CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Discussienota organisatie advisering ruimtelijke kwaliteit en welstand Omgevingswet (1)

Debat Raadzaal 27 september 2021, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Discussienota organisatie advisering ruimtelijke kwaliteit/welstand Omgevingswet2.600 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

DISCUSSIENOTA ORGANISATIE RUIMTELIJKE KWALITEIT/WELSTAND IN HET KADER VAN DE IMPLEMENTATIE VAN DE OMGEVINGSWET Inleiding In deze nota staat ‘de organisatie van de advisering over ruimtelijke kwaliteit/welstand in het kader van de implementatie van de Omgevingswet’ centraal. Het gaat met name om de organisatorische uitwerking voor een gemeentelijk instrument als middel voor ruimtelijk kwaliteitsbeleid, en niet over de inhoud van het kwaliteitsbeleid zelf. Op dit moment hebben 17 van de 18 Friese gemeenten (een deel van) het takenpakket ondergebracht bij de Gemeenschappelijke Regeling Hûs en Hiem. De Omgevingswet biedt ons mogelijkheden om advisering over ruimtelijke kwaliteit breder in te vullen. Het is wettelijk verplicht om minimaal een adviescommissie voor rijksmonumenten in te stellen. De huidige adviescommissies en adviseurs voor cultureel erfgoed en ruimtelijke kwaliteit vallen namelijk niet onder het overgangsrecht van de Omgevingswet. Elke gemeente kán daarnaast keuzes maken ten aanzien van de reikwijdte die de advisering kan aannemen. Deze nota is opgesteld in de vorm van een discussienota met vier scenario’s waar in een politieke dialoog nader op wordt ingegaan en waarbij u uw reactie kenbaar kunt maken. Aansluitend is er de vraag wat we als Friese gemeenten collectief willen oppakken.

Vanuit de Vereniging Friese Gemeenten (VFG) is daarom een proces gestart waarbij we denkrichtingen geven voor het organiseren van het toekomstig adviseringsproces over omgevingskwaliteit, uitgewerkt in een menukaart (zie bijlage 1). Op 16 september vindt, onder leiding van Weusthuis en partners een sessie plaats waar hierop dieper zal worden ingegaan. De scenario’s in deze discussienota vloeien voort uit de ‘smaken’ die de menukaart biedt. In bijlage 2 staat achtergrondinformatie over de volgende onderdelen:  Hoe is de advisering over ruimtelijke kwaliteit/welstand op dit moment geregeld?  Wat verandert er met de inwerkingtreding van de Omgevingswet?  Verkenning door de Vereniging Friese Gemeenten (VFG) Discussie/afweging scenario’s Samengevat zal de raad een besluit moeten nemen over wat we als gemeente willen regelen voor advisering over ruimtelijke kwaliteit/welstand en hoe dat vervolgens wordt georganiseerd. De ‘smaken’ variëren van een smalle, enkel beoordelingsgerichte advisering tot een brede advisering die betrekking kan hebben op een gebied of opgave waarbij veel eerder in het planvormingsproces een dialoog ontstaat, of bijvoorbeeld op advisering over beleid. Daarnaast zijn er verschillende ‘smaken’ mogelijk als het gaat over de organisatie die hieraan toetst.

Wordt (alles) uitbesteed aan een externe partij, wordt er een eigen adviescommissie of Q-team aangesteld of toetsen we wellicht (deels) ambtelijk? Hierin zijn allerlei kruisbestuivingen mogelijk die leiden tot vele mogelijke scenario’s. In deze discussienota werken we 4 scenario’s uit, gebaseerd op de varianten uit de menukaart. In de scenario’s wordt onderscheid gemaakt tussen een smalle beoordeling of brede advisering, en interne versus externe toetsing. De variant met enkel de verplichte toets voor rijksmonumenten is hierin niet opgenomen, gezien uw wensen en bedenkingen voor een ‘welstandsvergunning’ in het kader van het pre-omgevingsplan Buitengebied Zuid. 1. 2.

Continuering van de huidige werkwijze (beoordelingsgerichte toetsing door externe adviescommissie). Alle plannen die getoetst worden aan welstand (straks ruimtelijke kwaliteit), worden voorgelegd aan een externe adviescommissie. Bredere advisering over ruimtelijke kwaliteit/welstand door een externe adviescommissie. Dat betekent dat we de externe adviescommissie ook in kunnen zetten, bijvoorbeeld vroeg in de planvorming bij complexere opgaven of bij de totstandkoming van beleid. Tevens kan hier ook worden gedacht aan integrale, gemeente-overstijgende opgaven.

3. 4.

Maatwerk (beoordelingsgerichte toetsing deels extern, deels intern georganiseerd). Rijksmonumenten en complexere opgaven worden behandeld door een externe adviescommissie, eenvoudige plannen kunnen ambtelijk worden afgedaan. Het cafetaria model. Dit is een combinatie van mogelijkheden uit scenario 2 en 3 (brede advisering, deels extern, deels intern georganiseerd). Scenario 2 en 3 betreffen een verkenning van de ‘varianten’ (vakjes/’smaken’) uit de menukaart. In dit scenario zijn vele combinaties en gradaties denkbaar. Zo kan er bijvoorbeeld voor gekozen worden eenvoudige plannen ambtelijk af te doen, en een externe adviescommissie in te schakelen voor complexe plannen alsmede bij de totstandkoming van beleid.

Scenario 1 CONTINUERING HUIDIGE WERKWIJZE (BEOORDELINGSGERICHTE TOETSING DOOR EXTERNE ADVIESCOMMISSIE Vragen Wat zijn de voordelen? Wat zijn de nadelen?

Wat betekent dit voor de burger/initiatiefnemer? Wat is de invloed op de kwaliteit van de besluitvorming? Wat betekent dit voor de ambtelijke dienst, qua kosten en tijdsbesteding/werkdruk? Wat verandert er in de verhouding raad/college? Wat betekent dit voor de rol van de raad? Wat betekent dit voor de rol van het college? Wat betekent dit voor het totaal proces (doorlooptijd)? Wat gebeurt er wanneer wij nog niet klaar zijn en de wet is ingegaan?

Beantwoording Externe toetsing geeft een onafhankelijke blik. Er verandert naar verwachting weinig in doorlooptijd en kosten. Deze werkwijze staat haaks op de doelstelling van de Omgevingswet die namelijk expliciet uitnodigt om ruimtelijke kwaliteit breed te benaderen, evenals op de inzet vanuit de gemeente Leeuwarden in de afgelopen jaren om grensoverschrijdende ruimtelijke vraagstukken ook regionaal op te pakken. Een enkel beoordelingsgerichte aanpak is minder geschikt bij grote gebiedsgerichte opgaven. Ook is er bij deze werkwijze minder ruimte voor een dialoog vroeg in het planproces. Advisering conform de huidige werkwijze heeft geen gevolgen voor de burger/ initiatiefnemer. Externe toetsing geeft een ‘onafhankelijke’ blik. Deze blijft op hetzelfde niveau als in de huidige situatie. De verwachting is dat dit zo goed als gelijk blijft vergeleken met de huidige situatie. Dit blijft ongewijzigd. De wijze van toetsing, meer of minder, intern of extern heeft geen invloed op (de werkdruk van) de raad. Dit blijft ongewijzigd. Niet van toepassing. We hebben ons in alle gevallen aan de wettelijke termijnen te houden. De grotere opgaven vragen nu en straks een langere voorbereiding (vaak gekoppeld aan een uitgebreide procedure met meer voorbereidingstijd).

De uiteindelijke besluitvorming over de onafhankelijke toetsingscommissie moet voor wat betreft de rijksmonumenten gerealiseerd zijn voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Om die reden zal een voorstel voor een nieuwe WGR Hus en Hiem aan u worden voorgelegd in dit najaar. De mogelijke verdere verbreding kan ook na de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden gerealiseerd.

Scenario 2 BREDE ADVISERING OVER RUIMTELIJKE KWALITEIT/WELSTAND DOOR EEN EXTERNE ADVIESCOMMISSIE Vragen Wat zijn de voordelen?

Wat zijn de nadelen?

Wat betekent dit voor de burger/initiatiefnemer?

Wat is de invloed op de kwaliteit van de besluitvorming? Wat betekent dit voor de ambtelijke dienst, qua kosten en tijdsbesteding/werkdruk?

Wat verandert er in de verhouding raad/college? Wat betekent dit voor de rol van de raad? Wat betekent dit voor de rol van het college? Wat betekent dit voor het totaal proces (doorlooptijd)? Wat gebeurt er wanneer wij nog niet klaar zijn en de wet is ingegaan?

Beantwoording Externe toetsing geeft een onafhankelijke blik. Meer vooraf in het planproces kunnen sturen i.p.v. achteraf, levert zorgvuldig voorbereide en kwalitatief hoogwaardige plannen op. Er is meer tijdsinvestering nodig aan de voorkant van een planproces van initiatiefnemer, adviesinstantie, evt. betrokken burgers en ambtenaren. Gemeente-overstijgende opgaven gezamenlijk oppakken kost meer tijd en de kosten kunnen hoger zijn. Hoe meer energie wordt gestoken in grotere opgaven en gebiedsprocessen hoe groter de kans dat hier kwalitatief goede plannen uit volgen. Door de sturing vooraf is er meer tijd nodig in de planvorming waarbij het plan ook nog verder gezamenlijk kan worden gevormd, achteraf is er dan minder tijd nodig. Naar verwachting levert dit kwalitatieve winst op in verband met de hier aanwezige zeer specifieke kennis van dergelijke processen (in aanvulling op de bij de gemeente zelf aanwezige kennis). Hoe meer gezamenlijk met andere gemeenten wordt opgetrokken in grotere opgaven hoe meer in lijn met de bedoeling van de Omgevingswet wordt gehandeld. De kosten en capaciteit in de planvoorbereiding zijn naar alle waarschijnlijkheid hoger, in de planuitvoering zijn er daarentegen (naar verwachting) weer lagere kosten en zal er grotere slagingskans en draagvlak zijn voor de uit te voeren opgave.

Voor wat betreft de toetsing worden de kosten doorbelast aan de initiatiefnemer en is dit dus min of meer kostenneutraal. Dit blijft ongewijzigd. De wijze van toetsing, meer of minder, intern of extern heeft geen invloed op (de werkdruk van) de raad. Dit blijft ongewijzigd. We hebben ons in alle gevallen aan de wettelijke termijnen te houden. De grotere opgaven vragen nu en straks een langere voorbereiding .(vaak gekoppeld aan een uitgebreide procedure met meer voorbereidingstijd). De uiteindelijke besluitvorming over de onafhankelijke toetsingscommissie moet voor wat betreft de rijksmonumenten gerealiseerd zijn voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Om die reden zal een voorstel voor een nieuwe WGR Hus en Hiem aan u worden voorgelegd in dit najaar. De mogelijke verdere verbreding kan ook na de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden gerealiseerd.

Scenario 3 MAATWERK (BEOORDELINGSGERICHTE TOETSING DEELS EXTERN, DEELS INTERN GEORGANISEERD)

Vragen Wat zijn de voordelen? Wat zijn de nadelen?

Wat betekent dit voor de burger/initiatiefnemer?

Wat is de invloed op de kwaliteit van de besluitvorming? Wat betekent dit voor de ambtelijke dienst, qua kosten en tijdsbesteding/werkdruk?

Wat verandert er in de verhouding raad/college? Wat betekent dit voor de rol van de raad? Wat betekent dit voor de rol van het college? Wat betekent dit voor het totaal proces (doorlooptijd)? Wat gebeurt er wanneer wij nog

Beantwoording Eenvoudigere afhandeling als (sommige) plannen ambtelijk getoetst kunnen worden. Wellicht ook tijdwinst en kostenbesparing. Interne toetsing kan vragen oproepen ten aanzien van de onafhankelijkheid van de beoordeling. Deze beoordelingsgerichte werkwijze staat (met name voor wat betreft de grote, integrale initiatieven/opgaven) haaks op de doelstelling van de Omgevingswet, evenals op de ontwikkelingen die advisering over ruimtelijke kwaliteit de afgelopen jaren heeft doorlopen. Een enkel beoordelingsgerichte aanpak voorziet niet altijd in advisering bij grote gebiedsgerichte opgaven. Ook is er bij deze werkwijze niet standaard een advisering over de dialoog vroeg in het planproces die er wel is bij brede advisering. Kleine plannen kunnen naar verwachting sneller worden afgedaan. Voor de grote initiatieven wordt een zorgvuldig proces doorlopen wat naar verwachting een kwalitatief hoger eindresultaat zal opleveren met meer draagvlak. Naar verwachting zal er met name voor de grote initiatieven een kwaliteitsslag zijn te maken ten opzichte van de huidige situatie. Voor de overige initiatieven is de verwachting dat dit gelijk blijft aan de huidige situatie. Hoe meer gezamenlijk met andere gemeenten wordt opgetrokken in grotere opgaven hoe meer in lijn met de bedoeling van de Omgevingswet wordt gehandeld.

De kosten en capaciteit in de planvoorbereiding zijn naar alle waarschijnlijkheid hoger, in de planuitvoering zijn er daarentegen (naar verwachting) weer lagere kosten en zal er grotere slagingskans en draagvlak zijn voor de uit te voeren opgave. Voor wat betreft de toetsing worden de kosten doorbelast aan de initiatiefnemer en is dit dus min of meer kostenneutraal. Ten aanzien van de initiatieven die door de gemeente zelf worden getoetst en niet meer door een externe partij, bestaat de mogelijkheid dat in geval van bezwaar of beroep de motivering van het besluit onder druk komt te staan aangezien er niet meer sprake is van een ‘onafhankelijke partij’. Zelf intern toetsen geeft wel meer slagkracht. De kosten van Hûs en Hiem zijn thans min of meer gelijk aan die van het eigen apparaat. Dit blijft ongewijzigd. De wijze van toetsing, meer of minder, intern of extern heeft geen invloed op (de werkdruk van) de raad. Dit blijft ongewijzigd. We hebben ons in alle gevallen aan de wettelijke termijnen te houden. De grotere opgaven vragen nu en straks een langere voorbereiding (vaak gekoppeld aan een uitgebreide procedure met meer voorbereidingstijd). De uiteindelijke besluitvorming over de onafhankelijke

niet klaar zijn en de wet is ingegaan?

toetsingscommissie moet voor wat betreft de monumenten gerealiseerd zijn voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet en om die reden zal een voorstel voor een nieuwe WGR Hus en Hiem aan u worden voorgelegd in dit najaar. De mogelijke verdere verbreding kan ook na de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden gerealiseerd.

Scenario 4 HET CAFETARIAMODEL EEN COMBINATIE VAN MOGELIJKHEDEN UIT SCENARIO 2 EN 3 (BREDE ADVISERING, DEELS EXTERN, DEELS INTERN GEORGANISEERD)

Vragen Wat zijn de voordelen?

Wat zijn de nadelen?

Wat betekent dit voor de burger/initiatiefnemer?

Wat is de Invloed op de kwaliteit van de besluitvorming? Wat betekent dit voor de ambtelijke dienst, qua kosten en tijdsbesteding/werkdruk?

Beantwoording Dit scenario biedt, doordat er vele gradaties mogelijk zijn, veel mogelijkheden. Een externe gemeentelijke adviescommissie kan ingezet worden in geval van complexe aanvragen en grotere (gezamenlijke) opgaven. Ook is het mogelijk hierbij Q-teams in te schakelen. Waar dit tijdtechnisch voordeel oplevert en het eenvoudige plannen betreft kan ervoor gekozen worden intern te toetsen. Dit maakt dat er, waar dat nodig is, ruimte is voor een dialoog aan de voorkant van het proces, en waar dit niet of minder nodig is snel en efficiënt getoetst kan worden. De kans op kwalitatief hoogwaardige plannen bij grotere opgaven is hierdoor groter. En er zal meer draagvlak zijn. Interne toetsing kan vragen oproepen ten aanzien van de onafhankelijkheid van de beoordeling. De kosten en benodigde capaciteit in planvoorbereiding bij gebiedsgerichte opgaven zijn groter. Hoe meer energie wordt gestoken in grotere opgaven en gebiedsprocessen hoe groter de kans dat hier kwalitatief goede plannen uitrollen. Hier heeft iedereen baat bij. Interne toetsing bij de kleinere plannen betekent een eenvoudigere, waarschijnlijk snellere afdoening. Naar verwachting zal er met name voor de grote initiatieven een kwaliteitsslag zijn te maken ten opzichte van de huidige situatie. Voor de overige initiatieven is de verwachting dat dit gelijk blijft aan de huidige situatie.

Hoe meer gezamenlijk met andere gemeenten wordt opgetrokken in grotere opgaven hoe meer in lijn met de bedoeling van de Omgevingswet wordt gehandeld. De kosten en capaciteit in de planvoorbereiding zijn naar alle waarschijnlijkheid hoger, in de planuitvoering zijn er daarentegen (naar verwachting) weer lagere kosten en zal er grotere slagingskans en draagvlak zijn voor de uit te voeren opgave. Voor wat betreft de toetsing worden de kosten doorbelast aan de initiatiefnemer en is dit dus min of meer kostenneutraal. Ten aanzien van de initiatieven die door de gemeente zelf worden getoetst en niet meer door een externe partij, bestaat de mogelijkheid dat in geval van bezwaar of beroep de motivering van het besluit onder druk komt te staan aangezien er niet meer sprake is van een ‘onafhankelijke partij’. Zelf intern toetsen geeft wel meer slagkracht.

Wat verandert er in de verhouding raad/college? Wat betekent dit voor de rol van de raad? Wat betekent dit voor de rol van het college? Wat betekent dit voor het totaal proces (doorlooptijd)? Wat gebeurt er wanneer wij nog niet klaar zijn en de wet is ingegaan?

De kosten van Hûs en Hiem zijn thans min of meer gelijk aan die van het eigen apparaat. Dit blijft ongewijzigd. De wijze van toetsing, meer of minder, intern of extern heeft geen invloed op (de werkdruk van) de raad. Dit blijft ongewijzigd. We hebben ons in alle gevallen aan de wettelijke termijnen te houden. De grotere opgaven vragen nu en straks een langere voorbereiding (vaak gekoppeld aan een uitgebreide procedure met meer voorbereidingstijd). De uiteindelijke besluitvorming over de onafhankelijke toetsingscommissie moet voor wat betreft de monumenten gerealiseerd zijn voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet en om die reden zal een voorstel voor een nieuwe WGR Hus en Hiem aan u worden voorgelegd in dit najaar. De mogelijke verdere verbreding kan ook na de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden gerealiseerd.

Advisering t.a.v. de scenario’s  Met betrekking tot het onderwerp organisatie ruimtelijke kwaliteit/welstand te kiezen voor scenario 4. Dit scenario biedt veel mogelijkheden en er kan daadwerkelijk maatwerk worden geleverd, zelf op elk individueel plan: dit maakt dat er, waar dat nodig is, ruimte is voor een dialoog aan de voorkant van het proces, en waar dit niet of minder nodig is snel en efficiënt getoetst kan worden. Een en ander is passend in de “geest” van de Omgevingswet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=55f2caf4-cd63-4837-a6a7-4d30b93b00d2