Bijlage 1-2 regels
Tekst van het document
bestemmingsplan Leeuwarden Wijkvernieuwing Heechterp vastgesteld
bestemmingsplan Regels
Leeuwarden - Wijkvernieuwing Heechterp vastgesteld 16 mei 2023
bestemmingsplan Leeuwarden - Wijkvernieuwing Heechterp
Inhoudsopgave
Regels
5
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
7 7 13
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15
Bestemmingsregels Bedrijf - Nutsvoorziening Detailhandel Groen Horeca Maatschappelijk Verkeer - Parkeerterrein Verkeer - Verblijfsgebied Water Wonen Leiding - Gas Waarde - Archeologie 2 Waarde - Archeologie 3 Waarde - Archeologie 5
15 15 17 19 21 23 25 27 29 31 35 37 39 41
Hoofdstuk 3 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20 Artikel 21
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
43 43 45 47 49 51 53
Hoofdstuk 4 Artikel 22 Artikel 23
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
55 55 57
3
bestemmingsplan Leeuwarden - Wijkvernieuwing Heechterp
4
bestemmingsplan Leeuwarden - Wijkvernieuwing Heechterp
Regels
5
bestemmingsplan Leeuwarden - Wijkvernieuwing Heechterp
6
bestemmingsplan Leeuwarden - Wijkvernieuwing Heechterp
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
het plan
het bestemmingsplan Leeuwarden - Wijkvernieuwing NL.IMRO.0080.04013BP01-VG01 van de gemeente Leeuwarden. 1.2
Heechterp
met
identificatienummer
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3
aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit
een beroeps*- of bedrijfsactiviteit waarvan de activiteiten niet onevenredig publieksaantrekkend zijn en die op kleine schaal in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie; *) betreft de (voormalige) vrije beroepen; 1.4
aanbouw en uitbouw
een gebouw dat architectonisch ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en dat een vergroting c.q. uitbreiding van het hoofdgebouw vormt die in directe verbinding staat met dat hoofdgebouw en ten dienste staat van dat hoofdgebouw; 1.5
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.6
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.7
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.8
bebouwingspercentage
de oppervlakte van bouwwerken uitgedrukt in procenten van de nader aangegeven gronden; 1.9
bed and breakfast
het tegen betaling aanbieden van tijdelijke logies en ontbijt in een woning; 1.10
bedrijf
een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren, inzamelen en verhandelen van goederen, niet zijnde detailhandel; 1.11
bedrijfsvloeroppervlakte
de totale vloeroppervlakte van de ruimte binnen een functie die wordt gebruikt voor een aan-huis-verbonden beroeps c.q. een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten, en dergelijke;
7
bestemmingsplan Leeuwarden - Wijkvernieuwing Heechterp
1.12 a. b. 1.13
bestaand ten aanzien van de bij of krachtens de Woningwet en/of Wabo aanwezige bouwwerken en werkzaamheden: bestaand ten tijde van de terinzagelegging van het bestemmingsplan als ontwerp; ten aanzien van het overige gebruik: bestaand ten tijde van het van kracht worden van het plan; bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak; 1.14
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.15
bijgebouw
een opzichzelfstaand, al dan niet vrijstaand gebouw zonder directe verbinding met het hoofdgebouw dat architectonisch ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.16
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.17
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.18
bouwperceelgrens
de grens van een bouwperceel; 1.19
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.20
bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.21
dak
iedere bovenbeëindiging van een gebouw; 1.22
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die, die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.23
erf
de oppervlakte van het bouwperceel, voor zover gelegen achter de naar de weg gekeerde gevel van het hoofdgebouw en verminderd met de oppervlakte van het hoofdgebouw; 1.24
erotisch getinte vermaaksfunctie
een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal;
8
bestemmingsplan Leeuwarden - Wijkvernieuwing Heechterp
1.25
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.26
hoofdgebouw
een gebouw dat, gelet op de bestemming, zowel ruimtelijk als functioneel als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt; 1.27
horecabedrijf en/of -instelling
een bedrijf, waar bedrijfsmatig dranken en etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie; 1.28
horecabedrijf categorie 1
een horecabedrijf dat is gericht op het verstrekken van dranken en etenswaren aan bezoekers zoals ijssalons, croissanterieën, lunch- en tearooms en naar de aard en openingstijden daarmee gelijk te stellen horecabedrijven; 1.29
horecabedrijf categorie 2
een horecabedrijf dat voornamelijk is gericht op het verstrekken van maaltijden, zoals restaurants; 1.30
horecabedrijf categorie 3
een horecabedrijf dat zowel is gericht op het verstrekken van etenswaren als dranken of een combinatie van beiden, zoals cafetaria's, snackbars, automatieken en shoarmazaken; 1.31
hospitaregeling
het verhuren van maximaal 2 wooneenheden aan maximaal 2 personen in een woning, waarbij de eigenaar de hoofdbewoner van de woning is en minimaal 50% van de woonoppervlakte van de woning zelf bewoont onder exclusief gebruiksrecht; 1.32
huishouden
een alleenstaande, dan wel twee of meer personen, die een duurzame (gemeenschappelijke) huishouding voer(t)(en) of wil(len) voeren, waar bij een gemeenschappelijke huishouding sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan (kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen); 1.33
kamerverhuur en kamerverkoop
de verhuur of verkoop van een wooneenheid ten behoeve van bewoning aan personen voor welke bewoning inschrijving in de Basis Registratie Personen noodzakelijk is; 1.34
kamerverhuurpand en kamerverkooppand
gebouw of een deel van een gebouw met drie of meer wooneenheden, niet vallende onder het begrip logiesgebouw en/of logiesverblijf als bedoeld in het Bouwbesluit en niet vallende onder de hospitaregeling, die als hoofdverblijf apart zijn of kunnen worden bewoond door niet in een gezinsverband levende personen; 1.35
kampeermiddel
een tent, een tentwagen, een kampeerauto, een caravan of een stacaravan, dan wel enig ander daarmee vergelijkbaar voertuig of onderkomen, dat geheel of ten dele is bestemd of opgericht dan wel wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;
9
bestemmingsplan Leeuwarden - Wijkvernieuwing Heechterp
1.36
kap
een dak met een zekere helling; 1.37
karakteristieke hoofdvorm
de hoofdvorm van een gebouw, zoals die wordt gevormd door de goothoogte, bouwhoogte, dakhelling en kapvorm; 1.38
openbaar toegankelijk gebied
een weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar vaarwater en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer; 1.39 a. b. c.
1.40
peil voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; voor het bouwen van een bouwwerk in, op of over het water: het NAP - 0,52 m;
recreatief medegebruik
een recreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan; 1.41
seksinrichting
een voor het publiek toegankelijke ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.42
supermarkt
een detailhandelsbedrijf dat zich in hoofdzaak richt op het verkopen van voedings- en genotmiddelen en dagelijkse levensbenodigdheden in een algemeen assortiment, in de vorm van een zelfbedieningszaak die vanwege de grootschaligheid van het aanbod een groot oppervlak nodig heeft voor de uitstalling; 1.43
woning
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden of twee alleenstaanden; 1.44
woningomzetting
het omzetten van een functie anders dan wonen naar één of meer woningen of drie of meer wooneenheden (voor kamergewijze verhuur) hieronder wordt tevens verstaan het omzetten van één of meer wooneenheden naar één of meer woningen; 1.45
woningsplitsing
het bouwkundig en/of functioneel splitsen van één woning in twee of meer woningen;
10
bestemmingsplan Leeuwarden - Wijkvernieuwing Heechterp
1.46
wooneenheid
een tot bewoning bestemd gebouw of onderdeel van een gebouw dat, vanuit bouwtechnisch oogpunt gezien, blijvend is bestemd voor permanente bewoning, voldoet aan alle criteria die van toepassing zijn op woningen, behalve aan het hebben van een keuken en/of een toilet en/of een douche, waarbij de aan de wooneenheid ontbrekende voorzieningen wel als gemeenschappelijke voorzieningen ter compensatie moeten zijn gelegen in hetzelfde gebouw; 1.47
woongebouw
een gebouw, dat meerdere naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden; 1.48
woonhuis
een gebouw, dat één woning omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden; 1.49
woonschip
een zich in het water bevindend, hoofdzakelijk niet voor varen maar voor wonen bedoeld object; 1.50
woonsituatie
de waarde van een gebied voor de woonfunctie die wordt bepaald door de situering van om die woonfunctie liggende functies en bebouwing, daarbij in het bijzonder gelet op de daglichttoetreding, het uitzicht, de mate van privacy en het voorkomen en beperken van hinder.
11
bestemmingsplan Leeuwarden - Wijkvernieuwing Heechterp
12
bestemmingsplan Leeuwarden - Wijkvernieuwing Heechterp
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
dakhelling:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.2
de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.3
de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.4
de inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.5
de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
13
bestemmingsplan Leeuwarden - Wijkvernieuwing Heechterp
14
bestemmingsplan Leeuwarden - Wijkvernieuwing Heechterp
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Bedrijf - Nutsvoorziening
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Bedrijf - Nutsvoorziening’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
gebouwen ten behoeve van het openbaar nut, zoals transformatorgebouwen, gebouwen ten behoeve van de gas-, water- en elektravoorzieningen en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwen;
met de daarbijbehorende: b. c.
terreinen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
3.2
Bouwregels
3.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. b.
een gebouw zal binnen een bouwvlak worden gebouwd; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bouwhoogte (m)’ aangegeven bouwhoogte;
3.2.2
Bouwwerken, geen gebouw zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. b.
de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 2,00 m bedragen; de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 5,00 m bedragen.
15
bestemmingsplan Leeuwarden - Wijkvernieuwing Heechterp
16
bestemmingsplan Leeuwarden - Wijkvernieuwing Heechterp
Artikel 4 4.1
Detailhandel
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Detailhandel’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
gebouwen ten behoeve van: 1. detailhandel, met uitzondering van supermarkten; 2. een supermarkt, ter plaatse van de aanduiding 'supermarkt';
met de daarbijbehorende: b. c. d. e. f. g.
tuinen, erven en terreinen; wegen, straten en paden; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; sloten, bermen en beplanting; bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
4.2
Bouwregels
4.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. b.
een gebouw zal binnen een bouwvlak worden gebouwd; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte;
4.2.2
Bouwwerken, geen gebouw zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a.
b. 4.3
de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 2,00 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de naar de weg gekeerde gevel(s) van het (hoofd)gebouw en het verlengde daarvan, ten hoogste 1,00 m zal bedragen; de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 5,00 m bedragen. Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. b. c. d. e. f.
het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van supermarkten, tenzij de gronden zijn voorzien van de aanduiding 'supermarkt'; het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van bed and breakfast; het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van horecadoeleinden; het gebruik van de gronden en bouwwerken voor de verkoop en opslag van motorbrandstoffen (inclusief lpg); het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van bedrijfsdoeleinden; het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van perififere detailhandel;
17
bestemmingsplan Leeuwarden - Wijkvernieuwing Heechterp
18
bestemmingsplan Leeuwarden - Wijkvernieuwing Heechterp
Artikel 5 5.1
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g.
groenvoorzieningen; speelvoorzieningen; wegen, straten en paden; in- en uitritten; ontsluitingswegen ten behoeve van de aangrenzende bestemming(en); waterlopen en waterpartijen; sloten, bermen en beplanting;
met daaraan ondergeschikt: h. i.
parkeervoorzieningen; oevers en kaden;
met de daarbij behorende: j. k.
verhardingen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
5.2
Bouwregels
5.2.1
Gebouwen
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 5.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. b.
de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 1,00 m bedragen; de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 5,00 m bedragen.
19
bestemmingsplan Leeuwarden - Wijkvernieuwing Heechterp
20
bestemmingsplan Leeuwarden - Wijkvernieuwing Heechterp
Artikel 6 6.1
Horeca
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Horeca’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
gebouwen ten behoeve van horecabedrijven categorie 1, 2 en/of 3, ter plaatse van de aanduiding 'horeca tot en met categorie 3';
met de daarbij behorende: b. c. d. e.
tuinen, erven en terreinen; groenvoorzieningen; parkeervoorzieningen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
6.2
Bouwregels
6.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. b.
een gebouw zal binnen een bouwvlak worden gebouwd; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bouwhoogte (m)’ aangegeven bouwhoogte.
6.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a.
b. 6.3
de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 2,00 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de naar de weg gekeerde gevel(s) van het (hoofd)gebouw en het verlengde daarvan, ten hoogste 1,00 m zal bedragen; de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 5,00 m bedragen. Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. b.
het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van zelfstandige detailhandel; het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van cafés, bars en discotheken.
21
bestemmingsplan Leeuwarden - Wijkvernieuwing Heechterp
22
bestemmingsplan Leeuwarden - Wijkvernieuwing Heechterp
Artikel 7 7.1
Maatschappelijk
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Maatschappelijk’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
gebouwen ten behoeve van maatschappelijke voorzieningen;
met de daarbijbehorende: b. c. d. e. f. g. h.
tuinen, erven en terreinen; wegen, straten en paden; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; speelvoorzieningen; sloten, bermen en beplanting; bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
7.2
Bouwregels
7.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. b.
een gebouw zal binnen een bouwvlak worden gebouwd; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte.
7.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a.
b. 7.3
de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 2,00 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de naar de weg gekeerde gevel(s) van het (hoofd)gebouw en het verlengde daarvan, ten hoogste 1,00 m zal bedragen; de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 5,00 m bedragen. Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a.
b. c.
het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van geluidgevoelige objecten indien de gronden zijn voorzien van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk uitgesloten geluidgevoelig object'; het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van de uitoefening van detailhandel, tenzij het ondergeschikte detailhandel betreft; het gebruik van de gronden en bouwwerken voor de uitoefening van een horecabedrijf, tenzij het ondergeschikte horeca betreft.
23
bestemmingsplan Leeuwarden - Wijkvernieuwing Heechterp
24
bestemmingsplan Leeuwarden - Wijkvernieuwing Heechterp
Artikel 8 8.1
Verkeer - Parkeerterrein
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer - Parkeerterrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
parkeervoorzieningen;
met de daarbij behorende: b. c. d.
(ontsluitings)wegen, straten en paden; groenvoorzieningen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
8.2
Bouwregels
8.2.1
Gebouwen
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 8.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. b.
8.3
de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 2,00 m bedragen; de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan rechtstreeks ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, zal ten hoogste 5,00 m bedragen. Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen.
25
bestemmingsplan Leeuwarden - Wijkvernieuwing Heechterp
26
bestemmingsplan Leeuwarden - Wijkvernieuwing Heechterp
Artikel 9 9.1
Verkeer - Verblijfsgebied
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Verkeer - Verblijfsgebied’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
(woon)straten, paden en pleinen
met de daarbij behorende: b. c. d. e. f. g. h. i. j.
groenvoorzieningen; speelvoorzieningen; voet- en rijwielpaden; sloten, bermen, beplanting; waterlopen en waterpartijen; kaden en oevers; waterhuishoudkundige voorzieningen; parkeervoorzieningen; dammen, duikers en bruggen;
met de daarbij behorende: k.
bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
9.2
Bouwregels
9.2.1
Gebouwen
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 9.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan rechtstreeks ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, ten hoogste 5,00 m zal bedragen.
27
bestemmingsplan Leeuwarden - Wijkvernieuwing Heechterp
28
bestemmingsplan Leeuwarden - Wijkvernieuwing Heechterp
Artikel 10 10.1
Water
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Water’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
waterlopen en waterpartijen; oevers en paden; recreatief medegebruik; bermen en beplanting/groenvoorzieningen;
met de daarbijbehorende: e.
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder overbeschoeiingen, bruggen, duikers en/of dammen en voorzieningen ten behoeve van watertechnologie en duurzame energieopwekking, niet zijnde kleine windturbines.
10.2
Bouwregels
10.2.1
Gebouwen
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 10.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. b. c.
er mogen geen steigers, vlonders en plankieren worden gebouwd; de bouwhoogte van oeverbeschoeiingen zal ten hoogste 0,40 m bedragen; de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan rechtstreeks ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer al dan niet over het water, zal ten hoogste 5,00 m bedragen.
10.3
Afwijken van de bouwregels
10.3.1
Afwijking
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. b.
het bepaalde in lid 10.2.2 sub a in die zin dat steigers, vlonders en plankieren worden gebouwd; het bepaalde in lid 10.2.2 sub b in die zin dat de hoogte van oeverbeschoeiingen wordt verhoogd tot ten hoogste 0,60 m, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waterstructuur en de waterhuishoudkundige situatie.
10.3.2
Toetsingscriteria
Het bepaalde in lid 10.3.1 sub a kan uitsluitend worden toegepast, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: a. b. c. d. e. f. 10.4
het straat- en bebouwingsbeeld; een goede woonsituatie; de milieusituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend het gebruik als ligplaats voor woonschepen dan wel andere vaartuigen die als zodanig worden gebruikt.
29
bestemmingsplan Leeuwarden - Wijkvernieuwing Heechterp
10.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 10.5.1
Vergunningplichtige werken en werkzaamheden
Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist: a. b. c.
het aanbrengen van dagrecreatieve voorzieningen; het wijzigen en/of dempen van waterlopen; het vergraven van oevers.
10.5.2
Uitzondering
Het bepaalde in lid 10.5.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden welke: a. b.
het normale onderhoud betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan.
10.5.3
Voorwaarde
De omgevingsvergunning kan uitsluitend worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: a. b.
de waterstructuur; de waterhuishoudkundige situatie.
30
bestemmingsplan Leeuwarden - Wijkvernieuwing Heechterp
Artikel 11 11.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor a.
b.
c. d. e. f. g.
grondgebonden woonhuizen, met dien verstande dat deze alleen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - grondgebonden woning' gerealiseerd mogen worden, al dan niet in combinatie met een aan-huis-verbonden beroep- of bedrijfsactiviteit, niet zijnde bed and breakfast; woongebouwen, met dien verstande dat deze alleen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - woongebouw' gerealiseerd mogen worden, al dan niet in combinatie met een aan-huis-verbonden beroep- of bedrijfsactiviteit, niet zijnde bed and breakfast; aan- en uitbouwen en bijgebouwen; groenvoorzieningen; waterlopen en waterpartijen; sloten, bermen en beplanting; een ondergrondse parkeergarage, met dien verstande dat deze alleen ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage' gerealiseerd mag worden;
waarbij, indien de gronden zijn voorzien van de aanduiding 'karakteristiek', het behoud van de bestaande karakteristieke hoofdvorm van de gebouwen wordt nagestreefd, met de daarbij behorende: h. i. j. k. l. m.
tuinen, erven en terreinen; wegen, straten en paden; waterhuishoudkundige voorzieningen; parkeervoorzieningen; speelvoorzieningen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
11.2
Bouwregels
11.2.1
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. b. c. d. e.
f. g.
een hoofdgebouw zal binnen een bouwvlak worden gebouwd; het aantal woningen zal ten hoogste 1140 bedragen; een woning heeft een minimale oppervlakte van 65 m2 bvo; voor zover op de verbeelding een aanduiding 'gevellijn' is aangegeven, dient het hoofdgebouw met de voorgevel in of evenwijdig aan de gevellijn gebouwd te worden; de bouwhoogte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte met dien verstande dat indien binnen één bouwvlak meer dan één maatvoeringsaanduidingen 'maximum bouwhoogte (m)' voor komen, de grens van de aanduiding indicatief is en dat van die grens binnen het bouwvlak met maximaal 10 meter kan worden afgeweken; de goot- en bouwhoogte van een hoofdgebouw mogen niet meer bedragen dan de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' aangegeven goot- en bouwhoogte; de dakhelling van een hoofdgebouw zal niet meer bedragen dan 60º.
11.2.2
Aan- en uitbouwen en bijgebouwen
Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen gelden de volgende regels: a.
de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen en bijgebouwen per hoofdgebouw zal ten hoogste 50 m² bedragen, met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen en bijgebouwen ten hoogste 50% van het erf zal bedragen;
31
bestemmingsplan Leeuwarden - Wijkvernieuwing Heechterp
b. c. d.
bijgebouwen zijn enkel toegestaan bij bestaande hoofdgebouwen; de goothoogte van een aan- en uitbouw en bijgebouw zal ten hoogste 3 m bedragen; de dakhelling van een aan- en uitbouw en bijgebouw zal ten hoogste 60° bedragen.
11.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a.
b.
de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 2,00 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de naar de weg gekeerde gevel(s) van het (hoofd)gebouw en het verlengde daarvan, ten hoogste 1,00 m zal bedragen;; de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 5,00 m bedragen.
11.3
Afwijken van de bouwregels
11.3.1
Afwijking
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 11.2.2 sub a en worden toegestaan dat de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen en bijgebouwen per hoofdgebouw wordt vergroot tot ten hoogste 100 m2 , met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen en bijgebouwen ten hoogste 50% van het erf zal bedragen. 11.3.2
Toetsingscriteria
Een afwijkingsmogelijkheid als bedoeld in lid 11.3.1 wordt uitsluitend toegepast, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.
het bebouwingsbeeld; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de cultuurhistorische waarden; de landschappelijke waarden; de milieusituatie; de natuurlijke waarden; de sociale veiligheid; de verkeersveiligheid; de watersituatie; de woonsituatie.
11.4
Specifieke gebruiksregels
11.4.1
Verboden gebruik
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. b. c. d. e. f. g.
het gebruik van woonhuizen als kamerverhuurpand of kamerverkooppand; het gebruik van bijgebouwen voor bewoning; het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel; het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een horecabedrijf; het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van bed and breakfast; het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van bedrijfsdoeleinden anders dan in de vorm van een aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit; het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit, zodanig dat: 1. de bedrijfsvloeroppervlakte meer bedraagt dan 30% van de totale gezamenlijke begane vloeroppervlakte van de aanwezige bebouwing op het bouwperceel, met dien verstande dat de bedrijfsvloeroppervlakte per bouwperceel ten hoogste 50 m² mag bedragen; 2. de activiteit niet (mede) wordt uitgeoefend door de eigenaar of één van de bewoners van de betreffende woning; 3. het totale aantal werkenden bij een beroepsuitoefening meer dan drie bedraagt en bij een bedrijfsuitoefening meer dan twee; 4. de activiteiten meldingsplichtig of vergunningplichtig zijn ingevolg de Wet milieubeheer
32
bestemmingsplan Leeuwarden - Wijkvernieuwing Heechterp
5.
6. 7. 8.
9. 11.4.2
respectievelijk de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; er detailhandel plaatsvindt, tenzij er sprake is van de verkoop van ter plaatse vervaardigde non-food goederen of de verkoop van direct aan de activiteit verwante artikelen, met dien verstande dat de verkoopvloeroppervlakte ten hoogste 10% van de bedrijfsvloeroppervlakte mag bedragen; de activiteit leidt tot parkeer- en verkeersoverlast; de activiteit leidt tot overlast door een publiekaantrekkende werking; het uiterlijk aanzien van de woning wordt aangetast. Uitsluitend reclame in de vorm van één naamsaanduiding of logo met een lengte van niet meer dan 1 m en een oppervlakte van niet meer dan 0.50 m² in de vorm van niet uitstekende, niet verlichte reclameuitingen is toegestaan; de activiteit hinder voor het woonmilieu oplevert. Voorwaardelijke verplichting ecologie
Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken, binnen de aanduiding 'overige zone - ecologisch onderzoek' overeenkomstig de in lid 11.1 opgenomen bestemmingsomschrijving: a.
zonder dat ecologisch onderzoek is uitgevoerd bij de nieuwbouw van woningen, waaruit moet blijken dat negatieve effecten op soorten in het gebied zijn uitgesloten dan wel een ontheffing van de Wet natuurbescherming voor optreden van negatieve effecten op soorten is verleend.
11.5
Afwijken van de gebruiksregels
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a.
lid 11.4.1 sub e, in die zin dat de gronden en bouwwerken, in combinatie met het wonen, worden gebruikt ten behoeve van bed and breakfast, mits: 1. de bedrijfsvloeroppervlakte niet meer bedraagt dan 30% van de totale gezamenlijke begane vloeroppervlakte van de aanwezige bebouwing op het bouwperceel, met dien verstande dat de bedrijfsvloeroppervlakte per bouwvlak ten hoogste 50 m² mag bedragen; 2. er ten hoogste vier slaapplaatsen in ten hoogste twee van elkaar gescheiden ruimten voor nachtverblijf aanwezig zijn; 3. de exploitant hoofdbewoner is en er daadwerkelijk woont; 4. de kamers deel uitmaken van het hoofdgebouw of van een daarvan onderdeel uitmakende aan- of uitbouw; 5. het uiterlijk aanzien van de woning niet wordt aangetast, waarbij uitsluitend reclame in de vorm van één naamsaanduiding of logo met een lengte van niet meer dan 1,00 m en een oppervlakte van niet meer dan 0,50 m² in de vorm van niet uitstekende, niet verlichte reclameuitingen is toegestaan; 6. de activiteit niet leidt tot parkeer- en verkeersoverlast; 7. de activiteit geen hinder of overlast voor het woonmilieu oplevert, waarbij bij de beoordeling van de mate van overlast tevens het woningtype en het karakter van de omgeving betrokken dient te worden; 8. het ruimtebeslag van de functie niet leidt tot te weinig bergruimte in of bij de woning.
11.6
Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
11.6.1
Vergunningplichtige werken en werkzaamheden
Voor het (deels) slopen van bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' is een omgevingsvergunning vereist. 11.6.2
Uitzonderingen
Het bepaalde in lid 11.6.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden welke: a. b.
het normale onderhoud betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.
33
bestemmingsplan Leeuwarden - Wijkvernieuwing Heechterp
11.6.3
Toetsingscriteria
De omgevingsvergunning kan uitsluitend worden verleend indien: a. b. c.
de karakteristieke hoofdvorm niet langer aanwezig is en niet zonder ingrijpende wijzigingen aan het pand kan worden hersteld; de karakteristieke hoofdvorm in redelijkheid niet te handhaven is; het delen van een pand of aan- of uitbouwen of bijgebouwen betreft die opzichzelf niet als karakteristiek zijn aan te merken en door sloop daarvan geen onevenredige aantasting van de karakteristieke hoofdvorm plaatsvindt.
34
bestemmingsplan Leeuwarden - Wijkvernieuwing Heechterp
Artikel 12 12.1
Leiding - Gas
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a.
een strook ten behoeve van een hoofdgastransportleiding, alsmede het onderhoud en beheer daarvan;
met de daarbijbehorende: b.
bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
12.2
Bouwregels
12.2.1
Algemeen
In afwijking van het bepaalde in de aangegeven andere bestemmingen mag op of in deze gronden niet worden gebouwd, anders dan voor deze bestemming. 12.2.2
Gebouwen
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 12.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde (ten behoeve van deze dubbelbestemming),geldt dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten hoogste 2,00 meter zal bedragen. 12.3
Afwijken van de bouwregels
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 12.2.2 in die zin dat de in de basisbestemming genoemde gebouwen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, mits: a. b. c.
een afbreuk wordt gedaan aan het doelmatig en veilig functioneren van de betreffende hoofdgastransportleiding; geen kwetsbare objecten worden toegestaan; vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen van de betreffende leidingbeheerder.
12.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 12.4.1
Vergunningplichtige werken en werkzaamheden
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren, zulks ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemming(en): a. b. c. d. e. f. g. h.
het egaliseren en ophogen van gronden en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur; het uitvoeren van graafwerkzaamheden; het in de grond drijven van voorwerpen; het aanleggen of verharden van andere oppervlakteverhardingen; het planten van bomen en het aanbrengen van andere beplantingen; het permanent opslaan van (brandbare) goederen of stoffen; het rooien van diepwortelende beplantingen en bomen; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren.
12.4.2
Uitzonderingen
Het bepaalde in lid 12.4.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden welke: a.
het normale onderhoud betreffen;
35
bestemmingsplan Leeuwarden - Wijkvernieuwing Heechterp
b.
reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan.
12.4.3
Voorwaarde
De in lid 12.4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien hierdoor geen afbreuk wordt gedaan aan het doelmatig functioneren van de betreffende hoofdgastransportleiding en niet voordat de leidingbeheerder schriftelijk advies heeft uitgebracht.
36
bestemmingsplan Leeuwarden - Wijkvernieuwing Heechterp
Artikel 13 13.1
Waarde - Archeologie 2
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Waarde - Archeologie 2’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. 13.2
Bouwregels
13.2.1
Omgevingsvergunning voor het bouwen
Voor bouwwerken waarvoor bodemingrepen nodig zijn met een oppervlakte groter dan 50 m2 en die de bodem dieper dan 0,30 m beneden maaiveld verstoren moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overlegd waarin: a. b.
de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld, en: in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd.
13.2.2
Toetsingscriteria
Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 13.2.1 wordt uitsluitend verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van de gronden. 13.2.3
Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen
Indien uit het in lid 13.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen worden verstoord, kunnen één of meerdere van de volgende voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen: a. b. c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij de vergunning te stellen kwalificaties.
13.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 13.3.1
Vergunningplicht
Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op de gronden van toepassing zijnde bestemmingen een omgevingsvergunning vereist: a.
b. c.
het ontgronden, afgraven (waaronder het graven van watergangen en waterpartijen), egaliseren en ophogen van gronden en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur, het diepploegen; het verwijderen en/of aanbrengen van bomen en diepwortelende beplanting; het aanleggen van ondergrondse energie-, transport,- en of communicatieleidingen.
13.3.2
Uitzonderingen
Het bepaalde in lid 13.3.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden welke: a. b. c.
het normale onderhoud betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen worden uitgevoerd, mits
37
bestemmingsplan Leeuwarden - Wijkvernieuwing Heechterp
d.
verricht door een daartoe bevoegde instantie; niet dieper gaan dan 0,30 m beneden maaiveld en een kleinere oppervlakte dan 50 m2 beslaan.
13.3.3
Toetsingscriteria
Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 13.3.1 wordt uitsluitend verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van de gronden. 13.3.4
Onderzoeksplicht
Een omgevingsvergunning kan pas worden verleend nadat door de aanvrager een rapport is overlegd waarin: a. b.
de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld, en: in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd.
13.3.5
Voorwaarden omgevingsvergunning
Indien uit het in lid 13.3.4 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het uitvoeren van werken of werkzaamheden zullen worden verstoord, kunnen één of meerdere van de volgende voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning: a. b. c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot bodemverstoring; te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij de vergunning te stellen kwalificaties.
38
bestemmingsplan Leeuwarden - Wijkvernieuwing Heechterp
Artikel 14 14.1
Waarde - Archeologie 3
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Waarde - Archeologie 3’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. 14.2
Bouwregels
14.2.1
Omgevingsvergunning voor het bouwen
Voor bouwwerken waarvoor bodemingrepen nodig zijn met een oppervlakte groter dan 100 m2 en die de bodem dieper dan 0,30 m beneden maaiveld verstoren moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overlegd waarin: a. b.
de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld, en: in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd.
14.2.2
Toetsingscriteria
Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 14.2.1 wordt uitsluitend verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van de gronden. 14.2.3
Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen
Indien uit het in lid 14.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen worden verstoord, kunnen één of meerdere van de volgende voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen: a. b. c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij de vergunning te stellen kwalificaties
14.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 14.3.1
Vergunningplichtig
Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist: a.
b. c.
het ontgronden, afgraven (waaronder het graven van watergangen en waterpartijen), egaliseren en ophogen van gronden en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur, het diepploegen; het verwijderen en/of aanbrengen van bomen en diepwortelende beplanting; het aanleggen van ondergrondse energie-, transport,- en of communicatieleidingen.
14.3.2
Uitzonderingen
Het bepaalde in lid 14.3.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden welke: a. b. c.
het normale onderhoud betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen worden uitgevoerd, mits verricht door een daartoe bevoegde instantie;
39
bestemmingsplan Leeuwarden - Wijkvernieuwing Heechterp
d. e.
(her)drainage door middel van kettingdrainage en sleufloze drainage betreffen; niet dieper gaan dan 0,30 m beneden maaiveld en een kleinere oppervlakte dan 100 m2 beslaan.
14.3.3
Toetsingscriteria
Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 14.3.1 wordt uitsluitend verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van de gronden. 14.3.4
Onderzoeksplicht
Een omgevingsvergunning kan pas worden verleend nadat door de aanvrager een rapport is overlegd waarin: a. b.
de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld, en: in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd.
14.3.5
Voorwaarden omgevingsvergunning
Indien uit het in lid 14.3.4 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het uitvoeren van werken of werkzaamheden zullen worden verstoord, kunnen één of meerdere van de volgende voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning: a. b. c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij de vergunning te stellen kwalificaties.
40
bestemmingsplan Leeuwarden - Wijkvernieuwing Heechterp
Artikel 15 15.1
Waarde - Archeologie 5
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Waarde - Archeologie 5’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. 15.2
Bouwregels
15.2.1
Omgevingsvergunning voor het bouwen
Voor bouwwerken waarvoor bodemingrepen nodig zijn met een oppervlakte groter dan 2500 m2 en die de bodem dieper dan 0,50 m beneden maaiveld verstoren moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overlegd waarin: a. b.
de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld, en: in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd.
15.2.2
Toetsingscriteria
Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 15.2.1 wordt uitsluitend verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van de gronden. 15.2.3
Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen
Indien uit het in lid 15.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen worden verstoord, kunnen één of meerdere van de volgende voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen: a. b. c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij de vergunning te stellen kwalificaties.
15.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 15.3.1
Vergunningplicht
Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op de gronden van toepassing zijnde bestemmingen een omgevingsvergunning vereist: a.
b. c.
het ontgronden, afgraven (waaronder het graven van watergangen en waterpartijen), egaliseren en ophogen van gronden en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur, het diepploegen; het verwijderen en/of aanbrengen van bomen en diepwortelende beplanting; het aanleggen van ondergrondse energie-, transport,- en of communicatieleidingen.
15.3.2
Uitzonderingen
Het bepaalde in lid 15.3.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden welke: a. b. c.
het normale onderhoud betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen worden uitgevoerd, mits
41
bestemmingsplan Leeuwarden - Wijkvernieuwing Heechterp
d. e.
verricht door een daartoe bevoegde instantie; (her)drainage door middel van kettingdrainage en sleufloze drainage betreffen; niet dieper gaan dan 0,50 m beneden maaiveld en een kleinere oppervlakte dan 2500 m2 beslaan.
15.3.3
Toetsingscriteria
Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 15.3.1 wordt uitsluitend verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van de gronden. 15.3.4
Onderzoeksplicht
Een omgevingsvergunning kan pas worden verleend nadat door de aanvrager een rapport is overlegd waarin: a. b.
de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld, en: in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd.
15.3.5
Voorwaarden omgevingsvergunning
Indien uit het in lid 15.3.4 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het uitvoeren van werken of werkzaamheden zullen worden verstoord, kunnen één of meerdere van de volgende voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning: a. b. c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot bodemverstoring; te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij de vergunning te stellen kwalificaties.
42
bestemmingsplan Leeuwarden - Wijkvernieuwing Heechterp
Hoofdstuk 3 Artikel 16
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
43
bestemmingsplan Leeuwarden - Wijkvernieuwing Heechterp
44
bestemmingsplan Leeuwarden - Wijkvernieuwing Heechterp
Artikel 17 17.1 a.
17.2
Algemene bouwregels
Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: 1. er mag niet worden gebouwd, indien dit leidt tot (zorg)woningsplitsing of (zorg)woningomzetting; Afwijken van de bouwregels
Met een omgevingsvergunning mag worden afgeweken van het bepaalde in lid 17.1 sub a in die zin dat wordt gebouwd ten behoeve van (zorg)woningsplitsing en/of (zorg)woningomzetting, mits: a. b. c.
d. 17.3
dit in overeenstemming is met het gemeentelijk woonbeleid; wordt voldaan aan de actuele regionale woningbouwafspraken wanneer sprake is van een toename van het aantal woningen; geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de woonsituatie; 3. de verkeersveiligheid; 4. de parkeersituatie; 5. de sociale veiligheid; 6. de cultuurhistorische waarden; 7. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; tevens een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 18.2 kan worden verleend. Nadere eisen
Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing , ten behoeve van: a. b. c. d. e. f. g. h. i. 17.4
het bebouwingsbeeld; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de cultuurhistorische waarden; de natuurlijke waarden; de milieusituatie; de sociale veiligheid; de verkeersveiligheid; de watersituatie; de woonsituatie. Welstandscriteria
De in het bestemmingsplan geboden ruimte ten aanzien van de situering kan nader worden ingevuld door de in artikel 12a van de Woningwet bedoelde welstandscriteria.
45
bestemmingsplan Leeuwarden - Wijkvernieuwing Heechterp
46
bestemmingsplan Leeuwarden - Wijkvernieuwing Heechterp
Artikel 18 18.1 a.
b.
18.2
Algemene gebruiksregels
Specifieke gebruiksregels Het is op grond van artikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de gegeven bestemmingen volgens de artikelen 3 tot en met 12; Tot een strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend: 1. het gebruik van gronden en bouwwerken voor (zorg)woningsplitsing en/of (zorg)woningomzetting; 2. het gebruik van de gronden voor de stalling en opslag van (aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken) voer-, vaar- en/of vliegtuigen; 3. het gebruik van de gronden voor opslag van schroot, afbraak- en bouwmaterialen, grond, bodemspecie en puin en voor het storten van vuil, anders dan ten behoeve van de uitvoering van krachtens de bestemming toegelaten bouwactiviteiten, werken en werkzaamheden; 4. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; 5. het gebruik van gronden als standplaats voor kampeermiddelen. Afwijken gebruiksregels
Met een omgevingsvergunning mag worden afgeweken van: a.
18.3 a.
het bepaalde in lid 18.1 sub b onder 1 in die zin dat (zorg)woningsplitsing en/of (zorg)woningomzetting is toegestaan, mits: 1. dit in overeenstemming is met het gemeentelijk woonbeleid; 2. wordt voldaan aan de actuele regionale woningbouwafspraken wanneer sprake is van een toename van het aantal woningen; 3. en geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: het straat- en bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de parkeersituatie; de sociale veiligheid; de cultuurhistorische waarden; de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en indien er sprake is van een combinatie met bouwen, tevens een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 14 lid 17.2 kan worden verleend. Toetsingscriteria De afwijkingsmogelijkheid zoals bedoeld in lid 18.2 sub a wordt uitsluitend toegepast mits aan de hand van op dat moment van toepassing zijnde beleidsregels wordt vastgesteld dat er sprake is van behoud van een goed woon- en leefklimaat;
47
bestemmingsplan Leeuwarden - Wijkvernieuwing Heechterp
48
bestemmingsplan Leeuwarden - Wijkvernieuwing Heechterp
Artikel 19
Algemene aanduidingsregels
19.1
Geluidzone - industrie
19.1.1
Aanduidingsomschrijving
Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie' geldt voor het bouwen van gebouwen dat een op grond van de daar voorkomende bestemmingen toelaatbaar gebouw, of de uitbreiding daarvan, welke aangemerkt kan worden als een geluidsgevoelig object, slechts mag worden gebouwd indien de geluidsbelasting vanwege een industrieterrein van de gevels van dit gebouw niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere waarde. 19.1.2
Bouwregels
In afwijking van de bouwregels bij de onderliggende bestemmingen geldt dat een toegestaan geluidsgevoelig object alleen mag worden gebouwd indien de geluidsbelasting op de gevel van het geluidsgevoelige object niet hoger zal zijn dan de voorkeursgrenswaarde dan wel niet hoger dan een vastgestelde hogere grenswaarde. 19.1.3
Specifieke gebruiksregels
Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie' wordt als strijdig gebruik, in ieder geval gerekend het gebruik van niet-geluidsgevoelige objecten als geluidsgevoelig object.
49
bestemmingsplan Leeuwarden - Wijkvernieuwing Heechterp
50
bestemmingsplan Leeuwarden - Wijkvernieuwing Heechterp
Artikel 20 20.1
Algemene afwijkingsregels
Afwijking
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. b.
c.
d. e.
f.
g.
20.2 a.
de bij recht in de bestemmingsregels gegeven maten, afmetingen en percentages, tot ten hoogste 10% van die maten, afmetingen en percentages; de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in die zin dat de bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot ten hoogste 12,00 m; de bestemmingsregels in die zin dat bouwgrenzen worden overschreden, indien: 1. dit wenselijk of noodzakelijk is in verband met een doelmatige verkaveling van de gronden dan wel een rationale uitvoering van het plan betreft en de afwijking niet meer bedraagt dan 3,00 m, voor zover het nieuwbouwplannen betreft; 2. een meetverschil daartoe aanleiding geeft in andere gevallen; de bestemmingsregels in die zin dat mag worden afgeweken van de regels ten aanzien van de minimale of van de maximale dakhelling; de bestemmingsregels in die zin dat een gebouw ten behoeve van de collectieve energievoorziening mag worden gebouwd, mits; 1. de oppervlakte van een gebouw ten hoogste 50,00 m² bedraagt; 2. de bouwhoogte van een gebouw ten hoogste 3,50 m bedraagt; het bepaalde ten aanzien van de maximale (bouw)hoogte van gebouwen in die zin dat de (bouw)hoogte van de gebouw ten behoeve van de plaatselijke verhogingen, zoals liftkokers en lichtkappen, wordt vergroot, mits: 1.
de maximale oppervlakte van de vergroting ten hoogste 10% van het betreffende bouwvlak zal bedragen; 2. de hoogte leidt tot een hoogte welke ten hoogste 1,25 maal de maximale (bouw)hoogte van het betreffende gebouw zal bedragen; het bepaalde ten aanzien van het bouwen van gebouwen binnen het bouwvlak, bestemmingsvlak c.q. maatvoeringsvlak in die zin dat de grenzen van het bouwvlak, bestemmingsvlak c.q. maatvoeringsvlak naar de buitenzijde met ten hoogste 1,50 m worden overschreden door: 1. plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen en schoorstenen; 2. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken; 3. erkers over maximaal 80% van de breedte van de gevel van het woonhuis waaraan wordt gebouwd; 4. ingangspartijen, luifels, balkons en galerijen; Toetsingscriteria De in lid 20.1 sub a tot en met g genoemde omgevingsvergunningen kunnen uitsluitend worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de woonsituatie; 3. de milieusituatie; 4. de verkeerssituatie; 5. de parkeercapaciteit; 6. het waterbeheer; 7. de sociale veiligheid; 8. archeologie; 9. cultuurhistorie; 10. de externe veiligheid en brandveiligheid; 11. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 12.
de hoogtebeperkingen die voortvloeien uit de geldende luchtvaartwet- en regelgeving in verband met de vliegbasis Leeuwarden, of andere in het gebied aanwezige hoogtebeperkingen.
51
bestemmingsplan Leeuwarden - Wijkvernieuwing Heechterp
52
bestemmingsplan Leeuwarden - Wijkvernieuwing Heechterp
Artikel 21 21.1 a.
b. c.
21.2
Overige regels
Parkeren Een bouwwerk, waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid wordt verwacht, kan niet worden gebouwd of gebruikt, wanneer op het bouwperceel of in de omgeving daarvan niet in voldoende parkeergelegenheid is voorzien en in stand wordt gehouden. Bij een omgevingsvergunning wordt aan de hand van op dat moment van toepassing zijnde beleidsregels bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in sub a en worden toegestaan dat in minder dan voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien, mits dit geen onevenredige afbreuk doet aan: 1. het bebouwingsbeeld; 2. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 3. de cultuurhistorische waarden; 4. de landschappelijke waarden; 5. de milieusituatie; 6. de natuurlijk waarden; 7. de sociale veiligheid; 8. de verkeersveiligheid; 9. de watersituatie; 10. de woonsituatie. Installatie voor warmte- of koudeopwekking
Een installatie voor warmte- of koudeopwekking, die is opgesteld buiten de uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk, veroorzaakt op de perceelgrens met een perceel met, of dat bestemd is voor een andere woonfunctie een geluidsniveau van ten hoogste 40 dB, bepaald volgens de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai, internetuitgave 2004. 21.3