CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen Ruimtelijke onderbouwing voor de bouw van 9 appartementen aan de Seerp van Galemawei te Mantgum

Besluitvorming (raad) 12 oktober 2022, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Ontwerp verklaring van geen bedenkingen (vvgb) voor de bouw van 9 appartementen aan de Seerp van Galemawei in Mantgum19.609 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Analyserapport

WSP Nederland BV Ettie Zijlstra Postbus 422 8901 BE LEEUWARDEN

Uw projectnaam Uw projectnummer SYNLAB rapportnummer Rapport-verificatienummer

Blad 1 van 5

: Seerp van Galemawei Mantgum : SOL015061 : 13383329, versienummer: 1. : Q8NPEPDD

Rotterdam, 12-01-2021

Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project SOL015061. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters zoals deze door SYNLAB ontvangen zijn. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport. SYNLAB is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever. Het onderzoek is uitgevoerd door SYNLAB Analytics & Services B.V., gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden of het SYNLAB laboratorium in Frankrijk (99-101 Avenue Louis Roche, Gennevilliers) is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 5 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Voor meer informatie, omtrent bijvoorbeeld meetonzekerheid of gebruikte analysemethoden, kunt u contact opnemen met de afdeling Customer Support. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,

Jaap-Willem Hutter Technical Director

SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028

AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286

WSP Nederland BV Ettie Zijlstra Projectnaam Projectnummer Rapportnummer

Blad 2 van 5

Analyserapport Seerp van Galemawei Mantgum

Orderdatum 11-01-2021 Startdatum 11-01-2021 Rapportagedatum 12-01-2021

SOL015061 13383329

- 1

Nummer

Monstersoort

Monsterspecificatie

001

Grondwater (AS3000)

R2-1-1 R2

Analyse

Eenheid

Q

METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

S S S S S S S S S

20 <0.20 <2 <2.0 <0.05 <2.0 <2 4.1 <10

VLUCHTIGE AROMATEN benzeen tolueen ethylbenzeen o-xyleen p- en m-xyleen xylenen (0.7 factor) styreen naftaleen

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

S S S S S S S S

<0.2 1.6 0.41 0.77 1.5 1) 2.27 <0.2 0.50

GEHALOGENEERDE KOOLWATERSTOFFEN 1,1-dichloorethaan µg/l S 1,2-dichloorethaan µg/l S 1,1-dichlooretheen µg/l S cis-1,2-dichlooretheen µg/l S trans-1,2-dichlooretheen µg/l S som (cis,trans) 1,2µg/l S dichloorethenen (0.7 factor) dichloormethaan µg/l S 1,1-dichloorpropaan µg/l S 1,2-dichloorpropaan µg/l S 1,3-dichloorpropaan µg/l S som dichloorpropanen (0.7 µg/l S factor) tetrachlooretheen µg/l S tetrachloormethaan µg/l S 1,1,1-trichloorethaan µg/l S 1,1,2-trichloorethaan µg/l S trichlooretheen µg/l S chloroform µg/l S vinylchloride µg/l S tribroommethaan µg/l S MINERALE OLIE fractie C10-C12

µg/l

001

<0.2 <0.2 <0.1 <0.1 <0.1 1) 0.14 <0.2 <0.2 <0.2 <0.2 1) 0.42 <0.1 <0.1 <0.1 <0.1 <0.2 <0.2 <0.2 <0.2

<25

De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.

Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028

AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286

WSP Nederland BV Ettie Zijlstra Projectnaam Projectnummer Rapportnummer

Blad 3 van 5

Analyserapport Seerp van Galemawei Mantgum

Orderdatum 11-01-2021 Startdatum 11-01-2021 Rapportagedatum 12-01-2021

SOL015061 13383329

- 1

Nummer

Monstersoort

Monsterspecificatie

001

Grondwater (AS3000)

R2-1-1 R2

Analyse

Eenheid

fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40

µg/l µg/l µg/l µg/l

Q

S

001 <25 <25 <25 <50

De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.

Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028

AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286

WSP Nederland BV Ettie Zijlstra Projectnaam Projectnummer Rapportnummer

Blad 4 van 5

Analyserapport Seerp van Galemawei Mantgum SOL015061 13383329

- 1

Orderdatum 11-01-2021 Startdatum 11-01-2021 Rapportagedatum 12-01-2021

Monster beschrijvingen

001

*

De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.

Voetnoten 1

De sommatie na verrekening van de 0.7 factor voor <-waarden volgens BoToVa.

Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028

AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286

WSP Nederland BV Ettie Zijlstra Projectnaam Projectnummer Rapportnummer

Blad 5 van 5

Analyserapport Seerp van Galemawei Mantgum

Orderdatum 11-01-2021 Startdatum 11-01-2021 Rapportagedatum 12-01-2021

SOL015061 13383329

- 1

Analyse

Monstersoort

Relatie tot norm

barium

Grondwater (AS3000)

cadmium

Grondwater (AS3000)

kobalt

Grondwater (AS3000)

koper

Grondwater (AS3000)

kwik

Grondwater (AS3000)

lood

Grondwater (AS3000)

molybdeen

Grondwater (AS3000)

nikkel

Grondwater (AS3000)

zink

Grondwater (AS3000)

benzeen

Grondwater (AS3000)

tolueen

Grondwater (AS3000)

ethylbenzeen

Grondwater (AS3000)

o-xyleen

Grondwater (AS3000)

p- en m-xyleen

Grondwater (AS3000)

xylenen (0.7 factor)

Grondwater (AS3000)

styreen

Grondwater (AS3000)

naftaleen

Grondwater (AS3000)

1,1-dichloorethaan

Grondwater (AS3000)

1,2-dichloorethaan

Grondwater (AS3000)

1,1-dichlooretheen

Grondwater (AS3000)

cis-1,2-dichlooretheen

Grondwater (AS3000)

trans-1,2-dichlooretheen

Grondwater (AS3000)

som (cis,trans) 1,2dichloorethenen (0.7 factor) dichloormethaan

Grondwater (AS3000)

Conform AS3110-3 en conform NEN-EN-ISO 17294-2 Idem Idem Idem Conform AS3110-3 en conform NEN-EN-ISO 17852 Conform AS3110-3 en conform NEN-EN-ISO 17294-2 Idem Idem Idem Conform AS3130-1 Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem

1,1-dichloorpropaan

Grondwater (AS3000)

1,2-dichloorpropaan

Grondwater (AS3000)

1,3-dichloorpropaan

Grondwater (AS3000)

som dichloorpropanen (0.7 factor)

Grondwater (AS3000)

tetrachlooretheen

Grondwater (AS3000)

tetrachloormethaan

Grondwater (AS3000)

1,1,1-trichloorethaan

Grondwater (AS3000)

1,1,2-trichloorethaan

Grondwater (AS3000)

trichlooretheen

Grondwater (AS3000)

chloroform

Grondwater (AS3000)

vinylchloride

Grondwater (AS3000)

tribroommethaan

Grondwater (AS3000)

totaal olie C10 - C40

Grondwater (AS3000)

Grondwater (AS3000)

Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Conform AS3110-5

Monster

Barcode

Aanlevering

Monstername

Verpakking

001 001

B1874368 G6892296

11-01-2021 11-01-2021

11-01-2021 11-01-2021

ALC204 ALC236

Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028

AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286

BIJLAGE

5

GETOETSTE ANALYSERESULTATEN EN TOETSINGSWAARDEN

Toetsing volgens BoToVa, module T.12-Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb (Toetsversie 3.0.0, toetskader WBB, SIKB versie 13.3.0, toetsingsdatum: 18-01-2021 - 08:47)

Projectcode Projectnaam Monsteromschrijving Monstersoort Monster conclusie

SOL01561 SOL01561 Seerp van Galemawei Mantgum Seerp van Galemawei Mantgum Raai 1 Raai 2 Grond (AS3000) Grond (AS3000) Voldoet aan Achtergrondwaarde Overschrijding Achtergrondwaarde

Analyse

Eenheid SR

monster voorbehandeling droge stof gewicht artefacten aard van de artefacten organische stof (gloeiverlies)

% g %

KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem)

% vd DS

METALEN barium+ cadmium kobalt koper kwik° lood molybdeen nikkel zink

mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg

BT

BC

SR

BC

5,8

11

11

19

19

31 <0,2 5,2 12 0,14 50 <0,5 15 62

56,5 0,184 9,21 17,2 0,171 63,6 0,35 25 94,7

-<=AW <=AW <=AW WO WO <=AW <=AW <=AW

62 0,31 16 9,7 <0,05 27 4,4 36 78

76,9 0,393 19,7 12,1 0,0389 31,4 4,4 43,4 96,5

-<=AW WO <=AW <=AW <=AW WO IN <=AW

POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen mg/kg <0,01 fenantreen mg/kg 0,05 antraceen mg/kg 0,02 fluoranteen mg/kg 0,19 benzo(a)antraceen mg/kg 0,12 chryseen mg/kg 0,09 benzo(k)fluoranteen mg/kg 0,07 benzo(a)pyreen mg/kg 0,12 benzo(ghi)peryleen mg/kg 0,09 indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg 0,09 pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) mg/kg 0,847

0,007 0,05 0,02 0,19 0,12 0,09 0,07 0,12 0,09 0,09 0,847

<=AW

<0,01 0,02 <0,01 0,08 0,06 0,05 0,04 0,07 0,06 0,06 0,454

0,007 0,02 0,007 0,08 0,06 0,05 0,04 0,07 0,06 0,06 0,454

<=AW

POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180 som PCB (7) (0.7 factor)

ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg

<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 4,9

1,21 1,21 1,21 1,21 1,21 1,21 1,21 8,45

<=AW

<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 4,9

1,71 1,71 1,71 1,71 1,71 1,71 1,71 12

<=AW

MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40

mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg

<5 9 10 12 30

6,03 15,5 17,2 20,7 51,7

----<=AW

<5 <5 6 7 <20

8,54 8,54 14,6 17,1 34,1

----<=AW

Monsteromschrijving Raai 1 R1,R2,R3 Raai 2 R4,R5,R6

-

BT

Ja 70,0 <1 Geen 4,1

Monstercode 13380213-001 13380213-002

Ja 76,8 <1 Geen 5,8

76,8

70 4,1

Verklaring kolommen SR Resultaat op het analyserapport BT Berekend toetsresultaat (omgerekend naar standaard bodem). Bij organische stof en lutum staan de voor de toetsing gebruikte waarden. BC Toetsoordeel Verklaring toetsingsoordelen Geen toetsoordeel mogelijk -Heeft geen normwaarde, zorgplicht van toepassing --Interventiewaarde ontbreekt, zorgplicht van toepassing # Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat + De normen voor barium zijn ingetrokken. Indien er sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte door het bevoegd gezag worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium van 625 mg/kg d.s (waterbodem) en de interventiewaarde voor landbodem van 920 mg/kg (landbodem). ° Er staan twee interventie waardes beschreven voor kwik in grond in de circulaire bodemsanering (per 1 juli 2013); 4 mg/kg d.s. voor organisch kwik en 36 mg/kg d.s. voor anorganisch kwik. Het analyse resultaat is het gehalte aan kwik. Er kan daarin geen verder onderscheid worden gemaakt tussen de twee soorten. Voor deze toetsing wordt de eis van 36 mg/kg d.s. gehanteerd.

<=AW Kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde WO Wonen IN Industrie ,zp Interventiewaarde ontbreekt, zorgplicht van toepassing >I Groter dan interventiewaarde >(ind)I INEV (Indicatieve interventiewaarde) wordt overschreden somIW>1 Interventiewaarde wordt overschreden door som fractie interventiewaarde > 1 (interventie factor) ^ Enkele parameters ontbreken in de som >IND Groter dan industrie Kleur informatie Rood > Interventiewaarde Roze > Industrie Blauw >= Achtergrond waarde

Toetsing volgens BoToVa, module T.12-Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb (Toetsversie 3.0.0, toetskader WBB, SIKB versie 13.3.0, toetsingsdatum: 18-01-2021 - 08:47)

Projectcode Projectnaam Monsteromschrijving Monstersoort Monster conclusie

SOL01561 SOL01561 Seerp van Galemawei Mantgum Seerp van Galemawei Mantgum Raai 1 Raai 2 Grond (AS3000) Grond (AS3000) Voldoet aan Achtergrondwaarde Overschrijding Achtergrondwaarde

Analyse

Eenheid SR

monster voorbehandeling droge stof gewicht artefacten aard van de artefacten organische stof (gloeiverlies)

% g %

KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem)

% vd DS

METALEN barium+ cadmium kobalt koper kwik° lood molybdeen nikkel zink

mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg

BT

BC

SR

BC

5,8

11

11

19

19

31 <0,2 5,2 12 0,14 50 <0,5 15 62

56,5 0,184 9,21 17,2 0,171 63,6 0,35 25 94,7

-<=AW <=AW <=AW WO WO <=AW <=AW <=AW

62 0,31 16 9,7 <0,05 27 4,4 36 78

76,9 0,393 19,7 12,1 0,0389 31,4 4,4 43,4 96,5

-<=AW WO <=AW <=AW <=AW WO IN <=AW

POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen mg/kg <0,01 fenantreen mg/kg 0,05 antraceen mg/kg 0,02 fluoranteen mg/kg 0,19 benzo(a)antraceen mg/kg 0,12 chryseen mg/kg 0,09 benzo(k)fluoranteen mg/kg 0,07 benzo(a)pyreen mg/kg 0,12 benzo(ghi)peryleen mg/kg 0,09 indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg 0,09 pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) mg/kg 0,847

0,007 0,05 0,02 0,19 0,12 0,09 0,07 0,12 0,09 0,09 0,847

<=AW

<0,01 0,02 <0,01 0,08 0,06 0,05 0,04 0,07 0,06 0,06 0,454

0,007 0,02 0,007 0,08 0,06 0,05 0,04 0,07 0,06 0,06 0,454

<=AW

POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180 som PCB (7) (0.7 factor)

ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg

<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 4,9

1,21 1,21 1,21 1,21 1,21 1,21 1,21 8,45

<=AW

<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 4,9

1,71 1,71 1,71 1,71 1,71 1,71 1,71 12

<=AW

MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40

mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg

<5 9 10 12 30

6,03 15,5 17,2 20,7 51,7

----<=AW

<5 <5 6 7 <20

8,54 8,54 14,6 17,1 34,1

----<=AW

Monsteromschrijving Raai 1 R1,R2,R3 Raai 2 R4,R5,R6

-

BT

Ja 70,0 <1 Geen 4,1

Monstercode 13380213-001 13380213-002

Ja 76,8 <1 Geen 5,8

76,8

70 4,1

Verklaring kolommen SR Resultaat op het analyserapport BT Berekend toetsresultaat (omgerekend naar standaard bodem). Bij organische stof en lutum staan de voor de toetsing gebruikte waarden. BC Toetsoordeel Verklaring toetsingsoordelen Geen toetsoordeel mogelijk -Heeft geen normwaarde, zorgplicht van toepassing --Interventiewaarde ontbreekt, zorgplicht van toepassing # Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat + De normen voor barium zijn ingetrokken. Indien er sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte door het bevoegd gezag worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium van 625 mg/kg d.s (waterbodem) en de interventiewaarde voor landbodem van 920 mg/kg (landbodem). ° Er staan twee interventie waardes beschreven voor kwik in grond in de circulaire bodemsanering (per 1 juli 2013); 4 mg/kg d.s. voor organisch kwik en 36 mg/kg d.s. voor anorganisch kwik. Het analyse resultaat is het gehalte aan kwik. Er kan daarin geen verder onderscheid worden gemaakt tussen de twee soorten. Voor deze toetsing wordt de eis van 36 mg/kg d.s. gehanteerd.

<=AW Kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde WO Wonen IN Industrie ,zp Interventiewaarde ontbreekt, zorgplicht van toepassing >I Groter dan interventiewaarde >(ind)I INEV (Indicatieve interventiewaarde) wordt overschreden somIW>1 Interventiewaarde wordt overschreden door som fractie interventiewaarde > 1 (interventie factor) ^ Enkele parameters ontbreken in de som >IND Groter dan industrie Kleur informatie Rood > Interventiewaarde Roze > Industrie Blauw >= Achtergrond waarde

Toetsing volgens BoToVa, module T.13-Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb (Toetsversie 2.0.0, toetskader WBB, SIKB versie 13.3.0, toetsingsdatum: 18-01-2021 - 08:48)

Projectcode Projectnaam Monsteromschrijving Monstersoort Monster conclusie

SOL015061 Seerp van Galemawei Mantgum R2-1-1 Grondwater (AS3000) Overschrijding Streefwaarde

Analyse

Eenheid SR

METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink

ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l

20 <0,20 <2 <2,0 <0,05 <2,0 <2 4,1 <10

20 0,14 1,4 1,4 0,035 1,4 1,4 4,1 7

<=S <=S <=S <=S <=S <=S <=S <=S <=S

VLUCHTIGE AROMATEN benzeen tolueen ethylbenzeen o-xyleen p- en m-xyleen xylenen (0.7 factor) styreen naftaleen

ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l

<0,2 1,6 0,41 0,77 1,5 2,27 <0,2 0,50

0,14 1,6 0,41 0,77 1,5 2,27 0,14 0,5

<=S <=S <=S >S <=S >S

GEHALOGENEERDE KOOLWATERSTOFFEN 1,1-dichloorethaan ug/l 1,2-dichloorethaan ug/l 1,1-dichlooretheen ug/l cis-1,2-dichlooretheen ug/l trans-1,2-dichlooretheen ug/l som (cis,trans) 1,2- dichloorethenen (0.7 factor) ug/l dichloormethaan ug/l 1,1-dichloorpropaan ug/l 1,2-dichloorpropaan ug/l 1,3-dichloorpropaan ug/l som dichloorpropanen (0.7 factor) ug/l tetrachlooretheen ug/l tetrachloormethaan ug/l 1,1,1-trichloorethaan ug/l 1,1,2-trichloorethaan ug/l trichlooretheen ug/l chloroform ug/l vinylchloride ug/l tribroommethaan ug/l

<0,2 <0,2 <0,1 <0,1 <0,1 0,14 <0,2 <0,2 <0,2 <0,2 0,42 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,2 <0,2 <0,2 <0,2

0,14 0,14 0,07 0,07 0,07 0,14 0,14 0,14 0,14 0,14 0,42 0,07 0,07 0,07 0,07 0,14 0,14 0,14 0,14

<=S <=S <=S <=S <=S <=S <=S <=S <=S <=S <=S <=S <=S ---

MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40

<25 <25 <25 <25 <50

17,5 17,5 17,5 17,5 35

----<=S

ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l

ADDITIONELE TOETSPARAMETERS 13383329-001 som 16 aromatische oplosmiddelen (Bbk, 1-1-2008) som 10 polyaromatische koolwaterstoffen (VROM)

Monstercode 13383329-001

Monsteromschrijving R2-1-1 R2

BT

BC

Eenheid BT

BC

ug/l 4.56 ^-DIMSLS 0.00714

Verklaring kolommen SR Resultaat op het analyserapport BT Berekend toetsresultaat (omgerekend naar standaard bodem). Bij organische stof en lutum staan de voor de toetsing gebruikte waarden. BC Toetsoordeel Verklaring toetsingsoordelen Geen toetsoordeel mogelijk -Heeft geen normwaarde, zorgplicht van toepassing --Streefwaarde ontbreekt, zorgplicht van toepassing # Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat <=AW Kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde <=S Kleiner dan of gelijk aan de streefwaarde >S Groter dan de streefwaarde >I Groter dan interventiewaarde >(ind)I INEV (Indicatieve interventiewaarde) wordt overschreden ^ Enkele parameters ontbreken in de som Kleur informatie Rood > Interventiewaarde Blauw > streefwaarde

BIJLAGE

6

FOTO’S

Foto 1: Slootdemping

Watergang aan de oostzijde; gedempt ter plaatse van de onderzoekslocatie

Bijlage 4:

Watertoets

Ruimtelijke onderbouwing voor de bouw van 9 appartementen aan de Seerp van Galemawei te Mantgum ontwerp d.d. 24-08-2022

Aanvraagformulier Aanvraag ingediend op 22-12-2021

Normale procedure met advies in Wetterskip Fryslan ALGEMENE INFORMATIE e-mail: aanvraagnummer: 00002942 naam aanvraag: Normale procedure met advies bevoegd gezag: Wetters kip Frys lan

OP BASIS VAN ONDERSTAANDE LOCATIE

22-12-2021, 10:11

P agina 1 van 7

Aanvraagformulier

Aanvraagformulier VRAGEN EN ANTWOORDEN UIT DE AANVRAAG 1.

Wat is uw naam?

2.

Wat is uw emailadres ?

3.

Wat is uw telefoonnummer?

4.

Doet u een aanvraag namens uzelf? Ja

5.

In welke gemeente ligt het plan? Leeuwarden

6.

Is er contact gewees t met de gemeente? Ja

7.

Geef hier de naam van de contactpers oon van de gemeente.

8.

Wat is het emailadres van de contactpers oon?

9.

Neemt het verhard oppervlak in het s tedelijk gebied toe? Nee

10.

Neemt het verhard oppervlak in landelijk gebied toe? Nee

11.

Wat voor compens erende maatregelen worden er in het plan genomen bij een toename verharding en/of demping oppervlaktewater? Er komt geen toename van verharding dus is compens atie niet nodig. Wel wordt de (s chouw-)s loot op de naas tgelegen percelen doorgetrokken in het plangebied. Hierdoor onts taat extra waterbergings capaciteit.

12.

Geef aan wat er wordt uitgevoerd in het oppervlaktewater keuzes : Graven

13.

Wordt er tijdelijk of permanent grondwater onttrokken? Nee

22-12-2021, 10:11

P agina 2 van 7

Aanvraagformulier

Aanvraagformulier 14.

Voeg een overzichts tekening toe van het plan bes tands naam: 20210928 Situaties chets .pdf

15.

Oms chrijving van het plan Bouw van twee appartementencomplexen op een perceel dat nu parkeerterrein is .

16.

Straat en nummer van het plan hoek Seerp van Galemawei/ Swannedrift

17.

Pos tcode en plaats van het plan Mantgum

18.

Kadas traal adres JWD00G01740 en JWD00G00928

19.

Oppervlak van het plangebied in m2 3200

20.

Tekening met de nieuwe s ituatie en/of compens erende maatregelen toename verharding/demping oppervlaktewater. Maximale bes tands grootte te uploaden is 20 MB. bes tands naam: 20210928 Situaties chets .pdf

21.

Heeft u aanvullende opmerkingen? Nee

22-12-2021, 10:11

P agina 3 van 7

Aanvraagformulier

Aanvraagformulier OP BASIS VAN DE GEGEVEN ANTWOORDEN IN DE CHECK IS ONDERSTAANDE NODIG: 1.

Normale procedure

2.

Advies dempen en graven van oppervlaktewater

DETAILS 1.

Normale procedure Voor je plan moet je de normale procedure met advies volgen. We verzoeken je het plan kenbaar te maken bij Wetters kip Frys lân via de knop ‘Direct aanvragen’.

Wat moet ik doen? Wij vragen je om het plan bij ons in te dienen. Dit kun je doen via de knop ‘Direct aanvragen’ in het overzicht, in te loggen en hiermee de procedure af te ronden. Uit de door jou ingevulde gegevens blijkt dat je plan grote invloed heeft op het water of de wateras pecten (zoals dijken, gemalen, s tuwen of pers leidingen) in de omgeving. Onder ‘details ’ van de s amenvatting aanvraag s taat aangegeven waar je per onderdeel rekening mee moet houden. Dit moet je verwerken in je ruimtelijk plan of bes luit. We nemen contact met je op wanneer er nog een aanvulling nodig is op dit wateradvies . Daarnaas t moet je in je plan een onderdeel opnemen over de ‘toename verharding’. Kijk bij ‘Achtergrondinformatie’ wat wij van je verwachten.

Waar moet ik op letten? Voor s ommige werkzaamheden heb je een watervergunning nodig. Bijvoorbeeld als je een s loot wilt dempen, afvalwater wilt lozen op oppervlaktewater of grondwater wilt onttrekken. Soms is het doen van een melding voldoende. Via Omgevings loket online www.omgevings loket.nl kun je nagaan of je een watervergunning nodig hebt of een melding moet doen (vergunningcheck). Je kunt hier ook meteen de vergunning aanvragen of de melding doen.

Achtergrondinformatie Watertoets 22-12-2021, 10:11

P agina 4 van 7

Aanvraagformulier

Aanvraagformulier De watertoets zorgt ervoor dat in alle ruimtelijke plannen aandacht wordt bes teed aan veiligheid, kwaliteit én kwantiteit van water. Als richtlijn bij het beoordelen van ruimtelijke plannen werken we met de Leidraad Watertoets . Hierin s taat voor alle wateras pecten uitgangs punten oms chreven waar je rekening mee moet houden. Ook is er informatie te vinden over de te nemen maatregelen. Je kunt de leidraad vinden via deze link: www.wetters kipfrys lan.nl/vergunningen-wetten-enregels /online-watertoets -voor-nieuwe-plannen

Toename verharding Wij willen je verzoeken om in de waterparagraaf de volgende pas s age op te nemen over het onderdeel toename verharding. Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een vers nelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze vers nelde afvoer te compens eren om de waterberging in een gebied in s tand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel pas t binnen het bes temmings plan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompens eerd is . Het is niet toeges taan zonder watervergunning neers lag vers neld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in s tedelijk gebied en 1500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijs telling van de vergunnings plicht wanneer wordt voldaan aan de compens atieregels genoemd in dit wateradvies . De mees t voorkomende manier van compens eren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater hanteren wij de volgende compens atienorm: Boezem 5%, dit heeft alleen betrekking op de Fries e boezem; Polder 10%, Vrij afs tromend, alternatieve maatregelen. Uiteraard is het toepas s en van alternatieve maatregelen in het plan ook mogelijk. Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden dan hier vermeld.

Z ie de ‘Leidraad watertoets ’ voor meer informatie over compens erende maatregelen of neem contact op met ons . Indien er niet wordt gecompens eerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij bovens taande percentages worden gehanteerd of indien er geen overeens temming plaats vindt in de watertoets procedure over alternatieve maatregelen dan dient een watervergunning bij het waters chap te worden gevraagd. Bekijk ook de ‘Leidraad Watertoets ’ voor meer informatie over maatregelen die je kunt treffen om te compens eren. Als je niet compens eert dan moet je een watervergunning aanvragen voor het s nel afvoeren van regenwater.

Klimaat Om ook in de toekoms t prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten s teden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekoms t. Z o is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bes tand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overs troming. Meer informatie hierover kun je vinden op ‘De Fries e klimaatatlas ’: www.fries eklimaatatlas .nl

22-12-2021, 10:11

P agina 5 van 7

Aanvraagformulier

Aanvraagformulier Privacyverklaring Nadere informatie over de verwerking van je gegevens en je rechten vind je op https ://www.wetters kipfrys lan.nl/over-de-s ite/privacyverklaring

22-12-2021, 10:11

P agina 6 van 7

Aanvraagformulier

Aanvraagformulier

2.

Advies dempen en graven van oppervlaktewater Je gaat oppervlakte dempen of graven.

Wat moet ik doen? We verzoeken je om na te gaan via de vergunningchecker of je een vergunning moet aanvragen, een melding moet doen of zo aan de s lag mag. Daarnaas t kunt je checken welke gemeentelijke regels gelden

Waar moet ik op letten? Voor het dempen van oppervlaktewater is het beleid van Wetters kip Frys lân dat dit voor 100% gecompens eerd moet worden in hetzelfde peilgebied.

Achtergrondinformatie Meer informatie hierover kun je vinden in de Leidraad Watertoets (onder andere paragraaf 4.3.5) https ://www.wetters kipfrys lan.nl/documenten/vergunningen-wettenen-regels /leidraad-watertoets _2013.pdf en op onze s ite: https ://www.wetters kipfrys lan.nl/vergunningen-wetten-en-regels /vergunning-checkmeteen-of-maak-een-afs praak

22-12-2021, 10:11

P agina 7 van 7

Aanvraagformulier

Van: Verzonden: Aan: CC: Onderwerp:

vrijdag 11 maart 2022 08:30

FW: Watertoets appartementen Seerp van Galemawei in Mantgum

LET OP: Dit bericht is afkomstig van buiten de organisatie. Klik niet op links of bijlagen tenzij u de afzender en de inhoud van het bericht vertrouwt.

Goedemorgen, Ik ben het even nagegaan bij mijn collega’s. Voor klimaat adaptief bouwen houden wij het maatgevend boezempeil aan, dat is de gemiddelde berekening van het boezempeil op die locatie. Voor Mantgum is dit 0,00m NAP. Daarnaast verwijzen we in onze watertoets wel door naar de Friese Klimaatatlas: Map Series (arcgis.com) Hierin staat onder overstroming aangegeven hoe hoog het water zou kunnen komen als de keringen falen. Met vriendelijke groet,

Wetterskip Fryslân Postbus 36, 8900 AA Leeuwarden www.wetterskipfryslan.nl denk aan het milieu voordat u dit bericht print

Van: Verzonden: donderdag 10 maart 2022 13:35 Aan: Onderwerp: RE: Watertoets appartementen Seerp van Galemawei in Mantgum

Deze opmerking van de provincie is ook nieuw voor mij. Bij bebouwing dat in het boezempeil ligt kijken wij altijd mee met de aanleghoogte. De boezem kan fluctueren en kan door veel regenval en wind hoger komen dan ons streefpeil van -0,52. Wij gaan er in onze adviezen (terecht of onterecht) nog niet vanuit dat de boezemkering of primaire kering faalt. Maar ik leg dit intern neer en kom er zo snel mogelijk op terug. Groeten,

Van: Verzonden: maandag 7 maart 2022 14:13 1

Aan: Onderwerp: RE: Watertoets appartementen Seerp van Galemawei in Mantgum

Zowel de aanvrager als de gemeente vinden het een goed idee om de nieuwe watergang via een duiker onder de Swannedrift te verbinden met de watergang ten westen daarvan. Tijdens de uitvoering van de grondwerkzaamheden (waaronder het graven van de sloot op het perceel) zal dit worden meegenomen. Aan de aanvrager is al aangegeven dat hij een melding zal moeten doen bij het Wetterskip voor het aanbrengen van extra oppervlakte water. Daarnaast heb ik nog even een vraag. We kregen van de provincie een reactie op het plan waarin ze aangaven dat we moeten beschrijven op welke wijze rekening is gehouden met het principe van water-robuust bouwen (zie in blauw hieronder de opmerking van de provincie). “.. In de Omgevingsvisie De Romte Diele is het water-robuust inrichten van Fryslán als doelstelling benoemd. Onder water-robuust bouwen wordt verstaan het voldoende hoog en/of adaptief bouwen, zodat bij calamiteiten de schade van een overstroming beperkt blijft. Bij water-robuust bouwen gaat het vooral om een juiste aanleghoogte van bebouwing, zodat bij falen van boezemkeringen schade zoveel mogelijk voorkomen wordt. Uitgangspunt is dat bij het falen van de primaire waterkering, de eerste verdieping van nieuw te bouwen woningen droog blijft. Bij de inpassing is het verder van belang om insluiting van een eerder aangelegde bebouwing te voorkomen.

Ik adviseer u om in de toelichting te beschrijven op welke wijze rekening is gehouden met het principe van waterrobuust bouwen ..“ Dit is voor het eerst dat ik zo’n soort opmerking krijg van de provincie, dus ik zit nog even te zoeken wat dit betekent voor het plan en wat ik daarover moet opschrijven. Mijn (simpele) redenatie is dat als een primaire waterkering doorbreekt, het water dat het land overstroomt in principe even hoog komt te staan als het water in de Noord-/Waddenzee. Het peil van de Noordzee is in 0 meter NAP. Is mijn conclusie dan juist dat alles wat boven NAP wordt gebouwd in ieder geval aan dat principe voldoet en ‘droge voeten’ houdt? Wanneer je er vanuit gaat dat een bouwlaag ongeveer 3 meter is, dan zou alles wat hoger wordt gebouwd dan -3,00 meter NAP dus ook voldoen aan het principe van water-robuust bouwen. Of is dit te simpel geredeneerd? Met vriendelijke groet,

Gemeente Leeuwarden Oldehoofsterkerkhof 2 Postbus 21000, 8900 JA LEEUWARDEN T 14 058 | www.leeuwarden.nl | Twitter | Facebook Aanwezig: maandag t/m donderdag

Van: Verzonden: vrijdag 21 januari 2022 09:15 Aan: Onderwerp: RE: Aanvraag Watertoets LET OP: Dit bericht is afkomstig van buiten de organisatie. Klik niet op links of bijlagen tenzij u de afzender en de inhoud van het bericht vertrouwt. 2

Ik heb de watertoets bekeken. Waar rekening mee gehouden moet worden is dat er een melding moet worden gedaan voor het aanbrengen van extra oppervlakte water. Dit wordt, zoals zelf al aangegeven, een verlening van de schouwsloot. Hiervoor moet er rekening gehouden worden met het onderhouden vanaf de weg. Ik heb het plan ook even met de waterbeheerder besproken. Als hier toch een watergang bij komt dan zou het heel mooi zijn als er ook een duiker onder de Swannedrift wordt doorgelegd om het water met elkaar te verbinden. Dit zorgt voor meer doorstroom en een betere waterkwaliteit. Daarnaast wordt het opmalingsgemaal hiermee ontlast. Is het een mogelijkheid dat dit meegenomen wordt in dit project? Met vriendelijke groet,

Wetterskip Fryslân Postbus 36, 8900 AA Leeuwarden www.wetterskipfryslan.nl denk aan het milieu voordat u dit bericht print

Van: Verzonden: maandag 17 januari 2022 10:37 Aan: Onderwerp: RE: Aanvraag Watertoets

>

Dan wacht ik dat af Met vriendelijke groet,

Gemeente Leeuwarden Oldehoofsterkerkhof 2 Postbus 21000, 8900 JA LEEUWARDEN T 14 058 | www.leeuwarden.nl | Twitter | Facebook Aanwezig: maandag t/m donderdag

Van: Verzonden: maandag 17 januari 2022 10:32 Aan: Onderwerp: RE: Aanvraag Watertoets 3

Bijlage 5:

Ecologische quickscan

Ruimtelijke onderbouwing voor de bouw van 9 appartementen aan de Seerp van Galemawei te Mantgum ontwerp d.d. 24-08-2022

Mantgum, Seerp van Galemawei QuickScan

JM ecologie b.v., 2022

QuickScan Mantgum, Seerp van Galemawei Ecologische beoordeling in het kader van de Wet Natuurbescherming Rapportnummer R21.257 Status 1.0 (definitief) Datum 11-01-2022 Opdrachtgever Bouwbedrijf Klaversma Skillaerderdyk 15 9022AV Mantgum Auteur

Controle

Voorpagina Overzicht plangebied Te citeren als Kooijman, S., 2022. QuickScan Mantgum, Seerp van Galemawei; Ecologische beoordeling in het kader van de Wet Natuurbescherming. Rapport R21.257 JM ecologie b.v., Gorredijk.

JM ecologie b.v. Leitswei 12 8401 CL Gorredijk

Copyright © 2022 JM ecologie b.v.

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.

Inhoud Inleiding .............................................................................................................................................................. 2 1.1 Aanleiding ........................................................................................................................................................... 2 1.2 Globale ligging .................................................................................................................................................... 2 1.3 Structuur natuurwetgeving in Nederland ........................................................................................................... 2 1.4 Scope van de QuickScan ..................................................................................................................................... 4 1.5 Werkwijze ........................................................................................................................................................... 4 Beschrijving locatie en ingreep ........................................................................................................................... 6 2.1 Locatie .................................................................................................................................................................

6 2.2 Ingreep ................................................................................................................................................................ 7 Resultaten veldbezoek en bureaustudie ............................................................................................................. 9 3.1 Vogels.................................................................................................................................................................. 9 3.2 Vleermuizen ...................................................................................................................................................... 10 3.3 Overige zoogdieren ........................................................................................................................................... 11 3.4 Overige fauna .................................................................................................................................................... 11 3.5 Vaatplanten ......................................................................................................................................................

11 Effecten en gevolgen ..........................................................................................................................................12 4.1 Overzicht beschermde soorten......................................................................................................................... 12 4.2 Effecten op de in het plangebied (mogelijk) aanwezige flora en fauna ........................................................... 12 Mitigerende maatregelen ..................................................................................................................................14 5.1 Algemene broedvogels; mitigatie ..................................................................................................................... 14 5.2 Vleermuizen; mitigatie ...................................................................................................................................... 15 Conclusie............................................................................................................................................................16 Geraadpleegde bronnen ............................................................................................................................................17

Bouwbedrijf Klaversma QuickScan Mantgum, Seerp van Galemawei

Inleiding 1.1

Aanleiding In opdracht van Bouwbedrijf Klaversma heeft ecologisch adviesbureau JM ecologie b.v. een QuickScan uitgevoerd aan de Seerp van Galemawei in Mantgum, gemeente Leeuwarden, provincie Friesland. De opdrachtgever is voornemens de huidige parkeerplaats te slopen en hiervoor twee appartementencomplexen te realiseren.

1.2

Globale ligging Het plangebied is gelegen in Mantgum, ten noordoosten van Sneek en ten zuidwesten van Leeuwarden. De brede omgeving van het plangebied bestaat uit woonhuizen en agrarisch gebied. De globale ligging van het plangebied is weergegeven in afbeelding 1.1.

Afbeelding 1.1. Globale ligging van het plangebied (rode stip) (Bron achtergrond: Esri).

1.3

Structuur natuurwetgeving in Nederland De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, de bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. Naast bescherming vanuit de Wet natuurbescherming, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Dit betreft het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen) en niet via de natuurwetgeving. Na de decentralisatie (2017) zijn enkele provincies andere namen gaan voeren voor de NNN.

Datum: 11 januari 2022 Rapport: R21.257, versie 1.0

blad 2 van 17

Bouwbedrijf Klaversma QuickScan Mantgum, Seerp van Galemawei

Decentralisatie Het bevoegd gezag is gedecentraliseerd naar de provincies. Het Rijk behoud echter het bevoegd gezag en de verantwoordelijkheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen voor handelingen en projecten in gebruik, beheer of aanleg door het rijk, zoals bijvoorbeeld hoofdwegen, spoorwegen, hoofdvaarwegen, waterkeringen, militaire terreinen, gastransportnet, hoogspanningsleidingen, delfstoffen, kustlijn, bepaalde visserij en bijvoorbeeld activiteiten Koninklijk Huis. Soortbescherming In de Wet natuurbescherming is soortbescherming opgedeeld in categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wet natuurbescherming. Het gaat om de volgende categorieën: 1. Soorten van de Vogelrichtlijn; 2. Soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn; 3. ‘Andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving.

Soorten van de Vogelrichtlijn Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen. Dit laatste verbod geldt niet voor een aantal aangewezen vogelsoorten, indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding en het nest zelf zijn functionaliteit behoudt. In aanvulling op de Vogelrichtlijn, geldt er voor een aantal vogelsoorten die jaarlijks naar hetzelfde nest terugkeren een jaarrond bescherming van de nesten. De meeste provincies en het Rijk hanteren de “Lijst met jaarrond beschermde nesten 2012”. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen jaarrond beschermde nesten (categorie 1 tot en met 4) en mogelijk jaarrond beschermde nesten (categorie 5). Voor deze laatste categorie geldt alleen een jaarrond beschermde status indien ecologisch zwaarwegende omstandigheden dat rechtvaardigen. In de provincies Overijssel, Flevoland en Limburg geldt een aangepaste lijst jaarrond beschermde nesten, waarin een andere categorisering is aangebracht.

Soorten van de Habitatrichtlijn Voor soorten van artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, Bern en Bonn) is het eveneens verboden om in het wild levende dieren en planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen, opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen. Voortplantings- of rustplaatsen mogen niet beschadigd of vernield worden. Daarnaast geldt er een verbod om planten behorend bij artikel 3.5 te plukken, verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In tegenstelling tot de Vogelrichtlijnsoorten in artikel 3.1, mogen dieren behorend bij artikel 3.5 niet opzettelijk verstoord worden, ook niet als er geen wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding. Daarbij dient opgemerkt te worden dat een aantal vogelsoorten ook vallen onder artikel 3.5 en daarom niet verstoord mogen worden.

Datum: 11 januari 2022 Rapport: R21.257, versie 1.0

blad 3 van 17

Bouwbedrijf Klaversma QuickScan Mantgum, Seerp van Galemawei

Andere soorten Naast de Europees aangewezen beschermde flora en fauna, is er in Nederland ook een Nationale soortenlijst gemaakt die niet gedekt wordt door de Vogel- en Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern of Verdrag van Bonn. Deze soorten zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wet natuurbescherming. Voor soorten in bijlage A geldt een verbod op opzettelijk doden of vangen van dieren en opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen van dieren. Voor soorten in bijlage B geldt een verbod op opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, vernielen en ontwortelen van planten. In tegenstelling tot artikel 3.1 en 3.5, is verstoring van deze soorten toegestaan. Met betrekking tot de ‘andere soorten’ zijn per provincie beleidsregels opgesteld waarin voor een deel van deze soorten vrijstelling is verleend. De grond waarop deze vrijstelling geldt verschilt per provincie en hoeft dus niet in alle situaties van toepassing te zijn. Vrijstelling op basis van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling is een geldige reden in alle provincies. Indien bij het project-voornemen een of enkele gestelde verboden in artikel 3.1, 3,5 of 3.10 worden overtreden, dient gewerkt te worden conform een gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het mogelijk om een ontheffing aan te vragen bij de provincie waarin het voornemen plaats vindt.

De grond waarop een ontheffing mogelijk is, verschilt per categorie.

1.4

Scope van de QuickScan Deze QuickScan is opgesteld om de ecologische waarden van het plangebied te bepalen, en de, ten gevolge van de geplande bestemmingswijziging, eventuele strijdigheden met de Wet natuurbescherming (Wnb) in kaart te brengen, waaruit een advies zal volgen over hoe te handelen volgens deze wet. Er wordt in deze QuickScan niet ingegaan op raakvlakken met de gebiedsbescherming (Natura 2000, NatuurNetwerk Nederland en overige provinciale gebiedsbescherming) en de bescherming Houtopstanden. Een initiatiefnemer is, vanuit de natuurwetgeving, bij ruimtelijke ingrepen (maar ook maatregelen en activiteiten) verplicht op de hoogte te zijn van mogelijk voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het plangebied, zodat hiermee rekening kan worden gehouden. De consequenties van de beoogde ruimtelijke ingreep zijn getoetst aan de bepalingen van de soortenbescherming uit de Wet natuurbescherming (Wnb). De natuur is onvoorspelbaar. Het veldbezoek beschrijft een momentopname. Indien de periode tussen veldbezoek en de invoer van de geplande verandering in het bestemmingsbesluit meerdere jaren wordt, of indien de omstandigheden significant wijzigen, dient overwogen te worden een herhaald veldbezoek te laten uitvoeren, hetgeen mogelijk tot gevolg heeft dat de QuickScan wordt herzien.

1.5

Werkwijze Bureaustudie Voorafgaand aan het veldbezoek wordt de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten onderzocht door het raadplegen van online- en fysieke atlassen en databases, zoals bijvoorbeeld de NDFF. Het doel van de bureaustudie is het inschatten van de ligging van het projectgebied, de aanwezige habitattypes en de bekende beschermde soorten, alsmede het verkrijgen van inzicht in de kans dat beschermde soorten in een projectgebied aanwezig kunnen zijn.

Datum: 11 januari 2022 Rapport: R21.257, versie 1.0

blad 4 van 17

Bouwbedrijf Klaversma QuickScan Mantgum, Seerp van Galemawei

Veldbezoek Het veldbezoek is afgelegd door ecologen Corine Bos en Stef Kooijman van JM ecologie b.v. op 14-122021. Het bezoek is uitgevoerd van 11:45 tot 12:00 uur, bij 9⁰C en 2Bft, op een bewolkte dag. Het doel van het veldbezoek is het inschatten van de aanwezige habitattypes en het verkrijgen van inzicht in het plangebied. Maatregel(en) en effecten De derde stap is de beschrijving van de geplande maatregel en de omstandigheden (planning, methode) waarin deze uitgevoerd gaat worden. Tezamen met het veldbezoek en de bureaustudie kunnen hieruit eventuele strijdigheden van de plannen met de betreffende natuurwetgeving opgespoord worden, en kunnen eventuele kennishiaten benoemd worden. Hieraan worden conclusies verbonden en hieruit zal duidelijkheid ontstaan over de eventuele noodzaak tot het nemen van vervolgstappen, met als doel de wijziging conform de huidige Wet natuurbescherming te laten plaatsvinden.

Datum: 11 januari 2022 Rapport: R21.257, versie 1.0

blad 5 van 17

Bouwbedrijf Klaversma QuickScan Mantgum, Seerp van Galemawei

Beschrijving locatie en ingreep 2.1

Locatie Het plangebied is gelegen aan de Seerp van Galemawei in Mantgum, gemeente Leeuwarden, provincie Friesland (Zie afbeelding 2.1). De brede omgeving van het plangebied bestaat uit woonhuizen en agrarisch gebied. Ten zuiden en westen van het plangebied loopt een doorgaande weg. Het plangebied zelf bestaat uit een parkeerplaats met enkele bomen, struikgewas en enkele stukken bestaande uit een kruidenarm en intensief beheerde grasvegetatie. Zie afbeelding 2.2-2.10 voor een impressie van het plangebied.

Afbeelding 2.1. Begrenzing van het plangebied (rood kader) (Bron achtergrond: Esri).

Afbeelding 2.2. Overzicht plangebied.

Datum: 11 januari 2022 Rapport: R21.257, versie 1.0

Afbeelding 2.3. De Beatrix boom.

blad 6 van 17

Bouwbedrijf Klaversma QuickScan Mantgum, Seerp van Galemawei

2.2

Afbeelding 2.4. Bomen en struikgewas.

Afbeelding 2.5. Vogelhuisje.

Afbeelding 2.6. Struikgewas.

Afbeelding 2.7. Vogelnest.

Ingreep De opdrachtgever is voornemens de huidige parkeerplaats te slopen en hiervoor twee appartementencomplexen te realiseren (zie afbeelding 2.8). In het midden van het parkeerterrein staat de Beatrix boom. Deze boom blijft gehandhaafd en zal een prominente rol krijgen in het ontwerp. Voor elke overige boom die wordt verwijderd, wordt een nieuwe boom teruggeplaatst. Ten zuiden van de appartementencomplexen worden twee vijvers aangelegd.

Datum: 11 januari 2022 Rapport: R21.257, versie 1.0

blad 7 van 17

Bouwbedrijf Klaversma QuickScan Mantgum, Seerp van Galemawei

Afbeelding 2.8. Tekening gewijzigde situatie Seerp van Galemawei in Mantgum (Bron: Bouwbedrijf Klaversma).

Datum: 11 januari 2022 Rapport: R21.257, versie 1.0

blad 8 van 17

Bouwbedrijf Klaversma QuickScan Mantgum, Seerp van Galemawei

Resultaten veldbezoek en bureaustudie Waargenomen soorten en verwachte soorten (op basis van de aanwezige habitat en de bekende verspreiding) worden samengenomen en hun gebruik van het plangebied wordt beschreven. Hierbij ligt de nadruk op beschermde soorten, maar er zullen ook algemene en lichter beschermde soorten betrokken worden indien waargenomen of van belang voor de ingreep.

3.1

Vogels Alle broedgevallen van vogels zijn beschermd. Van 16 vogelsoorten zijn ook de nesten, vaste rust- en verblijfplaatsen jaarrond beschermd. Dit zijn soorten die vallen in de categorie 1 t/m 4 van de aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten (2012). Deze soorten zijn: boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, oehoe, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, wespendief en zwarte wouw. Vanaf 1 januari 2022 treedt mogelijk in de provincie Fryslân een nieuwe lijst met jaarrond beschermde nesten in werking. Vogels die vallen in categorie 1 tot en met 4 zijn aangevuld met de volgende soorten: aalscholver, blauwe reiger, bosuil, draaihals, dwergstern, grote stern, grote zilverreiger, huiszwaluw, ijsvogel, lepelaar, noordse stern, purperreiger, raaf, ringmus, stormmeeuw, torenvalk, zeearend, zwarte specht, zwarte stern en zwartkopmeeuw. Daarnaast zijn van 34 vogelsoorten de nesten jaarrond beschermd als hier een zwaarwegende ecologische reden voor is. Dit zijn soorten die vallen in de categorie 5 van de aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten (2012).

Deze soorten zijn: blauwe reiger, boerenzwaluw, bonte vliegenvanger, boomklever, boomkruiper, bosuil, brilduiker, draaihals, eidereend, ekster, gekraagde roodstaart, glanskop, grauwe vliegenvanger, groene specht, grote bonte specht, hop, huiszwaluw, ijsvogel, kleine bonte specht, kleine vliegenvanger, koolmees, kortsnavelboomkruiper, oeverzwaluw, pimpelmees, raaf, ruigpootuil, spreeuw, tapuit, torenvalk, zeearend, zwarte kraai, zwarte mees, zwarte roodstaart en zwarte specht. Indien sprake is van een ecologisch zwaarwegende reden voor één of meerdere van deze soorten, dan worden deze hieronder behandeld onder ‘Jaarrond beschermd’. Zo niet, dan worden deze soorten net als overige broedvogels behandeld onder ‘Algemene broedvogels’. Vanaf 1 januari 2022 treedt mogelijk in de provincie Fryslân een nieuwe lijst met jaarrond beschermde nesten in werking. De volgende vogelsoorten vallen vanaf 1 januari 2022 onder categorie 5 in de provincie Fryslân: bergeend, blauwe kiekendief, boerenzwaluw, bontbekplevier, eider, gekraagde roodstaart, glanskop, grote mantelmeeuw, grutto, kleine bonte specht, kleine mantelmeeuw, kokmeeuw, kraanvogel, middelste bonte specht, oeverzwaluw, paapje, ruigpootuil, scholekster, spreeuw, strandplevier, visdief en zilvermeeuw.

Jaarrond beschermd Tijdens het veldbezoek is gezocht naar jaarrond beschermde nesten in en binnen de verstoringszone van het plangebied. De bomen binnen de verstoringszone van de werkzaamheden zijn gecontroleerd op boomnesten, deze zijn niet aangetroffen. Op basis van aanwezig habitat met bijbehorende urbane verstoring, afwezigheid van palen en masten binnen de verstoringszone, als ook afstand tot grote wateren en zoute milieus en de afwezigheid van boomnesten binnen het plangebied kunnen nesten van aalscholver, blauwe reiger, boomvalk, bosuil, buizerd, draaihals, dwergstern, grote stern, grote zilverreiger, havik, lepelaar, noordse stern, oehoe, ooievaar, purperreiger, raaf, ransuil, roek, steenuil, slechtvalk, sperwer, stormmeeuw, torenvalk, wespendief, zeearend, zwarte stern, zwarte wouw, zwarte specht en zwartkopmeeuw uitgesloten worden. Ook voor kerkuil is geen geschikte broedlocatie vanwege de afwezigheid van holtes en openingen (en dus toegang tot) in de omliggende panden. Ook voor de grote gele kwikstaart is geschikt broedbiotoop afwezig vanwege de afwezigheid van een stromende beek of rivier. Voor ijsvogel is geschikt broedbiotoop afwezig omdat geen watergang aanwezig is in en rond het plangebied. Er zijn tenslotte geen nesten aangetroffen van de huiszwaluw, waardoor de huiszwaluw ook kan worden uitgesloten in en rond het plangebied.

Datum: 11 januari 2022 Rapport: R21.257, versie 1.0

blad 9 van 17

Bouwbedrijf Klaversma QuickScan Mantgum, Seerp van Galemawei

Mogelijk zijn er wel nestlocaties van huismus, ringmus en gierzwaluw in de omliggende panden. Deze bestaan uit dakpannen daken, waar huismus, ringmus of gierzwaluw een nest kan hebben. Ook de aanvliegbaarheid voor gierzwaluw is goed. Daarom kan aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van huismus, ringmus en gierzwaluw binnen de verstoringszone van het plangebied niet worden uitgesloten. Consequenties van de ingreep op jaarrond beschermde nesten van huismus, ringmus en gierzwaluw in de omgeving staan beschreven in paragraaf 4.2. Algemene broedvogels Er is in het plangebied geschikt habitat aanwezig voor diverse soorten algemene broedvogels. In de bomen en het struikgewas op het parkeerterrein kunnen soorten als houtduif, merel en vink tot broeden komen. In het plangebied is merel waargenomen en in een boom ten zuiden van het plangebied is een nest van mogelijk houtduif aangetroffen. De aanwezigheid van algemene broedvogels kan daardoor niet worden uitgesloten. Consequenties van de ingreep op algemene broedvogels staan beschreven in paragraaf 4.2.

3.2

Vleermuizen Alle vleermuizen zijn zwaar beschermd (alle in Nederland voorkomende soorten staan vermeld in de Habitatrichtlijn). Vleermuizen kunnen een plangebied gebruiken als verblijfplaats, vaste vliegroute en/of foerageergebied. Verblijfplaatsen kunnen uitgesplitst worden in vier categorieën, te weten kraam-, zomer-, paar- en winterverblijven. Vleermuizen maken op verschillende manieren en in verschillende seizoenen gebruik van deze verblijfplaatsen. De eisen die vleermuizen stellen aan hun verblijfplaatsen zijn afhankelijk van de vleermuissoort en het gebruik van de verblijfplaats. Kraamverblijven worden in het voorjaar en de vroege zomer gebruikt door grote groepen drachtige vrouwtjes om hun jongen te baren en groot te brengen. Tegelijkertijd bevinden kleinere groepen mannetjes zich in de zomerverblijfplaatsen. Later in de zomer en in het najaar verplaatsen de mannetjes zich naar de paarverblijven, waaromheen ze een territorium bezetten en verdedigen tegen andere mannetjes. Binnen het territorium proberen de mannetjes langskomende vrouwtjes te lokken naar de paarverblijven, waar vervolgens de paring plaatsvindt. Het paarseizoen eindigt in de herfst, waarna de vleermuizen de winterverblijven opzoeken om te overwinteren. Sommige soorten migreren hiervoor over behoorlijke afstanden.

Vleermuizen gebruiken vliegroutes voor dagelijkse verplaatsingen tussen verblijfplaats en foerageergebieden en in het geval van migrerende soorten, voor de jaarlijkse trek van en naar de winterverblijven. Meestal maken vleermuizen langdurig gebruik van vaste routes die ze onthouden. Daarbij worden lijnvormige elementen zoals bomenrijen, dijken en watergangen gebruikt als vliegrouteondersteuning. Het onderbreken of verwijderen van deze elementen bij een (potentiële) vliegroute kan een negatief effect hebben op de mogelijkheid van vleermuizen om hun doel te bereiken. Ten slotte kunnen vleermuizen een plangebied gebruiken als foerageergebied. De vleermuizen komen via vaste routes naar het foerageergebied om daar in de buurt van bomen en water te jagen op vliegende insecten. Net zoals vaste vliegroutes die veelvuldig gebruikt worden, maken vleermuizen ook gebruik van vaste foerageergebieden. Het ongeschikt maken van een foerageergebied door bijvoorbeeld het kappen of verlichten van bomen of het dempen van waterpartijen, kan tot gevolg hebben dat vleermuizen geen toegang meer hebben tot voldoende voedsel. Verblijven

Datum: 11 januari 2022 Rapport: R21.257, versie 1.0

blad 10 van 17

Bouwbedrijf Klaversma QuickScan Mantgum, Seerp van Galemawei

In en binnen de verstoringszone van het plangebied is gezocht naar potentiële verblijfsplaatsen voor vleermuizen. Er zijn geen geschikte holten in bomen rond het plangebied aangetroffen waardoor de aanwezigheid van boombewonende vleermuissoorten kan worden uitgesloten. De gebouwen binnen de verstoringszone van het plangebied zijn geschikt voor gebouwbewonende vleermuizen door de dakpannen daken en lijstwerk langs gevels, waaronder ruimte aanwezig is voor vleermuizen. Ook is een vrije aanvliegroute, waardoor mogelijke verblijfplaatsen goed aanvliegbaar zijn voor vleermuizen. De aanwezigheid van gebouwbewonende vleermuizen binnen de verstoringszone van het plangebied kan daarom niet worden uitgesloten. Consequenties van de ingreep op potentiële vleermuisverblijfplaatsen staan beschreven in paragraaf 4.2. Vliegroutes In en rond het plangebied zijn geen lijnvormige elementen die dienst kunnen doen als vliegrouteondersteuning voor vleermuizen. Er staan geen bomenrijen om het terrein en het plangebied betreft ook geen lijnvormig element. De aanwezigheid van essentiële vliegrouteondersteuning voor vleermuizen kan daarmee worden uitgesloten. Foerageergebied Het plangebied is geschikt als foerageergebied voor diverse soorten vleermuizen.

Aangezien er in de omgeving van het plangebied genoeg minstens even geschikt foerageergebied aanwezig is, wordt het plangebied niet als essentieel foerageergebied beschouwd.

3.3

Overige zoogdieren Uit de bureaustudie blijkt dat er in een straal van 2,5 kilometer rond het plangebied meerdere waarnemingen bekend zijn van beschermde zoogdiersoorten. Het gaat hier om noordse woelmuis, otter en waterspitsmuis. Op basis van aanwezig habitat in het plangebied kan aanwezigheid van deze soorten worden uitgesloten. Naast de bekende beschermde soorten kunnen in de omgeving van het plangebied andere nog niet aangetroffen beschermde soorten aanwezig zijn. Echter worden ook deze op basis van habitat en bekende verspreiding niet verwacht in het plan- en verstoringsgebied.

3.4

Overige fauna Overige beschermde diersoorten zoals amfibieën, dagvlinders, libellen, reptielen, vissen, kreeftachtigen en weekdieren zijn niet bekend in de omgeving van het plangebied en worden ook niet verwacht op basis van de aanwezige habitat in het plan- en verstoringsgebied en de bekende verspreidingsgegevens.

3.5

Vaatplanten De in Nederland beschermde vaatplanten stellen specifieke eisen aan hun groeiplaats, of komen slechts beperkt voor in Nederland. De meeste soorten groeien op voedselarme bodems en zijn niet te verwachten op stikstofrijke of bemeste bodems zoals landbouwgronden en de meeste wegbermen. Andere beschermde soorten groeien slechts in een specifieke biogeografische regio in Nederland, zoals in het rivierengebied of in het heuvelland van Zuid-Limburg. Gezien de aanwezige habitat binnen het plangebied in combinatie met de bekende huidige verspreiding van beschermde plantensoorten, kan worden uitgesloten dat deze soorten aanwezig zijn binnen het plangebied.

Datum: 11 januari 2022 Rapport: R21.257, versie 1.0

blad 11 van 17

Bouwbedrijf Klaversma QuickScan Mantgum, Seerp van Galemawei

Effecten en gevolgen 4.1

Overzicht beschermde soorten In dit hoofdstuk wordt de geplande ingreep getoetst aan de aanwezige of verwachte beschermde soorten (zie hoofdstuk 3) binnen het plangebied, en de te verwachten risico’s voor deze soorten, bij uitvoer van de geplande werkzaamheden. In de Wet natuurbescherming zijn vooral vaste verblijfplaatsen (voortplantingslocaties zoals nesten, holen, kraamkolonies etc.) van belang, maar ook de functionele leefomgeving die de vaste verblijfplaatsen in stand houdt. Voor soorten die niet genoemd worden vanuit de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn of Wnb artikel 3.10 geldt de algemene vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Zelfs bij negatieve effecten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Ditzelfde geldt voor soorten van Wnb artikel 3.10, waarvoor een Provinciale vrijstelling is uitgegeven. Voor deze soorten geldt wel de zorgplicht, maar ze worden hieronder, ondanks eventueel voorkomen en eventueel te verwachten negatieve effecten, niet meegenomen. Soortgroep Broedvogels met jaarrond beschermde nesten

Soort(en)

Huismus, ringmus en gierzwaluw

Bescherming

Aanwezig

3.1

Potentieel

Algemene broedvogels Diverse soorten

3.1

Potentieel

Vleermuizen

3.5

Potentieel

Diverse soorten

Tabel 4.1. Soort(groep)en van de Wet natuurbescherming waarvoor het effect van de maatregel bepaald moet worden. 3.1 = Vogelrichtlijn, 3.5 = Habitatrichtlijn, 3.10 = nationaal beschermd.

4.2

Effecten op de in het plangebied (mogelijk) aanwezige flora en fauna Jaarrond beschermde nesten De gebouwen binnen de verstoringszone van het plangebied kunnen dienen als geschikte nestlocatie voor huismus, ringmus en gierzwaluw. Wanneer werkzaamheden in de buurt van in gebruik zijnde nesten worden uitgevoerd, heeft dit mogelijk een verstorende werking op de broedende vogels. Echter zijn deze soorten dusdanig gewend aan een urbane en humane omgeving dat de bouwwerkzaamheden geen significant effect zullen hebben op het broedsucces van huismus, ringmus en gierzwaluw in omgeving. Daarom hoeven geen vervolgstappen in acht te worden genomen. Algemene broedvogels In het plangebied en binnen de verstoringszone hiervan kunnen meerdere algemene broedvogels tot broeden komen. Wanneer werkzaamheden in de buurt van in gebruik zijnde nesten worden uitgevoerd, heeft dit mogelijk een verstorende werking op de broedende vogels. Ook kunnen bestaande nesten vernield worden wanneer de bomen worden verwijderd. Dit is in strijd met de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming, waardoor de werkzaamheden niet uitgevoerd kunnen worden zonder dat de in paragraaf 5.1 genoemde vervolgstappen in acht worden genomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=a2c1f963-e8c8-4033-afbc-f61ec03c2648