Bijlage Raadsvoorstel Was-wordt-tabel ASV 2025
Tekst van het document
Was-wordt-tabel Wijziging Algemene Subsidieverordening 2025 gemeente Leeuwarden
Leeswijzer: - (..) geeft aan dat de aaneensluitende tekst in het artikel ongewijzigd is gebleven en/of is ingekort ten behoeve van de leesbaarheid; - Dikgedrukte woorden geven de wijzigingen weer; - Indien een artikel in zijn volledigheid is herschreven, wordt bestaande en nieuwe inhoud van het artikel weergegeven.
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst: f. eenmalige subsidie: een subsidie ten behoeve van een bijzondere incidentele activiteit die niet behoort tot de reguliere bezigheden van de aanvrager; e. jaarlijkse subsidie: een subsidie die per (boek)jaar of voor een bepaald aantal boekjaren aan een instelling wordt verstrekt; Begrip h. activiteit verwijderd. r. staatssteun: ongeoorloofde staatssteun zoals bedoel in artikel 107 lid 1 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie; v. voorziening: een vorm van vermogen dat is afgezonderd voor een verplichting of een onafwendbaar risico dat in de toekomst tot kosten zal leiden;
Nieuwe tekst: e. eenmalige subsidie: een subsidie ten behoeve van een in tijd begrensde activiteit; k. jaarlijkse subsidie: een subsidie, voor voortdurende activiteiten die per (boek)jaar of voor een bepaald aantal boekjaren aan een instelling wordt verstrekt; f. egalisatiereserve: een reserve die is bedoeld voor het dekken van exploitatierisico’s; q. raad: de gemeenteraad van de gemeente Leeuwarden; r. staatssteun: staatssteun zoals bedoeld in artikel 107 lid 1 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie; w. voorziening: een voorziening voor toekomstige verplichtingen; l: jaarstukken: jaarverslag en de jaarrekening;
Artikel 2 wordt opgesplitst in twee artikelen en wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst: Artikel 2 Bevoegdheid college en reikwijdte 1. Het college is bevoegd tot subsidiëring op grond van budgetten die bij de vaststelling van de gemeentebegroting beschikbaar zijn gesteld voor aldaar omschreven doeleinden en kan daarvoor nadere regels voor subsidiëring van bepaalde activiteiten vaststellen.
Nieuwe tekst: Artikel 2 Reikwijdte Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college. Artikel 3 Bevoegdheid college 1. Het college is bevoegd tot het besluiten over het verstrekken van subsidies voor zover daar door de raad bij de vaststelling van de begroting budgetten voor zijn vastgesteld.
1
2. Het college verstrekt eveneens subsidie volgens de bepalingen van deze verordening, voor zover het door andere wet- of regelgeving daartoe aangewezen is.
2. Het college kan nadere regels vaststellen over welke activiteiten in aanmerking komen voor subsidie. Voor zover van toepassing, wordt hierin tevens bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald.
Artikel 3 wordt artikel 4. Tekst blijft ongewijzigd. Artikel 4 wordt artikel 5. Tekst blijft ongewijzigd. Artikel 5 wordt artikel 6. Lid 1 is vervallen, lid 2 is nu lid 1. Nummering aangepast. Artikel 6 wordt artikel 7 en wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst: Artikel 6 Algemene Reserve en/of Bestemmingsreserve 1. In het geval er sprake is van algemene reserves en/of bestemmingsreserves die zijn gevormd en/of gevoed met gemeentelijke middelen ten behoeve van gesubsidieerde activiteiten, kan het college besluiten deze middelen in mindering te brengen op de te verlenen subsidie voor een volgend tijdvak. 2. Het college kan nadere regels stellen ter uitvoering van de bevoegdheid genoemd in lid 1.
Nieuwe tekst: Artikel 7 Egalisatiereserve 1. Bij verleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger van een jaarlijkse subsidie een egalisatiereserve als bedoeld in 4:72 Awb vormt. 2. De ontvanger van een andere subsidie als bedoeld in lid 1 kan het college verzoeken om een egalisatiereserve te mogen vormen. In dat geval is artikel 4:72 Awb van toepassing. 3. In het geval er sprake is van een egalisatiereserve, die is gevormd en/of gevoed met gemeentelijke middelen ten behoeve van gesubsidieerde activiteiten, kan het college besluiten deze middelen in mindering te brengen op de te verlenen subsidie voor een volgend tijdvak.
Artikel 7 wordt artikel 8 en wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst: Artikel 7 Bestemmingsreserve 1. Een aanvrager die subsidie ontvangt en met deze subsidie een bestemmingsreserve heeft of wil vormen, (..) 2. Een verzoek tot het vormen van een bestemmingsreserve dient vergezeld te gaan van: a. het doel van de bestemmingsreserve; b. een meerjarig investeringsplan of onderhoudsplan
Nieuwe tekst: Artikel 8 Bestemmingsreserve en voorzieningen 1. Een aanvrager die subsidie ontvangt en met deze subsidie een bestemmingsreserve (niet zijnde een egalisatiereserve) of een voorziening wil vormen heeft of wil vormen, (…) 2. Een verzoek tot het vormen van een bestemmingsreserve of voorziening dient vergezeld te gaan van: a. het doel van de bestemmingsreserve of de voorziening; b. een bestedingsplan.
Artikel 8 wordt artikel 9. Tekst blijft ongewijzigd.
Hoofdstuk 2 Subsidieverlening Artikel 9 en artikel 10 zijn samengevoegd naar één artikel. Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:
2
Bestaande tekst: Artikel 9 De aanvraag voor een jaarlijkse subsidie 1. De aanvraag voor een jaarlijkse subsidie wordt schriftelijk of middels het daarvoor vastgestelde digitale formulier ingediend bij het college. Het college kan bepalen dat schriftelijke aanvragen worden ingediend door middel van een door hem vastgesteld formulier. 2. Bij een aanvraag om een jaarlijkse subsidie overlegt de aanvrager de volgende gegevens: a. een beschrijving van de activiteiten waar subsidie voor wordt aangevraagd; b. de doelstellingen en resultaten, die daarmee worden nagestreefd, en hoe de activiteiten aan dat doel bijdragen. In bijzonder ook in welke mate de activiteiten gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen en op door de gemeente vastgestelde doelen of beleidsterreinen; c. een door het bestuur van de aanvrager vastgestelde of geaccordeerde exploitatiebegroting met een toelichting op de begroting bij aanzienlijke afwijkingen ten opzichte van de begroting van het jaar ervoor; d. een balans en een staat van inkomsten en uitgaven met een toelichting daarop van het jaar voorafgaand van het jaar waarin de aanvraag wordt gedaan; e. een dekkingsplan van de kosten van de activiteiten, waar de subsidie voor wordt aangevraagd.
Het dekkingsplan bevat een opgave van bij andere bestuursorganen of private organisaties of personen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan; f. voor zover van toepassing, het resultaat van een kascontrole of een accountantsverklaring. Indien de aanvrager in het jaar voorafgaand van het jaar waarin de aanvraag wordt gedaan een verklaring van een accountant moet inleveren voor de vaststelling van een eerdere subsidie, dient deze meegestuurd te worden bij de aanvraag; g. voor zover van toepassing, een opgave van toegestane reserves als bedoeld in artikel 6 h. het bedrag dat gevraagd wordt als subsidie; i. het bankrekeningnummer van de aanvrager; j. een afschrift van de statuten van de aanvrager; k. een beschrijving van de organisatievorm voor zover deze niet reeds in de statuten is vervat; l. een opgave van de bestuurssamenstelling; m. een begroting van het project, waarbij alle kosten en opbrengsten zoveel mogelijk aan de activiteit of activiteiten zijn toegerekend, inclusief personeelslasten en accommodaties en een toelichting op deze begroting.
Nieuwe tekst: Artikel 10 De aanvraag 1. Bij een aanvraag om een subsidie overlegt de aanvrager de volgende gegevens: a. een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie voor wordt aangevraagd; b. het bedrag dat gevraagd wordt als subsidie; c. een begroting van de aan de activiteiten verbonden inkomsten en benodigde uitgaven, voorzien van een toelichting; d. een afschrift van de oprichtingsakte van de rechtspersoon dan wel van de statuten zoals deze laatstelijk zijn gewijzigd en een opgave van de bestuurssamenstelling, als de aanvraag wordt ingediend door een privaatrechtelijk rechtspersoon indien voor het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar geen subsidie werd aangevraagd. 2. Het college kan bepalen dat aanvragen worden ingediend door middel van een door het college vastgesteld (digitaal) formulier. 3. Bij een aanvraag om een jaarlijkse subsidie overlegt de aanvrager in aanvulling op hetgeen in lid 1 genoemd tevens de volgende gegevens: a. de doelstelling en resultaten, die met de activiteit(en) worden nagestreefd, en hoe de activiteiten aan dat doel bijdragen. In het bijzonder ook in welke mate de activiteiten gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen en op door de gemeente vastgestelde doelen of beleidsterreinen; b.
een door het bestuur van de aanvrager vastgestelde of geaccordeerde exploitatiebegroting met een toelichting op de begroting bij aanzienlijke afwijking ten opzichte van de begroting van het jaar ervoor; c. een balans en een staat van inkomsten en uitgaven met een toelichting daarop van het jaar voorafgaand van het jaar waarin de aanvraag wordt gedaan; d. een dekkingsplan van kosten van de activiteiten, waar de subsidie voor wordt aangevraagd. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij andere bestuursorganen of private organisaties of personen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan; e. voor zover van toepassing, een opgave van toegestane reserves als bedoeld in artikel 7 en 8; f. het bankrekeningnummer van de aanvrager; g. een afschrift van de statuten van de aanvrager; h. een beschrijving van de organisatievorm voor zover deze niet reeds in de statuten is vervat. 4. De in lid 2 onder f, g en h genoemde bescheiden dienen alleen bij de eerste aanvraag voor subsidie overlegd te worden. Bij de daarop volgende
3
3. De in lid 2 onder k, l, en m genoemde bescheiden dienen alleen bij de eerste aanvraag voor subsidie overlegd te worden. Bij de daarop volgende aanvragen, is het aangeven van wijzigingen in deze bescheiden voldoende. 4. Het college is bevoegd ook andere dan, of slechts enkele van, de in het tweede lid genoemde gegevens te verlangen. 5. Indien de aanvrager in hetzelfde jaar meerdere subsidies aanvraagt, kan bij de tweede en volgende aanvraag worden volstaan met een verwijzing naar de eerste aanvraag, voor zover daarin dezelfde gegevens zijn overgelegd.
aanvragen, is het aangeven van wijzigingen in deze bescheiden voldoende. 5. Het college is bevoegd ook andere dan, of slechts enkele van, de in het eerste en tweede lid genoemde gegevens te verlangen. 6. Indien de aanvrager in hetzelfde jaar meerdere subsidies aanvraagt, kan bij de tweede en volgende aanvraag worden volstaan met een verwijzing naar de eerste aanvraag, voor zover daarin dezelfde gegevens zijn ingediend.
Artikel 10 De aanvraag voor een eenmalige subsidie 1. Bij een aanvraag om een eenmalige subsidie overlegt de aanvrager de volgende gegevens: a. een beschrijving van de activiteiten waar subsidie voor wordt aangevraagd; b. een begroting van het project, waarbij alle kosten en opbrengsten zoveel mogelijk aan de activiteit of activiteiten zijn toegerekend, inclusief personeelslasten en accommodatielasten; c. een toelichting op de begroting d. de statuten en een beschrijving van de organisatievorm voor zover deze niet reeds in de statuten is vervat; e. een opgave van de bestuurssamenstelling. 2. Het college kan bepalen dat ook andere dan in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden, die voor het beoordelen van de aanvraag van belang zijn, worden overlegd.
In artikel 11 blijft lid 4 ongewijzigd. Artikel 11 lid 1 tot en met 3 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst: 1. Een eenmalige subsidie wordt (…) 2. Een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie wordt gedaan uiterlijk op (…) 3. Het college kan andere termijnen stellen voor het indienen van een aanvraag voor daarbij aan te wijzen subsidies.
Nieuwe tekst: 1. Een subsidie wordt (..) 2. In afwijking op lid 1 wordt een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie uiterlijk op (…) 3. Het college kan bij nadere regeling andere termijnen stellen voor het indienen van een aanvraag.
Artikel 12 blijft ongewijzigd. De woorden “dan wel” in lid 1 worden verwijderd. Artikel 13 blijft ongewijzigd. De term Algemene wet bestuursrecht in lid 8 wordt afgekort naar de wet. In lid 4a wordt nu verwezen naar het juiste artikel (was: artikel 2, wordt: artikel 3 lid 2). Artikel 14 blijft ongewijzigd. Artikel 15 blijft ongewijzigd.
4
Artikel 16 blijft ongewijzigd.
Hoofdstuk 3 Verplichtingen van de subsidieontvanger Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst: Bij subsidies, hoger dan € 50.000,-, welke verleend worden voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen (..)
Nieuwe tekst: Bij subsidies, hoger dan € 75.000,-, die verleend worden voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen (..)
Artikel 18 blijft ongewijzigd. In artikel 19 vervalt lid 1. Lid 2 wordt nu lid 1. Nummering aangepast. Lid 2 (was lid 3) wordt in artikel 19 als volgt gewijzigd: Bestaande tekst: 3. Indien naar het oordeel van het college de subsidieverlening als staatssteun kan worden aangemerkt dan wel het risico met zich meebrengt dat de subsidieverlening als staatssteun kan worden aangemerkt en de subsidie wel wordt verleend, informeert de subsidieontvanger het college zo spoedig mogelijk schriftelijk over eventuele andere overheidsbijdragen.
Nieuwe tekst: 2. Als de subsidieontvanger een redelijk vermoeden heeft dat de van de gemeente nog te ontvangen of daadwerkelijk ontvangen subsidie als ongeoorloofde staatssteun aangemerkt kan worden, stelt zij het college onmiddellijk van dit risico in kennis.
Artikel 20 blijft ongewijzigd.
Hoofdstuk 4 Verantwoording en vaststelling van de subsidie In artikel 21 blijven lid 2 en 3 ongewijzigd. Artikel 21 lid 1 wordt als volgt gewijzigd, lid 4 tot en met 6 worden toegevoegd: Bestaande tekst: Artikel 21 Verantwoording subsidies tot en met 5.000 euro 1. Subsidies tot en met € 5.000, kunnen door het college direct worden vastgesteld.
Nieuwe tekst: Artikel 21 Verantwoording subsidies tot € 75.000 ,1. Subsidies tot € 75.000,-, kunnen door het college direct worden vastgesteld. 4. Voor zover de subsidie niet volgens hetgeen in lid 1 is omschreven wordt afgedaan en minder bedraagt dan € 75.000,- dient de subsidieontvanger uiterlijk 12 weken na het verrichten van de activiteit(en) een aanvraag tot vaststelling in bij het college. 5. De aanvraag tot vaststelling bevat een inhoudelijk en financieel verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht. 6. Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden worden overgelegd die voor de vaststelling van belang zijn.
Artikel 22 en 23 zijn samengevoegd naar één artikel. Nummering is aangepast. Artikel 22 en 23 worden als volgt gewijzigd:
5
Bestaande tekst: Artikel 22 Verantwoording subsidies vanaf 5.001 tot en met 50.000 euro 1. Subsidies vanaf € 5.001,- tot en met € 50.000,- kunnen volgens hetgeen in artikel 16 is bepaald, worden vastgesteld. 2. Voor zover de subsidie niet volgens hetgeen in artikel 16 is omschreven wordt afgedaan en meer bedraagt dan € 5.000,-, maar minder dan € 50.001,-, dient de subsidieontvanger uiterlijk 12 weken na het verricht zijn van de activiteiten een aanvraag tot vaststelling in bij het college. 3. De aanvraag tot vaststelling bevat een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht. 4. Het college kan bepalen dat ook andere dan de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden worden overgelegd die voor de vaststelling van belang zijn. Artikel 23 Verantwoording subsidies vanaf 50.000 euro 1. Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan € 50.000,-, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college: a. bij een eenmalige subsidie, uiterlijk 12 weken na het verricht zijn van de activiteiten; b. bij een jaarlijks subsidie, uiterlijk vóór 1 april in het jaar na afloop van het kalenderjaar, respectievelijk 3 maanden na het subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is verleend. 2. De aanvraag tot vaststelling bevat: a.
een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht; b. een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening); c. een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop en; d. een accountantsverklaring. 3. Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overlegd.
Nieuwe tekst: Artikel 22 Verantwoording subsidies vanaf 75.000,- euro 1. Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan € 75.000,-, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college: a. bij een eenmalige subsidie, uiterlijk 12 weken na het verricht zijn van de activiteiten; b. bij een jaarlijkse subsidie, uiterlijk vóór 1 april in het jaar na afloop van het kalenderjaar, respectievelijk 3 maanden na het subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is verleend. c. Het college kan bij nadere regeling en in bijzondere gevallen afwijken van sub a en b van lid 1. 2. De aanvraag tot vaststelling bevat: a. een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht; b. een overzicht van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten. (Het overzicht van de uitgaven en inkomsten blijkt uit een financieel verslag of uit de jaarrekening en een toelichting op de jaarrekening); c. een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop en; d. de jaarstukken met een gewaarmerkte controleverklaring door een onafhankelijk accountant. 3. Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overlegd.
Artikel 24 wordt artikel 23. Tekst blijft ongewijzigd. Artikel 25 wordt artikel 24. In artikel 24 wordt in lid 2 verwezen naar de nieuwe artikelen (was: 6 en 7, wordt: 7 en 8).
Hoofdstuk 5 Intrekking en wijziging Artikel 26 wordt artikel 25. Tekst blijft ongewijzigd.
6
Artikel 27 wordt artikel 26 en wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst: Artikel 27 Staatssteun Beschikkingen tot subsidieverlening of vaststelling worden door het college ingetrokken of ten nadele van de ontvanger gewijzigd indien de subsidieverlening of -vaststelling in strijd is met artikelen 107, 108 en 109 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie betreffende staatssteun, daaruit voortvloeiende richtlijnen, of met een verplichting ingevolge een ander door de staat gesloten verdrag.
Nieuwe tekst: Artikel 26 Staatssteun 1. Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kan het college bij subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze aanvullen. 2. Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling naar het desbetreffende steunkader. 3. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader. 4. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten voor vergoeding in aanmerking die voldoen aan de eisen van het desbetreffende steunkader. 5. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen ondernemingen alleen in aanmerking voor zover de subsidieverstrekking voldoet aan de voorwaarden van het desbetreffende steunkader.
Hoofdstuk 6 Betaling, voorschotten en terugvordering Artikel 28 wordt artikel 27. Lid 1 blijft ongewijzigd. Artikel 28 lid 2 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst: 2. Het subsidiebedrag wordt binnen vier weken na de subsidievaststelling betaald.
Nieuwe tekst: 2. Het subsidiebedrag wordt binnen vier weken na de subsidievaststelling betaald, tenzij in de vaststellingbeschikking anders is vermeld.
Artikel 29 wordt artikel 28. Artikel 29 lid 1,3 en 4 blijven ongewijzigd, lid 5 wordt verwijderd. Lid 2 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst: 2. Het voorschot, (..). Subsidiebedragen lager dan 5.000 euro kunnen 100% worden bevoorschot.
Nieuwe tekst: 2. Het voorschot, (..). Subsidiebedragen lager dan 75.000 euro kunnen volledig worden bevoorschot.
Artikel 30 wordt artikel 29. Lid 2 blijft ongewijzigd. In artikel 29 wordt in lid 1 verwezen naar de nieuwe artikelen (was: 27 en 28, wordt: 25 en 26). Artikel 31 wordt artikel 30. Lid 2 blijft ongewijzigd. In artikel 30 wordt in lid 1 verwezen naar de nieuwe artikelen (was: 27 tot en met 29, wordt: 25 leden 2 en 3, 27 en 28).
Hoofdstuk 7 Overige bepalingen Artikel 32 wordt artikel 31. Tekst blijft ongewijzigd. Artikel 33 wordt artikel 32. Tekst blijft ongewijzigd.
7
Artikel 34 wordt artikel 33. Tekst blijft ongewijzigd.
Hoofdstuk 8 Slotbepalingen Artikel 35 wordt artikel 34. Lid 2 blijft ongewijzigd. In artikel 34 wordt in lid 1 verwezen naar de nieuwe artikelen (was: 1,2,3 en 14, wordt: 1,2,3,4 en 14). Artikel 36 wordt artikel 35. Tekst blijft ongewijzigd. Artikel 37 wordt artikel 36. Artikel 37 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst: 1. Deze verordening kan worden aangehaald als de "Algemene Subsidieverordening gemeente Leeuwarden 2018”. 2. Deze verordening treedt met terugwerkende kracht tot 1 januari 2018 in werking met ingang van de dag volgend op haar bekendmaking. 3. De Algemene Subsidieverordening Leeuwarden 2014-2, (..), worden met ingang van 1 januari 2019 ingetrokken.
Nieuwe tekst: 1. Deze verordening kan worden aangehaald als de ‘Algemene subsidieverordening gemeente Leeuwarden 2025’ (afgekort ASV 2025). 2. De verordening treedt in werking op 1 januari 2025. 3. De Algemene Subsidieverordening gemeente Leeuwarden 2018 wordt met ingang van 1 januari 2025 ingetrokken.
Artikel 38 wordt artikel 37. Lid 2 tot en met 5 zijn niet meer van kracht en worden verwijderd. Artikel 38 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst: 1. De Algemene Subsidieverordening Leeuwarden 2018 geldt voor alle subsidieaanvragen die ontvangen zijn op of na 1 januari 2018; (..)
Nieuwe tekst: 1. De Algemene Subsidieverordening gemeente Leeuwarden 2025 geldt voor alle subsidieaanvragen die ontvangen zijn in 2024 en die ziet op activiteiten die worden verricht in 2025; 2. Vanaf 1 januari 2025 geldt de Algemene Subsidieverordening gemeente Leeuwarden 2025 voor alle subsidieaanvragen betreffende activiteiten in de gemeente Leeuwarden. De Algemene Subsidieverordening gemeente Leeuwarden 2018 komt te vervallen, behoudens alle subsidies die zijn verleend op grond van Algemene Subsidieverordening gemeente Leeuwarden 2018 en die nog moeten worden vastgesteld.
Inleiding De inleiding is aangepast naar de Algemene Subsidieverordening Leeuwarden 2025 en wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst: Het doel van de Toelichting Algemene Subsidieverordening Leeuwarden 2018 (hierna: ASVL) is, (…)
Nieuwe tekst: Het doel van de Toelichting Algemene Subsidieverordening Leeuwarden 2025 (hierna: ASV 2025) is, (…)
Met ingang van 1 januari 2018 ontstaat door de herindeling van de gemeente Leeuwarden met de gemeente Leeuwarderadeel (..)
Met ingang van 1 januari 2025 beschikt de gemeente Leeuwarden weer over een actuele verordening, die op alle subsidie die namens of door het college van toepassing is. Bij de actualisatie is ook gekeken naar de modelverordening van de VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten).
Bij het opstellen van de ASVL is (…)
Bij het opstellen van de ASV 2025 is (…)
8
Artikelgewijze toelichting De toelichting op artikel 1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst: Ten opzichte van de Algemene Subsidieverordening Leeuwarden 2014 is de begrippenlijst uitgebreid met een omschrijving van: (..)
Nieuwe tekst: Ten opzichte van de Algemene Subsidieverordening Leeuwarden 2018 is de begrippenlijst uitgebreid met een omschrijving van de raad. Ook is het begrip algemene reserve aangepast naar egalisatiereserve, om duidelijk te maken dat wordt aangesloten bij de Awb. Daarnaast is het begrip ‘activiteit’ niet langer gedefinieerd om aan te kunnen sluiten bij de bedoeling van de Awb.
Bestaand artikel 2 is opgesplitst in twee artikelen. De toelichting op deze artikelen wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst: Artikel 2 reikwijdte Het college wordt door deze bepaling de bevoegdheid toegekend om op grond van de ASVL nadere regelingen vast te stellen, die aangeven op welke gronden door of namens (..)
Nieuwe tekst: Artikel 2 reikwijdte Het college krijgt de bevoegdheid om te besluiten over het verstrekken van subsidies waarop de Algemene subsidieverordening (hierna: ASV 2025) van toepassing is. Dit betreft in beginsel alle subsidies, dus ook subsidies waarvoor overeenkomstig artikel 4:23, derde lid, van de Awb geen wettelijke grondslag nodig is. Artikel 3 Bevoegdheid college Met dit artikel krijgt het college de bevoegdheid om in nadere regels de te subsidiëren activiteiten te bepalen, ook wel subsidieregelingen genoemd. Voor zover het college iets wenst te regelen met betrekking tot de doelgroepen die voor subsidie in aanmerking komen, de berekening van de subsidie en de wijze van uitbetalen, dient dit eveneens in de subsidieregeling te gebeuren. In andere artikelen van de ASV worden bevoegdheden gedelegeerd die betrekking hebben op de inhoud van de subsidieregeling: het afwijken van termijnen en de wijze van verdelen van het subsidieplafond. Voor zover het college geen gebruik maakt van de bevoegdheid om een subsidieregeling vast te stellen is subsidieverstrekking door het college ingevolge de Awb slechts mogelijk: a. in spoedeisende situaties (tijdelijk, vooruitlopend op de vaststelling van een wettelijk voorschrift); b. op grond van een begrotingspost (de begroting dient de subsidieontvanger en het bedrag dat ten hoogste kan worden vastgesteld te vermelden); c.
op incidentele basis (voor uitzonderlijke gevallen, en als er in beginsel slechts eenmalig subsidie zal worden toegekend).
Toelichting op artikel 3 wordt toelichting op artikel 4. Tekst blijft ongewijzigd. Toelichting op artikel 4 wordt toelichting op artikel 5. Tekst blijft ongewijzigd. Toelichting op artikel 5 wordt toelichting op artikel 6. Tekst blijft ongewijzigd.
Artikel 6 Algemene reserve is gewijzigd naar artikel 7 Egalisatiereserve. De toelichting op artikel 6 is als volgt gewijzigd:
9
Bestaande tekst: In dit artikel staan de bepalingen opgenomen die betrekking hebben op het creëren van een algemene reserve. Dit is een buffer waarmee tekorten (..)
Nieuwe tekst: In dit artikel staan de bepalingen opgenomen die betrekking hebben op het creëren van een egalisatie reserve. Dit is een buffer waarmee tekorten in het ene jaar kunnen worden opgevangen met overschotten in het andere jaar. Het kan niet de bedoeling zijn dat deze reserve onnodig groot wordt. Om dit te voorkomen is de behoefte er om per situatie een redelijk percentage te bepalen. Daarom kan in de beschikking worden vastgesteld dat deze reserve een maximaal percentage van de totale exploitatielasten of toegekende subsidie van de aanvrager mag bedragen. Naast een door het college opgelegde verplichting kan op grond van het tweede lid elke subsidieontvanger het college verzoeken een egalisatiereserve te mogen vormen. Omdat de egalisatiereserve dient om tekorten in het ene jaar te compenseren met overschotten in het andere jaar, heeft de toepassing van het eerste of tweede lid alleen zin bij subsidies die in een reeks van jaren achter elkaar worden verstrekt.
Toelichting op artikel 7 wordt toelichting op artikel 8 en wijzigt als volgt: Bestaande tekst: Artikel 7 Bestemmingsreserves en voorzieningen Dit artikel biedt de mogelijkheid aan een aanvrager om naast een algemene reserve één of meerdere bestemmingsreserves en/of voorzieningen te vormen. Onder bestemmingsreserve wordt verstaan een op de balans van de instelling opgenomen bedrag voor te verwachten activiteiten, die echter niet uitsluitend in het jaar van uitvoering ten laste van de middelen kan worden gebracht. Onder een voorziening wordt verstaan een op de balans opgenomen bedrag voor de betaling van reeds aangegane, maar nog niet opeisbare verplichtingen. Om een goed gebruik van de financiële middelen te waarborgen, dient hiervoor toestemming aan het college te worden gevraagd. Het verlenen van toestemming betekent ook dat de instelling verplicht is die reserve en/of voorziening te vullen op de voorgenomen wijze.
Nieuwe tekst: Artikel 8 Bestemmingsreserves en voorzieningen Dit artikel biedt de mogelijkheid aan een aanvrager om naast een egalisatie reserve één of meerdere bestemmingsreserves en/of voorzieningen te vormen. Om een goed gebruik van de financiële middelen te waarborgen, dient hiervoor toestemming aan het college te worden gevraagd. Het verlenen van toestemming betekent ook dat de instelling verplicht is die reserve en/of voorziening te vullen op de voorgenomen wijze.
Toelichting op artikel 8 wordt toelichting op artikel 9. Tekst blijft ongewijzigd. Artikel 9 en artikel 10 zijn samengevoegd naar één artikel. De toelichting op artikel 10 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst: Om het behandelen van bepaalde subsidieaanvragen doeltreffend te kunnen laten verlopen kan het college een formulier vaststellen. Op die manier kan doelgericht gevraagd worden (..)
Nieuwe tekst: De minimale vereisten voor het indienen van een aanvraag voor een subsidie staan hier vermeld. Het college kan op grond van lid 4 aanvullende gegevens vragen, al dan niet neergelegd in een nadere regeling. Het college kan echter voor een bepaalde aanvraag ook minder gegevens verlangen. Ook behoeven bepaalde gegevens alleen bij de eerste aanvraag voor een subsidie te worden overlegd waarna kan worden volstaan met het doorgeven van wijzigingen. Om het behandelen van subsidieaanvragen doeltreffend te kunnen laten verlopen heeft het college een digitaal aanvraagportaal ter beschikking gesteld. Op die manier kan doelgericht gevraagd worden naar de aard van een aangediende activiteit en het maatschappelijke effect daarvan. Bovendien kan het aanvraagproces efficiënt worden doorlopen. Alleen in uitzonderlijke gevallen wordt een aanvraag buiten dit systeem om nog in behandeling genomen.
10
Bij de aanvraag dient de bestuurssamenstelling te worden aangeleverd. Dit heeft als doel om te kunnen vaststellen dat het bevoegd gezag een aanvraag indient of de ge(vol)machtigde rechtsgeldig een aanvraag kan indienen. In dat laatste geval dient uiteraard ook de machtiging te worden overgelegd. Tevens kan een uittreksel van de Kamer van Koophandel bij de aanvraag worden ingediend. Uit dit uittreksel blijkt namelijk ook de bestuurssamenstelling. Indien naar het oordeel van het college de subsidieverlening als staatssteun kan worden aangemerkt dan wel het risico met zich meebrengt dat de subsidie als staatssteun kan worden aangemerkt, kunnen aanvullende gegevens worden verlangd. Hieruit blijkt welke andere overheidsbijdragen de subsidieaanvrager ontvangt. Indien deze gegevens niet voorhanden zijn, kan het college ook om een “verklaring” vragen waarin de aanvrager verklaart geen andere overheidsbijdragen te ontvangen. Dit is met name van belang bij de de-minimissteun, waarbij de overheidsbijdragen zijn vrijgesteld onder een bepaald drempelbedrag.
In de toelichting op artikel 11 wordt nu verwezen naar de ASV 2025 (was: ASVL 2018). Toelichting op artikel 12 blijft ongewijzigd. Toelichting op artikel 13 blijft ongewijzigd. Toelichting op artikel 14 blijft ongewijzigd. Toelichting op artikel 15 blijft ongewijzigd. Toelichting op artikel 16 blijft ongewijzigd. Toelichting op artikel 17 wordt aangepast. (was: hoger dan €50.000, wordt: hoger dan €75.000,-). Tekst blijft ongewijzigd. Toelichting op artikel 18 blijft ongewijzigd. Toelichting op artikel 19 wordt aangepast. (was: toelichting op artikel 9, wordt: toelichting op artikel 10). Tekst blijft ongewijzigd. Toelichting op artikel 20 blijft ongewijzigd. Toelichting op artikel 21 wordt aangepast. (was: subsidies tot en met €5.000 euro, wordt: tot €75.000 euro). Tekst blijft ongewijzigd. Artikel 22 en 23 zijn samengevoegd naar één artikel. Toelichting op artikel 22 wordt als volgt aangepast: Bestaande tekst: Artikel 22 Verantwoording subsidies vanaf 5.001 tot en met 50.000 euro Een zeer groot deel van de subsidieaanvragen (80% in 2011) voor activiteiten in het kader van de programma’s Cultuur, (…) Artikel 23 Verantwoording subsidies vanaf 50.000 euro
Nieuwe tekst: Artikel 22 Verantwoording subsidies vanaf 75.000 euro Vanwege het grote financiële belang dat achter deze subsidies zit, wordt hiervoor een grotere uitgebreide verantwoording opgevraagd.
11
Vanwege het grote financiële belang dat achter deze subsidies zit, wordt hiervoor een grotere uitgebreide verantwoording opgevraagd (..)
Toelichting op artikel 24 wordt toelichting op artikel 23. Tekst blijft ongewijzigd. Toelichting op artikel 25 wordt toelichting op artikel 24. Toelichting op artikel 24 wordt aangepast. (was: verwijzing naar artikel 6 en 7, wordt: verwijzing naar artikel 7 en 8). Toelichting op artikel 26 wordt toelichting op artikel 25. Laatste zin van de eerste alinea wordt verwijderd. Toelichting op artikel 27 wordt toelichting op artikel 26. De toelichting op artikel 27 is als volgt gewijzigd: Bestaande tekst: Deze bepaling beoogt de gevolgen van de hier bedoelde marktverstorende bevoordeling, indien dat wordt vastgesteld, voor de gemeente te beperken. Anderzijds wordt het streven van de gemeente weerspiegeld, (..)
Nieuwe tekst: Om subsidies onder een Europees steunkader te brengen moet de subsidie op het toepasselijke steunkader worden toegesneden. Daarbij kan het nodig zijn dat er in de subsidieregeling afgeweken wordt van de ASV, of dat deze aangevuld wordt. Het eerste lid maakt het college daartoe bevoegd. Het tweede en derde lid zijn een uitvloeisel van de eis van de Europese Commissie dat in subsidieregelingen en -beschikkingen die gebruik maken van het Europees steunkader, het toepasselijke kader expliciet wordt vermeld. Als sprake is van steun die valt onder een Europees steunkader, kunnen uiteraard alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten voor subsidie in aanmerking komen voor zover die voldoen aan de eisen en voorwaarden van het betreffende steunkader (vierde lid). Net zo goed als dat bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, kunnen ondernemingen alleen in aanmerking komen als de subsidieverstrekking voldoet aan de voorwaarden van het desbetreffende steunkader (vijfde lid). Voor meer informatie over staatssteun zie de website europadecentraal.nl.
Toelichting op artikel 28 wordt toelichting op artikel 27. De toelichting wordt in de laatste zin aangevuld met: tenzij in de vaststellingsbeschikking anders is vermeld. Toelichting op artikel 29 wordt toelichting op artikel 28. De toelichting wordt in de laatste zin aangevuld met: de richtlijn voor de hoogte van een voorschot is 90 % van het verleende subsidiebedrag. Toelichting op artikel 30 wordt toelichting op artikel 29. Toelichting op artikel 29 wordt aangepast. (was: verwijzing naar artikel 27 ASVL 2018, wordt: verwijzing naar artikel 26 ASV 2025). Toelichting op artikel 31 wordt toelichting op artikel 30. Tekst blijft ongewijzigd. Toelichting op artikel 32 wordt toelichting op artikel 31. Tekst blijft ongewijzigd. Toelichting op artikel 33 wordt toelichting op artikel 32. Tekst blijft ongewijzigd. Toelichting op artikel 34 wordt toelichting op artikel 33. Tekst blijft ongewijzigd. Toelichting op artikel 35 wordt toelichting op artikel 34. Tekst blijft ongewijzigd.
12
Toelichting op artikel 36 en 37 (wordt: artikel 35 en 36) wordt verwijderd. Toelichting op artikel 38 wordt toelichting op artikel 37. De toelichting op artikel 37 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst: Dit overgangsrecht heeft te maken met de herindeling van de gemeente Leeuwarden met de gemeente Leeuwarderadeel en een deel van de gemeente Littenseradiel per 1 januari 2018. Deze verordening zal (..)
Nieuwe tekst: Omdat de jaarlijkse subsidieaanvragen voor 1 oktober van het jaar moeten worden ingediend is de ASV 2025 voor 1 oktober 2024 gepubliceerd, zodat bij de nieuwe aanvragen rekening kan worden gehouden met de ASV 2025. Voor de subsidies die zijn verleend op grond van de Algemene Subsidieverordening Leeuwarden 2018 en die nog moeten worden vastgesteld blijft de Algemene Subsidieverordening Leeuwarden 2018 van toepassing.
13