CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Uitwerkingsplan Wirdum Hikkemieden

Besluitvorming (raad) 22 januari 2025, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Vaststellen welstandsrichtlijnen Wirdum Hikkemieden24.565 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Uit het bodemonderzoek blijkt dat er vanuit het milieuaspect Bodem geen belemmeringen zijn voor de voorgenomen woningbouw binnen het plangebied.

4.7

Water

Deze 'waterparagraaf' gaat in op de watertoets. Hierin wordt beoordeeld wat de effecten van het uitwerkingsplan op de waterhuishouding zijn en of er waterschapsbelangen spelen. De belangrijkste thema's zijn waterveiligheid, de afvoer van schoon hemelwater en afvalwater en de waterkwaliteit. Toetsing Het plangebied ligt in het beheersgebied van Wetterskip Fryslân. Het plan is via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap (Bijlage 9). Hieruit blijkt dat de normale procedure moet worden gevolgd. Deze waterparagraaf is opgesteld volgens de uitgangspunten van het Wetterskip. De beschrijving van de wateraspecten sluit zoveel mogelijk aan bij de indeling van het Waterbeheerplan en de Leidraad Watertoets in de thema's Veilig, Voldoende en Schoon. Voldoende Klimaatadaptie: In het kader van klimaatadaptie adviseert het waterschap om bij de inrichting van het plangebied te anticiperen op hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en mogelijk overstroming door bijvoorbeeld het percentage verhard oppervlak te verminderen en het plangebied groener in te richten. Met dit aspect is rekening gehouden door het plangebied een groene inrichting te geven.

30/361

Hoofdwateren De Leggerkaart van het waterschap is geraadpleegd (zie onderstaande figuur) en hieruit blijkt dat het plangebied ligt binnen de beschermingszone van een hoofdwater. Dit water heeft een beschermingszone van 5 meter. In dit uitwerkingsplan wordt rekening gehouden met deze zone. Binnen deze zone worden geen woningen gerealiseerd. Drooglegging Het huidige plangebied ligt vrij voor de boezem. Dat wil zeggen dat het gebied niet is beschermd tegen hoge waterstanden in de Friese boezem. Het plangebied ligt in twee verschillende peilgebieden. Het polderpeil moet deels worden aangepast naar boezempeil. Voor de ontwikkeling in het plangebied moet een peilbesluit worden genomen.

Figuur 4.2 Leggerkaart Wetterskip Fryslan Voor de ontwikkeling wordt de bestaande waterkering doorbroken doordat er nieuw water wordt gerealiseerd. Met het Wetterskip wordt besproken waar de waterkering zal komen. Vooralsnog wordt er vanuit gegaan dat de

31/361

waterkering op It Blauleech kan worden gerealiseerd. Daar is voldoende ruimte voor een beheerzone omdat hier geen woningen zijn gepland. Voor een verharding en bebouwing zonder kruipruimte adviseert Wetterskip Fryslân een drooglegging van 70 cm. Voor bebouwing met kruipruimte adviseert Wetterskip Fryslân een drooglegging van 110 cm. Bij de realisatie van de woningen zal hieraan worden voldaan. Toename verharding: Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is. Het is niet toegestaan zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen, indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in stedelijk gebied en 1.500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in dit wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater.

Bij het graven van extra oppervlaktewater hanteren wij de volgende compensatienorm: Boezem 5%, dit heeft alleen betrekking op de Friese boezem; Polder 10%, Vrij afstromend, alternatieve maatregelen. In landelijk gebied geldt bij een toename van meer dan 1.500 m2 aan verhard oppervlak dat 10% van deze toename wordt gecompenseerd in de vorm van nieuw oppervlaktewater of waterberging. Met de ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt, neemt de verharde oppervlakte in het plangebied toe met circa 11.000 m² ten opzichte van de huidige situatie. Omdat het plangebied deels binnen de boezem ligt, geldt dat hiervoor een compensatie van 5% moet worden gerealiseerd. Voor het deel van het plangebied dat op polderpeil ligt, geldt een compensatienorm van 10%. Uitgaande van de meest ruime compensatie moet dus circa 1.100 m2 aan water worden toegevoegd. Er wordt een nieuwe waterloop gegraven waarmee wordt voorzien in 2.123 m² aan water. Daarmee is er dus meer dan voldoende water gecompenseerd. Ten behoeve van dit nieuwbouwplan, ook voor watercompensatie, wordt een nieuwe watergang gerealiseerd. Deel van deze watergang ligt buiten het plangebied / de uitwerkingsbevoegdheid. Er is een berekening gemaakt van de m3 ontgronding die nodig is voor de volledige watergang. Dat betreft circa 5.300 m3.

Een deel hiervan wordt hergebruikt op locatie in de “grondwal” tussen bedrijven en nieuwbouwplan. Het maaiveld ligt +0,5 m NAP, boezemwater komt op -0,5 m NAP, diepte watergang wordt 1,25 meter. De ontgronding is dus minder dan 10.000 m3, maar komt wel dieper dan 2 meter beneden het maaiveld. Vanwege deze diepte is een vergunning nodig. In het kader van de ontwikkeling is een ontgrondingsvergunning verleend op 23 november 2023. Het uitwerkingsplan is op dit punt dan ook uitvoerbaar. Omdat alle bebouwing en verharding wordt toegerekend aan de boezem, en ook het regenwaterriool op de

32/361

boezem loost, hoeft er alleen compensatie voor de boezem plaats te vinden. Door het graven van de watergang (die deel is van de boezem) wordt er ruim voldoende compensatie gerealiseerd. Schoon Afvalwater en regenwatersysteem: Het uitgangspunt is om regenwater en rioolwater zoveel mogelijk gescheiden af te voeren. Ten behoeve van de aanleg van de wijk worden deze voorzieningen gerealiseerd. Waterkwaliteit: De aanlegwijze en onderhoudstechniek moeten emissievrij zijn om verontreiniging van het water te voorkomen. Er dient aangelegd te worden met milieuvriendelijk en duurzaam materiaal. Bij de bouw van de woningen wordt het gebruik van dergelijke materialen als uitgangspunt genomen. Vervolg Waterwet: Voor alle ingrepen in de waterhuishouding moet tijdig een vergunning worden aangevraagd of een melding worden gedaan in het kader van de Waterwet. Procedure: Er wordt overleg gevoerd met het Wetterskip over de gevolgen van het plan op het watersysteem. Op basis van de besluiten die uit dit overleg volgen wordt deze waterparagraaf aangevuld.

4.8

Cultuurhistorie

In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in een ruimtelijk plan een beschrijving opgenomen moet worden van de manier waarop met de aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden. Voor het beoordelen van de cultuurhistorische waarden in het plangebied, is de Cultuurhistorische Kaart Fryslan (CHK2) geraadpleegd. In het plangebied bevinden zich geen cultuurhistorische objecten of elementen die als uitgangspunt dienen voor de stedenbouwkundige inrichting. Het is dan ook niet noodzakelijk om nadere regels te stellen ter bescherming van cultuurhistorische waarden. Aan de noord- en westzijde loopt de waterweg Tjaarder Feart, die onderdeel uitmaakt van een historische vaarroute, namelijk het Woudmansdiep - De Wijde Galle. In figuur 4.3 is een uitsnede van de CHK2 opgenomen. Deze historische waterloop ligt buiten het plangebied en de ontwikkeling in het plangebied heeft geen invloed op de loop en ligging van deze vaarroute. De ligging wordt gerespecteerd en de vaarweg wordt qua breedte niet aangepast.

33/361

Figuur 4.2 Uitsnede Cultuurhistorische Kaart Fryslan

4.9

Archeologie

In de Erfgoedwet zijn archeologische resten beschermd. Wanneer de bodem wordt verstoord moeten archeologische resten intact blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek archeologische verwachtingskaarten opgesteld. De belangrijkste hiervan voor het projectgebied zijn de Friese archeologische monumentenkaart extra (FAMKE) van de provincie Fryslân en het gemeentelijke bestemmingsplan Partiële herziening archeologie. Uit de FAMKE blijkt dat er geen archeologische verwachtingswaarde is voor het plangebied. In de partiële herziening archeologie is het gebied echter aangewezen met de dubbelbestemming Waarde Archeologie 6. Hierbij geldt: 'voor bouwwerken waarvoor bodemingrepen nodig zijn met een oppervlakte groter dan 10.000 m2 en die de bodem dieper dan 0,50 m beneden maaiveld verstoren, voor de verlening van een omgevingsvergunning voor het bouwen een archeologisch rapport moet worden overlegd waarin: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld, en: b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd.

Omdat het plangebied groter is dan 10.000 m2 is een inventariserend archeologisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als Bijlage 10 bijgevoegd. Hieruit blijkt dat er in het plangebied geen archeologische waarden zijn gevonden en dat nader archeologisch onderzoek niet nodig is. Vanuit het omgevingsaspect archeologie is er geen belemmering voor de uitvoering van dit uitwerkingsplan.

4.10 Luchtkwaliteit Een onderdeel van de Wet milieubeheer betreft luchtkwaliteit. De wet is bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, aan te pakken.

34/361

Overschrijdingen van de grenswaarden voor luchtkwaliteit zijn veelal het gevolg van het aantal verkeersbewegingen in een gebied. Op grond van de algemene maatregel van bestuur 'niet in betekenende mate' (NIBM) vormen luchtkwaliteitseisen geen belemmeringen voor projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Op grond van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen vrijgesteld van toetsing. Met de uitwerking van dit plan is sprake van een toename 40 woningen. Het plan draagt niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Aanvullend onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit is niet noodzakelijk. Het aspect luchtkwaliteit vormt dan ook geen belemmering voor dit bestemmingsplan.

4.11 Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, LPG en munitie. Sinds een aantal jaren is er wetgeving over “externe veiligheid” om de burger niet onnodig aan te hoge risico's bloot te stellen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het externe veiligheidsbeleid heeft vorm gekregen in de risicobenadering. Er wordt getoetst aan twee verschillende normen: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Ten aanzien van het plaatsgebonden risico geldt een kans van 10-6 als grenswaarde. Dit betekent dat binnen de zogenaamde PR 10-6-contour geen nieuwe kwetsbare objecten mogen worden toegestaan. Voor ontwikkeling van nieuwe beperkt kwetsbare objecten, geldt deze norm als streefwaarde. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het onderscheid tussen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen.

In het plangebied zijn geen risicovolle activiteiten zoals bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van invloed. Het planvoornemen is ter beoordeling voorgelegd aan Brandweer Fryslân. Uit het advies blijkt dat er geen noodzaak is om bij dit bestemmingsplan opmerkingen te plaatsen met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Wel bevat het brandweeradvies richtlijnen voor de bereikbaarheid waarmee bij de uitwerking van het plan rekening moet worden gehouden. Het advies is als Bijlage 11 opgenomen.

4.12 Kabels en leidingen Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht.

35/361

In of nabij het plangebied liggen geen kabels of leidingen die moeten worden voorzien van een planologische regeling.

36/361

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische opzet

Algemeen

Het uitwerkingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2008. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2008 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen conform de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. De regels van dit uitwerkingsplan zijn opgesteld conform deze standaarden, met inachtneming van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het uitwerkingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden.

5.2

Verbeelding

Het uitwerkingsplan gaat vergezeld met een verbeelding. Op deze verbeelding is het plangebied met toekomstige bouwvlakken en bestemmingen weergegeven. Voor dit gebied vervangt het uitwerkingsplan de bestemming 'Wonen - Uit te werken' van de gronden in het bestemmingsplan Wirdum. Na onherroepelijk worden van het uitwerkingsplan maakt de verbeelding deel uit van het bestemmingsplan Wirdum.

5.3

Regels

In deze paragraaf wordt de bestemming, zoals deze in de regels zijn opgenomen en op de verbeelding zijn weergegeven, beschreven. Groen De groenstrook aan de westkant van het plangebied heeft de bestemming 'Groen'. Binnen deze bestemming mag niet worden gebouwd, maar is wel ruimte voor onder andere speelvoorzieningen en voet- en fietspaden. Deze zone vormt een buffer tussen de bedrijven aan de Tsjaerderdyk en de nieuwe woonwijk. In de groenzone mogen ook parkeervoorzieningen worden gerealiseerd. Tuin De tuinen bij de woningen zijn onder de bestemming 'Tuin' gebracht. Binnen deze bestemming zijn voor- en zijtuinen toegestaan bij de aangrenzende woningen. Op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. De toegestane bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 1 meter.

37/361

Verkeer – Verblijfsgebied De wegen in het plangebied vallen onder de bestemming 'Verkeer- Verblijfsgebied'. Binnen deze bestemming zijn onder andere groen en parkeervoorzieningen toegestaan. Water De nieuwe waterloop die ten behoeve van het plan wordt gerealiseerd, heeft de bestemming 'Water', Wonen De toekomstige woningen in het plangebied vallen onder de bestemming 'Wonen'. Hierbij is rekening gehouden met de uitwerkingsregels zoals genoemd in paragraaf 2.4. Middels een aanduiding is de maximale bouw- en goothoogte aangegeven. Binnen de 'Tsjaerderhof' is het maximale bebouwingspercentage aangeduid. Daarnaast geldt hier een afwijkende regeling voor de bijgebouwen; daartoe is een aanduiding opgenomen. De locatie van de bijgebouwen op het Eilan is middels de aanduiding 'bijgebouwen' aangeduid. Hier is namelijk sprake van een afwijkende voorgevel situering (voor de woningen aan de nieuwe watergang). Er zijn daarom hier bijgebouwen toegestaan voor de naar de weg gekeerde gevel. In de zone ten noorden van de sloot aan de zuidkant van het plan is middels een specifieke bouwaanduiding aangegeven dat er in de zone langs het water niet mag worden gebouwd. Deze zone is ook opgenomen voor de eerdere fase van Hikkemieden. Om daarbij aan te sluiten is de specifieke bouwaanduiding ook in dit uitwerkingsplan opgenomen.

38/361

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een uitwerkingsplan. Deze is gedeeltelijk aangetoond in de voorgaande paragrafen. Ook spelen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid een rol.

6.1

Economische uitvoerbaarheid

Ten behoeve van de uitvoerbaarheid van het uitwerkingsplan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de manier van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). De gronden zijn eigendom van de gemeente. De kosten voor de uitvoering van het plan worden gedragen door de gemeente.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Vooroverleg Voorafgaand aan de totstandkoming van dit uitwerkingsplan is overleg geweest met de provincie Fryslan, het Wetterskip en Brandweer Fryslân. De aandachtspunten van de brandweer zijn opgenomen in Bijlage 11 en in de planvorming meegenomen. Vanwege het vooroverleg dat eerder met de provincie Fryslân en het Wetterskip heeft plaatsgevonden is het voorontwerp uitwerkingsplan aan deze partijen voorgelegd. Beiden hebben gereageerd op het voorontwerp. Naar aanleiding van het advies van de provincie is het plan op enkele punten aangepast. Naar aanleiding van de reactie van het Wetterskip is de waterparagraaf verder aangescherpt. De brief van de provincie is als Bijlage 12 opgenomen. Ontwerp Vervolgens heeft het ontwerp uitwerkingsplan van 11 mei 2023 tot en met 21 juni 2023 ter visie gelegen (artikel 3.8 Wro). Tijdens deze periode zijn twee zienswijzen ingediend. Deze hebben tot aanpassingen in het uitwerkingsplan geleid, zoals verwoord in de reactie- en antwoordnota zienswijzen behorende bij het besluit. Beroep Daarna wordt het uitwerkingsplan vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. Tegen dit besluit is beroep mogelijk bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

39/361

40/361

Bijlagen bij de toelichting

41/361

42/361

Bijlage 1

43/361

Woningbouwafspraken 2020-2030

P

provinsje fryslân provincie fryslân ^ postbus 20120 8900 hm leeuwarden tweebaksmarkt 52

College van burgemeester en wethouders van de gemeente Leeuwarden Postbus 21000 8900 JA LEEUWARDEN

(058) 292 59 25 www.fryslan.frl provincie@fryslan.frl WWW, twitter, com / provfryslan

<rö

u (U 1/5

Ö O

Leeuwarden, 5 juli 2022 Verzonden, ^ 5 jyy 2()22 Ons kenmerk Afd./Opgave Behandeld door Uw kenmerk Bijlage(n)

01998436 Omgevingszaken Omgevingszaken / (058) 292 59 25 of romte@fryslan.frl 2022-088422

Onderwerp

: Woningbouwafspraak 2020 - 2030 gemeente Leeuwarden

Geacht college. Op 12 mei 2022 hebben wij uw brief woningbouwafspraak provinsje Fryslân en de gemeente Leeuwarden 2020 - 2030 ontvangen. U vraagt om een actualisatie van de huidige woning­ bouwafspraak die loopt tot 2025. Deze geactualiseerde afspraak is de basis voor uw planaanbod/programma voor de komende jaren tot 2029. De afspraak is nodig om bij concrete plannen invulling te kunnen geven aan artikel 3.1.1 van de Verordening Romte Fryslân. Woningbehoefte We vinden het een goede zaak om op regelmatige basis de woningbouwafspraken te herij­ ken en actualiseren. Dit biedt ruimte aan uw ambities en past binnen de huidige urgentie om te komen tot het versnellen van de woningbouw om te kunnen voorzien de woningbehoefte. In uw brief geeft u aan dat de combinatie van de bevolking- en huishoudensprognose Fryslân en de realisatie van woningen in uw gemeente over de afgelopen jaren een goed beeld geeft voor de woningbouwopgave voor de komende 10 jaar. Uw geeft aan dat uw gemeente voor de periode 2020 tot 2030 nog een huishoudensgroei laat zien van 3.560 huishoudens. Wij kunnen dit onderschrijven. Om tijdig deze woningen te kunnen realiseren is voldoende (harde) plancapaciteit nodig om te kunnen voorzien in de woningbehoefte tot 2030.

Gelet op de onzekerheid die planvorming en planologische procedures met zich mee kunnen brengen is 30% extra plancapaciteit no­ dig, zoals u ook in uw verzoek stelt, om bij planuitval snel te kunnen blijven voorzien in de woningbehoefte. Wij gaan akkoord met uw verzoek voor 4.628 woningen (3.560 * 130%)

- 1 /4-

Ons kenmerk:

01998436

Ö

provinsje fryslân provincie fryslân ^

<fö t/3

planologische bewegingsruimte om snel te kunnen blijven voorzien in de woningbehoefte tot 2030. Maatwerkafspraak De bestaande verouderde woningvoorraad in de gemeente Leeuwarden zal de komende jaren stevig worden vernieuwd zoals u in uw verzoek aangeeft. Uw gemeente en vooral ook de stad Leeuwarden staat de komende jaren dan ook voor een forse herstructureringsopgave en sloopopgave. Vernieuwen van de verouderde woningvoorraad is ook in ons Uitvoeringsprogramma Wonen benoemd als speerpunt om de bestaande woningvoorraad goed te laten aansluiten op de huidige en toekomstige vraag. Dit ook ter versterking van de leefbaar­ heid van onze steden, wijken en dorpen.

rh #

V

m

ö

• fH

!> U geeft aan dat sloop echter alleen mogelijk is indien voorafgaand aan deze forse sloopop­ gave eerst vervangende nieuwbouw is gepleegd. Op basis van historische cijfers en de voorgenomen plannen van de corporaties verwacht u dat er minstens 1.685 woningen voor 2029 gesloopt zullen worden. Om dit mogelijk te maken vraagt u om een groot deel daarvan, ca. 1.200 woningen, vooruitlopend op de sloop in de nieuwbouw te kunnen realiseren. U vraagt daarom planologische ruimte in de woningbouwafspraak voor 5.828 woningen (4.628 (incl. 30% overprogrammering + 1.200). Deze redenering kunnen wij goed volgen. Op termijn zal de netto toevoeging immers 0 zijn (nieuwbouw - sloop). Wij kunnen instemmen met uw verzoek om de woningbouwafspraak voor planologische ruimte met 1.200 woningen te ver­ hogen vooruitlopend op de sloop van minstens 1.685 woningen. Binnen en buitenstedelilk bouwen Tot nu toe is met u ook een andere vorm van planologische flexibiliteit afgesproken (naast 30% overprogrammering en 1.200 extra vooruitlopend op sloop): een buitenstedelijke limiet in het programma, met binnenstedelijk ‘plafondloos’ planologische ruimte. Voor de stad Leeuwarden zou een dergelijke afspraak gecontinueerd kunnen worden, in die zin dat een bovengrens wordt afgesproken over buitenstedelijk planologische ruimte met daarnaast een vrije planologische bewegingsruimte binnenstedelijk.

Deze vorm van flexibiliteit in de afspra­ ken is tevens in overeenstemming met de Omgevingsvisie en het Uitvoeringsprogramma Wonen. In uw verzoek vraagt u dan ook om handhaving van het binnenstedelijk plafondloos regime. Om te komen tot een goede balans tussen binnen- en buitenstedelijk bouwen vraagt u 70% buitenstedelijk van 4.628 woningen te mogen programmeren. Dit is een totaal van ca. 3.240 woningen. Een deel van de vervangende sociale nieuwbouw waarover we een maatwerkafspraak met u maken valt in deelplan De Peilingen van het nog in procedure te brengen bestemmingsplan Middelsee fase II. Het betreft 370 woningen, waarmee u buitenstedelijke ruimte vraagt voor maximaal 3.610 woningen. De belangrijkste uitleglocaties de komende jaren zijn Blitsaerd, De Zuidlanden en Middelsee. Voor de dorpen binnen bestaand stedelijk gebied ziet u nog ruimte om voldoende kwaliteit aan woningen toe te voegen. Voor de groteren kernen ziet u nog enige groei. In uw pro­ gramma reserveert u daarom ruimte voor kleinschalige uitbreidingslocaties. Wij kunnen instemmen met een maximale uitbreidingsruimte van 3.610 woningen tot 2030. Wij vragen u om de binnenstedelijke ontwikkelingen (Spoordok, voormalig Cambuurterrein en overige grote binnenstedelijke ontwikkelingen) blijvend te monitoren, mede in relatie tot de fasering van uw buitenstedelijke projecten (Middelsee fase II), effecten op

-2/4-

Ons kenmerk:

01998436

O

a

Ö

provinsje fryslân provincie fryslân ^ de bestaande woningvoorraad, alsmede op de verhuisbewegingen die deze bouw tot stand brengt binnen de stad, maar ook in relatie tot de Friese gemeenten. Studentenhuisvesting In uw verzoek gaat u in op het aantal uitwonende studenten in Leeuwarden. Prognoses rondom studenten blijven echter altijd onzeker. Net als voorgaande jaren vraagt u om de huisvesting van deze doelgroep buiten de reguliere woningbouwproductie te houden. Als vertrekpunt hanteren wij een basis-nullijn qua groei van het aantal studenten. Veelal gaat het om vervangende huisvesting, van kamerbewoning naar zelfstandige studio. Wij gaan ervanuit dat u de daadwerkelijke huisvesting voor deze doelgroep ook planologisch zult re­ gelen in het bestemmingsplan dan wel de Omgevingsvergunning middels een nadere aan­ duiding. Onder deze voorwaarde kunnen wij instemmen met uw verzoek. Middelsee fase II U vraagt planologische medewerking (in het kader van de woningbouwaantallen) aan het bestemmingplan Middelsee fase II. Realisatie van dit bestemmingsplan ligt deels buiten de horizon van de afspraak, maar creëert wel ruimte en flexibiliteit om te sturen op de woning­ bouwopgave ook op middellange termijn. U geeft daarbij te kunnen sturen nu de grond in uw eigendom is.

In de toekomstverwachting van gemeente Leeuwarden zien wij na 2030 ook nog enige mate van groei in het aantal huishoudens. Om in deze huishoudensgroei met enige continuïteit te kunnen faciliteren begrijpen wij uw behoefte om nu al plannen te maken voor woningbouw die voor een deel pas na 2030 kunnen worden gebouwd.. In het kader van deze woningbouwafspraak hoeft dit geen belemmering te zijn wanneer u een fasering in de planregels opneemt die ervoor zorgt dat een deel van de woningbouw pas na 2030 wordt uitgevoerd (met evt. een afwijkingsbepaling om flexibel te kunnen schakelen). Herijken en actualiseren Eind 2022 zullen wij weer starten met het opstellen van een nieuw bevolking- en huishoudensprognose. De uitkomst van deze prognose kan aanleiding zijn om de huidige af­ spraak opnieuw te herijken dan wel te actualiseren. Wij verwachten dat dit begin 2023 zal zijn. Resumerend Als uitgangspunt van de te verwachten huishoudens groei van de gemeente Leeu­ warden maken wij met u de afspraak voor een basisprogramma van 3.560 woningen netto; Met een operationeel beleidsprogramma van 4.628 woningen (130%) erop gericht om de verwachte 100% huishoudensgroei (3.560) flexibel te kunnen realiseren. Een maatwerkafspraak om de woningbouwafspraak voor planologische ruimte met 1.200 woningen te verhogen vooruitlopend op de sloop van minstens 1.685 wonin­ gen.

Daarnaast kunnen wij instemmen met, voor de stad Leeuwarden, ‘plafondloze plano­ logische bewegingsruimte’ of flexibel om de binnenstedelijk dynamiek te kunnen in­ spelen. Buitenstedelijk programmeren (70%) voor maximaal 3.610 woningen. Blijvende monitoring van de effecten op de fasering van uw buitenstedelijke pro­ jecten, maar ook op uw bestaande woningvoorraad, de verhuisbewegingen die de­ ze bouw tot stand brengt binnen de stad, mede in relatie de Friese gemeenten achtten wij van belang;

-3/4-

Ons kenmerk;

01998436

<rö

cü Ö

• pH

o u

P.

Ö provinsje fryslân provincie fryslân ^

<fö 1/3

• • • •

•

Over de voortgang en monitoring (pilot digitaal provinciaal planaanbod) gaan wij graag minimaal 2 keer per jaar ambtelijk met u gesprek; Studentenhuisvesting, mits planologisch specifiek bestemd, buiten de afspraak te laten; In 2023 gaan wij naar aanleiding van de nieuwe provinciale prognoses opnieuw in overleg over deze woningbouwafspraken om al dan niet bij te stellen; Op grond van artikel 3.1.1 van de Verordening Romte Fryslân kunnen wij instem­ men met uw bijgevoegde planaanbod gemeente Leeuwarden 2020 - 2029 peilda­ tum 16 februari 2022; Een deel van de woningbouwruimte voor na 2030 kan worden ingepland in het be­ stemmingsplan Leeuwarden - Middelsee fase 2, mits een fasering wordt opgenomen.

(U 1/3

Ö

• pH

O P.

Hoogachtend,

Gedeputeèröe Staten van Fryslân,

OKTworzitter C

J ^. Schepers, MSc, secretaris

-4/4-

Ons kenmerk:

01998436

48/361

Bijlage 2

49/361

Demografische gegevens Wirdum

Demografische gegevens Wirdum Bevolking naar leeftijd

2000

2005

2010

2015

2020

2021

0 t/m 9 jaar

205

194

159

168

151

137

10 t/m 19 jaar

180

190

201

183

158

159

20 t/m 29 jaar

131

102

112

104

101

117

30 t/m 39 jaar

224

187

135

116

134

125

40 t/m 49 jaar

189

233

229

197

141

136

50 t/m 59 jaar

143

154

163

203

203

203

60 t/m 69 jaar

117

133

143

122

138

155

70 t/m 79 jaar

50

74

84

100

109

107

80 t/m 89 jaar

18

21

24

43

52

50

90 t/m 99 jaar

3

1

4

6

3

5

100 jaar en ouder

0

0

0

0

0

Zoals blijkt uit bovenstaande tabel is de bevolking tot 49 jaar afgenomen tussen 2000 en 2020 en de bevolking ouder dan 50 jaar toegenomen. Naar verwachting zal de vergrijzing verder toenemen, mensen worden ouder, zijn langer fit en vitaal. Bevolking Wirdum Bevolking totaal

2000 2005 2010 2015 2020 2021 1.260 1.289 1.254 1.242 1.188 1.194

De totale bevolking is in ruim 20 jaar afgenomen van 1260 naar 1194. Huishoudens - Wirdum, Swichum 2000 2005 2010 2015 2020 2021 Alleenwonend 89 101 114 112 136 141 Eenoudergezin 19 23 35 40 25 24 Samen zonder relatie, zonder kind 37 29 37 27 32 36 Samen met relatie, zonder kind 116 131 116 130 126 128 Samen zonder relatie, met kind . 26 22 44 48 45 Samen met relatie, met kind 179 160 151 126 117 119 Overig 13 10 11 7 . Totaal 455 480 486 486 488 497 Zoals uit bovenstaande tabel blijkt zijn de afgelopen 20 jaar, de gezinnen afgenomen. Door de vergrijzing is het aantal alleenwonenden en relaties zonder kinderen toegenomen. Het totaal aantal huishoudens is ook toegenomen van 455 in 2000 naar 497 in 2020. De toename van het aantal huishoudens is onder andere tot stand gebracht door de gerealiseerde nieuwe woningen.

Blad 2

Uit de grafiek blijkt ook de toename van het aantal alleenstaanden en het aantal gezinnen met kinderen neemt af. Wirdum, Aantal inwoners Swichum per adres 2005

2,69

2010

2,58

2015

2,56

2021

2,4

Dit is tevens terug te zien in het aantal inwoners per adres wat is terug gelopen van bijna 2,7 in 2005 naar 2,4 in 2021.

Een deel van de bestaande woningen zal komende 20 jaar te koop komen, doordat ouderen verhuizen of overlijden. In de typologie woningen waarin de ouderen nu wonen zitten 63 vrijstaande en 2^1 kapwoningen.

Blad 3

Woningtype 2020 - Wirdum, Swichum

2020

Vrijstaande woningen

222

Twee-onder-een-kap woningen

97

Hoekwoningen

67

Rijwoningen

79

Appartementen

10

Kamer

0

Ouderen

15

Overig

12

Totaal

502

Woningvoorraad 2020 - Wirdum, Wirdum, Swichum Swichum Sociale huurwoningen Ouderenhuisvesting

107 .

Particuliere huurwoningen

15

Koopwoningen

380

Eigendom onbekend Aantal woningen

. 502

Voor de gezinnen in Wirdum en overige huishoudens met kinderen zijn in principe vrijstaande en 2^1 kap woningen zeer geschikt. Er zijn circa 190 huishoudens met kinderen en op dit moment in totaal ruim 300 vrijstaande en 2^1 kap woningen. De afgelopen jaren zijn voornamelijk vrijstaande woningen gebouwd in Wirdum, dat zien we feitelijk terug in de eerste fase van Hikkemieden.

Bijlage 3

53/361

Landschappelijk inpassingsplan

T s j a a r d e rF e a r t

I t B l au l ee ch

Sa

ch ee l u a l B It

Ac

De

Koa i

Ul

Tsj aarde r Fea rt

k erdy aerd Tsj

FeA AsS LEGENDA

ApE

Bestaande boom (*)

AsS

ch ee l au l tB I

9 8

m a sk n e ek D

AsS

7

p

AsS

Alnus spaethii 'Spaeth'

Nieuwe boom, keus bewoner (**)

6

maat

AsS

5

AsS

SaL Sa

Witte els | Alnus incana 'Laciniata'

16/18

Pluim-es | Fraxinus ornus

16/18

AsS

Sa

4 AsS

h c e e l u a tBl I

Nieuwe boom (***) AsS maat

3 AsS

2

ezen i De L

Ul

Ac

1

SaL

Schietwilg | Salix alba 'Liempde'

16/18

Ul

Fladderiep | Ulmus laevis

16/18

ApE

Zuilesdoorn | Acer pseudoplatanus 'Erectum'

16/18

Sa

Gewone lijsterbes | Sorbus aucuparia

16/18

FeA

Es | Fraxinus excelsior 'Altena'

16/18

Ac

Veldesdoorn | Acer campestre

16/18

(*) NB. Plaats bestaande boom openbare ruimte onder voorbehoud; afhankelijk van toekomstige bebouwing en daar aan gerelateerde uitwegen. SaL (**) Gemeente Leeuwarden plant bomen aan op de achtererven van 9 kavels aan It Blauleech (genummerd). Bewoners kunnen uit twee boomsoorten kiezen. Sa FeA

(***) NB. Plaats nieuwe boom openbare ruimte indicatief; afhankelijk van toekomstige bebouwing en daar aan gerelateerde uitwegen.

ApE

Landschappelijke inpassing Hikkemieden - Wirdum

Weergave soort en grootte bomen

datum

formaat

1:1000

blad

1 van 1

status

Gemeente Leeuwarden, Fysiek Domein, Sector Inrichting en Beheer Buitenruimte, Cluster Stedenbouw

A3

schaal

getekend

tekeningpad+naam

25-04-2024

KS

Bijlage 4

55/361

Vormvrije mer-beoordeling

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Stedelijke ontwikkeling Wirdum - Hikkemieden Project: 20220157

identificatie

planstatus

Auteur:

datum:

M.A Bulthuis

28-05-2024

status:

vastgesteld

Inhoud

1.

2.

3. 4.

Inleiding

3

1.1. 1.2. 1.3.

3 4 4

Aanleiding Wat houdt een m.e.r.-beoordeling in? Leeswijzer

Kenmerken en plaats van het project

5

2.1. 2.2.

5 6

Kenmerken van het project Plaats van het project

Kenmerken van de milieueffecten Conclusie

Rho adviseurs voor leefruimte

8 12

3

1. Inleiding

1.1.

Aanleiding

De gemeente Leeuwarden is voornemens om in Wirdum woningbouw en bijbehorende infrastructuur te realiseren. De woningbouw wordt ten zuiden en ten noorden van It Blauleech gerealiseerd. Het gaat in totaal om 40 grondgebonden woningen. Om deze ontwikkeling juridisch planologisch mogelijk te maken wordt een uitwerkingsplan opgesteld. Ten behoeve van deze ruimtelijke procedure is eveneens een vormvrije m.e.r.-beoordeling noodzakelijk.

Figuur 1.1 Voorgestelde inrichting plangebied. In onderdeel C en D van de bijlage van het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het uitwerkingsplan planMER-plichtig (onderdeel C en D), projectMER-plichtig (onderdeel C) of m.e.r.-beoordelingsplichtig (onderdeel D) zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. In onderdeel D van het Besluit m.e.r. (D11.2) is de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject opgenomen. In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: - een oppervlakte van 100 hectare of meer, - een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of - een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van in totaal 40 woningen. Het plan blijft daarmee ruim onder de drempelwaarden en is daarmee niet rechtstreeks planMER, projectMER of m.e.r.-beoordelingsplichtig.

In het Besluit m.e.r. is geregeld dat ook voor projecten die zijn opgenomen in onderdeel D, maar beneden de drempelwaarden vallen, een besluit moet worden genomen of een MER nodig is. In dat kader wordt afgewogen of het plan - ondanks dat het ruim onder de drempelwaarde blijft mogelijk toch belangrijke negatieve milieueffecten heeft. Dit is een “vormvrije” m.e.r.-beoordeling.

1.2.

Wat houdt een m.e.r.-beoordeling in?

De wettelijke regeling voor de m.e.r.-beoordeling gaat uit van het principe 'nee, tenzij'. Dat wil zeggen, een volwaardige m.e.r.-procedure is alleen noodzakelijk als er sprake is van 'belangrijke nadelige gevolgen' die het betreffende project voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, te weten: - de plaats van het project; - de kenmerken van het project; - de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria). Voorafgaand aan het in procedure brengen van het bestemmingsplan moet een m.e.r.beoordelingsbesluit worden genomen. De voorliggende notitie vormt de basis voor dit besluit. In geval van dit bestemmingsplan is de gemeente bevoegd gezag. Het college van burgemeester en wethouders neemt bij de vrijgave van het ontwerp bestemmingsplan een besluit over de noodzaak van een m.e.r.-procedure.

1.3.

Leeswijzer

Deze m.e.r.-beoordelingsnotitie: - beschrijft in hoofdstuk 2 de kenmerken en de plaats van het project; - gaat in hoofdstuk 3 in op de kenmerken van de potentiële milieueffecten; - geeft ten slotte in hoofdstuk 4 de conclusie weer voor de m.e.r.-beoordeling. Bij de analyse in hoofdstuk 2 en 3 is gebruik gemaakt van de informatie uit het uitwerkingsplan en de onderliggende onderzoeken.

5

2. Kenmerken en plaats van het project

2.1.

Kenmerken van het project

Algemeen Bij de kenmerken van een project wordt conform Bijlage III van de EU richtlijn in overweging genomen wat de omvang van het project is, in welke mate er sprake kan zijn van cumulatie met andere projecten. Ook wordt ingegaan op de mate van gebruik van natuurlijke hulpstoffen, de productie van afvalstoffen en de mate van verontreiniging en hinder als gevolg van het project. Tot slot wordt ingegaan op het risico van ongevallen. Omvang en cumulatie Het planvoornemen bestaat uit het realiseren van 40 grondgebonden woningen aan de zuidkant van Wirdum. Het gaat specifiek om 12 vrijstaande woningen, 12 twee-onder-één-kapwoningen en 16 rijwoningen. De ontsluiting van de woningen vindt plaats op It Blauleech. Deze weg wordt hiervoor opgewaardeerd. De omvang van het project voor het dorp Wirdum is relatief groot. In vergelijking met andere projecten binnen de gemeente Leeuwarden is het project relatief klein In de directe omgeving zijn geen andere stedelijke ontwikkelingsprojecten voorzien die voorzienbare cumulatie met andere projecten veroorzaken. Op verdere afstand bevinden zich de stedelijke ontwikkelingsprojecten Middelsee en de Zuidlanden. Gezien de afstand zal er geen voorzienbare cumulatie met deze projecten ontstaan.

Gebruik natuurlijke hulpstoffen Voor de aanleg van het woongebied en de daarbij behorende bouwwerkzaamheden hoeft geen gebruik te worden gemaakt van bijzondere en/of schaarse hulpstoffen. Verder geldt dat de grond in het plangebied die wordt weggegraven, ook weer wordt verwerkt in het plangebied. Er is binnen het plangebied sprake van een gesloten grondbalans. Productie van afvalstoffen Vanuit de nieuwe woningen zal sprake zijn van (huishoudelijk) afval. Dit wordt op een correcte manier afgevoerd. Er is geen sprake van bijzonder schadelijk afval waaraan specifieke voorwaarden zijn verbonden. Verontreiniging en hinder De realisatie van de woningen leidt in principe niet tot een risico op verontreiniging van het milieu. Op de effecten van de woningbouw wordt nader ingegaan in hoofdstuk 3. Verder is er geen sprake van een onaanvaardbare mate van hinder. Dit blijkt ook uit de toetsing aan de milieu- en omgevingsaspecten in hoofdstuk 3.

Risico van ongevallen De uitvoering van de plannen en het gebruik van de te realiseren bedrijven brengen geen verhoogd risico op ongevallen met zich mee. Er is geen sprake van het gebruik van gevaarlijke stoffen en technologieën.

2.2.

Plaats van het project

Algemeen Bij de plaats van het project gaat het met name om de mate van kwetsbaarheid van het gebied waarin het project plaatsvindt. Hierbij wordt conform de EU richtlijn in overweging genomen wat het bestaande grondgebruik is en hoe het is gesteld met het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied en het opnamevermogen van het natuurlijke milieu. Bestaand grondgebruik De locatie voor de woningbouw is gelegen aan de zuidkant van het dorp Wirdum. Het plangebied betreft enkele braakliggende gronden die worden doorsneden door de weg It Blauleech. Ten zuidoosten van de locatie bevinden zich nieuwbouwwoningen. Direct ten noorden van het plangebied bevindt zich de Nije Wirdumer Feart. Verder naar het noorden bevindt zich de dorpskern van Wirdum.

Figuur 2.1 Luchtfoto plangebied 7

Regeneratievermogen natuurlijke hulpbronnen De locatie heeft opzichzelf geen bijzondere rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen. Opnamevermogen natuurlijk milieu De ontwikkeling vindt plaats binnen weidevogelkansgebied. De dichtstbijzijnde gevoelige gebieden (zoals genoemd in de EU richtlijn) zijn Natura 2000 gebieden, die zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming. Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied ligt op circa 5,6 kilometer afstand van het plangebied. Het gaat hier om Natura 2000-gebied de Alde Feanen. De afstand tot het dichtstbijzijnde NNN-gebied bedraagt 2,6 kilometer ten noordoosten van het plangebied. Verder is het gebied gelegen in weidevogelkansgebied. Op circa 1,2 kilometer bevindt zich natuur buiten NNN-gebied, het gaat hier om wetlands. Verder liggen in de nabijheid geen andere gevoelige gebieden zoals genoemd in de EU richtlijn (kustgebieden, bosgebieden, natuurparken, gebieden waar milieunormen worden overschreden, gebieden met hoge bevolkingdichtheid, landschappelijk van historisch cultureel of archeologische gebieden van belang).

Figuur 2.2 Uitsnede Natuurbeheerplan (NNN- gebieden)

3. Kenmerken van de milieueffecten Algemeen In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van het project beschreven. Het is gebruikelijk de milieueffecten van de nieuw aangevraagde situatie te vergelijken met de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie inclusief de effecten van ontwikkelingen in de omgeving waarvan de realisatie zeker is (autonome ontwikkelingen). In de directe omgeving van het gebied zijn geen ontwikkelingen voorzien die van invloed kunnen zijn op de effectbeoordeling. De effectbeoordeling in dit hoofdstuk is gebaseerd op de informatie zoals opgenomen in de toelichting bij het uitwerkingsplan en de onderliggende onderzoeken. Conform de EU richtlijn wordt in ieder geval ingegaan op het bereik van het effect, waaronder het grensoverschrijdende karakter daarvan. De waarschijnlijkheid van het effect en de duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect. Om hier inzicht in te geven worden eerst de milieuen omgevingsaspecten behandeld. Milieu- omgevingsaspecten Verkeer Het realiseren van 40 woningen leidt tot een toename in het aantal verkeersbewegingen van afgerond 266 mvt/etmaal (weekdaggemiddelde). Dit is berekend op basis van de CROW-kentallen (publicatie 381). De ontsluiting vindt plaats via It Blauleech. Deze weg zal moeten worden opgewaardeerd om de toename in wegverkeer af te wikkelen.

De parkeerbehoefte wordt grotendeels op de kavels opgelost. Bodemkwaliteit In 2022 is door MUG een gecombineerd verkennend (water-)bodemonderzoek en asbest onderzoek uitgevoerd, zie bijlage 7 bestemmingsplan. Hieruit blijkt dat het plangebied als verdacht kan worden aangemerkt met betrekking tot asbest. Echter ligt de asbestconcentratie ter plaatse van het plangebied onder de interventiewaarde van 50mg/kgds. Daarnaast zijn in het slib op de waterbodem licht verhoogde gehalten aan kwik, lood, molybdeen, nikkel zink, minerale olie en PAK aangetoond. Deze verhoogde gehalten overschrijden de interventiewaarde echter niet. De kwaliteit van de (water)bodem wordt daarom voldoende geacht voor de woonfunctie in het plangebied. In het plangebied wordt minder dan 10.000 m3 grond weggegraven voor het aanleggen van een watergang om bouwkavels aan het water te realiseren en om recreatieve bootjes in af te meren. Omdat er dieper dan 2 meter onder het maaiveld wordt gegraven is een ontgrondingsvergunning noodzakelijk. Deze ontgrondingsvergunning zal worden aangevraagd. De ca. 5.300 m3 grond die vrijkomt bij het graven van de watergang wordt in het plangebied hergebruikt. Ca. 3.200 m3 grond wordt verwerkt in een zichtwal en de overige grond wordt verwerkt in het verder ophogen van de bouwkavels. Door de gesloten grondbalans is er dus geen sprake van afvoer van grond naar andere gebieden.

Het verwerken van de grond in het plangebied leidt niet tot gevolgen voor het woon9

en leefklimaat. De kwaliteit van de gebiedseigen grond is namelijk voldoende, zoals blijkt uit het bodemonderzoek. Archeologie De Friese archeologische monumentenkaart extra (FAMKE) van de provincie Fryslân en het gemeentelijke bestemmingsplan ‘Partiele herziening archeologie’ zijn geraadpleegd om te onderzoeken of er in het plangebied ook sprake is van archeologische verwachtingswaarden. Uit de advieskaarten van het FAMKE blijkt dat er ter plaatse van het plangebied geen archeologische verwachtingswaarden zijn. Op basis van de partiële herziening kent het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 6’, waarvoor geldt dat bij ingrepen groter dan 10.000 m2 en dieper dan 0,50 m een archeologische onderzoek moet worden aangeleverd. Voor het plangebied is daarom een archeologisch onderzoek uitgevoerd, zie bijlage 9 bestemmingsplan. Het onderzoek stelt dat er geen indicaties zijn aangetroffen voor de aanwezigheid van archeologische resten. Verder archeologisch onderzoek kan dan ook achterwege blijven. Landschap en cultuurhistorie Binnen het plangebied is geen waardevolle bebouwing aanwezig. In de grond zijn eveneens geen cultuurhistorische monumenten aanwezig. Er zijn binnen het plangebied geen cultuurhistorische waarden aanwezig, negatieve effecten voor dit aspect kunnen op voorhand worden uitgesloten.

Ecologie Gebiedsbescherming Het plangebied is aangewezen als weidevogelkansgebied. Om deze reden heeft de provincie de verstoring van het plan berekend, rekening houdend met bestaande verstoringsbronnen. Uit de berekening blijkt dat wel sprake is van een nieuwe verstoring. Doordat deze extra verstoring kleiner is dan 0,5 hectare, is een financiële compensatie voor dit plan niet noodzakelijk. Wel moeten de natuurwaarden worden afgewogen. Er moet voldaan worden aan de voorwaarden die zijn benoemd in artikel 7.2.4: motiveren van het openbaar belang, belangenafweging maken en mitigerende maatregelen. Verder dient bij de verstoring van weidevogelkansgebied sprake te zijn van een zorgvuldige afweging van belangen van woningbouw en de belangen van de weidevogelkansgebieden. Op dit moment is er sprake van een woningtekort in Wirdum. Uit locatieonderzoek voor woningbouw in Wirdum blijkt dat het plangebied de meest geschikte locatie is. Het plangebied vormt geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Het plangebied maakt ook geen deel uit van het natuurnetwerk Nederland (NNN). Uit het provinciale Natuurbeheerplan blijkt dat in het plangebied of directe omgeving geen beschermde landschapselementen aanwezig zijn. Het plangebied ligt op circa 5,6 kilometer afstand van het Natura 2000-gebied de Alde Feanen ligt.

Tot het dichtstbijzijnde NNNgebied bedraagt de afstand 2,6 kilometer. Het plangebied ligt buiten beschermde natuurgebieden. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de afstand tot natuurgebieden en de locatie van het plangebied (stedelijke omgeving) kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn gevoelig voor stikstofdepositie. De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van 40 gasloze woningen waardoor stikstofemissie vanwege gasverbruik in de gebruiksfase kan worden

uitgesloten. Wel zorgt het plan voor een toename in wegverkeer, wat mogelijk voor een toename in stikstofdepositie kan zorgen. Om deze reden is een stikstofonderzoek uitgevoerd. Uit de berekening blijkt dat er geen sprake is van rekenresultaten die hoger zijn dan de drempelwaarde van 0,00 mol N/ha/jr. Significante negatieve effecten op beschermde Natura 2000-gebieden kunnen derhalve worden uitgesloten. De Wet Natuurbescherming en het beleid van de provincie Fryslân staan de uitvoering van het plan dan ook niet in de weg. Soortenbescherming Voor het plan is een ecologisch onderzoek uitgevoerd, zie bijlage 6 bestemmingsplan. Uit het ecologisch veldonderzoek blijkt dat in het plangebied algemene broedvogels kunnen voorkomen waarvan de nesten alleen tijdens de broedtijd zijn beschermd. Het advies is om de werkzaamheden buiten het broedseizoen (15 maart-15 juli) uit te voeren. Langs de Nije Wirdumer Feart bevindt zich een vliegroute van vleermuizen. Negatieve effecten van het plan op deze vliegroute zijn dusdanig klein. Wel wordt vrijblijvend geadviseerd om de uitstraling van kunstlicht in de richting van de vaart tussen zonsondergang en zonsopkomt tot een minimum te beperken. Verder kunnen er in het plangebied soorten voorkomen waarvoor de zorgplicht van kracht is.

Externe veiligheid In de directe omgeving van het plangebied vindt geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over het spoor, de weg, het water. Ook vindt er geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats via ondergrondse buisleidingen. In en nabij het plangebied is er geen sprake van risicovolle inrichtingen. Luchtkwaliteit Uit de NSL-monitoring van de Rijksoverheid blijkt dat in de omgeving van het project sprake is van een goede luchtkwaliteit. Het project omvat de realisatie van maximaal 40 woningen en leidt tot een toename van verkeer van 307 mvt/etmaal (weekdaggemiddelde). Het plan draagt dan ook niet in betekenende mate bij aan de toename van de hoeveelheid stikstofdioxide en fijnstof in de lucht. Er wordt voldaan aan de luchtkwaliteitswetgeving en nader onderzoek is niet noodzakelijk. Milieuzonering (hinder van bedrijven voor woningen) Het is van belang dat er sprake is van ruimtelijke afstemming tussen milieugevoelige functies en milieuhinderlijke functies. Bij deze afstemming kan gebruik worden gemaakt van richtafstanden. Ten westen van de Tsjaerderdyk is een loonbedrijf gevestigd. Op basis van het bestemmingsplan zijn hier bedrijven tot en met categorie 3.1 toegestaan. Dit betekent dat er rekening moet worden gehouden met een richtafstand van 50 meter tot gevoelige functies om te voorkomen dat het bedrijf wordt beperkt in haar ontwikkelmogelijkheden.

Ten oosten van de Tsjaerderdyk en aan de noordwestkant van het plangebied waren voorheen Kielstra kranen en een transportbedrijf gevestigd. Beide bedrijven zijn hier inmiddels niet meer aanwezig. Op de percelen is momenteel sprake van kleinschalige bedrijvigheid. Omdat voor beide percelen nog wel een bedrijfsbestemming geldt, waarin bedrijven tot en met categorie 3.1 zijn toegestaan, moet ook hier rekening worden gehouden met een richtafstand van 50 meter tot gevoelige functies. Voor het bedrijf op Tsjaerderdyk 3c (Kielstra) geldt dat enkele woningen in de Tsjaerderhof binnen de 50-meter contour van dit bedrijf zijn geprojecteerd. Omdat er binnen de 50 meter zone van dit

adres echter al andere woonbebouwing aanwezig is (aan de overzijde van de Tsjaerderdyk) wordt een eventueel nieuw te vestigen bedrijf in categorie 3.1 al beperkt. De realisatie van nieuwbouw in de Tsjaerderhof is in dat geval geen 'nieuwe' belemmering. Er is nog een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de potentiële geluidproductie van het bedrijf aan de Tsjaerderdyk 3C en het effect op de nieuwe woningen. Daaruit blijkt dat met de realisatie van een geluidwerende voorziening eventuele geluidhinder voor de woningen verder wordt beperkt. Wegverkeerslawaai Het plangebied ligt binnen de geluidszone van de Tsjaerderdyk waar een maximumsnelheid van 50 km/uur geldt. Met de aanleg van de nieuwe woonwijk zal de zuidelijke grens van de bebouwde kom naar het zuiden verschuiven. Hierdoor komen alle nieuwe woningen binnen de bebouwde kom te liggen waar een 30 km regime geldt. Op basis van de Wet geluidhinder zijn wegen met een snelheid van 30 km niet toetsingsplichtig. Ondanks het feit dat het niet nodig is om akoestisch onderzoek uit te voeren langs wegen met een snelheid van 30 km moet in het kader van een goed woon- en leefklimaat wel gekeken worden of de nieuwe situatie daaraan voldoet. Zeker bij wegen met een hoge(re) etmaalintensiteit en/of met het nodige zwaardere wegverkeer kunnen de geluidsbelastingen op de gevels van woningen behoorlijk oplopen.

Vanwege de ligging van Wirdum aan de weg van Leeuwarden naar Heerenveen, wordt de Tsjaerderdyk voornamelijk door bestemmingsverkeer gebruikt. Bovendien is de weg voorzien van asfalt en worden hier geen klinkers aangelegd (wat extra geluidhinder kan veroorzaken). Mogelijk wordt een trottoir aangelegd waarmee de weg wordt versmald en krijgt het asfalt een andere kleur bij de bebouwde komgrens en aansluiting met Hikkemieden om de 30km-zone te markeren. Op basis van bovenstaande is het niet nodig om nader akoestisch onderzoek te doen naar wegverkeerslawaai. Geluid als gevolg van wegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit uitwerkingsplan. In de nieuwe situatie zal sprake zijn van een goed woon- en leefklimaat. Water De invloed van het voornemen op het watersysteem is veelal het gevolg van het aanbrengen van verharding. Met dit plan neemt de verharding toe met 11.092 m2. De compensatie van de toename van verharding vindt plaats door het realiseren van een watergang. Er wordt ca. 1.570 m2 meer water gerealiseerd dan nodig is voor de watercompensatie. Over de compensatie, waterpeil- en kering en drooglegging van het plangebied is contact geweest met het Wetterskip. Vrijwel het hele plangebied komt ‘voor de boezem’ te liggen, waarvoor een peilbesluit wordt genomen. Ook wordt voor het graven van de watergang een ontgrondingsvergunning aangevraagd.

Bereik, waarschijnlijkheid, duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect Uit het voorgaande blijkt dat er geen sprake is van belangrijke negatieve milieueffecten. Mogelijk merkbare effecten zijn het gevolg van extra verkeer. Deze hebben een lokaal bereik en zijn zeker niet een grensoverschrijdend. Het project is in principe niet omkeerbaar, maar het effect op de verkeerssituatie kan wel worden gemonitord en bijgestuurd. Verder zorgt het plan voor extra verstoring van weidevogelkansgebied. De extra verstoring is echter niet groter dan 0,5 ha, waardoor financiële compensatie achterwege kan blijven. Wel heeft er een zorgvuldige afweging van de belangen plaatsgevonden, waardoor woningbouw in het plangebied aanvaardbaar is. Tot slot vindt er voor het plan watercompensatie plaats en wordt er een peilbesluit genomen.

4. Conclusie Het plan is relatief kleinschalig en heeft geen kenmerken die potentieel risico op grote milieueffecten in zich hebben. Verder wordt geconcludeerd dat het plan plaatsvindt in een stedelijke omgeving waarin het een uitbreidingsproject vormt. Planologisch wordt voorzien in de mogelijkheid om de locatie te ontwikkelen met 40 woningen. Er is geen sprake van belangrijke negatieve effecten als gevolg van het plan. Een toename van personen in de omgeving zal een effect hebben op de verkeersituatie, maar deze blijft binnen de normen en kan worden bijgestuurd met maatregelen indien noodzakelijk. Door het plan ontstaat extra verstoring van weidevogelkansgebied. Door een zorgvuldige afweging van de belangen is de woningbouw echter aanvaardbaar. Verder vindt er watercompensatie plaats en wordt een er een weloverwogen peilbesluit genomen. Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat gelet op de kenmerken van het plan, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten geen belangrijke negatieve milieugevolgen zullen optreden. Er is dan ook geen aanleiding voor het doorlopen van een m.e.r.-procedure.

68/361

Bijlage 5

69/361

Notitie Effect geluidwal

TOETSING GELUIDSSCHERM PLAN HIKKEMIEDEN EN AFSCHERMING KIELSTRA IN WIRDUM Onderzoek industrielawaai met beoordeling geluidsscherm

Opdrachtgever

Gemeente Leeuwarden Oldehoofsterkerkhof 2 Postbus 20140 8900 HM Leeuwarden

Contactpersoon

mevrouw Linda Smoors de heer Martijn Koekoek

Uitgevoerd door

Noordelijk Akoestisch Adviesburo BV

Behandeld door

Arend Donker

Datum

3 mei 2024

Kenmerk

6967/NAA/ad/ft/1

Noorderstaete 26

Postbus 339

(0592) 340 630

iban

9402 XB Assen

9400 AH Assen

naa@naa.nl

btw

NL41 RABO 0382 8383 35 NL006719028B01

www.naa.nl

kvk

04029676

INLEIDING In opdracht van de gemeente Leeuwarden is het effect van een geluidsscherm nagegaan in het plan Hikkemieden in Wirdum. In deze situatie is eerder akoestisch onderzoek uitgevoerd voor de inrichting van L. Kielstra Kraanverhuur (Kielstra) aan de Tsjaerderdyk te Wirdum, een en ander volgens het rapport “Onderzoek geluidsuitstraling naar de omgeving van L. Kielstra Kraanverhuur te Wirdum” van 22 juni 2010 met kenmerk 3837/NAA/jd/fw/4. De opdrachtgever van dat rapport namens het bedrijf was Pietersma & Spoelstra ruimtelijke ordening en milieuadviseurs uit Drachten. Deze opdrachtgever heeft toestemming gegeven voor het gebruik van de onderliggende gegevens en toetsing van het nieuwe plan, voorliggende notitie is uitgevoerd met toestemming van alle betrokken partijen. Een aanleiding voor het onderzoek uit 2010 waren de plannen van de gemeente Leeuwarden voor de realisatie van een nieuwe woonwijk in het plan Hikkemieden direct ten oosten van Kielstra. Nagegaan is de geluidsuitstraling van de activiteiten van Kielstra en de daarmee veroorzaakte geluidsbelasting op de woningen. Getoetst is ten eerste of voldaan kon worden aan de gangbare grenswaarden voor geluid op woningen, en ten tweede in hoeverre de activiteiten van Kielstra hierdoor eventueel belemmerd kunnen worden.

In het rapport is geconstateerd dat de berekende geluidbelasting op de woningen de geluidsgrenswaarde overschrijdt en dat maatregelen nodig waren. Het rapport concludeert: “In overleg met de gemeente zijn daarom de mogelijkheden van afscherming aan de woningzijde onderzocht. Om de afscherming tot een aanvaardbare hoogte te beperken, zal op de tweede verdieping van de woningen (waarneemhoogte 8.5 m) geen geluidsgevoelige ruimte worden toegestaan of de betreffende gevel (het dak) moet als een dove gevel worden uitgevoerd. Als de door de gemeente voorgestelde wal-schermcombinatie een hoogte krijgt van 4.5 à 4.7 m, wordt in het plan Hikkemieden voldaan aan bovengenoemde grenswaarden. In dit rapport zijn daarnaast nog de alternatieven 1 en 2 aangegeven. Door de afscherming iets gewijzigd uit te voeren, kan de hoogte nog enigszins beperkt tot 4.0 à 4.3 m. Geconcludeerd kan worden dat met een afscherming aan de kant van de woning aan de te stellen geluidsgrenswaarden kan worden voldaan.” De situatie is getoetst aan een grenswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde op woningen, ofwel:  50 dB(A) in de dagperiode tussen 07:00 en 19:00 uur;  45 dB(A) in de avondperiode tussen 19:00 en 23:00 uur en  40 dB(A) in de nachtperiode tussen 23:00 en 07:00 uur.

De grenswaarden voor het piekgeluid liggen hier 20 dB boven, deze zijn niet apart opnieuw berekend omdat hiervoor de toetsing niet bepalend was. Ook is in 2020 berekend dat het geluidsniveau in incidentele situaties in de dagperiode hoger kan zijn. In voorliggende notitie wordt een nieuw ontwerp van het plan inclusief de afscherming beoordeeld en wordt getoetst of voldaan kan worden aan de geldende eisen. Voor de eerdere uitgangspunten wordt kortheidshalve verwezen naar de genoemde rapportage.

3 mei 2024 | 6967/NAA/ad/ft/1

.

Blad 2 van 6

TE BEREKENEN SITUATIE Voor het onderzoek is in 2010 het volgende rekenmodel opgesteld. Figuur 1: Opgesteld rekenmodel 2010

3 mei 2024 | 6967/NAA/ad/ft/1

.

Blad 3 van 6

Te zien zijn de ligging van Kielstra, de woningen in het plan en de gesitueerde afscherming met een bepaald hoogteverloop. De nieuwe situatie is als volgt met een wal/scherm combinatie en een minder gesloten verloop. Figuur 2: Voorgestelde nieuwe situatie

Deze aanpassing is als volgt in het rekenmodel verwerkt.

3 mei 2024 | 6967/NAA/ad/ft/1

.

Blad 4 van 6

Figuur 3: Weergave rekenmodel nieuwe situatie

De top van het scherm is gesitueerd op een hoogte van 4,50 meter boven het maaiveld van de woningen. De warneempunten zijn gesitueerd op een hoogte van 1,5 meter in de dagperiode en 5,0 meter in de avond- en nachtperiode. Op een eventuele tweede verdieping met een hoger waarneempunt zijn geen geluidsgevoelige ruimten toegestaan, aangezien deze hoogte niet wordt afgeschermd.

3 mei 2024 | 6967/NAA/ad/ft/1

.

Blad 5 van 6

REKENRESULTATEN EN CONCLUSIES Met het aangepaste rekenmodel worden de volgende resultaten berekend. Ook de geluidsgrenswaarden zijn in de tabel opgenomen. Tabel 1: Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT in dB(A) Beoordelings- Omschrijving Punt

Berekend LAr,LT in dB(A) in

Etmaalwaarde

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=bfbada5d-de65-49f1-bb44-8dacc6c0ef37