Bijlage 3.4 - Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit waterspitsmuis
Tekst van het document
postbus 20120 8900 hm leeuwarden
5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
www.fryslan.frl 5.1.2e
www.twitter.com/provfryslan
Leeuwarden, 30 december 2024 Verzonden, Ons kenmerk Domein/ Team Behandeld door Uw kenmerk Bijlage(n)
: 02321406 : Groene Regelgeving : Team Groene Regelgeving / 5.1.2e : : 3
Onderwerp
: PF-2024/284234: Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit, realisatie recreatiewoningen met aanlegsteigers en woonarken, De Burd 20 te Grou, waterspitsmuis
Geachte 5.1.2e
of 5.1.2e
,
Op 24 november 2024 hebben wij uw aanvraag ontvangen voor een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit (hierna: omgevingsvergunning) ten behoeve van het realiseren van vier woonarken en twee recreatiewoningen met aanlegsteigers. Uw aanvraag is geregistreerd onder het zaaknummer PF-2024/284234. Wilt u bij verdere correspondentie dit zaaknummer vermelden? De aanvraag heeft betrekking op de waterspitsmuis (Neomys fodiens). Besluit Wij hebben besloten de gevraagde omgevingsvergunning te verlenen op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g van de Omgevingswet. De bijbehorende stukken maken onlosmakelijk onderdeel uit van dit besluit. Voorschriften 1. De omgevingsvergunning staat op naam van 5.1.2e de Burd 20 te Grou (hierna: vergunninghouder). Vergunninghouder is verantwoordelijk voor de naleving van de voorschriften. 2. De omgevingsvergunning is alleen van toepassing op de activiteiten en verbodsbepalingen, zoals deze zijn aangevraagd en in dit besluit zijn benoemd in bijlage A1.1. onder ‘Beschrijving van het project of andere handeling’.
-1/9-
Ons kenmerk:
02321406
3. 4.
5.
6.
7.
De activiteit dient te worden uitgevoerd conform aanvraag, met de daarbij behorende stukken. Afwijkingen en wijzigingen behoeven schriftelijke toestemming van het bevoegd gezag. De onder A1.1. aangegeven maatregelen dienen te worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol. Het protocol dient te worden opgesteld door een ecologisch ter zake kundige.1 Deze dient op de locatie aanwezig te zijn en de inhoud van het werkprotocol moet bij de betrokken werknemers bekend zijn. De activiteiten moeten aantoonbaar volgens dit protocol worden uitgevoerd. De periode tussen het uitvoeren van ecologisch onderzoek en het uitvoeren van de werkzaamheden mag ten hoogste drie jaar bedragen. Na drie jaar is mogelijk een actualisatie van het ecologisch onderzoek noodzakelijk alvorens met de werkzaamheden gestart mag worden. De eventuele benodigde onderzoeksinspanning van de actualisatie van het ecologisch onderzoek dient te worden afgestemd met het bevoegd gezag. Indien onverhoopt tijdens de werkzaamheden beschermde soorten worden aangetroffen, dienen de werkzaamheden onmiddellijk stilgelegd te worden en dient een ecologisch ter zake kundige ingeschakeld te worden. Hij stelt vast of – en welke – vervolgstappen noodzakelijk zijn om verstoring te voorkomen.
Wanneer met de voorgenomen werkzaamheden gestart wordt, dient dit ten minste drie werkdagen voorafgaand aan de start gemeld te worden via het bijgevoegde meldingsformulier (zie bijlage 3) via e-mail aan 5.1.2e er post naar Gedeputeerde Staten van de Provincie Fryslân, t.a.v. Omgevingszaken, Team Groene Regelgeving, Postbus 20120, 8900 HM LEEUWARDEN.”
De omgevingsvergunning is geldig vanaf verzenddatum van deze vergunning tot en met 15 maart 2026. Zorgplicht Wij wijzen u erop dat u in alle gevallen te maken heeft met de Specifieke Zorgplicht voor natuur en in het wild levende dieren, zoals verwoord in artikel 11.6 en artikel 11.27 Besluit activiteiten leefomgeving. Ingevolge deze bepalingen neemt een ieder voldoende zorg in acht voor de natuur, in het wild levende dieren en planten en hun directe omgeving. Wij verwijzen u hierbij naar de betreffende artikelen. Voor de motivering van ons besluit verwijzen wij u naar bijlage 1. Vragen? Mocht u naar aanleiding van deze brief vragen hebben dan kunt u terecht bij het team Groene Regelgeving van de provincie Fryslân. De contactgegevens vindt u bovenaan deze brief. Wilt u daarbij het zaaknummer vermelden? Namens het college van Gedeputeerde Staten,
kenaar_1#
5.1.2e
5.1.2e
on 30-12-2024
Teammanager Groene Regelgeving 1 https://www.fryslan.frl/vereisten-ecologisch-deskundige-en-ecologisch-onderzoek
-2/9-
Ons kenmerk:
02321406
Bezwaar Degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken kan tegen dit besluit binnen zes (6) weken na de verzending daarvan een bezwaarschrift indienen bij Gedeputeerde Staten, Postbus 20120, 8900 HM in Leeuwarden. Het bezwaarschrift moet ten minste bevatten: a. de naam en het adres van de indiener; b. de dagtekening; c. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht en bij voorkeur met vermelding van het kenmerk van het besluit; d. de gronden van het bezwaar; e. de handtekening van de indiener. Meer informatie over de bezwaarschriftenprocedure vindt u op www.fryslan.frl onder “contact”, of u kunt bellen met het secretariaat van de bezwaarschriftencommissie, tel. 5.1.2e Het indienen van een bezwaarschrift schorst niet de werking van dit besluit. De indiener van een bezwaarschrift kan, als onverwijlde spoed dat eist, een voorlopige voorziening vragen bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, Postbus 150, 9700 AD in Groningen. Aan een verzoek om een voorlopige voorziening zijn wel kosten (griffierecht) verbonden.
Kennisgeving Van dit besluit zal, conform artikel 16.64, derde lid, van de Omgevingswet kennis worden gegeven door publicatie in de Leeuwarder Courant, het Friesch Dagblad en in het provinciaal blad op www.overheid.nl, zie hiervoor de link: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/zoeken/provinciaal_blad. Bijlagen Bijlage 1: Motivering van het besluit Bijlage 2: Advertentie Bijlage 3: Meldingsformulier Afschriften Gemeente Leeuwarden (per e-mail) Successie Natuurzaken (per e-mail) FUMO, Afdeling Toezicht en Handhaving (per e-mail)
-3/9-
Ons kenmerk:
02321406
Bijlage 1: Motivering van het besluit
A.
Weergave van de feiten
A1. Vergunningaanvraag Op 14 november 2024 ontvingen wij de door u ingediende aanvraag om een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g van de Omgevingswet (hierna: Ow). De aanvraag heeft betrekking op de waterspitsmuis ten behoeve van het realiseren van vier woonarken en twee recreatiewoningen met aanlegsteiger. Uw aanvraag staat geregistreerd onder zaaknummer PF-2024/284234. Voor het aangevraagde project en/of handeling is niet eerder een vergunning verleend. A1.1. Beschrijving van het project of andere handeling De omgevingsvergunning wordt aangevraagd voor ‘realisatie woonarken en recreatiewoningen op het adres De Burd 20’ te Grou. U voert hiervoor de volgende activiteiten uit: Realiseren van twee recreatiewoningen aan de noordzijde van een reeds gegraven insteekhaven, met bij elke woning een loopsteiger aan de oever; Realiseren van vier woonarken met elk een loopsteiger aan de oever aan de oostzijde van de insteekhaven; Aanleggen voetpad op de landtong tussen een opvaart en de insteekhaven; Aanleggen nutsvoorzieningen; Schuin afgraven van de relatief haakse noordelijke en oostelijke oeverzones over een breedte van respectievelijk 1,20 meter en 2,00 meter tot een glooiende oever t.b.v. ecologische doeleinden. Planning Het voornemen bestaat om in december 2024 te starten met de werkzaamheden.
Het aanmeren van de woonarken voor de oeverzone neemt circa een dagdeel in beslag. Het aanleggen van smalle loopsteigers voor de vier arken en de twee recreatiewoningen neemt circa een dagdeel per loopsteiger in beslag. Het afvlakken van de beide oeverzones een dagdeel. Het aanleggen van het voetpad en nutsvoorzieningen neemt circa twee à drie dagen in beslag. Naar schatting duren de totale werkzaamheden drie weken. Mitigerende maatregelen Waterspitsmuis Werkzaamheden aan de oevers van de insteekhaven vinden plaats tussen 1 oktober en 15 maart (buiten de kwetsbare voortplantingsperiode van de waterspitsmuis) en worden buiten vorstperioden gestart. Op deze manier kunnen individuen onder zachte weersomstandigheden uitwijken naar geschikt leefgebied in de omgeving. Er wordt enkel tussen zonsopkomst en zonsondergang gewerkt. Het werkterrein wordt zo klein mogelijk gehouden. Er wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de bestaande infrastructuur en vaste routes. Voorafgaand aan de werkzaamheden, wordt het plangebied ongeschikt gemaakt voor de waterspitsmuis. Dit wordt gedaan door uiterlijk één week voor de start van de werkzaamheden de vegetatie op de oevers in het plangebied tot twee meter vanaf de waterlijn kort te maaien.
-4/9-
Ons kenmerk:
02321406
Dit dient te gebeuren in één richting op stapvoetse snelheid met de maaibalk op minimaal 10 cm boven het maaiveld. Soorten krijgen zo de kans om uit te wijken naar geschikt gebied. Bij het schuin afgraven van de oeverzones, t.b.v. optimalisatie leefgebied van de waterspitsmuis, wordt vooraf met de kraanbak op de oever gestampt, zodat soorten door verstoring de kans krijgen om uit te wijken naar geschikt gebied. Bij het schuin afgraven van de oeverzones wordt eveneens in één richting gewerkt en in een rustig tempo. Vrijkomend materiaal bij werkzaamheden aan oevers wordt afgevoerd en niet in het leefgebied (te denken aan de oevers van de naastgelegen opvaart) van de waterspitsmuis gedeponeerd. Het leefgebied voor de waterspitsmuis buiten het plangebied dient tijdens en na de werkzaamheden ongemoeid te blijven, zodat het onaangetast blijft en geen verdere verstoring wordt veroorzaakt voor de waterspitsmuis. Het ecologisch werkprotocol is gedurende de gehele uitvoering op locatie aanwezig en dient door iedere betrokken medewerker gelezen en begrepen te zijn
Compensatie De oeverzones, waar de woonarken en ligplaatsen van de recreatiewoningen komen, worden natuurvriendelijk gemaakt door de haakse oevers schuin af te graven, ter optimalisatie van het leefgebied van de waterspitsmuis. De oevers worden afgevlakt over respectievelijk 1,20 meter en 2,00 meter tot een glooiende oever van circa 10 graden. De noordelijk gelegen oever vanaf de dijkswal heeft al een glooiend talud en zal door de ingreep worden verlengd. De oeverzones worden ingezaaid met inheemse flora. A1.2. Periode De omgevingsvergunning is aangevraagd voor de periode 1 december 2024 tot en met 15 maart 2026. A1.3. Relevante stukken U hebt voor de beoordeling van uw aanvraag de volgende stukken aangeboden: Aanvraagformulier; Advies Nije Pleats De Burd 20 en 22 te Grou, rapportnummer: 2016/124, d.d. 1 februari 2017, door Nije Pleats; Nader onderzoek Wet natuurbescherming, een nader onderzoek aangaande sloop en realisatie werkzaamheden t.b.v. appartementen en nieuwe recreatieverblijven, De Burd 20 te Grou, door: Successie Natuurzaken, projectcode: 23-32, d.d. oktober 2023; Activiteitenplan Omgevingswet flora- en fauna-activiteit t.b.v. realisatie van woonarken en recreatiewoningen op adres De Burd 20 te Grou, door: Successie Natuurcollectief, d.d. oktober 2024; Situatietekening en dwarsprofielen haven - nav opm WF en Ecologisch onderzoek - v2. A1.4.
Aanvullende gegevens Op 11 en 18 december heeft u de aanvullende vragen per e-mail beantwoord en volgende stuk aangeboden: Quickscan Wet natuurbescherming werkzaamheden de Burd 20 te Grou, rapportnummer: 22211, d.d. oktober 2022, door: Bureau FaunaX B.V.
-5/9-
Ons kenmerk:
02321406
A1.5. Uw aanvraag en overige regels over natuur in de Omgevingswet Natura 2000-gebieden Dit besluit geldt alleen voor de aangevraagde flora- en fauna-activiteit. Het is mogelijk dat u een omgevingsvergunning voor de Natura2000-activiteit moet aanvragen in verband met de effecten van stikstofdepositie op beschermde natuurgebieden. Dit kunt u als initiatiefnemer laten bepalen aan de hand van een AERIUS-berekening. Als blijkt dat u een omgevingsvergunning nodig heeft, dient u deze bij de provincie aan te vragen. Houtopstanden Het vellen van houtopstanden maakt geen deel uit van de werkzaamheden. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Significant negatieve effecten op het NNN zijn derhalve niet te verwachten.
A2. Bevoegdheid Gedeputeerde Staten zijn het bevoegd gezag om op uw aanvraag te beslissen, op basis van het bepaalde in artikel 4.6, eerste lid, van het Omgevingsbesluit.
A3. Procedure De aanvraag is behandeld volgens de reguliere voorbereidingsprocedure. De procedureregels staan in hoofdstuk 16 van de Ow en in de hiervoor relevante artikelen van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). A3.1. Verlengen beslistermijn Van de mogelijkheid om de beslistermijn te verlengen, is geen gebruik gemaakt. A3.2. Coördinatie met andere wetgeving Ten overvloede wijzen wij erop dat er mogelijk andere wettelijke verplichtingen op uw activiteit/handeling kunnen rusten waarvoor GS van Fryslân niet het bevoegd gezag zijn. Dit besluit is enkel gebaseerd op de bepalingen met betrekking tot de flora- en fauna-activiteit die zijn opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), de Omgevingsregeling en de Omgevingsverordening Fryslân 2022.
A4.
Vergunningplicht
Op basis van de aanvraag en de daarbij behorende rapporten en tekeningen hebben wij beoordeeld of het door u aangevraagde project en/of handeling overtreding van de verbodsbepalingen tot gevolg heeft op de beschermde soorten, zoals bedoeld in paragraaf 11.2.4 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), die op de locatie voorkomen. Wij verwijzen voor de beoordeling en motivering van dit oordeel naar de overwegingen onder B. (Toetsing)
-6/9-
Ons kenmerk:
02321406
B.
Toetsing
B1. Wettelijk kader B1.1. Omgevingswet en Besluit activiteiten leefomgeving Artikel 5.1, tweede lid, onder g van de Ow bepaalt dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit uit te voeren. De vergunningplicht geldt alleen voor de gevallen die in het Bal zijn aangewezen. De aanvraag heeft betrekking op een vergunningplichtig geval. 1. Artikel 11.54, eerste lid, onder a van het Bal bepaalt dat het verboden is zonder omgevingsvergunning in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage IX, onder A van het Bal, opzettelijk te doden of te vangen. 2. Artikel 11.54, eerste lid, onder b van het Bal bepaalt dat het verboden is zonder omgevingsvergunning de vaste voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage IX, onder A van het Bal, opzettelijk te beschadigen of te vernielen. 3. Een omgevingsvergunning wordt uitsluitend verleend, indien er geen andere bevredigende oplossing bestaat, een wettelijk belang wordt gediend, zoals vastgelegd in artikel 8.74l, eerste lid, onder b van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en de gunstige staat van instandhouding van de soort niet in gevaar komt.
B2. Inhoudelijke beoordeling B2.1. Verbodsbepalingen 1. Het onder A1 genoemde project en/of handeling betreft een project en/of handeling die mogelijk overtreding van verbodsbepalingen tot gevolg heeft en/of de gunstige staat van instandhouding van aanwezige beschermde soorten kan aantasten. 2. Uit het ecologisch onderzoek (zie A1.3. van dit besluit) zijn beschermde diersoorten naar voren gekomen op het terrein waar de werkzaamheden worden verricht. 3. Hieronder toetsen wij uw aanvraag aan de beoordelingskaders van de onder B1 genoemde wetgeving. Daarbij worden mogelijke overtredingen, verslechteringen en verstoringen besproken van de relevante aanwezige soorten. B2.2. Toetsing aanwezige soorten Om de aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied vast te stellen, is in 2022 en 2023 ecologisch onderzoek uitgevoerd. Hieruit is naar voren gekomen dat het plangebied onderdeel is van het leefgebied van de waterspitsmuis. Waterspitsmuis Doormiddel van een positieve e-Dna test is de aanwezigheid van de waterspitmuis vastgesteld. Door de werkzaamheden aan de oeverzones aan de noord- en oostzijde van de insteekhaven, wordt functioneel leefgebied van de waterspitsmuis aangetast en gaan mogelijke verblijfplaatsen van de waterspitmuis verloren. Het betreft hier een relatief klein gebied ten opzichte van het gehele geschikte leefgebied in de omgeving.
Er zijn meerdere watergangen en rietzomen in de omgeving. Daarmee zijn er voldoende tijdelijke uitwijkmogelijkheden voor de waterspitsmuis. De werkzaamheden worden uitgevoerd buiten de kwetsbare voorplantingsperiode van de waterspitmuis en buiten perioden van vorst. Daarnaast wordt het gebied voorafgaand aan de werkzaamheden ongeschikt gemaakt. Het maaisel wordt afgevoerd, en niet in het leefgebied (te denken aan de oevers van de naastgelegen opvaart) van de waterspitsmuis gedeponeerd. -7/9-
Ons kenmerk:
02321406
Ter compensatie wordt de oever in de waaraan de recreatiewoningen worden gerealiseerd, natuurvriendelijke ingericht door deze schuiner af te graven en inheemse flora te planten. Na het afronden van de werkzaamheden is gebied weer beschikbaar voor rust- en voorplantingsplaatsen van de waterspitmuis. Gezien de mitigerende en compenserende maatregelen en de aanwezige alternatieven in de omgeving is het voldoende aangetoond dat de gunstige staat van instandhouding van de aanwezige soort niet in het geding komt. B2.3. Belang van de activiteit U vraagt vergunning aan op grond van het belang “in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied”, zoals in artikel 8.74l, Bkl staat vermeld. Het planvoornemen heeft ten doel recreatieve voorzieningen op en nabij het erf te realiseren ter versterking van het (water)recreatieve aanbod rond Grou. Het planvoornemen is onderdeel van een door provincie Fryslân ingezet plan, de “Nije Pleats” geheten. Door diverse partijen, waaronder provincie Fryslân, gemeente Leeuwarden en Hûs en Hiem, is ingezet op een ontwikkelingsconcept om de ruimtelijk-landschappelijke haalbaarheid en het planologisch regelen van de recreatieve mogelijkheden te toetsen.
Het inmiddels ingerichte gebied is gereed voor ruimtelijke ontwikkeling volgens het voorgenomen en daarvoor bestemde recreatieve planvoornemen. Het project zal, met in achtneming van de voorschriften en de compenserende en mitigerende maatregelen beschreven in onderhavige vergunning, niet leiden tot significant negatieve effecten op de staat van instandhouding van de waterspitsmuis. Wij zijn van mening dat om bovenstaande redenen het project bovengenoemd belang dient. B2.4. Andere bevredigende oplossing In uw aanvraag geeft u de volgende mogelijke alternatieven aan: Alternatieve locatie Het slotenpatroon op een groot deel van het eiland bestaat al sinds de 15e eeuw. Vanaf die tijd heeft het eiland altijd een agrarische functie gehad. In de twintigste eeuw is deze functie uitgebreid met de bouw van een groot aantal recreatiewoningen en het aanmeren van woonboten (vooral aan de zuid en westzijde). In het kader van de herinrichting van Swette-De Burd van het eiland waren delen van de grond van familie 5.1.2e nodig voor het realiseren van een nieuw meer(tje). Familie 5.1.2e werd daardoor in de gelegenheid gesteld om aan de watersport gerelateerde recreatieve voorzieningen te realiseren op hun erf, in de gebouwen en aansluitend aan hun erven.
In het kader van de herinrichting van Swette-De Burd zijn deze mogelijkheden al door de provincie bekrachtigd als onderdeel van het plan de ‘Nije Pleats’ waar ook de buren op de Burd 22 bij zijn betrokken. Een alternatieve locatie is in niet aan de orde, de provincie heeft de insteekhaven aangelegd als onderdeel van het plan ‘Nije Pleats’. Alternatieve inrichting In het voortraject is samen met de tekenaar onderzocht hoe het beste invulling te geven aan het planvoornemen. Het oorspronkelijke plan was om de woonarken schuin in de oevers te plaatsen/steken en de recreatiewoningen aan het water te realiseren. Vanuit ecologisch standpunt is hiervan afgeweken en is men tot het huidige alternatieve planvoornemen gekomen waarbij verstoring tot een minimum wordt gereduceerd.
-8/9-
Ons kenmerk:
02321406
Alternatieve werkwijze De werkwijze is afgestemd op de aanwezigheid van de waterspitsmuis. Er wordt gewerkt buiten de kwetsbare voorplantingsperiode van de waterspitmuis. Daarnaast wordt het plangebied voorafgaand aan de werkzaamheden ongeschikt gemaakt. Alternatieve planning De werkzaamheden worden uitgevoerd buiten de meest kwetsbare voorplantingsperiode van de waterspitmuis. Er is derhalve geen betere planning voorhanden.
Conclusie: Vanwege de door u gevolgde werkwijze zijn wij van mening dat de meest bevredigende oplossing is gezocht. Bij de uitvoering van het project/de handeling wordt verstoring van aanwezige beschermde soorten zoveel mogelijk voorkomen.
C.
Conclusie
De maatregelen, het belang en alternatieven in acht nemende, is de zekerheid verkregen dat verstorende effecten op de waterspitsmuis tot een minimum worden beperkt en de gunstige staat van instandhouding van deze soort niet in het gedrang komt. De effecten zijn daarnaast van beperkte en tijdelijke aard, waarna het gebied weer geschikt zal zijn voor de soorten. Op grond van de onder A1.3. genoemde rapporten staat vast dat door de realisatie van vier woonarken en twee recreatiewoningen met aanlegsteigers op het adres De Burd 20 te Grou op de door u aangewezen wijze en zoals in dit besluit is vermeld uit te voeren, de effecten van de overtreding van de verbodsbepalingen uit paragraaf 11.2.4 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) tot een minimum beperkt worden. Hierdoor kan met voldoende zekerheid worden gesteld dat er geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. De omgevingsvergunning voor de waterspitsmuis kan worden verleend.
-9/9-
Ons kenmerk:
02321406
Legenda toegepaste uitzonderingsgrondslagen In dit document zijn gegevens geanonimiseerd op grond van: Wet
Artikel
Omschrijving
Pagina's
Wet open overheid
Art. 5.1 lid 2 sub e
De eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer
1, 2, 3, 8