CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Reactie op toetsingsadvies Comissie m.e.r. d.d. 1 juni 2023

Besluitvorming (raad) 11 maart 2024, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Partiële herziening bestemmingsplan Groene Ster tbv evenementen3.506 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 3 bij raadsbrief Reactie op toetsingsadvies Commissie m.e.r. d.d. 1 juni 2023 Recreatiegebied Groene Ster, gemeente Leeuwarden (projectnummer 3451) Advies van de Commissie m.e.r. Het advies van de Commissie m.e.r. luidt als volgt: Het MER bevat een goede beschouwing van de verschillende mogelijke locatiealternatieven. Het is uitgebreid en het bevat gedegen en grondige onderzoeken naar de gevolgen voor de omgeving. De Commissie is van oordeel dat het MER de essentiële informatie bevat om een besluit te nemen over de wijziging van het bestemmingsplan waarbij het milieubelang volwaardig wordt meegewogen. In hoofdstuk 2 licht de Commissie haar beoordeling toe en geeft ze aandachtspunten voor het vervolgtraject. In deze reactie gaan wij in op de aandachtspunten van de Commissie m.e.r. Per punt wordt tevens aangegeven hoe de gemeente hier mee omgaat in relatie tot de partiële herziening van het bestemmingsplan inclusief de hier deel van uitmakende bijlagen. 1.

Pagina 2 - 2.1 Geluid Beoordeling Commissie De Commissie geeft het volgende aan: Er is uitgebreid en gedegen onderzoek gedaan naar de te verwachten geluidsoverlast op de omgeving. In het MER zijn per alternatief en per situatie de geluidbelastingen en de gevolgen op woningniveau inzichtelijk gemaakt. Aanbeveling Commissie De Commissie constateert dat niet alle informatie in het hoofdrapport is te vinden. Zo geeft het geen inzicht in de verwachte geluidsniveaus en de effecten daarvan op de omgeving op een op- en afbouwdag. Dit geldt zowel voor de (op-/af)bouwwerkzaamheden als voor de transportbewegingen. Het hoofdrapport geeft ook geen inzicht in gecumuleerde geluidsniveaus, rekening houdend met andere festivals in de omgeving, en de effecten daarvan. Deze informatie is wel te vinden in het deelrapport geluid of een bijlage daarvan. De Commissie beveelt aan om de conclusies hieruit ook over te nemen in het hoofdrapport, zodat deze informatie makkelijk te vinden is voor belanghebbenden en de raadsleden die over het plan een besluit moeten nemen. Reactie gemeente Wij zijn het eens met de Commissie dat deze informatie ook in het hoofdrapport terug te vinden moet zijn. Deze informatie heeft dan ook een plek in het hoofdrapport gekregen. De conclusies zijn opgenomen in paragraaf 4.2.4 van het hoofdrapport.

2.

Pagina 2 en 3 – 2.2 Natuur Beoordeling Commissie De Commissie geeft het volgende aan: Het MER bevat veel en gedetailleerd onderzoek naar de mogelijke effecten op de aanwezige natuur in en rond het gebied. Er zijn daarvoor meerdere achtergrondrapporten opgenomen bij het MER. Er is uitgebreid ingegaan op de effecten voor aanwezige vogels, vleermuizen en zeldzame zoogdieren zoals de noordse woelmuis, meervleermuis, waterspitsmuis, heidekikker, kemphaan en porseleinhoen. Het MER concludeert dat extra verstoring door licht en geluid niet tot significante effecten zal leiden. De Commissie vindt dat hiervoor voldoende onderbouwing is gegeven in het MER en haar bijlagen. Aanbeveling Commissie Er is ook onderzocht wat de effecten van stikstof op natuur zijn. Hieruit blijkt dat er geen (significante) stikstofdepositie is te verwachten op voor stikstof gevoelige en al overbelaste habitattypen in Natura 2000-gebieden. Het natuurgebied Groote Wielen grenst aan de Groene Ster, maar is niet zo gevoelig voor stikstof. Het gebied Alde Feanen, gelegen op ongeveer tien kilometer afstand, is dit wel. De grootte en omvang van het recreatiegebied lijken zo ingevuld dat er op stikstofgevoelige habitats in Alde Feanen net geen depositie optreedt. Dit betekent dat een kleine toename in omvang of aantal bezoekers mogelijk wel leidt tot een significant

effect in dit gebied. De Commissie beveelt daarom aan om in de bestemmingsplanregels te borgen dat er geen overschrijding van aantallen bezoekers, auto’s evenementen en evenementendagen optreedt. Reactie gemeente In diverse regels in met name artikel 3 en 4 (maar ook in artikel 6) van de partiële herziening van het bestemmingsplan, in combinatie met de verbeelding (plankaart), is hier rekening mee gehouden. Deze regels (bijvoorbeeld gebruik gebieden, maximaal aantal aanwezigen, maximaal aantal evenementen, soort evenementen, maximaal aantal dagen (op- en afbouw en evenementendagen etc.) is dan ook de “worst case”. Dat was het plan maximaal mogelijk maakt. Deze worst case is doorgerekend en hieruit blijkt dat er geen overschrijding plaatsvindt op de Alde Feanen (zie ook de AERIUS-berekening in bijlage 3 van de passende beoordeling). Voor het bepalen van de aanvaardbaarheid van een bestemmingsplan, waaronder de vraag of met de mogelijkheden waarin het bestemmingsplan voorziet wordt voldaan aan de Wet natuurbescherming, zijn de maximale planologische mogelijkheden waarin een bestemmingsplan voorziet bepalend. Wij hebben in de AERIUS-berekening de maximale mogelijkheden van de partiële herziening meegenomen (zie ook voorgaande alinea). Wat betreft stikstofdepositie zijn de uitgangspunten van de AERIUS-berekening opgenomen in artikel 6 van de planregels.

Met het opnemen van deze uitgangspunten is een maximale depositie van 0,00 mol/N/ha/jaar verzekerd. Individuele evenementen passen binnen deze uitgangspunten. De vaste lijn van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) is dat de stikstofberekeningen reëel en aannemelijk moeten zijn (vgl. ABRvS 24 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2627, r.o. 27.1; ABRvS 30 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2318, r.o. 3.2). Hieruit blijkt dat de Afdeling niet de focus legt op de vraag of in de planregels is gereguleerd dat een activiteit geen stikstofemissie veroorzaakt, maar dat de Afdeling vooral kijkt of de uitgangspunten van de achterliggende stikstofberekening reëel en aannemelijk zijn. Wij leiden daaruit af dat de uitgangspunten in dat geval dan niet opgenomen hoeven te worden in de planregels. Zie daarover ter illustratie ABRvS 6 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3374, r.o. 10.1 over een Wnb-vergunning. Vanwege de reële en aannemelijke uitgangspunten en vanwege de uitgangspunten die in artikel 6 van de planregels zijn opgenomen, is daarmee voldoende geborgd dat de evenementen niet zullen leiden tot een depositie hoger dan 0,00 mol N/ha/jaar. 3.

Pagina 3 – 2.3 Mobiliteit en infrastructuur Beoordeling Commissie De Commissie geeft het volgende aan: Het MER bevat een uitgebreide en goede beschrijving van de effecten op mobiliteit, bereikbaarheid, parkeren en verkeersveiligheid. Het beoordelingskader voor verkeer is passend voor het voornemen en de effectbeschrijving is goed te volgen. Daaruit blijkt dat in alle varianten de verkeersafwikkeling en bereikbaarheid verslechterd. Datzelfde geldt ook voor de verkeersveiligheid. Het MER geeft aan dat hiervoor beheersmaatregelen mogelijk zijn in de vorm van mobiliteits-, verkeers- en crowdmanagement. Dit wordt niet verder uitgewerkt en daardoor is onduidelijk of deze maatregelen tot het gewenste resultaat zullen leiden (zie ook paragraaf 2.4 van het advies). Aanbeveling Commissie Uit het MER blijkt dat er 1.569 parkeerplaatsen beschikbaar zijn, waarvan 460 in bermen langs de kant van de weg en de rest verspreidt over acht parkeerterreinen. Dat betekent dat niet in alle situaties genoeg parkeerplekken aanwezig zijn. Om dit op te lossen wordt ook hiervoor gedacht aan mobiliteitsmanagement. De Commissie vraagt zich af of met deze beheersmaatregelen voldoende sturing op duurzame en verkeersveilige oplossingen ontstaat. Daarom beveelt de Commissie aan om onderzoek te doen naar structurele, duurzame en veilige oplossingen.

Denk hierbij aan hoogwaardig vervoer voor bezoekers vanaf de stationslocatie en aan andere concrete maatregelen, zoals verruiming van het kruispunt met rijstroken en oversteekplaatsen, een aangepaste verkeersregeling, een busstrook langs (een deel van) de N355, aanpassing van de parkeerroutering of een reserve parkeerterrein. Geef in

de evenementenvergunningen concreet aan welke (mobiliteits)doelen moeten worden bereikt en wat van de evenementenorganisatie wordt verwacht. Reactie gemeente Wij hebben naar aanleiding van deze aanbeveling een nadere aanvulling opgenomen in hoofdstuk 6 van het rapport PlanMER – effectbeoordeling verkeer en parkeren. Dit betreft het onderdeel Aanvulling 1 (zie bijlage III van het PlanMER). Er wordt ingegaan op voornoemde door de Commissie aangegeven punten. Op deze plaats kan al wel worden gezegd dat dit grotendeels al de gang van zaken is tijdens festivals/evenementen (ook in De Groene Ster). Dit was alleen nog niet duidelijk genoeg geformuleerd in het voornoemde rapport. Daarnaast worden dergelijke zaken, voor zover relevant, ook al opgenomen in de evenementenvergunningen. Deze werkwijze zal ook in de toekomst worden gecontinueerd. Kortheidshalve verwijzen wij u voor onze reactie dan ook graag naar het eerder genoemde hoofdstuk 6. 4.

Pagina 3 en 4 – 2.4 Monitoring en evaluatie Beoordeling Commissie De Commissie geeft het volgende aan: De gemeente wil de effecten van het voornemen monitoren om daarmee de werkelijke effecten vast te stellen en te volgen of de gestelde doelen worden behaald. Ook wordt in de gaten gehouden of de milieunormen worden overschreden. Paragraaf 5.4 van het MER geeft een globale aanzet voor een monitorings- en evaluatieplan. De Commissie vindt monitoring in de huidige planvormingsfase al van groot belang vanwege de aard, omvang en opzet van het plan. Voor de onderwerpen geluid en natuur wordt nu ook al gemonitord. Aanbeveling Commissie Of het bestaande monitoringsprogramma toereikend is voor het planvoornemen kan op basis van het MER niet worden beoordeeld. De Commissie beveelt aan om in het monitoringsplan:  de te monitoren effecten te koppelen aan de opgaven en doelen voor De Groene Ster;  te monitoren op de aannames die in het MER zijn gedaan;  de metingen naar aard, tijd en locatie zo concreet mogelijk te maken;  er tijdig mee te starten (0-metingen). Breid het monitoringsplan zodanig uit dat alle milieuaspecten uit het MER een plaats krijgen. Als voorbeeld hiervan wordt ingegaan op het thema verkeer.

Benoem als eerste de verschillende doelen per aspect zoals die in de mobiliteitsbenadering voor de Groene Ster zijn benoemd (zoals maximaal aantal personenautoritten, maximale parkeerdruk, aanpak verkeersveiligheid). In de tweede stap worden de te onderzoeken effecten beschreven (verkeersintensiteiten auto en fiets op diverse locaties, gemiddelde bezettingsgraad auto’s, aantal bezoekers per (pendel)bus, parkeerdruk, slachtofferongevallen). Leg vervolgens de methoden van onderzoek vast (type tellingen en metingen, registraties) en tot slot de momenten (periodiek gedurende voorbereiding en uitvoering daarvan, bijvoorbeeld een dag voor, tijdens en dag na een evenement). Reactie gemeente Juist vanwege het unieke karakter per evenement is een toetsing vooraf van belang. Door de gemeente wordt in het kader van de evenementenvergunning de voorgestelde verkeerssituatie beoordeeld (in het kader van openbare orde en veiligheid). De evenementenorganisator moet hiervoor een verkeersplan aanleveren (en eventueel veiligheidsplan), zie ook onder Aanvulling 1, in hoofdstuk 6 van het rapport PlanMER – effectbeoordeling verkeer en parkeren. Hierin staan de specifieke verkeersmaatregelen beschreven die worden getroffen. Deze worden waar nodig ook vastgelegd in de evenementenvergunning. Gedurende het evenement wordt toezicht gehouden en kan de situatie worden bijgestuurd.

Na het evenement vindt een evaluatie plaats en wordt besproken wat wel/niet goed is gegaan. Hieruit wordt lering getrokken voor volgende evenementen. Op basis van deze werkwijze en gelet op de jarenlange opgedane ervaringen bij (grootschalige) evenementen in De Groene Ster, is monitoring voldoende geborgd en is het opnemen van een apart monitoringsplan niet nodig. Onze reactie is tevens opgenomen in hoofdstuk 6 van het rapport PlanMER – effectbeoordeling verkeer en parkeren. Dit betreft het onderdeel Aanvulling 2 (zie bijlage III van het PlanMER).

Recreatiegebied Groene Ster, gemeente Leeuwarden

Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 1 juni 2023 / projectnummer: 3451

1

Advies over het MER in het kort Aan de oostkant van Leeuwarden ligt recreatiegebied de Groene Ster. De gemeente wil daar muziekfestivals en andere evenementen toestaan. Omdat dit niet past in het bestemmingsplan, wordt deze gewijzigd. De gemeenteraad beslist hierover, maar wil eerst weten of er gevolgen zijn voor de omgeving. Dit is onderzocht in een milieueffectrapport (MER). De raad vroeg de Commissie om advies over de juistheid en volledigheid van dit rapport.

Wat staat in het MER? Het MER beschouwt zeven alternatieve locaties voor het evenemententerrein. Het blijkt dat de Groene Ster het best bereikbaar is, maar dat daar ook de meeste impact op de natuur zal zijn. Andere onderzochte aspecten zijn minder onderscheidend. De Groene Ster is als locatie gekozen en nader onderzocht. Daaruit blijkt dat door de komst van evenementen met name geluidsoverlast ontstaat voor de aanwezige natuur in en om het gebied en voor (directe) omwonenden. Ook zijn er tijdens grote evenementen verkeersproblemen te verwachten.

Wat is het advies van de Commissie? Het MER bevat een goede beschouwing van de verschillende mogelijke locatiealternatieven. Het is uitgebreid en het bevat gedegen en grondige onderzoeken naar de gevolgen voor de omgeving. De Commissie is van oordeel dat het MER de essentiële informatie bevat om een besluit te nemen over de wijziging van het bestemmingsplan waarbij het milieubelang volwaardig wordt meegewogen. In hoofdstuk 2 licht de Commissie haar beoordeling toe en geeft ze aandachtspunten voor het vervolgtraject.

Figuur 1 - Overzicht recreatiegebied De Groene Ster. Bron: NRD, Gemeente Leeuwarden.

-1-

Aanleiding MER De gemeente Leeuwarden wil het bestemmingsplan Recreatiegebied Groene Ster wijzigen, zodat er evenementen en (muziek)festivals kunnen plaatsvinden. Omdat het plan mogelijke effecten heeft op nabijgelegen beschermd natuur is een Passende beoordeling opgesteld, waarin effecten op beschermde soorten wordt onderzocht. Hierdoor is ook het opstellen van een milieueffectrapport verplicht. Het college van burgemeesters en wethouders van de gemeente Leeuwarden is initiatiefnemer en de gemeenteraad is bevoegd gezag voor het besluit en de m.e.r.-procedure. Rol van de Commissie voor de milieueffectrapportage De Commissie is onafhankelijk, bij wet ingesteld en adviseert over de inhoud en de kwaliteit van het MER. Zij stelt voor ieder project een werkgroep samen van onafhankelijke deskundigen. Ze schrijft geen milieueffectrapporten, dat doet de initiatiefnemer. Het bevoegd gezag – in dit geval de gemeenteraad van Leeuwarden – besluit over de partiële herziening van het bestemmingsplan. De samenstelling en de werkwijze van de werkgroep van de Commissie en verdere projectgegevens staan in bijlage 1 van dit advies. Deze zijn te vinden door nummer 3451 op www.commissiemer.nl in te vullen in het zoekvak.

2

Toelichting op het advies De Commissie wil met onderstaande aanbevelingen een bijdrage leveren aan de kwaliteit van de verdere besluitvorming. De opmerkingen in dit hoofdstuk hebben geen betrekking op ontbrekende essentiële informatie.

2.1

Geluid Er is uitgebreid en gedegen onderzoek gedaan naar de te verwachten geluidsoverlast op de omgeving. In het MER zijn per alternatief en per situatie de geluidbelastingen en de gevolgen op woningniveau inzichtelijk gemaakt. De Commissie constateert dat niet alle informatie in het hoofdrapport is te vinden. Zo geeft het geen inzicht in de verwachte geluidsniveaus en de effecten daarvan op de omgeving op een op- en afbouwdag. Dit geldt zowel voor de (op-/af)bouwwerkzaamheden als voor de transportbewegingen. Het hoofdrapport geeft ook geen inzicht in gecumuleerde geluidsniveaus, rekening houdend met andere festivals in de omgeving, en de effecten daarvan. Deze informatie is wel te vinden in het deelrapport geluid of een bijlage daarvan. De Commissie beveelt aan om de conclusies hieruit ook over te nemen in het hoofdrapport, zodat deze informatie makkelijk te vinden is voor belanghebbenden en de raadsleden die over het plan een besluit moeten nemen.

2.2

Natuur Het MER bevat veel en gedetailleerd onderzoek naar de mogelijke effecten op de aanwezige natuur in en rond het gebied. Er zijn daarvoor meerdere achtergrondrapporten opgenomen bij het MER. Er is uitgebreid ingegaan op de effecten voor aanwezige vogels, vleermuizen en

-2-

zeldzame zoogdieren zoals de noordse woelmuis, meervleermuis, waterspitsmuis, heidekikker, kemphaan en porseleinhoen. Het MER concludeert dat extra verstoring door licht en geluid niet tot significante effecten zal leiden. De Commissie vindt dat hiervoor voldoende onderbouwing is gegeven in het MER en haar bijlagen. Er is ook onderzocht wat de effecten van stikstof op natuur zijn. Hieruit blijkt dat er geen (significante) stikstofdepositie is te verwachten op voor stikstof gevoelige en al overbelaste habitattypen in Natura 2000-gebieden. Het natuurgebied Groote Wielen grenst aan de Groene Ster, maar is niet zo gevoelig voor stikstof. Het gebied Alde Faenen, gelegen op ongeveer tien kilometer afstand, is dit wel. De grootte en omvang van het recreatiegebied lijken zo ingevuld dat er op stikstofgevoelige habitats in Alde Faenen net geen depositie optreedt1. Dit betekent dat een kleine toename in omvang of aantal bezoekers mogelijk wel leidt tot een significant effect in dit gebied. De Commissie beveelt daarom aan om in de bestemmingsplanregels te borgen dat geen overschrijding van aantallen bezoekers, auto’s evenementen en evenementendagen optreedt.2

2.3

Mobiliteit en infrastructuur Het MER bevat een uitgebreide en goede beschrijving van de effecten op mobiliteit, bereikbaarheid, parkeren en verkeersveiligheid. Het beoordelingskader voor verkeer is passend voor het voornemen en de effectbeschrijving is goed te volgen. Daaruit blijkt dat in alle varianten de verkeersafwikkeling en bereikbaarheid verslechterd. Datzelfde geldt ook voor de verkeersveiligheid. Het MER geeft aan dat hiervoor beheersmaatregelen mogelijk zijn in de vorm van mobiliteits-, verkeers- en crowdmanagement. Dit wordt niet verder uitgewerkt en daardoor is onduidelijk of deze maatregelen tot het gewenste resultaat zullen leiden. Zie ook paragraaf 2.4 van dit advies. Uit het MER blijkt dat er 1.569 parkeerplaatsen beschikbaar zijn, waarvan 460 in bermen langs de kant van de weg en de rest verspreidt over acht parkeerterreinen. Dat betekent dat niet in alle situaties genoeg parkeerplekken aanwezig zijn. Om dit op te lossen wordt ook hiervoor gedacht aan mobiliteitsmanagement. De Commissie vraagt zich af of met deze beheersmaatregelen voldoende sturing op duurzame en verkeersveilige oplossingen ontstaat. Daarom beveelt de Commissie aan om onderzoek te doen naar structurele, duurzame en veilige oplossingen.

Denk hierbij aan hoogwaardig vervoer voor bezoekers vanaf de stationslocatie en aan andere concrete maatregelen, zoals verruiming van het kruispunt met rijstroken en oversteekplaatsen, een aangepaste verkeersregeling, een busstrook langs (een deel van) de N355, aanpassing van de parkeerroutering of een reserve parkeerterrein. Geef in de evenementenvergunningen concreet aan welke (mobiliteits)doelen moeten worden bereikt en wat van de evenementenorganisatie wordt verwacht.

2.4

Monitoring en evaluatie De gemeente wil de effecten van het voornemen monitoren om daarmee de werkelijke effecten vast te stellen en te volgen of de gestelde doelen worden behaald. Ook wordt in de

1 2

Zoals blijkt uit een eigen berekening van de Commissie op grond van de getallen uit de AERIUS-berekening.

De Commissie heeft binnengekomen zienswijzen, waaronder die van de Provincie Fryslân, betrokken bij haar advies.

-3-

gaten gehouden of de milieunormen worden overschreden. Paragraaf 5.4 van het MER geeft een globale aanzet voor een monitorings- en evaluatieplan. De Commissie vindt monitoring in de huidige planvormingsfase al van groot belang vanwege de aard, omvang en opzet van het plan. Voor de onderwerpen geluid en natuur wordt nu ook al gemonitord. Of het bestaande monitoringsprogramma toereikend is voor het planvoornemen kan op basis van het MER niet worden beoordeeld. De Commissie beveelt aan om in het monitoringsplan: 

de te monitoren effecten te koppelen aan de opgaven en doelen voor de Groene Ster;

te monitoren op de aannames die in het MER zijn gedaan;

de metingen naar aard, tijd en locatie zo concreet mogelijk te maken;

er tijdig mee te starten (0-metingen).

Breid het monitoringsplan zodanig uit dat alle milieuaspecten uit het MER een plaats krijgen. Als voorbeeld hiervan wordt ingegaan op het thema verkeer. Benoem als eerste de

verschillende doelen per aspect zoals die in de mobiliteitsbenadering voor de Groene Ster zijn benoemd (zoals maximaal aantal personenautoritten, maximale parkeerdruk, aanpak verkeersveiligheid). In de tweede stap worden de te onderzoeken effecten beschreven

(verkeersintensiteiten auto en fiets op diverse locaties, gemiddelde bezettingsgraad auto’s, aantal bezoekers per (pendel)bus, parkeerdruk, slachtofferongevallen). Leg vervolgens de

methoden van onderzoek vast (type tellingen en metingen, registraties) en tot slot de momenten (periodiek gedurende voorbereiding en uitvoering daarvan, bijvoorbeeld een dag voor, tijdens en dag na een evenement).

-4-

BIJLAGE 1: Projectgegevens toetsing Toetsing door de Commissie

De Commissie bestaat uit een werkgroep van deskundigen. Deze werkgroep beoordeelt of het MER de benodigde milieu-informatie bevat en of deze juist is. Als er informatie ontbreekt of

onjuist is, beoordeelt de Commissie of zij die essentieel vindt. Dat is het geval als aanvullende informatie in haar ogen kan leiden tot andere afwegingen. Dan adviseert de Commissie de

ontbrekende of gecorrigeerde informatie alsnog beschikbaar te stellen, voordat het besluit

wordt genomen. Om zich goed op de hoogte te stellen van de situatie heeft een deel van de

werkgroep het gebied bezocht waar milieugevolgen kunnen optreden. Meer informatie over de Commissie en over haar werkwijze vindt u op onze website. Samenstelling van de werkgroep Bij dit project bestaat de werkgroep uit: Wouter Berendsen MSc (secretaris) drs. Sjef Jansen ing. Ben Peters Marja van der Tas (voorzitter) ing. Leon Theuws Besluit waarvoor dit milieueffectrapport is opgesteld Partiële herziening bestemmingsplan. Waarom wordt hiervoor een milieueffectrapport opgesteld? Voor activiteiten die grote milieugevolgen kunnen hebben, kan in Nederland een MER vereist zijn. De bijlagen C en D bij het Besluit milieueffectrapportage geven aan om welke activiteiten het gaat. Een MER is (ook) nodig omdat effecten op Natura 2000-gebieden optreden die in een Passende beoordeling moeten worden beschreven. Daarom is een plan-MER opgesteld. Bevoegd gezag besluit Gemeenteraad van Leeuwaren. Initiatiefnemer besluit College van Burgemeester en Wethouders van Leeuwarden. Heeft de Commissie ook zienswijzen en adviezen bij haar advies betrokken? De Commissie heeft alle zienswijzen en adviezen gelezen die het bevoegd gezag tot en met 12 mei 2023 heeft toegestuurd. Ze heeft ze in haar advies verwerkt, voor zover relevant voor het MER.

Waar vind ik de stukken die de Commissie heeft beoordeeld? U vindt de projectstukken die bij het advies zijn gebruikt, door op www.commissiemer.nl projectnummer 3451 in te vullen in het zoekvak.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=1bbf4248-bc8b-4b08-a992-141778c60e3d