Bijlage.pdf
Tekst van het document
Bijlage 1 ‘scenario’s tarieven’ In deze memo worden drie scenario’s weergegeven, scenario A, B en C. In elk scenario is het vaste en variabele tarief opgenomen voor het aanbieden van een Sortibak (grijze minicontainer) aan de weg en een tarief per klepopening van een ondergrondse container. De scenario’s zijn opgesteld op basis van verschillende tarieven per aangeboden hoeveelheid restafval. Per scenario is ook in kaart gebracht wat de verwachte (gemiddelde) aanslag afvalstoffenheffing wordt per gezinssamenstelling en wat het tarief in 2022 was. Het uitgangspunt bij de berekening is een gemiddelde hoeveelheid restafval per inwoner van 160 kg en bij de meerpersoonshuishoudens een gezinsgrootte van 2,7 personen. Diftar paradox Bij elk scenario is aangegeven wat het financiële risico is van de gemeente. Het vaste tarief wordt lager bij een hoger variabel tarief. Hoe hoger de variabele tarieven zijn, hoe groter het deel van de vaste kosten is dat gedekt moet worden vanuit het variabele tarief. En daar ligt het financiële risico van de gemeente. In de ramingen gaat de gemeente uit van 160 kg afval (bruto1) per inwoner per jaar. In de scenario’s is aangegeven hoe hoog het financiële risico is wanneer dit 150 kg per inwoner per jaar is en 140 kg per inwoner per jaar. SCENARIO A: Tarief per kg: € 0,09 Tarief per klepopening: € 0,73
1 ‘bruto’ hoeveelheid restafval: aangezien hierin de nog na te scheiden fracties zitten als plastic verpakkingen,
drankenkartons en blik. Na de nascheiding blijft er ongeveer 59% van deze bruto hoeveelheid restafval over als ‘netto’ restafval dat moet worden verbrand.
SCENARIO B: Tarief per kg: € 0,20 Tarief per klepopening: € 1,35
SCENARIO C: Tarief per kg: € 0,40 Tarief per klepopening: € 2,44