CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Ecologisch onderzoek.pdf

Besluitvorming (raad) 2 juni 2021, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Ontwerp verklaring van geen bedenkingen (ontwerp vvgb) voor de bouw van 15 recreatieappartementen Leons 11 te Leons5.015 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

QuickScan

Leons, Leons 11

John Melis Ecologie 2018

Colofon

QuickScan Leons, Leons 11. Inventarisatie en beoordeling natuurwaarden in het kader van de Wet natuurbescherming (soortbescherming)

JME-rapport

: 18-035

Versie Datum

: 1.0 (definitief) : 24-09-2018

Opdrachtgever

: Dhr. A Bruinsma Leons 11 8833 KA Leons

Auteur

: Bregtje Kuik

Controle

: John Melis

Contactadres

: Gorredijksterweg 26 8411 KE JUBBEGA

Te citeren als

: Melis, J., 2018. QuickScan Leons, Leons 11; inventarisatie en beoordeling natuurwaarden in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb soortenbescherming). JME-rapport 18-035. John Melis ecologie, Jubbega.

Voorpagina

: Foto van te verwijderen schuur en gebouw

Copyright © 2018 John Melis ecologie

niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.

Dhr. A Bruinsma QuickScan Leons 11, Leons, inventarisatie en beoordeling natuurwaarden in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb soortenbescherming) Datum: 24-09-2018, rapport: 18-035, versie 1.0 (definitief)

Inhoud

Blz.

1

Inleiding ................................................................................................................... 2

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Aanleiding ............................................................................................................................ 2 Globale ligging ..................................................................................................................... 2 Structuur natuurwetgeving in Nederland ............................................................................. 3 Scope van de QuickScan ....................................................................................................... 4 Werkwijze ............................................................................................................................ 5

2

Beschrijving locatie en ingreep ................................................................................ 6

2.1 2.2

Locatie ................................................................................................................................. 6 Ingreep................................................................................................................................. 7

3

Resultaten veldbezoek en bureaustudie.................................................................. 9

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

Vogels .................................................................................................................................. 9 Vleermuizen ......................................................................................................................... 9 Overige zoogdieren ............................................................................................................ 10 Reptielen, amfibieën en vissen .......................................................................................... 10 Ongewervelden en weekdieren ......................................................................................... 11 Vaatplanten ....................................................................................................................... 11

4

Effecten en gevolgen ............................................................................................. 12

4.1 4.2

Overzicht beschermde soorten .......................................................................................... 12 Effecten op in het plangebied aanwezige flora en fauna .................................................... 12

5

Mitigerende maatregelen ...................................................................................... 14

5.1 5.2 5.3

Broedvogels; mitigatie ....................................................................................................... 14 Vleermuizen; mitigatie ....................................................................................................... 14 Overige zoogdieren; mitigatie ............................................................................................ 15

6

Conclusie ............................................................................................................... 16

Geraadpleegde bronnen....................................................................................................... 17

blad 1 van 17

Dhr. A Bruinsma QuickScan Leons 11, Leons, inventarisatie en beoordeling natuurwaarden in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb soortenbescherming) Datum: 24-09-2018, rapport: 18-035, versie 1.0 (definitief)

1

Inleiding

1.1

Aanleiding In opdracht van dhr. A. Bruinsma, verder “opdrachtgever” genoemd, heeft ecologisch adviesbureau John Melis ecologie een QuickScan uitgevoerd op planlocatie ten behoeve van geplande werkzaamheden voor het verwijderen van een schuur en een voormalige mestsilo en het plaatsen van nieuwbouw op het adres Leons 11, in het dorp Leons, gemeente Littenseradiel, provincie Friesland. De opdrachtgever heeft, als initiatiefnemer, het voornemen om twee bestaande gebouwen te slopen, en elders op het terrein nieuwbouw te plaatsen. De planlocaties zullen voor een bepaalde periode geheel ontgraven worden en de gehele bouwlocatie zal tijdelijk diverse bouwmaterialen bevatten. In de planning wordt uitgegaan van het starten van de werkzaamheden in september 2019. Naar verwachting zullen de geplande werkzaamheden enkele maanden in beslag nemen, tot maart 2020.

1.2

Globale ligging

afbeelding 1.1. Globale ligging van het plangebied (rode cirkel). (Bron: Google maps)

blad 2 van 17

Dhr. A Bruinsma QuickScan Leons 11, Leons, inventarisatie en beoordeling natuurwaarden in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb soortenbescherming) Datum: 24-09-2018, rapport: 18-035, versie 1.0 (definitief)

afbeelding 1.2. ligging van het plangebied (rode aanwijzer). (Bron: Google maps)

1.3

Structuur natuurwetgeving in Nederland De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, de bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. Naast bescherming vanuit de Wet natuurbescherming, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Dit betreft het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen) en niet via de natuurwetgeving. Decentralisatie Het bevoegd gezag is gedecentraliseerd naar de provincies. Het Rijk behoudt echter het bevoegd gezag en de verantwoordelijkheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen voor handelingen en projecten in gebruik, beheer of aanleg door het rijk, zoals bijvoorbeeld hoofdwegen, spoorwegen, hoofdvaarwegen, waterkeringen, militaire terreinen, gastransportnet, hoogspanningsleidingen, delfstoffen, kustlijn, bepaalde visserij en bijvoorbeeld activiteiten Koninklijk Huis. Soortbescherming In de Wet natuurbescherming is soortbescherming opgedeeld in categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wet natuurbescherming. Het gaat om de volgende categorieën: 1. soorten van de Vogelrichtlijn; 2.

soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn; 3. ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat alle provincies en het Rijk de voorheen geldende “Lijst met jaarrond beschermde nesten 2012” aanhouden en blijven hanteren in de Wet natuurbescherming. Bij voorliggende toetsing is ervan uitgegaan dat de lijst gehanteerd blijft en dat de nesten een jaarrond beschermde status houden. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen jaarrond beschermde nesten (categorie 1t/m4) en mogelijk jaarrond beschermde nesten (categorie 5). blad 3 van 17

Dhr. A Bruinsma QuickScan Leons 11, Leons, inventarisatie en beoordeling natuurwaarden in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb soortenbescherming) Datum: 24-09-2018, rapport: 18-035, versie 1.0 (definitief)

Soorten van de Vogelrichtlijn Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen. Dit laatste verbod geldt niet voor een aantal aangewezen vogelsoorten, indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding en het nest zelf zijn functionaliteit behoudt. Soorten van de Habitatrichtlijn Voor soorten van artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, Bern en Bonn) is het eveneens verboden om in het wild levende dieren en planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen, opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen. Voortplantings- of rustplaatsen mogen niet beschadigd of vernield worden. Daarnaast geldt er een verbod om planten behorend bij artikel 3.5 te plukken, verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In tegenstelling tot de Vogelrichtlijnsoorten in artikel 3.1, mogen dieren behorend bij artikel 3.5 niet opzettelijk verstoord worden, ook niet als er geen wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding. Daarbij dient opgemerkt te worden dat een aantal vogelsoorten ook vallen onder artikel 3.5 en daarom niet verstoord mogen worden.

Andere soorten Naast de Europees aangewezen beschermde flora en fauna, is er in Nederland ook een Nationale soortenlijst gemaakt die niet gedekt wordt door de Vogel- en Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern of Verdrag van Bonn. Deze soorten zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wet natuurbescherming. Voor soorten in bijlage A geldt een verbod op opzettelijk doden of vangen van dieren en opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen van dieren. Voor soorten in bijlage B geldt een verbod op opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, vernielen en ontwortelen van planten. In tegenstelling tot artikel 3.1 en 3.5, is verstoring van deze soorten toegestaan. Met betrekking tot de ‘andere soorten’ zijn per provincie beleidsregels opgesteld waarin voor een deel van deze soorten vrijstelling is verleend. De grond waarop deze vrijstelling geldt verschilt per provincie en hoeft dus niet in alle situaties van toepassing te zijn. Vrijstelling op basis van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling is een geldige reden in alle provincies. Indien bij het project-voornemen een of enkele gestelde verboden in artikel 3.1, 3,5 of 3.10 worden overtreden, dient gewerkt te worden conform een gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het mogelijk om een ontheffing aan te vragen bij de provincie waarin het voornemen plaats vindt.

De grond waarop een ontheffing mogelijk is, verschilt per categorie.

1.4

Scope van de QuickScan Deze QuickScan is opgesteld om de ecologische waarden van het plangebied te bepalen, en de, ten gevolge van de geplande werkzaamheden, eventuele strijdigheden met de Wet natuurbescherming (Wnb) in kaart te brengen, waaruit een advies zal volgen over hoe te handelen volgens deze wet. In tegenstelling tot een Natuurtoets wordt bij een QuickScan niet ingegaan op raakvlakken met de gebiedsbescherming (Natura 2000, Natuur netwerk Nederland/Ecologische Hoofdstructuur en Weidevogelleefgebied/Ganzenfoerageergebied) en is de bureaustudie beperkt. Een initiatiefnemer is, vanuit de natuurwetgeving, bij ruimtelijke ingrepen verplicht op de hoogte te zijn van mogelijk voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het plangebied, zodat hiermee rekening kan worden gehouden. De consequenties van de beoogde ruimtelijke ingreep zijn getoetst aan de bepalingen van de soortenbescherming uit de Wet natuurbescherming (Wnb).

blad 4 van 17

Dhr. A Bruinsma QuickScan Leons 11, Leons, inventarisatie en beoordeling natuurwaarden in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb soortenbescherming) Datum: 24-09-2018, rapport: 18-035, versie 1.0 (definitief)

De natuur is onvoorspelbaar. Het veldbezoek beschrijft een momentopname. Indien de periode tussen veldbezoek en uitvoering van de maatregelen meerdere jaren wordt, dient overwogen te worden een herhaald veldbezoek te laten uitvoeren, hetgeen mogelijk tot gevolg heeft dat de QuickScan wordt herzien.

1.5

Werkwijze Bureaustudie Voor het veldbezoek is de Nationale Database Fauna en Flora (NDFF) geraadpleegd. Tevens zijn voor diverse soorten de verspreidingskaarten geraadpleegd op www.verspreidingsatlas.nl. Het doel van de bureaustudie is het onderzoeken van reeds bekend aanwezige soorten en het vooraf inschatten van de waarschijnlijkheid dat beschermde soorten verwacht kunnen worden in het plangebied. Veldbezoek Het veldbezoek is afgelegd door ecologen Bregtje Kuik en Pim Bontenbal van John Melis ecologie op donderdag 23 augustus 2018. Het bezoek is uitgevoerd van 9.00 tot 10.00 uur, bij 17 graden Celsius, windkracht 2, op een grijze nazomerdag. Het doel van het veldbezoek is het inschatten van de aanwezige habitats, de bijbehorende ecologische waardes, en het verkrijgen van inzicht in het plangebied. Maatregel(en) en effecten De volgende stap is de beschrijving van de geplande ingreep en de omstandigheden (planning, methode) waarin deze uitgevoerd gaan worden. Tezamen met het veldbezoek en de bureaustudie kunnen hieruit eventuele strijdigheden van de plannen met de betreffende natuurwetgeving opgespoord worden, en kunnen eventuele kennis hiaten benoemd worden. Hieraan worden voorlopige conclusies verbonden en hieruit zal duidelijkheid ontstaan over de eventuele noodzaak tot het nemen van vervolgstappen, zoals nader onderzoek.

blad 5 van 17

Dhr. A Bruinsma QuickScan Leons 11, Leons, inventarisatie en beoordeling natuurwaarden in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb soortenbescherming) Datum: 24-09-2018, rapport: 18-035, versie 1.0 (definitief)

2

Beschrijving locatie en ingreep

2.1

Locatie Het plangebied bevindt zich deels op een boeren erf, en deels in omliggende weidepercelen. Ten zuiden van de planlocaties bevindt zich het woonhuis, behorende bij het boerenerf. De boerderij bestaat uit het woonhuis, een aanliggende deel, de te slopen schuur en de te slopen voormalige mestsilo. De planlocatie voor het plaatsen van de nieuwbouw bevindt zich in bestaande weidepercelen ten noorden van de boerderij. Op het erf zijn enkele bomen aanwezig, deze blijven onaangetast. Rondom het plangebied zijn watergangen aanwezig welke onaangetast blijven. Er wordt ten behoeve van de nieuwbouw een nieuwe watergang gegraven welke in verbinding komt te staan met de bestaande watergangen. De te slopen bebouwing betreffen een grote houten enkelwandige schuur met een dak van asbesthoudend eterniet, zonder spouwmuren, welke nu in gebruik is als opslag en hobbyruimte, en een voormalige kleine mestsilo met aanpalende zeecontainers. Beide gebouwen bevatten geen dakpannen of openingen. Ten westen van het plangebied ligt de weg Leons. Ten noorden en oosten van het plangebied bevindt zich landbouwgebied met kleinere percelen welke begraasd worden door paarden. De watergang welke direct ten oosten van het plangebied ligt is een bredere afwateringssloot.

Afb. 2.1. Te verwijderen schuur

Afb. 2.2. Te verwijderen silo met containers

Afb. 2.3. De te verwijderen schuur

Afb 2.4 geplande bouwlocatie nieuwbouw

Afb. 2.5. binnenzijde te slopen schuur

Afb 2.6 terugblik vanaf nieuwbouwlocatie naar schuur en silo

blad 6 van 17

Dhr. A Bruinsma QuickScan Leons 11, Leons, inventarisatie en beoordeling natuurwaarden in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb soortenbescherming) Datum: 24-09-2018, rapport: 18-035, versie 1.0 (definitief)

2.2

Ingreep De in deze QuickScan beoordeelde werkzaamheden betreffen het verwijderen van de houten schuur (zie afbeelding 2.7), aanleveren van bouwmaterialen, het uitvoeren van de bouwwerkzaamheden en het uitvoeren van de afwerking. De ingreep is onderdeel van het plan “Landschappelijke inpassing Leons”. Op de planlocatie komen nieuwe gebouwen te staan (zie afbeelding 2.8).

afbeelding 2.7. Te verwijderen bebouwing (rode blokken) (bron: “Landschappelijke inpassing Leons”.

blad 7 van 17

Dhr. A Bruinsma QuickScan Leons 11, Leons, inventarisatie en beoordeling natuurwaarden in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb soortenbescherming) Datum: 24-09-2018, rapport: 18-035, versie 1.0 (definitief)

afbeelding 2.8. Indicatie van het te bebouwen deel (bron: “Landschappelijke inpassing Leons”.

blad 8 van 17

Dhr. A Bruinsma QuickScan Leons 11, Leons, inventarisatie en beoordeling natuurwaarden in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb soortenbescherming) Datum: 24-09-2018, rapport: 18-035, versie 1.0 (definitief)

3

Resultaten veldbezoek en bureaustudie Waargenomen soorten en verwachte soorten (op basis van de aanwezige habitat en de bekende verspreiding) worden samengenomen en hun gebruik van het plangebied wordt beschreven. Hierbij ligt de nadruk op beschermde soorten, maar er zullen ook algemene en lichter beschermde soorten betrokken worden indien waargenomen of van belang voor de ingreep.

3.1

Vogels Alle broedgevallen van vogels zijn beschermd. Van 15 vogelsoorten zijn ook de nesten, vaste rust- en verblijfplaatsen jaarrond beschermd. Dit zijn soorten die vallen in de categorie 1 t/m 4 van de aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten (2012). Deze worden apart behandeld onder 4.1: “Jaarrond beschermd”. Daarnaast zijn van 34 vogelsoorten de nesten jaarrond beschermd als hier een zwaarwegende ecologische reden voor is. Dit zijn soorten die vallen in de categorie 5 van de aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten (2012). Deze soorten worden mee behandeld onder 4.1 ”Vogels, overige vogelsoorten”. Jaarrond beschermd Er zijn tijdens het veldbezoek geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen in het plangebied, of in de nabije omgeving (75 meter). De te slopen schuur bestaat uit enkelvoudige houten elementen en beidt geen geschikte ruimtes voor gebouw bewonende vogelsoorten zoals huismus en gierzwaluw. Tevens biedt de schuur geen invliegopeningen voor soorten als kerkuil. De te slopen voormalige mestsilo bestaat in zijn geheel uit beton, en biedt geen ruimte voorde genoemde gebouwbewonende soorten. Deze soorten kunnen derhalve in het plangebied binnen de te slopen gebouwen niet verwacht worden. Huismus en gierzwaluw kunnen wel verwacht worden in het naastliggende woonhuis, welke niet wordt aangetast.

Vogels - overige soorten Er zijn tijdens het veldbezoek meerdere algemene soorten waargenomen zoals merel, kokmeeuw en zilvermeeuw. Ten tijde van het veldbezoek werd de naastliggende watergang geschoond, hier foerageerden meerdere meeuwen. Deze en meerdere algemene vogelsoorten kunnen en zullen het plangebied in gebruik hebben als foerageergebied. Algemene zangvogels zoals merel, koolmees of houtduif zouden in de bomen in en rond het plangebied tot broeden kunnen komen. Omliggende percelen bieden potentieel broedbiotoop voor weidevogels. Omliggende watergangen bieden potentieel broedbiotoop voor watervogels.

3.2

Vleermuizen Alle vleermuizen zijn zwaar beschermd (alle in Nederland voorkomende soorten staan vermeld in de Habitatrichtlijn). Vleermuizen kunnen voor drie doeleinden gebruik maken van een plangebied, te weten als verblijfplaats, vliegroute en of foerageergebied. Er kunnen zich geschikte verblijfplaatsen bevinden binnen een gebied, welke tijdens 1 of meerdere seizoenen actief gebruikt kunnen worden door vleermuizen, te weten tijdens de zomer-, kraam-, paar- en/of winterperiode. Deze verblijven kunnen gebruikt worden als schuil- en rustplaats, als kraamkamer, voor de paring en/of voor de overwintering. Vleermuizen gebruiken vliegroutes voor het bereiken van hun foerageergebieden vanuit hun verblijven, en, sommige soorten, voor de jaarlijkse trek naar winterrustgebieden, en naar zomerhabitat. Lijnvormige elementen zoals bomen, dijken en watergangen worden gevolgd en onthouden. Zij vormen voor de vleermuizen een vaste route. Het onderbreken of verwijderen van deze elementen bij een (potentiele) vliegroute kan een negatief effect hebben op de mogelijkheid van vleermuizen om hun doel te bereiken.

blad 9 van 17

Dhr. A Bruinsma QuickScan Leons 11, Leons, inventarisatie en beoordeling natuurwaarden in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb soortenbescherming) Datum: 24-09-2018, rapport: 18-035, versie 1.0 (definitief)

Vleermuizen kunnen foerageergebieden hebben in een plangebied. Dit wil zeggen, vleermuizen komen via vaste routes naar het plangebied om daar in de buurt van bomen en water te jagen op muggen en nachtvlinders. Verblijven De te verwijderen schuur bestaat uit enkelwandige houten elementen en beidt geen geschikte ruimtes welke potentieel kunnen dienen als verblijfplaats voor vleermuizen. De schuur is op geen enkele plek toegankelijk voor vleermuizen. Soorten welke in open gebouwen verblijven, zoals de grootoorvleermuis wordt hier niet verwacht, het klimaat binnen de schuur is voor vleermuizen ongeschikt, en tevens is de binnenzijde niet bereikbaar voor vleermuizen. De silo biedt geen inkruipmogelijkheden. Het bestaat volledig uit beton, en is volledig dicht gekit. In de bomen in het plangebied zijn geen holtes aangetroffen, waarmee aanwezigheid van boombewonende soorten kan worden uitgesloten. De kerk, alsmede het bestaande woonhuizen en boerderijen in omliggende omgeving kunnen verblijven bevatten van vleermuizen. Vliegroutes In de directe omgeving van het plangebied worden vleermuisverblijven verwacht. De bomen binnen het plangebied bieden geen essentiële vliegrouteondersteuning. De bomen maken geen onderdeel uit van een lijnvormig element. De bestaande bebouwing kan fungeren als vliegroute ondersteuning.

Het verwijderen van de schuur en silo heeft naar verwachting geen negatief effect op de eventuele functie van vliegrouteondersteuning binnen het plangebied, gezien het huidige open karakter van de omgeving. De watergang ten oosten van het plangebied kan potentieel als vliegrouteondersteuning dienen voor meervleermuis. Foerageergebied Het gehele plangebied wordt als potentieel foerageergebied voor vleermuizen aangemerkt. Er is in de directe omgeving ruimschoots soortgelijk foerageergebied aanwezig welke als vervanging kan dienen. De watergang ten oosten van het plangebied is te smal om als foerageergebied van meervleermuis te worden aangemerkt.

3.3

Overige zoogdieren Waterspitsmuis kan mogelijk verwacht worden in de watergang ten oosten van het plangebied. Ten tijde van het veldbezoek werd deze watergang uitgediept, wat huidig gebruik door waterspitsmuis mogelijk beperkt. Otter kan potentieel in het plangebied voorkomen, maar er is van deze soort geen verblijf of binding met het plangebied te verwachten. Er zijn geen sporen van otter aangetroffen. De overige zoogdieren die mogelijk verwacht kunnen worden in dit landelijke gebied zijn steenmarter, ree en egel. Deze zijn in Friesland vrijgesteld en genieten geen extra bescherming vanuit de Wet natuurbescherming. Hiervoor geldt wel de zorgplicht. Er zijn binnen het plangebied geen sporen van steenmarter aangetroffen. Tevens bieden de te slopen gebouwen geen toegang voor deze soort. Tevens kunnen algemene soorten als mol en bruine rat verwacht worden, hiervoor geldt de zorgplicht.

3.4

Reptielen, amfibieën en vissen Reptielen Beschermde reptielen worden niet verwacht. Van deze soortgroep zijn in de NDFF geen waarnemingen aangetroffen binnen de omgeving van de geplande werkzaamheden. Het voorkomen van beschermde soorten amfibieën kan op basis van de aanwezige habitats, de bekende verspreiding en recente waarnemingen uitgesloten worden Amfibieën Beschermde amfibieën zoals rugstreeppad, poelkikker en heikikker worden niet verwacht. Deze soorten zijn in de NDFF niet bekend binnen de omgeving van de geplande werkzaamheden en het aanwezige habitat is niet geschikt. Het voorkomen van beschermde soorten amfibieën kan op basis van de aanwezige habitats, de bekende verspreiding en recente waarnemingen uitgesloten worden. Algemene blad 10 van 17

Dhr. A Bruinsma QuickScan Leons 11, Leons, inventarisatie en beoordeling natuurwaarden in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb soortenbescherming) Datum: 24-09-2018, rapport: 18-035, versie 1.0 (definitief)

soorten als gewone pad, bruine kikker, bastaardkikker, en kleine watersalamander kunnen binnen het plangebied verwacht worden. Vissen Binnen het plangebied is de beschermde grote modderkruiper niet bekend. Overige beschermde soorten zijn tevens niet te verwachten. In de watergangen kunnen meerdere algemene soorten vissen voorkomen.

3.5

Ongewervelden en weekdieren Er komen meerdere algemene soorten vlinders, libellen en kevers voor in en rond het plangebied. Het voorkomen van beschermde ongewervelden en weekdieren kan op basis van de aanwezige habitats, de bekende verspreiding en recente waarnemingen uitgesloten worden. Er is geen krabbenscheer aangetroffen in de watergangen waarmee aanwezigheid van de groene glazenmaker kan worden uitgesloten.

3.6

Vaatplanten Het voorkomen van beschermde vaatplanten in dit voedselrijke agrarische gebied kan op basis van de aanwezige habitats, de bekende verspreiding en recente waarnemingen uitgesloten worden.

blad 11 van 17

Dhr. A Bruinsma QuickScan Leons 11, Leons, inventarisatie en beoordeling natuurwaarden in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb soortenbescherming) Datum: 24-09-2018, rapport: 18-035, versie 1.0 (definitief)

4

Effecten en gevolgen

4.1

Overzicht beschermde soorten In dit hoofdstuk wordt de geplande ingreep getoetst aan de aanwezige of verwachte beschermde soorten (zie hoofdstuk 3) binnen het plangebied, en de te verwachten risico’s voor deze soorten, bij uitvoer van de geplande werkzaamheden. In de Wet natuurbescherming zijn vooral vaste verblijfplaatsen (voortplantingslocaties zoals nesten, holen, kraamlocaties etc.) van belang, maar ook de functionele leefomgeving die de vaste verblijfplaatsen in stand houdt. Voor soorten die niet genoemd worden vanuit de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn of Wnb artikel 3.10 geldt de algemene vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Zelfs bij negatieve effecten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Ditzelfde geldt voor soorten van Wnb artikel 3.10, waarvoor een Provinciale vrijstelling is uitgegeven. Voor deze soorten geldt wel de zorgplicht, maar ze worden hieronder, ondanks eventueel voorkomen en eventueel te verwachten negatieve effecten, niet meegenomen.

Soortgroep Vogels Vleermuizen Overige zoogdieren Vissen en amfibieën

Soort(en) (broed-) (vliegroutes, foerageergebieden) waterspitsmuis Algemene soorten (zorgplicht)

Aanwezig potentieel potentieel potentieel potentieel

tabel 1. Soort(groep)en van de Wet natuurbescherming waarvoor het effect van de maatregel bepaald moet worden.

4.2

Effecten op in het plangebied aanwezige flora en fauna Broedvogels In de bomen in het plangebied kunnen algemene zangvogels zoals merel, koolmees en houtduif tot broeden komen. In het bestaande woonhuis kan huismus verwacht worden. Potentieel kan in dit woonhuis ook gierzwaluw, boerenzwaluw en huiszwaluw verwacht worden. In de omliggende percelen kunnen weidevogels verwacht worden, in de watergangen kunnen watervogels verwacht worden. Het broedseizoen loopt ongeveer van half maart tot half juli, maar de daadwerkelijke periode is afhankelijk van het weer en de soort. De Wet natuurbescherming schrijft geen datumgrenzen voor, de genoemde data zijn globaal. Ieder broedgeval is beschermd, dus indien blijkt dat er een vogel aan het broeden is, ook buiten het broedseizoen, zal gewacht moeten worden totdat deze hiermee klaar is en uit eigen beweging is vertrokken. Volgens de planning vindt de uitvoering plaats in de periode september 2019 tot maart 2020 buiten het vogelbroedseizoen. De werkzaamheden zijn daardoor niet verstorend voor broedende vogels. Als de werkzaamheden alsnog binnen het broedseizoen uitgevoerd worden, kan een ecologische controle bij aanvang van de werkzaamheden dienen voor het waarborgen dat er geen broedgevallen verstoord worden. Tevens dienen broedgevallen voorkomen te worden die de doorgang van de werkzaamheden zouden kunnen hinderen (verstoringszone).

Deze maatregelen staan beschreven in paragraaf 5.1. Vleermuizen Er worden geen verblijven in het gebied verwacht die een negatief effect zullen ondervinden van de geplande ingrepen. Er kunnen echter wel verblijven in de (ruime) omgeving aanwezig zijn van soorten als laatvlieger, gewone- en ruige dwergvleermuis, watervleermuis, meervleermuis en gewone grootoorvleermuis.

blad 12 van 17

Dhr. A Bruinsma QuickScan Leons 11, Leons, inventarisatie en beoordeling natuurwaarden in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb soortenbescherming) Datum: 24-09-2018, rapport: 18-035, versie 1.0 (definitief)

Vliegroutes van vleermuizen kunnen mogelijk langs de bomenrij in het oosten van het plangebied en ter hoogte van de bebouwing in en rondom het plangebied worden verwacht. Echter wordt deze functionaliteit niet blijvend aangetast waardoor er geen vliegroutes verloren gaan. Het gebruik van het gebied door foeragerende vleermuizen is zeer waarschijnlijk. De aanwezigheid van bomen trekt insecten aan. Het gebied zal dan ook als foerageergebied moeten worden aangemerkt. Deze functie gaat door de geplande werkzaamheden echter niet verloren. Vleermuizen zijn gevoelig voor verlichting op verblijven, vliegroutes en foerageergebied. Eventuele overlast door verlichting is te mitigeren door de verlichting af te draaien van potentiële verblijven, vliegroutes en/of foerageergebied en/of door amberkleurige verlichting te gebruiken. Deze maatregelen staan beschreven in paragraaf 5.2. Zoogdieren; waterspitsmuis In de te vergraven watergangen kan waterspitmuis aanwezig zijn. In de nieuwe situatie wordt er veel meer geschikt leefgebied aangeboden voor deze potentieel aanwezige soort. De te vergraven oever moet dan vooraf wel vrij zijn van waterspitsmuizen. Dit kan gebeuren door het, ruim voor de start van de graafwerkzaamheden, maaien van de oever. Deze oevers zijn momenteel als geschoond en kort.

Als deze kort gehouden worden, zullen hier geen waterspitsmuizen aanwezig zijn ten tijde van de werkzaamheden. Deze maatregelen staan beschreven in paragraaf 5.3. Amfibieën en vissen Binnen het plangebied wordt een nieuwe watergang aangelegd welke wordt verbonden met bestaande watergangen. De aansluiting zal plaatselijk een kleine verstoring opleveren in de bestaande watergang. In het plangebied worden geen beschermde soorten amfibieën of vissen verwacht. Wel komen er in alle waarschijnlijkheid meer algemene soorten voor. Voor deze soorten geldt de zorgplicht.

blad 13 van 17

Dhr. A Bruinsma QuickScan Leons 11, Leons, inventarisatie en beoordeling natuurwaarden in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb soortenbescherming) Datum: 24-09-2018, rapport: 18-035, versie 1.0 (definitief)

5

Mitigerende maatregelen In dit hoofdstuk worden de vervolgmaatregelen beschreven voor de soorten waarvan in hoofdstuk 4 is bepaald dat deze mogelijk een effect bemerken van de geplande ingreep. Deze vervolgmaatregel kan bestaan uit het uitvoeren van nader onderzoek om de aanwezigheid te bevestigen of uit te sluiten. Maar de vervolgmaatregel kan ook aangeven dat er een aanvraag voor een ontheffing op de verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming benodigd is. Er kan ook een lijst met mitigerende maatregelen staan aangegeven, waarbij de ingreep uitgevoerd kan worden zonder een ontheffing. Indien de ingreep zonder enig nader onderzoek, mitigatie of ontheffingsaanvraag uitgevoerd kan worden, wordt dat in dit hoofdstuk vermeld.

Soortgroep Vogels Vleermuizen Overige zoogdieren

Soort(en) (broed-) (vliegroutes en foerageergebieden) Waterspitsmuis

Bescherming HR

Aanwezig potentieel potentieel

Vervolgactie mitigatie, zie 5.1 mitigatie, zie 5.2

3.10

potentieel

mitigatie, zie 5.3

tabel 2. Soort(groep)en van de Wet natuurbescherming waarvoor een vervolgactie benodigd is.

5.1

Broedvogels; mitigatie De werkzaamheden worden, zoals gepland, buiten het broedseizoen uitgevoerd. Als er ten tijde van de beoogde start van de werkzaamheden toch vogels in, of binnen de verstoringszone van het plangebied broeden, kunnen de werkzaamheden ter plaatse geen doorgang vinden totdat de jongen zijn uitgevlogen. Voor de wet is er geen verschil tussen broedvogels gemaakt. Alle broedvogels zijn beschermd gedurende hun voortplantingsperiode. Dit kan voor bijvoorbeeld boerenzwaluwen duren van april t/m oktober. Het is niet mogelijk om een ontheffing te verkrijgen voor het verstoren en verjagen van broedende vogels. Indien binnen het broedseizoen gewerkt moet worden: 1. Voordat met de werkzaamheden begonnen wordt, dient door een ecologisch deskundig persoon, op het gebied van vogels, gecontroleerd te worden of er op het moment van de start geen broedgevallen aanwezig zijn, die verstoord kunnen worden door de werkzaamheden.

5.2

Vleermuizen; mitigatie Het plangebied kan in gebruik zijn als vliegroute en foerageergebied voor vleermuizen. In de (ruime) omgeving van het plangebied kunnen zich vleermuisverblijven bevinden. Er zijn geen gegevens bekend van de aanwezigheid van soorten en het exacte gebruik van het plangebied. Er kan derhalve niet worden aangenomen dat het gebied geen essentiële vliegroutes bevat en geen essentieel foerageergebied is. Er moet tijdens én na de werkzaamheden rekening gehouden worden met het vermijden van extra lichtoverlast op potentiële foerageergebieden. Indien er licht gevoerd wordt na zonsondergang en voor zonsopkomst geldt: 1. Extra lichtoverlast tijdens de werkzaamheden moet worden voorkomen, door buiten werktijden om zo weinig mogelijk verlichting te gebruiken. 2. Indien om beveiliging redenen ’s nachts verlichting moet blijven bestaan, heeft de kleur amber de voorkeur boven wit of groen licht.

blad 14 van 17

Dhr. A Bruinsma QuickScan Leons 11, Leons, inventarisatie en beoordeling natuurwaarden in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb soortenbescherming) Datum: 24-09-2018, rapport: 18-035, versie 1.0 (definitief)

5.3

Overige zoogdieren; mitigatie De te vergraven watergangen dienen vrijgemaakt te worden en vrij te blijven van beschuttende begroeiing. Voordat de oevers van de huidige watergangen vergraven worden dient: 1. De oever, zeker een week voor de graafwerkzaamheden, kort gemaaid te worden en kort gemaaid te blijven.

blad 15 van 17

Dhr. A Bruinsma QuickScan Leons 11, Leons, inventarisatie en beoordeling natuurwaarden in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb soortenbescherming) Datum: 24-09-2018, rapport: 18-035, versie 1.0 (definitief)

6

Conclusie De opdrachtgever is voornemens nieuwe bebouwing aan te brengen. Hiervoor wordt de bestaande stalen berging verwijderd en zullen er tijdelijke bouwwerkzaamheden plaatsvinden. De planning van de werkzaamheden is dat deze starten rond september 2019 en afgerond zullen zijn in maart 2020. De werkzaamheden zullen geen negatief effect hebben op beschermde diersoorten, mits de werkzaamheden in de geplande periode worden uitgevoerd en de mitigerende maatregelen worden getroffen uit hoofdstuk 5.

Jubbega, september 2018 John Melis ecologie

blad 16 van 17

Dhr. A Bruinsma QuickScan Leons 11, Leons, inventarisatie en beoordeling natuurwaarden in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb soortenbescherming) Datum: 24-09-2018, rapport: 18-035, versie 1.0 (definitief)

Geraadpleegde bronnen         

Nationale Database Flora en Fauna (NDFF), via eigen aansluiting van JM ecologie (lid NGB). Melis, J., 2012. Zoogdieratlas.nl Werkatlas Zoogdieren van Friesland. Zoogdiervereniging, Nijmegen. Melis, J. & M. Koopmans, 2015. Fiskatlas Fryslân, verspreiding en ecologie van zoetwatervissen in Friesland in de periode 1900 t/m 2014. Bornmeer, Gorredijk. De Boer, E.P. et al, 2014. Libellenrijk Fryslân, mei ljochtsjende wjukken oer it wetter. Bureau FaunaX, Gorredijk. SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. SOVON, Naturalis, KNNV Uitgeverij & EIS-Nederland, Leiden. Creemers, Raymond C.M. & Jeroen J.C.W. van Delft, 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. RAVON, Naturalis, KNNV Uitgeverij & EIS-Nederland, Leiden. FLORON 2011. Nieuwe Atlas van de Nederlandse flora. Stichting FLORON, Nijmegen. Goedgekeurde Gedragscode Flora- en faunawet voor waterschappen, versie 6 februari 2012. Vleermuisprotocol 2017, Netwerk Groene Bureaus (NGB).

www.google.com www.nederlandsesoorten.nl www.ravon.nl www.zoogdiervereniging.nl www.vleermuizenindestad.nl www.bomengids.nl www.floron.nl wetten.overheid.nl

www.frysland.frl www.sovon.nl www.rijksoverheid.nl www.vleermuis.net www.dasenboom.nl www.wilde-planten.nl www.rvo.nl www.verspreidingsatlas.nl

blad 17 van 17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=97183100-0f68-485d-802e-3ebd2cbd22ee