CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJLAGE_Notitie_tav_volksgezondheid

Besluitvorming (raad) 4 oktober 2021, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen (vvgb) voor de bouw van twee pluimveestallen Harnsterdyk 7 Stiens1.037 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Toelichting t.a.v. maatregelen t.b.v. volksgezondheid d.d. 24 februari 2020 Initiatiefnemer Maatschap L., L.M. de Boer en R.P. de Boer-Talsma Harnsterdyk 7 9051 LD STIENS Locatie De locatie Harnsterdyk 7 ligt in het buitengebied van de gemeente Leeuwarderadeel op een afstand van ca. 725 m ten noordwesten van Stiens. Het is een agrarisch gebied met voornamelijk veehouderij en enkele verspreid liggende woningen. De dichtstbijzijnde stal bevindt zich ca. 90 m van de dichtstbijzijnde woning van derden, Harnsterdyk 8. Dit is een woning die eigendom is van dezelfde stichting als waar De Boer land van huurt en het erf in erfpacht onderdeel van uitmaakt, de Boelstra-Olivier stichting. Het dichtstbijzijnde emissiepunt in eindgevel ligt op ca. 173 m afstand. De daaropvolgende woning ligt op meer dan 200 m van de inrichting en de bebouwde kom van Stiens ligt op ca. 725 m van de inrichting. Volksgezondheid De gevolgen van intensieve veehouderijen voor de gezondheid van omwonenden staan volop in de belangstelling. Mogelijke risico's voor de gezondheid worden veroorzaakt door fijnstof, geur, endotoxinen en zoönosen (ziektes overdraagbaar van dier op mens). Het onderzoek van de Gezondheidsraad uit 2012 concludeerde: • Het is niet bekend tot welke afstand van een veehouderijbedrijf verhoogde risico’s gelden voor de bevolking.

• Voor rigide landelijke minimale afstandsnormen tussen veebedrijven en burgerwoningen is wetenschappelijk te weinig onderbouwing. • De Gezondheidsraad ziet meer in een lokale afweging: een discussie op lokaal niveau, met onder anderen GGD’s en gemeenten. Recent onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO, 2016-2017) van RIVM, IRAS, Wageningen UR en NIVEL toont aan dat in de buurt van veehouderijen COPD-patiënten meer complicaties van hun ziekte ondervinden. Daarnaast zien onderzoekers in het onderzoeksgebied een vermindering van de longfunctie door de uitstoot van ammoniak, en komen longontstekingen vaker voor. Daarentegen is er dichtbij veehouderijen minder astma en allergie. Nader onderzoek (VGO-3, 2018) toont aan dat er de laatste jaren juist géén verhoogd risico voor omwonenden van pluimveehouderijen (meer) is wat betreft longontsteking. Het kan zijn dat er voorheen andere oorzaken zijn geweest, die onbekend zijn, of dat er een trendbreuk is ontstaan doordat pluimveehouders fijnstofreducerende maatregelen treffen.

Hoeve Advies

1

GGD-advies De GGD (bron: Informatieblad Intensieve veehouderij en gezondheid, update 2011) adviseert de bedrijven het risico te beheersen met: • Preventieve maatregelen. Huisvestingssystemen gericht op beheersing van introductie en verspreiding van micro-organismen en beperking van uitstoot van schadelijke stoffen. • Goed bedrijfsmanagement. Bedrijfsvoering gericht op minimalisatie van introductie en verspreiding van micro-organismen en voorkómen van antibioticumresistentie. Bio-aerosolen Bio-aerosolen als endotoxine en zoönosen vormen mogelijk een risico voor de gezondheid. Endotoxinen zijn kleine onderdelen van micro-organismen die luchtwegirritatie en ontstekingsreacties kunnen veroorzaken. Zoönosen zijn ziektekiemen die overdraagbaar zijn van dier op mens. Op dit moment is er wettelijk gezien geen verplichting risicoreducerende maatregelen te treffen. Daarvoor is eerst meer inzicht nodig aan de hand van aanvullende onderzoeken. Uit luchtmetingen in de woonomgeving blijkt dat de concentratie endotoxinen in de lucht toeneemt naarmate de afstand tot een veehouderij kleiner wordt of het aantal veehouderijen in een gebied (de dichtheid) groter wordt. Uit de resultaten van het VGO-onderzoek concludeert GGD GHOR Nederland dat emissiereductie van fijnstof als drager van bio-aerosolen gezondheidsschade kan beperken, in ieder geval bij pluimveebedrijven.

Maatregelen De maatregelen die de pluimveehouder neemt om risico’s op aantasting van de volksgezondheid te voorkomen, hebben betrekking op de keuze van het stalsysteem, het gebruik van fijnstofreducerende techniek en het nemen van preventieve maatregelen.

Stalsysteem

De fijnstofemissie van reguliere vleeskuikens is 22 gram PM10 per dierplaats per jaar.

Fijnstofreducerende maatregelen

In de nieuwe stallen wordt met de warmtewisselaar E 7.6 BWL2011.02.V6 de fijnstofuitstoot met 31% gereduceerd. Hiermee wordt voldaan aan de maximale emissiewaarde van 16 gram PM10 p.d.p.j. (Besluit huisvesting). Voor bestaande stallen geldt geen maximale waarde voor fijnstof. Uit berekeningen met ISL3a blijkt dat ruim aan de voor luchtkwaliteit gestelde normen wordt voldaan (fijnstofconcentratie en maximaal aantal dagen overschrijding onder de norm). De stallen worden voorzien van gebundelde nokventilatie op een uitbouw achteraan de stal, waardoor de ventilatielucht hoog en met kracht wordt weggeblazen. Daardoor komt er minder stof in de directe omgeving terecht en in lagere concentraties. Het wachten is op haalbare en betaalbare technieken die fijnstof in bestaande stallen kunnen reduceren, wat ten goede komt aan het dier en de verzorger. Op dit moment is er nog geen zicht op. Er vindt in den lande nog allerlei onderzoek plaats.

Hoeve Advies

2

Preventieve maatregelen Om het risico op insleep van ziekten zoveel mogelijk te voorkomen is het bedrijf zo opgezet en uitgevoerd dat geen vreemden van buiten in de stallen hoeven en kunnen komen. Voor degenen die wel in de stallen gaan, gelden strikte hygiëneregels. Algemene hygiëne-maatregelen ter preventie van dierziekten: • Geen toegang voor onbevoegden • Deuren op slot als pluimveehouder niet in de stal is • Hygiënesluis/omkleedruimte per stal bij binnenkomst t.b.v. het aantrekken van bedrijfskleding en –schoeisel, wasbak beschikbaar om handen te wassen • Douche beschikbaar voor dierenartsen en erfbetreders die ook met andere pluimveebedrijven in aanraking komen • Inzet van geënte jonge kuikens (weerstand) • Ongediertebestrijding (om overdracht van ziektekiemen te voorkomen) • Gekoelde opslag van kadavers • Nadat de dieren zijn afgeleverd wordt de stal (nat) gereinigd en ontsmet Algemene bedrijfsmaatregelen met het oog op goede gezondheidsstatus: • Deelname IKB (tracking en tracing t.a.v. veevoer, diermateriaal, medicijngebruik, hygiëne, diertransport) • Dierenarts ziet toe op gezondheidsstatus • Dagelijkse controle van dieren in de stal (en in de weide t.a.v.

de paarden) • Stalklimaat middels klimaatcomputer aangestuurd • Uitgebalanceerde diervoeding in overleg met voerleverancier • Goed leefklimaat voor de dieren in de stal (mechanische ventilatie, klimaatcomputer, geïsoleerde stallen) Conclusie Gelet op de afstand van de locatie tot omwonenden, tot andere veehouderijbedrijven en andere (intensieve) veehouderijen, het feit dat er alleen kippen worden gehouden dus niet in combinatie met varkens, de strikte hygiëne en preventieve voorzorgsmaatregelen die genomen worden, en het feit dat er geen eenduidige conclusie of zorg heerst t.a.v. eventuele gezondheidseffecten, maakt dat de getroffen maatregelen voldoende zijn om een uitbraak van een veeziekte zoveel mogelijk te voorkomen en daarmee het risico op een negatief effect op de volksgezondheid van omwonenden tegen te gaan. Ing. W. (Wim) Hoeve HOEVE ADVIES BV

Hoeve Advies

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=63732eac-15f0-44e6-b2c0-b5f73dde14e4