Bestemmingsplan Leeuwarden - woningbouw Swingmastate - Friesmastate.pdf
Tekst van het document
Beschrijving juridische regeling
In deze paragraaf wordt de bestemming, zoals deze in de regels zijn opgenomen en op de verbeelding zijn weergegeven, beschreven. Groen De groene openbare stroken tussen de woningen krijgen de bestemming 'Groen'. Binnen de bestemming wordt voorzien in groenvoorzieningen en paden. In ondergeschikte mate is het gebruik als erf bij woningen mogelijk. Er wordt niet voorzien in bouwwerken, anders dan kunstobjecten, straatmeubilair, speelvoorzieningen en lage terreinafscheidingen. Verkeer - Verblijf De openbare ruimte die in hoofdzaak is bedoeld als verblijfsgebied en voor verkeer en parkeren is bestemd als 'Verkeer - Verblijf'. Binnen deze bestemming zijn allerlei openbare voorzieningen toegestaan. Wonen De woningen in het plangebied krijgen de bestemming 'Wonen' waarbinnen het stedenbouwkundig ontwerp mogelijk wordt gemaakt. Voor de woningen is een bouwvlak opgenomen waarbinnen de woningen gerealiseerd mogen worden. Het gaat om woningen groter dan 65 m2 bruto vloeroppervlak (BVO). Voor de bouwvlakken voor de patiowoningen geldt een maximum bouwhoogte van 7 meter. De maximale goot- en bouwhoogte voor de rijwoningen bedraagt respectievelijk 6 bestemmingsplan Leeuwarden - woningbouw Swingmastate - Friesmastate Rho Adviseurs B.V. Status: vastgesteld / 16-02-2021
20190469
blz 33
en 11 meter. Het aantal woningen bedraagt niet meer dan ter plaatse aangeduid met de aanduiding 'maximaal aantal wooneenheden'. In totaal zijn daarmee 62 woningen toegestaan. Om de mogelijkheid van een pad in noord-zuidrichting, centraal in het plangebied, te waarborgen is een voorwaardelijke verplichting in de bouwregels opgenomen. Een gebouw mag slechts bebouwd worden wanneer de mogelijkheid van dit pad wordt gehandhaafd. Omwille van enige uitwisselbaarheid zijn ook openbaar groen, tuinen, parkeervoorzieningen en ontsluitingswegen binnen de bestemming toegestaan. Tot slot is ter plaatse van de aanduiding 'kinderdagverblijf' een kinderdagverblijf toegestaan.
bestemmingsplan Leeuwarden - woningbouw Swingmastate - Friesmastate Status: vastgesteld / 16-02-2021
Rho Adviseurs B.V.
blz 34
20190469
Hoofdstuk 6
6.1
Uitvoerbaarheid
Algemeen
In het kader van een bestemmingsplan is het van belang om de uitvoerbaarheid na te gaan. In dat verband wordt een onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid. 6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Voorontwerp Het voorontwerpbestemmingsplan 'Leeuwarden - woningbouw Swingmastate – Friesmastate' heeft vanaf 11 juni 2020 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn vier inspraakreacties ingediend. De reacties zijn vervolgens in een aparte reactienota, zie bijlage 9, samengevat en van een gemeentelijke reactie voorzien. De reactie hebben geleid tot aanpassingen in de toelichting. Zienswijzen Vanaf 17 december 2020 heeft vervolgens het ontwerpbestemmingsplan Leeuwarden – Woningbouw Swingmastate-Friesmastate voor een periode van 6 weken ter visie gelegen. Gedurende deze periode is een zienswijze ontvangen van ProRail. ProRail constateert dat in het bestemmingsplan wordt verwezen naar de spoorlijn Sneek-Leeuwarden, terwijl dit de spoorlijn Groningen – Leeuwarden moet zijn. Verder adviseert ProRail om een aparte alinea “Spoorweglawaai” op te nemen in de toelichting van het bestemmingsplan. De opmerkingen van ProRail zijn volledig verwerkt in het bestemmingsplan. Deze zienswijze vormt geen aanleiding om af te zien van de vaststelling van het bestemmingsplan. Vaststelling Na de ter inzagelegging besluit de gemeenteraad over de vaststelling van het bestemmingsplan. Uiteindelijk is tegen het vaststellingsbesluit beroep mogelijk bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. 6.3
Grondexploitatie
Voor de uitvoerbaarheid van het project is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de manier van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële uitvoerbaarheid De ontwikkeling betreft een particulier initiatief, waarin de gemeente geen directe financiële rol of belangen heeft. De particulier kan het project volledig financieren. bestemmingsplan Leeuwarden - woningbouw Swingmastate - Friesmastate Rho Adviseurs B.V. Status: vastgesteld / 16-02-2021
20190469
blz 35
Er zijn voldoende financiële middelen beschikbaar. Daarmee is de financiële haalbaarheid voldoende gewaarborgd. Grondexploitatie Door middel van de grondexploitatieregeling beschikken gemeenten over mogelijkheden voor het verhalen van kosten, bijvoorbeeld voor het bouw- en woonrijp maken en kosten voor de ruimtelijke procedure. Indien er sprake is van bepaalde bouwplannen, dient de gemeente hiervoor in beginsel een exploitatieplan op te stellen. Van deze verplichting kan worden afgezien als het kostenverhaal anderszins verzekerd is. Dit kan middels een anterieure overeenkomst. Voor vaststelling van het planologisch besluit dient duidelijk te zijn op welke wijze de kosten zullen worden verhaald. De beoogde ontwikkeling die in dit bestemmingsplan centraal staat is als 'bouwplan' aangemerkt waarvoor in beginsel een grondexploitatieplan dient te worden opgesteld. Voor dit plan is een anterieure overeenkomst opgesteld, waarmee de kosten anderszins zijn verzekerd. Hierin zijn ook afspraken gemaakt ten aanzien van planschade.
bestemmingsplan Leeuwarden - woningbouw Swingmastate - Friesmastate Status: vastgesteld / 16-02-2021
Rho Adviseurs B.V.
blz 36
20190469
bestemmingsplan Leeuwarden - woningbouw Swingmastate - Friesmastate Rho Adviseurs B.V. Status: vastgesteld / 16-02-2021
20190469
blz 37
Bijlagen bij de toelichting
bestemmingsplan Leeuwarden - woningbouw Swingmastate - Friesmastate Status: vastgesteld / 16-02-2021
Rho Adviseurs B.V.
blz 38
Bijlage 1
20190469
Onderzoek wegverkeerslawaai
bestemmingsplan Leeuwarden - woningbouw Swingmastate - Friesmastate Rho Adviseurs B.V. Status: vastgesteld / 16-02-2021
Leeuwarden Bestemmingsplan Swingmastate Leeuwarden
Onderzoek wegverkeerslawaai
Leeuwarden Bestemmingsplan Swingmastate Leeuwarden
Onderzoek wegverkeerslawaai
identificatie
planstatus
projectnummer:
datum:
2019.0469
28‐01‐2020
projectleider:
opdrachtgever:
Ealse Venema
Blue Banner III B.V.
auteur(s):
Rients Koster
aangesloten bij:
RBOI - Rotterdam bv Druifstreek 72-c Delftseplein 27b Postbus 150 8911 LH Leeuwarden (058) 2562525 3000 AD Rotterdam telefoon (010) E-mail: 201 85leeuwarden@rho.nl 55 E-mail: info@rboi.nl
© Rho Adviseurs bv Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.
Inhoud 1.
Inleiding
3
2.
Situatie/planbeschrijving
4
Toetsingskader
5
3.1.
5 5 6 6 6 7 7
3.
3.2. 3.3. 3.4.
4.
5.
6.
Wegverkeerslawaai 3.1.1. Algemeen 3.1.2. Nieuwe situaties 3.1.3. 30 km‐wegen Spoorweglawaai Industrielawaai Cumulatie
Berekeningen
9
4.1. 4.2. 4.3.
9 9 9
Rekenmethoden Uitgangspunten Rekenmodel
Berekeningsresultaten
11
5.1. 5.2. 5.3. 5.4.
11 12 13 13
Grovestins Saturnusweg Swingmastate Cumulatieve geluidniveaus (exclusief aftrek art. 110g Wgh)
Conclusie
15
Bijlagen: Bijlage 1:
Begrippen
Bijlage 2:
Invoergegevens (wegen)
Rho Adviseurs B.V. vestiging Leeuwarden
2019.0469
2
2019.0469
Inhoud
Rho Adviseurs B.V. vestiging Leeuwarden
3
1. Inleiding
Op de locatie Swingmastate 1 staan de opstallen van de voormalige jeugdkliniek van GGZ Friesland. Het voornemen is om de locatie te herontwikkelen tot woningbouwlocatie met 62 grondgebonden woningen van verschillende typen. Het terrein heeft in het bestemmingsplan Camminghaburen een maatschappelijke bestemming, waarbinnen het bouwen van woningen niet is toegestaan. Gezien de prominente ligging binnen de woonwijk Camminghaburen is er vanuit de gemeente een positieve grondhouding om medewerking te verlenen aan een bestemmingsplanwijziging ten behoeve van wonen. Hiertoe heeft de afdeling Stadsontwikkeling en Beheer een stedenbouwkundige verkenning opgesteld, op basis waarvan TWA architecten een stedenbouwkundig ontwerpvoorstel heeft opgesteld. Om de ontwikkeling juridisch‐planologisch te kunnen regelen, is het opstellen van een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk. Het plangebied ligt binnen de wettelijke geluidzones (Wet geluidhinder) van de Grovestins en de Saturnusweg. Om die reden is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai. Het doel van het onderzoek is om na te gaan in hoeverre de nieuwe woningen kunnen worden gerealiseerd binnen de randvoorwaarden van de Wet geluidhinder. De gehanteerde akoestische begrippen worden in bijlage 1 toegelicht.
Rho Adviseurs B.V. vestiging Leeuwarden
2019.0469
4
Situatie/planbeschrijving
2. Situatie/planbeschrijving
Een globaal overzicht van het plangebied met de ligging van de woningen is gegeven in onderstaande figuur 2.1. Het plangebied ligt ten zuiden van de Grovestins en ten westen van de Saturnusweg. De Swingmastate zelf is een 30 km‐weg. Het plan voorziet in patiowoningen (type A) en rijtjeswoningen (type B). Figuur 2.1:
2019.0469
indeling plangebied
Rho Adviseurs B.V. vestiging Leeuwarden
Toetsingskader
5
3. Toetsingskader
3.1.
Wegverkeerslawaai
3.1.1.
Algemeen
Wettelijke zones langs wegen Langs alle wegen, met uitzondering van 30 km‐wegen en woonerven, bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidzones waarbinnen de geluidhinder vanwege een weg aan bepaalde wettelijke normen dient te voldoen. De breedte van een geluidzone voor wegen is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de binnen‐ of buitenstedelijke ligging. De breedte van een geluidzone van een weg is in tabel 3.1 weergegeven. Tabel 3.1:
schema zonebreedte aan weerszijden van de weg volgens artikel 74 Wgh aantal rijstroken
5 of meer 3 of 4 1 of 2
breedte van de geluidzone [m] buitenstedelijk gebied stedelijk gebied 600 350 400 350 250 200
De breedte van de geluidzone wordt hierbij gemeten vanaf de as van de weg en is gelegen aan de buitenste rand van de weg. In artikel 1 van de Wgh zijn de definities opgenomen van stedelijk en buitenstedelijk gebied. Deze definities luiden: ‐
‐
stedelijk gebied: gebied binnen de bebouwde kom, doch, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg; buitenstedelijk gebied: gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg;
Dosismaat Lden De berekende geluidsniveaus wordt beoordeeld op basis van de Europese dosismaat Lden (Lday‐evening‐night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB. De berekende geluidwaarde in Lden vertegenwoordigt het gemiddelde geluidniveau over een etmaal. Aftrek op basis van artikel 110g Wgh De in de Wgh genoemde grenswaarden gelden inclusief de standaard aftrek op basis van artikel 110g van de Wgh. Dit artikel houdt in dat een aftrek mag worden gehanteerd welke anticipeert op het stiller worden van het verkeer in de toekomst door innovatieve maatregelen aan de voertuigen. Voor wegen met een representatief te achten snelheid lager dan 70 km/u geldt een aftrek van 5 dB. Voor wegen met een representatief te achten snelheid van 70 km/u of hoger geldt de volgende aftrek:
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Leeuwarden
2019.0469
6
Toetsingskader
• • •
4 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 3.4 RMG 2012 57 dB bedraagt; 3 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 3.4 RMG2012 56 dB bedraagt; 2 dB voor andere waarden van de geluidbelasting.
De toegestane aftrek conform artikel 3.4 uit het Reken‐ en meetvoorschrift geluidhinder 2012 is op alle genoemde geluidbelastingen toegepast, tenzij anders vermeld. 3.1.2.
Nieuwe situaties
Voor de geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidzone van een weg, gelden bepaalde voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden. In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde mogelijk. Hogere grenswaarden kunnen alleen worden verleend, nadat is onderbouwd dat maatregelen om de geluidbelasting op de gevel van geluidgevoelige bestemmingen terug te dringen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Deze hogere grenswaarde mag de maximaal toelaatbare hogere waarde niet te boven gaan. De maximale ontheffingswaarde voor wegen is op grond van artikel 83 Wgh afhankelijk van de ligging van de bestemmingen (binnen‐ of buitenstedelijk). Bestemmingen met een binnenstedelijke ligging, maar binnen de geluidzone van een autosnelweg, worden bij het bepalen van de geluidzone voor die autosnelweg gerekend tot buitenstedelijk gebied. Voor het plangebied geldt dat er sprake is van een binnenstedelijke situatie. De maximale grenswaarde bedraagt Lden = 63 dB. 3.1.3.
30 km‐wegen
Wegen met een maximumsnelheid van 30 km/u of lager zijn op basis van de Wgh niet gezoneerd. Akoestisch onderzoek zou achterwege kunnen blijven. Echter dient op basis van jurisprudentie in het kader van een goede ruimtelijke ordening inzichtelijk te worden gemaakt of er sprake is van een aanvaardbaar akoestisch klimaat. Indien dit niet het geval is, dient te worden onderbouwd of maatregelen ter beheersing van de geluidbelasting aan de gevels noodzakelijk, mogelijk en/of doelmatig zijn. Ter onderbouwing van de aanvaardbaarheid van de geluidbelasting wordt bij gebrek aan wettelijke normen aangesloten bij de benaderingswijze die de Wgh hanteert voor gezoneerde wegen. Vanuit dat oogpunt worden de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde als referentiekader gehanteerd. De voorkeursgrenswaarde geldt hierbij als richtwaarde en de maximale ontheffingswaarde als maximaal aanvaardbare waarde.
3.2.
Spoorweglawaai
In het Besluit Geluidhinder van 1 juli 2012 is het wettelijk kader van geluidhinder vanwege spoorwegen opgenomen. Op grond van artikel 1.4a is de zonebreedte van de trajecten in Nederland vastgesteld. Deze zonebreedte is afhankelijk van het vastgestelde geluidproductieplafond (hierna GPP). Deze GPP’s zijn op 1 juli 2012 door een wetswijziging van de Wet milieubeheer voor hoofdspoorwegen van kracht geworden. GPP’s zijn berekende waarden op referentiepunten en stellen een heldere grens over de toelaatbare hoeveelheid geluid en voorkomen een onbelemmerde groei van het geluid door toenemend verkeer. Deze referentiepunten liggen om de 100 meter op 4 meter boven lokaal maaiveld, op een vaste afstand van 50 meter aan weerszijden van het spoor. De GPP’s, brongegevens en relevante besluitinformatie zijn opgenomen in het zogenaamde geluidregister. Dit register is openbaar, digitaal toegankelijk via de website van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. De GPP‐waarden vanwege de spoorlijn Groningen‐Leeuwarden zijn gegeven in figuur 3.1.
2019.0469
Rho Adviseurs B.V. vestiging Leeuwarden
Toetsingskader
Figuur 3.1:
7
GPP‐waarden spoorweglawaai ter hoogte van het plangebied
Het plangebied is, op basis van de referentiepunten van het spoor ter hoogte van het plangebied, gelegen net buiten geluidzone van de spoorlijn Groningen‐Leeuwarden (zonebreedte 100 m). Akoestisch onderzoek naar aanleiding van spoorweglawaai is daarom niet noodzakelijk. De voorkeursgrenswaarde bedraagt Lden = 55 dB en de maximale grenswaarde Lden = 68 dB. De GPP’s bedragen voor de eerstelijnsbebouwing niet meer dan Lden = 55 dB.
3.3.
Industrielawaai
Ten zuiden van het plangebied (en ten zuiden van de spoorlijn Groningen‐Leeuwarden) ligt het industrieterrein de Hemrik. Dit deel van het industrieterrein is niet gezoneerd in het kader van de Wet geluidhinder. Het industrieterrein ten westen van de Anne Vondelingweg, Leeuwarden‐Oost, is wel gezoneerd. Het plangebied ligt ver buiten de zonegrens en industrielawaai (Wgh) is derhalve geen belemmering voor het plan.
3.4.
Cumulatie
Bij een (mogelijke) samenloop van verschillende geluidsbronnen dient de gecumuleerde geluidsbelasting te worden bepaald, waarbij een beoordeling dient plaats te vinden of de gecumuleerde geluidsbelasting niet zal leiden tot een onaanvaardbaar niveau. De cumulatieberekening dient plaats te vinden conform de rekenmethode uit hoofdstuk 2 van bijlage I bij het RMV2012, waarbij rekening wordt gehouden met de verschillen in dosis‐effect relaties van de verschillende geluidsbronnen. In tabel 3.2 is een algemeen geaccepteerde kwaliteitsindicatie van een bepaalde geluidbelasting opgenomen
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Leeuwarden
2019.0469
8
Tabel 3.2:
2019.0469
Toetsingskader
kwaliteitsindicatie geluidbelasting (bron: RIVM) geluidbelasting Lcum [dB]
geluidkwaliteit
<45
zeer goed
46‐50
goed
51‐55
redelijk
56‐60
matig
61‐65
slecht
>65
zeer slecht
Rho Adviseurs B.V. vestiging Leeuwarden
Berekeningen
9
4. Berekeningen
4.1.
Rekenmethoden
Het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is uitgevoerd conform de Standaard Rekenmethode II uit het Reken‐ en meetvoorschrift geluid 2012 (RMG 2012). Het overdrachtsmodel is opgesteld in het softwareprogramma Geomilieu, versie 5.10 van dgmr‐software. De relevante invoergegevens (brongegevens) zijn gegeven in bijlage 2.
4.2.
Uitgangspunten
Grovestins en Saturnusweg Bij de gemeente Leeuwarden is navraag gedaan naar de verkeersintensiteiten op de Grovestins en de Saturnusweg. Voor de Grovestins zijn voor het laatst tellingen uitgevoerd in 2015 en voor de Saturnusweg in 2018. Voor de Grovestins bedroeg de etmaalintensiteit in 2015 6.924 mvt/etmaal en voor de Saturnusweg 4.278 mvt/etmaal. Voor het peiljaar 2030 (10 jaar na te verwachten plandatum) bedraagt op basis van 1% autonome groei de verkeersintensiteit 8.039 mvt/etmaal op de Grovestins en 4.821 mvt/etmaal. In voorliggend onderzoek is van deze intensiteiten uitgegaan. De voertuigverdeling per voertuigcategorie en etmaalperiode is gebaseerd op de telgegevens. Voor beide wegen geldt maximum toegestane snelheid van 50 km/uur en een standaard asfaltverharding. Swingmastate De Swingmastate is een 30 km‐weg. Hiervan zijn verkeersgegevens bekend. De verkeersgeneratie van het plan bedraagt ca. 550 mvt/etmaal. Samen met de bestaande woningen en doorgangsverkeer is in de berekeningen uitgegaan van 1.500 mvt/etmaal en een standaard asfaltverharding.
4.3.
Rekenmodel
Ten behoeve van het onderzoek is een akoestisch rekenmodel opgesteld, waarbij rekening is gehouden met alle relevante gebouwde ruimtelijke objecten in de omgeving (voor zover aanwezig of geprojecteerd). De invoergegevens zijn gegeven in bijlage 2 (ingevoerde wegen). Voor het bodem‐model zijn harde (wegen, water, etc.) en zachte (onverhard terrein) bodemgebieden van belang. Verharde gebieden zijn zoveel als mogelijk ingevoerd. Voor de niet gedefinieerde bodemgebieden is uitgegaan van een 50% absorberende bodem (Bf = 0,5). De ingevoerde wegen zijn geschematiseerd in rijlijnen die standaard 0,75 m boven het wegdek liggen. Ter plaatse van de bouwblokgrenzen zijn toetspunten ingevoerd met een hoogte ho = +1,5 m/+4,5 m/+7,5 m (overeenkomend met twee bouwlagen en een zolderverdieping).
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Leeuwarden
2019.0469
10
Berekeningen
Het maximum aantal reflecties waarmee de berekeningen zijn uitgevoerd bedraagt 1 reflectie en een sectorhoek van 2˚, conform de aanbeveling van de projectgroep Vergelijkend Onderzoek Akoestische Bureaus (VOAB). In deze projectgroep VOAB zijn afspraken gemaakt om de onderlinge verschillen in rekenprogrammatuur te minimaliseren. Een overzicht van het akoestisch rekenmodel is gegeven in figuur 4.1. Figuur 4.1:
2019.0469
overzicht van het akoestisch rekenmodel met de ligging van de ingevoerde wegen, objecten en harde bodemvlakken
Rho Adviseurs B.V. vestiging Leeuwarden
Berekeningsresultaten
11
5. Berekeningsresultaten
5.1.
Grovestins
In figuur 5.1 zijn de berekende geluidbelastingen vanwege de Grovestins weergegeven (Lden in dB). De geluidbelastingen zijn inclusief aftrek op basis van art. 110g Wgh (5 dB). In figuur 5.1 zijn alleen de woningen gegeven waar de voorkeursgrenswaarde vanwege de Grovestins wordt overschreden, globaal de eerstelijns bebouwing langs de Grovestins. De maximale ontheffingswaarde van Lden = 63 dB wordt niet overschreden. Figuur 5.1:
overzicht van de berekende geluidbelasting Lden in dB vanwege de Grovestins (inclusief 5 dB aftrek op basis van artikel 110g Wgh)
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Leeuwarden
2019.0469
12
5.2.
Berekeningsresultaten
Saturnusweg
In figuur 5.2 zijn de berekende geluidbelastingen vanwege de Saturnusweg weergegeven (Lden in dB). De geluidbelastingen zijn inclusief aftrek op basis van art. 110g Wgh (5 dB). In figuur 5.2 zijn alleen de woningen weergegeven met de hoogste berekende geluidbelasting. De voorkeursgrenswaarde vanwege de Saturnusweg wordt nergens overschreden. Figuur 5.2:
2019.0469
overzicht van de berekende geluidbelasting Lden in dB vanwege de Saturnusweg (inclusief 5 dB aftrek op basis van artikel 110g Wgh)
Rho Adviseurs B.V. vestiging Leeuwarden
Berekeningsresultaten
5.3.
13
Swingmastate
In figuur 5.3 zijn de berekende geluidbelastingen vanwege de Swingmastate weergegeven (Lden in dB). De geluidbelastingen zijn inclusief aftrek op basis van art. 110 g Wgh (5 dB). In figuur 5.3 zijn alleen de woningen weergegeven met de hoogst berekende geluidbelasting. De voorkeursgrenswaarde (richtwaarde) vanwege de Swingmastate wordt alleen gering overschreden bij het bouwblok dat op de kortste afstand tot de weg is gesitueerd. Figuur 5.3:
5.4.
overzicht van de berekende geluidbelasting Lden in dB vanwege de Swingmastate (inclusief 5 dB aftrek op basis van artikel 110g Wgh)
Cumulatieve geluidniveaus (exclusief aftrek art. 110g Wgh)
In de figuren 5.4/5.5 zijn de berekende cumulatieve geluidbelastingen weergegeven (Lden in dB) vanwege het totale wegverkeer in de omgeving en exclusief aftrek op basis van art. 110 g Wgh.
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Leeuwarden
2019.0469
14
Berekeningsresultaten
Figuur 5.4:
overzicht van de berekende cumulatieve geluidbelasting Lden in dB vanwege wegverkeer
Figuur 5.5:
overzicht van de berekende cumulatieve geluidbelasting Lden in dB vanwege wegverkeer
2019.0469
Rho Adviseurs B.V. vestiging Leeuwarden
Conclusie
15
6. Conclusie
Op de locatie Swingmastate 1 staan de opstallen van de voormalige jeugdkliniek van GGZ Friesland, waar (na sloop van de bestaande opstallen) 68 grondgebonden woningen gaan worden ontwikkeld. Ten behoeve van de bestemmingsplanprocedure is de geluidbelasting vanwege wegverkeer bepaald vanwege de Grovestins en de Saturnusweg (zoneringsplichtige wegen Wh). Uit de berekeningen blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van Lden = 48 dB alleen wordt overschreden op de eerstelijnsbebouwing langs de Grovestins. De berekende geluidbelasting bedraagt maximaal Lden = 54 dB, waarmee de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden, maar de maximale ontheffingswaarde van Lden = 63 dB niet. Omdat afschermende voorzieningen vanuit stedebouwkundig oogpunt niet wenselijk zijn en geluidreducerend asfalt niet binnen de projectmogelijkheden ligt, dient voor de eerstelijnsbebouwing een hogere waarde procedure te worden gevolgd. De geluidbelasting vanwege de verder weg gelegen Saturnus weg is ook onderzocht, maar vanwege de afstand en afscherming van ondergeschikt belang. De geluidniveaus vanwege de Swingmastate zijn bepaald op basis van een uitgangspunt van 1.500 mvt/etmaal. De maximale geluidbelasting bedraagt slechts 1 dB meer dan de voorkeursgrenswaarde van de Wet geluidhinder (als richtwaarde te beschouwen bij 30 km‐wegen).
De aspecten industrielawaai en spoorweglawaai zijn indicatief beoordeeld en vormen geen knelpunt. Bij de toetsing aan het Bouwbesluit dient te worden uitgegaan van de maximaal berekende cumulatieve geluidbelasting exclusief aftrek art. 110g Wgh (figuren 5.4/5.5).
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Leeuwarden
2019.0469
16
2019.0469
Conclusie
Rho Adviseurs B.V. vestiging Leeuwarden
Bijlagen
Bijlage 1:
begrippen
Decibel A, afgekort dB(A): een maat voor de sterkte van geluid, zoals het door de mens wordt waargenomen, ten opzichte van een referentiedruk van 20.10-5 Pa. Equivalent geluidsniveau LAeq,T in dB(A): het energetisch gemiddelde van de fluctuerende niveaus van het ter plaatse, in de loop van een bepaalde periode optredende geluid. Gestandaardiseerd immissieniveau Li in dB(A): het equivalente geluidsniveau dat tijdens een bepaalde bedrijfstoestand onder meteoraamomstandigheden op een bepaalde plaats en hoogte wordt vastgesteld. Immissierelevante bronsterkte LWR in dB(A): het geluidvermogensniveau van een denkbeeldige bron, gelegen in het centrum van de werkelijke geluidsbron, die in de richting van het immissiepunt dezelfde geluiddrukniveaus veroorzaakt als de werkelijke geluidsbron. Langtijdgemiddeld deelgeluidsniveau LAeqi,LT in dB(A): equivalent A-gewogen geluidsniveau over een specifieke beoordelingsperiode ten gevolge van een specifieke bedrijfstoestand op een immissiepunt, bij een meteoraamgemiddelde geluidsoverdracht, zo nodig gecorrigeerd voor de gevelreflectie. Langtijdgemiddeld deelbeoordelingsniveau LAri,LT in dB(A): equivalent A-gewogen geluidsniveau over een specifieke beoordelingsperiode ten gevolge van een specifieke bedrijfstoestand op een beoordelingspunt, zo nodig gecorrigeerd voor de aanwezigheid van impulsachtig geluid, zuivere tooncomponent of muziekgeluid.
Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT in dB(A): energetische sommatie van de langtijdgemiddelde deelbeoordelingsniveaus. Etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau vanwege het industrieterrein Letmaal in dB(A): de hoogste van de volgende drie waarden: LAr,LT over de dagperiode; LAr,LT over de avondperiode + 5; LAr,LT over de nachtperiode + 10. Europese dosismaat Lden in dB(A): avondperiode en nachtperiode.
gewogen gemiddelde van het geluidsniveau in de dagperiode,
Dagperiode: de beoordelingsperiode van 07.00 tot 19.00 uur. Avondperiode: de beoordelingsperiode van 19.00 tot 23.00 uur. Nachtperiode: de beoordelingsperiode van 23.00 tot 07.00 uur. Maximaal geluidsniveau (piekgeluidsniveau) LAmax in dB(A): het maximaal te meten A-gewogen geluidsniveau, meterstand “fast” gecorrigeerd met de meteocorrectieterm Cm. Immissiepunt: de plaats waarop het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau wordt bepaald. Representatieve bedrijfssituatie: toestand waarbij de voor de geluidproductie relevante omstandigheden kenmerkend zijn voor een bedrijfsvoering bij volledige capaciteit in de te beschouwen etmaalperiode. Bedrijfstoestand: toestand van een inrichting, die relevant is voor te verrichten metingen. Meteoraam: de meteorologische omstandigheden waaronder een goede en stabiele geluidoverdracht plaatsvindt. Stoorgeluid: het op een bepaalde plaats optredende geluid, veroorzaakt door andere geluidsbronnen dan die waarvan het geluidsniveau wordt bepaald. Zone: een rond een industrieterrein gelegen gebied, waarbuiten een bepaalde geluidsbelasting vanwege dit terrein niet wordt overschreden.
Swingmastate Leeuwarden Model: Groep:
Naam 1 2 3
Bijlage 2: ingevoerde wegen
eerste model (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 Omschr. Grovestins Saturnusweg Swingmastate
Geomilieu V5.10
X-1 185238,96 185780,11 185560,22
Y-1 580018,95 579964,91 579924,64
H-1 0,00 0,00 0,00
H-n 0,00 0,00 0,00
M-1 0,00 0,00 0,00
M-n 0,00 0,00 0,00
Hbron 0,75 0,75 0,75
Wegdek Referentiewegdek Referentiewegdek Referentiewegdek
14-11-2019 15:38:03
Swingmastate Leeuwarden Model: Groep:
Naam 1 2 3
Bijlage 2: ingevoerde wegen
eerste model (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 V(MR(D)) --30
V(LV(D)) 50 50 30
Geomilieu V5.10
V(MV(D)) 50 50 30
V(ZV(D)) 50 50 30
Totaal aantal 8039,00 4821,00 1500,00
%Int(D) 6,90 7,18 7,18
%Int(A) 3,08 2,46 2,46
%Int(N) 0,61 0,50 0,50
%Int(P4) ----
%MR(D) ----
%MR(A) ----
14-11-2019 15:38:03
Swingmastate Leeuwarden Model: Groep:
Naam 1 2 3
Bijlage 2: ingevoerde wegen
eerste model (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 %MR(N) ----
%MR(P4) ----
Geomilieu V5.10
%LV(D) 97,50 94,00 94,00
%LV(A) 97,50 94,00 94,00
%LV(N) 97,50 94,00 94,00
%LV(P4) ----
%MV(D) 1,90 3,70 3,70
%MV(A) 1,90 3,70 3,70
%MV(N) 1,90 3,70 3,70
%MV(P4) ----
%ZV(D) 0,60 2,30 2,30
%ZV(A) 0,60 2,30 2,30
%ZV(N) 0,60 2,30 2,30
14-11-2019 15:38:03
Swingmastate Leeuwarden Model: Groep:
Naam 1 2 3
Bijlage 2: ingevoerde wegen
eerste model (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 %ZV(P4) ----
MR(D) ----
Geomilieu V5.10
MR(A) ----
MR(N) ----
MR(P4) ----
LV(D) 540,82 325,38 101,24
LV(A) 241,41 111,48 34,69
LV(N) 47,81 22,66 7,05
LV(P4) ----
MV(D) 10,54 12,81 3,98
MV(A) 4,70 4,39 1,37
MV(N) 0,93 0,89 0,28
14-11-2019 15:38:03
Swingmastate Leeuwarden Model: Groep:
Naam 1 2 3
Bijlage 2: ingevoerde wegen
eerste model (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 MV(P4) ----
ZV(D) 3,33 7,96 2,48
Geomilieu V5.10
ZV(A) 1,49 2,73 0,85
ZV(N) 0,29 0,55 0,17
ZV(P4) ----
Wegdek W0 W0 W0
14-11-2019 15:38:03
20190469
Bijlage 2
blz 69
Verkennend bodemonderzoek
bestemmingsplan Leeuwarden - woningbouw Swingmastate - Friesmastate Status: vastgesteld / 16-02-2021
Rho Adviseurs B.V.
Verkennend bodemonderzoek ter plaatse van de Swingmastate 1 in Leeuwarden (bestemmingswijziging en nieuwbouw)
Rapportnummer: Status: Datum:
201801/JvdM Definitief, versie 2 4 december 2020
Opdrachtgever:
Rho Adviseurs B.V. Druifstreek 72C 8911 LH LEEUWARDEN
Realisatie:
WMR Rinsumageest bv Van Aylvawei 40 9105 KT RINSUMAGEAST T 0511 - 425050 F 0511 - 424184 I www.wmr.nl E milieu@wmr.nl
COLOFON Project: Opdrachtgever: Rapportnummer: Auteur: Projectleider: Handtekening:
Verkennend bodemonderzoek Swingmastate 1, Leeuwarden Rho Adviseurs B.V. 201801/JvdM J.J. van der Mei D.T. van der Mei
Datum:
4 december 2020
Niets uit dit rapport mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever. De activiteiten van WMR Rinsumageest bv zijn gewaarborgd middels de volgende certificaten: NEN-EN-ISO 9001 Kwaliteitsmanagementsystemen VCA**: Veiligheids Checklijst Aannemers SC-530: SCA Procescertificaat Asbestverwijdering SVMS-007: Procescertificaat Slopen BRL SIKB 1000: Procescertificaat Monsterneming voor partijkeuringen BRL SIKB 2000: Procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek BRL SIKB 6000: Procescertificaat Milieukundige begeleiding van bodemsaneringen BRL SIKB 7000: Procescertificaat Uitvoering Bodemsaneringen en lidmaatschap van:
Vereniging Van Milieu Adviesbureaus Bouwend Nederland
BRL SIKB 2000
Rapportnummer : 201801/JvdM
Blad : III
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING ..................................................................................................................................................................1 1.1 Algemeen ....................................................................................................................................................1 1.2 Aanleiding en doelstelling van het onderzoek............................................................................................1 1.3 Kwaliteitswaarborg .....................................................................................................................................1 1.4 Opbouw van het rapport ............................................................................................................................ 1
2
VOORONDERZOEK .....................................................................................................................................................2 2.1 Algemeen ....................................................................................................................................................2 2.2 Algemene locatiegegevens .........................................................................................................................2 2.3 Geraadpleegde bronnen.............................................................................................................................2 2.4 Actuele situatie en historische situatie ......................................................................................................2 2.5 Bodemopbouw en geohydrologie onderzoekslocatie ................................................................................3 2.6 Voorgaande bodemonderzoeken ...............................................................................................................3 2.7 Bodemkwaliteitskaart .................................................................................................................................3 2.8 Conclusie vooronderzoek ...........................................................................................................................
3 2.9 Opstelling onderzoekshypothese ...............................................................................................................3
3
VELD- EN LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN .........................................................................................................4 3.1 Veldwerkzaamheden .................................................................................................................................. 4 3.2 Laboratoriumonderzoek .............................................................................................................................5
4
TOETSINGSKADER .....................................................................................................................................................6
5
ANALYSERESULTATEN EN TOETSING.........................................................................................................................7 5.1 Grond ..........................................................................................................................................................7 5.2 Grondwater ................................................................................................................................................7
6
SAMENVATTING EN CONCLUSIE ...............................................................................................................................8 6.1 Samenvatting ..............................................................................................................................................8 6.2 Evaluatie .....................................................................................................................................................8 6.3 Conclusie ....................................................................................................................................................9 6.4 Aanbevelingen ............................................................................................................................................9
Bijlagen:
1. Kadastrale kaart 2. Situatietekening 3. Boorprofielen 4. Analysecertificaten 5. Toetsingsresultaten
Verkennend bodemonderzoek Swingmastate 1, Leeuwarden
WMR Rinsumageest bv
Rapportnummer : 201801/JvdM
1
INLEIDING
1.1
Algemeen
Blad : 1 van 9
In opdracht van Rho Adviseurs B.V. is door WMR Rinsumageest bv een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de Swingmastate 1 in Leeuwarden. Het onderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5725 (Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek) en NEN 5740 (Bodem - Onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond). 1.2
Aanleiding en doelstelling van het onderzoek Aanleiding van het verkennend onderzoek is de voorgenomen bestemmingswijziging van het terrein en vervolgens nieuwbouw van woningen. Het doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Op basis van de onderzoeksresultaten kan bepaald worden of de milieuhygiënische bodemkwaliteit voldoende geschikt is voor de voorgenomen bestemmingswijziging en nieuwbouw.
1.3
Kwaliteitswaarborg Het veldwerk is uitgevoerd conform de SIKB-protocollen 2001 en 2002. WMR Rinsumageest bv is voor uitvoering van de veldwerkzaamheden bij (water)bodemonderzoek gecertificeerd door het KIWA volgens de BRL SIKB 2000 (certificaatnummer K9198). Het procescertificaat van WMR Rinsumageest bv en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake de monsterneming en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, aan een erkend laboratorium of de opdrachtgever. WMR Rinsumageest bv is op geen enkele wijze gelieerd of gekoppeld aan de opdrachtgever. Ook bestaan er geen eigendomsverhoudingen met betrekking tot het te onderzoeken terrein. Hiermee wordt voldaan aan de onafhankelijkheidseisen uit de BRL 2000. Daarnaast is in het belang van een gewaarborgde functiescheiding tussen opdrachtgever en opdrachtnemer geen sprake van een directe relatie (opdracht uit eigen organisatie). De analyses zijn uitgevoerd conform AS3000 in het erkende laboratorium van Eurofins Analytico.
1.4
Opbouw van het rapport In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: • De resultaten van het vooronderzoek (hoofdstuk 2); • De uitgevoerde veld- en laboratoriumwerkzaamheden (hoofdstuk 3); • Het toetsingskader (hoofdstuk 4); • De analyseresultaten en de toetsing (hoofdstuk 5); • Een samenvatting van het onderzoek, conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 6). De bijbehorende tekeningen, boorprofielen en analysecertificaten zijn als bijlage opgenomen.
Verkennend bodemonderzoek Swingmastate 1, Leeuwarden
WMR Rinsumageest bv
Rapportnummer : 201801/JvdM 2 2.1
Blad : 2 van 9
VOORONDERZOEK Algemeen Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van de NEN 5725. Het vooronderzoek heeft zich gericht op de onderzoekslocatie en de aangrenzende percelen.
2.2
Algemene locatiegegevens In bijlage 1 is een kadastrale kaart opgenomen, waarop de onderzoekslocatie en de directe omgeving zijn weergegeven. In onderstaande tabel zijn de locatiegegevens samengevat. Tabel 2.1: Overzicht locatiegegevens Adres locatie Kadastrale gegevens Oppervlakte onderzoekslocatie Huidig gebruik
2.3
Swingmastate 1, Leeuwarden Gemeente Leeuwarden, sectie K, nummer 3239 Circa 1,68 ha Maatschappelijk
Geraadpleegde bronnen Voor het vooronderzoek zijn onder andere de volgende bronnen geraadpleegd: • Opdrachtgever • Locatie-inspectie (gecombineerd met veldwerk) • Bodeminformatiesysteem gemeente Leeuwarden (Nazca) • Dinoloket • Het Kadaster (www.kadaster.nl)
2.4
Actuele situatie en historische situatie De onderzoekslocatie aan de Swingmastate 1 in Leeuwarden bevindt zich in de woonkern Camminghaburen, een wijk die zich in het oostelijk deel van de stad Leeuwarden bevindt. Op de locatie zijn een gezondheidscentrum en enkele bijgebouwen gesitueerd. De bebouwing op het perceel dateert van 1995 (bron: BAG-viewer). Uit topografisch kaartmateriaal (bron: topotijdreis.nl) blijkt dat het perceel daarvoor niet eerder bebouwd is geweest en een agrarische bestemming had (landbouwgrond). In verband met de herontwikkeling is het gebied in de jaren tachtig van de vorige eeuw opgespoten met circa 1,01,5 m zand. Begin jaren tachtig van de vorige eeuw zijn ter plaatse van de onderzoekslocatie verschillende slootdempingen uitgevoerd. Aangenomen wordt dat de dempingen zijn uitgevoerd met gebiedseigen grond en/of spuitzand. Toekomstige situatie Het ligt in de bedoeling om de bestaande bebouwing te slopen en vervolgens woningen op het perceel te realiseren. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 1,68 ha. Omgeving De omliggende percelen bestaan voornamelijk uit woningen met tuin en openbare infrastructuur. Van de directe omgeving zijn geen gegevens bekend omtrent milieuverdachte activiteiten en calamiteiten. In bijlage 2 is een situatietekening van de onderzoekslocatie opgenomen.
Verkennend bodemonderzoek Swingmastate 1, Leeuwarden
WMR Rinsumageest bv
Rapportnummer : 201801/JvdM 2.5
Blad : 3 van 9
Bodemopbouw en geohydrologie onderzoekslocatie De regionale bodemopbouw in de omgeving van de onderzoekslocatie is afgeleid uit ondergrondgegevens van het Dinoloket (boring B06C0764). De resultaten zijn in tabel 2.2 weergegeven. Tabel 2.2: Bodemopbouw omgeving onderzoekslocatie Diepte (m -mv)
Lithologie (textuur)
Lithostratigrafie
0,0 - 1,2 1,2 - 1,3 1,3 - 2,1 2,1 - 3,8 3,8 - 4,0
Klei Veen Klei Veen Zand, matig humeus
Holocene afzettingen Holocene afzettingen Holocene afzettingen Holocene afzettingen Formatie van Boxtel
Uit het grondwaterbeschermingsplan van de provincie Fryslân blijkt dat de locatie niet in een grondwaterbeschermingsgebied ligt. De grondwaterstroming van het freatisch grondwater is niet bekend. De grondwaterstroming wordt in de regel met name bepaald door lokale watergangen en voorkeursstromingen (als gevolg van o.a. vijvers en sloten). 2.6
Voorgaande bodemonderzoeken Uit het bodeminformatiesysteem van de gemeente Leeuwarden blijkt dat in 1990, vanwege de herontwikkeling van het gebied, een indicatief bodemonderzoek is uitgevoerd. Hierbij zijn in de bovengrond en het grondwater licht verhoogde gehalten gemeten. Geen van de aangetroffen gehalten in grond en grondwater geven aanleiding tot een nader onderzoek. In 1993 is een aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd. Aanleiding voor het onderzoek zijn de licht verhoogde gehalten in de bovengrond van enkele zware metalen en PAK-10. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat voornamelijk licht verhoogde gehalten en concentraties zijn gemeten. Eén boring (nr. B011) uit 1990, gesitueerd binnen onderhavige onderzoekslocatie, wordt weergegeven als sterk verontreinigd. Nadere informatie hieromtrent ontbreekt echter.
2.7
Bodemkwaliteitskaart Uit de ontgravingskaart (bron: zichtopgrond.nl) blijkt dat zowel de boven- als ondergrond vermoedelijk voldoen aan klasse Achtergrondwaarde (altijd toepasbaar).
2.8
Conclusie vooronderzoek Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn er geen aanwijzingen voor een vermoeden van bodemverontreiniging. De locatie wordt daarom als onverdacht voor bodemverontreiniging beschouwd.
2.9
Opstelling onderzoekshypothese Conform de NEN 5740 is voor de onderzoekslocatie een onderzoekshypothese met een onderzoeksstrategie opgesteld welke in tabel 2.3 worden weergegeven. Tabel 2.3: Onderzoekslocatie met onderzoeksstrategie (Deel-)locatie Oppervlakte (in ha) Onderzoekslocatie 1,68 ha ONV-NL Onverdachte niet-lijnvormige locatie
Verdacht/onverdacht Onverdacht
Aard verwachte stoffen -
Onderzoeksstrategie ONV-NL
Het doel van het verkennend bodemonderzoek in deze situatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater in gehalten boven respectievelijk de achtergrondwaarden en de streefwaarden. Opgemerkt wordt dat de gehanteerde onderzoeksstrategie (NEN 5740) niet geschikt is om de eventuele aanwezigheid van asbest in de bodem aan te tonen. Onderzoek naar asbest dient plaats te vinden conform de NEN 5707. Vooralsnog is er geen aanleiding voor het uitvoeren van een onderzoek naar asbest in de bodem conform NEN 5707. Bij de uitvoering van het veldwerk dient aandacht te worden besteed aan het eventueel zintuiglijk voorkomen van asbest op en in de bodem.
Verkennend bodemonderzoek Swingmastate 1, Leeuwarden
WMR Rinsumageest bv
Rapportnummer : 201801/JvdM 3 3.1
Blad : 4 van 9
VELD- EN LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door de erkende monsternemer J. Billekens volgens de SIKB-protocollen 2001 en 2002. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 4 november 2020. De boringen zijn uitgevoerd met een edelmanboor. De grond van de boringen is per bodemlaag bemonsterd met een maximaal bemonsteringstraject van 0,5 meter. De peilbuis is, na voldoende doorpompen, bemonsterd op 11 november 2020 met behulp van een slangenpomp. In tabel 3.1 is een overzicht weergegeven van de uitgevoerde veldwerkzaamheden. Tabel 3.1: Uitgevoerde veldwerkzaamheden (Deel-)locatie (oppervlakte)
Veldwerkzaamheden Uitvoering boring met peilbuis boring tot 2,0 m -mv boring tot 0,5 m -mv
Onderzoekslocatie (1,68 ha)
Aantal 3 6 17
Codering boring nrs. 1 t/m 3 nrs. 4 t/m 9 nrs. 10 t/m 26
De situering van de onderzoekslocatie en de boringen is weergegeven op de situatietekening in bijlage 2. Zintuiglijke waarnemingen Het maaiveld en de opgeboorde grond van iedere boring is zintuiglijk beoordeeld op het voorkomen van bodemvreemde en asbestverdachte materialen. Hierbij zijn in twee boringen puinresten (rode baksteen en/of betonpuin) aangetroffen. De bodemkundige beoordeling van de boringen is weergegeven op de boorprofielen in bijlage 3. Veldmetingen grondwater In tabel 3.2 zijn de resultaten van de veldmetingen van het grondwater weergegeven. Tabel 3.2: Resultaten veldmetingen grondwater Peilbuis
Filterstelling (cm -mv)
Grondwaterstand (cm -mv)
pH (-)
Ec (µS/cm)
1
150 - 250
90
7,23
173
Troebelheid (NTU) 6,86
2
150 - 250
80
7,34
83
5,57
3
150 - 250
85
6,94
142
6,24
De gemeten waarden voor de zuurgraad en geleiding zijn normaal voor de omgeving waarin de onderzoekslocatie zich bevindt. De troebelheid van het grondwatermonster voldoet niet aan de verwachte natuurlijke waarde (0-10 NTU). Het meten van een verhoogde troebelheid is overigens niet bezwaarlijk maar kan gebruikt worden bij de interpretatie van de analyseresultaten.
Verkennend bodemonderzoek Swingmastate 1, Leeuwarden
WMR Rinsumageest bv
Rapportnummer : 201801/JvdM
Blad : 5 van 9
3.2 Laboratoriumonderzoek De chemische analyses van de grond en het grondwater zijn uitgevoerd in het geaccrediteerde laboratorium van Eurofins Analytico. De samenstelling van de te analyseren monsters heeft plaatsgevonden op basis van de resultaten van het veldonderzoek. De monsters zijn dusdanig geselecteerd dat, na uitvoering van de analyses, een zo representatief mogelijk beeld verkregen wordt van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. In tabel 3.3 op de volgende pagina is de samenstelling van de (meng)monsters en de analysepakketten weergegeven. Tabel 3.3: Samenstelling (meng)monsters en analyses Codering
Deelmonster: boring met monstertraject
Analysepakket
(meng)monster (cm -mv) MMbg1 3, 8, 9, 23 t/m 26 (0-50) NEN 5740 basispakket grond* MMbg2 2, 15, 16, 18, 20 t/m 22 (5-55) NEN 5740 basispakket grond MMbg3 4, 6, 10, 11, 12, 14 (0-50) NEN 5740 basispakket grond MMbg4 1, 5, 7, 13 (0-50) NEN 5740 basispakket grond MMog1 3 (100-170), 8 en 9 (50-150) NEN 5740 basispakket grond MMog2 1 en 5 (50-200) NEN 5740 basispakket grond MMog3 2 (105-200), 7 (100-200), 4 en 6 (50-150) NEN 5740 basispakket grond Peilbuis 1 Peilbuis 1 (filter: 150-250) NEN 5740 basispakket grondwater** Peilbuis 2 Peilbuis 2 (filter: 150-250) NEN 5740 basispakket grondwater Peilbuis 3 Peilbuis 3 (filter: 150-250) NEN 5740 basispakket grondwater * droge stof, zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni en Zn), minerale olie, PAK-10, PCB, organisch stofgehalte en lutum ** zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni en Zn), minerale olie, aromatische en chloorhoudende verbindingen, zuurgraad en geleiding
Verkennend bodemonderzoek Swingmastate 1, Leeuwarden
WMR Rinsumageest bv
Rapportnummer : 201801/JvdM 4
Blad : 6 van 9
TOETSINGSKADER De gemeten gehalten aan verontreinigende stoffen in de grond worden beoordeeld op basis van “AW 2000” (TNOrapport 2006-U-R0044/A; maart 2006) en de “Circulaire Bodemsanering 2013” (Staatscourant, nummer 16675, 27 juni 2013). In deze regelgeving zijn normen aangegeven voor het vaststellen van bodemvervuiling aan de hand van achtergrond-, tussen- en interventiewaarden. Voor het grondwater wordt in plaats van de achtergrondwaarde, de streefwaarde gebruikt als toetsingscriterium. Barium De norm voor barium in grond is tijdelijk ingetrokken. Gebleken is dat de interventiewaarde voor barium lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Indien er sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium van 920 mg/kg d.s. Het beoordelingsniveau van de achtergrond-, tussen- en interventiewaarden, waaraan verontreinigende stoffen worden getoetst, is in onderstaande tabel weergegeven: Tabel 4.1: Interpretatie van de achtergrond-, tussen- en interventiewaarden (Wbb) Beoordelingsniveau verontreinigende stof
Waardering
Toelichting
≤ Achtergrond-/streefwaarde (of detectiegrens)
niet verontreinigd
> Achtergrond-/streefwaarde ≤ Tussenwaarde
licht verhoogd
> Tussenwaarde ≤ Interventiewaarde
matig verhoogd
> Interventiewaarde
sterk verhoogd
De achtergrond-/streefwaarde geeft het uiteindelijk te bereiken kwaliteitsniveau van de bodem aan waarbij de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, dier en plant heeft volledig hersteld zijn. Naast de streef-/achtergrond- en interventiewaarden worden de gemeten waarden getoetst aan het criterium (A/S+I)/2, de zogenaamde tussenwaarde. Bij overschrijding van de tussenwaarde bestaat er een vermoeden van een ernstige bodemverontreiniging en wordt nader onderzoek noodzakelijk geacht. De interventiewaarde geeft het niveau aan waarbij verontreinigingen in de bodem zodanig zijn dat er een ernstige of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, dier en plant. Bij gehalten boven de interventiewaarde en een bepaalde hoeveelheid verontreinigde grond/sediment (≥25 m3) of grondwater (≥100 m3), is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
Bodemtypecorrectie Bij de beoordeling van de kwaliteit van de bodem worden de gemeten gehalten middels een bodemtypecorrectie omgerekend naar standaardbodem. De wijze van omrekening is beschreven in bijlage G, onderdeel III van de Regeling Bodemkwaliteit. Besluit Bodemkwaliteit De regels voor de afvoer van grond zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit. De analyseresultaten zijn indicatief getoetst aan de achtergrondwaarden en maximale waarden voor grond en baggerspecie zoals deze zijn opgenomen in de “Regeling bodemkwaliteit” (bijlage B, tabel 1). Opgemerkt dient te worden dat de veldwerkzaamheden en chemische analyses niet conform de AP-04 richtlijnen zijn uitgevoerd. Aan de resultaten van dit onderzoeksrapport kunnen daarom niet dezelfde rechten worden ontleend als aan een partijkeuring die conform Besluit Bodemkwaliteit is uitgevoerd.
Verkennend bodemonderzoek Swingmastate 1, Leeuwarden
WMR Rinsumageest bv
Rapportnummer : 201801/JvdM 5 5.1
Blad : 7 van 9
ANALYSERESULTATEN EN TOETSING Grond De analyseresultaten en interpretatie van de grond is weergegeven in tabel 5.1. Tabel 5.1: Interpretatie analyseresultaten grond Monster Boringnrs. met monstertraject (cm -mv) > AW -
Mate van verontreiniging Wbb >T >I -
Bodemkwaliteitsklasse Bbk*
MMbg1
3, 8, 9, 23 t/m 26 (0-50)
MMbg2
2, 15, 16, 18, 20 t/m 22 (5-55)
-
-
-
Altijd toepasbaar
MMbg3
4, 6, 10, 11, 12, 14 (0-50)
-
-
-
Altijd toepasbaar
MMbg4
1, 5, 7, 13 (0-50)
-
-
-
Altijd toepasbaar
MMog1
3 (100-170), 8 en 9 (50-150)
-
-
-
Altijd toepasbaar
MMog2
1 en 5 (50-200)
-
-
-
Altijd toepasbaar
MMog3
2 (105-200), 7 (100-200), 4 en 6 (50-150)
-
-
-
Altijd toepasbaar
> AW >T >I *
Altijd toepasbaar
: geen overschrijding van de achtergrondwaarde : overschrijding van de achtergrondwaarde : overschrijding van de tussenwaarde : overschrijding van de interventiewaarde : indicatieve toetsing bij toepassing op landbodem
De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. De toetsingsresultaten zijn opgenomen in bijlage 5. 5.2
Grondwater De analyseresultaten en interpretatie van het grondwater is weergegeven in tabel 5.2. Tabel 5.2: Interpretatie analyseresultaten grondwater Peilbuis Filtertraject (cm -mv) >S
Mate van verontreiniging Wbb >T
>I
1
150 - 250
Barium en nikkel
-
-
2
150 - 250
Barium
-
-
3
150 - 250
Barium
-
-
>S >T >I
: geen overschrijding : overschrijding van de streefwaarde : overschrijding van de tussenwaarde : overschrijding van de interventiewaarde
De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. De toetsingsresultaten zijn opgenomen in bijlage 5.
Verkennend bodemonderzoek Swingmastate 1, Leeuwarden
WMR Rinsumageest bv
Rapportnummer : 201801/JvdM 6 6.1
Blad : 8 van 9
SAMENVATTING EN CONCLUSIE Samenvatting In opdracht van Rho Adviseurs B.V. is door WMR Rinsumageest bv een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de Swingmastate 1 in Leeuwarden. Aanleiding van het verkennend bodemonderzoek is de bestemmingswijziging van het terrein en vervolgens nieuwbouw van woningen. Het onderzoek is uitgevoerd op basis van de NEN 5740 en NEN 5725 volgens de onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL). Ter plaatse van de onderzoekslocatie (oppervlakte circa 1,68 ha) zijn drie boringen (nrs. 1 t/m 3) tot 2,5 m -mv, zes boringen (nrs. 4 t/m 9) tot 2,0 m -mv, en zeventien boringen (nrs. 10 t/m 26) tot 0,5 m -mv verricht. De boringnummers 1 t/m 3 zijn afgewerkt met een peilbuis. Het maaiveld en de opgeboorde grond van iedere boring is zintuiglijk beoordeeld op het voorkomen van bodemvreemde en/of asbestverdachte materialen. Hierbij zijn in de bovengrond van boringnummers 3 en 8 (0-50) puinresten (rode baksteen en/of betonpuin) aangetroffen. Van de bovengrond zijn vier mengmonsters samengesteld en van de ondergrond zijn drie mengmonsters samengesteld. Van het grondwater zijn separaat monsters genomen. De monsters zijn geanalyseerd op de parameters uit het basispakket van de NEN 5740.
De analyseresultaten van het verkennend bodemonderzoek zijn als volgt: - in de mengmonsters van de bovengrond (MMbg1 t/m MMbg4) zijn geen verhoogde gehalten gemeten; - in de mengmonsters van de ondergrond (MMog1 t/m MMog3) zijn eveneens geen verhoogde gehalten gemeten; - in het grondwater (peilbuis 1) zijn voor barium en nikkel licht verhoogde concentraties gemeten; - in het grondwater (peilbuis 2) is voor barium een licht verhoogde concentratie gemeten; - in het grondwater (peilbuis 3) is eveneens voor barium een licht verhoogde concentratie gemeten.
6.2
Evaluatie Hieronder volgt een beknopte bespreking van de geconstateerde (zintuiglijke) verontreinigingen. Zintuiglijke waarnemingen Er zijn puinresten in de bovengrond van boring 3 (baksteen zwak) en boring 8 (baksteen zwak en matig betonpuin) aangetroffen. De aanwezigheid van puin in boring 2 kan een aanwijzing zijn dat de bodem asbesthoudend materiaal bevat. Zintuiglijk is geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Het aangetroffen puin in de grond is gedefinieerd als rode baksteen en kan daarom als niet asbestverdacht worden beschouwd. Een verkennend onderzoek naar asbest (conform NEN 5707) is niet noodzakelijk. De aanwezigheid van betonpuin in boring 8 kan een aanwijzing zijn dat de bodem asbesthoudend materiaal bevat. Visueel is in de opgeboorde grond geen asbestverdacht materiaal aangetoond. Omdat het betonpuin een onbekende herkomst heeft, wordt het puin daarom in beginsel als asbestverdacht beschouwd. Ter plaatse van de dempingen zijn enkele boringen uitgevoerd. Hierbij zijn geen bijzonderheden waargenomen. Aangenomen mag worden dat de dempingen zijn uitgevoerd met gebiedseigen grond of spuitzand.
Verhoogde concentraties in het grondwater Van zware metalen is het bekend dat deze in (sterk) verhoogde concentraties in het grondwater voor kunnen komen zonder dat voor deze metalen verhoogde gehalten in de grond worden gemeten of er een andere directe verontreinigingsbron aanwezig is (verspreiding vanuit de omgeving). De gemeten concentraties aan barium en nikkel hebben vermoedelijk dan ook een natuurlijke oorzaak. Een duidelijke oorzaak voor de licht verhoogde concentraties aan barium en nikkel is niet aan te geven. De gemeten concentraties zijn daarnaast dusdanig (alleen overschrijding van de streefwaarde) dat een aanvullend onderzoek naar deze parameters niet noodzakelijk is.
Verkennend bodemonderzoek Swingmastate 1, Leeuwarden
WMR Rinsumageest bv
Rapportnummer : 201801/JvdM 6.3
Blad : 9 van 9
Conclusie Op basis van de verhoogde concentraties in het grondwater is de gestelde onderzoekshypothese, een onverdachte locatie, formeel gezien niet juist. De licht verhoogde concentraties zijn echter dusdanig dat aanvullend onderzoek niet noodzakelijk is. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen bestemmingswijziging en de nieuwbouw van woningen.
6.4
Aanbevelingen Puinhoudende grond In één boring zijn bijmengingen met betonpuin aangetroffen. Puinhoudende grond dient in beginsel als asbestverdacht te worden aangemerkt. Wij adviseren daarom een verkennend onderzoek naar asbest (conform de NEN 5707) ter hoogte van boring 8 uit te voeren. Afvoer van grond Bij afvoer van grond vanaf het perceel dient rekening te worden gehouden met de regels van het Besluit Bodemkwaliteit. De mengmonsters zijn indicatief getoetst aan de normen van het Besluit Bodemkwaliteit. Alle mengmonsters voldoen indicatief aan de Achtergrondwaarde (altijd toepasbaar). Opgemerkt moet worden dat dit een indicatieve toetsing betreft en dat de veldwerkzaamheden en chemische analyses niet conform de eisen van het besluit Bodemkwaliteit zijn uitgevoerd. Aan de resultaten van dit onderzoeksrapport kunnen daarom niet dezelfde rechten worden ontleend als aan een partijkeuring die conform Besluit Bodemkwaliteit is uitgevoerd. Opmerking betrouwbaarheid onderzoek Benadrukt moet worden dat het onderzoek een verkennend karakter heeft en de mogelijkheid bestaat dat lokale afwijkingen in bodemsamenstelling en/of bodemkwaliteit binnen de onderzoekslocatie aanwezig kunnen zijn. Tijdens de uitvoering van grondwerkzaamheden dient men hier alert op te zijn.
Verkennend bodemonderzoek Swingmastate 1, Leeuwarden
WMR Rinsumageest bv
BIJLAGE 1 (VAN 5) - Kadastrale kaart
Kadastrale kaart
Uw referentie: WMR
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Schaal 1: 2000
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Leeuwarden K 3239
Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 7 oktober 2020 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
BIJLAGE 2 (VAN 5) - Situatietekening
BIJLAGE 3 (VAN 5) - Boorprofielen
SMART
Boorstatenlegenda
Classificaties volgens de (Lutum+Silt)-Zand-Grind-driehoek Grind
Classificaties volgens de Lutum-Silt-Zand-driehoek Klei
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
Grind als toevoeging
Klei, matig zandig
zwak grindig matig grindig
Klei, sterk zandig
Zand
sterk grindig
Zand, kleiig Zand, zwak siltig
Classificaties volgens de OS-Lutum-(Silt+Zand)-driehoek
Zand, matig siltig
Veen Mineraalarm veen
Zand, sterk siltig
Veen, zwak kleiig
Zand, uiterst siltig
Veen, sterk kleiig
Leem Leem, zwak zandig
Veen, zwak zandig Leem, sterk zandig Veen, sterk zandig
Bijzondere lagen
Veen als toevoeging zwak humeus
Grind
matig humeus
Asfalt
sterk humeus
Granulaat Slakken
Laagaanduidingen
Tegel
Laag zonder dikte (folie, geodoek)
Bestrating
Proefsleuf (PS) Boorgat afgesloten ww: 15 l
~ ~
Hoeveelheid werkwater
Water Slib
Peilbuizen
Anders
mv.+10cm Hoogte boven het maaiveld Peilbuis Bentoniet Casing
Monsters Geroerd grondmonster
Bentoniet Filter
Steekbus
Filtergrind Grondwaterstand
Detectie Olie/water-reactie 1 = zwak 2 = matig 3 = sterk 4 = uiterst
PID waarden < 0,2 ppm 0,2 - 1,0 ppm 1,0 - 2,0 ppm 2,0 - 10 ppm > 10 ppm
getekend volgens NEN 5104
boorstaten
201801 Swingmastate 1 Leeuwarden
Boring B1 (250cm)
datum: 04-11-2020 30
Maaiveld
(1:50)
50cm
100 cm100cm
150cm
1
Zs1h1
Zand, zwak siltig, zwak humeus. Grijs-donkerbruin.