Bijlage 2 Achtergrondinformatie bij discussienota (1)
Tekst van het document
Bijlage 2: Achtergrondinformatie discussienota
Hoe is de advisering over ruimtelijke kwaliteit/welstand op dit moment geregeld? Wet- en regelgeving Om de kwaliteit van onze gebouwde leefomgeving te beschermen worden bouwplannen getoetst aan de redelijke eisen van welstand. Sinds 1 juli 2004 is iedere gemeente (indien de gemeente wil toetsen aan de redelijke eisen van welstand) verplicht om welstandsbeleid vast te leggen in een door de gemeenteraad vastgestelde welstandsnota1. Hiermee kwam destijds tegelijkertijd de verplichting van een welstandstoets te vervallen. Indien de gemeenteraad geen welstandsbeleid vaststelt, mogen bouwplannen niet preventief getoetst worden en kan de gemeente niet ingrijpen in geval van een exces. Vergunningvrije bouwwerken worden niet vooraf aan welstandseisen getoetst. De gemeenteraad benoemt een externe onafhankelijke welstandscommissie of adviseur die toetst aan de redelijke eisen van welstand. De welstandscommissie voorziet hierbij het college van burgemeester en wethouders van een advies (per voorgelegd initiatief). Veelal nemen meerdere gemeenten binnen een provincie of regio diensten af van eenzelfde welstandscommissie. Benodigde kennis kan op die manier breed worden benut terwijl er door het lokale beleid dat ten grondslag ligt aan een dergelijke toetsing toch sprake is van maatwerk.
Sinds 2013 is in het Besluit omgevingsrecht (Bor) de verplichting om bij de omgevingsvergunningprocedure altijd advies in te winnen van een welstandscommissie komen te vervallen (en vervangen door de zogenaamde kanbepaling). Hiermee is het ook (wederom) mogelijk geworden om ambtelijk te toetsen2. Advisering over ruimtelijke kwaliteit in Leeuwarden De meeste Friese gemeenten hebben (een deel van) het takenpakket t.a.v. advisering over ruimtelijke kwaliteit ondergebracht bij Hûs en hiem. Hûs en Hiem is een organisatie die op verzoek onafhankelijk en deskundig advies geeft over ruimtelijke kwaliteit, welstandsbeleid en monumentenbeleid in Friesland. De rechtsvorm is een Gemeenschappelijke Regeling (GR)3. De GR is gebaseerd op een afname van advisering op het gebied van welstand en monumenten door alle deelnemende gemeenten en gaat uit van een gemeenschappelijk belang. Hûs en hiem adviseert het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Leeuwarden bij de uitvoering van het beleid zoals dat is vastgelegd in de ‘Welstandsnota gemeente Leeuwarden 2019’. De gemeente Leeuwarden maakt geen gebruik van de kanbepaling, er wordt niet ambtelijk getoetst. Wel wordt er gewerkt met kwaliteitsteams, de zogenaamde Q-teams. Een Q-team is een multidisciplinair team dat bestaat uit meerdere deskundigen aangevuld met eventueel een burgerlid.
Een Q-team adviseert al vroeg in de planfase en kan zelfstandig werken, maar bijvoorbeeld ook een verlengde zijn van de welstandscommissie. Instelling van een Q-team is niet verplicht, maar wordt in sommige gevallen (zoals in geval van de Zuidlanden, Blitsaerd of bij de Haak) wenselijk gevonden. Wat verandert er met de inwerkingtreding van de Omgevingswet? De advisering aan het gemeentebestuur over monumenten en welstand heeft zich de afgelopen decennia ontwikkeld naar een veel bredere advisering. In praktijk zijn allerlei vormen van deskundigenadvisering ontstaan waarbij er bijvoorbeeld steeds meer inbreng is vanuit de 1 Naast de welstandsnota worden voor ontwikkelingsgerichte (uit- of inbreidings)plannen soms apart
welstandsrichtlijnen opgesteld. Deze richtlijnen maken formeel onderdeel uit van de welstandsnota, zodra ze zijn vastgesteld door de gemeenteraad. Ook hieraan wordt door Hûs en hiem getoetst. Als de welstandsnota wordt geactualiseerd, en een gebiedsontwikkeling is voltooid, dan worden de criteria voor een dergelijk gebied opgenomen in de welstandsnota. 2 Tussen 2002 en 2010 hoefden lichtvergunningplichtige bouwwerken niet te worden voorgelegd aan een welstandscommissie, maar konden deze ambtelijk worden getoetst. Het inwerkingtreden van de Wabo in 2010 zorgt voor verruiming van vergunningsvrij bouwen en afschaffing van lichtvergunningplichtige bouwwerken, waarmee ambtelijk toetsen wettelijk niet langer mogelijk was. In veel gemeentes werd deze praktijk echter wel voortgezet. In de Gemeente Leeuwarden was dit overigens niet het geval. Deze weeffout werd hersteld door in het Besluit omgevingsrecht (Bor) de verplichting, om bij de omgevingsvergunningprocedure altijd advies in te winnen van een welstandscommissie, te vervangen door een kanbepaling. 3 Een Gemeenschappelijke Regeling is een besluit tot samenwerking in een publiekrechtelijke constructie tussen bestuursorganen van, in dit geval, Friese gemeenten, ter behartiging van gezamenlijke belangen.
maatschappij en er een verbreding optreedt van de monumenten- en welstandsadvisering van een uitsluitend objectgerichte benadering naar een bredere, gebiedsgerichte benadering. En van louter beoordeling van vergunningsaanvragen naar een dialoog aan het begin van het planvormingsproces. De Omgevingswet doet recht aan deze veranderingen en geeft gemeenten de vrijheid om een adviesstelsel in te stellen dat goed past bij de lokale situatie. De Omgevingswet nodigt uit om nog ‘breder’ te kijken en vervangt het oorspronkelijke begrip ‘welstand’ door ‘ruimtelijke kwaliteit’. Voor wat betreft advisering over ruimtelijke kwaliteit betekent dit dat er meer integrerend gewerkt moet worden om belangen van alle partijen bij elkaar te brengen. Ruimtelijke kwaliteitsadvisering wordt breder en vroeger ingezet en omvat veel meer dan alleen welstands- en monumentenadvisering over vergunningaanvragen. Een adviescommissie met een brede adviestaak adviseert, daagt uit en inspireert zoveel mogelijk aan de voorkant van ruimtelijke processen. Het is voor iedere gemeente (met rijksmonumenten) in ieder geval verplicht een gemeentelijke adviescommissie in te stellen. De gemeentelijke adviescommissie kan op regionale of provinciale schaal werken en adviseren aan meerdere gemeenten, maar ook in dat geval moet de commissie worden ingesteld en de leden worden benoemd door iedere afzonderlijke gemeenteraad.
De huidige welstandscommissie valt niet onder het overgangsrecht (de zogenoemde bruidsschat) van de Omgevingswet. De gemeente moet daarom vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet een besluit nemen over de benoeming van een gemeentelijke adviescommissie (met in ieder geval als taak het toetsen aan rijksmonumenten). Daarnaast is er ruimte om een eigen gemeentelijk adviesstelsel in te richten. Naast de gemeentelijke adviescommissie kunnen namelijk ook andere instanties als adviseur ingeschakeld worden, zoals een kwaliteitsteam, stadsbouwmeester, stadsarchitect, supervisor of adviesbureau. Wel moet deze commissie worden ingesteld door de gemeenteraad, en de leden moeten ook door de raad worden benoemd en ontslagen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal het lokaal beleid worden vastgelegd in het omgevingsplan. De gemeenteraad kan aangeven bij welke activiteiten die in het omgevingsplan worden genoemd, advies gevraagd moet worden. Als het college van burgemeester en wethouders daartoe aanleiding ziet kunnen ook zij een adviseur aanwijzen om advies uit te brengen over een aanvraag voor een omgevingsvergunning. Het college van burgemeester en wethouders kan de commissie tevens advies vragen over het ontwikkelen van beleid. Ruimtelijk kwaliteitsbeleid valt overigens wel onder het overgangsrecht (erfgoedverordening en wekstandsnota).
Gemeentes hebben tot eind 2029 de tijd om het beleid met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit op te nemen in het omgevingsplan. Tot die tijd blijft het vigerende beleid van kracht. In de bruidsschat is ook opgenomen dat een omgevingsvergunning voor het bouwen alleen verleend wordt als het uiterlijk en de plaatsing van het bouwwerk niet in strijd zijn met redelijke eisen van welstand. De term ‘welstand’ verdwijnt dus min of meer met de Omgevingswet, maar voorlopig blijft met de bruidsschat de beoordelingsgrondslag voor welstand onveranderd. Verkenning door de Vereniging Friese Gemeenten (VFG) De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft een handreiking opgesteld voor het instellen van een gemeentelijke adviescommissie en andere adviseurs voor omgevingskwaliteit, de ‘Handreiking Adviesstelsel Omgevingskwaliteit’. Deze handreiking moet helpen bij een keuze die past bij de eigen gemeente en is opgesteld om enerzijds ondersteuning te bieden om het huidige adviesstelsel voor zover mogelijk te continueren. Anderzijds geeft de handreiking inspiratie bij het door ontwikkelen van het adviesstelsel in de geest van de Omgevingswet. Om de kwaliteit van de gebouwde leefomgeving te behouden, wordt ook in VFG verband al langere tijd gekeken naar de mogelijkheden om de advisering over ruimtelijke kwaliteit breder in te vullen en aan te laten sluiten bij de geest van de nieuwe wetgeving.
Zoals aangegeven is het noodzakelijk om minimaal een adviescommissie voor rijksmonumenten in te stellen. Elke gemeente kán daarnaast keuzes maken ten aanzien van de reikwijdte die de advisering kan aannemen. Bij de verkenning door de VFG worden, op basis van de handreiking van de VNG, een aantal scenario’s verkend, variërend van de minimale wettelijke verplichting (rijksmonumenten) tot en met een brede adviesinstantie (die bijvoorbeeld ook adviseert over het opstellen van beleid).
Aansluitend is er de vraag wat we als Friese gemeentes collectief willen oppakken. Daarom worden in dit proces denkrichtingen gegeven voor het organiseren van het toekomstig adviseringsproces over omgevingskwaliteit. Er is onder de Friese gemeenten draagvlak voor een samenwerking bij advisering over ruimtelijke kwaliteit. Door dit traject samen met andere gemeenten te doorlopen kan worden verkend of en welke vormen van samenwerking u graag verder uitgewerkt zou willen zien t.b.v. van gemeenschappelijke toetsing en beleidsadvisering onder de Omgevingswet. In de zogenaamde ‘menukaart’ zijn op een overzichtelijke manier de keuzemogelijkheden t.a.v. toetsing en beleidsvorming opgenomen. In de bijlage bij deze discussienota (factsheet) wordt de menukaart nader toegelicht. Ook wordt hier nader ingegaan op de uitgangspunten van een collectief adviesstelsel. Vanuit de VFG verkenning zal een voorstel komen voor mogelijkheden van verdere verdieping van de verschillende onderdelen van de menu/routekaart. Een inhoudelijke sessie hiervoor wordt gehouden op 16 september. Aansluitend staat deze discussienota op de agenda van uw raad eind september. De uiteindelijke besluitvorming hieromtrent is eind 2021 voorzien (gelijktijdig met diverse andere besluitpunten in het kader van de implementatie van de Omgevingswet.
Relatie met Pre-omgevingsplan (Pre-op) Leeuwarden – Buitengebied Zuid Ook in het Pre-op komt het onderwerp ruimtelijke kwaliteit/welstand aan de orde. Raakvlakken zijn er dus over en weer tussen deze discussienota en de Notitie Bouwstenen (gebaseerd op de inspraaken overlegreacties van het pre-omgevingsplan en de door u raad hierop ingebrachte wensen en bedenkingen). Het Pre-op ziet voor nu op Buitengebied Zuid, maar geeft wel een doorkijk hoe een en ander straks ook in de rest van de gemeente te willen regelen. Dit blijkt ook uit de ontvangen wensen en bedenkingen. Het Pre-op bevat in diverse gevallen een eis voor een “welstandsvergunning”. De term “welstandsvergunning” is hierbij bewust tussen aanhalingstekens geplaatst omdat op het moment van opstellen en ter visie leggen nog niet duidelijk was hoe we in de toekomst om willen gaan met welstand (welke instantie toetst de plannen). Nu komen beide onderwerpen samen. Op basis van de ontvangen wensen en bedenkingen kan naar onze mening worden geconcludeerd dat een meerderheid van uw raad ruimtelijke kwaliteit omarmt. Ook is uw raad over het algemeen positief over het instrument “welstandsvergunning”. In de Notitie Bouwstenen is hierover het volgende opgenomen:
Besluitvorming omtrent de Notitie Bouwstenen voor het ontwerp omgevingsplan Leeuwarden – Buitengebied Zuid is voorzien op 15 september a.s. Deze discussienota is opgesteld en al op route (om de afgesproken datum met de griffie van eind september te halen) voordat de besluitvorming van de Notitie Bouwstenen is genomen. Wij gaan er echter vanuit dat hetgeen door u is aangedragen nog steeds stand houdt: ook in de toekomst zal er sprake zijn van een “welstandsvergunning”. Voor welke plannen, of in welke gebieden een welstandsvergunning moet worden afgegeven, wordt in het omgevingsplan vastgelegd. Dit betekent dat er, naast een besluit over de verplichte gemeentelijke adviescommissie, ook ten aanzien van de ‘welstandsvergunning’ een besluit moet worden genomen over de organisatie daarvan.