CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Mulier rapport 2024 Ruimte voor sport in Leeuwarden

Informatieve bijeenkomst - raadzaal 29 januari 2025, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Huidig en nieuwe beleidskader Sport en Bewegen20.022 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Daniëlle Ruikes | Janne van der Heijden | Niels Meulenbroeks

Mulier Instituut | 2024

Mulier Instituut Daniëlle Ruikes Janne van der Heijden Niels Meulenbroeks

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met het Mulier Instituut. © Mulier Instituut Utrecht, 11 juli 2024 www.mulierinstituut.nl info@mulierinstituut.nl Disclaimer U mag delen uit deze publicatie overnemen op voorwaarde van bronvermelding: auteur(s), de titel van de publicatie en het jaar van uitgave. Er gelden gebruiksvoorwaarden voor de foto's in deze publicatie. Neem foto's daarom niet over zonder toestemming van het Mulier Instituut.

Mulier Instituut | 2024

Het Mulier Instituut doet sportonderzoek voor

Ons doel is bijdragen aan goed onderbouwd beleid,

beleid en samenleving. Voor overheden,

gericht op de bevordering van sport, sportief

maatschappelijke organisaties,

bewegen en versterking van de sportsector. Dit doen

onderwijsinstellingen, sportorganisaties en

we op verschillende manieren:

bedrijven onderzoeken we allerlei thema’s op het gebied van sport en sportief bewegen: van de

We verzamelen data en monitoren de Nederlandse

sportdeelname van (groepen) Nederlanders tot de

sportsector en beleidsprogramma’s.

motorische vaardigheden van kinderen, en van diversiteit en inclusie in de sport tot de economische impact van sportevenementen.

We ontwikkelen kennis en onderzoeksmethoden via verkennende en verdiepende studies. We duiden onderzoeksuitkomsten en vertalen deze

Het Mulier Instituut is een onafhankelijke stichting zonder winstoogmerk.

naar de beleidspraktijk. We onderbouwen beleidsbeslissingen met expertise en advies. We bieden gevraagd en ongevraagd duiding en reflectie in de rol van ‘kritische vriend’ van de sportsector. We zetten ons in voor de bevordering van de sportwetenschap.

CBS DSA RIVM

SCP VSG VTO

Centraal Bureau voor

. Zaalsporten

Sportzaal

de Statistiek

Sporten die in principe in een

Overdekte sportruimte van

Database

sporthal, sportzaal of gymzaal

circa 28 bij 22 meter, geschikt

SportAanbod

worden beoefend.

voor meerdere zaalsporten.

Volksgezondheid en

Sporthal

Gymzaal

Milieu

Overdekte sportruimte van

Overdekte sportruimte van

Sociaal en Cultureel

minimaal 40 bij 20 meter, in

circa 21 bij 12 meter., in

Planbureau

principe geschikt voor alle

beginsel geschikt voor het

Vereniging Sport en

zaalsporten.

bewegingsonderwijs, geschikt

Rijksinstituut voor

Gemeenten

voor beperkt aantal

Vrijetijdsomnibus

zaalsporten.

Hoofdstuk 1

De gemeente Leeuwarden heeft het Mulier Instituut gevraagd onderzoek te doen naar de sportaccommodaties in de gemeente. In dit hoofdstuk beschrijven we de doelstelling, onderzoeksvragen, afbakening en werkwijze van het onderzoek. Het Mulier Instituut heeft in 2014 en 2020 ook al capaciteitsonderzoeken naar sportaccommodaties in Leeuwarden uitgevoerd. De gemeente Leeuwarden is van plan om in 2024 nieuw sportbeleid te ontwikkelen. Dit beleid willen zij graag onderbouwen met actuele cijfers over het sportaanbod en de accommodatiebehoefte van inwoners.

Het doel van dit onderzoek is inzicht geven in het huidige aanbod aan binnen- en buitensportaccommodaties, en hoe dit aanbod zich verhoudt tot de (toekomstige) behoefte. We beantwoorden hiervoor deze hoofd- en deelvragen: Hoe verhoudt het huidige (2023) aanbod zich tot de huidige en toekomstige (2030 en 2035) behoefte aan binnen- en buitensportaccommodaties in Leeuwarden? Wat is het huidige aanbod van binnen- en buitensportaccommodaties? Wat is de actuele en toekomstige (2030 en 2035) normatieve behoefte aan binnen- en buitensportaccommodaties? Wat is het huidige gebruik van de gemeentelijke binnensportaccommodaties?

Binnensportaccommodaties zien we in dit onderzoek als de gemeentelijke en nietgemeentelijke overdekte sportruimtes die kunnen worden benut voor beoefening van binnensporten en bewegingsonderwijs (sporthallen, sportzalen en gymzalen). Andere typen overdekte sportaccommodaties, zoals denksportcentra en zwembaden, vallen buiten de scope van dit onderzoek. Buitensportaccommodaties zien we als het gemeentelijke en niet-gemeentelijke aanbod van banen en velden. Hierbij houden we de volgende selectie van sporten aan: atletiek, hockey, honk- en softbal, kaatsen, korfbal, rugby, tennis en voetbal. Waar mogelijk en zinvol vergelijken we de resultaten van dit onderzoek met de resultaten van het onderzoek uit 2020.

In dit onderzoek kijken we cijfermatig naar de binnen- en buitensportaccommodaties en het gebruik hiervan. Daarbij doen we de aanname dat de aanwezige sportaccommodaties in goede staat zijn voor sportgebruik.

We hebben het aanbod van sportaccommodaties geïnventariseerd en weergegeven op kaart. We hebben landelijke databases benut om te bezien in hoeverre het aanbod en het gebruik afwijken van referentiecijfers. Om de behoefte vanuit de sport te bepalen hebben we waar mogelijk landelijke richtlijnen toegepast. De behoefte vanuit het onderwijs hebben we berekend aan de hand van de gemeentelijke taakstelling. Ramingen over de ontwikkeling van de behoefte baseren we op bevolkings-, woningbouw- en leerlingenprognoses en trends in de sportdeelname. We vergelijken de cijfers voor de gemeente Leeuwarden met de volgende referentiecijfers: het landelijke gemiddelde (Nederland); het gemiddelde van de VSG-regio (provincie) Fryslân; het gemiddelde van referentiegemeenten die vergelijkbaar zijn met Leeuwarden op basis van stedelijkheid en bevolkingsomvang (Alkmaar, Alphen aan den Rijn, Deventer, Ede, Venlo en Zwolle).

Leeswijzer In hoofdstuk 2 behandelen we relevante ontwikkelingen, prognoses en trends. Hoofdstuk 3 gaat over de binnensportaccommodaties, hoofdstuk 4 over de buitensportaccommodaties. Hoofdstuk 5 vormt het afsluitende hoofdstuk, waarin we de resultaten bijeenbrengen en aanbevelingen geven.

Hoofdstuk 2

In dit hoofdstuk schetsen we de context waarbinnen de aanbodbehoefteanalyses plaatsvinden. Ook geven we relevante trends en ontwikkelingen voor sportaccommodatiebeleid en accommodatiebehoefte weer.

Sport Gemeenten rekenen het tot hun verantwoordelijkheid om sportbeoefening te faciliteren, ook al is er geen wettelijk kader dat dit verplicht. In beginsel doen ze dit vanuit de gedachte van marktfalen en het sociaal-maatschappelijke belang van sport (Hoekman, 2018). Sportaccommodaties zijn het belangrijkste instrument dat de overheid inzet om sportbeoefening te faciliteren (Van der Poel & Hoekman, 2023). Waar in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw een bouwgolf van gemeentelijke sportaccommodaties plaatsvond, richt het gemeentelijke sportaccommodatiebeleid zich tegenwoordig veelal op het beter benutten van de bestaande infrastructuur (Van der Poel & Hoekman, 2023). De laatste twee decennia zit vernieuwing van het landschap vooral in de hoek van de commerciële initiatieven (Hoekman & Schadenberg, 2023). Om de bestaande infrastructuur beter te laten renderen staat multifunctionaliteit en meervoudig gebruik hoog op de gemeentelijke agenda (Hoekman & Van der Maat, 2017; Hoogendam et al., 2021). Steeds meer sportparken worden opengesteld of er worden vrij toegankelijke voorzieningen toegevoegd (calisthenics, survivalparcours). In sporthallen zien we steeds vaker dat modules worden toegevoegd (urban sports-elementen, gamification).

Gemeenten introduceren flexibele exploitatiemodellen (uurtarieven) voor sportvelden, waardoor ze beter kunnen sturen op mede-/deelgebruik van de velden (Schots & Schadenberg, 2020). Sportbonden nemen hun verantwoordelijkheid in de landelijke ambitie om de benutting van de sportaccommodaties te verhogen door bijvoorbeeld flexibele speeldagen te introduceren, doordeweekse competitie te stimuleren of normen en planningsregels aan te passen (Hoekman & Schadenberg, 2023). De gemeente is in de meeste gevallen niet langer de partij die financiert, beheert én coördineert. Steeds meer gemeenten besteden de uitvoering van het sportbeleid uit aan andere organisaties (Schadenberg, 2022). In het Nederlandse sportlandschap neemt de rol van externe uitvoeringsorganisaties toe, met name voor de uitvoering van het sportaccommodatiebeleid.

In 2023 is van ruim de helft van de binnensportvoorzieningen de gemeente eigenaar. Met name bij sporthallen is dit vaak het geval. Bij een groot deel van de buitensportvoorzieningen is ruim 90 procent in eigendom van de gemeente, maar hockeyvelden (ca. twee derde) en openlucht-tennisvoorzieningen (ca. een derde) zijn hier een uitzondering op. Bij tennisvoorzieningen is de niet-gemeentelijke partij relatief vaak een sportvereniging. Het verzelfstandigen of uitbesteden zien we voornamelijk bij een groot deel van binnensportvoorzieningen. Bij het overgrote deel van de buitensportvoorzieningen ligt de exploitatie bij gemeenten, met als uitzondering de openluchttennisvoorzieningen (Van Eldert & Van der Heijden, 2023). Verzelfstandiging of privatisering van gemeentelijke sportaccommodaties is in de afgelopen collegeperiode (2018-2022) minder vaak gebeurd dan in de collegeperiode daarvoor (2014-2018). Gemeenten verwachten dat er in de huidige collegeperiode (2022-2026) nog minder vaak sprake gaat zijn van verzelfstandiging of privatisering van één of meerdere binnensportaccommodaties. Voor buitensportaccommodaties verwachten ze dat dit gelijk blijft (Van Eldert & Van der Heijden, 2023). De rol van verenigingen bij het beheer en de exploitatie van sportaccommodaties is de laatste decennia omvangrijker geworden.

Met name zijn meer onderhoudstaken bij veldsportverenigingen komen te liggen (Hoekman et al., 2022). Er wordt meer van verenigingen verwacht om de maatschappelijke waarde van de sportaccommodatie te verhogen. Bijvoorbeeld door de accommodatie rookvrij te maken, gezonde alternatieven in de sportkantine aan te bieden of activiteiten open te stellen voor niet-leden (Lucassen et al., 2018). Bij de totstandkoming van het sportbeleid wordt samengewerkt met andere beleidsterreinen of gemeentelijke afdelingen. Sportbeleid wordt (daarmee) vaker integraal ingestoken (Hoogendam et al., 2021). Andere gemeentelijke domeinen dragen vaker financieel bij aan investeringen van sportieve aard. De financiële bijdrage is meestal voor activiteiten die ook voor de andere domeinen baten realiseren en komt niet zozeer direct ten goede van sportaccommodaties. Leeuwarden In een aantal beleidsstukken en besluiten van de gemeente Leeuwarden is er aandacht voor sport en sportaccommodaties. In het nieuwste coalitieakkoord staat dat sport een belangrijke rol moet vervullen in het wegwerken van gezondheidsachterstanden (Gemeente Leeuwarden, 2022a). Om dit te verwezenlijken wil de gemeente inzetten op het oplossen van knelpunten binnen de sportaccommodaties.

Onderdeel hiervan is het plan voor een nieuw sportpark in Middelsee en een structureel hogere bijdrage aan bv SPORT voor het in stand houden van de huidige sportinfrastructuur. In het nieuw vorm te geven sportbeleid is daarnaast aandacht voor een beweegvriendelijke leefomgeving, zwembaden en topsport.

Het huidige sport- en beweegbeleid van de gemeente stamt uit 2018 en focust onder meer op gezondheid, de vitaliteit van sportverenigingen en de inzet van combinatiefunctionarissen (Lijzenga & Jongejan, 2018). Samen met de Visie op Sportvoorzieningen (Gemeente Leeuwarden, 2022), die volgde op eerder onderzoek van het Mulier Instituut (Wezenberg-Hoenderkamp et al., 2020), vormt dit de basis van het nieuw te vormen integrale sportbeleid van de gemeente Leeuwarden (Gemeente Leeuwarden, 2024). In de omgevingsvisie van de gemeente Leeuwarden (2021) besteedt ze ook aandacht aan sport. Net als in de visie op sportvoorzieningen ziet ze sport als een belangrijke versterker van leefbaarheid en sociale cohesie, zeker in kleinere dorpen, en een middel om de (mentale) gezondheid van iedere inwoner van Leeuwarden te verbeteren. Onder meer daarom ziet de gemeente sport als een basisbehoefte die zoveel mogelijk behouden moet worden in de dorpen. Ten slotte is er aandacht voor watersport. De gemeente wil hierop inzetten door de mogelijkheden die er zijn actiever te benutten. Bewegingsonderwijs Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de huisvesting van scholen in het basisonderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet onderwijs. Hieronder vallen voorzieningen voor het bewegingsonderwijs.

Scholen in het primair onderwijs zijn vanaf het schooljaar 2023-2024 verplicht om voor alle leerlingen wekelijks twee gymlessen van 45 minuten te verzorgen. Dit betekent dat gemeenten vanuit scholen meer aanvragen voor zaalruimte (kunnen) krijgen. Maar vanuit de Wet op primair onderwijs was het voor scholen al vóór schooljaar 2023-2024 mogelijk om ruimte aan te vragen om dit verplichte aantal gymlessen te geven. In het schooljaar 2020-2021 gaf slechts 53 procent van de scholen in Nederland aan alle groepen wekelijks twee gymlessen (Slot-Heijs et al., 2021). Uit landelijk onderzoek blijkt dat een vijfde van de schoolleiders in het primair onderwijs verwacht niet te kunnen voldoen aan de deugdelijkheidseis in het schooljaar 2023-2024. De meest genoemde reden, die ruim de helft van deze schoolleiders noemde, is te weinig beschikbare ruimte in de binnensportaccommodaties. Het tekort aan financiële middelen en bevoegde leerkrachten noemt ruim een derde als belemmering. Bij een kwart vormt de afstand tot het gymnastieklokaal een belemmering (Slot-Heijs et al., 2021). Veel gemeenten kijken naar andersoortige (sport)accommodaties om het verplichte aantal gymlessen te laten plaatsvinden (Vrieswijk & Schadenberg, 2023).

De Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke Opvoeding (KVLO) heeft in een leerlijnanalyse inzichtelijk gemaakt hoe ze deze accommodaties als aanvullende gymlocatie kunnen inzetten (KVLO, 2023). Hierbij is het advies om 30 minuten gymles te geven bij deze aanvullende gymlocatie en 60 minuten in een binnensportaccommodatie. De wettelijke zorgplicht heeft betrekking op gymzalen,

sportzalen en sporthallen. Deze accommodaties zijn geschikt voor alle leerlijnen van het bewegingsonderwijs. De laatste jaren is er meer aandacht voor het dynamischer maken van de tijd die leerlingen op school doorbrengen, zowel in het primair onderwijs (Slot-Heijs et al., 2021) als in het voortgezet onderwijs (Slot-Heijs et al., 2022). Tijdens schooltijd organiseren nagenoeg alle scholen in het primair onderwijs beweegmomenten tussen of tijdens de lessen. In het voortgezet onderwijs vinden op steeds meer scholen sportactiviteiten tijdens de pauze plaats, maar is het aanbod vrijblijvender. De gemeente heeft geen zorgplicht voor het mogelijk maken van de aanvullende sport- en beweegactiviteiten tijdens of buiten schooltijd. De meeste activiteiten kunnen plaatsvinden in het (bestaande) klaslokaal of schoolgebouw of op het schoolplein. Wel kijkt ze, zeker bij nieuwbouw, steeds vaker naar vergrote speellokalen, ruimere schoolpleinen en beweegpleinen rondom het schoolgebouw. De schoolomgeving wordt hiermee breder inzetbaar, eventueel ook voor de reguliere gymlessen. Leeuwarden De gemeente Leeuwarden heeft haar huisvestingsplicht verwerkt in een lokale verordening voorzieningen huisvesting onderwijs (Gemeente Leeuwarden, 2018).

De relevante artikelen voor het bewegingsonderwijs in de lokale verordening komen overeen met de modelverordening van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). Dit zien we in vrijwel alle gemeenten terug (Vrieswijk & Schadenberg, 2023). In haar Voorzieningenplanning Onderwijs (2021-2030) streeft de gemeente ernaar de kwaliteit en duurzaamheid van de huisvesting voor onderwijs en opvang verder op orde te brengen. Kijkend naar de capaciteit voor bewegingsonderwijs geeft ze aan dat er in de bestaande accommodaties voldoende capaciteit beschikbaar is binnen de normafstanden. In Middelsee voorziet de gemeente extra zaaldelen om de te verwachten leerlingen binnen de gestelde afstanden te accommoderen. Daarnaast geeft ze aan dat de kwaliteit van de binnensportaccommodaties op peil is (Bresser, Veneklaas-Slots, Van Elp & Bulten, 2020).

Bevolkingsopbouw en -prognose In 2023 telde gemeente Leeuwarden circa 127.000 inwoners. Volgens woningbouw- en bevolkingsprognoses neemt dit aantal naar verwachting toe tot ruim 142.600 inwoners in 2035 (+13,3%). De gemeente Leeuwarden kan opgedeeld worden in wijken (figuur B2.1) en gebieden (figuur 2.2). Het gebied Noord was met ruim 22.400 inwoners het gebied met de meeste inwoners in 2023 (figuur 2.1). Zuidwest telde in 2023 de minste inwoners (circa 10.400).

De bevolkingsprognoses zijn niet op gebiedsniveau beschikbaar. Op basis van de woningbouwprognoses hebben we schattingen gemaakt van het verwachte aantal inwoners per gebied in 2030 en 2035. In het gebied Zuidoost voorspellen we de grootste groei van het aantal bewoners. Woningbouwopgaven in Middelsee en de Zuidlanden leveren hieraan de grootste bijdrage. Niet alle gebieden in de gemeente Leeuwarden krijgen in gelijke mate te maken met bevolkingsgroei. In een aantal gebieden neemt de bevolking nauwelijks toe of zelfs licht af tot 2035 (figuur 2.1). Figuur 2.1 (Verwacht) aantal inwoners gemeente Leeuwarden, per gebied, in 2023, 2030 en 2035 (in aantallen) 30.000 25.000 20.000 15.000 10.000 5.000 0

2023

2030

2035

Bron: Gemeente Leeuwarden, Basisregistratie Personen, 2023; Gemeente Leeuwarden, planaanbod woningen, 2024. Bewerking: Mulier Instituut.

Figuur 2.2 Gebiedsindeling gemeente Leeuwarden

Kaartvervaardiging: Mulier Instituut.

De bevolkingssamenstelling verschilt niet sterk per gebied. In Zuidoost wonen relatief veel jongeren (jonger dan 20 jaar), in Noord en in Dorpen juist veel ouderen (65 jaar en ouder) (tabel B3.1 in bijlage 3). In Centrum Oost en Oud Oost wonen in verhouding veel minder ouderen en jongeren en bestaat de bevolking vooral uit volwassenen tussen de 20 en 65 jaar. Leerlingenprognoses De gemeente Leeuwarden heeft 77 locaties voor onderwijs. Hieronder vallen 54 locaties voor basisonderwijs (po), twee locaties voor speciaal basisonderwijs (sbo), vijf locaties voor speciaal onderwijs (so) en zestien locaties voor voortgezet onderwijs (vo). In het schooljaar 2023-2024 staan bij deze scholen in totaal 17.812 leerlingen ingeschreven (tabel 2.1).

Doordat er op drie locaties in Leeuwarden veel woningen gebouwd worden (Middelsee, Nijlân & De Zwette en De Zuidlanden), stijgt het aantal basisschoolleerlingen richting 2030 en 2035. Prognoses voor het speciaal onderwijs en voortgezet onderwijs zijn niet beschikbaar. Tabel 2.1 Huidige en verwachte leerlingaantallen gemeente Leeuwarden in het schooljaar 2023, 2030 en 2035, per onderwijstype (in aantallen, aantal leerlingen afgerond op tientallen) Aantal leerlingen

Aantal locaties

2023

9.190

54

2030

10.120

54

2035

10.520

54*

Primair onderwijs

Speciaal onderwijs 2023

7 1.000

Voortgezet onderwijs 2023

7 16

7.680

16

Bron: Gemeente Leeuwarden, 2023. Bewerking: Mulier Instituut. *

Naar verwachting komen er scholen bij, maar hier zijn nog geen definitieve plannen voor.

Sportdeelname In 2022 sportte 53,7 procent van de volwassen inwoners (18 jaar en ouder) van Leeuwarden ten minste een keer per week. Ten opzichte van 2016 is dit een stijging (49,7%). De wekelijkse sportdeelname in gemeente Leeuwarden is gelijk aan het landelijke gemiddelde (53,6%). In vergelijking met het gemiddelde van de referentiegemeenten scoort Leeuwarden iets lager (55,7%). De wekelijkse sportdeelname onder jongere inwoners in gemeente Leeuwarden is niet bekend. In Nederland is gedurende de afgelopen twee decennia het percentage wekelijkse sporters onder ouderen gestegen (figuur 2.3). Het percentage wekelijkse sporters onder jongeren is juist gedaald. Volwassenen laten een licht stijgende trend zien. De lokale ontwikkeling van de sportdeelname naar leeftijdscategorie is niet bekend.

Figuur 2.3 Aandeel wekelijkse sporters per leeftijdsgroep in de periode 2001-2022 (in procenten van de Nederlandse bevolking) 100 90

80 70 60 50 40 30 20 10 0

4 t/m 11 jaar

12 t/m 17 jaar

18 t/m 64 jaar

65 jaar en ouder

Bron: Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor, CBS i.s.m. RIVM, 2010-2022.

Sportbondlidmaatschap In 2022 was 22,6 procent van de inwoners van Leeuwarden (via een sportvereniging) lid van een sportbond. Landelijk is het sportbondlidmaatschap onder de bevolking na een periode van afname weer toegenomen. In 2022 was bijna een kwart van de Nederlandse bevolking lid van een of meerdere sportbonden (24,4%). In vergelijking met het landelijke gemiddelde waren in 2022 relatief veel inwoners van gemeente Leeuwarden lid van de Atletiekunie. Het aantal inwoners met een lidmaatschap bij de hockey- en tennisbond was daarentegen lager dan het landelijke gemiddelde. De afgelopen jaren is het aantal inwoners van de gemeente met een lidmaatschap bij de gymnastiek-, hockey- en volleybalbond flink afgenomen (figuur 2.4). Het aantal leden van de voetbalbond is licht gestegen sinds 2014. De tennisbond heeft na een periode van afname veel nieuwe leden mogen verwelkomen.

Figuur 2.4 Ontwikkeling percentage inwoners met een lidmaatschap van diverse sportbonden in gemeente Leeuwarden (in procenten, t.o.v. 2014) 30 20

16 10

2

0

-4 -10

-13 -16 -18

-20 -30 2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Atletiek

Gymnastiek

Hockey

Tennis

Voetbal

Volleybal

2021

2022

Bron: NOC*NSFF, sportbondleden per gemeente, 2014-2022. *

Gegevens van het aantal leden van de volleybalbond (Nevobo) in 2021 zijn niet bekend.

Accommodatiegebruik Sport Mede door de coronamaatregelen is de ontwikkeling van het accommodatiegebruik van de Nederlandse bevolking (12 jaar en ouder) grillig. Tot aan de coronapandemie daalde het gebruik van buitensportaccommodaties licht. Met uitzondering voor 2018 gold dit ook voor de binnensportaccommodaties (figuur 2.5). Tijdens de coronamaatregelen in 2020 zijn de grootste schommelingen te zien in de locaties waar Nederlanders sportten. De openbare ruimte en vooral thuis werden populaire locaties om te sporten. In 2022 is deze toename afgevlakt. Binnen- en buitensportaccommodaties zagen juist weer een lichte toename in gebruik voor sportbeoefening.

Figuur 2.5 Beoefening van sportactiviteit naar locatie (in procenten van de Nederlandse bevolking van 12 jaar en ouder) 100 90 80 70 60 50

61 53

58 54

59

24

22 14

22 15

4

2

1

0

0

2014 (n=2.790)

2016 (n=2.847)

2018 (n=3.125)

2020 (n=2.726)

2022 (n=3.038)

61 53

49

57

40 30 20

14 11

10 0

2012 (n=2.482)

Sportaccommodatie buiten

25 20

21 14

(Sport)accommodatie binnen

53 51

47

25 18

Openbare ruimte

Thuis

Anders

Bron: SCP/CBS (VTO), 2012-2022.

Binnen- en buitensportaccommodaties worden voornamelijk gebruikt door de Nederlandse jeugd voor sportbeoefening. Het gebruik van deze accommodaties neemt af naarmate de leeftijd toeneemt (figuur 2.6). We zien dat het gebruik van sporthallen en sportvelden na een periode van lichte daling weer is gestabiliseerd. Figuur 2.6 Ontwikkeling aantal inwoners dat sport in een sporthal of op een sportveld, naar leeftijd (in procenten van de Nederlandse bevolking) 100 80 60

40 20 0 2012

2014

2016

2018

2020

2022

2012

2014

Sporthal

6 tot 17 jaar

2016

2018

2020

Sportveld

18 tot 35 jaar

Bron: SCP/CBS, Vrijetijdsomnibus (VTO), 2012-2022.

35 tot 54 jaar

55 jaar en ouder

2022

Hoofdstuk 3

In dit hoofdstuk behandelen we het aanbod aan binnensportaccommodaties en de normatieve behoefte vanuit de zaalsport en het bewegingsonderwijs in de gemeente Leeuwarden. Methoden staan beschreven in bijlage 1.

In de gemeente Leeuwarden zijn elf sporthallen en 42 gymzalen. Van de elf sporthallen zijn er zeven in eigendom van de gemeente, twee van scholengemeenschap Piter Jelles, één van bv SPORT en één van een stichting (tabel 3.1). Sporthal Aldlân is beperkt beschikbaar voor de zaalsport. Deze sporthal wordt niet openbaar verhuurd. Ook sporthal Julianalaan is slechts beperkt te gebruiken door sportverenigingen. De sporthallen Aldlân en Julianalaan hebben daarnaast geen horeca, waardoor de functionaliteit voor bijvoorbeeld wedstrijden beperkt is. De sporthallen en gymzalen die in eigendom van de gemeente zijn, worden grotendeels geëxploiteerd door bv SPORT. In de gemeente zijn geen sportzalen aanwezig. In bijlage 4 staat een overzicht van gymzalen in de gemeente Leeuwarden. Tabel 3.1 Aanbod van sporthallen in de gemeente Leeuwarden in 2023 Naam

Gebied

Eigenaar

Exploitant

Aantal zaaldelen

Rengershal

West

bv SPORT

bv SPORT

3

Nijlân

Zuidwest

Gemeente

bv SPORT

3

Julianalaan

Zuidwest

Scholengemeenschap

Scholengemeenschap

3

Piter Jelles

Piter Jelles

Kalverdijkje – Egelantier

Noordoost

Gemeente

bv SPORT

2

Kalverdijkje - Schieringe

Noordoost

Gemeente

bv SPORT

2

Camminghahal

Noordoost

n.b.

n.b.

3

It Gryn - Bordinehal

Noord

Gemeente

bv SPORT

2

It Gryn - Iehal

Noord

Gemeente

bv SPORT

2

Aldlân

Zuidoost

Scholengemeenschap

Scholengemeenschap

3

Piter Jelles

Piter Jelles

Wiarda

Zuidoost

Gemeente

bv SPORT

2

De Twine

Dorpen

Gemeente

bv SPORT

2

Bron: Gemeente Leeuwarden, 2023. Bewerking: Mulier Instituut.

Geplande mutaties In de nieuwe wijk Middelsee (gebied Zuidoost) wordt een sporthal gebouwd. Het is nog niet bekend wanneer. De omvang en het aantal zaaldelen zijn ook nog niet bekend. Overig aanbod In de gemeente Leeuwarden staat een blaashal waar het zaalhockey plaatsvindt. Deze blaashal is aangeschaft door bv SPORT en de hockeyvereniging. Mede hierdoor maken de zaalhockeyverenigingen geen gebruik van de sporthallen in de gemeente Leeuwarden. Maar de blaashal is een noodvoorziening die gaat stoppen, wellicht al volgend seizoen (2024/’25). Het zaalhockey moet dan een plek krijgen binnen de sporthallen in de gemeente Leeuwarden. Benchmark De sporthallen en gymzalen in de gemeente Leeuwarden zijn in totaal goed voor 69 zaaldelen, wat neerkomt op 13,7 zaaldelen per 25.000 inwoners. Dit is aan de lage kant vergeleken met referentiegemeenten, VSG-regio Fryslân en het landelijke gemiddelde (tabel 3.2). Dit komt doordat er geen sportzalen in de gemeente aanwezig zijn. Het aantal sporthallen is in lijn met het gemiddelde van referentiegemeenten en Nederland. Wel zijn er relatief veel sporthallen in de gemeente Leeuwarden met slechts één scheidingswand, waardoor de beschikbare ruimte maar in twee zaaldelen op te delen is. Gebruikelijk is dat een sporthal twee scheidingswanden heeft en in drie zaaldelen op te delen is.

Het aantal gymzalen is juist hoog in vergelijking met VSG-regio Fryslân en Nederland. Sporthallen en sportzalen hebben de afmetingen voor de meeste zaalsporten. Gymzalen kunnen voornamelijk gebruikt worden voor het faciliteren van bewegingsonderwijs, maar kennen een beperktere functionaliteit voor het accommoderen van de meeste zaalsporten. Tabel 3.2 Benchmark aanbod binnensportaccommodaties in de gemeente Leeuwarden in 2023 (in aantallen per 25.000 inwoners) Sporthallen

Sportzalen

Gymzalen

Zaaldelen

Gemeente Leeuwarden

2,2

0,0

8,4

13,7

Referentiegemeenten

2,0

0,6

8,5

15,8

VSG-regio Fryslân

3,1

1,5

7,8

20,2

Nederland

2,2

1,0

6,5

15,2

Bron: Mulier Instituut, Database SportAanbod (DSA), 2023.

De sporthallen in de gemeente Leeuwarden zijn ruimtelijk geconcentreerd in de stad Leeuwarden (figuur 3.1). De grotere kernen Stiens en Grou beschikken ook over een sporthal. Sporthallen Kalverdijkje en It Gryn bestaan uit twee sporthallen. Figuur 3.1 Sporthallen in de gemeente Leeuwarden

Bron: Mulier Instituut, Database SportAanbod (DSA), 2023. Kaartvervaardiging: Mulier Instituut.

*

In sporthallen It Gryn en Kalverdijkje zijn twee sporthallen te vinden.

Inwoners van de gemeente Leeuwarden moeten gemiddeld 1,7 kilometer afleggen naar de dichtstbijzijnde sporthal (tabel 3.3). Dit is iets meer dan het landelijke

gemiddelde (1,6 kilometer) en het gemiddelde van andere sterk stedelijke gemeenten (1,4 kilometer), maar lager dan het gemiddelde van VSG-regio Fryslân (2,2 kilometer) (Wezenberg-Hoenderkamp & Rauws, 2023). Inwoners uit het gebied Dorpen moeten relatief het verst reizen: gemiddeld 4,3 kilometer. Drie kilometer wordt algemeen beschouwd als de afstand die men bereid is af te leggen voor sportbeoefening (Hoekman et al., 2013). 92 procent van de inwoners van gemeente Leeuwarden woont binnen drie kilometer afstand van een sporthal (tabel 3.3). Alleen in het gebied Dorpen geldt dit niet voor de overgrote meerderheid van de bewoners. Circa twee derde van de bewoners moet daar meer dan drie kilometer reizen. In de meeste gevallen bevindt de dichtstbijzijnde sporthal zich in de gemeente Leeuwarden (99%) (niet in figuur). De inwoners waarvoor een sporthal in een andere gemeente dichterbij ligt (zoals Heerenveen, Waadhoeke of SúdwestFryslân), wonen allemaal in het gebied Dorpen. Wanneer we de afstand meten tot de dichtstbijzijnde sporthal in de gemeente zelf, moeten de inwoners uit Dorpen gemiddeld 4,8 kilometer afleggen. De komst van een nieuwe sporthal in Middelsee heeft gemeentebreed weinig invloed op de af te leggen afstanden door inwoners naar de dichtstbijzijnde sporthal. Alleen voor een deel van de inwoners uit de gebieden Zuidwest, Zuidoost en Dorpen verandert er iets.

Voor een klein deel van de inwoners van de gebieden Zuidwest en Zuidoost betekent de komst van de nieuwe sporthal in Middelsee dat de dichtstbijzijnde sporthal voortaan binnen drie kilometer ligt. Voor een deel van de inwoners uit Dorpen wordt Middelsee de dichtstbijzijnde sporthal in plaats van een sporthal in een buurgemeente (niet in figuur). Ondanks dat de afstand tot de dichtstbijzijnde sporthal daalt, moeten de bewoners dan nog altijd meer dan drie kilometer reizen (figuur 2.4).

Tabel 3.3 Gemiddelde afstand inwoners gemeente Leeuwarden tot dichtstbijzijnde sporthal (in kilometers, gemeten over de weg; dichtstbijzijnde sporthal in gemeente Leeuwarden of buurgemeente)

Gebied

Gemiddelde afstand

% inwoners met een sporthal binnen 3 km

% inwoners

2023

Incl. Middelsee

2023

Incl. Middelsee

Centrum Oost

1,5

1,5

100

100

12

Oud Oost

1,4

1,4

100

100

10

West

1,4

1,4

100

100

13

Zuidwest

0,7

0,7

99,9

100

8

Noordoost

1,4

1,4

99,9

99,9

11

Noord

1,2

1,2

96,1

96,1

18

Zuidoost

1,7

1,6

98,0

98,4

15

Dorpen

4,3

4,2

38,3

38,3

12

Gemeente Leeuwarden

1,7

1,7

92

92

Bron: CBS, statistische gegevens per vierkant, 2023; Mulier Instituut, Database SportAanbod (DSA), 2023. Bewerking: Mulier Instituut.

Terugblik 2020 In 2020 hebben we sporthal Camminghahal, zoals hierboven vermeld, niet meegenomen in het onderzoek. Omdat de samenstelling van de gemeente redelijk stabiel is gebleven, zien we dat de gemiddelde afstand naar de dichtstbijzijnde sporthal redelijk gelijk is gebleven. Het toevoegen van de Camminghahal aan de afstandsberekening heeft weinig invloed, aangezien de sporthal dichtbij sporthal Kalverdijkje ligt.

(Georganiseerde) binnensport De behoefte aan sporthallen voor de (georganiseerde) zaalsport berekenen we aan de hand van draagvlakcijfers. Deze draagvlakcijfers vormen een planologische richtlijn. Sporthallen in een stedelijke context hebben een draagvlak van 10.000 tot 17.500 inwoners; voor sporthallen in een minder stedelijke context (dorpen) is dit 6.250 tot 12.500 inwoners (Schadenberg et al.,2020). Deze draagvlakcijfers hebben we herijkt ten opzichte van het rapport uit 2020. De draagvlakcijfers zijn verlaagd en verruimd. De draagvlakcijfers voor sportzalen hebben we losgelaten.

Herijking draagvlakcijfers binnensportaccommodaties (Schadenberg et al., 2020) Uit de praktijk blijkt dat sporthallen in een stedelijk gebied veelal een draagvlak hebben van 10.000 tot 17.500 inwoners; in een minder stedelijk gebied is dat 6.250 tot 12.500 inwoners. Gebruiksgegevens van de

gemeentelijke sporthallen laten zien dat in de meeste gevallen een gemiddeld sportgebruik wordt behaald als deze bandbreedte wordt aangehouden in een gebied. Ten opzichte van de ‘oude’ draagvlakcijfers uit de Planologische Kengetallen (15.000 tot 20.000 inwoners) is dit een verruiming; er zijn meer sporthallen nodig. Bij de planning van sportzalen moeten de draagvlakcijfers uit de Planologische Kengetallen worden losgelaten. Het aantal aanwezige sportzalen is in vrijwel alle gebieden beduidend lager dan de Planologische Kengetallen voorschrijven. Sportzalen hebben een beperktere functionaliteit voor de meeste zaalsporten, maar kunnen wel in een specifieke behoefte voorzien. Vanuit het bewegingsonderwijs of vanuit specifieke gebruikers, zoals gymnastiek/turnverenigingen, kan de totstandkoming of instandhouding van sportzalen een logische uitkomst zijn. Lokaal moet deze afweging worden gemaakt, dus draagvlakcijfers moeten niet leidend zijn.

Op basis van dit draagvlak stellen we de normatieve behoefte aan sporthallen in de gemeente Leeuwarden vast op minimaal 9 (8,6) en maximaal 16 (16,1) sporthallen in 2023 (tabel 3.4). Hierbij hebben we per gebied bepaald of we het stedelijke of nietstedelijke draagvlak moeten aanhouden. Het huidige aanbod van elf sporthallen ligt aan de onderkant van deze bandbreedte. In de toekomst stijgt de behoefte vanwege de groeiende bevolking naar minimaal 10 (9,7) en maximaal 19 (18,6) sporthallen in 2035. Het toekomstige aanbod van twaalf sporthallen (de elf huidige sporthallen plus een nieuwe sporthal in Middelsee) ligt daarmee ook in de toekomst aan de onderkant van de bandbreedte van de behoefte aan sporthallen. Zoals hierboven vermeld zijn twee sporthallen – Aldlân en Julianalaan – niet of beperkt inzetbaar voor de zaalsport. Wanneer we deze sporthallen niet meenemen in het aanbod, ligt dat zowel nu als in de toekomst op de ondergrens van de behoefte. Aan de ene kant is er een relatief laag aandeel sportbondlidmaatschappen in de gemeente en er is een beperkte regionale functie door het aanbod aan sporthallen in omliggende gemeenten. Aan de andere kant zijn er geen sportzalen in de gemeente waar sportverenigingen naar kunnen uitwijken. Hierdoor is een aanbod in het midden van de bandbreedte naar verwachting in lijn met de behoefte.

Het huidige aanbod, dat aan de onderkant van de bandbreedte ligt, is wellicht (te) weinig. Op gebiedsniveau zien we in de gebieden Centrum Oost en Oud Oost geen sporthallen, terwijl er vanuit de draagvlakcijfers wel een behoefte van minimaal één sporthal is. In de directe nabijheid in aanliggende gebieden zijn wel voldoende

sporthallen aanwezig om deze behoefte op te vangen. In de overige gebieden is er voldoende aanbod voor de minimale normatieve behoefte. De behoefte per gebied geeft slechts een indicatie: inwoners kunnen ook gebruikmaken van sporthallen in andere gebieden. Tabel 3.4 Aanbod-behoefteanalyse sporthallen in de gemeente Leeuwarden in 2023, 2030 en 2035 (in aantallen) Behoefte Aanbod

2023

2030

2035

Min.

Max.

Min.

Max.

Min.

Max.

-

0,9

1,5

1,0

1,7

1,0

1,8

Oud Oost

-

0,7

1,2

0,7

1,3

0,7

1,3

West

1

0,9

1,6

1,0

1,7

1,0

1,8

Zuidwest

2

0,6

1,0

0,6

1,1

0,7

1,2

Noordoost

3

0,8

1,4

0,8

1,4

0,8

1,4

Noord

2

1,8

3,6

1,8

3,6

1,8

3,6

Zuidoost

2

1,6

3,2

2,1

4,1

2,3

4,7

Dorpen

1

1,3

2,6

1,4

2,7

1,4

2,8

Gemeente Leeuwarden

11

8,6

16,1

9,4

17,6

9,7

18,6

Centrum Oost

Terugblik 2020 In 2020 is de planologische richtlijn voor de behoefte aan sporthallen herijkt. In 2020 schatten we de behoefte nog op zes tot acht sporthallen, waarmee er dus een flink overschot was met het aanbod van tien sporthallen. Inmiddels is deze behoefte, door de herijkte draagvlakcijfers en een lichte bevolkingsgroei, gestegen naar 8,6 tot 16,1 sporthallen in 2023. Bewegingsonderwijs De gemeente Leeuwarden heeft een taakstelling om te voorzien in gymnastieklokalen zodat de scholen het verplichte aantal klokuren bewegingsonderwijs voor hun leerlingen kunnen verzorgen. Ook kan de gemeente ervoor kiezen om de huur van niet-gemeentelijke gymnastieklokalen te vergoeden aan schoolbesturen. Het aantal klokuren waarvoor de gemeente een taakstelling heeft, zien we als het aantal normuren of de normatieve behoefte.

Gymnastieklokaal Een gymnastieklokaal is minstens 252 vierkante meter en de hoogte is minstens 5 meter. Dit kan een gymzaal van (minimaal) 21 bij 12 meter zijn, of een af te scheiden zaaldeel van een sporthal of sportzaal.

In tabel 3.5 zetten we het huidige aanbod aan gymnastieklokalen af tegen de huidige en toekomstige behoefte (op basis van het aantal klokuren bewegingsonderwijs). Hierbij kijken we per wijk hoeveel gymnastieklokalen er zijn (aanbod). Vervolgens kijken we hoeveel klokuren bewegingsonderwijs de scholen afnemen in deze wijk (behoefte). Een gymnastieklokaal kan per week maximaal 26 uur worden ingezet voor bewegingsonderwijs van het basisonderwijs en speciaal onderwijs, en maximaal 34 uur voor het voortgezet onderwijs. Indien nodig kan er medegebruik plaatsvinden van basisonderwijs/speciaal onderwijs en voortgezet onderwijs, om de beschikbare gymnastieklokalen maximaal te benutten. Bij medegebruik maken meerdere scholen van verschillende onderwijstypen gebruik van hetzelfde gymnastieklokaal. Een gymnastieklokaal wordt dan bijvoorbeeld in de ochtend gebruikt door het basisonderwijs, en in de middag door het voortgezet onderwijs. In de gemeente Leeuwarden is een totale behoefte van 46 gymnastieklokalen. Met medegebruik zijn er 41 gymnastieklokalen nodig (tabel 3.5). Het aanbod van 73 gymnastieklokalen is hiermee ruim voldoende voor de totale behoefte. Hierbij houden we nog geen rekening gehouden met afstanden en beschikbaarheid.

Tabel 3.5 Aanbod-behoefteanalyse gymnastieklokalen voor bewegingsonderwijs scholen in Leeuwarden, naar onderwijstype, in 2023, 2030 en 2035 (in aantallen, tussen haakjes de onafgeronde behoefte) Aanbod Onderwijstype

Behoefte

2023

2023

Basisonderwijs

15

(15,0)

Speciaal onderwijs

9

(8,7)

Voortgezet onderwijs

22

(22,0)

Totaal - zonder medegebruik

70*

46

Totaal - met medegebruik

70*

41

2030 17

(16,4)

2035 18

(17,2)

Bron: Gemeente Leeuwarden, 2023. Bewerking: Mulier Instituut. *

In de toekomst wordt sporthal Julianalaan (gelijk aan 3 gymnastieklokalen) niet meer gebruikt voor bewegingsonderwijs en komt er een sporthal bij in Middelsee (gelijk aan 3 gymnastieklokalen). Het totale aanbod blijft daarmee 70 gymnastieklokalen.

Op gebiedsniveau zien we een tekort aan capaciteit in de gebieden Centrum Oost en Oud Oost. In de overige gebieden is juist sprake van een overschot (tabel 3.6). In Zuidwest zijn er momenteel voldoende gymnastieklokalen, mits er medegebruik plaatsvindt tussen basisonderwijs/speciaal onderwijs en voortgezet onderwijs. In de toekomst, wanneer sporthal Julianalaan niet meer gebruikt wordt voor bewegingsonderwijs, ontstaat er een tekort aan gymnastieklokalen in dit gebied.

Richting de toekomst (2030 en 2035) blijft de behoefte aan bewegingsonderwijs voor het basisonderwijs stabiel. Alleen in de nieuwbouwwijken Middelsee, De Zuidlanden en Nijlân & De Zwette stijgt de behoefte. Deze gebieden hebben momenteel een overschot aan gymnastieklokalen, waardoor er – normatief gezien – ruimte is voor deze stijgende behoefte. Voor het speciaal onderwijs en voortgezet onderwijs zijn geen prognoses van leerlingaantallen of klokuren bewegingsonderwijs beschikbaar. Op basis van de bevolkingsprognose en de prognose van het basisonderwijs verwachten we geen grote groei in behoefte aan gymnastieklokalen voor het speciaal onderwijs en voortgezet onderwijs. Tabel 3.6 Aanbod-behoefteanalyse gymnastieklokalen voor bewegingsonderwijs scholen in Leeuwarden, naar gebied en onderwijstype, in 2023, 2030 en 2035 (in aantallen, tussen haakjes de onafgeronde behoefte) Aanbod Gebied

Onderwijstype

Centrum Oost

2023 2030

2023

2030

2035

Basisonderwijs

1

(0,5)

1

1 (0,5)

Speciaal onderwijs

1

(0,2)

6

(5,3)

Voortgezet onderwijs

Dorpen

Noord

Noordoost

Oud Oost

Behoefte (0,5)

Totaal - zonder medegebruik

3

3

8

-

-

Totaal - met medegebruik

3

3

6

-

-

Basisonderwijs

2

(2,0)

Voortgezet onderwijs

1

(0,7)

2

(2,0)

2 (2,0)

Totaal - zonder medegebruik

8

8

3

-

-

Totaal - met medegebruik

8

8

3

-

-

Basisonderwijs

3

(2,4)

Speciaal onderwijs

2

(1,4)

Voortgezet onderwijs

2

(1,7)

3

(2,4)

3 (2,3)

Totaal - zonder medegebruik

10

10

7

-

-

Totaal - met medegebruik

10

10

5

-

-

Basisonderwijs

2

(1,7)

Speciaal onderwijs

2

(1,6)

Voortgezet onderwijs

5

(4,7)

2

(1,6)

2 (1,6)

Totaal - zonder medegebruik

14

14

9

-

-

Totaal - met medegebruik

14

14

8

-

-

Basisonderwijs

1

(1,0)

Voortgezet onderwijs

3

(2,7)

1

(0,9)

1 (0,9)

Totaal - zonder medegebruik

3

3

4

-

-

Totaal - met medegebruik

3

3

4

-

-

West

Basisonderwijs

3

(2,4)

Speciaal onderwijs

2

(1,8)

Voortgezet onderwijs

3

(2,4)

3

(2,1)

3 (2,2)

Totaal - zonder medegebruik

9

9

8

-

-

Totaal - met medegebruik

9

9

6

-

-

Zuidoost

Basisonderwijs

4

(3,3)

4

(3,4)

4 (3,1)

Nieuwbouw Middelsee

Basisonderwijs

1

(0,1)

2

(1,3)

2 (1,8)

Nieuwbouw De Zuidlanden

Basisonderwijs

0

(0,0)

1

(0,5)

1 (0,4)

Totaal Zuidoost

Basisonderwijs

4

(3,5)

6

(5,2)

6 (5,4)

Voortgezet onderwijs

2

(1,2)

Zuidwest

Totaal - zonder medegebruik

12

15

6

-

-

Totaal - met medegebruik

12

15

4

-

-

Basisonderwijs

2

(1,5)

2

(1,4)

2 (1,5)

Nieuwbouw Nijlân & De Zwette Basisonderwijs

0

(0,0)

1

(0,4)

1 (0,9)

Totaal Zuidwest

Basisonderwijs

2

(1,5)

2

(1,8)

3 (2,4)

Speciaal onderwijs

4

(3,7)

4

(3,4)

Voortgezet onderwijs Totaal - zonder medegebruik

11

8

10

-

-

Totaal - met medegebruik

11

8

8

-

-

Bron: Gemeente Leeuwarden, 2023. Bewerking: Mulier Instituut.

Het bewegingsonderwijs hoeft niet in hetzelfde gebied plaats te vinden als waar de school is gevestigd. Wel moet de afstand die leerlingen moeten overbruggen van het schoolgebouw tot het gymnastieklokaal binnen bepaalde normen vallen.

Normafstand De normafstanden die de gemeente Leeuwarden in haar verordening heeft opgenomen, zijn in lijn met de modelverordening van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). De normafstand voor basisscholen en scholen voor speciaal onderwijs (sbo & (v)so) bedraagt 1.000 meter. Voor het voortgezet onderwijs geldt voor alle scholen 2.000 meter als normafstand.

Als we deze richtafstanden aanhouden en rekening houden met het medegebruik van de voorzieningen, constateren we voor een aantal scholen knelpunten bij het gebruik van de huidige gymnastieklokalen. Omdat niet van alle schoollocaties bekend is waar zij bewegingsonderwijs afnemen, kan het zijn dat zij meer knelpunten ervaren.

Centrum Oost Basisschool OBS de Oldenye wijkt uit naar de wijk Oud Oost, naar gymzaal Menno van Coehoorn. Deze bevindt zich op meer dan 1.000 meter afstand. Gymzaal Piter Jelles biedt onvoldoende capaciteit voor de benodigde klokuren van het Piter Jelles Stedelijk Gymnastium. Er zijn meerdere uitwijkmogelijkheden voor deze school binnen de normafstand van 2.000 meter. Dorpen Basischool It Pertoer gymt op 2,7 kilometer afstand. Er is geen gymnastieklokaal dichter bij de school. Basisschool De Greidefûgel heeft geen gymnastieklokaal binnen de normafstand van 1.000 meter. Zij gaan daarom met busvervoer naar de gymnastieklessen. Noord Basisschool Arjen Roelofsskoalle gymt in sporthal It Gryn. Deze is op 4,1 kilometer afstand. Er is wel een gymnastieklokaal binnen de normafstand aanwezig, namelijk dorpshuis De Kampioen. Noordoost Gymzaal Piter Jelles (De Dyk) heeft onvoldoende capaciteit om de klokuren van Piter Jelles De Brêge en Piter Jelles De Dyk te kunnen faciliteren. Er zijn voor deze scholen voldoende uitwijkmogelijkheden binnen de normafstand van 2.000 meter. Oud Oost Basisschool IKC Prins Constantijn gymt in de Rengershal in West en gymzaal Rengers in Noord, beide op 1,2 kilometer afstand van de school. De afstand van school tot gymnastieklokaal is hierbij groter dan de normafstand van één kilometer.

Gymzaal CSG Comensius Zamenhof biedt onvoldoende capaciteit voor de klokuren van deze school voor voortgezet onderwijs. Er zijn meerdere uitwijkmogelijkheden binnen de normafstand van 2.000 meter. West Gymzaal Impulse Leeuwarden heeft onvoldoende capaciteit voor de benodigde klokuren van voorgezet onderwijs Piter Jelles Impulse. Er zijn meerdere uitwijkmogelijkheden binnen de normafstand van 2.000 meter. Gymnastiekzaal Montessori High School (Piter Jelles) biedt onvoldoende capaciteit voor de klokuren van het Piter Jelles Montessori College. Er zijn meerdere uitwijkmogelijkheden binnen de normafstand van 2.000 meter. Zuidoost In dit gebied constateren we geen knelpunten, zowel qua afstand als qua klokuren. Wel is er een aantal scholen in dit gebied waarvan niet bekend is waar zij het bewegingsonderwijs afnemen. Voor één van deze scholen, IKC

Maxima, is een gymlocatie binnen normafstand bereikbaar. Voor twee andere scholen, IKC Wiarda en Piter Jelles ISK, zijn geen gymlocaties beschikbaar binnen de normafstand. Deze twee scholen kunnen dus een knelpunt hebben. De wijk Middelsee is een nieuwe wijk in Zuidoost waar de komende jaren veel extra woningen komen. Hier is al een nieuwe basisschool: IKC Middelsee. Er komt ook een sporthal, waar het bewegingsonderwijs kan plaatsvinden. We verwachten hier geen knelpunten. Zuidwest Gymzaal Cornelis Trooststraat biedt onvoldoende capaciteit voor de benodigde klokuren van het Monoliet (speciaal onderwijs). De school heeft meerdere uitwijkmogelijkheden binnen de normafstand van 1.000 meter. Sporthal Julianalaan is vanaf volgend schooljaar niet meer beschikbaar voor bewegingsonderwijs. Er zijn momenteel geen scholen waarvan bekend is dat zij deze sporthal gebruiken als gymlocatie. Dit heeft dus waarschijnlijk geen effect op het bewegingsonderwijs.

Sporthal Aldlân is beperkt beschikbaar voor de zaalsport: deze wordt niet openbaar verhuurd. Overdag wordt deze sporthal gebruikt voor bewegingsonderwijs door het Piter Jelles College, maar dit is niet opgenomen in de geanalyseerde reserveringsoverzichten. We duiden de cijfers daarom, om een goed beeld te schetsen van de situatie in Leeuwarden, ook exclusief sporthal Aldlân. In de gemeentelijke sporthallen werd gemiddeld circa 890 uur gesport in het seizoen 2022/’23 (figuur 3.2). Dat blijkt uit analyse van de reserveringsoverzichten van de gemeentelijke binnensportaccommodaties. Dit is laag in vergelijking met sporthallen in vergelijkbare gemeenten, waar circa 1.220 uur per jaar gesport wordt. Dit komt voornamelijk door de het lage sportgebruik van sporthal Aldlân en de Camminghahal. Daarnaast werden de sporthallen gemiddeld 680 uur ingezet voor bewegingsonderwijs. In referentiegemeenten was dit gemiddeld 1.070 uur. De gemeentelijke gymzalen werden gemiddeld circa 380 uur ingezet voor sport en 695 uur voor bewegingsonderwijs. Wanneer we sporthal Aldlân buiten beschouwing laten, is er een gemiddeld jaargebruik van 960 uur voor sport en 740 uur voor bewegingsonderwijs.

Figuur 3.2 Sportgebruik gemeentelijke binnensportaccommodaties Leeuwarden in het seizoen 2022/’23 (in gewogen uren) 1800 1600 1400 1200 1000 800 600 400 200 0

Sporthal

Bron: Gemeente Leeuwarden, reserveringsoverzichten, 2022/’23. Bewerking: Mulier Instituut.

De bezetting van de sporthallen varieert gedurende het seizoen. Zaalcompetities van ‘veldsporten’ (bijvoorbeeld hockey en korfbal) vinden alleen plaats gedurende de wintermaanden. Deze sporten vinden veelal plaats in sporthallen. Doordat in Leeuwarden de hockeyvereniging in de wintermaanden gebruikmaakt van de blaashal, is er slechts een lichte stijging in de bezetting van de sporthallen in Leeuwarden in de wintermaanden. Uit de reserveringsoverzichten blijkt dat deze stijging voornamelijk komt door gebruik van de sporthallen door korfbal. Aangezien de blaashal waarschijnlijk volgend seizoen al verdwijnt, stijgt de bezetting in de wintermaanden naar verwachting komend seizoen. Het gebruik van de gymzalen is gedurende het seizoen constanter (figuur 3.3).

Gymzaal

Figuur 3.3 Gemiddelde maandbezetting gemeentelijke binnensportaccommodaties Leeuwarden in het seizoen 2022/’23 (in procenten, vakantie- en feestdagen buiten beschouwing gelaten) 60 50 40

30 20 10 0

Sporthallen (n=11)

Sporthallen excl Aldlân (n=10)

Gymzalen (n=29)

Bron: Gemeente Leeuwarden, reserveringsoverzichten, 2022/’23. Bewerking: Mulier Instituut.

De bezetting van binnensportaccommodaties varieert gedurende de dag (figuur 3.4). In de ochtend en vroege middag (9:00 tot 15:00 uur) vindt doordeweeks voornamelijk bewegingsonderwijs plaats. Doordeweeks zijn de avonduren tussen 18:00 en 22:00 uur het meest gewild voor (georganiseerde) zaalsport. Gedurende deze uren is er nog wel voldoende ruimte voor meer gebruik van de sporthallen. De gymzalen worden in de avonduren slechts beperkt gebruikt.

Figuur 3.4 Gemiddelde doordeweekse bezetting gemeentelijke binnensportaccommodaties Leeuwarden in het seizoen 2022/’23 (in procenten, vakantie- en feestdagen buiten beschouwing gelaten) 80 70 60 50 40 30 20 10 0

Sporthallen (n=11)

Sporthallen excl Aldlân (n=10)

Gymzalen (n=29)

Bron: Gemeente Leeuwarden, reserveringsoverzichten, 2022/’23. Bewerking: Mulier Instituut.

De sporthallen worden op zaterdag meer gebruikt dan op zondag (figuur 3.5). Het gebruik hiervan vindt voornamelijk overdag plaats. De gymzalen worden in het weekend vrijwel niet gebruikt. Figuur 3.5 Gemiddelde weekendbezetting gemeentelijke binnensportaccommodaties Leeuwarden in het seizoen 2022/’23 (in procenten, vakantie- en feestdagen buiten beschouwing gelaten) 45 40 35 30 25 20 15 10

5

Zaterdag Sporthallen (n=11)

Zondag Sporthallen excl Aldlân (n=10)

Bron: Gemeente Leeuwarden, reserveringsoverzichten, 2022/’23. Bewerking: Mulier Instituut.

Gymzalen (n=29)

22:00-23:00

21:00-22:00

20:00-21:00

19:00-20:00

18:00-19:00

17:00-18:00

16:00-17:00

15:00-16:00

14:00-15:00

13:00-14:00

12:00-13:00

11:00-12:00

10:00-11:00

09:00-10:00

08:00-09:00

22:00-23:00

21:00-22:00

20:00-21:00

19:00-20:00

18:00-19:00

17:00-18:00

16:00-17:00

15:00-16:00

14:00-15:00

13:00-14:00

12:00-13:00

11:00-12:00

10:00-11:00

09:00-10:00

08:00-09:00

0

De sporthallen zijn overdag (tussen 9:00 en 15:00 uur) op doordeweekse dagen gemiddeld 52 procent van de tijd bezet (figuur 3.6). Hoewel deze tijd over het algemeen gebruikt wordt voor bewegingsonderwijs, vindt er gedurende deze periode ook nog wat zaalsport plaats (50% van de bezetting betreft bewegingsonderwijs, 2% van de bezetting zaalsport). Wanneer we sporthal Aldlân buiten beschouwing laten, is de gemiddelde bezetting tussen 9:00 en 15:00 uur 57 procent. Hierbij hebben de sporthallen Egelantier, Julianalaan, Nijlân, Schieringen en Wiarda een hoge bezetting. In de andere sporthallen is nog (ruim) voldoende capaciteit vrij. Gymzalen zijn in deze periode gemiddeld 56 procent van de tijd bezet. Tussen 08:00 en 16:00 uur is de gemiddelde bezetting van de gymzalen slechts 50 procent. Dit is een stuk lager dan de gemiddelde bezetting in vergelijkbare gemeenten (62%). In de avonduren (tussen 18:00 en 22:00 uur) is de bezetting van de sporthallen gemiddeld 73 procent. Exclusief Aldlân is dit 74 procent. Ook dit is laag vergeleken met referentiegemeenten, waar de gemiddelde bezetting in de avonduren 86 procent is. De sporthallen Aldlân, Camminghahal en Wiarda worden fors minder gebruikt in de avonduren. De overige sporthallen hebben een bezetting tussen de 73 en 90 procent.

Vooral de sporthallen Kalverdijkje-Schieringen en Rengers kennen een (zeer) hoge bezetting: hier is geen extra bezetting mogelijk. De gymzalen worden in de avonduren slechts 24 procent van de tijd bezet. In het weekend worden de sporthallen voornamelijk op zaterdag gebruikt. De gemiddelde bezetting van de sporthallen op zaterdag (tussen 9:00 en 19:00 uur) is 38 procent (figuur 3.7). De bezetting is erg wisselend tussen de verschillende sporthallen. Sporthal Aldlân wordt niet gebruikt in het weekend. Op zondag is de gemiddelde bezetting van de sporthallen slechts 13 procent. De gymzalen worden op zowel zaterdag als zondag vrijwel niet gebruikt. Terugblik 2020 De bezetting van binnensportaccommodaties was in 2020 vergelijkbaar met de bezetting in 2023. Zowel in 2020 als in 2023 is er in de meeste sporthallen (voldoende) capaciteit beschikbaar in de binnensportaccommodaties. Wel is er een aantal sporthallen waar de capaciteit volledig benut wordt. Ook worden de accommodaties nog steeds weinig gebruikt vergeleken met vergelijkbare gemeenten.

Figuur 3.6 Gemiddelde doordeweekse bezetting gemeentelijke binnensportaccommodaties Leeuwarden in het seizoen 2022/’23 (in procenten, vakantie- en feestdagen buiten beschouwing gelaten) 0

20

40

60

80

100

Sporthal Aldlân Camminghahal

13

11

de Twine

17

It Gryn - Bordinehal

16

9

09:00-15:00

It Gryn - Iehal

47

1

Julianalaan

72

Kalverdijkje - Egelantier

6 79

Kalverdijkje - Schieringen

4

47

30

Nijlân

89

Rengers

2

55

8

Wiarda

79

Gemiddelde gymzalen (n=29)

55

2

1

Sporthal Aldlân Camminghahal

10

48 18

de Twine

15 39

45

18:00-22:00

It Gryn - Bordinehal

60

It Gryn - Iehal Julianalaan

31 49

Kalverdijkje - Egelantier

24 60

Kalverdijkje - Schieringen

25 76

Nijlân

14

55

Rengers

20 74

Wiarda

Gemiddelde gymzalen (n=29)

19

42

47

21

Maart-oktober

15 14

3

Januari-februari;november-december

Bron: Gemeente Leeuwarden, reserveringsoverzichten, 2022/’23. Bewerking: Mulier Instituut.

Figuur 3.7 Gemiddelde weekendbezetting gemeentelijke binnensportaccommodaties Leeuwarden tussen 9:00 en 19:00 uur in het seizoen 2022/’23 (in procenten, vakantie- en feestdagen buiten beschouwing gelaten) 0

20

40

60

Sporthal Aldlân Camminghahal

18

9

de Twine

26

It Gryn - Bordinehal

18

It Gryn - Iehal Zaterdag

36 25

22

Julianalaan

8

Kalverdijkje - Egelantier

34

9 16

20

Kalverdijkje - Schieringen

40

Nijlân

8

22

Rengers

20

Wiarda

24

20

16

32

Gemiddelde gymzalen (n=29) 11

Sporthal Aldlân Camminghahal 1 4

Zondag

de Twine

13

It Gryn - Bordinehal

4

It Gryn - Iehal

6

Julianalaan

3

Kalverdijkje - Egelantier

13 8 13

Kalverdijkje - Schieringen

36

Nijlân Rengers

15

16

28

2

Wiarda

5

Gemiddelde gymzalen (n=29) 1 Maart-oktober

Januari-februari;november-december

Bron: Gemeente Leeuwarden, reserveringsoverzichten, 2022/’23. Bewerking: Mulier Instituut.

80

100

Bv SPORT is verantwoordelijk voor de exploitatie van acht sporthallen in de gemeente Leeuwarden. Daarnaast zijn zij beheerder van één sporthal, namelijk de Rengershal (tabel 3.1). De bezetting en het gebruik van deze hallen zijn volgens bv SPORT als volgt: Sporthal Kalverdijkje bestaat uit twee sporthallen: Schieringe en Egelantier. Schieringe is de hoofdsporthal van Leeuwarden en heeft de grootste tribune. Overdag wordt de sporthal gebruikt voor bewegingsonderwijs, ’s avonds is deze de hoofdlocatie voor de basketbalvereniging. Egelantier wordt overdag gebruikt door het voortgezet speciaal onderwijs. Deze kinderen kunnen niet buiten sporten omdat dit te veel prikkels geeft. Zij gebruiken de sporthal daarom het hele jaar door . In de avond wordt de hal voornamelijk gebruikt voor handbal en volleybal. Sporthal Wiarda is in de avonden druk bezet. Overdag is er nog wat ruimte, die op dit moment niet gevuld wordt vanwege de ligging van de sporthal. Deze ligt in een uithoek van Leeuwarden, relatief ver van de gebieden waar grote problemen in ruimte voor sport zijn (Nijlân en Kalverdijkje). De Rengershal zit zowel overdag als in de avonden vol. Deze hal wordt ook veel gebruikt door de studentensport. Studenten beginnen al vroeg met sporten en de scholen bieden extra beweeg-/sportprogramma’s aan.

Zowel het bewegingsonderwijs als de studentensport zou graag meer gebruik maken van de hal. Sporthal de Twine ligt in Grou. Overdag vindt er bewegingsonderwijs plaats, ’s avonds voornamelijk korfbal, voetbal en recreatie voor ouderen. De gymzaal bij deze sporthal wordt overdag volledig bezet door bewegingsonderwijs. Sporthal Aldlân wordt overdag gebruikt voor bewegingsonderwijs, maar kent ’s avonds een beperkt gebruik. Dit komt doordat deze vastzit aan een school. Sporthal It Gryn ligt in Stiens en bestaat uit twee hallen: Bordinehal en Iehal. Overdag worden de sporthallen gebruikt door het basisonderwijs, ’s avonds door handbal, korfbal, judo en turnen. De sporthal is niet vrij toegankelijk. In de weekenden wordt deze hal niet gebruikt. De bezetting van de sporthal is ’s avonds en in het weekend hoog. Sporthal Nijlan is drie jaar geleden opgeleverd en zit van ’s ochtends tot ’s avonds helemaal vol met onderwijs. De druk op de sporthal is al hoog, maar gaat naar verwachting extra toenemen doordat de nabijgelegen sporthal Julianalaan vanaf september 2024 overdag niet meer inzetbaar is voor bewegingsonderwijs. De Camminghahal is niet in beheer van bv SPORT, maar wordt wel door bv SPORT gehuurd als overlooplocatie. Hieronder beschrijven we de ervaringen van bv SPORT met de binnensportaccommodaties in de gemeente Leeuwarden.

Inroostering en overleg met gebruikers Bv SPORT begint het proces van inroostering in maart. Het rooster van het lopende seizoen dient als leidraad voor het nieuwe seizoen. Ze inventariseren bij gebruikers wat de behoefte is voor het volgende seizoen. Bv SPORT probeert roosters te maken die hierbij aansluiten. In de praktijk is er vaak weinig aanpassing mogelijk. Bv SPORT ziet weinig tot geen krimp binnen de verenigingen die gebruik maken van de binnensportaccommodaties. De meeste verenigingen groeien. Er zijn zelfs diverse verenigingen die een ledenstop hanteren. Binnen de gemeente Leeuwarden is steeds meer aandacht voor de waarde van sport en bewegen. Zo zijn er het programma School en omgeving en het Nijntje Beweegdiploma, en bieden verschillende verenigingen alternatieve sportactiviteiten aan, zoals Oldstars of walking-varianten van hun sport. Er is geen structureel overleg tussen bv SPORT en gebruikers over de inroostering of het gebruik van de sporthallen. Doordat er schaarste is in diverse sporthallen, merkt bv SPORT dat er wrijving ontstaat tussen verenigingen en bv SPORT. De verenigingen willen meer ruimte, maar bv SPORT kan ze die niet bieden. Algemeen contact met de verenigingen loopt voornamelijk via de buurtsportcoaches. Zij vangen ook signalen op bij de verenigingen over knelpunten en eventuele wensen.

Knelpunten Bv SPORT ervaart diverse knelpunten in het aanbod en gebruik van de binnensportaccommodaties, specifiek in de sporthallen: Qua capaciteit ziet bv SPORT twee grote probleemgebieden: Nijlân en Kalverdijkje. In Nijlân komt bv SPORT meerdere zaaldelen (twee à drie) tekort in de nabije omgeving. Het knelpunt zorgtvoor spanningen tussen gemeente en scholen, die allemaal hun eigen gebruik veilig willen stellen. In de omgeving zijn meerdere scholen voor voortgezet onderwijs. Deze scholen willen graag hun beweegaanbod uitbreiden en verwachten de komende jaren nog een leerlingenstijging. Alternatieven voor het wegvallen van de Julianalaan zijn beperkt. Niets ligt in de buurt. Er worden concessies gedaan (zoals vermindering van klokuren) die zeer onwenselijk, maar wel nodig zijn. In Kalverdijkje liggen twee sporthallen. Bv SPORT geeft aan dat zowel bewegingsonderwijs als sportverenigingen meer gebruik willen maken van de sporthal dan nu mogelijk is. De nieuwe sporthal die in Middelsee gebouwd wordt, ligt te ver weg om als oplossing voor de krapte in Nijlân en Kalverdijkje te dienen. Verschillende sporthallen hebben maar één scheidingwand, waardoor de beschikbare ruimte niet optimaal benut kan worden. Het verschil in kwaliteit tussen de verschillende sporthallen is groot. Dit steekt bij een aantal verenigingen.

Zij moeten gebruik maken van een van de ‘mindere’ accommodaties, terwijl andere verenigingen wel gebruik kunnen maken van een ‘goede’ accommodatie. Bij een deel van de accommodaties is de inrichting niet geschikt of zijn de faciliteiten beperkt, zoals te lage plafonds, te weinig scheidingswanden, geen

berging en ongeschikte materialen. Hierdoor moeten diverse verenigingen en scholen gebruik maken van accommodaties die in principe niet geschikt zijn voor hun sport. Een voorbeeld hiervan is turnen: dit vindt plaats in verschillende accommodaties, omdat niet alle toestellen/materialen overal aanwezig zijn. Turnen voor jongens is in de gemeente niet mogelijk omdat hiervoor geen toestellen beschikbaar zijn. Er is geen sporthal in Leeuwarden die 9 meter hoog is en daarmee voldoet aan bondseisen voor de hoogste competities. Er zijn wel verenigingen die de ambitie hebben om op een hoger niveau dan op dit moment mogelijk is uit te komen, maar dat kan nu dus niet. Hockey kan niet gefaciliteerd worden in de sporthallen. Hiervoor is een blaashal aangekocht die over twee hockeyvelden geplaatst is. Maar dit is geen gewenste situatie, omdat het niet bijdraagt aan het bewegingsonderwijs (multigebruik). Daarnaast is de levenduur van de blaashal eindig en kost het onderhoud veel geld. Oplossingen Vanwege de krapte in diverse sporthallen en de ligging van de sporthallen in de gemeente, ziet bv SPORT alleen een oplossing in het ontwikkelen van extra capaciteit in de vorm van sporthallen. Dit gaat dan specifiek om capaciteit in de gebieden Nijlân en Kalverdijkje.

Hoofdstuk 4

In dit hoofdstuk behandelen we het aanbod aan banen en velden en de behoefte vanuit de buitenverenigingen. De behoefte hebben we bepaald aan de hand van richtlijnen. In bijlage 1 staat per sport de toegepaste richtlijn beschreven.

Gemeente Leeuwarden telt negentien sportparken, die sterk verschillen in grootte en sportaanbod (tabel 4.1). Sportparken Kalverdijkje Zuid en Noord zijn ruimtelijk van elkaar gescheiden. De gemeente is eigenaar van de meeste velden en banen op de sportparken. Beheer en exploitatie hiervan is in handen van bv SPORT. Kantines of horecavoorzieningen zijn in bezit van de verenigingen. Kleedkamers zijn meestal eigendom van de gemeente. Uitzondering op deze eigendoms- en exploitatiesituatie zijn de tennis- en padelbanen. Deze zijn in eigendom van de vereniging of commerciële aanbieder. Zij zijn zelf ook verantwoordelijk voor de exploitatie. van de banen en velden op de sportparken. Daarnaast heeft voetbalvereniging DTD een van de voetbalvelden op het sportpark in eigendom. Verspreid door gemeente Leeuwarden is een aantal kaatsvelden te vinden. Een deel hiervan heeft een plek gekregen op de sportparken uit de tabel. De andere kaatsverenigingen hebben hun veld op een eigen locatie (zie paragraaf 4.8).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=79575432-ac97-4737-a3ee-3c639ccab35c