CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

BIjlage 9.5 - Opgaven aandachtsgroepen

Besluitvorming (raad) 16 oktober 2024, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Beleidskader Wonen met Zorg9.106 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bijlage 8.5 Opgaven aandachtsgroepen Beleidskader wonen met zorg, Gemeente Leeuwarden

Inhoudsopgave

Blz. 03

Aanleiding en doel: Aandachtsgroepen in beeld

Blz. 05

Tafel 1: Dak- en thuisloze mensen, uitstromers uit de maatschappelijke opvang (MO), en uitstromers uit detentie. 1.1 Contextschets (omvang, prognose, woonsituatie) 1.2 Behoefte en ontwikkelingen (langs de actielijnen) 1.3 Belangrijkste knelpunten 1.4 Belangrijkste kansen

Blz. 10

Tafel 2: Mensen met een psychische kwetsbaarheid, uitstromers uit intramurale instellingen én jeugdhulp 2.1 Contextschets (omvang, prognose, woonsituatie) 2.2 Behoefte en ontwikkelingen (langs de actielijnen) 2.3 Belangrijkste knelpunten 2.4 Belangrijkste kansen

Blz. 15

Tafel 3: Vrouwenopvang, slachtoffers mensenhandel, stoppende sekswerkers 3.1 Contextschets (omvang, prognose, woonsituatie) 3.2 Behoefte en ontwikkelingen (langs de actielijnen) 3.3 Belangrijkste knelpunten 3.4 Belangrijkste kansen

Blz. 20

Tafel 4: Mensen met een lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke beperking 4.1 Contextschets (omvang, prognose, woonsituatie) 4.2 Behoefte en ontwikkelingen (langs de actielijnen) 4.3 Belangrijkste knelpunten 4.4 Belangrijkste kansen

Blz. 24

Tafel 5: Statushouders 5.1 Contextschets (omvang, prognose, woonsituatie) 5.2 Behoefte en ontwikkelingen (langs de actielijnen) 5.3 Belangrijkste knelpunten 5.4 Belangrijkste kansen

Blz. 28

Tafel 6: Mantelzorgers 6.1 Contextschets (omvang, prognose, woonsituatie) 6.2 Behoefte en ontwikkelingen (langs de actielijnen) 6.3 Belangrijkste knelpunten 6.4 Belangrijkste kansen

2/31

Aanleiding en doel: Aandachtsgroepen in beeld Een introductie Door stijgende personeelstekorten, een aankomende vergrijzing – ook onder de zogeheten aandachtsgroepen – en een verschuiving van intramurale naar extramurale zorg staan we voor een aanzienlijke verschuiving in de woonzorgvraag en -aanbod in de gemeente. Hoe kunnen we in de groeiende vraag en (toekomstige) behoefte van kwetsbare inwoners op het gebied van wonen, zorg en welzijn voorzien? Met het beleidskader wonen met zorg proberen we hier een antwoord op te geven. In de eerste conceptversie van het beleidskader hebben we ons gefocust op ouderen. In onderliggend document brengen we de andere kwetsbare doelgroepen in kaart: Van dak- en thuislozen tot en met mensen met een beperking en mantelzorgers. Aan de hand van zes rondetafelgesprekken hebben we samen met alle betrokken partijen - woningcorporaties, huurders-, cliënt- en bewoners-organisaties, zorgkantoor en zorg- en welzijnsorganisaties - per doelgroep ingezoomd op de huidige woon- en zorgsituatie, ontwikkelingen, de belangrijkste knelpunten en de belangrijkste kansen voor de toekomst. Uitkomst rondetafelgesprekken De kwetsbare doelgroepen en hun situatie zijn dermate uiteenlopend dat we ze al snel te kort doen door de uitkomsten samen te vatten. Maar er zijn wel een paar gemenedelers te benoemen: *

Veel kwetsbare doelgroepen nemen, in tegenstelling tot ouderen, bescheiden in aantallen toe of nemen zelfs af. Toch is door het woningtekort het vinden van een passende woning vaak niet makkelijk. Hierdoor stagneert de in- en doorstroom.

*

Veel kwetsbare inwoners hebben een bescheiden inkomen en zijn daarom aangewezen op de meest goedkope (huur-) woningen. Door de concentratie van de goedkope woningvoorraad in de stad en dorpen zijn er buurten met overwegend veel kwetsbare inwoners. Op deze plekken missen de sterke schouders om de buurt veerkrachtig te houden. Het ontbreken van de juiste begeleiding kan hier leiden tot escalatie, stapeling van problematiek, criminaliteit of overlast voor de omgeving.

*

Voor het merendeel van de mensen uit de kwetsbare doelgroepen is meer nodig dan alleen een dak boven het hoofd om prettig en stabiel te kunnen wonen. Bij de meesten ligt de grootste uitdaging in de overgang van een beschermde woonsetting (of de straat) naar het zelfstandig wonen. Daarom is het cruciaal om tijdig in de juiste ondersteuning te voorzien én dit een tijd vol te houden. ThuisPlus is hier een voorbeeld van, maar werkt (nog) bij iedereen even goed.

3/31

*

In navolging van het landelijk beleid zijn de zogeheten tussenvoorzieningen opgeheven. Als je geen indicatie hebt voor beschermd wonen, woon je in principe zelfstandig. Bij sommige cliënten kan (tijdelijk) een iets meer beschermde woonsetting soms tóch uitkomst bieden, geven vele partijen aan. Denk aan sekswerkers die willen stoppen, of uitstromers uit het beschermd wonen.

In dit document vindt u per rondetafel een samenvatting van verzamelde data van de doelgroepen plus datgene dat aan tafel is besproken. Het waren open gesprekken waarin alle betrokken partijen hun ervaringen deelden. De opsomming van bijvoorbeeld de knelpunten zijn dus niet perse de opvatting van de gemeente, maar een mix van uitspraken van verschillende betrokkenen. Aan de hand van de samenvatting per tafel is de conceptversie van het beleidskader aangescherpt. De uitkomsten zijn input voor het formuleren van een integrale aanpak voor de woonzorgopgave voor álle kwetsbare doelgroepen in de gemeente.

4/31

Tafel 1: Dak- en thuisloze mensen, uitstromers uit de maatschappelijke opvang (MO), en uitstromers uit detentie. 1.1 Contextschets (omvang van de doelgroep, prognoses voor de toekomst, veel voorkomende woonsituatie): Doelgroep A: Dak- en thuislozen/uitstroom maatschappelijke opvang: Hoe groot is de doelgroep? * In de gemeente Leeuwarden telden we in 2022 155 huishoudens die geregistreerd dak- of thuisloos zijn. * In totaal waren er in 2022 450 huishoudens in heel Fryslân geregistreerd dak- of thuisloos. De gemeente Leeuwarden heeft dus met 35% een fors aandeel dak- en thuislozen in de provincie. Neemt de doelgroep in omvang toe? * Pas sinds 2022 is er een uniforme registratie van dak- en thuislozen in Fryslân. Prognoses zijn daarom (nog) niet bekend of niet voldoende eenduidig. Hoe woont de doelgroep of waar stroomt de doelgroep uit? * Van het aantal geregistreerde huishoudens stromen er ruim 70% uit naar zelfstandig wonen. In de gemeente Leeuwarden gaat het in absolute getallen om een uitstroom van 60 huishoudens. * Het merendeel komt terecht in een sociale huurwoning (60%). De anderen stromen vooral uit in een particuliere huurwoning. * De helft van de 60 huishoudens ontvangt na uitstroom ambulante begeleiding. * De huishoudens waarbij zelfstandig wonen geen optie is, stromen veelal uit naar beschermd wonen. Dit is mogelijk met een wmo- of wlz-indicatie.

Specificatie doelgroep * Het merendeel van de geregistreerde daklozen zijn tussen de 35 en 66 jaar (60%). * Daarnaast is bijna een kwart jonger dan 26 jaar oud (23%). * Onder ouderen zijn er weinig daklozen geregistreerd (1%). Wat valt verder op? * Van de geregistreerde dak- en thuislozen is bijna 60% langer dan 6 maanden dakloos. * De belangrijkste oorzaken zijn relatiebreuk, uitzetting of vlucht voor geweld en dreiging. * Bijna 50% van de huishoudens heeft schulden, maar slechts 7% blijkt in een schuldhulptraject te zitten.

5/31

*

*

Sinds 2021 is er een provinciaal Transferpunt. Naast een uniforme registratie van dak- en thuislozen in Fryslân, is de kerntaak van dit transferpunt om de uitstroom van mensen uit de maatschappelijke opvang en beschermd wonen te bevorderen. Het transferpunt vervult daarin een belangrijke schakelfunctie tussen zorgaanbieders, woningcorporaties en gebiedsteams. Het transferpunt onderzoekt voor ieder huishouden de herkomst en de oorzaken van dakloosheid, en probeert zo huishoudens zo goed mogelijk te begeleiden bij uitstroom.

Bron(en) data: Jaarrapportage Brede Aanpak Dakloosheid 2022, monitor Transferpunt, SDF Doelgroep B: Uitstroom gedetineerden Hoe groot is de doelgroep? * De meeste recente cijfers dateren van 2021. In dat jaar stroomden er 196 gedetineerden uit in de gemeente Leeuwarden. * De uitstroom in de gemeente Leeuwarden vormt 40-50% van de totale uitstroom in de provincie. Neemt de doelgroep in omvang toe? * Het aantal gedetineerden neemt per jaar af: Vergeleken met 2017 is het aantal personen dat in 2021 uitstroomt met meer dan 40% gedaald. * Dit komt voor een klein deel door demografische ontwikkelingen; het aantal jonge mannen (18-45 jaar) dat relatief vaak in een penitentiaire inrichting (PI) zit, neemt demografisch wat af. * Maar de daling is vooral te wijten aan het feit dat er per hoofd bevolking minder geregistreerde criminaliteit is en vrijheidsstraffen minder vaak worden opgelegd. Daarnaast duren de straffen gemiddeld minder lang. Hoe woont de doelgroep of waar stroomt de doelgroep uit? * Het merendeel van de gedetineerden keert weer terug naar zelfstandig wonen. Sommigen van hen hebben hun eigen (huur)woning kunnen behouden, soms met financiële ondersteuning van de gemeente. * Voor een deel van hen wordt een indicatie voor forensische zorg afgegeven (Ifzo). Deze zorg varieert van ambulante zorg aan huis tot aan een verblijfplek in beschermd wonen (BW).

* Voor sommigen is zelfstandig wonen of een plek in beschermd wonen geen optie. Zij stromen uit naar maatschappelijke opvang (MO).

6/31

Specificatie doelgroep * Van de 196 personen die in 2021 zijn uitgestroomd, was 96% man. Vaak gaat het om relatief jonge mannen, in de leeftijd van 18-45 jaar. * De problematiek van de doelgroep is uiteenlopend. Vaak zijn verschillende problemen met elkaar verweven en versterken die problemen elkaar. * De meesten (75%) hebben te maken met (ernstig) antisociaal gedragsproblematiek. Daarnaast heeft men vaak financiële problemen (75%) en problemen met huisvesting (61%). De helft van de gedetineerden ervaart problemen met alcohol en/of drugs (50%). En iets minder dan de helft heeft een indicatie voor een licht verstandelijk beperking (45%). Wat valt verder op? * De PI Leeuwarden biedt plaats aan 284 preventief en korten langgestrafte gedetineerden. Landelijk verblijven de meesten minder dan 3 maanden in de PI (70%).1 * PI’s worden landelijk ingezet: De 196 personen die per jaar in gemeente Leeuwarden uitstromen, zijn afkomstig uit verschillende PI’s (Leeuwarden, Zwolle, Grave, Alphen aan de Rijn, etc.). * Het Informatiesysteem Forensische Zorg (Ifzo) ondersteunt het totale proces van forensische zorg; van het invoeren van een indicatiestelling tot en met plaatsing bij een gecontracteerde zorginstelling die beschikt over een passend zorgaanbod. Via ifzo wordt de meest geschikte zorgplek voor de patiënt gevonden.

Bron(en) data: * Sociaal en Cultureel Planbureau, publieke voorzieningen, informatie Penitentiarie inrichtingen * IFZO, Forensische zorg, Dienst Justitiële Inrichtingen https://www.forensischezorg.nl/indicatiestellingplaatsing/indicatiestelling/systemen/ifzo * Eigen data staffunctionaris ketensamenwerking DJI. 1.2 Behoefte en ontwikkelingen (langs de actielijnen) Actielijn 1: Vitale wijken en dorpen * Zelfredzaamheid versus maatschappelijke acceptatie. Een paradox in het beleid is dat er wordt gestreefd naar snelle zelfredzaamheid van uitstromers, terwijl de maatschappij terughoudend is om deze mensen in de eigen wijk te accepteren. Dit zorgt voor een discrepantie tussen wat beleidsmakers willen en wat de maatschappij wil. 1 De verblijfsduur in 2022 was landelijk: 25,5 % max 2 weken, 45,2% 2 weken-

3 maand, 28,3% langer dan 3 maanden. De gemiddelde verblijfstijd van een gedetineerde is 139 dagen.

7/31

Actielijn 2: Geschikte woning en woonomgeving * Op dit moment is er vaak onvoldoende nazorg beschikbaar voor mensen die de maatschappelijke opvang verlaten. Er ontbreekt vaak een warme overdracht, waarbij de uitstromers worden overgedragen aan gebiedsteams. Verhuizen is een stressvolle periode, en juist tijdens deze overgang valt de zorg weg. * Er is een tekort aan geschikte woningen voor uitstromers uit de maatschappelijke opvang. Ook bij een eventuele inzet van tussenoplossingen is doorstroom een uitdaging als het achteraan de keten stagneert. * Voor sommige doelgroepen zijn reguliere woningen niet geschikt. Voor hen zijn er alternatieve woonvormen nodig, zoals het onconventioneel wonen. * Ontwikkelingen in de forensische zorg: Een belangrijke ontwikkeling is de toename in het aantal personen in TBS (terbeschikkingstelling). Het is echter nog een punt van discussie of deze doelgroep in aanmerking moet komen voor urgentie. Niet alle partijen zijn het hiermee eens, maar tegelijk is huisvesting, of het ontbreken daarvan, één van belangrijke problemen waar (ex-)gedetineerden vaak mee kampen. Actielijn 3: Volhoudbaar aanbod zorg en ondersteuning * De vele doorstroom van personeel bij zorg- en welzijnsorganisaties bemoeilijkt het opbouwen van een vertrouwensband en het maken van onderlinge afspraken tussen corporaties, zorg- en welzijnspartijen.

1.3 Belangrijkste knelpunten * Gebrek aan nazorg na uitstroom uit de maatschappelijke opvang. * Tekort aan geschikte woningen voor uitstromers. * Discrepantie tussen streven naar zelfredzaamheid en maatschappelijke acceptatie. * Veel wisseling van personeel in zorg- en welzijnsorganisaties. * Plotselinge woonvraag bij uitstromers uit detentie. * Huurproblemen na detentie. 1.4 Belangrijkste kansen * Het is van groot belang dat iedereen die uitstroomt, een gesprek krijgt met een professional om te bespreken hoe ze hun leven kunnen opbouwen. Dit gesprek kan gefinancierd worden vanuit de specialistische Wmo, bij voorkeur door de MO-aanbieder, die al als vertrouwenspersoon fungeert voor de persoon in kwestie. * Begin bij uitstroom uit MO of detentie met meer intensieve ondersteuning in het begin en schaal deze later af. Dat is op de lange termijn kostenefficiënter.

8/31

*

*

*

*

De inzet van tussenvoorzieningen kan helpen om tijdelijke opvang te bieden, zodat mensen in ieder geval een plek hebben om te wonen en van daaruit hun leven weer kunnen opbouwen. De beschikbaarheid van woningen ná deze tijdelijke periode is nog wel een belangrijk aandachtspunt. Het concept van gespikkeld wonen, waarbij de omgeving meer betrokken is bij de komst van nieuwe bewoners, kan bijdragen aan maatschappelijke acceptatie en ondersteuning. Een voorbeeld: Project ‘Goede buren’ van Legers des Heils. Onconventionele woonvormen moeten worden overwogen voor diegenen die niet geschikt zijn om in reguliere wijken of huizen te wonen, zodat ze een woning en woonomgeving krijgen die bij hen past. Aandacht voor werk, inkomen en schuldhulpverlening is essentieel, aangezien schulden vaak één van de oorzaken van dakloosheid en criminaliteit zijn.

9/31

Tafel 2: Mensen met een psychische kwetsbaarheid, uitstromers uit intramurale instellingen én jeugdhulp 2.1 Contextschets (omvang van de doelgroep, prognoses voor de toekomst, veel voorkomende woonsituatie): Hoe groot is de doelgroep? Mensen met een psychische kwetsbaarheid * In de gemeente Leeuwarden waren er in 2021 +/- 7.300 patiënten in de GGZ. Dat is bijna 6% van de bevolking in de gemeente. * De zorg voor deze 7.300 patiënten varieerde van GGZ Zvw (generalistische en gespecialiseerde GGZ inclusief verblijf) tot GGZ-Wlz. * De gemeente Leeuwarden telt het hoogste aantal GGZpatiënten per 10.000 inwoners in Fryslân (580). Daarvan hebben 185 personen (ruim 30%) een Ernstige Psychiatrische Aandoeningen. * Van de 7.300 patiënten woont het merendeel zelfstandig thuis. Uitstroom intramurale instelling * Van diegenen die niet thuis wonen, verblijven 390 personen in een wmo-verblijfsvoorziening (beschermd wonen). * 180 personen wonen wél zelfstandig, maar hebben intensieve ambulante woonbegeleiding vanuit de wmo. Deze intensieve ambulante begeleiding heet ThuisPlus, en is een soort tussenvorm tussen beschermd wonen en zelfstandig wonen. * Naast een wmo-verblijfsvoorziening zijn er ook wlzverblijfsvoorzieningen. Precieze data zijn (nog) niet bekend, maar provinciebreed weten we dat er 11 personen op 10.000 inwoners zijn die gebruik maken van een wlzvoorziening.

Vertaald naar de gemeente Leeuwarden komt dat neer op +/- 140 personen die beschermd wonen in een wlz-verblijfsvoorziening. Uitstroom uit jeugdhulp * Op dit moment zijn er 284 jongeren die een toewijzing verblijf of ThuisPlus hebben. * Op basis van het aantal jongeren dat nu 13 t/m 18 jaar is oud, is de verwachte uitstroom de komende 5 jaren 170 jongeren. Dat komt neer op een gemiddelde uitstroom van 34 jongeren per jaar. Neemt de doelgroep in omvang toe? * Het aantal GGZ-cliënten is van 2018 tot 2021 provinciebreed met 4% gedaald. Met oog op demografische ontwikkelingen is de verwachting dat deze trend naar de toekomst doorzet. 10/31

*

Met name omdat veel jongvolwassenen (20-34 jr.) gebruik maken van GGZ-zorg, en deze groep neemt demografisch wat af. De verwachting is dat, in tegenstelling tot andere delen van de provincie, de gemeente Leeuwarden in inwonertal de komende jaren toeneemt. We verwachten dan ook dat het aantal GGZ-patiënten in onze gemeente tenminste gelijkt blijft of zelfs groeit.

Uitstroom intramurale instelling * Een belangrijke verschuiving in het beschermd wonen is dat het aantal personen in de wmo-verblijfsvoorziening de afgelopen jaren flink is gedaald. Door de openstelling van een wlz-verblijfsvoorziening voor mensen met een psychische stoornis met een intensieve zorgvraag, is er een behoorlijke instroom van wmo naar wlz (65% sinds 2018). Het aantal personen met een wlz-indicatie in de leeftijd van 18 t/m 64 jaar is de afgelopen jaren dan ook met 85 cliënten per jaar toegenomen. * Mede door de afbouw van beschermd wonen via wmo gelden is ook het aantal personen dat gebruik maakt van ThuisPlus fors toegenomen (+200% sinds 2018). Uitstroom uit jeugdhulp * Voor de uitstroom van jeugd geldt ongeveer hetzelfde: Ook hier is op basis van de demografische ontwikkelingen provinciebreed de verwachting dat deze groep wat kleiner wordt. * Maar in de gemeente Leeuwarden verwachten we met oog op de groei van het inwonertal (migratie) dat het aantal jongeren tenminste gelijk blijft of zelfs groeit. Hoe woont de doelgroep of waar stroomt de doelgroep uit? * Het merendeel van personen die gebruik maken van de GGZ-zorg woont zelfstandig thuis. * Diegenen die tijdelijk in wmo- of wlz-verblijfsvoorziening wordt opgevangen, stroomt doorgaans uit naar een (sociale) huurwoning.

* 18-Plussers die uit de jeugdhulp uitstromen, gaan veelal zelfstandig wonen in een studio of kamer. Vanuit de instelling waar ze vandaan komen, worden ze voorbereid op het zelfstandig wonen. Diegenen met een zorgvraag komen ook na hun 18e nog in aanmerking voor (intensieve) ambulante begeleiding aan huis, zoals ThuisPlus. En voor deel van de jongeren die een meer intensieve zorgbehoefte hebben, is een verhuizing naar een intramurale plek in beschermd wonen voor volwassenen de route. Specificatie doelgroep * Het grootste aandeel van de GGZ-patiënten is relatief jong: 20-34 jaar. 11/31

Wat valt verder op? * Álle aanbieders voor GGZ, van dagbesteding tot verblijf, zitten in Leeuwarden-stad. En in de stad is het meeste aanbod dan weer voornamelijk geconcentreerd in de binnenstad en oude stadswijken. Er is dus nauwelijks aanbod in de buitenwijken en dorpen. * Het GGZ-aanbod in Leeuwarden heeft een sterke regionale functie voor omliggende gemeentes, waar weinig tot geen specialistisch aanbod is. * De cijfers laten een daling zien, maar in 2023 is er een stijging waargenomen bij Amaryllis en Windkracht058. Dit komt deels door wachtlijsten bij de GGZ. Ook de aanvragen van gezinnen nemen toe. * De wachttijd in Leeuwarden loopt per soort behandeling erg uiteen: van 1 tot 16 weken. Bij de meeste behandelingen is de wachttijd 2-5 weken. * Het aantal aanmeldingen voor 15-25-jarigen is de afgelopen tijd flink toegenomen. De wachttijd in Leeuwarden is 5 maanden. In Drachten en Heerenveen kunnen jongeren binnen twee maanden terecht. Bron(en) data: * Regiobeeld Friesland 2023, Zorgverzekeraar De Friesland, DataFryslân * Vektis * Data Sociaal Domein Gemeente Leeuwarden 2.2 Behoefte en ontwikkelingen (langs de actielijnen) Actielijn 1: Vitale wijken en dorpen * Er is een behoefte om groepen meer te categoriseren en maatwerk toe te passen in spreiding. * Het ondersteunen van zelfredzaamheid is van essentieel belang voor cliënten zelf, maar óók voor de omgeving.

* Inloop- en ontmoetingsvoorzieningen zijn buiten kantoortijden vaak niet open, terwijl voor veel mensen dát juist periodes zijn dat men behoefte heeft om even te ventileren. * Bij ontmoetingsplekken mist vaak maatwerk, niet iedereen heeft behoefte aan hetzelfde programma. Een goed voorbeeld is Jong Volwassenen Circuit van de GGZ (JVC), een inloop voor jongeren van 15 tot 25 jaar. * Heb ook aandacht voor diegenen die in isolement leven, en waarvoor stap om eruit te komen groot is. * Het afgelopen jaar merken Amaryllis en Windkracht 058 weer een stijging van het aantal aanmeldingen. Deze stijging zou kunnen worden verklaard door verschillende factoren. Ten eerste dat er meer kwetsbare mensen zelfstandig wonen. Ten tweede dat door coronapandemie het welzijn van sommigen is verslechterd en problemen zijn nu meer zichtbaar nu alles weer 'open' is. En tot slot de toename van 12/31

*

huishoudens met financiële problemen, door de fors toenemende energiekosten en hevige inflatie op dagelijkse boodschappen. Ga uit van de afspraken in het Convenant Weer Thuis2, zoals het woonplaatsbeginsel. Het nieuwe woonplaatsbeginsel gaat uit van de woonplaats waar de client staat ingeschreven op het moment van de zorgvraag.

Actielijn 2: Geschikte woning en woonomgeving * Het is essentieel dat iedereen met begeleiding een eigen permanente plek heeft, maar een tijdelijke plek waar ze kunnen zijn als het even niet goed gaat (uitraasplek) ontbreekt nog. * Jongeren kunnen prima in een studio of kamer wonen, reguliere woning vaak ongeschikt. * Nu stagnatie bij doorstroming naar sociale huurwoningen. * Het is van groot belang om de omgeving van kwetsbare mensen goed mee te nemen in de situatie en hierin te voorzien. * In gesprek blijven met doelgroep zélf is cruciaal (wat is de behoefte?), betrokkenheid wordt nu niet altijd gestimuleerd. Actielijn 3: Volhoudbaar aanbod zorg en ondersteuning 2.3 Belangrijkste knelpunten * Uitstroom stagneert door wachtlijsten voor Beschermd Wonen, GGZ en Verslavingszorg Noord Nederland. * Stap naar zelfstandig wonen voor sommigen best groot; er is nu geen tussenvoorziening om te wennen aan het zelfstandige leven. * Door de woningnood komt het voor dat mensen oneigenlijk gebruikmaken van zorg, waardoor de doorstroom van intramurale naar extramurale begeleiding stagneert. * De inschrijving voor een woning is pas mogelijk vanaf 18 jaar, wat leidt tot langdurig en oneigenlijk gebruik van zorg in plaats van regulier wonen met ondersteuning. 18-Plussers kunnen daardoor pas veel later uitstromen dan gewenst.

* Veel opvang is geconcentreerd in de wijken in Leeuwarden, die veelal al erg kwetsbaar zijn vergeleken met de rest van de gemeente.

2 Het doel van het landelijke actieprogramma Weer Thuis is het bevorderen van een

zachte landing voor cliënten uit een beschermd wonen of een maatschappelijke opvangvoorziening en kunnen uitstromen naar een zelfstandige woonsituatie. Het uitgangspunt is een samenleving waarin iedereen zich thuis mag voelen op de plek waar men woont. 13/31

2.4 Belangrijkste kansen * Inloop- en ontmoetingsvoorzieningen ook buiten kantoortijden openstellen. Denk aan verruimde openingstijden van buurt- en dorpskamers. * De programmering binnen ontmoetingsplekken toegankelijk maken voor álle inwoners om stigma te voorkomen. * Voor jongeren is ernaast fysieke, ook behoefte aan digitale ontmoetingsplekken. * Meer inzet op om omgeving mee te nemen: Het is belangrijk dat de omgeving van kwetsbare mensen handvatten krijgt om goed met de situatie om te gaan/wellicht ook een rol kan spelen in de-escalatie. * De visie richt zich op 'zo lang mogelijk zelfstandig wonen' maar zou ook moeten focussen op 'weer zelfstandig wonen', om mensen te ondersteunen in het herstelproces en terug te laten keren naar zelfstandig wonen. * Hou bij plaatsing (nog meer) rekening met draagkracht en last in wijken. * De inzet van tussenvoorzieningen kan helpen om tijdelijke opvang te bieden, zodat mensen in ieder geval een plek hebben om te wonen en van daaruit hun leven weer kunnen opbouwen. De beschikbaarheid van woningen ná deze tijdelijke periode is nog wel een belangrijk aandachtspunt. * De tussenvoorzieningen kunnen ook fungeren als een soort tijdelijke crisisplek (uitraasplek). Mensen kunnen hier tijdelijk even op adem komen, zonder hun ‘eigen’ thuis te verliezen. Ook voor de draagkracht in de omgeving kan dit een uitkomst zijn.

* Het concept 'kamers met aandacht' is interessant om verder te onderzoeken. (Link: Mag ik dan bij jou? - Kamers met Aandacht) * Clusteren van jongeren, mensen met een psychische kwetsbaarheid en ouderen in woonvormen kan waardevol zijn, waarbij de huur wordt gecompenseerd voor ondersteuning aan elkaar. Gemengde of geclusterde woonvormen werken goed als hier bewust voor wordt gekozen. * Om de doorstroming te verbeteren, kan behalve naar sociale huurwoningen, ook samenwerking worden gezocht met particuliere verhuurders. * Een omgeving kan veel invloed hebben op de toestand van mensen: Heb bij het inrichten van de woonomgeving ook oog voor beweegparken, logische looproutes, veel groen en rust, buurttuinen, ontmoetingsplekken, enzovoort; * Naast wonen, is toeleiding naar werk ook een belangrijke pijler om weer te kunnen re-integreren.

14/31

Tafel 3: Vrouwenopvang, slachtoffers mensenhandel, stoppende sekswerkers 3.1 Contextschets (omvang van de doelgroep, prognoses voor de toekomst, veel voorkomende woonsituatie): Hoe groot is de doelgroep? Vrouwenopvang: * De vrouwenopvang biedt momenteel 36 plaatsen aan. De vrouwen en gezinnen komen uit heel het land. De vrouwen stromen in principe na 3 maanden uit, tenzij de situatie nog onveilig is en/of de vrouwen nog niet hersteld zijn. * In de praktijk is de uitstroom niet precies 3 maanden; soms eerder, maar vaak wat later. * De afgelopen drie jaar zijn er gemiddeld 177 unieke cliënten per jaar opgevangen. De meeste daarvan zijn vrouwen met kinderen (80% in 2022). * Naast vrouwen worden er dus ook kinderen opgevangen. De afgelopen drie jaar zijn er gemiddeld 97 kinderen per jaar opgevangen. Stoppende sekswerkers: * Leeuwarden telt nu 130 kamers die te huur zijn in de bordelen in Leeuwarden. Dat zijn de aantallen van het legale/vergunde circuit. * Een groot deel van de illegale prostitutie blijft onzichtbaar. Het is daarom lastig om een schatting te geven van de omvang van de illegale prostitutie. * Ongeveer 50 van het totaal aantal sekswerkers, vergund en onvergund, hebben een vorm van ambulante begeleiding. * En 30 van deze sekswerkers doen mee aan het zogeheten uitstapprogramma. Slachtoffers mensenhandel: * Precieze cijfers van slachtoffers in Leeuwarden hebben we niet.

Wel weten we dat landelijk het aantal slachtoffers van mensenhandel per jaar wordt geschat op 6.250. * Als we de landelijke aantallen vertalen naar Leeuwarden gaat het om ongeveer +/- 45 slachtoffers per jaar. * De inschatting is dat het aantal slachtoffers 6 keer meer is dan het aantal meldingen; Veel mensenhandel is verborgen. Neemt de doelgroep in omvang toe? Vrouwenopvang: * Op basis van demografische ontwikkelingen is er een lichte daling van het aantal vrouwen te verwachten. Maar de trends zijn in dit type opvang moeilijk te voorspellen. Doorgaans verlopen het aantal aanmeldingen in golfbewegingen. 15/31

Stoppende sekswerkers: * Het aantal bordelen en seksclubs is nationaal in de afgelopen twintig jaar flink gedaald. Het aantal kamers in Leeuwarden is de laatste jaren stabiel (130). * De overgebleven seksondernemingen kampen met een personeelstekort omdat mensen meer geld kunnen verdienen als ze vanuit huis werken. * Daarnaast lijkt binnen de prostitutie de ontwikkeling meer naar onvergunde praktijken te gaan. Slachtoffers mensenhandel: * Op basis van het aantal verblijfsvergunningen dat de afgelopen jaren is afgegeven, is te zien dat er een golfbeweging van aantallen is. Als het beleid ongewijzigd blijft, is de verwachting is dat de komende jaren ongewijzigd zal zijn. Hoe woont de doelgroep of waar stroomt de doelgroep uit? Vrouwenopvang: * In principe stromen de vrouwen na 3 maanden opvang uit. Als het veilig genoeg is, keren de vrouwen weer terug naar huis. Maar als de omgeving te onveilig is om naar terug te keren, stromen de vrouwen uit naar een verblijfplek elders. * Sommigen stromen uit naar een (tijdelijke) plek in het beschermd wonen (BW). * Maar de meeste vrouwen stromen uit naar een zelfstandige woning, vaak een sociale huurwoning. Soms is dit in de gemeente Leeuwarden zelf. Maar het komt ook wel voor dat men teruggaat naar de plek waar ook familie woont. De uitstroom is dus erg divers.

Stoppende sekswerkers: * Werk en verblijf zijn vaak nauw verweven bij sekswerkers. Veel vrouwen slapen boven de bordelen in een gezamenlijke ruimte. Daar huren ze een slaapplek van de exploitant bij wie ze ook een kamer huren. Als ze stoppen met het sekswerk, raken ze daarom vaak ook hun verblijfplek kwijt. * Sommige vrouwen werken een aantal maanden, en gaan dan voor een tijdje terug naar het land van herkomst. * Als men is gestopt, vertrekt een deel weer naar het land van herkomst. * Diegenen die gebruik maken van het uitstap-programma, kunnen worden begeleid naar een sociale huurwoning. Of trekken in bij familie. * Diegenen die illegaal hier zijn gekomen, hebben geen recht op een woning en/of begeleiding. Dit is een zeer kwetsbare groep, waarbij de kans op een veilige werk- of verblijfsplek gering is.

16/31

Slachtoffers mensenhandel: * Het merendeel van de slachtoffers is binnenlands en minderjarig. Voor hen is er opvang via jeugdhulp nodig. * Bij buitenlandse slachtoffers gaat, als mogelijk, een deel terug naar het land van herkomst. Diegenen die in Nederland blijven, stromen doorgaans uit naar een (sociale) huurwoning. Specificatie doelgroep Vrouwenopvang: * In de opvang verblijven vrouwen en kinderen die slachtoffer zijn geworden van GIA (geweld in afhankelijkheidsrelaties), intieme terreur of eerwraak en die te maken hebben gehad met die langdurige en ernstige geweldsincidenten. Stoppende sekswerkers: * De sekswerkers zijn soms (vermeende) slachtoffers van uitbuiting. Door verregaande fysieke, psychische en sociale belemmeringen, kan brede hulp nodig zijn. * De meeste sekswerkers komen met name uit Oost-Europa (Bulgarije, Hongarije, Roemenië). Maar de laatste tijd is er in Leeuwarden een opmars van vrouwen uit Zuid-Amerika. * Nederlandse vrouwen werken in Leeuwarden, in tegenstelling tot het verleden, vrijwel niet meer. * Het verloop onder sekswerkers is hoog; velen verplaatsen zich door het land en/of gaan zo nu en dan terug naar het land van herkomst. Slachtoffers mensenhandel: * Onder mensenhandel verstaan we het werven (voor werk), vervoeren of huisvesten van iemand waarbij sprake is van dwang, geweld, misleiding of door misbruik te maken van een kwetsbare positie.

* Landelijk is 56% van alle mensenhandel binnenlands. Het merendeel daarvan is seksuele uitbuiting. Er is dus veel overlap met de hierboven beschreven doelgroep sekswerkers. * Ongeveer de helft van de binnenlandse slachtoffers is minderjarig. * Buitenlandse slachtoffers komen vaak uit Roemenië, Polen, Hongarije, Bulgarije en Nigeria. De laatste jaren is er ook een opmars van de komst van Zuid-Amerikaanse vrouwen. Wat valt verder op? Vrouwenopvang: * Vrouwen worden in de vrouwenopvang in regio Fryslân in beginsel 3 maanden opgevangen. Deze periode varieert echter per regio; sommige regio’s houden 12 maanden aan.

17/31

Stoppende sekswerkers: * De 130 ramen worden door vier exploitanten geëxploiteerd, waarbij één exploitant een ruime meerderheid (75%) van de ramen beheert. * De bezetting van de ramen bedraagt 50-60%. * Het aanbod is niettemin hoger dan de vraag. Dit leidt ertoe dat sommige sekswerkers met elkaar concurreren in prijs en diensten. * Steeds meer mensen die in de prostitutie en de escort business werken, doen dat vanuit huis. Via het internet kunnen op relatief eenvoudige wijze binnen illegale en afgeschermde circuits seksuele diensten buiten het zicht van overheids-instanties worden aangeboden. Ze zijn niet meer in beeld bij toezichthouders en sommigen lopen daardoor meer risico's. Slachtoffers mensenhandel: * Buitenlandse slachtoffers van mensenhandel hebben altijd recht op een tijdelijke verblijfsvergunning. Bron(en) data: * Prostitutie in Nederlandse gemeentes, Bureau Beke, 2014, In opdracht van Ministerie van Veiligheid en Justitie, Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum * Feiten en cijfers huiselijke geweld, Ministerie van VWS, www.huiselijkgeweld.nl 3.2 Behoefte en ontwikkelingen (langs de actielijnen) Actielijn 1: Vitale wijken en dorpen * Cliënten willen zo snel mogelijk weer normaal kunnen deelnemen aan de samenleving: focus op normaliseren. Maar het stigma rond kwetsbare personen kan sociale acceptatie soms in de weg staan.

* Samenleven en samenwonen zijn van belang, waarbij opbouwwerk en community building noodzakelijk zijn. * Preventie is belangrijk en omvat onder andere het verstevigen van het zelfbeeld van de doelgroepen en het inzetten van passende begeleiding. * Veiligheid is een essentieel thema, waarbij het begrip hiervan van de persoon zelf van cruciaal belang is. Actielijn 2: Geschikte woning en woonomgeving * Bij het zoeken naar een geschikte woning, moet de behoefte van de cliënt altijd centraal staan. * Na plaatsing in een reguliere woning zijn de woningcorporatie, het wijkteam en een zorgpartij betrokken via een driehoek contract met het transferpunt. * Corporaties werken gebiedsgericht, waarbij de wijkconsulent een inschatting maakt van de draagkracht en draaglast in een wijk en bijstuurt waar nodig. 18/31

Actielijn 3: Volhoudbaar aanbod zorg en ondersteuning * Door woningnood duurt de uitstroom naar een geschikte woning soms langer dan gewenst. Mensen zitten daardoor langer in de opvang dan nodig. Dit stagneert de terugkeer naar een zelfstandig leven voor de client, en is kostbaar. * Sociale en mentale interventies zijn essentieel, met specifieke aandacht voor het verwerken van trauma's. 3.3 Belangrijkste knelpunten * Ten aanzien van de vrouwenopvang is opvang landelijk georganiseerd, maar de financiering lokaal. Dit zorgt soms voor frictie; Een gezin uit Den Haag wordt op kosten van de gemeente Leeuwarden opgevangen. * Illegaliteit bij (stoppende) sekswerkers versus de begeleiding naar een meer veilige situatie; vaak is er weinig mogelijk als je geen legale status hebt. * Grip op doelgroepen: Veel mensenhandel of geweldsrelaties zijn verborgen. * Woningnood versus (kostbare) crisisopvang: Vaak duurt het even voordat er een geschikte woning is gevonden. * Het spanningsveld tussen de urgentie van snel een betaalbare woonplek vinden versus te weinig draagkracht van een wijk of kern. * De hoge mutatiegraad in de woningen waar veel kwetsbare mensen wonen, wat leidt tot lage sociale cohesie. Dit is niet bevorderlijk als je net je leven in een hele nieuwe omgeving probeert op te bouwen. * Nazorg ná de opvang is er niet of soms te summier.

* Sekswerkers die willen stoppen met hun werk versus de afhankelijkheid van de verblijfplek bij de exploitant. 3.4 Belangrijkste kansen * De inzet van tussenvoorzieningen kan helpen om tijdelijke opvang te bieden, zodat mensen in ieder geval een plek hebben om te wonen en van daaruit hun leven weer kunnen opbouwen. Met name bij sekswerkers kan dit een welkome voorziening zijn, zoals het Overweeghuis in Groningen. * Focus moet liggen op het 'weer zelfstandig wonen', om mensen te ondersteunen in het herstelproces en terug te laten keren naar zelfstandig wonen. * Daarbij is onder andere meer inzet op om omgeving mee te nemen, ook bij deze doelgroepen erg nuttig: Het is belangrijk dat de omgeving van kwetsbare vrouwen handvatten krijgt om goed met de situatie om te gaan/wellicht ook een rol kan spelen in het oppakken van het ‘normale’ leven. * Hou bij plaatsing (nog meer) rekening met draagkracht en last in wijken. * Naast wonen, is toeleiding naar werk ook een belangrijk pijler om weer te kunnen re-integreren. 19/31

Tafel 4: Mensen met een lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke beperking 4.1 Contextschets (omvang van de doelgroep, prognoses voor de toekomst, veel voorkomende woonsituatie): Hoe groot is de doelgroep? *

* * *

Precieze cijfers per gemeente zijn (nog) niet voorhanden. Maar provinciebreed weten we dat in 2021 5.400 cliënten met een beperking zorg ontvingen. 700 van de 5.400 cliënten hadden een lichamelijke of zintuigelijke beperking (13%). Het merendeel, 4.700 van de 5.400 cliënten, had een (licht) verstandelijke beperking (87%). Als we de cijfers van de provincie vertalen naar de grootte van Leeuwarden, tellen we in de gemeente +/- 650 cliënten met een beperking, waarvan +/- 500 cliënten met een verstandelijke beperking.

Neemt de doelgroep in omvang toe? *

*

*

Rekening houdend met de demografische ontwikkelingen én toename van de levensverwachting van personen met een beperking is de verwachting dat het aantal cliënten provinciebreed de komende jaren iets gaat dalen (7%). Voor Leeuwarden zou dat betekenen dat we in 2050 600 cliënten met een beperking tellen in plaats van 650 (-50). Maar dit is buiten de migratie gerekend. De gemeente Leeuwarden heeft de afgelopen jaren veel groei gekend door migratie. De verwachting is dan ook dat in Leeuwarden de groep cliënten met een beperking, in tegenstelling tot de rest van de provincie, tenminste even groot blijft of gaat toenemen.

Hoe woont de doelgroep of waar stroomt de doelgroep uit? * *

*

*

In Leeuwarden wonen 300 van de +/- 650 cliënten intramuraal (+/- 50%). Provinciebreed wonen er percentueel wat meer mensen intramuraal: In 2021 wonen 3.200 van de 5.400 cliënten in de provincie intramuraal (60%). Door nationale beleidskeuzes is er een verschuiving van intramuraal naar extramuraal wonen: Daar waar verhouding nu doorgaans 60% intramuraal en 40% extramuraal is, draait dit straks om naar 40% intramuraal en 60% extramuraal. Uitgaande van 650 cliënten ontvangen er anno 2050 390450 cliënten ontvangen de zorg thuis. Dat betekent een stijging van 40-100 cliënten die in de eigen omgeving blijven wonen.

20/31

Specificatie doelgroep *

*

*

*

*

De doelgroep en de woonzorgbehoefte per doelgroep is zeer divers; van jong tot oud, van de behoefte van lichte ondersteuning bij dagelijkse handelingen tot en met 24 uurszorg. De opbouw (en prognose daarvan) van de doelgroep is gelijk aan de demografische ontwikkelingen; Er is een sterke aankomende vergrijzing en een afvlakkende vergroening te verwachten. Bij de doelgroep met een verstandelijke beperking: Ondanks de toegenomen levensverwachting is er bij deze doelgroep vaak sprake van vroegtijdige functionele achteruitgang. Ouderen met een verstandelijke beperking krijgen aanzienlijk meer én veel eerder gezondheidsproblemen dan andere ouderen. De mate van kwetsbaarheid van de 50-plussers is vergelijkbaar met die van 75- plussers in de algemene populatie. Bij mensen met het syndroom van Down en mensen met een (zeer) ernstige verstandelijke beperking begint het verouderingsproces nog eerder, namelijk rond de 40 jaar. Een belangrijk verschil in de woonzorgvraag van veel andere aandachtsgroepen, is dat deze zorgbehoefte van cliënten met een beperking permanent is. En deze zorgbehoefte wordt vaak naarmate men ouder wordt, intensiever.

Wat valt verder op? *

*

*

In de gemeente Leeuwarden tellen we 300 intramurale plaatsen en 34 locaties. Dat komt neer op een gemiddelde van minder dan 10 cliënten per locatie. Dus dat betekent dat er relatief kleine groepen per locatie zijn. Leeuwarden huist 300 van de in totaal 3.200 intramurale plekken provinciebreed. Dat is 14% van het totale aanbod. Qua inwonertal zou je iets meer verwachten; gemeente Leeuwarden vormt namelijk 20% van inwonertal in de provincie. De intramurale plekken zijn vooral geconcentreerd in Zuidoost-Fryslân. Net als bij het zorgvastgoed voor ouderen, is er een grote vervangingsopgave van het zorgvastgoed voor de intramurale plaatsen. Volgens een analyse van Gupta Analytics dienen van de benodigde 2.220 intramurale plaatsen in 2050 er 1.960 vervangen te worden. Dus is bijna 90% van het totale aanbod. De vervangingsopgave voor specifiek de gemeente Leeuwarden is (nog) niet bekend.

Bron(en) data: * Regiobeeld Friesland 2023, Zorgverzekeraar De Friesland, DataFryslân

21/31

4.2 Behoefte en ontwikkelingen (langs de actielijnen) Actielijn 1: Vitale wijken en dorpen: * Het meer zelfstandig thuis wonen leidt tot een toename van mensen een beperking in de wijk met een intensievere zorgvraag. Een belangrijke voorwaarde bij het zelfstandig wonen van deze doelgroep is: - Genoeg faciliteiten in de buurt zijn qua dagbesteding en ontmoeting. - Nauwere samenwerking tussen vrijwilligers, welzijn en zorg - Sterke sociale basis met expertise van verschillende doelgroepen. * Het mixen in wijken, met voldoende draagkracht en draaglast, is van belang voor zorg zoals ouderenzorg en gehandicaptenzorg. Actielijn 2: Geschikte woning en woonomgeving: * Het idee voor ouderen om gemengd wonen met vitale en niet-vitale te stimuleren, kan ook een kans zijn voor mensen met een beperking. * Hou rekening met draaglast en draagkracht per wijk, maar ook op complexniveau. * Bij samenwonen is het essentieel om rekening te houden met specifieke zorgbehoeften: Gooi niet alles op één hoop, maar kijk goed naar de behoefte per doelgroep. * Meer behoefte aan levensloopbestendige woningen, ook voor de gehandicaptenzorg. * Streven naar een inclusieve en ondersteunende woonomgeving voor mensen met een beperking waarbij de gemeente een centrale rol speelt.

Actielijn 3: Volhoudbaar aanbod zorg en ondersteuning: * Meer bewustwording bij cliënten (en voogden) nodig om duidelijk te maken over welke ondersteuning waar wel en niet beschikbaar is. Straks is niet overal meer (intensieve) zorg aan huis mogelijk. Actief stimuleren dat cliënten geschikt gaan wonen, en informele zorg hebben in de buurt. * Er is een groeiende doelgroep met complexe meldingen. Steeds lastiger om toegang tot de wlz te krijgen. En dat zorgt in sommige gevallen voor een kloof tussen wmo en wlz, terwijl grens soms erg grijs is. * Betere afstemming tussen vraag en aanbod van welzijn en zorg nodig. 4.3 Belangrijkste knelpunten * Geen grip op omvang van de doelgroep: Er is een aanzienlijke groep licht verstandelijk, maar die heeft geen indicatie voor zorg en staat ook niet (altijd) open voor hulp. * Een verschuiving van intramuraal naar extramuraal betekent dat er meer ondersteuning in de wijk nodig is. Maar er is

22/31

* *

*

* *

een tekort aan beschikbare vrijwilligers om de sociale basis te verstevigen. Daarnaast is er een personeelstekort over de hele breedte van de zorg. Bovendien zijn er veel wisselingen in personeel. Men stroomt snel door naar een andere werkgever. En dat maakt samenwerking met andere partijen en het bouwen van een vertrouwensrelatie lastig. In Leeuwarden zijn relatief veel kleine groepen per intramurale locatie. Met de aankomende bezuinigingen en loonkosten-verhoging is dit naar de toekomst toe niet voor elke zorgorganisatie meer rendabel. Veel versnipperd aanbod: Particuliere ouderinitiatieven gefinancierd met PGB zijn talrijk Veel verouderd zorgvastgoed versus bezuinigingen; ook op vastgoedvergoedingen wordt bezuinigd.

4.4 Belangrijkste kansen * Meer inzet op bewustwording in de samenleving is cruciaal voor acceptatie van mensen met een beperking. * Zet in op reablement (bewustwording van eigen kunnen): herstelgerichte benadering vanuit de hulpverlening. Dat kan de inzet van aantal en frequentie van hulpverleners verlichten. * Het mixen in wijken, met voldoende draagkracht en draaglast, is van een kans voor ouderenzorg én gehandicaptenzorg. * Meer inzet op samenwerking tussen partners rondom één cliënt helpt om zorg en ondersteuning slimmer in te richten + overzichtelijk te maken voor de cliënt zelf. Waarbij er bij voorkeur afspraken per gebied worden gemaakt. * Meer inzet op technologie, bijvoorbeeld ook door meer samenwerking te zoeken met andere partijen zoals onderwijs en onderzoek. * Afspraken maken over (langdurige) samenwerking tussen gemeente, zorgaanbieder, welzijn en woningcorporatie te verstevigen, en bij voorkeur te formaliseren met aanbesteding. * Begin als gemeente bij de partijen met de grootste belangen.

23/31

Tafel 5: Statushouders 5.1 Contextschets (omvang van de doelgroep, prognoses voor de toekomst, veel voorkomende woonsituatie): Hoe groot is de doelgroep? * *

In de periode van 2016 t/m 2022 zijn er 1.200 statushouders in de gemeente Leeuwarden komen wonen. Dat komt neer op gemiddeld 150 statushouders per jaar. Dit aantal is inclusief de nareizigers.

Neemt de doelgroep in omvang toe? *

*

*

*

Het aantal statushouders in Leeuwarden is sterk afhankelijk van crisissituaties elders in de wereld. Een prognose voor de toekomst is dan ook niet te geven. De instroom verliep de afgelopen jaren een in sterke golfbeweging. Afgelopen twee jaar is weer een stijgende lijn te zien van het aantal statushouders. Dit is overeenkomstig met de landelijke trend. Ook hier is een duidelijke golfbeweging te zien, en een stijging in de afgelopen twee jaren. Opvallend is dat in tegenstelling van het aantal asielaanvragen, het aantal nareizigers de afgelopen jaren flink is gedaald: Van 50% in 2017 naar 25% in 2021. Het aandeel nareizigers verschilt sterk per nationaliteit. Vooral onder Eritreeërs betreft een relatief groot deel nareizigers (60% in 2018). Maar ook Syriërs, Irakezen en Turken (zie ook ‘specificatie doelgroep’) was het aandeel nareizigers relatief hoog.

Hoe woont de doelgroep of waar stroomt de doelgroep uit? * *

De meeste statushouders starten hun wooncarrière in een sociale huurwoning. Een enkeling stroomt uit in een particuliere huurwoning of gaat bij familie wonen.

Specificatie doelgroep * *

*

Een statushouder is een asielzoeker die een (legale) verblijfsstatus heeft gekregen. Alle statushouders krijgen eerst een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd (5 jaar). Na 5 jaar wordt de verblijfsvergunning omgezet naar vergunning voor onbepaalde tijd, tenzij er belangrijke redenen zijn om de vergunning in te trekken. Afgelopen jaren zijn vooral vergunningen verleend aan personen met Syrische en de Eritrese nationaliteiten. Eerder stonden ook personen uit Somalië, Irak en Afghanistan in de 24/31

*

top vijf. Maar de laatste jaren is dit verandert: In 2019, 2020 en in de eerste helft van 2021 zijn personen uit Iran, Turkije en Jemen nieuwkomers in de top vijf. Met merendeel is alleenstaand.

Wat valt verder op? *

* * *

In de periode van 2016 t/m 2022 stroomden er gemiddeld 70 statushouders per wijk in. Maar er zijn grote verschillen per wijk; van 4 statushouders in het Vossepark tot 150 statushouders in de Vrijheidswijk. De meeste statushouders zijn komen te wonen in Vrijheidswijk, Oud-Oost en Heechterp. De minste statushouders zijn toegewezen aan de wijken Goutum, Vossepark en Aldlân. Het is evident dat hier een sterk verband is met (de grote verschillen in) het aantal sociale huurwoningen per wijk.

Bron(en) data: * Eigen data sociaal domein, gemeente Leeuwarden. * Statushouders huisvesting en integratie, CBS, https://longreads.cbs.nl/asielenintegratie-2022 / statushouders-huisvesting-en-integratie/ 5.2 Behoefte en ontwikkelingen (langs de actielijnen) Actielijn 1: Vitale wijken en dorpen * De draagkracht en draaglast in sommige wijken staat onder druk. * Statushouders komen vaak terecht in dezelfde wijken met een lage sociaaleconomische status (SES) en zijn daardoor kwetsbaar(der). * In sommige kernen is er spanning bij de toewijzing van statushouders versus het betaalbare aanbod voor de ‘eigen’ dorpsbewoners. Actielijn 2: Geschikte woning en woonomgeving * De toewijzing van woningen is maatwerk en wordt in samenwerking tussen de gemeente en corporaties uitgevoerd. Hierbij wordt gekeken naar de gezinssamenstelling en het aantal slaapkamers dat nodig is. * Jongere statushouders hebben het Nidos als voogd, wat eventueel kan worden verlengd tot 21 jaar. * Veel statushouders zijn gewend aan een samenleving gericht op collectiviteit: familie en interpersoonlijke relaties zijn belangrijker dan het individuele belang. Maar de woonvormen die we aanbieden, zijn doorgaans ingericht op een individuele waarden. Er is dus een discrepantie tussen de behoeftes van veel statushouders en wat als we als westerse maatschappij belangrijk vinden.

25/31

*

De nabijheid van een steunpunt is van belang, waarbij wordt gedacht aan wonen in een leerhuis.

Actielijn 3: Volhoudbaar aanbod zorg en ondersteuning * Statushouders krijgen gedurende één jaar begeleiding van Vluchtelingenwerk, in samenwerking met het team statushouders van Amaryllis. Dit omvat grotendeels ondersteuning op de praktische zaken. * Maar veel statushouders hebben ook te maken met traumaverwerking. En niet iedereen is op het moment van uitstroom klaar om zelfstandig te wonen. Een tussenvoorziening om het leven vanuit een wat beschutte situatie weer te kunnen opbouwen, ontbreekt. 5.3 Belangrijkste knelpunten * Een goede spreiding over de stad en dorpen; de meeste betaalbare sociale huurwoningen staan in de gemeente nu eenmaal geconcentreerd in bepaalde wijken, en vaak zijn de goedkoopste woningen ook nog geconcentreerd per complex. * Het spanningsveld tussen de urgentie van snel een betaalbare woonplek vinden versus te weinig draagkracht van een wijk of kern. * De hoge mutatiegraad in de woningen waar veel kwetsbare mensen wonen, wat leidt tot lage sociale cohesie. Dit is niet bevorderlijk als je net je leven in een hele nieuwe omgeving probeert op te bouwen. * Bij de uitstroom van statushouders vanuit het asielzoekerscentrum zit soms de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) in de weg bij het bieden van de juiste hulpverlening. * De meeste statushouders zijn alleenstaand, maar er komt ook wel gezinshereniging voor.

Opvallend is dat bij gezinshereniging in steeds meer gevallen een scheiding plaatsvindt. De lange periode van gescheiden zijn en traumatische ervaringen, zoals PTSS, maakt samenleven na hereniging ingewikkeld. * Voor veel statushouders is het om diverse redenen lastig om passend werk te vinden, en om op te klimmen op de sociaaleconomische ladder. 5.4 Belangrijkste kansen * Inzet op bewustwording van de omgeving voor statushouders; project als ‘goede buren’ kan wellicht ook inspiratie zijn voor zachte landing voor statushouders in de wijk. * Bij toewijzing van een woning krijgen statushouders direct een regulier huurcontract. Een contract op naam van een instantie kan helpen om de landing in de wijk beter te begeleiden.

26/31

* *

*

*

*

*

Mantelzorg biedt kansen voor statushouders, maar hiervoor zijn meer mogelijkheden en ondersteuning nodig. Naast wonen, is toeleiding naar werk ook een belangrijke pijler om weer te kunnen integreren. Denk aan statushouders in te zetten als tolken. De inzet van tussenvoorzieningen kan helpen om tijdelijke opvang te bieden, zodat mensen in ieder geval een plek hebben om te wonen en vanuit een wat beschutte omgeving hun leven weer kunnen opbouwen. Integratie en participatie kan worden bevorderd door niet alleen naar de woonbehoefte te kijken, maar ook naar het aanbod in de omgeving. Stimulans van gemeenschappelijke activiteiten met een laagdrempelige instap zijn van grote waarde om in de wijk te kunnen integreren. Denk aan gemeenschappelijke tuinen of gezamenlijke kook- en eetactiviteiten. Geclusterde woonvormen met één of meer gemeenschappelijke (buiten)ruimtes kunnen een aantrekkelijke woonomgeving voor veel statushouders bieden. De nabijheid van anderen en gemeenschappelijke ruimtes met activiteiten waar je bij kan aansluiten, maakt het ontmoeten en integreren makkelijker. Ter inspiratie is er het plan Einstein in Utrecht, waar goed gekeken is naar de gemeenschappelijke behoefte van de reguliere bewoners en de toekomstig inburgeraars (https://plan-einstein.nl/). De gemeente werkt inmiddels met een team inburgering dat statushouders begeleidt.

Daarnaast is er ondersteuningsteam vanuit Amaryllis en Fryslân Werkt.

27/31

Tafel 6: Mantelzorgers 6.1 Contextschets (omvang van de doelgroep, prognoses voor de toekomst, veel voorkomende woonsituatie): Hoe groot is de doelgroep? *

* *

Uit onze jaarlijkse inwonersenquête blijkt dat 22% van alle volwassenen (+18 jr.) in de gemeente Leeuwarden tenminste 1x per maand mantelzorg verleent (22.000 personen). 10% van álle volwassenen geeft aan dit meer dan 1x per week te doen (11.000 personen). 75-plussers ontvangen in de gemeente Leeuwarden de meeste mantelzorg: Bijna 1 op de 5 is in min of meerdere mate afhankelijk van een mantelzorger.

Neemt de doelgroep in omvang toe? *

*

* *

Het aantal mantelzorgers halveert: Anno 2022 zijn er per 75plusser 4 potentiële mantelzorgers beschikbaar (Aantal inwoners 45-74 jaar: 45.400, aantal 75-plussers: 10.600). Anno 2040 zijn er per 75-plusser nog 2 potentiële mantelzorgers beschikbaar (Aantal inwoners 45-74 jaar: 43.800, aantal 75-plussers: 17.000). Bij deze berekening gaan we uit van de leeftijdsgroepen die de meeste mantelzorg op zich nemen: personen in de leeftijdsgroepen van 55-64 en 65-74 jaar, zie ook ‘specificatie doelgroep’. Vanzelfsprekend zijn er ook mantelzorgers voor jonge(re) mensen. Hoewel in mindere mate, neemt ook deze groep af. Met oog op de groei van het aantal kwetsbaren dat thuis woont, gaat het rijk gaat er zelfs vanuit dat in 2040 iedere Nederlander voor een naaste zal zorgen.

Hoe woont de doelgroep of waar stroomt de doelgroep uit? *

*

* *

De meeste mantelzorgers wonen in de buurt van diegene die ze mantelzorgen. Vanzelfsprekend is het zo dat hoe intensiever de zorgbehoefte is, des te belastender het is om (ver) te moeten reizen. Een woonplek dichtbij is dus belangrijk bij een duurzame inzet van de mantelzorger. Als we kijken naar het potentieel aantal mantelzorgers versus het aantal 75-plussers per wijk, zien we een verschillend beeld per wijk. Wijken en kernen met relatief veel mantelzorgers per 75plusser zijn Goutum, Heechterp en Vossepark. Wijken en kernen met relatief weinig mantelzorgers per 75plusser zijn Aldlân, Nijlân en de Binnenstad.

28/31

*

Als oudere ben je in de laatstgenoemde wijken dus in theorie wat meer aangewezen op diegenen die buiten de wijk wonen.

Specificatie doelgroep *

*

*

*

Mantelzorg komt voor in álle leeftijdsgroepen, maar vooral vanaf 45 jaar en ouder. De meeste mantelzorg wordt verleend door personen in de leeftijdsgroepen van 55-64 en 65-74 jaar. Opvallend is dat ook relatief veel ouderen (65+) mantelzorg verlenen. Denk aan partners van diegenen die een zorgbehoefte hebben. En vaak is de mantelzorger een vrouw. Onder mantelzorg verstaan we het op vrijwillige basis zorgen voor iemand in je omgeving zodat de ander zich kan redden, thuis kan blijven wonen en kan meedoen aan de samenleving. Er is normaliter een sociale relatie is met die persoon. En de zorg is meestal onbetaald, maar in sommige gevallen is een vergoeding (PGB) mogelijk. Officieel koppelt rijksoverheid geen minimale tijdsbesteding aan de definitie mantelzorg. Maar vaak spreken we over een mantelzorger als iemand tenminste 3 maanden en/of minimaal 8 uur per week zorg geeft aan een bekende uit de omgeving. Een mantelzorger is te beschouwen als één van de schakels in de informele zorg. Alliade hanteert bijvoorbeeld een duidelijk onderscheid tussen de termen Informele Zorger en Mantelzorger. Die laatste categorie zijn de medewerkers die in hun sociale cirkel een naaste ondersteunen. Onder Informele Zorgers verstaan ze diegenen die binnen onze organisatie komen om te ondersteunen bij de begeleiding en zorg aan cliënten.

Wat valt verder op? *

Provinciebreed geeft 12% van de volwassenen mantelzorg. In Leeuwarden zitten we met 10% dus ietwat onder het gemiddelde van de provincie.

Bron(en) data: * Definitie mantelzorg, Rijksoverheid. https://www.rijksoverheid.nl /onderwerpen/mantelzorg/vraag-en-antwoord/wanneerben-ik-mantelzorger * Inwonersenquête gemeente Leeuwarden, 2022 * Prognose 2023, Provincie Fryslân

29/31

6.2 Behoefte en ontwikkelingen (langs de actielijnen) Actielijn 1: Vitale wijken en dorpen * Voor een efficiënte inzet van mantelzorgers is het belangrijk goed in kaart te hebben wat de vraag en het aanbod van zorg is per buurt. * Bekijk de mantelzorg breder, als onderdeel van het netwerk informele zorg. Met alleen focus op mantelzorg redden we het niet. Alliade is bijvoorbeeld aan het onderzoeken of de inzet van informele zorg, naast de inzet van technologie en professionele zorg, een substantieel onderdeel kan worden van de genodigde zorg aan cliënten. De informele zorg is hier op zijn beurt opgebouwd uit meerdere pijlers, waaronder mantelzorg en vrijwilligers beide een aparte pijler vormen. Het overwegen van de substantiële inzet van informele zorg vloeit voort uit de noodzaak om het verlenen van zorg en ondersteuning duurzamer naar de toekomst in te richten. Actielijn 2: Geschikte woning en woonomgeving * Ten aanzien van de woonzorgvisie focus op de relatie tussen wonen en zorg; woont men voldoende dichtbij, of is er een mogelijkheid om in de buurt te logeren? * Mantelzorg is straks officieel onderdeel van de urgentieverordening. Dat betekent dat mantelzorgers voorrang hebben op een sociale huurwoning om zo dicht bij de persoon die de mantelzorg ontvangt te wonen. * De koppeling van een mantelzorg aan een zorgbehoevende is in de praktijk best lastig.

Als diegene waaraan zorg wordt verleend bijvoorbeeld komt te overlijden, wat gebeurt er dan met de woning van de mantelzorger? Kan hij weer terugverhuizen naar omgeving waar hij/zij eerder woonde? In het verleden werden ook wel zogeheten kangoeroewoningen ingezet. Maar hier speelde dezelfde kwestie. Wie gaat er wonen, als de zorg niet meer nodig is? * Mantelzorg is vaak intensief. Door meer inzet op collectief zorgen, kan mantelzorger wat meer ontlast worden. Actielijn 3: Volhoudbaar aanbod zorg en ondersteuning * Veel organisaties organiseren nu zelf de inzet van mantelzorgers en vrijwilligers. Moeten we dat niet meer samen en/of gebiedsgericht organiseren? * Belang van respijtzorg: Er is een noodzaak voor respijtzorg om mantelzorgers tijdelijk te ontlasten. Deze zorg moet laagdrempelig zijn. De ervaring leert dat het vaak beter werkt als de mantelzorger even uit de situatie wordt gehaald in de plaats van de hulpbehoevende. Oftewel dat iemand even de mantelzorger voor een tijdje komt aflossen Deze keuze is vaak wat makkelijker dan de hulpbehoevende uit zijn omgeving halen en uit logeren te sturen. . 30/31

6.3 Belangrijkste knelpunten * Het potentieel aantal mantelzorgers halveert. Tegelijk willen we inzetten op meer steun uit de sociale basis. Er moet dus uit een andere vijver gevist worden en/of krachten moeten worden gebundeld. * Organisaties zijn doorgaans niet gewend om samen te werken als het op mantelzorgers of inzet van vrijwilligers aankomt. * De tijdelijkheid van mantelzorg maakt dat het wonen soms lastig is te organiseren; Er is snel een verblijfplek dichtbij nodig. Maar als de zorg voor de hulpbehoevende niet meer nodig is, is de plek wellicht weer minder geschikt voor de mantelzorger. 6.4 Belangrijkste kansen * Meer inzet op collectief organiseren van de mantelzorg, bijvoorbeeld door inzet op samenwerking tussen de verschillende welzijns- en zorgorganisaties. Door de handen ineen te slaan is er een kans om de mantelzorg te professionaliseren en daarmee de professionele zorg te ontlasten. Denk aan gezamenlijk opleidingen aanbieden, en uitbreiding van respijtzorg. * Een gebiedsgerichte aanpak van mantelzorg kan effectiever zijn: Denk hierbij aan bemiddeling tussen vraag en aanbod van zorg per buurt, met focus op het kennen van elkaar en het delen van zorg onder buurtgenoten.

* Er ligt nog veel potentieel bij het betrekken van mannen als mantelzorger: Wellicht inzet op versterken imago (mantelklusser in plaats mantelzorger)? * Een duidelijke visie op mantelzorg en het doorbreken van bestaande schotten tussen instanties en organisaties is een kans om de informele zorg/sociale basis in de gemeente te versterken. * Ontwikkelen van logeerbedden voor mantelzorgers in of in de buurt van het geclusterd wonen. Alleen wie is een logische eigenaar van deze bedden/woningen? * Respijt zorg thuis: Soms moet een mantelzorger tijdelijk worden vervangen om de draagkracht te behouden of door tijdelijke uitval van de mantelzorger. Vaak wordt voor de hulpbehoevende een ELV-bed ingezet. Terwijl het tijdelijk vervangen van de mantelzorger door een zorgprofessional aan huis mogelijk goedkoper is. En daarnaast kan de hulpbehoevende thuis blijven, wat vaak als prettiger zal worden ervaren. NB Vanuit de NHL wordt deze manier van respijtzorg nu onderzocht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=cabcb575-f961-417f-a0e3-e7122cf50227