting is. De basisbaners zijn door hun baan dus niet overbelast geraakt. Uit de interviews blijkt dat bijna tweederde van de basisbaners hun gezondheid beoordelen als goed tot uitstekend. 37
Wat zijn de maatschappelijke opbrengsten en kosten van de basisbanen? Basisbanen lonen! Dat is in kort de conclusie van de MKBA. Een basisbaan in een structurele situatie kost de gemeente ongeveer € 4.680 per jaar. Met verrekening van de productiewaarde, de netto kosten voor het Rijk, de verminderde zorgkosten en verbetering van kwaliteit van leven is bij 50 basisbanen een positief resultaat van € 362.000 op jaarbasis. Per basisbaner betekent dit een maatschappelijke meerwaarde van € 7.240 per jaar.
Advies
Het onderzoek moest ook inzichten geven of basisbanen op structurele wijze door Gemeente Groningen uitgevoerd kunnen worden. De uitkomsten van de MKBA zijn positief, met name door de investeringen van de basisbaners in de leefbaarheid van de wijken en dorpen. Er wordt werk verzet dat anders zou blijven liggen. Het is een politiek besluit om gelden voor dit werk ter beschikking te stellen en daarmee bijstandontvangers een basisbaan aan te bieden. Het advies is om dit zeker te doen. De basisbaan is een geschikt participatie-instrument gebleken voor mensen die bijstand ontvangen en die graag willen werken maar die het niet meer lukt om een baan op de reguliere arbeidsmarkt te bemachtigen. Met de structurele invoering van de basisbaan creëert Gemeente Groningen extra banen op de (parallelle) arbeidsmarkt. Daar profiteren de Groningse samenleving, de Gemeente Groningen en ook de basisbaners zelf van! De basisbanen zelf kunnen op vele plekken gezocht en gevonden worden. De kracht van het experiment is dat de werkzaamheden door de werkbegeleiders zijn afgestemd op de wensen en mogelijkheden van de basisbaners. Dit verklaart voor een deel ook het lage ziekteverzuim, behalve dan het verzuim van enkele langdurig zieken dat overigens niet werkgerelateerd is. Om dit op grotere schaal vol te houden, is het raadzaam om flexibel om te gaan met de soort werkzaamheden.
Mogelijkheden zijn bijvoorbeeld uitvoeren van (assistent)taken bij een organisatie, zoals onderwijs- en zorginstellingen, woningbouwcorporaties en andere organisaties binnen de (semi) collectieve sector. En mogelijk zou een deel van het vrijwilligerswerk omgezet kunnen worden in basisbanen. Hoe meer soorten werkzaamheden, hoe aantrekkelijker een basisbaan wordt. Nu maakt 15 procent geen gebruik van de basisbaan omdat de werkzaamheden niet passend zijn. De basisbaan is gereserveerd voor bijstandontvangers die wel willen werken, maar die teveel belemmeringen tegenkomen om een reguliere baan te bemachtigen. Tijdens het experiment is er zorgvuldig gekeken of kandidaten in aanmerking komen voor een basisbaan. Ook bijstandontvangers die relatief kort een beroep moeten doen op bijstand, kunnen tot de doelgroep behoren. Dit maakt de groep die geworven kan worden voor een basisbaan groter. De basisbaners ontwikkelen zich tijdens het werk. Het is belangrijk hiervoor oog te hebben. Enerzijds om het werk voor hen aantrekkelijk te blijven maken. Ook basisbaners hebben immers recht op levenlang ontwikkelen. Anderzijds is het van belang om te achterhalen of een reguliere baan niet tot de mogelijkheid behoort. Dit laatste mag echter geen doel zijn, omdat de basisbaan dan een arbeidsre-integratieinstrument wordt en concurreert met bestaande instrumenten.
38
8. Bronnen
Ecorys, Indicatieve MKBA basisbanen en buurtconciërges, Rotterdam, 4 december 2020 De Graaf-Zijl, M., Van der Horst A. & Van Vuuren D. (2015). Langdurige werkloosheid. Afwachten én hervormen. Den Haag: CPB. Hanzehogeschool Groningen, SHMC (2018). Basisbaan haalbaarheidsstudie. Groningen: Hanzehogeschool Groningen.
in
Groningen.
Een
Hollederer, A. (2015). Unemployment, health and moderating factors: the need for targeted health Promotion. Journal of Public Health, 23 (6), 319-325. https://www.vzinfo.nl/documenten/20210127dataziektelast2018ods Jahoda, M. (1982). Employment and unemployment: A social psychological Analysis. Cambridge, UK: Cambridge University Press. Koopmans, C., Heyma, A., Hof, B., Imandt, M., Kok, L. & Pomp, M. (2016) Werkwijzer voor kostenbatenanalyse in het sociale domein. Amsterdam: SEO Economisch Onderzoek. Mosselman, C.A. en J. Muysken (2020), Melkertbanen: lessen voor de baangarantie. Den Haag: WBS. Mosselman, K & Polstra, L. (2020) De praktijk van basisbanen, tussenrapport 1. Hanzehogeschool Groningen. Mosselman, K & Polstra, L. (2021), De praktijk van basisbanen, tussenrapport 2. Hanzehogeschool Groningen. Mosselman, K & Polstra, L. (2022a). De praktijk van basisbanen, tussenrapport 3. Groningen, Hanzehogeschool. Mosselman, K & Polstra, L. (2022b). De praktijk van basisbanen, tussenrapport 4. Hanzehogeschool Groningen. Paul, K. I., & Batinic, B. (2010). The need for work: Jahoda's latent functions of employment in a representative sample of the German population. Journal of Organizational Behavior, 31 (1), 45–64. Polstra, L. & Mosselman, K. (2020). De praktijk van basisbanen. De evaluatie van het project Basisbanen in Groningen. Hanzehogeschool Groningen. 39
Selenko, E., Batinic, B., & Paul, K. I. (2011). Does latent deprivation lead to psychological distress? Investigating Jahoda's model in a four-wave study. Journal of Occupational and Organizational Psychology, 84 (4), 723–740. Stiglbauer, B. & Batinic, B. (2012). The role of Jahoda's latent and financial benefits for work involvement: A longitudinal study. Journal of Vocational Behavior, 81 (2), 259-286. Sok, K., Lucassen, A. & Walburgh Schmidt, B., (2012). (Wmo) beleid maken met persona’s. Utrecht: Movisie. Tonnon, S., Jungmann, N. & Lako, D. (2019). Mobility Mentoring® in Alphen aan den Rijn. Procesevaluatie. Hogeschool Utrecht, lectoraat Schulden en Incasso. Van Eijkel, R., Gerritsen, S., Sadiraj, K. & Versantvoort, M. (2020). De brede baten van werk. Den Haag: CPB. Van Gils, P.F., Schoemaker, C.G. & Polder, J.J. (2013) Hoeveel mag een gewonnen levensjaar kosten? Onderzoek naar de waardering van de QALY. Nederlands Tijdschrift Geneeskunde;157:A6507. https://www.vzinfo.nl/documenten/20210127dataziektelast2018ods Wanberg, C.R., Hough, L.M., & Song, Z. (2002). Predictive validity of a multidisciplinary model of reemployment success. Journal of Applied Psychology, 87, 1100-1120..
40
9. Bijlage
Instroomdata basisbaners Deelnemers
Startdatum
7 2 3 4 3 3 2 2 2 3 1 6 4 2 1 1 3
1 maart 2020 1 mei 2020 1 juni 2020 1 oktober 2020 1 november 2020 1 december 2020 1 januari 2021 1 mei 2021 1 juni 2021 1 juli 2021 1 augustus 2021 1 september 2021 1 oktober 2021 1 november 2021 1 december 2021 1 januari 2022 1 maart 2022
41
Onderzoeksvragen en -instrumenten Onderzoeksvragen Is het gelukt om basisbanen tot stand te brengen?
Gegevens Weekformulier taken van de basisbaner (totaal aantal gewerkte uren)
Worden de basisbanen uitgevoerd door de beoogde doelgroep en niet door mensen die een plek op de arbeidsmarkt hadden kunnen verwerven of die in aanmerking komen voor beschut werk of een garantiebaan?
Registratiegegevens kenmerken basisbaner Interview participatiecoaches Weekformulier taken van de basisbaner (verrichten taken) Weekformulier begeleiding door leidinggevende (uren instrueren en coaching)
Redenatie Als we het aantal uren werken weten, dan weten we ook of de basisbaner conform het contract werkzaam is geweest. Met de registratiegegevens en de interviews kunnen we portretten schilderen en deze afzetten tegen die van beschut werkers en garantiebaners. Met de taken weten of ze taken uitvoeren die ook door beschut werkers of garantiebaners kunnen worden uitgevoerd. Info over die taken is nodig Basisbaners zouden minder instructieen coachingsuren nodig hebben dan beschut werkers of garantiebaners. Info hierover is nodig
Is het gelukt om (aanvullende) taken uit de wijken aangedragen te krijgen? En zijn die taken ook daadwerkelijk en naar behoren uitgevoerd?
Weekformulier taken van de basisbaner (verrichten taken, uitvoering naar behoren)
Er zijn taken die gelijk aan het begin worden uitgevoerd, maar ook die later worden aangereikt. Info hierover is nodig.
Is de geboden begeleiding en ondersteuning vanuit de verschillende partijen voldoende om de werknemers de taken uit te kunnen laten voeren?
Weekformulier taken van de basisbaner (ziekteverzuim)
Als stressoren in het privé-leven en op het werk niet worden weggenomen, ontstaat ziekteverzuim
Weekformulier begeleiding door leidinggevende (taken)
De begeleiding die wordt geboden
Registratiegegevens van de coaches + ½ jaarlijkse bespreking ervan (taken)
De begeleiding die wordt geboden.
Zijn er aanwijzingen dat de basisbaan het welzijn en maatschappelijk functioneren van de werknemer ten goede is gekomen?
Weekformulier taken van de basisbaner (ziekteverzuim)
Ziekteverzuim is een van de indicatoren van welzijn
Registratie welbevinden basisbaners door coaches
Meerder meetmomenten om vast te leggen wat de stand van zaken is.
Wat zijn de maatschappelijke opbrengsten en kosten van de basisbanen?
Weekformulier taken van de basisbaner (productie uren besteed aan taken)
De daadwerkelijk geproduceerde uren worden gekapitaliseerd. Taken moeten worden uitgevoerd anders neemt de leefbaarheid niet toe.
Weekformulier begeleiding door leidinggevende (Overleguren over de te verrichte taken)
Met de wijk moet worden overlegd over de uit te voeren taken. Als die taken worden uitgevoerd, dan neemt de leefbaarheid toe.
42
De praktijk van basisbanen
Monitor van het experiment Basisbanen in Groningen, Steeds meer economen bepleiten de noodzaak van een baangarantie voor iedereen die wil werken, gefaciliteerd door de overheid. Gemeente Groningen is op 1 maart 2020 gestart met een experiment basisbanen. Uitkeringsgerechtigden zonder uitzicht op een betaalde baan krijgen een basisbaan aangeboden. De basisbaners verrichten door de wijk aangewezen taken en leveren zo een bijdrage aan de leefbaarheid van de Groningse wijken. Het experiment is gemonitord door het lectoraat Arbeidsparticipatie van de Hanzehogeschool Groningen. In deze rapportage worden de kenmerken van de basisbaners beschreven. Ook wordt ingegaan op hun productie- en verzuimuren. Van de werkbegeleiders worden overzichten gepresenteerd in de hoeveelheid tijd die zij kwijt zijn aan coaching, overleg en het organiseren van werkzaamheden voor de basisbaners. Op drie momenten is de Brug naar Zelfredzaamheid ingevuld. Uit de analyse blijkt dat de financiële huishouding van de basisbaners significant verbetert. Ze zijn blij met hun baan, tevreden met hun gezondheid en hebben het gevoel meer deelgenoot te zijn van de samenleving. Mede op basis van deze gegevens is een MKBA uitgevoerd. Over de gehele experimentele periode is gemiddeld per jaar door 30 fte basisbaners gewerkt. Dit heeft Groningse samenleving € 0,75 miljoen opgeleverd.
Het laatste jaar zijn er 50 basisbaners (=50 fte) voor het experiment werkzaam geweest. Bij structurele invoering van 50 fulltime basisbaners, die werken met minimumloon, is de maatschappelijke meerwaarde € 362.000, hetgeen per fulltime basisbaner neerkomt op een bedrag van € 7.240. Het advies aan Gemeente Groningen is de basisbaan een structurele voorziening te maken voor inwoners die bijstand ontvangen en die graag willen werken, maar die teveel belemmeringen tegenkomen om een baan op de reguliere arbeidsmarkt te verwerven. Zowel de Groningse samenleving als deze inwoners profiteren hiervan.