CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

bij Ruimtelijke Onderbouwing Bijlage 2 Quickscan Ecologie.pdf

Besluitvorming (raad) 31 mei 2023, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Raadsvoorstel ‘Ontwerp Verklaring van geen bedenkingen' (vvgb) voor de bouw van een twee-onder-een-kapwoning op het adres Hounsdyk 6 te Goutum6.735 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

EJVISUALS

QUICKSCAN ECOLOGIE HOUNSDYK 6 TE GOUTUM

29 JULI 2022

WSP NEDERLAND B.V. ORIONWEG 28 8938 AH LEEUWARDEN +31 (0)88 910 20 00

PROJECTNUMMER SOL021348 DOCUMENTNUMMER SOL021348.RAP001.EN, versie 1.0

wsp.com

Quickscan Ecologie Hounsdyk 6 te Goutm SOL021348, versie 1.0 EJVISUALS

WSP 29 juli 2022 pagina 1/21

COLOFON OPDRACHTGEVER EJVISUALS T.a.v. De heer E.J. Tabak Molenkrite 101 8608 XJ, Sneek CONTACTPERSOON WSP De heer E. Nugteren Tel: +31 6 103 937 66 Email: emile.nugteren@wsp.com

AUTORISATIE PROJECTNUMMER

DOCUMENTNUMMER

VERSIE

STATUS

SOL021348

SOL021348.RAP001.EN

1.0

Definitief

OPGESTELD DOOR

FUNCTIE

DATUM

PARAAF

De heer E. Nugteren

Ecoloog

29 juli 2022

GEVERIFIEERD DOOR

FUNCTIE

DATUM

De heer W. Lemstra

Ecoloog

29 juli 2022

GOEDGEKEURD DOOR

FUNCTIE

DATUM

De heer W. Lemstra

Ecoloog

29 juli 2022

Quickscan Ecologie Hounsdyk 6 te Goutm SOL021348, versie 1.0 EJVISUALS

PARAAF

PARAAF

WSP 29 juli 2022 pagina 2/21

INHOUDSOPGAVE

Quickscan Ecologie Hounsdyk 6 te Goutm SOL021348, versie 1.0 EJVISUALS

1

INLEIDING

5

WETTELIJK KADER

6

2.1

Soortenbescherming

6

2.2

Gebiedsbescherming

7

3

PLANGEBIED

8

3.1

Ligging en informatie plangebied

8

3.2

Planontwikkeling

10

ONDERZOEKSOPZET

11

4.1

Bronnenonderzoek

11

4.2

Veldbezoek

11

4.3

Effectenbeoordeling

11

5

BESCHERMDE SOORTEN

12

5.1

Vaatplanten

12

5.2

Grondgebonden zoogdieren

12

5.3

Vleermuizen

12

5.4

Amfibieën

12

5.5

Reptielen

13

5.6

Vissen

13

5.7

Insecten en ongewervelden

13

5.8

Vogels

13

6

BESCHERMDE GEBIEDEN

15

6.1

Natura 2000-gebieden

15

6.2

Natuurnetwerk nederland

16

6.3

Ganzenfoerageergebieden

17

7

EFFECTBEOORDELING EN CONCLUSIE

18

7.1

Toetsing beschermde soorten

18

7.2

Toetsing beschermde gebieden

18

7.3

Conclusie en aanbevelingen

19

7.4

Geldigheid onderzoeksgegevens

20

WSP 29 juli 2022 pagina 3/21

OVERZICHT BIJLAGE(N) Bijlage 1

— Wetgeving Bijlage 2

—

Literatuur

Bijlage 3

—

Situatie-tekeningen

Quickscan Ecologie Hounsdyk 6 te Goutm SOL021348, versie 1.0 EJVISUALS

WSP 29 juli 2022 pagina 4/21

1

INLEIDING

In opdracht van EJVISUALS heeft WSP Nederland B.V. een quickscan ecologie uitgevoerd voor het plangebied gelegen aan de Hounsdyk 6 te Goutum. De aanleiding voor de quickscan wordt gevormd door de geplande herinrichting van het plangebied. De opdrachtgever is voornemens de ligboxenstal/paardenstal te slopen en twee nieuwe woningen te bouwen. Verder is de opdrachtgever voornemens nieuwe beplanting aan te brengen en een haventje aan te leggen. De quickscan ecologie vormt de eerste fase in het kader van de procedure van de Wet natuurbescherming (hierna Wnb) en Natuurnetwerk Nederland (hierna NNN). In bijlage 1 wordt de natuurwetgeving en het natuurbeleid nader toegelicht.

Het doel van de quickscan is, om op basis van een literatuuronderzoek en een veldonderzoek, een inschatting te maken of: beschermde planten- en diersoorten in het plangebied of directe omgeving van het plangebied kunnen voorkomen; De planontwikkeling mogelijk effect(en) heeft op de al dan niet aanwezige beschermde planten- en diersoorten en daarmee mogelijk strijdig is met de soortenbescherming conform de Wnb; Een noodzaak aanwezig is voor het uitvoeren van een nader onderzoek naar de mogelijk voorkomende beschermde planten- en diersoorten, door een gerichte veldinventarisatie volgens de geldende protocollen; De planontwikkeling plaatsvindt in of nabij een beschermd natuurgebied (Natura 2000-gebied) of het NNN en of daarbij sprake is van de noodzaak voor nadere toetsing en vergunning in het kader van gebiedsbescherming conform de Wnb, inclusief externe werking en/of het provinciale beleid omtrent het NNN. Zowel bij mogelijke effecten als bij onvoldoende gegevens over de mogelijk aanwezige beschermde soorten of gebieden, volgt doorgaans het advies voor het uitvoeren van een nader onderzoek en/of toetsing. Op basis daarvan kan een vergunning en/of ontheffing bij het bevoegd gezag aangevraagd worden.

Als in het plangebied geen beschermde soorten of functies (onder andere verblijfplaatsen) aanwezig zijn en het plangebied geen functie heeft voor deze soorten, is het aanvragen van een ontheffing en het nemen van soortgerichte maatregelen niet noodzakelijk. Bij het voorkomen van alle (algemene én strikt beschermde) soorten geldt in alle gevallen de zorgplicht (artikel 1.11 van de Wnb). WSP Nederland B.V. is door Kiwa gecertificeerd voor de ISO 9001- en de 14001-normen en heeft een eigen kwaliteitssysteem. De medewerkers van WSP Nederland B.V. zijn voor de uitvoer van flora- en faunaonderzoeken allen VCA gecertificeerd. Daarnaast is WSP actief lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB).

Quickscan Ecologie Hounsdyk 6 te Goutm SOL021348, versie 1.0 EJVISUALS

WSP 29 juli 2022 pagina 5/21

WETTELIJK KADER De Wnb voorziet in de bescherming van Natura 2000-gebieden, planten- en diersoorten (zie bijlage 2). De basis wordt gevormd door de zorgplicht (artikel 1.11; zie box 1). Box 1: Zorgplicht. Een belangrijk overkoepelend instrument is de zorgplicht (artikel 1.11), waarin gesteld wordt dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Deze zorg houdt in elk geval in dat eenieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor alle in het wild levende dieren en planten: Dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel; de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of; voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zo veel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. Het nalaten van de zorgplicht (voor alle in het wild levende dieren) is een overtreding van de Wnb en kan gevolgen hebben.

2.1

SOORTENBESCHERMING

In de Wnb onderdeel soortenbescherming zijn, op basis van internationale afspraken, drie beschermingsregimes opgesteld voor strikt beschermde soorten (tabel 2.1). Tabel 2.1: Op hoofdlijn verboden per beschermingsregime. SOORTEN VOGELRICHTLIJNSOORTEN

ARTIKEL VERBODEN

3.1

Lid 1. Opzettelijk doden/vangen Lid 2. Opzettelijk vernielen, wegnemen of beschadigen van nesten/eieren Lid 3. Eieren rapen/onder zich hebben Lid 4 en 5. Opzettelijk verstoren (indien van wezenlijke invloed op de staat van instandhouding)

HABITATRICHTLIJNSOORTEN, SOORTEN UIT BIJLAGE I EN II VAN DE BERN CONVENTIE EN BIJLAGE I VAN DE BONN CONVENTIE

3.5

ANDERE BESCHERMDE SOORTEN

3.10

Lid 1. Opzettelijk doden/vangen Lid 2. Opzettelijk verstoren Lid 3. Eieren te rapen of vernielen Lid 4. Beschadigen of vernielen van rust- en voortplantingsplaatsen Lid 5. Opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van planten Lid 1 a. Opzettelijk doden/vangen van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen en ongewervelden (vernoemd in onderdeel A) Lid 1 b. Beschadigen of vernielen van rust- en voortplantingsplaatsen van soorten (als bedoeld in onderdeel A) Lid 1 c. Opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van planten (als bedoeld in onderdeel B)

Voor de eerste twee beschermingsregimes sluiten deze nauw aan bij de verboden en uitzonderingen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Voor de andere soorten geldt een minder strikt regime. Elk van de drie Quickscan Ecologie Hounsdyk 6 te Goutm SOL021348, versie 1.0 EJVISUALS

WSP 29 juli 2022 pagina 6/21

beschermingsregimes kent zijn eigen soortenlijsten met daarbij eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffingsverlening.

2.2 GEBIEDSBESCHERMING Het Wnb onderdeel ‘Gebieden’ voorziet in de bescherming van natuurgebieden van Europees belang welke behoren tot het Natura 2000-netwerk. Deze gebieden worden beschermd om de gunstige staat van instandhouding van vogelsoorten, habitattypen en andere planten- en diersoorten te behouden en waar nodig te herstellen. Naast de wettelijke bescherming van de Natura 2000-gebieden heeft Nederland de bescherming van andere gebieden planologische vastgelegd. Onder de planologische bescherming vallen onder andere weidevogelgebieden en het Natuur Netwerk Nederland (hierna NNN). De bescherming van het NNN vindt plaats door toetsing van de bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen aan het NNN-beleid. De Gedeputeerde Staten heeft op 17 juni 2014 een ganzenbeleid vastgesteld voor de gehele provincie Fryslân (Provinsje Fryslân, 2016). In dit beleid wordt rust geboden aan inheemse ganzen gedurende de winterrustperiode in de gehele provincie. Op 16 oktober 2018 is een nieuwe kaart uitgebracht met daarop aangewezen ganzenfoerageergebieden. In de speciaal aangewezen gebieden geldt een langere rustperiode voor (trek)ganzen. Binnen deze gebieden mogen geen (trek)ganzen worden verjaagd of worden geschoten gedurende de periode van 1 november tot 1 april (in soortspecifieke gebieden tot uiterlijk 1 mei of 1 juni).

Indien de ganzen gedurende de rustperiode opzettelijk worden verstoord, dan wordt het verbod uit de Wet natuurbescherming overtreden (artikel 3.1, vierde lid).

Quickscan Ecologie Hounsdyk 6 te Goutm SOL021348, versie 1.0 EJVISUALS

WSP 29 juli 2022 pagina 7/21

3 PLANGEBIED 3.1

LIGGING EN INFORMATIE PLANGEBIED

Het plangebied is gelegen aan de Hounsdyk 6 te Goutum en bestaat uit een te slopen ligboxenstal (zie figuur 3.1). De ligboxenstal is gelegen ten zuiden van Goutum welke onder de rook van Leeuwarden gesitueerd is. Het plangebied bestaat uit een stal met vier ligboxen, een zadelruimte, een indoor wasplaats en een watergang. De stal wordt aan de noordwestzijde deels begrensd door een woonboerderij, aan de zuid-, oost- en westzijde van de stal zijn kort begraasde paardenweides gesitueerd. Aan de zuidzijde van de stal is een ondiep vaartje gesitueerd welke voorheen dienst deed als aanlegplaats welke in open verbinding staat met het grotere water. De watergang is begroeid met kruidenrijk gras en heeft een lichte helling. Aan de noordzijde van de stal bevindt zich een met beton verharde parkeerplaats. De ligboxenstal werd in 1968 gebouwd en in gebruik genomen als veestal. Sinds enkele jaren is de stal in gebruik als ligboxenstal (bagviewer.nl). De te slopen ligboxenstal bestaat uit een houten frame met asbesthoudende beplating aan de wanden en op het schuin aflopende dak. De binnenzijde van de wanden zijn deels geïsoleerd met kunststofplaten. De zadelruimte is bekleed met houtenplanken. De overhead deuren bestaan uit doeken roldeuren. De ligboxenstal wordt gebruikt als paardenstal en hooi- en materiaalopslag.

De stal is niet vanaf de buitenzijde toegankelijk op de aanwezige roldeuren na. De roldeuren zijn gedurende de zomerperiode regelmatig geopend. Het aanwezige groen beperkt zich tot de paardenweides en bestaat uit zeer kort kruidenrijk grasland met in de omgeving enkele knotwilgen en een hazelaar (langs noordelijke erfgrens). Figuur 3.2 t/m 3.15 geven een impressie van het plangebied en in bijlage 3 is een tekening opgenomen van de huidige situatie.

Figuur 3.1: Ligging plangebied (rood omkaderd).

Quickscan Ecologie Hounsdyk 6 te Goutm SOL021348, versie 1.0 EJVISUALS

WSP 29 juli 2022 pagina 8/21

Figuur 3.2: Vooraanzicht te slopen ligboxenstal.

Figuur 3.3: Noordoostelijke zijde ligboxenstal.

Figuur 3.4: Noordwestelijke zijde ligboxenstal

Figuur 3.5: Zuidoostelijke zijde ligboxenstal.

Figuur 3.6: Binnenzijde ligboxenstal met ligboxen.

Figuur 3.7: Binnenzijde ligboxenstal met ligboxen en materiaal.

Figuur 3.8: Hooiopslag binnen de ligboxenstal.

Figuur 3.9: Houten skelet met asbesthoudende dakbeplating.

Figuur 3.10: Binnenzijde ligboxenstal.

Figuur 3.11: Binnenzijde ligboxenstal.

Quickscan Ecologie Hounsdyk 6 te Goutm SOL021348, versie 1.0 EJVISUALS

WSP 29 juli 2022 pagina 9/21

Figuur 3.12: Binnenzijde wasruimte.

Figuur 3.13: Binnenzijde zadelruimte.

Figuur 3.14: Zuidelijk uitzicht op het ondiepe vaartje en paardenweides. Figuur 3.15: Voorterrein met betonverharde parkeerplaats.

3.2 PLANONTWIKKELING Het voornemen bestaat uit de sloop van de huidige ligboxenstal (inclusief het afbreken van de fundatie) en de bouw van twee nieuwe woningen. In de aanwezige watergang ten zuiden van de stal wordt een haventje gerealiseerd. Door de opdrachtgever is aangegeven dat er geen graafwerkzaamheden uitgevoerd worden in de oevers van de watergang. Ten slotte is de opdrachtgever voornemens nieuwe laanbeplanting aan te brengen aan de noordoost- en westzijde van de stal. In bijlage 3 is de ontwerpschets opgenomen. Ten behoeve van de werkzaamheden hoeft geen groen verwijderd te worden. In de effectenbeoordeling is ervan uitgegaan dat de werkzaamheden uitsluitend overdag worden uitgevoerd.

Quickscan Ecologie Hounsdyk 6 te Goutm SOL021348, versie 1.0 EJVISUALS

WSP 29 juli 2022 pagina 10/21

ONDERZOEKSOPZET Het voorliggende onderzoek bestaat uit het raadplegen van beschikbare gegevens, gevolgd door een veldbezoek en een interpretatie van de bevindingen. Hieruit worden conclusies getrokken en advies gegeven met betrekking tot de Wet natuurbescherming en globale toetsing van het provinciaal beleid.

4.1

BRONNENONDERZOEK

Grote delen van Nederland zijn in de afgelopen jaren reeds onderzocht op aanwezige beschermde soorten. De gegevens afkomstig van deze onderzoeken worden grotendeels gepubliceerd in boeken (soortverspreidingsatlassen), rapportages of zijn op internet te raadplegen. De geraadpleegde literatuur en internetbronnen staan weergegeven in de literatuurlijst. Tevens is gebruik gemaakt van de informatie uit de Nationale Databank Flora en Fauna van 2012 tot en met 2022 (NDFF, 2022). De beschikbare gegevens over het voorkomen van beschermde natuurwaarden in- en binnen de invloedsfeer (binnen een straal van maximaal vijf kilometer) van het plangebied zijn voorafgaand aan het veldbezoek geanalyseerd en in het veld geverifieerd.

4.2 VELDBEZOEK Inzicht in het voorkomen van beschermde soorten wordt verkregen door het uitvoeren van een oriënterend veldbezoek. Met dit veldbezoek kan beoordeeld worden of de soorten die in de bestaande gegevens zijn genoemd, ook daadwerkelijk in het gebied voorkomen of verwacht kunnen worden. Daarnaast wordt beoordeeld of ook andere beschermde soorten voorkomen of te verwachten zijn op basis van de aanwezige terreinkenmerken en het beheer. Het veldonderzoek is door WSP Nederland B.V. op 26 juli 2022 uitgevoerd door de heer E. Nugteren. Ten tijde van de inspectie was het gemiddeld 16oC, zonnig, met een matige noordwester wind (3 bft.).

4.3 EFFECTENBEOORDELING De omvang van de werkzaamheden en de veranderingen die worden aangebracht in het plangebied vormen de basis voor de effectenbeoordeling (zie hoofdstuk 7). De effectenbeoordeling houdt rekening met tijdelijke effecten (gedurende de uitvoering van de werkzaamheden) en langdurige effecten (na de uitvoering). In hoeverre het mogelijk is om een complete effectenanalyse te maken, is afhankelijk van de volledigheid en bruikbaarheid van de beschikbare verspreidingsgegevens en duidelijkheid over de uit te voeren werkzaamheden en uitvoeringsplanning. In de effectenbeoordeling wordt ervan uitgegaan dat de werkzaamheden gedurende daglichtperiode worden uitgevoerd. Omdat de exacte werkzaamheden en uitvoeringsperiode en -duur nog niet bekend zijn, wordt in de effectenbeoordeling aangegeven in welke periode veel dan wel weinig (of geen) effecten worden verwacht. Wanneer aanvullend onderzoek noodzakelijk blijkt, is dat beschreven.

Quickscan Ecologie Hounsdyk 6 te Goutm SOL021348, versie 1.0 EJVISUALS

WSP 29 juli 2022 pagina 11/21

5 BESCHERMDE SOORTEN 5.1

VAATPLANTEN

Uit verspreidingsgegevens blijkt dat in de omgeving van het plangebied (tot vijf kilometer) de afgelopen tien jaar de beschermde groot spiegelklokje, knolspirea, naaldenkervel, ruw parelzaad en smalle raai zijn waargenomen (NDFF, 2022; verspreidingsatlas.nl, 2022). Op basis van de terreinkenmerken (stal met rondom een betonverhard terrein, kort begraasde paardenweides en een vegetatiearme watergang) en recente verspreidingsgegevens wordt het voorkomen van de voornoemde en andere beschermde plantensoorten binnen en rondom het plangebied uitgesloten.

5.2 GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN De verspreidingsgegevens van grondgebonden zoogdieren (NDFF, 2022) geven aan dat in de omgeving van het plangebied (tot vijf kilometer) diverse grondgebonden zoogdierensoorten voorkomen. Voor enkele van de mogelijk voorkomende soorten (onder andere huisspitsmuis, huismuis, steenmarter en egel) geldt een vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkeling (Provincie Fryslân, 2016). Voor de in de omgeving van het plangebied voorkomende otter, bever, boommarter en waterspitsmuis geldt geen vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkeling. Gezien het geboden habitat (ligboxenstal met rondom kort begraasd grasland en betonverharding en ondiepe, vegetatie arme watergang) kan het voorkomen van de voornoemde soorten binnen het plangebied worden uitgesloten.

5.3 VLEERMUIZEN De verspreidingsgegevens van vleermuizen (NDFF, 2022) geven aan dat in de omgeving van het plangebied verschillende vleermuissoorten kunnen voorkomen. Alle vleermuizen zijn strikt beschermd conform de Wnb. De in de directe omgeving (tot vijf kilometer) voorkomende vleermuizen zijn baardvleermuis, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en watervleermuis.. Binnen het plangebied zijn geen bomen aanwezig. Het voorkomen van verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen (onder andere rosse vleermuis en watervleermuis) binnen het plangebied wordt uitgesloten. De te slopen ligboxenstal bevat geen openingen die toegang verlenen tot een mogelijk aanwezige binnenruimte. Ook zijn er in de ligboxenstal geen windluwe- en tochtvrije ruimte aanwezig. Het voorkomen van gebouwbewonende vleermuizen wordt uitgesloten. Het plangebied fungeert mogelijk wel als foerageergebied voor de in de omgeving van het plangebied waargenomen vleermuissoorten. De omliggende sloten en vaarten, alsook de wilgenlaan fungeren mogelijk als vliegroute. De lijnvormige elementen blijven in de toekomst gewaarborgd waarmee het plangebied haar functionaliteit als potentiële vliegroute en/of foerageergebied niet verliest.

5.4 AMFIBIEËN De verspreidingsgegevens van amfibieën (RAVON, 2022 en NDFF, 2022) geven aan dat in de omgeving van het plangebied (tot vijf kilometer) diverse amfibieënsoorten kunnen worden aangetroffen. Voor de binnen de omgeving van het Quickscan Ecologie Hounsdyk 6 te Goutm SOL021348, versie 1.0 EJVISUALS

WSP 29 juli 2022 pagina 12/21

plangebied voorkomende soorten bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander en meerkikker geldt een vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkeling (Provincie Fryslân, 2016). De verspreidingsgegevens van amfibieën geven aan dat in de directe omgeving van het plangebied de heikikker voorkomt (NDFF, 2022). Binnen het plangebied is geen geschikt habitat (ontbreken visarm waterlichaam en bosschages/struweel) aanwezig voor de heikikker. Het voorkomen van strikt beschermde amfibieënsoorten wordt op basis van de verspreidingsgegeven en het geboden habitat uitgesloten.

5.5 REPTIELEN De verspreidingsgegevens van reptielen (RAVON, 2022 en NDFF, 2022) geven aan dat in de omgeving van het plangebied (tot vijf kilometer) geen beschermde reptielen zijn waargenomen. Door het ontbreken van geschikt habitat (zoals open bossen, hoge zandgronden, houtwallen) en de verspreidingsgegevens wordt het voorkomen van beschermde reptielensoorten uitgesloten binnen het plangebied.

5.6 VISSEN De verspreidingsgegevens van vissen (RAVON, 2022 en NDFF, 2022) geven aan dat in de omgeving (tot vijf kilometer) van het plangebied de grote modderkruiper is waargenomen. De grote modderkuiper komt voor in kleinere, ondiepe stilstaande of langzaam stromende wateren. De gebieden hebben in het algemeen een rijke oever- en onderwatervegetatie. De paaizones zijn vaak sterk zon beschenen (snel opwarmende wateren) en rijk begroeid met vegetatie en een goede modderbodem (BIJ12, 2021). Binnen het plangebied is geen habitat aanwezig. Op basis van de verspreidingsgegevens wordt ook het voorkomen van andere beschermde vissensoorten uitgesloten.

5.7 INSECTEN EN ONGEWERVELDEN De verspreidingsgegevens van libellen, dagvlinders en overige ongewervelden geven aan dat in de omgeving (tot vijf kilometer) van het plangebied de gevlekte witsnuitlibel en grote vos is waargenomen (NDFF, 2022). Gezien het ontbreken van geschikt habitat (o.a. ontbreken van waardplanten) binnen het plangebied kan het voorkomen van de voornoemde soorten en andere soorten worden uitgesloten binnen het plangebied.

5.8 VOGELS Algemene broedvogels Tijdens het veldbezoek zijn binnen en rondom het plangebied diverse vogelsoorten waargenomen (onder andere: de houtduif). In de ligboxenstal, boven de roldeuren zijn in totaal drie nesten aanwezig van de houtduif. Deze waren niet bezet gedurende het veldbezoek (zie figuur 5.1 en 5.2) Nesten welke eieren en/of jongen bevatten, zijn te allen tijde beschermd, hier wordt geen ontheffing voor verleend.

Quickscan Ecologie Hounsdyk 6 te Goutm SOL021348, versie 1.0 EJVISUALS

WSP 29 juli 2022 pagina 13/21

Figuur 5.1: Locatie van één houtduivennest boven de noordelijke roldeur.

Figuur 5.2: Locatie van twee houtduifnesten boven de zuidelijke roldeur.

Vogels met een jaarrond beschermde nestplaats In de omgeving van het plangebied (straal van vijf kilometer) zijn onder andere de volgende vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest aanwezig: ekster, boerenzwaluw, spreeuw, huismus, gierzwaluw, buizerd, sperwer, boomvalk, kerkuil, ransuil, ooievaar, koolmees, pimpelmees, roek, havik, slechtvalk en huiszwaluw. Binnen het plangebied zijn geen bomen aanwezig. Het voorkomen van nestlocaties van de ekster, buizerd, sperwer, boomvalk, ransuil, ooievaar, roek en havik wordt uitgesloten. In- en rondom de ligboxenstal zijn ook geen nesten of sporen aangetroffen van de kerkuil, huismus, boerenzwaluw, huiszwaluw en/of steenuil. In de ligboxenstal zijn geen geschikte locaties (ontbreken vrije invliegopeningen) aanwezig die kunnen dienen als verblijfplaats voor de gierzwaluw. Op basis van het veldbezoek en het sporenonderzoek kan worden geconcludeerd dar de stal eveneens niet gebruikt wordt door de huismus. Op basis van de verspreidingsgegevens is er in een straal van 2 kilometer rondom het plangebied tevens geen populatie huismussen bekend. Onder andere de spreeuw, kauw, koolmees en pimpelmees betreffen vogels met een jaarrond beschermd nest als er sprake is van een zwaarwegende reden (wanneer er bijvoorbeeld geen alternatieve broedlocatie in de buurt is n.a.v. de planontwikkeling).

Binnen de ligboxenstal zijn geen geschikte ruimten aanwezig welke kunnen dienen als nestlocatie voor de kauw en spreeuw. De stal biedt in potentie wel geschikte locaties voor de koolmees of pimpelmees. Binnen de stal zijn geen nesten of sporen van nesten van soorten aangetroffen. In de omgeving van het plangebied zijn in de vorm van panden en bomen met holtes voldoende alternatieve nestlocaties aanwezig. Het voornemen leidt niet tot negatieve effecten op de instandhouding van de soorten. De te realiseren woningen kan mogelijk naar realisatie ook worden gebruikt. De nesten welke eieren en/of jongen bevatten, zijn te allen tijde beschermd, hier wordt geen ontheffing voor verleend.

Quickscan Ecologie Hounsdyk 6 te Goutm SOL021348, versie 1.0 EJVISUALS

WSP 29 juli 2022 pagina 14/21

6 BESCHERMDE GEBIEDEN Binnen dit hoofdstuk wordt de status van het plangebied beschreven als Natura 2000-gebied (paragraaf 6.1), NNNgebied (paragraaf 6.2) en ganzenfoerageergebied (paragraaf 6.3).

6.1

NATURA 2000-GEBIEDEN

Het Plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied is het natuurgebied ‘Grote Wielen’ op circa 5,6 kilometer ten noordoosten van het plangebied (zie figuur 6.1).

Figuur 6.1: Ligging plangebied (rood omcirkeld) ten opzichte van het Natura 2000-gebied (lichtgroen gearceerd) (bron: www.natura2000.nl/gebieden).

Quickscan Ecologie Hounsdyk 6 te Goutm SOL021348, versie 1.0 EJVISUALS

WSP 29 juli 2022 pagina 15/21

6.2 NATUURNETWERK NEDERLAND Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het NNN (zie figuur 6.2). Het dichtstbijzijnde NNN gebied ligt op circa 2 kilometer ten zuidoosten van het plangebied. Het beheertype voor dit NNN gebied is “N13.01 Vochtig weidevogelgrasland” (natuermeidemienskip.nl).

Figuur 5.2: Ligging plangebied (rood omcirkeld) ten opzichte van het NNN gebied (lichtgroen gekleurd) en natuur buiten het NNN (oranje gekleurd) (bron: www.natuermeidemienskip.nl).

Quickscan Ecologie Hounsdyk 6 te Goutm SOL021348, versie 1.0 EJVISUALS

WSP 29 juli 2022 pagina 16/21

6.3 GANZENFOERAGEERGEBIEDEN Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een ganzenfoerageergebied (zie figuur 6.3). Het dichtstbijzijnde ganzenfoerageergebied ligt op circa 6,5 kilometer ten zuidoosten van het plangebied. Hier geldt de ganzenbescherming tot 1 april.

Figuur 6.3: Ligging plangebied (rood omcirkeld) ten opzichte van het ganzenfoerageergebied (paars vlak) (bron: www.fryslan.maps.arcgis.com).

Quickscan Ecologie Hounsdyk 6 te Goutm SOL021348, versie 1.0 EJVISUALS

WSP 29 juli 2022 pagina 17/21

7 EFFECTBEOORDELING EN CONCLUSIE In dit hoofdstuk worden de effecten op de verwachte natuurwaarden besproken op basis van de in hoofdstuk 3 omschreven planontwikkeling. Op basis van de verwachte effecten wordt inzicht gegeven over de kans dat de werkzaamheden leiden tot een overtreding van de Wnb (tabel 2.1). Waar een overtreding niet zonder meer kan worden uitgesloten wordt, waar mogelijk, een praktisch advies gegeven om de werkzaamheden alsnog zonder ontheffing (en overtreding) te kunnen laten doorgaan. Deze informatie wordt overzichtelijk gepresenteerd in de conclusie (paragraaf 7.3).

7.1

TOETSING BESCHERMDE SOORTEN

Op basis van het literatuuronderzoek, het veldbezoek en de planontwikkeling wordt geconcludeerd dat algemeen beschermde zoogdieren en amfibieën, beschermde vleermuizen en algemeen - en jaarrond beschermde broedvogels verwacht worden binnen het plangebied. Algemeen beschermde zoogdieren en amfibieën In het plangebied komen naar verwachting algemene amfibieën en grondgebonden zoogdieren voor (waaronder gewone pad, egel en huismuis) waarvoor een vrijstelling geldt in het kader van ruimtelijke ontwikkeling (Provincie Fryslân, 2016). Dit wil zeggen dat voor de voorgenomen ontwikkeling van het terrein geen ontheffing van de Wnb hoeft te worden aangevraagd. Voor deze soorten geldt echter te allen tijde de zorgplicht (zie box 1 in paragraaf 2.1). Vleermuizen Het plangebied en de directe omgeving biedt voldoende plekken waar vleermuizen kunnen foerageren. De omliggende sloten en vaarten, alsook de wilgenlaan fungeren mogelijk als vliegroute. De lijnvormige elementen blijven in de toekomst gewaarborgd waarmee het plangebied haar functionaliteit als potentiële vliegroute en/of foerageergebied niet verliest. De werkzaamheden zorgen (mogelijk) voor een minimaal verlies aan foerageergebied, echter zijn er in de omgeving voldoende uitwijkmogelijkheden aanwezig.

Vogels (algemeen- en jaarrond beschermd) Het plangebied biedt in potentie mogelijkheden als broedlocatie voor diverse vogelsoorten (zoals de houtduif en koolmees). Werkzaamheden die tijdens de broedactiviteit worden uitgevoerd kunnen leiden tot verstoring of vernietiging van (nesten van) broedende vogels. Verstoring van nesten met eieren of kuikens is niet toegestaan en hier wordt geen ontheffing voor verleend. Op basis van het voorliggende onderzoek is geconcludeerd dat er in de omgeving voldoende uitwijkmogelijkheden zijn. Buiten het broedseizoen zijn deze onbezette nesten, niet beschermd.

7.2 TOETSING BESCHERMDE GEBIEDEN Het plangebied heeft geen status als Natura-2000 gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (‘Grote Wielen’) ligt op circa 5,6 kilometer ten noordoosten van het plangebied. Gezien de aard van de ingreep en ruime afstand van het plangebied tot de Natura 2000-gebieden worden externe effecten zoals trillingen, verstoring door geluid en mechanische effecten niet verwacht. Gezien de aard van de ingreep doet het voornemen naar verwachting geen afbreuk aan de instandhoudingsdoelen van de Natura 2000-gebieden. Aanvullend onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Het plangebied heeft geen status in het kader van Natuurnetwerk Nederland (NNN) of als ganzenfoerageergebied. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op circa 2 kilometer ten zuidoosten en het ganzenfoerageergebied op circa 6,5 kilometer ten zuidoosten van het plangebied. Het voornemen heeft door zijn locatie, aard en omvang geen negatieve Quickscan Ecologie Hounsdyk 6 te Goutm SOL021348, versie 1.0 EJVISUALS

WSP 29 juli 2022 pagina 18/21

invloed op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN en het overige provinciaal beleid (ganzenfoerageergebied). Vanuit het provinciale natuurbeleid is er daarom geen bezwaar tegen de voorgenomen ingreep. Een nadere beoordeling (‘nee, tenzij’-toetsing) is niet nodig.

7.3 CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN De verspreidingsgegevens en het oriënterend veldbezoek geven een voldoende duidelijk beeld van het (mogelijk) voorkomen van beschermde diersoorten en/of er mogelijk negatieve effecten zijn op het Natura-2000 gebied, NNNgebied of ganzenfoerageergebied. Op basis van het bureauonderzoek en het oriënterend veldbezoek kunnen de volgende conclusies met betrekking tot beschermde natuurwaarden worden getrokken: Tabel 7.1: Samenvatting aanwezige natuurwaarden in het plangebied. SOORTGROEP/GEBIED (NEGATIEVE) EFFECTEN VAN DE WERKZAAMHEDEN Verstoring-doden algemene Amfibieën soorten Vissen Libellen, dagvlinders en overige ongewervelden Reptielen Grondgebonden zoogdieren Vleermuizen

Vogels (algemeen) Vogels (jaarrond) Natura 2000-gebieden NNN-gebieden Ganzenfoerageergebied

ADVIES Zorgplicht

ONTHEFFING NOODZAKELIJK? Nee

Geen Geen

Geen Geen

Nee Nee

Geen Verstoring-doden algemene soorten Mogelijke verstoring wanneer werkzaamheden ’s nachts worden uitgevoerd Mogelijke verstoring van een broedplaats door de werkzaamheden Geen Geen; op geruime afstand Geen; op geruime afstand Geen; op geruime afstand

Geen Zorgplicht Werken overdag-/ met vleermuisvriendelijke verlichting

Nee Nee Nee

Werken buiten broedseizoen-/ broedvogelcheck door ecoloog Geen Geen Geen Geen

Nee Nee Nee Nee Nee

Geen vervolgonderzoek/ acties noodzakelijk voor de geplande werkzaamheden De geplande werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd mits het gegeven advies wordt opgevolgd Vervolgonderzoek: er is onvoldoende inzicht verkregen om de effecten van de werkzaamheden te bepalen Ontheffing is noodzakelijk. De werkzaamheden zullen leiden tot een negatief effect

Amfibieën en zoogdieren Tijdens werkzaamheden de zorgplicht in acht houden waarbij gedacht wordt aan o.a. het volgende: indien individuen van dieren worden aangetroffen, dienen deze de gelegenheid te krijgen om te kunnen vluchten; aanvullend op bovenstaande maatregel kan ervoor worden gekozen om minder mobiele dieren, zoals egel en gewone pad te verplaatsen tot buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden. Vleermuizen Voor vleermuizen (en andere in de nacht actieve-/lichtgevoelige dieren zoals uilen) dient rekening te worden gehouden met mogelijk lichtverstoring. Door uitsluitend overdag te werken of vleermuisvriendelijke verlichting te gebruiken wordt verstoring van deze soorten voorkomen. Algemene broedvogels Werken buiten broedseizoen (globaal de periode tussen 15 maart tot 15 augustus) en/of broedvogelcheck laten uitvoeren. Natuurinclusiviteit

Quickscan Ecologie Hounsdyk 6 te Goutm SOL021348, versie 1.0 EJVISUALS

WSP 29 juli 2022 pagina 19/21

De nieuw te bouwen woningen bieden een kans op geschikte verblijfplaatsen te realiseren voor vleermuizen en vogelsoorten zoals de huismus. Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld het ophangen of inbouwen van nestkasten en/of vleermuizenkasten. Ter plaatse van de watergang (vaartje), waar een aanlegsteiger wordt gerealiseerd, wordt aanbevolen de aanwezige flauwe oevers te behouden. Ter plaatse watergang en oevers kunnen inheemse planten zoals gele lis, lisdodde, riet en kattenstaart worden aangeplant. Naast een erosie dempende werking, zijn vegetatierijke oevers een bron van voedsel en schuilplekken voor diverse algemene zoogdieren, amfibieën, vogels en ook de otter, welke bekend staat in de omgeving sporadisch te foerageren.

7.4 GELDIGHEID ONDERZOEKSGEGEVENS Dit onderzoek is uitgevoerd conform de landelijk geldende richtlijnen. Het bevoegd gezag hanteert over het algemeen de volgende definitie voor de geldigheid van onderzoeken naar beschermde soorten: “Onderzoeksgegevens mogen maximaal 3 jaar oud zijn in gebieden waar weinig of geen ruimtelijke of kwalitatieve veranderingen zijn opgetreden in de afgelopen drie jaar. In gebieden waar dit niet voor geldt, moeten de gegevens recenter zijn.”

Quickscan Ecologie Hounsdyk 6 te Goutm SOL021348, versie 1.0 EJVISUALS

WSP 29 juli 2022 pagina 20/21

OVERZICHT BIJLAGE(N) Bijlage 1

— Wetgeving Bijlage 2

—

Literatuur

Bijlage 3

—

Situatietekeningen

Quickscan Ecologie Hounsdyk 6 te Goutm SOL021348, versie 1.0 EJVISUALS

WSP 29 juli 2022 pagina 21/21

BIJLAGE

1

WETGEVING

WETGEVING EN BELEID WET NATUURBESCHERMING De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) vervangt vanaf 1 januari 2017 de Natuurbeschermingswet 1998, Flora- en faunawet en de Boswet en voorziet hiermee in een gemoderniseerd wettelijk kader voor de bescherming van natuurgebieden, dier- en plantensoorten en houtopstanden. Een belangrijk deel van de in de wet opgenomen regels bestaat uit de omzetting van de internationale verplichtingen op het vlak van bescherming van de biologische diversiteit, in het bijzonder de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De Wnb richt zich in basis op: - het beschermen en ontwikkelen van de natuur, mede vanwege de intrinsieke waarde, en het behouden en herstellen van de biologische diversiteit; - het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur ter vervulling van maatschappelijke functies, en - het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen, vanwege hun bijdrage aan de biologische diversiteit en hun cultuurhistorische betekenis, mede ter vervulling van maatschappelijke functies. De wet geeft ook invulling aan de in het bestuursakkoord natuur gemaakte afspraken over decentralisatie van taken en verantwoordelijkheden van het Rijk naar de provincies.

De instrumenten en begrippenkaders van de Wnb zijn zo goed mogelijk afgestemd op andere onderdelen van het omgevingsrecht, in het bijzonder de toekomstige Omgevingswet. In de Wnb zijn, behalve meer algemene bepalingen over bevoegdheden, natuur- en landschapsbeleid, beleidsmonitoring en instrumenten ter bescherming van natuur en landschap ook specifieke regels opgenomen ter bescherming van bijzonder natuurwaarden. Het gaat dan in het bijzonder om de bescherming van natuurgebieden van Europees belang (Natura 2000-gebieden) en de bescherming van soorten die van nature in Nederland in het wild voorkomen die een specifieke bescherming behoeven. Deze onderwerpen zullen hieronder worden toegelicht. ZORGPLICHT Een belangrijk overkoepelend instrument is de zorgplicht (artikel 1.11) waarin gesteld wordt dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.

Deze zorg houdt in elk geval in dat eenieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor in het wild levende dieren en planten: dergelijke handelingen achterwege laat dan wel indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zo veel mogelijk beperkt of ongedaan maakt (mitigatie). Gebiedsbescherming In de Wnb zijn regels opgenomen die de bescherming van natuurgebieden van Europees belang die behoren tot het Natura 2000-netwerk. Deze gebieden worden beschermd om de gunstige staat van instandhouding van vogelsoorten, habitattypen en andere planten- en diersoorten te behouden en waar nodig te herstellen. Voor plannen of projecten met mogelijke schadelijke handelingen is in de Wnb een vergunningensysteem opgenomen. Hieraan gekoppeld kan het bevoegd gezag preventieve dwingende maatregelen opleggen om schadelijke effecten te voorkomen. Op basis van de Wnb wordt alleen nog bescherming geboden aan de zogenaamde Natura 2000-gebieden, welke onderdeel zijn van het Europese netwerk van natuurgebieden. De eerder nationaal beschermde natuurmonumenten worden niet meer beschermd op grond van nationale wetgeving.

Wel kunnen provincies ‘bijzondere provinciale natuurgebieden’ en bijzondere provinciale landschappen’ aanwijzen. Provincies kunnen eventueel zelf regelgeving opstellen voor deze gebieden. De gebiedsbescherming is gericht op de bescherming van aangewezen habitats en soorten binnen de gebieden. Significant negatieve effecten op het beschermde gebied zijn niet toegestaan, tenzij sprake is van dwingende redenen

SOL021007 – QUICKSCAN ECOLOGIE SOL02007.RAP001.WL, versie 1.0 Bouwkundig Bureau Haverkamp

WSP 15 juni 2022

van groot openbaar belang, er geen alternatieven voorhanden zijn en alle schade wordt gecompenseerd. De wet voorziet eveneens in het beschermen van het gebied tegen handelingen buiten het Natura 2000-gebied met een mogelijk negatief effect op de beschermde habitats en hieraan gekoppelde soorten. Dit is geregeld op basis van de zogenaamde externe werking. Ten aanzien van Natura 2000-gebieden komen de uitvoeringsbevoegdheden voor het overgrote deel bij de provincies te liggen, met uitzondering van het aanwijzen van Natura 2000-gebieden en het vaststellen van de instandhoudingsdoelstellingen. Ten aanzien van de uitvoering is de provincie waarin een ingreep plaatsvindt, bevoegd. Voor rijkswateren blijft de rijksoverheid bevoegd. SOORTENBESCHERMING De in de Wnb gestelde regels ter bescherming van soorten voorzien in voorschriften ter bescherming van de van nature in het wild levende planten- en diersoorten. In dit deel staan de verplichte instrumenten van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern, Bonn en het biodiversiteitsverdrag centraal. Het is erop gericht om voor de beschermde soorten een gunstige staat van instandhouding te bereiken of te herstellen. VERBODSBEPALINGEN De verboden, afwijkingsmogelijkheden en andere beschermingsmiddelen zijn direct overgenomen uit deze richtlijnen en verdragen en worden in de Wnb opgedeeld in drie beschermingsregimes.

Elk van de drie beschermingsregimes kent zijn eigen soortenlijsten met daarbij eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffingsverlening. Voor de eerste twee beschermingsregimes sluiten deze nauw aan bij de verboden en uitzonderingen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Voor de andere soorten geldt een minder strikt regime. Vogelrichtlijnsoorten: De bescherming van alle natuurlijk in het wild levende vogels van soorten die voorkomen in de EU als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn en de niet in die bijlage genoemde geregeld voorkomende trekvogelsoorten (artikel 3.1; zie bijlage 1). Voor deze soorten gelden de volgende verboden: Habitatrichtlijnsoorten: De bescherming van in het wild levende dieren en planten van soorten die voorkomen in de EU (zie bijlage 1) op grond van de Habitatrichtlijn (bijlagen I, II, IV en V) en soorten van de Conventie van Bern Appendix II en de Conventie van Bonn Appendix I (art. 3.5; zie bijlage 1). Voor deze soorten zijn in de Wnb de volgende verboden opgenomen: Lid 1: Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.

Lid 2: Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Lid 3: Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Lid 4: Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. Lid 5: Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Andere soorten: De bescherming van niet onder de bovenstaande twee categorieën vallende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland, vermeld in de bijlage van de Wnb (art. 3.10; zie bijlage 2). Voor deze soorten is onverminderd artikel 3.5 eerste, vierde en vijfde lid het verboden om: Lid 1a: in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen. Lid 1b: de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel A opzettelijk te beschadigen of te vernielen.

SOL021007 – QUICKSCAN ECOLOGIE SOL02007.RAP001.WL, versie 1.0 Bouwkundig Bureau Haverkamp

WSP 15 juni 2022

Lid 1c: vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Voor de zoogdier-, amfibie- en reptielsoorten opgenomen in de bijlage van artikel 3.10 geldt geen Europese verplichting tot bescherming. Deze soorten worden beschermd vanwege ecologische redenen of de breed in de maatschappij levende overtuiging dat deze dieren een bescherming behoeven. Hiermee geeft Nederland uitvoering aan de algemene verplichting van het Biodiversiteitsverdrag om kwetsbare en bedreigde dier- en plantsoorten te beschermen. NESTEN De Wnb kent geen standaardperiode voor het broedseizoen van vogels. Het gaat erom of er een broedgeval is. Verblijfplaatsen van vogels die hun verblijfplaats het hele jaar gebruiken, zijn jaarrond beschermd. Slechts een beperkt aantal soorten bewoont het nest permanent of keert elk jaar terug naar hetzelfde nest. De meeste vogels maken elk broedseizoen een nieuw nest of zijn in staat om een nieuw nest te maken. Deze vogelnesten voor eenmalig gebruik vallen alleen tijdens het broedseizoen onder de bescherming van artikel 1.3 lid 2 van de Wnb. U heeft voor deze soorten geen ontheffing nodig voor werkzaamheden buiten het broedseizoen.

En ook niet als u maatregelen treft die voorkomen dat deze soorten zich op de bouwplaats vestigen tijdens het broedseizoen. U mag dus buiten het broedseizoen nesten verplaatsen of verwijderen, maar daar zijn uitzonderingen op. Nesten die het hele jaar door zijn beschermd Op de volgende categorieën gelden de verbodsbepalingen van artikel 1.3 lid 2 van de Wnb het gehele seizoen: 1. nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (voorbeeld: steenuil). 2. nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: roek, gierzwaluw en huismus). 3. nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: ooievaar, kerkuil en slechtvalk). 4. vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (voorbeeld: boomvalk, buizerd en ransuil). Deze categorieën zijn terug te vinden in de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’.

Nesten die niet het hele jaar door zijn beschermd In de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’ worden de volgende soorten aangegeven als categorie 5. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd. 5. nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten De aangepaste lijst met jaarrond beschermde nesten is indicatief en niet uitputtend. Als aanvulling op de vorige lijst zijn ook vogelsoorten opgenomen met niet jaarrond beschermde nesten. De soorten uit bovenstaande categorie 5 vragen extra onderzoek, ook al zijn hun nesten niet jaarrond beschermd. Categorie 5-soorten zijn namelijk wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen.

SOL021007 – QUICKSCAN ECOLOGIE SOL02007.RAP001.WL, versie 1.0 Bouwkundig Bureau Haverkamp

WSP 15 juni 2022

BIJLAGE

2

LITERATUUR

SOL021007 – QUICKSCAN ECOLOGIE SOL02007.RAP001.WL, versie 1.0 Bouwkundig Bureau Haverkamp

WSP 15 juni 2022

LITERATUUR NDFF, 2022. Bekende verspreiding van soorten ten opzichte van het plangebied – levering uit de NDFF, NDFF – ndffecogrid.nl. Provinsje Fryslân, 2016, Besluit van Gedeputeerde Staten van Fryslân van 27 september 2016, inzake het vaststellen van de Verordening Wet natuurbescherming Fryslân 2017. 23 november 2016, Leeuwarden. BIJ12, 2021, Kennisdocument grote modderkruiper ‘misgurnus fossilis’, d.d. oktober 2021, bij12.nl. Internetbronnen: www.pdok.nl/viewer www.ravon.nl www.fryslan.maps.arcgis.com www.bagviewer.kadaster.nl www.verspreidingsatlas.nl www.natuermeidemienskip.nl

SOL021007 – QUICKSCAN ECOLOGIE SOL02007.RAP001.WL, versie 1.0 Bouwkundig Bureau Haverkamp

WSP 15 juni 2022

BIJLAGE

3

SITUATIETEKENINGEN

SOL021007 – QUICKSCAN ECOLOGIE SOL02007.RAP001.WL, versie 1.0 Bouwkundig Bureau Haverkamp

WSP 15 juni 2022

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=80333dee-0ea1-4497-86ed-74c713aaee26