Eindrapport - armoedebeleid in de gemeente Leeuwarden
Tekst van het document
Deze algemene visie met de hierboven uitgeschreven focus ligt ten grondslag aan de visie op armoedebestrijding. Maar ook de samenwerking met interne partijen en externe ketenpartners en de input van o.a. ervaringsdeskundigen en wetenschappelijke onderzoeken hebben een prominente rol gespeld in de ontwikkeling van de algemene visie: ‘Het bestrijden van armoede en schulden doet de gemeente niet alleen. Zij heeft hierbij iedereen nodig. Er is sprake van een gedeelde verantwoordelijkheid. Deze visie is tot stand gekomen in samenwerking met de mensen en organisaties die betrokken zijn bij het thema armoede en schulden. Daarnaast is er aandacht voor de raakvlakken en samenwerking met andere beleidsterreinen om tot een beter resultaat te komen en voor wetenschappelijke inzichten om de aanpak effectiever te maken.’ De algemene visie start dus met een duidelijke focus gericht op het doorbreken van de regeneratie van armoede. Dat is de eerste pijller van het integrale armoedebeleid. De gemeente Leeuwarden is hierbij geinspireerd door landelijke onderzoeken, onder andere de rapporten van de SER en de Kinderombudsman uit 20179 over opgroeien in armoede. Daarin stond onder andere wat opgroeien in armoede met een kind op korte en de lange termijn doet. Op de korte termijn kan het leiden tot sociale uitsluiting, op de lange termijn tot slechtere schoolprestaties en zelfs probleemgedrag.
Dit onderscheid in korte en lange termijneffecten is ook terug te zien in het visiedocument. De Kinderombudsman adviseert gemeenten hun beleid integraal vorm te
8 Voorafgaand de Visie Armoede en Schuldhulp ‘Samen werken aan een armoedevrij Leeuwarden’ (2021) 9 “Alle kinderen kansrijk”, Het verbeteren van de ontwikkelingskansen van kinderen in armoede, KOM, 5-12-2017
A R M O E D E B E L E I D
I N
D E
G E M E E N T E
L E E U W A R D E N
–
E I N D R A P P O R T
| 21
geven, omdat de kinderen en jongeren die opgroeien in armoede op alle levensgebieden in hun ontwikkeling worden belemmerd. ‘Zij hebben te maken met materiële en immateriële achterstanden. Vaak hangen deze met elkaar samen en beïnvloeden elkaar. Om de ontwikkeling van kinderen en jongeren te bevorderen moet armoedebeleid zich op alle levensgebieden richten waarop kinderen en jongeren die in armoede leven achterstanden hebben. De Kinderombudsman ziet dat de bestaande voorzieningen en beleid hier nog onvoldoende op aansluiten.’ Deze integraliteit om de belemmeringen op alle levensgebieden in de ontwikkeling zoveel mogelijk weg te nemen, komt tot uitdrukking in de 1e pijler ‘De laatste generatie in armoede’ in de visie waarin zoveel mogelijk aansluiting gezocht is bij de leefwereld van het kind: ● ● ● ● ● ●
het inzetten op projecten die kansengelijkheid onder jongeren bevordert; te blijven inzetten op het verzachten van omstandigheden door armoede met behulp van Sam&, het jeugdeducatiefonds, JINC en het gebruik van deze regelingen te stimuleren; sterke verbinding met beleidsterreinen en uitvoering Jeugd, Onderwijs en Gezondheid; het bevorderen van geletterdheid bij kinderen en volwassenen; het inzetten op en bevorderen van digitale inclusie bij kinderen en volwassenen; bestaanszekerheid te versterken van volwassenen, ouders en gezinnen.
In de tweede pijler van de algemene visie staat het vergroten van de bestaanszekerheid centraal. Bestaanszekerheid wordt daarbij zowel naar doelgroep als thema’s ‘breed’ benaderd. . Het gaat niet alleen om mensen met een minimum- of laag inkomen. Ook mensen met een hoger inkomen kunnen in problemen komen waardoor hun bestaanszekerheid aangetast kan worden. Bijvoorbeeld wanneer de flexibilisering van de arbeidsmarkt voor onzekerheid zorgt over werk en inkomsten of door het groeiende tekort aan geschikte en betaalbare woningen, waardoor mensen zich genoodzaakt zien een steeds groter deel van hun inkomen te besteden aan wonen. Ook de stijgende zorgkosten zijn niet meer voor iedereen op te brengen. Dit kan de zorg minder toegankelijk maken. Het kan ook leiden tot zorgmijding, met soms uiteindelijk hogere zorgkosten tot gevolg. In de 2e pijler van de visie zijn dan ook deze verschillende thema’s opgenomen: van betaalbaar wonen voor iedereen, toegankelijke gezondheidszorg tot het vergroten van de veilige leefomgeving. In de 3e pijler van de algemene visie staat het vereenvoudigen van de schuldenaanpak en het verbeteren van de financiële hulpverlening centraal. Iedereen zonder of met weinig inkomen, kan een beroep doen op financiële hulp van de gemeente. Het is belangrijk dat deze hulp toegankelijk is voor iedereen en daadwerkelijk ondersteunend is.
Aan deze algemene visie van Leeuwarden ligt ook het Actieplan Brede Schuldenaanpak10 en de evaluatie ervan ten grondslag (plan opgesteld door het Rijk in samenwerking met gemeenten en diverse landelijke ketenpartners in 2018). Daarbij werd ingezet op de volgende drie actielijnen: problematische schulden voorkomen, ontzorgen en ondersteunen, en zorgvuldige en maatschappelijk verantwoorde incasso. Uit de evaluatie van de Brede schuldenaanpak in 2021 bleek dat op veel maatregelen en initiatieven is ingezet en dat de brede schuldenaanpak daar structuur aan gaf maar dat het ook 10 Actieplan brede schuldenaanpak, Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, 23-5-2018
A R M O E D E B E L E I D
I N
D E
G E M E E N T E
L E E U W A R D E N
–
E I N D R A P P O R T
| 22
lastig is om zicht te houden op alle initiatieven. In de algemene visie is aangegeven dat Leeuwarden vooral in wil zetten op maatregelen met bewezen effect. Verder sluit de aanpak van Leeuwarden aan bij de 6 uitgangspunten van de ‘NVVK11 belofte’: 1. Aanmelden zonder drempels (waaronder ook inzetten op positieve bejegening door een stress-sensitieve aanpak). 2. Hulp op basis van vertrouwen. 3. Duidelijkheid waar je aan toe bent. 4. Geen inwoners buiten de boot. 5. Druk schuldeisers verlagen. 6. Zo goed mogelijk schuldenzorgvrij. Gemeente Leeuwarden geeft in haar visie aan dit te willen doen door: ● ●
● ● ● ●
●
te werken vanuit vertrouwen, te belonen en niet te straffen en waar nodig maatwerk te leveren; De zelfredzaamheid van onze inwoners niet te overschatten. We gaan werken aan een stress sensitieve aanpak en zorgen dat mensen door ons ‘systeem’ niet (verder) in de problemen komen; preventief te werk te gaan bij de life events die bij de gemeente bekend zijn; een beleidsmatig preventieplan gericht op een aantal doelgroepen; heldere inkomensgrenzen voor verschillende regelingen; bestaande regelingen bevorderen en toegankelijker maken, zodat we de doelgroep beter bereiken. De bestaande instrumenten zijn: Bijzondere bijstand, Individuele inkomenstoeslag, Kwijtschelding, Collectieve zorgverzekering: AV Frieso Compleet, Individuele studietoeslag; Idee: de ontwikkeling van een financiële intake voor mensen die een bijstandsuitkering ontvangen.
Uit het proces van het uitwerken van de visie is ook naar voren gekomen dat er een onderscheid gemaakt dient te worden tussen: ●
Incidentele armoede: armoede veroorzaakt door life events; gebeurtenis(sen) met financiële gevolgen. o Ambities hierbij zijn: preventie en het voorkomen van escalatie of recidive, door vroeg te signaleren en snel en effectief te handelen (pijler 3).
●
Structurele armoede: intergenerationele en/of langdurige armoede o Ambities hierbij zijn: het doorbreken van de regeneratie van armoede (pijler 1), door kinderen de mogelijkheid te geven om zich maximaal te ontwikkelen en de bestaanszekerheid van ouders/volwassenen te versterken (pijler 2).
Dit onderscheid in armoede komt terug in de visie waarbij de hierboven genoemde ambities één op één terug te vinden zijn in de visie per pijler.
11 De NVVK is de grootste branchevereniging voor schuldhulp en financiële dienstverlening. Om de kwaliteit van de
schuldenaanpak te verbeteren heeft de vereniging de ‘NVVK belofte’ opgesteld.
A R M O E D E B E L E I D
I N
D E
G E M E E N T E
L E E U W A R D E N
–
E I N D R A P P O R T
| 23
In de gesprekken met de medewerkers van de gemeente Leeuwarden is gevraagd welke beleidstheorie ten grondslag ligt aan het beleid en op welk mensbeeld het beleid gestoeld is. Hieruit is naar voren gekomen dat in het beleid, meer dan voorheen, uitgegaan wordt van de individuele behoefte van de inwoner en daarbij passende maatwerkoplossingen. De werkwijze is dat er meer gehandeld wordt vanuit de bedoeling en geest van de wet. Dit blijkt uit de volgende citaten waarin ook aangegeven is dat er nog verdere stappen gezet kunnen worden, bijvoorbeeld ten aanzien van het vaststellen van het buitenwettelijk beleid in het aan armoedebeleid verwante participatiebeleid. ‘Om het beleid te formuleren is veel meer uitgegaan van de leefwereld i.p.v. de systeemwereld. Hierbij is gekeken hoe het met de mensen gaat en hoe zij het beleid ervaren. Ervaringsdeskundigen zijn onder meer in dienst genomen om dit beleid te toetsen. Er wordt minder gekeken naar de letter van de wet en meer naar wat de bedoeling van dit beleid moet zijn en op basis van vertrouwen’
‘De basishouding van Leeuwarden, om vanuit de bedoeling van de wet te opereren zien we terug in de aanloop van het wetsvoorstel ‘Breed offensief’, dat per 1 juli 2023 van kracht is geworden. Leeuwarden was daarvoor ook al actief met maatwerk in participatieondersteuning; er werd gekeken naar de individuele behoeftes. De beleidsregels participatie en de participatieverordening zijn op het ‘Breed offensief’ aangepast maar veel deden we dus al.’
‘De participatiewet is redelijk streng. Als men daarvan afwijkt (buitenwettelijk beleid) kan dat betekenen dat de gemeente gekort wordt op haar BUIG budgetten. Dit is de reden dat de gemeente terughoudend is met het stellen van buitenwettelijk beleid. 'De energietoeslag is bij de gemeente Leeuwarden heel schappelijk.’
‘De visie is opgesteld in de volledige breedte van buiten naar binnen. Er is gebruikgemaakt van de moedige dialoog, externe ketenpartners zijn betrokken om te bepalen wat oplossingen zijn. Uitgangspunt van de visie is iedereen een menswaardig bestaan te geven.’
De uitkomsten van dit proces van het uitwerken van de visie hebben geresulteerd in de verdeling van het armoedebeleid in 3 pijlers (hieronder visueel12 weergegeven): 1. ‘De laatste generatie in armoede’ 2. ‘Vergroten van de bestaanszekerheid’ 3. ‘Vereenvoudigen en versnellen van de schuldenaanpak’
12 Visie Armoede en Schuldhulp ‘Samen werken aan een armoedevrij Leeuwarden’ (2021)
A R M O E D E B E L E I D
3.3
I N
D E
G E M E E N T E
L E E U W A R D E N
–
E I N D R A P P O R T
| 24
De instrumenten van het armoedebeleid
In de visie staat bij pijler 1: “Onze ambitie is om te voorkomen dat een overdracht van armoede plaatsvindt van generatie op generatie. Om dit te stoppen en het verschil te maken, focussen wij ons op kinderen die opgroeien in armoede. We zorgen ervoor dat kinderen die in armoede leven mee kunnen doen met school-, sport-, en cultuuractiviteiten. Daarnaast vergroten we hun ontwikkelkansen.” De instrumenten die horen bij pijler 1 staan in figuur 2. Bij pijler 2 is de ambitie om de bestaanszekerheid te vergroten, “zodat iedereen in staat is om te voorzien in zijn of haar primaire levensbehoeften en hierdoor mee kan doen in de samenleving.” De instrumenten bij pijler 2 staan in figuur 3. Met pijler 3 wil de gemeente Leeuwarden de (escalatie van) schuldenproblematiek “voorkomen, vroeg signaleren en duurzaam oplossen. “ (zie figuur 4). Elke pijler kent meerdere doelen en om deze doelen te bereiken, worden per pijler meerdere instrumenten ingezet. De rekenkamer heeft de instrumenten die in de drie pijlers van de visie worden beschreven, ingedeeld naar preventie, vroegsignalering van schulden, gemeentelijke regelingen, kindregelingen en curatieve schuldhulpverlening.
A R M O E D E B E L E I D
I N
D E
G E M E E N T E
L E E U W A R D E N
–
E I N D R A P P O R T
| 25
A R M O E D E B E L E I D
I N
D E
G E M E E N T E
L E E U W A R D E N
–
E I N D R A P P O R T
| 26
Preventie is veel breder dan preventie van armoede en schulden
Leeuwarden beschouwt preventie breder dan alleen preventie van armoede en schulden. In de visie vinden we een veelheid aan preventie-instrumenten terug in alle drie de pijlers. Om (overerving van) armoede en schulden te voorkomen, zet de gemeente Leeuwarden onder andere in op Kansen voor kinderen (met IKC’s), Kansrijke Start, JINC, Kind en Ontbijt, financiële educatie, de Voorzieningenwijzer, Geldfit-tests, een startpunt Geldzaken, energiecoaches, het financieel ontzorgen van nieuwkomers, informatiepakketten voor werkgevers, aanpak geweld in afhankelijkheidsrelaties, preventief werken bij levensgebeurtenissen et cetera. Deze instrumenten raken meerdere beleidsterreinen. Er zijn vooral veel raakvlakken met onderwijs en met participatie. Maar ook met gezondheid, wonen en inclusie zijn er raakvlakken. De gemeente Leeuwarden heeft besloten een preventieplan te ontwikkelen gericht op het voorkomen van het ontstaan en verergeren van armoede en schulden. Het college van B&W heeft het preventieplan (Uitvoeringsplan “Grip houden op je geld”) vastgesteld op 30 januari 2024 en dit plan is op die datum ter informatie (d.m.v. een brief) aangeboden aan de raad. Vroegsignalering van schulden
Per 1 januari 2021 is een wijziging aangebracht in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (verder genoemd: Wgs). Vroegsignalering is sindsdien een verplichte taak voor gemeenten. Met vroegsignalering worden inwoners door de gemeente benaderd wanneer zij betalingsachterstanden hebben bij partners waarmee de gemeente een convenant heeft afgesloten. De signalen van betalingsachterstanden komen bij vier verschillende signaalpartners vandaan: verhuurders, zorgverzekeraars en water- en energieleveranciers. Zij moeten gemeenten informeren als ze zien dat hun klanten rekeningen niet betalen. Hiervoor is geen
A R M O E D E B E L E I D
I N
D E
G E M E E N T E
L E E U W A R D E N
–
E I N D R A P P O R T
| 27
toestemming nodig van de klant. De gemeenten doen vervolgens elke gemelde inwoner een hulpaanbod. Van 1 november 2022 tot 1 november 2023 heeft de gemeente Leeuwarden € 145.000 extra beschikbaar gesteld aan Amaryllis voor de inzet van twee fulltime beroepskrachten voor vroegsignalering.13 Amaryllis heeft een specialistisch team vroegsignalering opgezet met twee FTE beroepskrachten en drie ervaringsdeskundigen (ook 2 FTE). Aanvullend is door de gemeente Leeuwarden een doorpakbudget van 40.000 euro ter beschikking gesteld aan Amaryllis voor problemen van inwoners die direct moeten worden opgelost.14 Vanaf 1 november 2023 is de pilot met nog een half jaar verlengd en heeft aanscherping van een bepaalde doelgroep (jongeren met CAK15 registratie) plaatsgevonden. Gemeentelijke regelingen moeten zorgen voor extra inkomen en dus meer bestaanszekerheid
In de gemeente Leeuwarden worden de wettelijk verplichte minimaregelingen uitgevoerd: bijzondere bijstand, energietoeslag en individuele studietoeslag. Daarnaast biedt de gemeente Leeuwarden een individuele inkomenstoeslag en een collectieve ziektekostenverzekering aan en kunnen inwoners kwijtschelding van gemeentelijke belastingen krijgen. Via de energiecoach kunnen inwoners verder een witgoedwissel vergoed krijgen (zie factsheet Minimaregelingen en de bijlage Regelingen voor meer informatie over de regelingen). Kindregelingen moeten zorgen voor meer maatschappelijke participatie van kinderen
De gemeente Leeuwarden heeft subsidierelaties met Stichting Leergeld en het Jeugdfonds Sport en Cultuur (verder genoemd: het Jeugdfonds). Met behulp van Stichting Leergeld en het Jeugdfonds kunnen kinderen meedoen aan activiteiten van school of lid zijn van een sportclub of een culturele instelling. Daarnaast subsidieert gemeente Leeuwarden ook het Jeugdeducatiefonds. Dit fonds is complementair aan Stichting Leergeld en ondersteunt basisscholen waarvan minstens 50% van de leerlingen opgroeit in armoede1617. Het doel is om de kansen voor kinderen in armoede te vergroten met financiële ondersteuning bij leermiddelen, bijlessen of een fiets. Verder heeft de gemeente Leeuwarden een subsidierelatie Kunstkade, die onder meer het project Adje uitvoert. Adje ‘kijk eens wat ik kan’ versterkt de cultuureducatie op onderwijsinstellingen en in de vrije tijd voor kinderen vanaf 2 jaar, ook via de IKC’s. Volwassenenfonds
In 2024 heeft de gemeenteraad van Leeuwarden ingestemd met aansluiting bij het landelijke Volwassenenfonds. Het Volwassenenfonds zal voor volwassenen uit een huishouden met een
13 Rijksmiddelen Corona t.b.v. extra tijdelijke inzet vroegsignalering 14 Het doorpakbudget (in 2016 ontstaan) is vooral bedoeld om niet in bureaucratie te belanden. Door de tijd heen is
dit budget aangevuld. Sociaal werkers kunnen snel handelen, bijvoorbeeld met boodschappenbonnen, zonder zware verantwoording. 15 CAK: Centraal Administratie Kantoor, is de organisatie die in de zorg financiële regelingen uitvoert en burgers informeert. Dit doet het CAK in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. 16 Definitie voor het JEF: huishoudens met een inkomen tot 150% van het sociaal minimum. 17 Andere criteria om in aanmerking te komen zijn: - De school is niet als zwak beoordeeld door de Inspectie van het Onderwijs - De school zal zowel individuele aanvragen als groepsaanvragen doen - De school doet mee aan intervisiebijeenkomsten die georganiseerd worden door het Jeugdeducatiefonds.
A R M O E D E B E L E I D
I N
D E
G E M E E N T E
L E E U W A R D E N
–
E I N D R A P P O R T
| 28
inkomen tot 120% van het sociaal minimum een bijdrage van maximaal 300 euro voor lidmaatschap van een sport- of cultuurvereniging betalen. Curatieve schuldhulpverlening en pilots voor versnelling en verbetering
Gemeente Leeuwarden biedt schuldhulpverlening aan inwoners van Leeuwarden. Inwoners kunnen voor schuldhulpverlening contact opnemen met Amaryllis of rechtstreeks met de Kredietbank Nederland. Daarnaast zijn er instrumenten voor schuldhulpverlening aan ondernemers, uitgevoerd door Zuidweg en partners. Voor een aantal doelgroepen zijn experimenten opgezet om inwoners versneld schuldenvrij te maken: voor inwoners van Leeuwarden-Oost en voor jongeren het jongeren perspectief fonds (JPF).
3.4
Integraliteit van het beleid
De verschillende pijlers zijn allemaal verdeeld en zijn niet bij één persoon belegd. Daarbij is in de interviews aangegeven dat er een verbinding is gemaakt tussen de pijlers waarbij het van belang is dat het bewaken van de integraliteit een verantwoordelijkheid is van elke betrokken medewerker. Procesregie tussen afdelingen
Er is een kernteam armoede en schulden met beleidsadviseurs. Binnen het kernteam is er een aanspreekpunt / eigenaar voor elke pijler. De voltallige kerngroep overlegt wekelijks over alle ontwikkelingen op het gebied van armoede en schulden. De beleidsmedewerkers / -adviseurs van de kerngroep hebben overleg met beleidsmedewerkers van andere beleidsterreinen, bijvoorbeeld medewerkers van het gezondheidsbeleid en het participatiebeleid. Ook bij het participatiebeleid blijkt deze integrale inbedding: ‘Bij participatie wordt onder andere gewerkt aan de doelen op het gebied van participatie die in het armoedebeleid genoemd worden.’ Uit de interne interviews komt naar voren dat de volgende stap zou moeten zijn om gezamenlijk vast te stellen hoe op zo’n grote opgave als Armoede op beleidsniveau integraal gestuurd kan worden en in de uitvoering de samenwerking en afstemming in te bedden en te realiseren. In hoofdstuk 3 zal verder ingegaan worden op de uitvoering. In dit rekenkameronderzoek hebben wij overigens niet een concreet programma gezien waarin de volgende stap voor het integraal sturen is uitgewerkt.
3.5
Beleidsdoelen en indicatoren
De beleidsdoelen zijn per pijler in figuur 1 visueel weergegeven en in het visiedocument zijn deze beleidsdoelen (of voorwaarden) naar korte en lange termijn doelen vertaald. Deze zijn hieronder samengevat. In het visiedocument is per doel ook uiteengezet hoe die doelen gerealiseerd worden en hoe de effectmeting en monitoring plaatsvindt. Als 0-meting gelden de cijfers die zijn opgenomen in de armoedemonitor van het jaar 2021.
A R M O E D E B E L E I D
I N
D E
G E M E E N T E
L E E U W A R D E N
–
E I N D R A P P O R T
| 29
Figuur 5: beleidsdoelen
Pijler 1: De laatste generatie in armoede
Pijler 2: Het vergroten van bestaanszekerheid
Korte termijn doelen (2022 en 2023) • Jaarlijks doen 10% meer kinderen in armoede mee aan school-, sport- en culturele activiteiten ten opzichte van het jaar daarvoor. • Jaarlijks doen 10% meer kinderen in armoede mee aan projecten die de ontwikkelkansen van kinderen vergroten ten opzichte van het jaar daarvoor (975 leerlingen zijn in 2020 bereikt door projecten van JINC). • Het percentage jongeren dat de startkwalificatie heeft behaald op 23-jarige leeftijd neemt jaarlijks toe.
Lange termijn doelen • Kinderen die opgroeien in een gezin in de bijstand leven als volwassenen niet in de bijstand. • Het aantal kinderen dat opgroeit in armoede neemt af.
Korte termijn doelen (2022 en 2023)
Lange termijn doelen
• Jaarlijks realiseren we een stijging van 10% ten opzichte van het voorgaande jaar in het bereik van de energiecoaches (722 huisbezoeken in 2020) • Geen huisuitzettingen op grond van huurachterstanden (2 huisuitzettingen op basis van betalingsachterstanden in 2020).
• Iedere inwoner heeft een passende woning die bijdraagt aan het woongenot.
• De gemeente draagt zorg voor het aanbieden van een (financieel) passende zorgverzekering voor alle minima voorkomt achterstanden op de zorgpremie (3.300 huishoudens in 2020). • Jaarlijks realiseren we een stijging van 5% ten opzichte van 2020 in het gebruik van de minimaregelingen (1.350 huishoudens maken gebruik van Bijzonder Bijstand) • Alle inwoners en hulpverleners zijn op de hoogte van de verschillende inkomensregelingen.
• Inwoners zijn tevreden over de leefbaarheid in hun wijk. • Over 10 jaar is 75% van de bijstandsgerechtigden naar maximaal vermogen actief op de reguliere arbeidsmarkt. • Een daling van het aantal inwoners dat gebruikmaakt van inkomensregelingen.
Lange termijn doelen Korte termijn doelen (2022 en 2023)
Pijler 3: Vereenvoudigen en versnellen schuldenaanpak
• Jaarlijks realiseren we een daling van 10% ten opzichte van het voorgaande jaar in uitval tijdens de schuldhulpverlening. • Jaarlijks realiseren we een daling van 5% ten opzichte van het voorgaande jaar in terugval van schulden/schuldhulpverlening. • Jaarlijks realiseren we een stijging van 5% ten opzichte van het voorgaande jaar in het gebruik van de schuldhulpverlening. • Jaarlijks vergroten wij het bereik met onze vroegsignaleringsaanpak met 5%.
• Inwoners weten waar ze terechtkunnen bij hulp bij (beginnende) schulden • Inwoners met schulden worden in een zo’n vroeg mogelijke stadium geholpen • Inwoners die schuldhulpverlening succesvol hebben afgerond komen niet opnieuw in de schulden • Over 5 jaar daalt de instroom in de schuldhulpverlening ten opzichte van het voorgaande jaar • Minder huishoudens hebben achterstanden in de betaling van hun vaste lasten en/of rekeningen
Uit de bovenstaande geformuleerde doelen uit de visie blijkt dat vooral bij de lange termijn doelen de daaraan gekoppelde indicatoren lang niet altijd SMART geformuleerd zijn. Dit kan van invloed zijn op de effectmeting achteraf.
A R M O E D E B E L E I D
I N
D E
G E M E E N T E
4.
Uitvoeringspraktijk
4.1
Inleiding
L E E U W A R D E N
–
E I N D R A P P O R T
| 30
Dit hoofdstuk gaat over de uitvoeringspraktijk van twee onderdelen van het armoedebeleid: de gemeentelijke regelingen en de kindregelingen. In beide gevallen gaat het om regelingen voor individuele inwoners of huishoudens van de gemeente Leeuwarden. Bij de paragrafen over samenwerking komt wel de bredere uitvoeringspraktijk aan bod, aangezien de samenwerking niet binnen de hokjes van de verschillende instrumenten plaatsvindt. De informatie in dit hoofdstuk is gebaseerd op documentenanalyse, interviews, de quickscan Leeuwarder organisaties en de verdiepende groepsinterviews. De volgende onderzoeksvraag staat centraal: Welke instrumenten worden ingezet, wie zijn de uitvoerders, hoe is de toegang ingericht, hoe is de regie op samenwerking ingericht, hoe is de inwonersparticipatie georganiseerd en hoe wordt ervaringsdeskundigheid benut? In paragraaf 4.2 komen de inrichting en de toegang van de gemeentelijke regelingen aan bod en in paragraaf 4.3 die van de kindregelingen. Paragraaf 4.4 gaat over de samenwerking tussen uitvoerders en de regievoering door de gemeente Leeuwarden. In paragraaf 4.5 gaan we in op inwonersparticipatie en de inzet van ervaringsdeskundigheid.
4.2
De gemeentelijke regelingen
In deze paragraaf komt aan bod welke gemeentelijke regelingen er zijn, welke keuzes zijn gemaakt in de voorwaarden voor deze regelingen, wie de regelingen uitvoert en hoe de toegang tot de regelingen is ingericht. 4.2.1 De inrichting van de gemeentelijke regelingen Over het algemeen geldt dat twee zaken relevant zijn om te bepalen of een inwoner recht heeft op een regeling: het inkomen en het vermogen. In hoeverre inkomen en/of vermogen relevant zijn en wat de inkomens- en vermogensgrenzen exact zijn, verschilt per regeling. Voor de meeste regelingen is er een inkomensgrens bepaald op basis van een percentage van het sociaal minimum (wat hetzelfde is als de bijstandsnorm). De vermogensgrens wordt meestal bepaald op basis van de vermogensgrens voor de Participatiewet.18 De hoogte van de grenzen is afhankelijk van de huishoudsamenstelling. Voor de regelingen kunnen aanvullende voorwaarden van toepassing zijn. In de bijlage Regelingen is uitgebreid beschreven wat de beleidsvrijheid van elke regeling is. In de factsheet Minimaregelingen is per regeling beschreven hoe de gemeente Leeuwarden deze beleidsvrijheid heeft ingericht. Een samenvatting is opgenomen in tabel 1.
18 In de Participatiewet is vastgelegd hoeveel vermogen je mag hebben om een bijstandsuitkering te ontvangen. Is het
vermogen hoger dan deze grens, dan heeft de inwoner (nog) geen recht op een bijstandsuitkering.
A R M O E D E B E L E I D
I N
D E
G E M E E N T E
L E E U W A R D E N
–
E I N D R A P P O R T
| 31
Tabel 1 | Voorwaarden gemeentelijke regelingen, peildatum 1 januari 2024 Regeling
Inkomen
Vermogen
Hoogte
Overig
Bijzondere bijstand
Draagkrachtberek ening o.b.v. inkomen
€ 3.788 voor een alleenstaande € 7.575 voor een echtpaar of alleenstaande ouder
Afhankelijk van kosten
Voor bijzondere noodzakelijke kosten
Studietoeslag
Geen
Geen
€ 352,80 21-jarigen en ouder € 282,23 20-jarigen € 211,67 19-jarigen € 176,40 18-jarigen € 139,35 17-jarigen € 121,71 16-jarigen € 105,8415-jarigen € 211,67 vrijlating stagevergoeding
Medische beperking
Inkomenstoeslag
100% sociaal minimum, gedurende minimaal 3 jaar
Conform Participatiewet
€ 488 voor een alleenstaande € 627 voor een alleenstaande ouder € 697 voor gehuwden/samenwonend en
Eenmalig per jaar, vrij te besteden,
Kwijtschelding
100% sociaal minimum
€ 3.462 alleenstaande € 4.220 alleenstaande ouder € 4.602 gehuwden/samenwonende n
n.v.t.
Geen overwaarde huis Waarde auto/motor < € 3.350
AV Frieso
125% sociaal minimum
Vermogensgrens conform artikel 34 Participatiewet
€ 23,95 korting premie
Energietoeslag
125% sociaal minimum (2023)
Geen vermogensgrens
€ 800 (2023)
Witgoedwissel
Recht op energietoeslag in 2022 of 2023
Geen vermogensgrens
€ 730 (voucher) eenmaal per adres
Bezoek energiecoach Eisen energiezuinigheid woning
Bronnen: beleidsregels en website gemeente Leeuwarden
4.2.2 Leeuwarden vergeleken met 15 andere gemeenten De rekenkamer heeft onderzocht hoe de gemeente Leeuwarden de beleidsvrijheid bij de inrichting van de minimaregelingen heeft ingericht en vergeleken met de keuzes die vijftien buurgemeenten19 hebben gemaakt. De volgende zaken vallen op: - Bijzondere bijstand: er zijn in Leeuwarden – in tegenstelling tot in de andere vijftien gemeenten - geen beleidsregels of een verordening bijzondere bijstand.20 Er zijn richtlijnen en werkinstructies voor inkomensconsulenten om willekeur te voorkomen. Veertien van de andere gemeenten hanteren voor bijzondere bijstand de vermogensgrenzen die ook voor de Participatiewet gelden. In Leeuwarden was dat 19 De gemeenten zijn Opsterland, Weststellingwerf, Ooststellingwerf, Achtkarspelen, Tytsjerksteradiel, Súdwest-
Fryslân, Heerenveen, Smallingerland, De Fryske Marren, Midden-Drenthe, Westerkwartier, Noordenveld, Steenwijkerland, Noordoostpolder en Westerveld. Publicatie verwacht in de zomer van 2024. 20 Het is voor de onderzoekers onbekend hoe de draagkracht wordt berekend en hoe de rechtmatigheid is geborgd.
A R M O E D E B E L E I D
-
-
-
-
-
I N
D E
G E M E E N T E
L E E U W A R D E N
–
E I N D R A P P O R T
| 32
voorheen ook het geval, maar de vermogensgrenzen zijn in 2017 verlaagd als onderdeel van een bezuinigingsmaatregel. De grenzen zijn in 2023 en 2024 weer verhoogd en liggen nu op ongeveer 50% van de vermogensgrenzen voor de Participatiewet. Toekenning studietoeslag: deze wordt in alle gemeenten, inclusief Leeuwarden, conform de landelijke richtlijnen uitgevoerd. Toekenning individuele inkomenstoeslag: wordt vergelijkbaar met die in de andere gemeenten uitgevoerd. Kwijtschelding: wordt conform landelijke richtlijnen verstrekt voor afvalstoffenheffing, riool- en waterzorgheffing, onroerendezaakbelasting en precariobelasting van woonschepen en woonwagens.21 Vanaf 2022 mogen gemeenten afwijken van de landelijke leidraad voor kwijtschelding en hogere vermogensgrenzen hanteren om toch in aanmerking te komen voor kwijtschelding. Leeuwarden maakt gebruik van deze mogelijkheid, evenals dertien van de andere vijftien gemeenten. Collectieve ziektekostenverzekering: Leeuwarden kent één pakket, de AV Frieso compleet. De AV Frieso compleet is voordelig voor mensen met hoge zorgkosten. Voor mensen die uitsluitend een basisverzekering met aanvullende tandverzekering willen, is er geen collectieve ziektekostenverzekering met korting.
Veertien van de andere vijftien gemeenten bieden een collectieve ziektekostenverzekering, acht van hen bieden ook een voordeliger pakket aan met minder aanvullende verzekeringen. Leeuwarden kent geen regeling om het eigen risico van € 385 (deels) te compenseren voor inwoners met een laag inkomen en/of chronisch zieken. Van de vijftien andere gemeenten bieden zes gemeenten wel een compensatieregeling aan. Energietoeslag: De energietoeslag 2022 was € 1.300 voor huishoudens met een inkomen tot 125% van het sociaal minimum. Voor huishoudens met een inkomen tussen 125% en 150% van het sociaal minimum waren bedragen van € 800, € 500 en € 300 in stappen beschikbaar. Daarmee was de energietoeslag in 2022 in Leeuwarden ruimer dan die van de meeste gemeenten en ruimer dan de landelijke richtlijnen.22 Ook studenten met een eigen energiecontract op naam konden gebruik maken van de regeling in 2022. In 2023 is de inkomensgrens bepaald op 125% van het sociaal minimum en studenten zijn uitgesloten. De hoogte van de toeslag is € 800 in 2023. De inkomensgrens is daarmee iets ruimer dan de landelijke richtlijn (120%). De hoogte is conform de landelijke richtlijn. Voor de energiekosten in 2024 is geen energietoeslag aangekondigd, ook niet in de andere gemeenten. Witgoedwissel: via de energiecoach kan onder voorwaarden een subsidie voor een witgoedwissel verkregen worden t.w.v.
maximaal € 730 in 2024. Acht van de andere vijftien gemeenten bieden ook een witgoedregeling aan met wisselende voorwaarden.
4.2.3 De toegang tot de gemeentelijke regelingen Medewerkers van het team Inkomen en Zorg voeren bijzondere bijstand, individuele inkomenstoeslag, studietoeslag en energietoeslag uit. Deze regelingen hebben elk een eigen aanvraagformulier en kunnen met behulp van DigiD of op papier worden aangevraagd. De papieren formulieren zijn te downloaden op de website. Bijstandsgerechtigden hoeven voor
21 Inwoners kunnen geen kwijtschelding aanvragen voor hondenbelasting, afvalstoffenheffing voor een
recreatiewoning, naheffing parkeerbelasting, toeristenbelasting, watertoeristenbelasting en belastingen voor bedrijfspanden 22 1.300 euro voor gezinnen met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum
A R M O E D E B E L E I D
I N
D E
G E M E E N T E
L E E U W A R D E N
–
E I N D R A P P O R T
| 33
bijzondere bijstand minder informatie aan te leveren dan andere inwoners. Individuele inkomenstoeslag wordt automatisch verstrekt als een inwoner deze eenmaal heeft aangevraagd. Als een student de studietoeslag aanvraagt, wordt in principe een medisch advies gevraagd van de organisatie Argonaut, tenzij er al een medisch advies ligt. De energietoeslag kende een kort en bondig aanvraagformulier. De energietoeslag 2023 is in november 2023 automatisch verstrekt aan bijstandsgerechtigden en inwoners die op een eerder moment de toeslag hebben ontvangen en aan de voorwaarden voor de toeslag 2023 voldeden. De AV Frieso en kwijtschelding gemeentelijke belastingen kunnen uitsluitend met behulp van DigiD worden aangevraagd. De AV Frieso kan worden aangevraagd via de website gezondverzekerd.nl, kwijtschelding via www.belastingbalie.leeuwarden.nl. Kwijtschelding wordt afgehandeld door team belastingen. De voucher voor de witgoedwissel kan verkregen worden na een adviesgesprek met een energiecoach of via Humanitas. Een afspraak met de energiecoach kan gemaakt worden via een online aanmeldformulier, een e-mail naar energiecoach@leeuwarden.nl of via de gebruikelijke contactgegevens van de gemeente Leeuwarden. Het betreft een regeling met een subsidieplafond. Als de pot leeg is, dan kan de inwoner geen gebruik meer maken van de witgoedwissel.
Leeuwarden is aangesloten bij de Voorzieningenwijzer (bereikbaar via datgeldtvoormij.nl). De Voorzieningenwijzer is een digitale tool waarmee inwoners zelf kunnen onderzoeken op welke landelijke en lokale regelingen zij recht hebben. Inwoners kunnen sinds 2023 via de website geldfit.nl door praktische artikelen en korte tests inzicht krijgen in hun financiële situatie. De website verwijst ook door naar instanties die hen verder kunnen helpen, zoals vrijwilligersorganisaties, de wijkteams en energiecoaches. Als inwoners persoonlijke ondersteuning nodig hebben bij het aanvragen van regelingen, kunnen zij onder andere terecht bij de buurtservicepunten, Amaryllis en Humanitas. Als een medewerker een aanvraag voor een gemeentelijke regeling afwijst omdat er een voorliggende voorziening is, wordt de betreffende inwoner gebeld om deze op de voorliggende voorziening te wijzen en te vertellen hoe deze gebruik kan maken van de voorziening. Er is geen warme overdracht, de inwoner moet zelf contact opnemen met iemand van de voorziening of hiervoor hulp vragen bij bijvoorbeeld het wijkteam. Bij toewijzing van een gemeentelijke regeling wordt niet, op energietoeslag na, actief gewezen op participatie-regelingen zoals bijvoorbeeld Stichting Leergeld. Medewerkers van Inkomen en Zorg zien dit als een taak van het wijkteam.
Bij terugvorderingsbeschikking en beschikking energietoeslag zien we een actievere verwijzing. Aan deze beschikkingen wordt namelijk de bijlage “Hulp bij Geldzaken’ toegevoegd waarin informatie over andere regelingen en ondersteuning voor financiële hulp vermeld staat inclusief de informatie over buurt-of dorpskamer waarin de medewerkers van Amaryllis en vrijwilligers zitten. Verder wordt in het intakegesprek tijdens het aanvragen van de uitkering de Voorzieningenwijzer mondeling toegelicht en een flyer meegegeven. Bij toekenning van de uitkering wordt conform protocol in de beschikking verwezen naar de Voorzieningenwijzer. Er is geen structureel casusoverleg over inkomen of inkomensondersteuning tussen medewerkers van team Inkomen en Zorg, Wel wordt incidenteel afgestemd over casussen met betrokken instellingen.
A R M O E D E B E L E I D
4.3
I N
D E
G E M E E N T E
L E E U W A R D E N
–
E I N D R A P P O R T
| 34
De kindregelingen
In deze paragraaf beschrijven we welke individuele kindregelingen er in de gemeente Leeuwarden zijn, wie de regelingen uitvoert en hoe ouders gebruik kunnen maken van de regelingen. 4.3.1 De inrichting en uitvoerders van de kindregelingen De uitvoerders van de kindregelingen zijn Stichting Leergeld en het Jeugdfonds Sport en Cultuur (verder genoemd: het Jeugdfonds). Zowel Stichting Leergeld als het Jeugdfonds zijn landelijke stichtingen. Kinderen kunnen gebruik maken van Stichting Leergeld voor schoolspullen (fiets, laptop, kleine schoolspullen, etc.) en schoolactiviteiten (schoolreisjes, zwemlessen, etc.). Kinderen kunnen lid worden van een sportclub of culturele instelling, waarbij het lidmaatschap en eventuele benodigde spullen (deels) worden betaald door het Jeugdfonds. Het Jeugdfonds bepaalt samen met de gemeente en lokale partijen op provinciaal niveau de hoogte van de bijdragen. Het Jeugdfonds stelt dat in de provincie Fryslân en daarmee ook in de gemeente Leeuwarden de maximale bijdrage door het Jeugdfonds hoger is dan in de meeste andere provincies. 4.3.2 De toegang tot de kindregelingen De doelgroep van de kindregelingen zijn kinderen die opgroeien in een gezin met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum.
Gezinnen met een inkomen boven de 120% van het sociaal minimum kunnen ook in aanmerking voor de regelingen komen, wanneer zij door hoge maandelijkse lasten een laag netto besteedbaar inkomen overhouden. Ouders kunnen zelf een aanvraag doen voor Stichting Leergeld en/of het Jeugdfonds via de portal samenvoorallekinderen.nl. Als een ouder een aanvraag indient, neemt een intermediair van Stichting Leergeld of het Jeugdfonds contact op met de ouders en voert de inkomenscheck uit. Als een inwoner in aanmerking komt voor Stichting Leergeld, dan kan ook een aanvraag voor het Jeugdfonds ingediend worden of andersom. Stichting Leergeld en het Jeugdfonds zijn ook intermediair voor elkaar. In de praktijk handelt Stichting Leergeld 80% van de aanvragen voor het Jeugdfonds af. Stichting Jarige Job is ook aangesloten bij de portal samenvoorallekinderen.nl. Deze stichting wordt niet gesubsidieerd door de gemeente Leeuwarden. Ook voor Jarige Job geldt dat een screening door een intermediair van Stichting Leergeld of het Jeugdfonds volstaat om een aanvraag te kunnen doen. Voor de ouders betekent het dat een eenmalige screening door een intermediair volstaat om van alle kindregelingen gebruik te kunnen maken.
Als ouders niet digitaal vaardig zijn en/of de taal niet beheersen, dan kunnen ouders terecht bij buurtservicepunten, wijkteams, bibliotheken en dergelijke om ondersteuning te vragen bij het aanvragen. De buurtsportcoaches en cultuurcoaches zijn intermediairs en kunnen een aanvraag indienen namens de ouders.
4.4
Regie op samenwerking
In de gemeente Leeuwarden zijn veel ketenpartners met een taak in de uitvoering van het armoedebeleid. Een aantal van deze partners heeft een (subsidie)relatie met de gemeente Leeuwarden, zoals Stichting Leergeld, het Jeugdfonds, het Jeugdeducatiefonds, Amaryllis en Kunstkade. Daarnaast zijn er partners die - al dan niet met een kleine exploitatiesubsidie activiteiten uitvoeren gericht op het voorkomen en/of terugdringen van armoede- en schuldenproblematiek - bijvoorbeeld de Voedselbank, Vluchtelingenwerk en kerkelijke
A R M O E D E B E L E I D
I N
D E
G E M E E N T E
L E E U W A R D E N
–
E I N D R A P P O R T
| 35
organisaties. Dan zijn er nog organisaties in de gemeente Leeuwarden die een meer indirecte taak hebben bij het bestrijden van armoedeproblematiek. Hun taak bevindt zich op het gebied van signaleren, doorverwijzen en/of informeren van inwoners, bijvoorbeeld scholen en consultatiebureaus.23 Uit het interview met Amaryllis blijkt dat Amaryllis op dit moment een kleine taak heeft bij de uitvoering van algemene preventie. De taken liggen vooral op het gebied van vroegsignalering van schulden en het bieden van schuldhulpverlening. Sociaal werkers zijn aan basisscholen verbonden en hebben daarmee een taak op het gebied van het signaleren en aanpakken van kinderarmoede. 4.4.1 Visie van de gemeente Leeuwarden op regievoering De gemeente Leeuwarden ziet voor zichzelf een taak in het regisseren van de samenwerking op het gebied van armoede en schulden en heeft dat ook vastgelegd in de visie op armoede en schulden. In de visie schrijft de gemeente specifiek over schuldhulpverlening: “Als gemeente nemen wij meer de regie in de keten van de schuldenaanpak. Gestart is met het periodiek inrichten van een ketenoverleg. Met de verschillende partijen worden afspraken gemaakt en vastgelegd over hun rol en taken. Deze afspraken worden periodiek geëvalueerd en bijgesteld.
Belangrijk onderdeel van de afspraken is dat er altijd warme overdracht plaatsvindt.” Over regie in de bredere keten van armoedebestrijding is geen specifieke aanpak vastgelegd in de visie. In de interviews stelt de gemeente Leeuwarden dat met de Moedige dialoog (voorheen armoedepact) geprobeerd wordt aan de samenwerking te werken. In de Moedige dialoog wordt onderzocht welke spelers betrokken zijn en hoe je ze een gezicht kunt geven.24 4.4.2 Samenwerking en regievoering in de praktijk In deze paragraaf gaan we in op hoe in de uitvoering wordt samengewerkt en hoe de gemeente Leeuwarden regie voert op de samenwerking. Samenwerking vindt plaats tussen de gemeente Leeuwarden en uitvoeringsorganisaties en tussen uitvoeringsorganisaties onderling. Maar ook de organisaties met een indirecte taak werken met elkaar en met de gemeente Leeuwarden samen en dat vraagt een vorm van regie. Bilateraal overleg tussen Leeuwarden en gesubsidieerde uitvoerders
De gemeente Leeuwarden voert structureel bilateraal overleg met de uitvoerders van het armoedebeleid die een grote taak en/of subsidierelatie hebben met de gemeente Leeuwarden en die bekostigd worden vanuit het armoedebeleid. Dat zijn in ieder geval Stichting Leergeld, het Jeugdfonds, het Jeugdeducatiefonds, Kunstkade, Amaryllis, JINC, Rode Kruis, Armoedefonds, Baljée, De Friesland en Zuidweg & Partners / KBNL. Deze overleggen gaan over zowel de verantwoording van de subsidies als over de maatschappelijke ontwikkelingen. Zowel de gemeente Leeuwarden als de stichtingen waarmee de rekenkamer gesproken heeft25 zijn tevreden over dit bilaterale overleg. De gemeente Leeuwarden is vaak initiator, voorzitter en notulist van deze overleggen.
23 Voor de Quickscan Leeuwarder organisaties hebben we een adressenbestand van partners gemaakt. Dat bestand
bestond uit meer dan 300 e-mailadressen. Zie factsheet Leeuwarder organisaties. 24 Tijdens het ambtelijk wederhoor is gemeld dat de Moedige Dialoog niet meer bestaat. 25 Dat zijn Stichting Leergeld, het Jeugdfonds, het Jeugdeducatiefonds, Kunstkade, Amaryllis en het Rode Kruis.
A R M O E D E B E L E I D
I N
D E
G E M E E N T E
L E E U W A R D E N
–
E I N D R A P P O R T
| 36
Regie op brede samenwerking uitvoeringsorganisaties en andere betrokken organisaties in de gemeente
Alle gesubsidieerde partijen waarmee de rekenkamer gesproken heeft26 geven aan elkaar te vinden wanneer het nodig is.
Stichting Leergeld werkt nauw samen met het Jeugdfonds en is intermediair voor het Jeugdfonds. Stichting Leergeld had begin 2023 veel contact met het Rode Kruis. Stichting Leergeld werkt ook veel samen met Amaryllis, Jarige Job en het Jeugdeducatiefonds. Stichting Leergeld ziet mogelijkheden in een één-loket-aanpak voor de aanvraag van kindregelingen. Zo kan de totale behoefte van het individuele kind in beeld gebracht worden en onnodige dubbele handelingen en dubbele verstrekkingen voorkomen worden.
Het Jeugdfonds werkt in de dagelijkse uitvoeringspraktijk samen met BV Sport en sportverenigingen in de gemeente Leeuwarden. Daarnaast stemt het Jeugdfonds af met Kunstkade en Amaryllis, zonder structureel overleg. Het Jeugdfonds werkt eraan om de informatie die er is zo goed mogelijk bij de verschillende organisaties te brengen. Het Jeugdfonds denkt dat meer structureel overleg misschien wel kan bijdragen aan een betere samenwerking, maar heeft momenteel onvoldoende tijd om daaraan prioriteit te geven.
Kunstkade heeft lijntjes met JINC en het Jeugdfonds. Kunstkade levert de voorzitter van de Moedige dialoog. Bij de Moedige dialoog stellen ze zichzelf nu de vraag ‘zijn we nog wel van voldoende nut’, omdat bij de betrokken organisaties het gevoel leeft dat al in de behoefte van kennisdelen voldaan wordt. De Moedige dialoog komt niet meer structureel bij elkaar.27
Het Rode Kruis verwijst door naar Stichting Leergeld en wijst scholen op de projecten van Kunstkade. Het Rode Kruis ziet meerwaarde in armoedetafels of iets dergelijks om elkaar te leren kennen en daardoor gemakkelijker te kunnen vinden.
Het Jeugdeducatiefonds heeft direct contact met scholen en niet zozeer met andere partijen, behalve een goed contact met Stichting Leergeld.
Bovengenoemde partijen hebben behoefte aan goede samenwerking en afstemming, en willen dit ook doorontwikkelen. Zij hebben geen behoefte aan grote overlegtafels, maar hebben er wel begrip voor dat andere, kleinere partijen behoefte hebben aan overlegmomenten waarbij zij vooral informatie komen brengen. De beschikbare tijd is een beperking: “als alle gemeenten zulke armoedetafels organiseren, dan kan dat niet bemenst worden.” Beleving Leeuwarder organisaties van de samenwerking
Uit de quickscan onder Leeuwarder organisaties (zie factsheet Leeuwarder organisaties) blijkt dat driekwart van de ondervraagde organisaties in de dagelijkse werkzaamhedente maken heeft met inwoners met armoedeproblematiek en dat in meer dan de helft van de organisaties 26 Stichting Leergeld, Jeugdfonds, Kunstkade, Jeugdeducatiefonds 27 Tijdens het ambtelijk wederhoor is aangegeven dat de Moedige Dialoog is gestopt.
A R M O E D E B E L E I D
I N
D E
G E M E E N T E
L E E U W A R D E N
–
E I N D R A P P O R T
| 37
armoede een belangrijk gespreksonderwerp is. Meer dan de helft van de organisaties geeft aan dat de armoedeproblematiek in Leeuwarden impact heeft op het dagelijkse werk van hun medewerkers en/of vrijwilligers. Aan de organisaties is gevraagd in hoeverre zij met elkaar en met de gemeente Leeuwarden samenwerken op het gebied van armoedebestrijding en hoe die samenwerking bevalt. Uit de antwoorden blijkt dat organisaties in de gemeente Leeuwarden meer samenwerken met elkaar (75% werkt samen met andere organisaties) dan met de gemeente Leeuwarden (40% werkt samen met de gemeente Leeuwarden). Hoe meer taken organisaties voor zichzelf zien bij de bestrijding van armoede, hoe meer zij hierop structureel met de gemeente Leeuwarden en ook met elkaar samenwerken. De samenwerking met de gemeente Leeuwarden en met elkaar wordt als ‘voldoende’ beoordeeld. Organisaties die de samenwerking met Leeuwarden als 'voldoende' of ‘matig’ beschouwen hebben vaker een toelichting gegeven op de samenwerking dan organisaties die de samenwerking ‘goed’ noemen. In de verdiepende groepsinterviews hebben de aanwezige organisaties de uitkomsten toegelicht. Hieruit blijkt dat:
Leeuwarder organisaties die voor zichzelf een belangrijke taak zien in armoedebestrijding wel waarnemen dat Leeuwarden investeert in de regierol, maar dat zij deze nu nog als onvoldoende beschouwen; verschillende organisaties (buurtservicepunten, vrijwilligersorganisaties, scholen en consultatiebureaus) vinden dat er veel doorverwezen wordt, maar dat de armoedeproblematiek van individuele inwoners te weinig aangepakt wordt; de kwaliteit van de samenwerking met zowel medewerkers van de gemeente als van Amaryllis van persoon tot persoon verschilt. Afspraken over hoe structureel kan worden samengewerkt zijn er niet en worden gemist; organisaties die zelf een grote taak hebben in de armoedebestrijding de samenwerking met elkaar en de gemeente Leeuwarden zelf organiseren en daarbij geen behoefte hebben aan grote overlegstructuren, zoals armoedetafels die verzanden in Poolse landdagen; kleinere organisaties die wel impact van armoedeproblematiek op hun organisatie ervaren (zoals scholen, vrijwilligersorganisaties en verenigingen), afstemming, informatievoorziening en ondersteuning missen en behoefte hebben aan breder overleg.
De gemeente Leeuwarden is zich ervan bewust dat de regierol nog niet naar volle tevredenheid is ingericht en hoopt dat het preventieplan zal bijdragen aan de regievoering.
4.5
Inwonersparticipatie en ervaringsdeskundigheid
In hoofdstuk twee is beschreven hoe inwoners en vertegenwoordigers van inwoners betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van het beleid. En dat ‘van buiten naar binnen’ een van de belangrijkste uitgangspunten is geweest bij de ontwikkeling van de visie. Tijdens dit onderzoek hebben wij geen initiatieven gevonden waarmee bewonersbetrokkenheid door de gemeentelijke organisatie zelf is georganiseerd tijdens de uitvoering van het beleid. Wel zijn drie ervaringsdeskundigen vanuit een pilot gedetacheerd en gepositioneerd bij Beleid & Strategie. Het idee daarachter is dat er meer vanuit de leefwereld van de inwoners om wie het gaat wordt gedacht, in plaats van vanuit de systeemwereld. In de gesprekken die de rekenkamer in oktober 2023 met de ervaingsdeskundigen hebben gevoerd, gaven zij aan dat geen duidelijke
A R M O E D E B E L E I D
I N
D E
G E M E E N T E
L E E U W A R D E N
–
E I N D R A P P O R T
| 38
opdracht hebben gekregen met doel(en), taakomschrijving of rolomschrijving van de gemeente Leeuwarden, zij missen aansturing en hebben het gevoel te ver van de uitvoeringspraktijk te zijn gepositioneerd. Zij hebben amper contact met de inwoners om wie het gaat en zij moeten intern lobbyen om betrokken te worden bij casussen. De ervaringsdeskundigen spreken niet dezelfde taal als de beleidsmedewerkers en hadden graag (in de beginperiode) iemand gehad die hen uitlegde hoe een gemeente functioneert en hoe je zaken moet organiseren in de gemeentelijke organisatie. De gemeente Leeuwarden heeft een evaluatie van de pilot met ervaringsdeskudigen aangekondigd medio 2023, de rekenkamer heeft deze evaluatie niet ontvangen. Amaryllis heeft drie eigen ervaringsdeskundigen toegevoegd aan het team Vroegsignalering en ervaart deze inzet als succesvol. De ervaringsdeskundigen gaan met sociaal werkers mee op huisbezoek bij mensen met betalingsachterstanden. Deze ervaringsdeskundigen spreken de taal van de inwoners en hebben succes bij het in contact komen met de inwoners. In onderstaand kader is een greep uit een zelfevaluatie van Amaryllis opgenomen, waarin de ervaringsdeskundigen aan het woord komen. “Naar bewoners toe heb ik het vertrouwen kunnen winnen door aan te geven dat ik ook in de schulden heb gezeten en te vertellen hoe het mij gelukt is om daaruit te komen.
Ik merk dat zodra ik mijn ervaring deel de bewoners ook meer gerustgesteld worden en ons beter te woord staan”. “Het begint al bij het eerste contact. Zodra je aangeeft als ervaringsdeskundige te werken merk je dat interesse wordt gewekt bij bewoners. Het neemt een stukje uitzichtloosheid weg. De ervaringsdeskundige is immers het levende bewijs dat er wel uitzicht is.” “Inleven, verplaatsen in de situatie van de bewoner. Je kunt meevoelen en tegelijkertijd rationeel blijven als het gaat om wat er dient te gebeuren.” “Ik heb naar collega’s toe met mijn ervaringsdeskundigheid kenbaar kunnen maken hoe het voor een bewoner zou aanvoelen om schulden te hebben. Hoe ik erop gereageerd zou hebben als er hulpverlening bij mij op de stoep zou hebben gestaan in een vroeg stadium.” “Met mijn verhaal kan ik schaamte bij bewoners weghalen. Omdat ik over mijn schaamte heen ben durf ik vrijuit te spreken over mijn depressie, schulden en zelf sabotage. Je merkt dan bij bewoners dat er altijd raakvlakken zijn in de ervaringen waardoor bewoners zich vrijer voelen hun eigen verhaal te delen.”
A R M O E D E B E L E I D
I N
D E
G E M E E N T E
5.
Budgetten en sturing
5.1
Inleiding
L E E U W A R D E N
–
E I N D R A P P O R T
| 39
Dit hoofdstuk gaat over de budgetten en budgettaire sturing van het armoedebeleid van gemeente Leeuwarden waarbij de volgende onderzoeksvraag centraal staat: Op welke wijze is budgettaire sturing georganiseerd, wat zijn de kosten van de uitvoering (over de jaren 2020, 2021 en 2022) en is er voldoende budget? Hierbij komen de volgende onderdelen / paragrafen aan bod: Paragraaf 5.2: Op welke wijze is budgettaire sturing georganiseerd? Paragraaf 5.3: Welke kosten vallen onder armoedebeleid? Wat wordt begroot? Paragraaf 5.4: Wat zijn de kosten van de uitvoering (2020, 2021 en 2022)? Paragraaf 5.5: Is het budget toereikend? Paragraaf 5.6: Toekomst van budgetten en ontwikkelingen en risico’s
5.2
Op welke wijze is budgettaire sturing georganiseerd?
Om inzicht te verkrijgen in de budgetten en budgettaire sturing van het armoedebeleid in de gemeente Leeuwarden, is het van belang om inzichtelijk te maken op welke wijze de budgettaire sturing is georganiseerd. Wettelijk is bepaald dat de raad de beleidsmatige en financiële kaders (o.a. de beleidsindicatoren) vaststelt met de programmabegroting op basis van de door het college voorgestelde belangrijkste beleidskeuzes (voor het komende begrotingsjaar). Vervolgens informeert het college van de gemeente Leeuwarden de raad door middel van een tussentijdse rapportage (TURAP) over de realisatie van de begroting over de eerste zeven maanden van het lopende begrotingsjaar. Met deze tussentijdse informatie verschaft het college aan de raad inzicht in de richting en omvang van het rekeningresultaat over het lopende jaar. In de jaarrekening legt het college verantwoording af aan de raad over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid28 van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving. De door het college daartoe gemandateerde budgethouders (binnen de ambtelijke organisatie) voeren het budgetbeheer uit en dragen daarmee de verantwoordelijkheid voor hun budgetten. De budgethouders mogen binnen het beleidsproduct en binnen hun budgetrecht met budgetten schuiven zonder daarvoor naar de raad te moeten.
28 Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) op hoofdlijnen verklaard, externe verslaggeving voor decentrale
overheden
A R M O E D E B E L E I D
I N
D E
G E M E E N T E
L E E U W A R D E N
–
E I N D R A P P O R T
| 40
Het armoedebeleid valt volgens de programmabegroting onder het Beleidsproduct 31 Armoedebestrijding binnen het domein Sociaal Domein, programma Werk en Inkomen. In het Collegeprogramma 2018-2022 en bij het vaststellen van het Koersdocument Herijking Sociaal Domein is besloten om het beleid voor de inkomensondersteuning voor minima (bijzondere bijstand, kindregelingen en AV Frieso) voor deze collegeperiode niet aan te passen. Voor een evenwichtig financieel beleid was initieel besloten voor de collegeperiode 2022-2026 het budget structureel niet te verhogen maar jaarlijks incidenteel aan te vullen. Dit omdat gedurende een aantal jaren de uitgaven fors waren toegenomen door de wetswijziging beschermingsbewind in 2014, waarop een open einde van toepassing is. In 2023 is er echter via de Mee- en tegenvallers (begroting 2023) besloten om het budget voor het minimabeleid structureel te verhogen met € 1 miljoen. De in het visiedocument29 voorgestelde incidentele maatregelen hebben als doel (aanvullend op de initieel ingezette incidentele budget aanvulling) een dempend effect te hebben op de kosten omdat ingezet wordt op preventie en voorlichting, het versterken van de bestaanszekerheid en het versneld uit schuldenproblematiek komen.
De budgettaire sturing op het armoedebeleid wordt bemoeilijkt doordat de regelingen en ondernomen interventies van het armoedebeleid financieel niet (allemaal) separaat en op één plek (beleidsproduct Armoedebestrijding) inzichtelijk zijn gemaakt in de voor de Raad en het College beschikbare documenten die via de bestaande Planning & Control cyclus worden gedeeld. Met andere woorden, de Raad en het College hebben via de huidige P&C-cyclus rapportages geen eenduidig inzicht in de begrote kosten van de regelingen en interventies en de daadwerkelijke kosten ervan. Zo is het onduidelijk voor de gemeenteraad of bij een bepaalde regeling van het armoedebeleid budget overblijft aan het einde van het jaar en wat hiervoor (onderuitputting budget) dan de verklaring is.
5.3
Welke kosten vallen onder armoedebeleid?
In de begroting vallen verschillende kosten onder het armoedebeleid (beleidsproduct 31 Armoedebestrijding). Naast de klassieke financiële instrumenten zien we ook de uitgaven in verband met preventie, vroegsignalering en het loket voorlichting budgettair terug onder dit beleidsproduct. In de factsheet Minimaregelingen is toegelicht welke regelingen individuele financiële ondersteuning bieden. We zien verschillende typen uitgaven (kostensoorten) staan onder dit beleidsproduct zoals kwijtschelding onroerendezaakbelasting, subsidies (Voedselbank, buurtservicepunt etc.), individuele financiële ondersteuning (bijzondere bijstand, kindregelingen, energietoeslagen, individuele inkomenstoeslagen etc.). Voor dit rekenkameronderzoek hebben we de begrote en werkelijke kosten over de jaren 2020, 2021 en 2022 op een rijtje gezet (tabel 2), evenals in de laatste kolom vermeld of sprake is van budgetruimte of tekort aan het eind van het jaar. De begrote kosten zijn opgenomen in kolom A, de werkelijke kosten in kolom B en budgetruimte is het verschil tussen kolom A en B (begrote werkelijke kosten). Omdat deze kosten op dit gedetailleerd niveau niet (allemaal) in de huidige Planning & Control documenten (jaarrekening en begroting) zijn opgenomen op één plek, hebben we deze gedetailleerde cijfers opgevraagd bij de financiële afdeling van de gemeente Leeuwarden.
29 Visie Armoede en Schuldhulp ‘Samen werken aan een armoedevrij Leeuwarden’ (2021)
A R M O E D E B E L E I D
I N
D E
G E M E E N T E
L E E U W A R D E N
–
E I N D R A P P O R T
| 41
Tabel 2 | Begrote en werkelijke kosten over de jaren 2020, 2021 en 2022 A
B
A-B
A
B
A-B
A
B
A-B
BEGROTE KOSTEN
WERKELIJKE KOSTEN
BUDGET RUIMTE
BEGROTE KOSTEN
WERKELIJKE KOSTEN
BUDGET RUIMTE
BEGROTE KOSTEN
WERKELIJKE KOSTEN
BUDGET RUIMTE
KOSTENSOORT
2020
2020
2020
2021
2021
2021
2022
2022
2022
Kwijtschelding OZB
€ 15.469
€ 7.555
€ 7.914
€ 15.469
€ 14.785
€ 684
€ 15.469
€ -7.453
€ 22.922
Uitvoeringskosten kwijtschelding
€ 103.304
€ 84.392
€ 18.912
€ 108.789
€ 20.174
€ 88.615
€ 115.342
€ 881
€ 114.461
€-
€ -203.734
€ 203.734
€ 0 € 23.387.000
€ 18.715.551
€ 4.671.449
Gedup. Toeslagenprobl. Energietoeslag
€-
€-
€-
€0
€0
Stichting Present
€ 15.060
€ 15.000
€ 60
€ 15.000
€ 15.000
€0
€ 15.000
€ 15.000
€-
Bijzondere bijstand om niet
€ 4.157.161
€ 4.178.396
€ -21.235
€ 4.553.421
€ 3.983.063
€ 570.358
€ 3.876.160
€ 3.827.056
€ 49.104
Collect. verzekering AV Frieso
€ 1.455.883
€ 954.468
€ 501.415
€ 1.428.183
€ 1.354.270
€ 73.913
€ 1.429.076
€ 1.416.536
€ 12.540
€-
€-
€-
€ 170.807
€ 347.872
€ -177.065
€ 337.998
€ 503.478
€ -165.480
Stichting Voedselbank
€ 15.799
€ 15.000
€ 799
€ 62.899
€ 62.900
€ -1
€ 16.340
€ 15.000
€ 1.340
Onderhoudskosten Geldkompas
€ 8.866
€ 8.249
€ 617
€ 8.966
€ 8.289
€ 677
€-
€-
€-
Armoedemonitor
€ 36.100
€-
€ 36.100
€0
€0
€0
€ 36.641
€ 1.232
€ 35.409
Armoede Samen voor alle kinderen
€ 835.497
€ 814.252
€ 21.245
€ 885.997
€ 880.112
€ 5.885
€ 811.463
€ 795.368
€ 16.095
Loket voorlichting en advies
€ 71.034
€ 69.000
€ 2.034
€ 73.034
€ 71.000
€ 2.034
€ 74.506
€ 73.500
€ 1.006
Preventie vroegsignalering (alg)
€ 192.090
€ 293.819 € -101.729
€ 131.416
€ 132.822
€ -1.406
€ 81.061
€ 103.148
€ -22.087
Curatieve schuldhulpverl particu
€ 935.004
€ 825.728
€ 109.276
€ 861.854
€ 827.805
€ 34.049
€ 825.167
€ 828.134
€ -2.967
Curatieve schuldhv (ex)ondern
€ 101.353
€ 73.530
€ 27.823
€ 102.253
€ 68.189
€ 34.064
€ 103.787
€ 65.359
€ 38.428
Stichting Urgente Noden
€ 21.356
€ 18.467
€ 2.889
€ 21.756
€ 18.609
€ 3.147
€ 22.082
€ 18.675
€ 3.407
Armoedebeleid algemeen
€ 377.140
€ 390.359
€ -13.219
€ 31.250
€ 29.005
€ 2.245
€ 28.261
€ 26.556
€ 1.705
Mutatie reserve BLP031
€ -3.000
€ -3.000
€-
€0
€ 450.000
€ -450.000
€ -4.098.000
€ 778.000
€ -4.876.000
Kn Arriva statushouders
€ 60.000
€ 56.223
€ 3.777
€ 60.000
€ 62.502
€ -2.502
€ 60.000
€ 95.458
€ -35.458
€ 340.000
€ 350.306
€ -10.306
€-
€-
€-
Armoedebeleid algemeen
TONK
A R M O E D E B E L E I D
Inkomenstoeslag
I N
D E
G E M E E N T E
L E E U W A R D E N
–
E I N D R A P P O R T
€ 1.805.192
€ 1.687.717
€ 117.475
€ 1.729.792
€ 1.627.531
€ 102.261
€ 1.680.259
€ 1.640.509
€ 39.750
€ 83.756
€ 77.537
€ 6.219
€ 220.256
€ 100.603
€ 119.653
€ 331.290
€ 257.362
€ 73.928
€ 450.000
€ 488.000
€ 520.721
€ -32.721
€ 846.305 € 29.636.902
€ 29.486.337
€ 150.565
Individuele studietoeslag Incidenteel vroegsignalering
€ 450.000
TOTAAL
| 42
€ 10.287.064
€ 9.566.692
€ 720.372 € 11.271.142 € 10.424.837
In 2021 was sprake van incidentele kosten voor TONK (Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten) ad. € 350.000 (begroot was € 340.000,- inclusief de rijksbijdrage) in verband met de corona crisis. In 2022 was ook sprake van incidentele kosten voor de energietoeslag (tegemoetkoming) ad. € 19.000.000,- (begroot was € 23.000.000,- dat incl. de rijksbijdrage ad € 3.200.000 is). Dit zijn incidentele (en niet voorziene) en zeer omvangrijke kostenposten die om die reden specifiek in deze toelichting genoemd worden.