CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 11 Bodemonderzoek

Besluitvorming (raad) 11 februari 2026, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Grou - Woningbouw Halbertsmaterrein' en beeldkwaliteitsplan 'Have Halbertsma Grou'20.148 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek ter plaatse van Halbertsmaterrein J.W. de Visserwei 12 te Grou

opdrachtgever datum auteur projectleider projectnummer versie status

Faber Halbertsma Groep 15 december 2020 de heer G.J. Hovinga de heer R. Dopstra 20300446 1 definitief

Protocol 2001 2002

projectnummer 20300446 15 december 2020

INHOUDSOPGAVE 1

Inleiding

1

2

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

Vooronderzoek en locatiegegevens

Algemeen Locatiegegevens en huidig bodemgebruik Historische gegevens en bodeminformatie Geohydrologie Locatie-inspectie Conclusie vooronderzoek

2

3

Verkennend bodem en verhardingsonderzoek Onderzoeksstrategie Uitgevoerde werkzaamheden en analyses Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen Veldmetingen grondwater Monsterneming en analyse grond en grondwater Asfalt

6

6 6 6 8 9 11

4

4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4

Resultaten verkennend bodem en verhardingsonderzoek

Toetsingswijze en terminologie Grond Grondwater Asfalt Fundatiemateriaal

12

5

Grondmechanisch onderzoek

18

6

Samenvatting, conclusie en aanbeveling

20

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9

Topografische situering Overzichtstekening Kadastrale gegevens Boorprofielen Analysecertificaten Toetsingsresultaten grond en grondwater Resultaten asfalt Tijdelijk handelingskader PFAS Resultaten sonderingen

2 2 3 4 5 5

12 13 15 16 17

projectnummer 20300446 15 december 2020 pagina 1 van 21

1

Inleiding In opdracht van Faber Halbertsma Group BV heeft MUG Ingenieursbureau een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op het terrein van Halbertsma ter plaatse van J.W. de Visserwei 12 te Grou. Ter plaatse was sinds 1891 een meubelfabriek en later een palletfabriek gehuisvest. De opstallen bestonden uit meerdere bedrijfsgebouwen en loodsen die in de loop der tijd zijn uitgebreid en afgebroken. De locatie is grotendeels verhard met asfalt en beton. De asfaltverhardingen zijn gefundeerd met puingranulaat. De bebouwing op de onderzoekslocatie betreffen twee bedrijfsloodsen, een kantoor opstallen aanwezig. Het bedrijfsterrein is niet meer in gebruik, wel wordt het terrein door derden gebruikt voor de opslag van materialen en grond. Aanleiding en doelstelling De aanleiding tot de uitvoering van het verkennend bodemonderzoek wordt gevormd door de voorgenomen verkoop en herontwikkeling van de locatie. Het doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de grond, het asfalt met onderliggende puin/slakken fundering en het grondwater voor de desbetreffende locatie. Kwaliteit MUG Ingenieursbureau verklaart hierbij geen juridische relatie te hebben met (de bedrijfsorganisatie van) de eigenaar van de onderzoekslocatie en/of de opdrachtgever van het bodemonderzoek. MUG Ingenieursbureau heeft de bodemonderzoeken als onafhankelijke organisatie uitgevoerd.

De werkzaamheden zijn uitgevoerd conform en onder certificaat van de nu geldende BRL SIKB 2000 en de bijbehorende protocollen 2001 en 2002. MUG Ingenieursbureau is gecertificeerd voor het procescertificaat ’Veldwerk bij milieuhygiënisch (water)bodemonderzoek’ en staat geregistreerd als Kwalibo-erkend bedrijf (erkend bodem-intermediair). Leeswijzer In hoofdstuk 2 zijn de resultaten van het vooronderzoek en de locatiegegevens opgenomen. Hoofdstuk 3 behandelt de onderzoeksstrategie, de uitgevoerde werkzaamheden en de resultaten van het verkennend bodemonderzoek. In hoofdstuk 4 zijn de gehanteerde onderzoeksstrategie, uitgevoerde werkzaamheden en de resultaten van het bodem- en verhardingsonderzoek weergegeven. De interpretatie van de onderzoeksresultaten, conclusies en aanbevelingen zijn opgenomen in hoofdstuk 5. In deze rapportage wordt verslag gedaan van de verrichte werkzaamheden, de resultaten en de aan de resultaten te verbinden conclusies.

projectnummer 20300446 15 december 2020 pagina 2 van 21

2

Vooronderzoek en locatiegegevens

2.1

Algemeen Om een juiste hypothese en bijbehorende onderzoeksstrategie te kunnen vaststellen, is er een vooronderzoek uitgevoerd. Ten behoeve van het vooronderzoek is informatie verzameld op basis van NEN 5725, oktober 2017. Hierbij is de strategie ‘Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van het uit te voeren bodemonderzoek (aanleiding A)’ toegepast. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over de locatie, de bodemopbouw en de geohydrologie, de verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit, het gebruik en de beïnvloeding van de locatie, de verdachte situaties, de activiteiten en ongewone voorvallen. Tevens maakt een terreininspectie deel uit van het vooronderzoek. De informatie ten behoeve van het vooronderzoek is verzameld aan de hand van de volgende bronnen: Tabel 2.1 Overzicht geraadpleegde bronnen Bron Gemeente Leeuwarden Bodeminformatiesysteem Nazca (friesland.nazca4u) Stichting BSB Friesland Landelijke website bodeminformatie (Bodemloket) Bodemrapport gemeente Leeuwarden Bodeminformatiesysteem van provincie Fryslân en de Friese gemeenten. Historisch kaartmateriaal (www.topotijdreis.nl)

2.2

Locatiegegevens en huidig bodemgebruik De onderzoekslocatie is gelegen op een perceel aan Visserwei 12 te Grou (afbeelding 1). De onderzoekslocatie is momenteel in gebruik als opslagterrein. De oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt circa 5,6 ha. Kadastraal staat de onderzoekslocatie bekend als gemeente Grou, sectie A met nummer 5340 en 4075. De X- en Y-coördinaten van de locatie zijn X= 184.951 en Y= 567.884.

Afbeelding 1. Situering van de onderzoekslocatie

projectnummer 20300446 15 december 2020 pagina 3 van 21

Bijlage 1 toont de globale topografische situering van de onderzoekslocatie en bijlage 2 een overzicht van de onderzoekslocatie met enkele foto’s. De kadastrale gegevens zijn opgenomen als bijlage 3.

2.3

Historische gegevens en bodeminformatie Voorafgaand aan de uitvoering van het verkennend bodemonderzoek is een vooronderzoek uitgevoerd volgens NEN 5725. De uitvoering en resultaten van het vooronderzoek wordt opgenomen in de rapportage van het verkennend bodemonderzoek. Uit historische informatie blijkt dat ter plaatse van de onderzoekslocatie Halbertsma’s Fabrieken voor Houtbewerking gevestigd zijn geweest. In 1891 werd een stoomhoutzagerij opgericht. In een later stadium is de fabriek verder uitgebreid naar een fabriek voor pallets en deuren. Tabel 2.2 Overzicht geraadpleegde bronnen Bron Nazca (friesland.nazca4u) Gemeente Leeuwarden Bodeminformatiesysteem (Nazca) Bodeminformatiesysteem van provincie Fryslân en de Friese gemeenten. Landelijke website bodeminformatie (Bodemloket) Stichting BSB Friesland Historisch kaartmateriaal (www.topotijdreis.nl)

In het bodeminformatiesysteem Nazca staat het bedrijf bekend onder de FR-code: FR005500096 met de termen: houtconserveringsbedrijf, houten emballage-industrie, houtenpanelen- en scheidingswandenfabriek, houtmeubelfabriek, houtwarenindustrie, verfspuitinrichting (hout). De aanvullende bodemrisico’s zijn de aanwezigheid van drie bovengrondse brandstof/HBO/dieseltanks. Op de onderzoekslocatie zijn in het verleden drie bodem-onderzoeken uitgevoerd. Deze bodemonderzoeken zijn weergegeven in tabel 2.3. Op het bodemloket staat aangegeven dat de informatie beschikbaar is via gemeente Leeuwarden. Uit het bodeminformatiesysteem van gemeente Leeuwarden en provincie Fryslân en Friese gemeenten blijkt dezelfde informatie als in Nazca. Bij de Stichting BSB Friesland staat Visserwei 12 bekend onder BSB-locatie: Halbertsma pallets Grouw BV met registratienummer 00811076. In het kader van het besluit sanering bedrijventerreinen is het in mei 1995 een BSB-onderzoek uitgevoerd door DHV Argus (zie tabel 2.2). Uit (historisch) topografische kaarten (www.topotijdreis.nl) blijkt dat de kade van het bedrijventerrein is ontwikkeld vanaf 1925 en verder is uitgebreid vanaf 1950 waarbij oppervlak van de waterweg de Rjochte Grou is ingenomen.

Voor zover het bekend is, zijn van de onderzoekslocatie geen gegevens bekend aangaande gedempte sloten, ophogingen en calamiteiten waardoor de bodem verontreinigd kan zijn geraakt. Geraadpleegde bodemonderzoeken Op de onderzoekslocatie zijn in het verleden drie bodemonderzoeken uitgevoerd. In tabel 2.3 is een overzicht van de geraadpleegde bodemonderzoeken weergegeven. Tabel 2.3 Overzicht geraadpleegde bodemonderzoeken Document

Datum

Uitgevoerd door

Kenmerk

Nulsituatie/BSB-onderzoek J.W. Visserwei 12 Grou, Aanvullend grondonderzoek Visserwei 12 Grou Historisch onderzoek J.W. Visserwei 5-12 Grou

1 mei 1995 1996 20 januari 2010

DHV Argus, DHV Noord-Nederland Register

J0589.01.001 R-L0492.2CH B02037.000081

projectnummer 20300446 15 december 2020 pagina 4 van 21

1995: Nulsituatie-/BSB-bodemonderzoek uitgevoerd door DHV Noord Nederland BV (projectcode J0589.01.001) In opdracht van Halbertsma Pallets BV. Er zijn zes verdachte deellocaties onderscheiden (voormalige dompelbak, huidige dompelbak, twee voormalige locaties van een dieseltank, huidige locatie dieseltank en olie-opslag). De rest van het terrein is als onverdacht beschouwd en ook niet onderzocht. Uit de resultaten blijkt dat de grond ter plekke van de voormalige dompelbak licht verontreinigd is met kobalt, de overige onderzochte metalen ter hoogte van de voormalige en huidige dompelbak zijn niet in verhoogde gehalten ten opzichte van de streefwaarde aangetroffen. In het grondwatermonster is hexadecaan aangetroffen, dit komt voor in middelzware oliesoorten. De concentratie ligt ruim onder de streefwaarde voor minerale olie. Verder zijn in het grondwater bij de plek waar destijds een dieseltank stond en een voormalige plek (west) van de dieseltank in het grondwater lichte verontreinigingen met tolueen en xylenen aangetoond. De grond ter plekke waar de dieseltank toen stond bleek matig verontreinigd met minerale olie, de grond op een voormalige locatie van de dieseltank (oost) bleek licht verontreinigd met minerale olie.

Om te voorkomen dat de kwaliteit van het grondwater ter plaatse van de toen geldende plek van de dieseltank nadelig beïnvloed zou worden werd geadviseerd de verontreinigde toplaag te verwijderen. 1996: Aanvullend grondonderzoek uitgevoerd door DHV Noord Nederland BV (projectcode R-L0492.2CH) In opdracht van Halbertsma Pallets BV in verband met de aanvraag van een bouwvergunning voor een nieuw bedrijfsgebouw. De bovengrond bevat ter plekke een licht verhoogd gehalte aan PAK-totaal (10 VROM), verder zijn geen gehalten boven de streefwaarde aangetroffen in boven en ondergrond (tot 1,0 m-mv). 2005: Verkennend bodemonderzoek door Verhoeve Milieu Noord BV (rapportnummer 570004) In opdracht van de gemeente Boarnsterhim in verband met de geplande uitbreiding van het gemeentehuis. In de ondergrond is een lichte verontreiniging met koper, kwik, lood, PAK en minerale olie aangetoond. In de bovengrond zijn geen van de onderzochte stoffen in verhoogde waarden aangetroffen. Tevens is er bij een indicatief onderzoek naar asbest geen asbest aangetroffen in de bodem. Resumerend wordt gesteld dat er sprake is van zes deellocaties waar belastende bronnen aanwezig zijn geweest en waar verdachte bodemactiviteiten hebben plaatsgevonden.

Het gaat om drie voormalige bovengrondse dieseltanks, één voormalige locatie waar olieachtige producten en chemicaliën als kleurstoffen werden opgeslagen en twee voormalige dompelverfbaden. De verdachte deellocaties zijn genummerd Tank1, Tank2, Tank3, Dompelbad 1, Dompelbad 2 en Olieopslag. De locaties van de verdachte deellocaties zijn weergegeven op de onderzoekstekening in bijlage 2.

2.4

Geohydrologie De geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland kaartblad 10b, 10d, 10 oost, 11 west, TNO-DGV, januari 1984 en het grondwaterbeschermingsplan Friesland, Provincie Friesland, 1990. In tabel 2.4 is de geohydrologische opbouw weergegeven. Tabel 2.4 Geohydrologische opbouw Diepte in m t.o.v. NAP

Geohydrologische eenheid

Samenstelling en omschrijving

+ 0.50 tot - 20 - 20 tot – 30

Formatie van Urk, Drenthe en Twente Formatie van Urk II

Deklaag: zeer diverse samenstelling met zand, veen en kleiafzettingen Eerste watervoerend pakket: rivierzanden

De stromingsrichting van het ondiepe grondwater is naar alle waarschijnlijkheid vanaf het terrein richting het oppervlaktewater van de Rjochte Grou. Uit voorgaand onderzoek is gebleken dat de bodemopbouw vanaf maaiveld tot 1,0 m-mv bestaat uit zand op zandig c.q. kleiig veen dan wel kleiig zand met onderliggend fijn zand vanaf 3,0 tot tenminste 4,5 m-mv. Het grondwaterpeil was destijds (januari 1995) aangetroffen op 0,9 m-mv.

projectnummer 20300446 15 december 2020 pagina 5 van 21

2.5

Locatie-inspectie Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden heeft er een locatie-inspectie plaatsgevonden. Hierbij is op twee plaatsen opslag asbestverdachte golfplaten aangetroffen. Deze twee locaties zijn aangegeven op de onderzoekstekening in bijlage 2. Verder zijn er geen zintuiglijke waarnemingen gedaan die kunnen duiden op de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Ten zuiden van de deellocatie waar de voormalige tank 3 was gesitueerd is een gronddepot aangetroffen met een omvang van 600 m3 van onbekende oorsprong.

2.6

Conclusie vooronderzoek Op basis van de resultaten van eerder uitgevoerde onderzoeken wordt de algehele onderzoeklocatie met daarop zes verdachte deellocaties als verdacht worden beschouwd voor bodemverontreiniging. Ter plaatse van de terreindelen waar de voormalige drie bovengrondse dieseltanks en olieopslag waren gesitueerd is de bodem verdacht op de aanwezigheid van componenten van minerale olie en vluchtige aromaten, de bodem en ter plaatse van de twee voormalige dompelbaden is verdacht op het voorkomen van zware metalen, PAK, vluchtige aromaten en vluchtige gehalogeneerde alifaten. De milieuhygiënische kwaliteit van het gronddepot is onbekend. Het asfalt op de locatie betreft een homogene laag dat naar alle waarschijnlijkheid in één werkgang is aangebracht. Omdat het grootste deel van het terrein is verhard en bebouwd is geweest is de bodem niet verdacht op het voorkomen van asbest. Er zijn geen indicaties dat de locatie verdacht is op verontreinigingen met PFAS.

projectnummer 20300446 15 december 2020 pagina 6 van 21

3

Verkennend bodem en verhardingsonderzoek

3.1

Onderzoeksstrategie Voor het algehele deel van het terrein is de onderzoeksstrategie gehanteerd voor een ‘diffuus belaste nietlijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (VED-HE-NL)’, zoals genoemd in NEN 5740/A1 (februari 2016). Gezien de voormalige verdachte activiteiten is de bovengrond hierbij als meest verdachte bodemlaag beschouwd. De zes verdachte deellocaties zijn elk separaat onderzocht conform de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP). Het gronddepot aangetroffen ten zuiden van de deellocatie ‘Tank 3’ met een omvang van 600 m3 is indicatief uitgekeurd op de parameters van het standaardpakket bodem. Het onderzoek naar het fundatiemateriaal- en halfverhardingsmateriaal is indicatief uitgevoerd en is gebaseerd op het bij BRL SIKB 1000 behorende protocol 1002. Er wordt een verminderd aantal grepen en monsters verzameld en de analyses worden niet conform AP04 uitgevoerd. Van het puingranulaat onder het asfalt is een mengmonster samengesteld voor analyse op asbest. Het asfaltonderzoek is uitgevoerd volgens CROW-publicatie 210 (‘Richtlijn omgaan met vrijgekomen asfalt selectief verwijderen van teervrij en teerhoudend asfalt’, versie juni 2015).

Het aantal te boren kernen is conform CROW-publicatie 210 bepaald aan de hand van de onderzoeksoppervlakten (strategie >10.000 m² homogene asfaltoppervlakte).

3.2

Uitgevoerde werkzaamheden en analyses De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd in de periode 3 tot en met 13 november 2020 en zijn uitgevoerd door gekwalificeerde medewerkers van MUG Ingenieursbureau voor de protocollen 2001 en 2002, de heren A.W. van Erp, B.O. Roelfzema en P. Lindeboom. Voorafgaand aan het verrichten van de boringen is de onderzoekslocatie visueel geïnspecteerd conform NEN 5725 en NEN 5740. Hierbij is gelet op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen op het maaiveld. De uitgevoerde werkzaamheden en analyses zijn gebaseerd op de bovengenoemde onderzoeksstrategieën. De opgeboorde grond is bemonsterd per de te onderscheiden bodemlaag, in trajecten van maximaal 0,5 m. Afhankelijk van de bodemopbouw en de veldwaarnemingen is eventueel een kleiner monstertraject gekozen.

3.3

Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen Bij het verrichten van de boringen en het beschrijven van het opgeboorde materiaal is de bodem beoordeeld op kleur, textuur asbestverdachte materialen en andere antropogene bijmengingen De bodemopbouw is per boring omschreven conform NEN 5104. Om na te gaan of de bodem ook verontreinigd is met oliecomponenten, is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld door middel van de olie-watertest. Op basis van de boorprofielen van de verrichte boringen blijkt dat e bovenste grondlagen geroerd zijn. De globale bodemopbouw op de locatie is de volgende: • 0,0 - 1,0 m-mv: matig humeus matig fijn zand; • 1,5 - 2,0 m-mv: klei matig siltig; • 2,0 - 3,0 m-mv: veen; • 3,0 - 4,0 m-mv: matig siltig, matig fijn zand.

projectnummer 20300446 15 december 2020 pagina 7 van 21

Voor het gehele plangebied geldt dat in het opgeboorde materiaal geen asbestverdachte materialen zijn aangetroffen. Onder de verhardingen van asfalt en stelconplaten is een puinhoudende funderingslaag aangetroffen met een gemiddelde dikte van ongeveer 0,2 m1. Omdat de aard en samenstelling van het puin onduidelijk is, is van het opgeboorde materiaal een mengmonster samengesteld om asbesthoudendheid indicatief vast te stellen. Een uitgebreide beschrijving van de bodemopbouw en de zintuiglijke waarnemingen is weergegeven in de boorprofielen die zijn opgenomen als bijlage 4. De aangetroffen bijmengingen zijn weergegeven in tabel 3.1. Tabel 3.1 Overzicht aangetroffen bijmengingen en bijzonderheden Deellocatie

Boringnr.

Traject (m-mv)

Waargenomen bijzonderheden

Gehele terrein

5

0,30 - 0,70

stortachtig materiaal

10

0,40 - 0,41

gestaakt obstakel

15

0,00 - 0,50

sporen baksteen, geen olie-water reactie

23

0,13 - 0,40

volledig puin, gestabiliseerd puin

24

0,00 - 0,15

volledig puin

25 26 27 28

0,15 - 0,40 0,12 - 0,40 0,17 - 0,40 0,18 - 0,30 0,50 - 0,51 0,17 - 0,25 0,12 - 0,40 0,11 - 0,45 0,18 - 0,40 0,15 - 0,30 3,60 - 4,00 0,30 - 0,32 0,12 - 0,30 0,12 - 0,46 0,10 - 0,45 0,00 - 0,50 1,30 - 1,70 0,00 - 0,50 0,00 - 0,25 0,30 - 0,80 0,12 - 0,30 0,10 - 1,50 0,13 - 0,40 0,40 - 0,80 0,13 - 0,45 0,60 - 1,30 0,45 - 0,47 0,13 - 0,45 0,13 - 0,40 0,24 - 0,40 0,11 - 0,24 0,70 - 0,71 0,60 - 0,70 0,12 - 0,60 0,45 - 0,60 0,10 - 0,45 0,44 - 0,60 0,60 - 1,00 0,09 - 0,44 0,43 - 0,60 0,60 - 1,00 0,10 - 0,43 0,13 - 0,25 0,25 - 0,70 0,13 - 0,45 0,45 - 1,00 0,11 - 0,12 0,11 - 0,45 0,45 - 0,70

volledig puin, gestabiliseerd puin volledig puin, gestabiliseerd puin volledig puin, gestabiliseerd puin volledig puin, gestabiliseerd puin wegenbouw doek volledig puin gestabiliseerd puin volledig puin volledig puin gestabiliseerd puin sporen grind gestaakt buis gestabiliseerd puin gestabiliseerd puin gestabiliseerd puin resten baksteen geroerd resten hout matig houthoudend geroerd puingranulaat resten metaal, spijkers beton sporen baksteen gestabiliseerd puin sporen baksteen gestaakt massief gestabiliseerd puin volledig puin beton vloer volledig puin obstakel op 1,2 obstakel volledig puin beton vloer volledig puin beton vloer op 1,2 obstakel volledig puin beton vloer op 1,2 obstakel volledig puin gestabiliseerd puin sterk puinhoudend gestabiliseerd puin sporen baksteen gestaakt massief gestabiliseerd puin sporen baksteen

29 30 35 36 37 38 39 40 43 45 47 50 51 53 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65

projectnummer 20300446 15 december 2020 pagina 8 van 21 Deellocatie

Boringnr. 66 67 68 69 70 72

Olieopslag

Dompelbad 2 Tank 2

73 74 75 76 77 78 103 104 105 111 112 115 116 117

Tank 3

3.4

100 101 102 zwak matig sterk

Traject (m-mv) 0,12 - 0,45 0,20 - 0,32 0,15 - 0,30 0,30 - 0,44 0,24 - 0,30 0,30 - 0,31 0,90 - 2,00 0,20 - 0,50 0,10 - 0,30 0,00 - 0,50 0,13 - 0,40 0,11 - 0,45 0,17 - 0,50 0,00 - 0,50 0,12 - 0,70 0,12 - 0,65 1,00 - 1,02 0,12 - 0,60 0,13 - 0,33 1,00 - 1,20 0,90 - 0,92 0,15 - 0,35 0,35 - 0,90 0,14 - 0,55 0,55 - 1,00 0,90 - 0,92 0,15 - 0,90 1,40 - 2,00 1,50 - 2,00 0,16 - 0,40 0-5 % 5-15 % 15-50 %

Waargenomen bijzonderheden beton betonvloer betonvloer beton vloer volledig puin gestaakt massief, waarschijnlijk betonvloer mogelijk dempingsmateriaal volledig puin volledig puin sporen baksteen, sporen grind, geen olie-water reactie gestabiliseerd puin volledig puin volledig hoogovenslakken sporen baksteen, geen olie-water reactie gestabiliseerd puin puingranulaat gestabiliseerd gestaakt massief gestabiliseerd puin gestabiliseerd puin sporen baksteen, geen olie-water reactie gestaakt massief gestabiliseerd puin zwak baksteenhoudend, geen olie-water reactie gestabiliseerd puin sporen baksteen, geen olie-water reactie gestaakt massief gestabiliseerd puin mogelijk dempingsmateriaal mogelijk dempingsmateriaal gestabiliseerd puin

Veldmetingen grondwater Op 20 en 25 november 2020 is het grondwater volgens protocol 2002 bemonsterd door een gekwalificeerd veldmedewerker van Poelsema Veldwerkbureau b.v. te Vollenhove, de heren T. Huizinga en J.J. Jansen. De grondwaterstand, de zuurgraad (pH), het elektrisch geleidend vermogen (EC) en de troebelheid (NTU) zijn tijdens de grondwatermonsterneming in het veld gemeten. De gegevens van de veldmetingen zijn opgenomen in de onderstaande tabel 3.2. Tabel 3.2 Veldmetingen grondwater Deelloctie

Peilbuis

Filterstelling (m-mv)

Grondwaterstand (m-mv)

Zuurgraad (pH)

Geleidbaarheid Troebelheid (µS/cm) (NTU)

Algehele terrein Gehele terrein

04-1-1 12-1-1 17-1-1 37-1-1 45-1-1 75-1-1 108 bestaande pb-1-1 116-1-1 102-1-1 103-1-1 111-1-1 112-1-1

3,00 - 4,00 2,80 - 3,80 3,10 - 4,10 3,00 - 4,00 3,00 - 4,00 3,20 - 4,20 3,00 - 4,00 3,00 - 4,00 3,20 - 4,20 3,30 - 4,30 3,00 - 4,00 3,00 - 4,00

1,50 1,20 1,25 1,00 0,02 1,10 1,00 1,10 1,10 1,20 1,00 0,02

6,6 6,3 6,4 6,2 6,3 6,3 6,8 6,6 6,3 6,5 6,3 6,2

0,84 2,06 1,03 1,55 0,96 2,27 0,3 1,72 2,76 2,62 1730 1,42

Tank 1 Tank 2 Tank 3 Olieopslag Dompelbad 1 Dompelbad 2

17,7 26,9 20,3 53,5 52,8 183 47,6 285 153 14,3 647 -

projectnummer 20300446 15 december 2020 pagina 9 van 21

De gemeten NTU-waarde (mate van troebelheid) ter plaatse van de deellocaties dompelbad 1, tank 2 en tank 3 zijn beoordeeld als verhoogd. De NTU-waarde heeft een signalerende functie. In troebel water kunnen mogelijk onterecht hoge concentraties in het grondwater worden gemeten. Er is geen normatieve grens voor de NTU vastgesteld. De gemeten waarde heeft in dit geval wel aanleiding gegeven om extra controlestappen uit te voeren. Hieruit blijkt dat de monsterneming van het grondwater conform NEN 5744 en bij een constante EC is uitgevoerd. Verder zijn er geen noemenswaardige verontreinigingen in het grondwater gemeten. De hoge NTU-waarde heeft geen negatieve invloed op de kwaliteit van het onderhavige onderzoek. Herbemonstering van het grondwater is niet noodzakelijk. De gemeten concentraties in het grondwater geven een juist beeld. De overige in het veld gemeten waarden van de peilbuis wijken niet noemenswaardig af van de waarden die van nature worden gemeten.

3.5

Monsterneming en analyse grond en grondwater Van de grond zijn op basis van bodemopbouw, zintuiglijke waarnemingen en of ruimtelijke verdeling grondmonsters geselecteerd of samengesteld voor laboratoriumonderzoek. De mengmonsters zijn in het laboratorium samengesteld en onderzocht op de parameters van het standaardpakket voor grond. De samenstelling van de mengmonsters is weergegeven in tabel 3.3 en op de desbetreffende analysecertificaten die zijn opgenomen als bijlage 5. Tabel 3.3 Overzicht uitgevoerde veldwerkzaamheden en laboratoriumonderzoek Deellocatie

Analysemonster

Gehele terrein

MM01 MM02 MM03

Traject (m-mv) 0,30 - 0,70 0,00 - 0,50 0,00 - 1,10

MM04

0,08 - 0,60

MM05

0,00 - 0,50

MM06

1,50 - 2,00

MM07

0,30 - 1,00

MM08

0,40 - 1,00

MM09

0,00 - 1,00

MM10

0,35 - 0,95

MM11

0,10 - 1,50

MM12

0,60 - 1,30

MM13

0,00 - 0,96

Deelmonsters

Analysepakket

05 (0,30 - 0,70) 74 (0,00 - 0,50) 01 (0,00 - 0,50) 59 (0,60 - 1,10) 75 (0,50 - 1,00) 76 (0,50 - 1,00) 02 (0,08 - 0,50) 04 (0,10 - 0,60) 06 (0,08 - 0,50) 07 (0,08 - 0,50) 10 (0,12 - 0,40) 18 (0,10 - 0,50) 31 (0,00 - 0,50) 32 (0,00 - 0,50) 100 (1,50 - 2,00) 101 (1,50 - 2,00) 23 (0,50 - 1,00) 27 (0,40 - 0,60) 28 (0,30 - 0,50) 29 (0,30 - 0,70) 36 (0,40 - 0,90) 61 (0,60 - 1,00) 67 (0,40 - 0,90) 69 (0,50 - 1,00) 43 (0,00 - 0,50) 65 (0,45 - 0,70) 116 (0,55 - 1,00) 53 (0,40 - 0,80) 63 (0,45 - 0,95) 115 (0,35 - 0,85) 51 (0,10 - 0,60) 51 (0,60 - 1,10) 51 (1,10 - 1,50) 112 (1,00 - 1,20) 54 (0,60 - 1,10) 54 (1,10 - 1,30) 39 (0,46 - 0,96) 47 (0,00 - 0,25)

AS3000: Standaard bodem incl. lutum en humus AS3000: Standaard bodem incl. lutum en humus AS3000: Standaard bodem incl. lutum en humus

AS3000: Standaard bodem incl. lutum en humus

AS3000: Standaard bodem incl. lutum en humus

AS3000: Standaard bodem incl. lutum en humus AS3000: Standaard bodem incl. lutum en humus

AS3000: Standaard bodem incl. lutum en humus

AS3000: Standaard bodem incl. lutum en humus AS3000: Standaard bodem incl. lutum en humus AS3000: Standaard bodem incl. lutum en humus AS3000: Standaard bodem incl. lutum en humus AS3000: Standaard bodem incl. lutum en humus

projectnummer 20300446 15 december 2020 pagina 10 van 21 Deellocatie

Analysemonster

Traject (m-mv)

Deelmonsters 50 (0,30 - 0,80) 63 (0,45 - 0,95) 108 bestaande pb 116 (0,50 - 0,70) 101 (0,20 - 0,50) 103 (1,00 - 1,20) 111 (1,00 - 1,20) 109 (0,30 - 0,80) 110 (0,30 - 0,50) 111 (0,33 - 0,83) 112 (0,80 - 1,00) 112 (0,00 - 0,50) 113 (0,00 - 0,50) 114 (0,10 - 0,60) 30 (0,12 - 0,40) 37 (0,15 - 0,30) 39 (0,13 - 0,45) 40 (0,10 - 0,45) 54 (0,13 - 0,45) 63 (0,13 - 0,45) 65 (0,11 - 0,45) 109 (0,12 - 0,30) 110 (0,14 - 0,30) 111 (0,13 - 0,33) 115 (0,15 - 0,35) 116 (0,14 - 0,55) 117 (0,15 - 0,90) 77 (0,17 - 0,50)

Voormalige Tank 1 Voormalige Tank 2 Voormalige Tank 3 Voormalige olieopslag Voormalig dompelbad 1

Mtank1 Mtank2 Mtank3 Moliop1 Mdomp1 Mdomp1.1

0,80 - 1,00 0,50 - 0,70 0,20 - 0,50 1,00 - 1,20 1,00 - 1,20 0,30 - 0,83

Voormalig dompelbad 2

Mdomp2 Mdomp2.1

0,80 - 1,00 0,00 - 0,60

Funderingsmateriaal 2

Fund02

0,13 - 0,90

Funderingsmateriaal 3 (Slakken)

Fund03

0,17 - 0,50

Indicatief asbest funderingslaag Boring 62 sterk puinhoudende grond Depot Indicatief

Fund01

0,00 - 0,70

ASB01

0,25 - 0,70

mengmonster gehele terrein 62 (0,25 - 0,70)

InDe01

0,00 – 1,50

-

PFAS 01 PFAS 02

PFAS01 PFAS02

0,00 - 1,10 0,00 - 0,60

PFAS 03

PFAS03

PFAS 04

PFAS04

PFAS 05

PFAS05

PFAS 06

PFAS06

PFAS 07

PFAS07

Standaardpakket grond

Analysepakket

AS3000: Aromaten (BTEXXN) + olie (GC) AS3000: Aromaten (BTEXXN) + olie (GC) AS3000: Aromaten (BTEXXN) + olie (GC) AS3000: Aromaten (BTEXXN) + olie (GC) AS3000: Chlooralifaten (17) AS3000: Standaard bodem incl lutum en humus AS3000: Chlooralifaten (17) AS3000: Standaard bodem incl lutum en humus Metalen-15 (na uitloging), Pakket : Standaard bodem EXCL lutum en humus, Uitloging : 4 anionen, Uitloging : Cascadeproef BRBS (met 1 trap L/S=10)

Metalen-15 (na uitloging), Pakket : Standaard bodem EXCL lutum en humus, Uitloging : 4 anionen, Uitloging : Cascadeproef BRBS (met 1 trap L/S=10) Asbest in fijne fractie (SEM), Asbest puin NEN5898 < 30kg AS3000 : Asbest grond NEN5898 < 17.5kg AS3000: Standaard bodem incl lutum en humus, Pakket : Standaard (zijnde grond) incl L + H PFAS (28) Handelingskader PFAS (28) Handelingskader

1, 59 ,74, 75, 76 2, 3, 4, 6, 7, 8, 13, 16, 18 0,00 - 1,00 9, 11, 14, 24, 25, 26, PFAS (28) Handelingskader 27, 28, 29, 77 0,00 - 0,50 191, 20, 21, 22, 31, PFAS (28) Handelingskader 32, 70, 71, 73, 79 0,30 - 1,00 35, 36, 56, 57, 58, 61, PFAS (28) Handelingskader 67, 68, 69 0,00 - 0,96 30, 33, 37, 39, 41, 42, PFAS (28) Handelingskader 43, 47, 52, 109 0,00 - 0,95 44, 45, 48, 49, 50, 53 PFAS (28) Handelingskader ,54, 63, 65, 115 : organisch stof, lutum, zware metalen (negen stuks), som PCB’s, som PAK's en minerale olie

Er is op voorhand geen rekening gehouden met een volledig onderzoek naar asbest conform NEN. Dit omdat de locatie voor een heel groot gedeelte verhard is met asfalt en stelconplaten. Een asbestonderzoek kan het beste worden uitgevoerd op het moment dat het asfalt en de betonverharding verwijderd zijn. Om een indicatie te verkrijgen van de aanwezigheid van het mogelijk voorkomen van asbest is van de puinfundatie onder de verharde terreindelen indicatief een mengmonster samengesteld voor analyse op asbest. Ter plaatse van boring nummer 62 is een sterk puinhoudende grondlaag aangetroffen dat dermate afwijkt is van het overige opgeboorde materiaal dat deze grondlaag separaat is ingezet voor analyse op asbest. Het grondwater is bemonsterd conform protocol 2002 en onderzocht op het standaardpakket grondwater. Tabel 3.4 bevat een overzicht van de onderzochte grondwatermonsters.

projectnummer 20300446 15 december 2020 pagina 11 van 21

Tabel 3.4 Overzicht onderzochte grondwatermonsters inclusief analysepakket Deellocatie

Peilbuisnr.

Filterdiepte (m-mv)

Gehele terrein

04-1-1 12-1-1 17-1-1 37-1-1 45-1-1 75-1-1 108 bestaande pb-1 116-1-1 102-1-1 103-1-1 111-1-1 112-1-1

3,00 - 4,00 2,80 - 3,80 3,10 - 4,10 3,00 - 4,00 3,00 - 4,00 3,20 - 4,20 3,00 - 4,00 3,00 - 4,00 3,20 - 4,20 3,30 - 4,30 3,00 - 4,00 3,00 - 4,00

Voormalige Tank 1 Voormalige Tank 2 Voormalige Tank 3 Voormalige olieopslag Voormalig dompelbad 1 Voormalig dompelbad 2 NEN-pakket grondwater

Analysepakket

AS3000: pakket Standaard grondwater AS3000: pakket Standaard grondwater AS3000: pakket Standaard grondwater AS3000: pakket Standaard grondwater AS3000: pakket Standaard grondwater AS3000: pakket Standaard grondwater AS3000: Aromaten (BTEX) + olie (GC) AS3000: Aromaten (BTEX) + olie (GC) AS3000: Aromaten (BTEX) + olie (GC) AS3000: Aromaten (BTEX) + olie (GC) AS3000: pakket Standaard grondwater AS3000: Aromaten (BTEX) + olie (GC) AS3000: pakket Standaard grondwater : zware metalen (9), minerale olie, vluchtige aromaten, gechloreerde koolwaterstoffen

De grondmonsters en het grondwatermonsters zijn in het laboratorium voorbehandeld conform de richtlijnen van AS3000. Alle analyses zijn uitgevoerd door het door de Raad voor Accreditatie geaccrediteerde testlaboratorium Eurofins Omegam te Amsterdam.

3.6

Asfalt De asfaltverharding is doorboord met een behulp van een watergekoelde diamantkernboor. De gaten in het asfalt zijn na afloop van de werkzaamheden gedicht met koudasfalt. Het aantal analyses is bepaald op basis van de vooraf ingeschatte hoeveelheid asfalt van 2,2 ha. De gemiddelde dikte van het asfalt bedraagt circa 0,15 m waarmee het totale volume op ongeveer 3300 m3 (circa 8250 ton) komt. De asfaltdiktes staan weergegeven op het analysecertificaat dat als bijlage 7 is opgenomen. In tabel 3.5 is het uitgevoerde asfaltonderzoek weergegeven. De situering van de (kern)boringen is weergegeven op de overzichtstekening die is bijgevoegd als bijlage 2. Tabel 3.5 Asfaltonderzoek overzicht onderzocht inclusief analyses Kruising (omschrijving) Gehele terrein

Asfaltverharding Oppervlakte Hoeveelheid (ton) 2,2 ha 8250

Kernen 23

Uitgevoerde analyses laagopbouw en PAKmarkertest 23

Uitgevoerde DLC-analyses 7

Van de geboorde asfaltkernen nummers 25, 26, 27, 28, 29, 36, 37, 39, 53, 54 56, 59, 61, 62, 63, 64, 65, 68, 76, 77, 105, 109 en 115 is in het laboratorium de laagopbouw bepaald. Daarnaast is door middel van een PAK-detector vastgesteld of er teerhoudende lagen zijn. Om de teerhoudendheid te bepalen zijn in totaal zeven mengmonsters samengesteld voor analyse op PAK door middel van de DLC-methode.

projectnummer 20300446 15 december 2020 pagina 12 van 21

4

Resultaten verkennend bodem en verhardingsonderzoek

4.1

Toetsingswijze en terminologie Bij de toetsing aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden volgens de Wet bodembescherming is in deze rapportage de volgende terminologie gebruikt. Achtergrondwaarde (AW2000): de gehalten (grond) waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In verontreinigde bodems is dit de concentratie die moet worden bereikt om de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, dier en plant heeft volledig te herstellen. Streefwaarde (S): de concentraties (grondwater) waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In verontreinigde bodems is dit de concentratie die moet worden bereikt om de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, dier en plant heeft volledig te herstellen. Interventiewaarde (I): geeft de gehalten (grond) of concentraties (grondwater) aan waarboven de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Volgens de Wet bodembescherming is er sprake van een geval van ernstige verontreiniging als meer dan 25 m3 bodemvolume grond- of sedimentverontreiniging boven de interventiewaarde is aangetoond. Voor grondwater geldt dat als in meer dan 100 m3 bodemvolume de interventiewaarde wordt overschreden, er sprake is van een geval van ernstige verontreiniging in de bodem.

De spoedeisendheid van de sanering is in deze gevallen onder andere afhankelijk van de actuele risico’s van de ernstige verontreiniging in de bodem ten aanzien van de volksgezondheid, het ecosysteem en verspreiding via het grondwater. Indien er geen sprake is van actuele risico’s, dan zijn saneringsmaatregelen niet spoedeisend. Besluit bodemkwaliteit: ter bepaling van de toepasbaarheid van de grond buiten de huidige onderzoekslocatie worden de resultaten in deze rapportage tevens getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit (generieke kader). Aangezien er geen partijkeuring conform het Besluit bodemkwaliteit is uitgevoerd, kunnen aan de resultaten van deze toetsing niet dezelfde rechten worden ontleend als aan een partijkeuring die wel conform het Besluit bodemkwaliteit is uitgevoerd. Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa): de kwaliteit van de bodem is in het onderhavige onderzoek bepaald door de individuele meetwaarden om te rekenen naar standaardbodem op basis van de gemeten percentages lutum en organische stof. Hierna zijn deze ‘gestandaardiseerde waarden’ getoetst aan de normwaarden uit de Regeling bodemkwaliteit. PFAS Voor PFOS, PFOA en GenX is geen normering opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit.

Met ingang van de aanpassing van het ‘Tijdelijk handelingskader PFAS’ op 29 november 2019 zijn voorlopige toepassingsnormen vastgesteld, welke tussentijds op basis van voortschrijdend kennis en onderzoek zijn geactualiseerd op 2 juli 2020. Het ‘Tijdelijk handelingskader PFAS’ biedt een landelijk kader voor de omgang met PFAS houdende grond en bagger. Dat kader zal in de toekomst juridisch worden verankerd via een wijziging van de Regeling bodemkwaliteit. Het ‘Tijdelijk handelingskader PFAS’ is opgesteld aan de hand van het advies van het RIVM over risicogrenzen voor PFOS, PFOA en GenX en heeft het voorzorgbeginsel als uitgangspunt. Het RIVM heeft op basis van de beschikbare informatie tijdelijke landelijke achtergrondwaarden afgeleid. Het RIVM adviseert op dit moment voor alle stoffen uit de PFAS-groep een landelijke achtergrondwaarde van 1,4 μg/kg ds. Specifiek voor PFOA adviseert het RIVM een landelijke achtergrondwaarde van 1,9 μg/kg ds. Bij deze waarden is er volgens het RIVM geen sprake van risico’s voor de gezondheid of overschrijding van effectniveaus voor het ecosysteem. Dit betekent dat grond met gehalten beneden deze achtergrondwaarden mag worden toegepast. In overleg met andere overheden heeft het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat deze tijdelijke landelijke achtergrondwaarden opgenomen in het ‘Tijdelijk handelingskader PFAS’.

projectnummer 20300446 15 december 2020 pagina 13 van 21

De toepassingsnormen gebaseerd op de landelijke achtergrondwaarden (1,4 μg/kg ds PFAS en 1,9 μg/kg ds voor PFOA) zijn in tabel 4.1 weergegeven (bron: ‘Tijdelijk handelingskader PFAS’, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, geactualiseerde versie 2 juli 2020). Het genoemde ‘Tijdelijk handelingskader’ is opgenomen als bijlage 8. Tabel 4.1 Toepassingsnormen voor toepassen van grond op landbodem (in μg/kg ds) Grond (μg/kg ds)

Toepasbaar op land

PFAS < 1,4

PFOA < 1,9

PFOS < 1,4

vrij zowel boven als onder grondwaterniveau* m.u.v. grondwaterbeschermingsgebieden**

1,4 < PFAS < 3

1,9 < PFOA < 7

1,4 < PFOS < 3

wonen en industrie landbouw en natuur als PFAS < lokale achtergrondwaarde

PFAS > 3

PFOA > 7

PFOS > 3

reiniging of stort

* Voor gebieden met een hoge grondwaterstand geldt in plaats van ‘onder grondwaterniveau’: op een diepte van 1 m en meer onder het maaiveld. Als de grond als gevolg van zetting op termijn in de verzadigde zone terechtkomt, wordt de grond geacht boven grondwaterniveau te zijn toegepast ** Bij toepassingen in grondwaterbeschermingsgebieden is wederom geadviseerd, gebruik te maken van grond en baggerspecie van ten minste dezelfde kwaliteit als de aanwezige bodemkwaliteit in het desbetreffende gebied

Asbest De analyseresultaten van de asbestanalyses zijn getoetst aan de hergebruiksnorm. Voor de toetsing van het gehalte aan asbest zijn de streefwaarde en de interventiewaarde gelijkgesteld op 100 mg/kg Totaal asbest ds gewogen (hergebruiksnorm). Het gehalte aan Totaal asbest ds gewogen wordt bepaald door de amfibole concentratie (amosiet en crocidoliet) te vermenigvuldigen met een factor 10 en deze op te tellen bij de serpentijnconcentratie (chrysotiel). Asfalt Asfalt waarin PAK boven de 75 mg/kg ds is aangetoond dient als teerhoudend te worden aangemerkt. Wanneer het gehalte aan PAK lager is dan 75 mg/kg ds dan is het asfalt geschikt voor (warm) hergebruik.

4.1.1

Grond In tabel 4.2 is per deellocatie een overzicht gegeven van de overschrijdingen van de achtergrond- streef- en/of interventiewaarden. Tevens is van de grondmonsters die zijn onderzocht op het volledige standaardpakket grond en van de grondmonsters die als niet toepasbaar zijn beoordeeld, het resultaat van de indicatieve toetsing aan de Regeling bodemkwaliteit (generieke kader) weergegeven. De analysecertificaten zijn opgenomen als bijlage 5. De toetsingsresultaten en -waarden zijn opgenomen als bijlage 6. Tabel 4.2 Overschrijdingstabel grond Deellocatie

Analyse-monster

Boringen

> AW (+index)

MM01

Traject (m-mv) 0,30 - 0,70

Voorzijde 1e bedrijfsgebouw

Gehele terrein

05 (0,30 - 0,70)

MM02 MM03

0,00 - 0,50 0,00 - 1,10

MM04

0,08 - 0,60

74 (0,00 - 0,50) 01 (0,00 - 0,50) 59 (0,60 - 1,10) 75 (0,50 - 1,00) 76 (0,50 - 1,00) 02 (0,08 - 0,50) 04 (0,10 - 0,60)

PCB (som 7) (0,01) Zink (1,08) Min olie (0,04) Kobalt (0,07) Nikkel (0,08) Koper (0,83) Molybdeen (-) Cadmium (0,02) Kwik (-) Lood (0,19) PCB (som 7) (0,01) PAK (0,02) -

-

> I (+index)

-

BBK monsterconclusie niet toepasbaar > interventiewaarde

altijd toepasbaar altijd toepasbaar

altijd toepasbaar

projectnummer 20300446 15 december 2020 pagina 14 van 21 Deellocatie

Analyse-monster

Traject (m-mv)

Boringen 06 (0,08 - 0,50) 07 (0,08 - 0,50) 10 (0,12 - 0,40) 18 (0,10 - 0,50) 31 (0,00 - 0,50) 32 (0,00 - 0,50) 23 (0,50 - 1,00) 27 (0,40 - 0,60) 28 (0,30 - 0,50) 29 (0,30 - 0,70) 36 (0,40 - 0,90) 61 (0,60 - 1,00) 67 (0,40 - 0,90) 69 (0,50 - 1,00) 116 (0,55 - 1,00) 43 (0,00 - 0,50) 65 (0,45 - 0,70) 115 (0,35 - 0,85) 53 (0,40 - 0,80) 63 (0,45 - 0,95)

MM05

0,00 - 0,50

MM07

0,30 - 1,00

MM08

0,40 - 1,00

MM09

0,00 - 1,00

MM10

0,35 - 0,95

MM11

0,10 - 1,50

51 (0,10 - 0,60) 51 (0,60 - 1,10) 51 (1,10 - 1,50)

Zuid oostzijde terrein

MM12

0,60 - 1,30

112 (1,00 - 1,20) 54 (0,60 - 1,10) 54 (1,10 - 1,30)

Oostzijde vml dompelbaden

MM13

0,00 - 0,96

Vml Tank 1

Mtank1

0,80 - 1,00

Vml Tank 2 Vml Tank 3 Vml Tank 3

Mtank2 Mtank3 MM06

0,50 - 0,70 0,20 - 0,50 1,50 - 2,00

Vml olieopslag Vml dompelbad 1

Moliop1 Mdomp1 Mdomp1.1

1,00 - 1,20 1,00 - 1,20 0,30 - 0,83

Vml dompelbad 2

Mdomp2 Mdomp2.1

0,80 - 1,00 0,00 - 0,60

Depot Indicatief

InDe01

0,00 - 0,01

39 (0,46 - 0,96) 47 (0,00 - 0,25) 50 (0,30 - 0,80) 63 (0,45 - 0,95) 108 bestaande pb11 116 (0,50 - 0,70) 101 (0,20 - 0,50) 100 (1,50 - 2,00) 101 (1,50 - 2,00) 103 (1,00 - 1,20) 111 (1,00 - 1,20) 109 (0,30 - 0,80) 110 (0,30 - 0,50) 111 (0,33 - 0,83) 112 (0,80 - 1,00) 112 (0,00 - 0,50) 113 (0,00 - 0,50) 114 (0,10 - 0,60) Depot Indicatief

> AW >I Index

: > achtergrondwaarde : > interventiewaarde : (GSSD-AW)/(I-AW)

Zuid oostzijde terrein

> AW (+index)

> I (+index)

BBK monsterconclusie

-

-

altijd toepasbaar

-

-

altijd toepasbaar

PAK (-)

-

altijd toepasbaar

-

-

altijd toepasbaar

Min olie (0,02) Kobalt (0,14) Kwik (0,01) Lood (0,15) PAK (0,05) Kobalt (0,39) Nikkel (1,54) Molybdeen (0,14) Koper (5,55) Cadmium (0,32) Zink (2,47) Kwik (-) Lood (2,12) Min olie (-) Kwik (-) Lood (0,16) PAK (0,02) Kobalt (0,15) Lood (-) PAK (0,04)

klasse industrie

-

-

-

Min olie (0,02)

-

-

-

-

altijd toepasbaar altijd toepasbaar altijd toepasbaar

-

-

altijd toepasbaar altijd toepasbaar

PCB (som 7) (0,02) Lood (0,05)

altijd toepasbaar

niet toepasbaar > interventiewaarde klasse industrie

klasse industrie

Uit het onderzoek blijkt dat in de bodem van boring 5 een sterke verontreiniging met zink is aangetroffen. Boring 5 bevindt zich aan de voorzijde van het gebouw. Ter plaatse bevinden zich klinkers. In de laag van 0,3-0,7 m-mv is stortachtig materiaal waargenomen. Derhalve is het monster separaat ingezet. Voor de overige parameters worden maximaal lichte overschrijdingen aangetroffen. In de boringen 4, 6 en 8 is de stortlaag niet aangetroffen. Boring 51 bevindt zich helemaal ten oosten van het terrein. Ter plaatse zijn stelconplaten aanwezig. In de laag van 0,1-1,5 m-mv zijn metaalresten aangetroffen. Van de gehele laag is een mengmonster samengesteld.

projectnummer 20300446 15 december 2020 pagina 15 van 21

Hieruit blijkt dat diverse metalen de interventiewaarden overschrijden. In boring 50 is deze bijmenging niet aangetroffen (origineel profiel met veen op 1,0 m-mv). De omvang van de twee sterk verontreinigde volumes kan op basis van de beschikbare gegevens niet worden bepaald. Ter plaatse van de verdachte locaties zijn geen noemenswaardige verontreinigingen aangetroffen. Enkel ter plaatse van tank 3 (MM06) is minerale olie in de ondergrond licht verhoogd aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarde. Na bestudering van het chromatogram blijkt dat de lichte verhoging toe te wijden is aan organisch materiaal (veen) en een natuurlijke herkomst heeft. Uit de toetsing van de overige grond(meng)monsters blijken voor enkele parameters uit het standaardpakket bodem ten hoogste lichte overschrijdingen van de achtergrondwaarde. Uit indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit blijkt dat de boven en ondergrond (tot 2,0 m-mv) ter plaatse van het oostelijke terreindeel is geclassificeerd als ‘Industrie’ (MM06, MM10, MM12, MM13). Uit de toetsingen van de overige grondmengmonsters blijkt dat de boven en ondergrond ter plaatse van het westelijke terreindeel indicatief beoordeeld is als ‘altijd toepasbaar’.

Gronddepot Het gronddepot aangetroffen ten zuiden van de deellocatie ‘Tank 3’ met een omvang van 600 m3 is indicatief uitgekeurd en geanalyseerd op de parameters van het standaardpakket bodem. Uit de resultaten blijkt dat het depot indicatief beoordeeld is als bodemkwaliteit ‘Altijd toepasbaar’. Asbest In de sterk puinhoudende grondlaag onder het asfalt ter plaatse van boring 62 (monstercode ASB01) is geen asbest aangetoond. PFAS De analyseresultaten van de op PFAS onderzochte grondmonsters zijn weergegeven in tabel 4.3. Tabel 4.3 Analyseresultaten PFAS Monster

Diepte

Deelmonster(s)

PFAS01 PFAS02 PFAS03 PFAS04 PFAS05 PFAS06 PFAS07

0,00 - 1,10 0,00 - 0,60 0,00 - 1,00 0,00 - 0,50 0,30 - 1,00 0,00 - 0,96 0,00 - 0,95

1, 59 ,74, 75, 76 2, 3, 4, 6, 7, 8, 13, 16, 18 9, 11, 14, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 77 19, 20, 21, 22, 31, 32, 70, 71, 73, 79 35, 36, 56, 57, 58, 61, 67, 68, 69 30, 33, 37, 39, 41, 42, 43, 47, 52, 109 44, 45, 48, 49, 50, 53 ,54, 63, 65, 115

Som PFOS (µg/kg ds)

Som PFOA (µg/kg ds)

Overige PFAS (µg/kg ds)

0,1 0,5 0,2 0,1 0,1 0,1 0,1

0,2 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1

< 0,1 < 0,1 < 0,1 < 0,1 < 0,1 < 0,1 < 0,1

In de mengmonsters PFAS01, 02 en 03 wordt PFAS aangetoond boven de detectiegrens (0,1 μm/kg ds). De aangetoonde waarden blijven beneden de achtergrondwaarden. De analysecertificaten zijn bijgevoegd als bijlage 5.

4.1.2

Grondwater Tabel 4.4 geeft een overzicht van de analyseresultaten van het grondwater die zijn getoetst aan de streef- en interventiewaarden volgens de Wet bodembescherming. De analysecertificaten zijn opgenomen als bijlage 5. De toetsingsresultaten met de bijbehorende toetsingswaarden zijn opgenomen als bijlage 6.

projectnummer 20300446 15 december 2020 pagina 16 van 21

Tabel 4.4 Getoetste analyseresultaten grondwatermonsters Deellocatie

Peilbuisnr.

Gehele terrein

04-1-1 12-1-1 17-1-1 37-1-1 45-1-1 75-1-1 108 bestaande pb-1-1 116-1-1 102-1-1 103-1-1 111-1-1 112-1-1 : > streefwaarde : > interventiewaarde : (GSSD-S)/(I-S)

Voormalige Tank 1 Voormalige Tank 2 Voormalige Tank 3 Voormalige olieopslag Voormalig dompelbad 1 Voormalig dompelbad 2 >S >I Index

Filterdiepte (m-mv) 3,00 - 4,00 2,80 - 3,80 3,10 - 4,10 3,00 - 4,00 3,00 - 4,00 3,20 - 4,20 3,00 - 4,00 3,00 - 4,00 3,20 - 4,20 3,30 - 4,30 3,00 - 4,00 3,00 - 4,00

> S (+index)

> I (+index)

-

-

Uit tabel blijkt dat in het grondwater van de geanalyseerde parameters geen verhogingen boven de streefwaarde zijn gemeten.

4.1.3

Asfalt De dikte en de laagopbouw van het asfalt en het PAK-onderzoek zijn per kern bepaald door het door de Raad voor Accreditatie geaccrediteerde testlaboratorium Kiwa KOAC te Groningen. De gedetailleerde laagopbouw, en de selectie van de ingezette kernen/lagen ten behoeve van de DLC-proef is weergegeven op de analysecertificaten die zijn opgenomen als bijlage 7. Van de geboorde asfaltkernen nummers 25, 26, 27, 28, 29, 36, 37, 39, 53, 54 56, 59, 61, 62, 63, 64, 65, 68, 76, 77, 105, 109 en 115 is door middel van een PAK-detector (PAK-marker) vastgesteld of er teerhoudende lagen aanwezig zijn. Uit de marker bleek geen fluorescentie voor PAK. Vervolgens is op basis van de vrijkomende hoeveelheden asfalt (tonnage) het aantal uit te voeren DLC-proeven bepaald. Op basis van de laagopbouw en de resultaten van het PAK-detectoronderzoek zijn van de 23 kernen 8 mengmonsters samengesteld voor DLC-analyses op PAK. De geselecteerde kernen zijn op basis van de laagopbouw en de resultaten van het PAK-detectoronderzoek representatief gesteld aan vergelijkbare kernen binnen het desbetreffende wegvak. In tabel 4.5 is een overzicht van de samengestelde mengmonsters weergegeven (zie ook analyserapport in bijlage 7). Tabel 4.5 Asfaltonderzoek overzicht onderzocht inclusief analyses Asfaltkern (boring nr.) 25, 26, 27 28, 29, 36 37, 39, 53 54, 56, 59 61, 62, 63 64, 65, 68 68, 76, 77 105, 109, 115

Mengmonster

Resultaat

MM1 MM2 MM3 MM4 MM5 MM6 MM7 MM8

geen fluorescentie geen fluorescentie geen fluorescentie geen fluorescentie geen fluorescentie geen fluorescentie geen fluorescentie geen fluorescentie

Uit het PAK-detector onderzoek blijkt dat voor alle kernen de slijt- en penetratielagen niet teerhoudend zijn (fluorescentie) het PAK gehalte lager dan is dan 50 mg/kg. Het asfalt is niet teerhoudend en kan, mits vrij van grond en puin, worden aangeboden aan een asfaltcentrale voor warm hergebruik, of als niet vormgegeven bouwstof.

projectnummer 20300446 15 december 2020 pagina 17 van 21

4.1.4

Fundatiemateriaal De resultaten van de analyses van het fundatiemateriaal zijn getoetst aan de maximale samenstellings- en emissiewaarden voor bouwstoffen volgens het Besluit bodemkwaliteit. De toetsingswaarden voor bouwstoffen zijn opgenomen in bijlage 6. In tabel 4.6 is een overzicht weergegeven van het geanalyseerde monsters en de getoetste analyseresultaten. Tabel 4.6 Overzicht fundatiemateriaal en getoetste analyseresultaten Monster

Traject (m-mv)

boringen

Samenstelling (organisch)

Emissie (anorganisch)

Puinfundatie onder asfalt

Fund02

0,13 - 0,45

30, 37, 39, 40, 54, 63, 65, 109, 110, 111, 115, 116, 117

-

Slakken onder asfalt

Fund03

0,17 - 0,50

77

-

-

Betekenis van tekens en afkortingen: - : geen overschrijdingen, ew: emissiewaarde, IBC: IBC-bouwstoffen zijn niet-vormgegeven bouwstoffen die mogen worden toegepast alleen met isolatie-, beheers- en controle- (IBC)maatregelen

Uit de tabel blijkt dat zowel de samenstellingswaarde als de maximale emissiewaarde voor anorganische parameters voor een IBC-bouwstof voor niet-vormgegeven bouwstoffen niet wordt overschreden. Een indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit levert de classificatie niet-vormgegeven bouwstof. De puinfundatie kan op basis van de resultaten van dit indicatieve onderzoek worden afgevoerd naar een erkend verwerker. Daarnaast is de puinfundatie geschikt voor hergebruik op locatie. Asbest Van het funderingsmateriaal (puin) over het gehele terrein is indicatief één mengmonster (monstercode Fund01) samengesteld (zie onderstaande tabel 4.7). Tabel 4.7 Overzicht monster freesasfalt en getoetste analyseresultaten Terreindeel Gehele terrein

Traject (m-mv) 0,15 - 0,45

Monstercode

Analyse

Asbest mg/kg ds

Fund01

Indicatief asbest funderingslaag

-

Uit de analyse van dit materiaal op asbest blijkt dat er geen asbest is aangetoond.

projectnummer 20300446 15 december 2020 pagina 18 van 21

5

Grondmechanisch onderzoek Om een globaal beeld te krijgen van de bodemopbouw en de draagkracht van de ondergrond in relatie tot eventuele herontwikkeling van de locatie is in aanvulling op het milieukundig onderzoek een verkennend grondmechanisch onderzoek verricht. In totaal zijn vijf sonderingen verricht tot een diepte van circa 10 tot 14 m. De resultaten van de sonderingen zijn opgenomen in bijlage 9. Op basis van verricht bodem- en grondmechanisch onderzoek komen we tot de volgende bevindingen. Bodemopbouw De oorspronkelijke bodemopbouw bestaat uit circa 1,0 à 1,5 m klei vanaf een niveau van ongeveer NAP -0,5 à -1,0 m. Daaronder bevindt zich een slappe kleilaag van ongeveer 2 m dikte. De eerste zandlaag wordt gevonden op een niveau van circa NAP -3,5 m. Deze zandlaag is veelal los tot matig gepakt met lokaal een insluiting van klei. De zandlaag met deze kleilaagjes zet zich door tot een diepte van NAP -7,0 à -7,5 m. Daaronder volgt overgeconsolideerde leem, op een diepte van NAP -12,0 à -14,0 m gevolgd door een zeer vaste zandlaag. Thans is op de meeste locaties een opgebrachte zandlaag aangetroffen vanaf het maaiveld dat op gemiddeld NAP 0,0 m ligt. In de toplaag is puin aangetroffen. De dikte van de zandlaag bedraagt gemiddeld circa 1,0 m. Op een enkele plaats is een topzand/puinlaag gevonden dunner dan 0,50 m. Soms is de zandlaag aanzienlijk dikker tot meer dan 1,50 m.

Drooglegging De grondwaterstand is op enkele plaatsen opgenomen tijdens het boren. Waarschijnlijk ligt de freatische grondwaterstand op een diepte van circa NAP -1,0 m, 0,5 m lager dan het boezempeil (NAP -0,52 m). Het polderpeil is niet bekend, maar waarschijnlijk ligt dit peil lager. Door het meten van de diepe peilbuizen kan de stijghoogte in het diepe zandpakket worden vastgesteld. De grondwaterstand is wellicht een schijngrondwaterstand die met enkele drains verlaagd kan worden dusdanig dat een drooglegging van circa 1,0 m kan worden bewerkstelligd. Wegen Wanneer de wegen op een niveau van circa NAP 0,0 m kunnen worden aangelegd, worden relatief weinig problemen verwacht. Mogelijk kan zand wat vrijkomt nog als tijdelijke voorbelasting dienen. Een en ander is afhankelijk van de grondbalans en het toekomstig gewenste peil van de wegen. Riolering kan in sleuven worden aangelegd. Op die plaatsen waar het riool verdiept moet worden geplaatst tot in de kleilaag, verdient het aanbeveling om tevoren al een sleuf te graven, deze te voorzien van zand en een drain en daarna op te hogen met een tijdelijke overhoogte van 0,50 m. Na circa drie maanden kan de overhoogte dan worden verwijderd. Andere optie is om de sleuf in de klei aan te vullen met Flugsand ©, wat ongeveer hetzelfde volumieke gewicht heeft als de uitkomende klei.

Woningen Bij eventuele herontwikkeling in de vorm van (recreatie-) woningen wordt geadviseerd rekening te houden met paalfunderingen. Het is de verwachting dat paalbelastingen kunnen worden overgedragen via voorgespannen betonpalen op de eerste zandlaag, al zal het hier en daar passen en meten worden gezien de teruggangen in conusweerstand door de aanwezige kleilagen. Per woning zullen waarschijnlijk 2 sonderingen moeten worden uitgevoerd. Een alternatieve optie is mogelijk de woningen gewichtsneutraal te bouwen. Dit door een deel van het zand te vervangen door EPS (polystyreen) en daar de (lichte) woning op te bouwen. Deze woningen blijven wel enigszins kwetsbaar bij grondwaterstandsverlagingen, bijvoorbeeld wanneer bomen rondom het huis worden geplaatst.

projectnummer 20300446 15 december 2020 pagina 19 van 21

Zettingen De zettingen van de wegen zijn afhankelijk van de belastingverhoging. Hieronder is het te verwachten zettingsgedrag aangegeven op basis van een ophoging van 0,2 tot 1,0 m zand in stapjes van 0,20 m, uitgaande van een bodemprofiel bestaande uit 1,0 m zand, 1,0 m klei en 1,5 m veen.

projectnummer 20300446 15 december 2020 pagina 20 van 21

6

Samenvatting, conclusie en aanbeveling Algemeen In opdracht van Faber Halbertsma Group BV heeft MUG Ingenieursbureau een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op het terrein van Halbertsma ter plaatse van J.W. de Visserwei 12 te Grou. Ter plaatse was sinds 1891 een meubelfabriek en later een palletfabriek gehuisvest. De opstallen bestonden uit meerdere bedrijfsgebouwen en loodsen die in de loop der tijd zijn uitgebreid en afgebroken. De locatie is grotendeels verhard met asfalt en beton. De asfaltverhardingen zijn gefundeerd met puingranulaat. De bebouwing op de onderzoekslocatie betreffen twee bedrijfsloodsen, een kantoor opstallen aanwezig. Ter plaatse zijn zes deellocaties verdacht op het voorkomen van bodemverontreiniging, dit zijn drie voormalige bovengrondse opslagtanks voor diesel, de twee voormalige dompelbaden en een locatie waar voorheen olieproducten werden opgeslagen. Het bedrijfsterrein is niet meer in gebruik, wel wordt het terrein door derden gebruikt voor de opslag van materialen en grond. Aanleiding en doelstelling De aanleiding tot de uitvoering van het verkennend bodemonderzoek wordt gevormd door de voorgenomen verkoop en herontwikkeling van de locatie. Het doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de grond, het asfalt met onderliggende puinfundering en het grondwater voor de desbetreffende locatie.

Resultaten bodemonderzoek In de bodem van boring 5 is een sterke verontreiniging met zink aangetroffen. Boring 5 bevindt zich aan de voorzijde van het gebouw. Ter plaatse bevinden zich klinkers. In de laag van 0,3-0,7 m-mv is stortachtig materiaal waargenomen. Voor de overige parameters worden maximaal lichte overschrijdingen aangetroffen. In de boringen 4, 6 en 8 is de stortlaag niet aangetroffen. Boring 51 bevindt zich helemaal ten oosten van het terrein. Ter plaatse zijn stelconplaten aanwezig. In de laag van 0,1-1,5 m-mv zijn metaalresten aangetroffen. De grond uit deze laag is sterk verontreinigd met diverse metalen. In boring 50 is deze bijmenging niet aangetroffen (origineel profiel met veen op 1,0 m-mv). Ter plaatse van vijf van de zes verdachte deellocaties zijn geen verhogingen ten opzichte van de achtergrondwaarden in de grond gemeten. Bij de locatie van de voormalige tank 3 is een licht verhoogd gehalte aan minerale olie in de ondergrond geconstateerd hetgeen is toegeschreven aan natuurlijke herkomst (veen). In de grond van het overige terrein zijn ten hoogste licht verhoogde gehalten van zware metalen, PAK, PCB’s en minerale olie gemeten. Op de oostelijke helft van het terrein is de bodem ter plaatse van vier locaties indicatief beoordeelt als bodemklasse ‘Industrie’.

In de bodem van het overige terrein zijn geen verhogingen ten opzichte van de achtergrondwaarde geconstateerd en is de grond indicatief beoordeelt als ‘altijd toepasbaar’. In een aantal mengmonsters is PFAS aangetoond boven de detectiegrens (0,1 μm/kg ds). De aangetoonde waarden blijven beneden de toepassingsnormen. In het grondwater ter plaatse van het gehele terrein en de verdachte deellocaties zijn geen van de geanalyseerde parameters verhoogd boven de streefwaarde aangetoond. Gronddepot Op de locatie is een gronddepot met een omvang van 600 m3 aanwezig van onbekende herkomst. Dit depot is gesitueerd ten zuiden van de deellocatie ‘Tank 3’. De grond is indicatief beoordeeld is als bodemkwaliteit ‘Altijd toepasbaar’. Asfalt Uit de resultaten van het asfaltonderzoek blijkt dat het asfalt niet-teerhoudend is. Het asfalt kan, mits vrij van grond en puin, worden aangeboden aan een asfaltcentrale voor warm hergebruik, of als niet vormgegeven bouwstof.

projectnummer 20300446 15 december 2020 pagina 21 van 21

Fundatiemateriaal De asfaltverharding op de locatie is gefundeerd met puingranulaat. Ter plaatse van boring 77 is het asfalt gefundeerd door middel van slakken van 0,2 tot 0,5 m-mv. Uit het indicatieve samenstellingsonderzoek van het puingranulaat en de slakkenfundatie blijken geen overschrijdingen van zowel de samenstellingswaarde als de maximale emissiewaarde voor anorganische parameters voor een IBC-bouwstof voor niet-vormgegeven bouwstoffen. In de puinfundatie is indicatief geen asbest aangetoond. Het puingranulaat en de slakkenfundering is geschikt voor hergebruik op locatie onder dezelfde condities en kan indien het niet wordt bewerkt afgevoerd worden naar een erkend verwerker. Als het fundatiemateriaal elders wordt hergebruikt is een partijkeuring conform de BRL 1000 protocol 1002 vereist. Aanbevelingen Verkennend milieukundig, bodem en verharding Aanbevolen wordt om de omvang van de sterk verhoogde gehalten van metalen in de grond ter plaatse van de boringen 5 en 51 te bepalen en de kwaliteit van het grondwater nader te onderzoeken door middel van een nader bodemonderzoek. Op basis van de resultaten dient worden vastgesteld of er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging (>25 m3 grond, of >100 m3 grondwater boven interventiewaarde).

Graafwerkzaamheden ter plaatse van de aangetoonde sterke verontreinigingen is zonder toestemming van het bevoegd gezag niet toegestaan. Dit wordt namelijk gezien als een sanerende handeling. Behoudens de aangetroffen sterke verontreinigingen zijn er milieuhygiënisch geen belemmeringen voor de voorgenomen verkoop en herontwikkeling van het terrein tot functie wonen. Tot slot dient opgemerkt te worden dat de conclusie is gebaseerd op het vooronderzoek en de onderzoeksresultaten van zowel het eerder uitgevoerde verkennend bodemonderzoek als het nader bodemonderzoek. Bij eventueel grondverzet dient men rekening te houden met mogelijk plaatselijk voorkomende (zintuiglijke) afwijkingen. Grondmechanisch De huidige resultaten geven een indruk van de geotechnische aspecten waarmee rekening dient te worden gehouden bij eventuele herontwikkeling van het terrein. Ten behoeve van definitieve herontwikkeling zal nader onderzoek moeten worden verricht. De aard en omvang van het aanvullend onderzoek is afhankelijk van de definitieve inrichting van het terrein. Voor dimensionering van eventuele (recreatie)woningen zullen extra sonderingen moeten worden uitgevoerd. Aan te raden is om in dit geval per woning 2 sonderingen met plaatselijke kleef uit te voeren. Reden is dat de eerste zandlaag niet constant van dikte en samenstelling is.

Er zitten kleilaagjes tussen het zand waardoor het lastig kan zijn het meest gunstigste inheiniveau te bepalen. Ook kan de draagkracht en daarmee het aantal toe te passen palen variëren. Alleen wanneer een verhoging van het maaiveld plaatsvindt, moet rekening worden gehouden met zettingen en daarmee restzettingen. Een optie is om de samendrukking en doorlatendheid van de kleilaag en de veenlaag nader te bepalen om nauwkeurigere voorspellingen te kunnen doen van optredende zettingen.

projectnummer 20300446 15 december 2020

Bijlage 1

Topografische situering

570

569

568

567

566

565

Verkennend onderzoek locatieontwikkeling Grou Situering van de onderzoekslocatie

Projectnummer:

20300446

Bijlage: 1

187

186

185

184

183

Projectnaam:

Schaal: 1:25.000

projectnummer 20300446 15 december 2020

Bijlage 2

Overzichtstekening

25

74 01

111 23

110

42

109 dompelbad 1

02

41 A 5228

40 J.W. de

43 24

A 4066

A 4075

34

Visserw

44

113

A 4067

ei

112 114

26

A 4068

39 51

dompelbad 2 46

52

03

A 4069 A 4070

45

50

A 4071

avm mv

33

A 4072

48

49 27

A 4073 A 5378

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=a6e74106-d801-473c-b10e-aeb06a49c3d9