Bestemmingsplan 'Leeuwarden - Bouw fastfoodrestaurant en tankstation Coronaweg'
Tekst van het document
4.8
Ladder voor duurzame verstedelijking
4.8.1
Toetsingskader
De Ladder voor duurzame verstedelijking (Ladder) is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik, met een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Sinds augustus 2012 is de Ladder toegevoegd aan artikel 3.1.6 van het Bro en vervolgens op 1 oktober 2012 in werking getreden. Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. Hiervoor is een nieuwe handreiking opgesteld. De Ladder is geen op zichzelf staand instrument maar is onderdeel van de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de minister van Infrastructuur en Waterstaat. De betreffende minister zorgt ervoor dat decentrale overheden over de juiste instrumenten beschikken voor een zorgvuldige benutting van de ruimte. Onderdeel hiervan is het voorkomen van overprogrammering, het faciliteren van groei, het anticiperen op stagnatie en het leefbaar houden van krimpregio's. 4.8.2
Onderzoek
De Ladder is onder andere van toepassing op bouwplannen die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij het bepalen óf en hoe de Ladder moet worden toegepast zijn de volgende aspecten van belang: 1. 2. 3. 4. 5.
Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? Is de stedelijke ontwikkeling nieuw? Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied?
In het navolgende worden de hierboven genoemde aspecten beschreven en afgewogen. 1. Is er sprake van een nieuwe stedelijke functie? De nieuwe handreiking begint met de vraag om wat voor een plan het gaat. In dit geval betreft het 'overige stedelijke functies'. Als een plan met overige functies wordt aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling moet de Ladder worden toegepast. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling bepaalt men door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voorgenomen planologische mogelijkheid betreft de bouw een tankstation voor verschillende brandstoffen en een horecagelegenheid. Er is daarmee sprake van een stedelijke ontwikkeling. 2. Is de stedelijke ontwikkeling nieuw? De nieuwe handreiking begint met de vraag om wat voor een plan het gaat. In dit geval betreft het 'overige stedelijke functies'. Als een plan met overige functies wordt aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling moet de Ladder worden toegepast. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling bepaalt men door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van een brandstofverkooppunt (zonder verkoop van LPG) met winkel en horeca en een afzonderlijke horecagelegenheid. Er is sprake van een stedelijke ontwikkeling. De vervolgvraag is of de stedelijke ontwikkeling 'nieuw' is.
De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte.
30
bestemmingsplan Leeuwarden - Bouw fastfoodrestaurant en tankstation Coronaweg
Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. In beginsel is er geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als het ruimtebeslag minder dan 500 m2 bedraagt of indien de planologische functiewijziging een zodanige aard en omvang heeft dat desalniettemin sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In onderhavig geval is op grond van de geldende regeling reeds één horecagelegenheid met een maximale oppervlakte van 550 m2 toegestaan. Echter het tankstation, de ondersteunende winkel en horeca bij het tankstation is niet toegestaan. Het horecavloeroppervlak wordt minder (475 m2 in plaats van 550 m2 ) en er wordt maximaal 100 m2 wvo detailhandel, voor zover ten dienste van en ondergeschikt aan de verkoop van motorbrandstoffen, toegevoegd. De toename van deze functies is dusdanig beperkt te noemen dat in redelijkheid geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Niettemin wordt onderstaand wel ingegaan op de specifieke behoefte aan deze voorzieningen. 3.
Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Wanneer sprake is van een stedelijke ontwikkeling (vraag 1) die ook nieuw is (vraag 2) moet de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving bevatten van de behoefte aan de ontwikkeling die het plan mogelijk maakt. De behoefte bepaalt men binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de ontwikkeling. Daarbij zijn aard en omvang van de betreffende ontwikkeling(gen) bepalend voor het schaalniveau waarop de behoefte moet worden afgewogen. Bij overige functies is het ruimtelijk verzorgingsgebied meestal de gemeente of een groter gebied. Tankstation Ten aanzien van het tankstation geldt dat het ruimtelijke verzorgingsgebied op stadsniveau ligt. Onder andere door de ligging kan het tankstation voorzien in de behoefte van de stad vanwege de ligging aan de ringweg. Horecagelegenheid Voor de horecagelegenheid geldt ook dat het ruimtelijke verzorgingsgebied op stadsniveau ligt. Door het type horeca (fastfood) en de ligging, direct aan de ringweg, ligt ook het verzorgingsgebied op stadsniveau. 4. Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? Wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. De behoefte bepaalt men aan de hand van het ruimtelijk verzorgingsgebied van de ontwikkeling.
Het ruimtelijk verzorgingsgebied is gerelateerd aan de aard en omvang van de ontwikkeling. Daarbij moet inzichtelijk worden gemaakt: dat het plan geen zodanige leegstand tot gevolg zal hebben; dat de ontwikkeling niet tot een onaanvaardbare situatie zal leiden uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening. De initiatiefnemer streeft naar moderne en aantrekkelijke tankstations bestaande uit een clustering van diverse voorzieningen gericht op de behoefte van automobilist en vrachtwagenchauffeur. De horecavoorziening zal door de (ruimtelijke) opzet en uitstraling bijdragen aan de eisen van een aantrekkelijk tankstation met bijbehorende voorzieningen met voldoende ruimtelijke kwaliteit. De vraag of er behoefte is aan de voorgenomen ontwikkeling wordt hieronder opgesplitst in de deelontwikkeling horeca en tankstation. Beoordeling kwalitatieve behoefte tankstation met detailhandel en horeca Het planvoornemen laat een tankstation nog niet toe. Daarbij wordt ook de mogelijkheid geboden om shop met ondergeschikte detailhandel en horeca mogelijk te maken. Dit planvoornemen voorziet daarmee in een algeheel aanbod voor gebruikers van de weg: er kan zowel getankt als gerust en gegeten worden. Ook op de verkoop van duurzame brandstoffen is dit tankstation voorbereid. Tot enige leegstand of anderszins een
31
bestemmingsplan Leeuwarden - Bouw fastfoodrestaurant en tankstation Coronaweg
onaanvaardbare situatie bij andere tankstations leidt deze deelontwikkeling niet. Beoordeling kwalitatieve behoefte horecagelegenheid Het planvoornemen voorziet ook in het oprichten van een (fastfood) horecagelegenheid en de hiervoor genoemde horeca bij het tankstation. Dit type horeca is op dit moment in de omgeving niet aanwezig. De horecagelegenheid oriënteert zich voornamelijk op de bewoners van Leeuwarden. Deze nieuwe ontwikkeling richt zich op meerdere doelgroepen: gebruikers van de ringweg, gebruikers van het industrieterrein van Leeuwarden en bewoners uit Leeuwarden. Vanwege de ligging en de combinatie met een uitgebreid tankstation voorziet dit planvoornemen in een aanvulling van het bestaande aanbod van vergelijkbare horecagelegenheden in de omgeving. Tot enige leegstand of anderszins een onaanvaardbare situatie bij andere horecagelegenheden leidt deze deelontwikkeling niet. 5. Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? Vervolgvraag is of de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied ligt. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.
Als de stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied is gepland, moet volgens artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro worden gemotiveerd waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Daarbij spelen de beschikbaarheid en geschiktheid van locaties binnen bestaand stedelijk gebied een rol. Het plangebied bevindt zich in bestaand stedelijk gebied. Daarmee wordt voldaan aan deze laatste vraag. 4.8.3
Conclusie
Na toetsing van het project aan de Ladder voor duurzame verstedelijking kan worden geconstateerd dat de Laddertoets geen belemmering oplevert voor onderhavige ontwikkeling. Het plan kan wat betreft dit aspect als uitvoerbaar worden geacht.
4.9
Luchtkwaliteit
Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een bestemmingsplan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt bestaat uit hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijnstof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijnstof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in onderstaande tabel weergegeven. Stof
Toetsing van
Grenswaarde
Stikstofdioxide (NO2 )
jaargemiddelde concentratie
40 µg/m3
Fijnstof (PM10 )
jaargemiddelde concentratie
40 µg/m3
24-uurgemiddelde concentratie
maximaal 35 keer per jaar meer dan 50 µg/m3
jaargemiddelde concentratie
425 µg/m3
Fijnstof (PM10 )
Grenswaarden maatgevende stoffen Wet milieubeheer. Op grond van artikel 5.16 van de Wet milieubeheer kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden of ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden of ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht.
32
bestemmingsplan Leeuwarden - Bouw fastfoodrestaurant en tankstation Coronaweg
Besluit niet in betekenende mate In dit Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een plan vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden twee situaties onderscheiden: een project heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (=1,2 µg/m3 ); een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen. Onderzoek Het bestemmingsplan heeft betrekking op de realisatie van een tankstation en horeca en leidt tot een toename van verkeer van circa 1.770 motorvoertuigen per etmaal (weekdaggemiddelde). Uit de nibm-tool blijkt dat deze verkeerstoename zorgt voor een toename van het gehalte stikstof in de lucht van 1,71 µg/m3 en van fijnstof van 0,33 µg/m3 (zie navolgende figuur).
Voor de vaststelling van de achtergrondniveaus wordt gebruik gemaakt van de Nsl-monitoringstool. In deze monitoringstool is een groot aantal rekenpunten opgenomen met de heersende en toekomstige waarden van de luchtkwaliteit. Daarom is er voor gekozen om de niveaus van de rekenpunten langs de Planetenlaan aan te houden als achtergrondniveau.
33
bestemmingsplan Leeuwarden - Bouw fastfoodrestaurant en tankstation Coronaweg
Rekenpunten Nsl-monitoringstool Huidige situatie In eerste instantie is gekeken naar de huidige situatie (2020). Uit de Nsl-monitoringtool blijkt dat op de betreffende rekenpunten de grenswaarden van NO2, PM2.5 en PM10 in 2020 nergens worden overschreden. De waarde van NO2 en PM10 ligt op alle punten ruim onder de 40,0 µg/m3 (NO2 maximaal 14,0 µg/m3, PM10 maximaal 14,7 µg/m3), de waarde van PM2,5 ligt op alle punten ruim onder de 25,0 µg/m3 (maximaal 7,78 µg/m3). Het aantal overschrijdingsdagen voor fijn stof PM10 is met een aantal van maximaal 6 ruim onder de norm van 35 dagen. Hieruit mag worden geconcludeerd dat ter plaatse van de bouwlocatie in de huidige situatie (2020) de grenswaarden niet worden overschreden. Toekomstige situatie Daarnaast is het van belang te weten hoe de luchtkwaliteit zich in de toekomst ontwikkelt. De Nsl-monitoringtool geeft hiervoor een prognose voor 2030. Uit de Nsl-monitoringtool blijkt dat ook in 2030 op de betreffende rekenpunten de grenswaarden van NO2, PM2.5 en PM10 nergens worden overschreden. De waarde van NO2 en PM10 ligt op alle punten ruim onder de 40,0 µg/m3 (NO2 maximaal 9,8 µg/m3, PM10 maximaal 13,37 µg/m3), de waarde van PM2,5 ligt op alle punten ruim onder de 25,0 µg/m3 (maximaal 6,47 µg/m3). Het aantal overschrijdingsdagen voor fijn stof PM10 is met een aantal van maximaal 6,0 ruim onder de norm van 35 dagen.
Hieruit mag worden geconcludeerd dat ter plaatse van de bouwlocatie in de toekomstige autonome situatie (2030) de grenswaarden niet worden overschreden en dat nog een forse verbetering van de luchtkwaliteit wordt verwacht. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de planologische ontwikkelingen die dit bestemmingplan mogelijk maakt. Ter plaatse van het plangebied is er sprake van een aanvaardbaar leefklimaat.
34
bestemmingsplan Leeuwarden - Bouw fastfoodrestaurant en tankstation Coronaweg
4.10 Milieueffectrapportage Toetsingskader Op 1 april 2011 is het Besluit milieueffectrapportage gewijzigd door het 'Besluit reparatie en modernisering milieueffectrapportage' en is bepaald dat de grenswaarden voor een m.e.r.-beoordelingsplicht indicatief zijn. Het bevoegd gezag moet bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, nagaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling (85/337/EEG). In het kader hiervan is een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd. In het kader van de wijziging van het Besluit m.e.r. is een handreiking opgesteld over de vraag hoe moet worden vastgesteld of een activiteit met een omvang onder de drempelwaarde toch belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. In de handreiking is opgenomen dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die een omvang hebben die beneden de drempelwaarden ligt, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gebruikt. Uit deze toets kunnen twee conclusies volgen: belangrijke nadelige milieueffecten zijn uitgesloten of belangrijke nadelige milieueffecten zijn niet uitgesloten.
In het eerste geval is de activiteit niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig, in het andere geval moet een m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd en de bijbehorende procedure te worden gevolgd. De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling moet plaatsvinden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Het Besluit milieueffectrapportage (hierna: Besluit m.e.r.) is gewijzigd. De wijziging is het gevolg van de implementatie van Richtlijn 2014/52/EU die ziet op het wijzigen van Richtlijn 2011/92/EU. Dit is de richtlijn die ziet op projecten (vierde kolom). De wijzigingsrichtlijn is voor het overgrote deel geïmplementeerd in de Wet milieubeheer. Het gewijzigde Besluit m.e.r. is in werking getreden op 7 juli 2017. Eén van de belangrijkste gevolgen van de wijziging van het Besluit m.e.r. is dat een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet worden aangevraagd door middel van een aanmeldnotitie. Dit is geregeld in artikel 2, vijfde lid, van het Besluit m.e.r. De aanmeldnotitie beschrijft de gevolgen van de voorgenomen activiteit voor het milieu en geeft een conclusie omtrent de noodzaak tot een m.e.r.-procedure. Aan de hand van deze informatie kan het bevoegd gezag een beslissing nemen of voor de voorgenomen activiteit een MER dient te worden opgesteld.
Onderzoek Onderzocht is of het bestemmingsplan het ruimtelijk kader biedt voor activiteiten die zijn opgenomen in onderdeel C of D van het Besluit MER. Daarbij is alleen naar de ontwikkeling van dit plan gekeken. In Bijlage 7 (Aanmeldnotitie) bij deze toelichting is de vormvrije m.e.r.-beoordeling opgenomen. Conclusie Het bestemmingsplan biedt geen ruimtelijk kader voor activiteiten die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu hebben. Milieugevolgen ten gevolgen van deze activiteit kunnen derhalve worden uitgesloten. Op dit bestemmingsplan rust geen plicht tot het uitvoeren van een MER. De beoogde ontwikkelingen veroorzaken geen nadelige gevolgen voor het milieu.
4.11 Verkeer Verkeersgeneratie en verkeersafwikkeling Onderzoek is gedaan naar de ontsluiting van het tankstation en de horecagelegenheid, zie Bijlage 8 (Verkeersonderzoek) bij deze toelichting, waarbij gekeken is naar de verkeersafwikkeling van de ontsluiting. Op basis van de verwachte bezoekersaantallen van het verkooppunt van motorbrandstoffen en de horeca zijn zowel bij de in- als bij de uitrit naar de locatie geen problemen te verwachten wat betreft de verkeersafwikkeling. Ook de capaciteit van de verkeersaansluiting wordt niet overschreden. Ook indien uitgegaan wordt van een negatiever scenario met betrekking tot een aantal uitgangspunten zijn er geen problemen te verwachten, zie Bijlage 9 Verkeersonderzoek - aanvullend scenario.
35
bestemmingsplan Leeuwarden - Bouw fastfoodrestaurant en tankstation Coronaweg
Parkeren CROW-publicatie 381 houdt voor een fastfood-restaurant een kencijfer aan van ongeveer 14 parkeerplaatsen per 100 m2 brutovloeroppervlakte (in een matig stedelijke omgeving, in de rest van de bebouwde kom). De grootte in brutovloeroppervlakte (bvo) van de restaurants bedraagt ongeveer 325 m2. De parkeerbehoefte bedraagt derhalve 45,5 parkeerplaatsen. In het ontwerp is hierin voorzien, waarvan ook 2 bestemd voor minder validen. Ook voor een horecavoorziening bij een brandstofverkooppunt wordt een kencijfer aangehouden van ongeveer 14 parkeerplaatsen per 100 m2 brutovloeroppervlakte. Uitgaande van een brutovloeroppervlakte van 150 m2 zijn 21 parkeerplaatsen benodigd. Voor een winkelvoorziening (buurtsupermarkt) wordt een kencijfer van 4.4 parkeerplaatsen per 100 m2 brutovloeroppervlakte aangehouden. Uitgaande van een brutovloeroppervlakte van 250 m2 zijn 11 parkeerplaatsen benodigd. De totale parkeerbehoefte bedraagt derhalve 32 parkeerplaatsen. In het ontwerp is hierin voorzien, waarvan 1 bestemd voor minder validen. Conclusie De bereikbaarheid van de locatie is goed. Ook zal het verkeer ten gevolge van de ontwikkeling niet leiden tot knelpunten. Ten aanzien van het parkeren geldt dat het planvoornemen voorziet in voldoende parkeergelegenheid voor de te verwachte behoefte. Het plan kan wat betreft dit aspect als uitvoerbaar worden geacht.
4.12 Water 4.12.1
Inleiding
Vanwege het grote belang van water in de ruimtelijke ordening, wordt van waterschappen een vroege en intensieve betrokkenheid bij het opstellen van ruimtelijke plannen verwacht. Het plangebied van het bestemmingsplan ligt binnen het beheersgebied van Wetterskip Fryslân. Via de Digitale Watertoets is het Wetterskip Fryslân van onderhavig bestemmingsplan op de hoogte gebracht. Op 20 oktober 2021 is de Digitale Watertoets doorlopen. Op basis van de antwoorden op de vragen en geraakte kaartlagen volgt uit deze Digitale Watertoets dat het plan invloed heeft op het watersysteem en de waterketen. Er is sprake van een waterschapsbelang en dient de reguliere watertoets te worden doorlopen. 4.12.2
Watertoets
Oppervlaktewater Het plangebied grenst aan een schouwwatergang. Deze watergangen zijn belangrijk voor de door-, aan- en afvoer van het gebied. De verantwoordelijkheid voor het beheer en onderhoud van schouwwatergangen ligt bij de grondeigenaren. Het is van belang dat de schouwwatergang goed bereikbaar is voor het beheer en onderhoud, zodat de functie in stand gehouden wordt. Als gevolg van de ontwikkeling is gedeeltelijke demping van de watergangen noodzakelijk. Het dempen ervan wordt voor 100% gecompenseerd op eigen terrein. Waterrobuust bouwen Het plangebied ligt verder vrij voor de boezem op > + 0.5 m NAP. Dit betekent dat in natte perioden de waterstand hoger kan zijn. Het tankstation wordt - uit oogpunt van verspreiding van verontreiniging - op > + 1 m NAP gerealiseerd. Toename verharding Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is.
36
bestemmingsplan Leeuwarden - Bouw fastfoodrestaurant en tankstation Coronaweg
Het is verboden zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in stedelijk gebied en 1.500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in dit wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater is onderstaande tabel van toepassing. Uiteraard is het toepassen van alternatieve maatregelen in het plan ook mogelijk. Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden dan vermeld in het onderstaande tabel. Indien er niet wordt gecompenseerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij onderstaande percentages worden gehanteerd of indien er geen overeenstemming plaatsvindt in de watertoetsprocedure over alternatieve maatregelen dan dient een watervergunning bij het waterschap te worden gevraagd. Gebied
Stedelijk (>200 m2 )
Landelijk (>1.500 m2 )
Boezem
5%
5%
Polder
10%
10%
Vrij afstromend
Maatwerk mogelijk
Maatwerk mogelijk
Toelichting tabel: 5% heeft alleen betrekking op de Friese boezem; de algemene regels keur zijn in de onderstaande tabel verwerkt; maatwerk kan bestaan uit bijvoorbeeld infiltratie of berging van het overtollig hemelwater. Een gedeelte van de bestaande sloten wordt gedempt (309 m2 ). Dit wordt voor 100% gecompenseerd in het plan. Ook ten behoeve van de toename van verharding vindt compensatie plaats. Er wordt uitgegaan van een toename van 1.529 m2 (toename verharding verminderd met het groen) er circa 153 m2 berging nodig is. In het plan is 194 m2 extra waterberging opgenomen (503 m2 - 309 m2 ). Over de uitwerking van dit principe heeft afstemming met het waterschap plaatsgevonden. Zie onderstaand de weergave van de nieuwe waterberging en berekening oppervlaktes.
37
bestemmingsplan Leeuwarden - Bouw fastfoodrestaurant en tankstation Coronaweg
Overzicht toename en locatie waterberging Ruimtelijke adaptatie Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Het is belangrijk kansen te benutten om het gebied klimaat robuust in te richten. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Voor veel maatregelen geldt bovendien dat ze kosteneffectief zijn, als ze maar in een vroeg stadium in het planvormingsproces worden meegenomen. 4.12.3
Conclusie
Uit overleg met het waterschap zal blijken dat het planvoornemen door het realiseren van extra oppervlaktewater geen invloed heeft op waterhuishoudkundige aspecten. De overige wateraspecten worden niet belemmerd door de ontwikkeling van dit plan. Om die reden kan dit bestemmingsplan op het milieuaspect water als uitvoerbaar worden beschouwd.
38
bestemmingsplan Leeuwarden - Bouw fastfoodrestaurant en tankstation Coronaweg
Hoofdstuk 5
Juridische toelichting
Dit hoofdstuk bespreekt de juridische vormgeving van het bestemmingsplan. De Wro bevat de regeling voor de opzet en de inhoud van een bestemmingsplan. In het Bro is deze regeling verder uitgewerkt. Het bestemmingsplan bestaat uit: een verbeelding van het bestemmingsplangebied zowel analoog als digitaal, waarin alle bestemmingen van de gronden worden aangewezen; de regels waarin de bestemmingen worden beschreven en waarbij per bestemming het doel wordt of de doeleinden worden genoemd. Daarnaast is het bestemmingsplan voorzien van een toelichting omdat het op grond van artikel 3.1.6 van het Bro verplicht is om een bestemmingsplan te vergezellen met een toelichting. Deze toelichting geeft aan welke gedachten aan het plan ten grondslag liggen, wat de uitkomsten van verrichtte onderzoeken zijn, wat het resultaat is van de overleggen en tot slot doet het verslag van de georganiseerde inspraak bij het plan. Hiermee voldoet het bestemmingsplan aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wro en het Bro. Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen volgens de Wro en het Bro moeten worden gemaakt.
De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld volgens deze standaarden. Het bestemmingsplan met de daarbij behorende toelichting wordt langs elektronische weg vastgelegd en ook in die vorm vastgesteld, tegelijk met een analoge versie van het bestemmingsplan. Als de digitale en analoge versie tot interpretatieverschillen leiden, is de digitale versie leidend. Hieronder worden de aanwezige bestemmingsregels puntsgewijs besproken. Bedrijventerrein - 3 Deze bestemming is overgenomen uit de geldende regeling en maakt de beoogde ontwikkelingen direct mogelijk. De bebouwingsmogelijkheden zijn gedeeltelijk afgestemd op de mogelijkheden in het geldende bestemmingsplan, maar is maatwerk toegepast gelet op de specifieke situatie. Zo zijn er beperkingen opgenomen ten aanzien van het brutovloeroppervlak van de diverse functies. Op eenzelfde manier is aansluiting gezocht en gevonden bij de bouwhoogten. Ook deze is afgestemd op de al bestaande regeling. Voor het tankstation geldt dat detailhandel, voor zover ten dienste van en ondergeschikt aan de verkoop van motorbrandstoffen is toegestaan en voorzien is van een maximum bruto vloeroppervlakte.
Daaronder wordt bijvoorbeeld verstaan verkoop van de producten die kunnen vallen onder de volgende productgroepen: Koffie, Koek, Chocolade, Bakkerij, Frisdrank, Tabak, Koffie, Non-food, Bloemen, Ijs, Chips, Zoetwaren, Vers producten/maaltijden, of daarmee vergelijkbaar zijn. Waarde - Archeologie 3 en Waarde - Archeologie 5 Zoals ook blijkt uit 4.1 zijn in het plangebied beschermende regelingen opgenomen ten aanzien van archeologie. Daarin is een vergunningstelsel opgenomen waarbij is aangegeven dat een vergunning alleen onder voorwaarden verleend mag worden. De voorwaarden zijn gericht op een nauwkeurige afweging en uiteindelijk bescherming van de archeologische waarden. De overige regels in de onderliggende (paraplu)bestemmingsplannen blijven ongewijzigd van toepassing.
39
bestemmingsplan Leeuwarden - Bouw fastfoodrestaurant en tankstation Coronaweg
40
bestemmingsplan Leeuwarden - Bouw fastfoodrestaurant en tankstation Coronaweg
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
De uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan moet ingevolge de Wro aangetoond worden (artikel 3.1.6 van het Bro). Daaronder valt zowel de onderzoeksverplichting naar verschillende ruimtelijk relevante aspecten (geluid, bodem, et cetera.) maar ook de economische uitvoerbaarheid van het plan. Daarvan wordt in deze paragraaf verslag gedaan. Kostenverhaal Op grond van het bepaalde in artikel 6.12, lid 1 Wet ruimtelijke ordening is de gemeenteraad verplicht een exploitatieplan vast te stellen voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. In afwijking van het bepaalde in artikel 6.12, lid 1 Wet ruimtelijke ordening bepaalt lid 2 van dit artikel dat de gemeenteraad kan besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd (bijvoorbeeld via gronduitgifte, een anterieure overeenkomst over grondexploitatie); het niet noodzakelijk is een tijdvak voor de exploitatie, dan wel een fasering in de uitvoering van werken, werkzaamheden, maatregelen en bouwplannen vast te stellen; het stellen van eisen voor de werken en werkzaamheden voor het bouwrijpmaken van het exploitatiegebied, de aanleg van nutsvoorzieningen en het inrichten van de openbare ruimte in het exploitatiegebied, dan wel het stellen van regels omtrent het uitvoeren van die werkzaamheden, dan wel een uitwerking
van de regels met betrekking tot de uitvoerbaarheid niet nodig is. Er zijn geen kosten te verhalen.
41
bestemmingsplan Leeuwarden - Bouw fastfoodrestaurant en tankstation Coronaweg
42
bestemmingsplan Leeuwarden - Bouw fastfoodrestaurant en tankstation Coronaweg
Hoofdstuk 7
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
In de Wro en het Bro zijn wettelijke regels voor de bestemmingsplanprocedure vastgelegd. Hierin zijn de fasen afzonderlijk besproken. Voorbereidingsfase De gemeente Leeuwarden voert ten behoeve van de voorbereiding van een bestemmingsplan onderzoek uit naar de bestaande situatie en de mogelijke (ruimtelijke) ontwikkelingen in de gemeente. De gemeente heeft op grond van artikel 3.1.1 van het Bro haar voornemen (als conceptontwerpbestemmingsplan) beschikbaar gesteld aan de besturen (Provincie) en diensten van hogere overheden en andere overlegpartners (Wetterskip Fryslân en Veiligheidsregio / Brandweer). Deze vooroverlegreacties zijn verwerkt in het definitieve ontwerpbestemmingsplan. Belanghebbenden in de directe omgeving zijn uitgenodigd om op 3 november 2022 uitgenodigd voor een planpresentatie door de initiatiefnemer. Een aantal ondernemers en omwonenden (van bedrijfswoningen) zijn op deze uitnodiging ingegaan. Vertegenwoordigers van de gemeente (ambtelijke dienst) was ook aanwezig. Op deze bijeenkomst zijn geen bezwaren op het plan geuit. Wel is om een terreinaanpassingen gevraagd die het verkeer zullen stimuleren de kortste route naar de Planetenlaan te nemen. Deze terreinaanpassingen zijn doorgevoerd. Verder is door een omwonende gevraagd of de gemeente een stoep wil aanleggen aan de zuidzijde van het plangebied langs de Scorpiusweg.
De gemeente heeft toegezegd dit zullen gaan overwegen. De ruimte is hier in principe voor aanwezig. Momenteel ligt hier een 1,80 meter brede groenstrook. De minimale breedte voor een stoep is ook 1,80 meter. Overigens is het niet evident dat alle bedrijfskavels op een bedrijventerrein ook ontsloten wordt middels een stoep. Stoepen op bedrijventerrein worden immers niet altijd even intensief gebruikt. En de noodzakelijke verharding voor stappen gaat ook ten koste van de beperkte ruimte voor groen. Terinzageleggingsfase Het ontwerpbestemmingsplan 'Leeuwarden – Bouw fastfoodrestaurant en tankstation Coronaweg' heeft in de periode vanaf 9 februari 2023 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn twee zienswijzen ontvangen. De inhoud van de zienswijzen zijn samengevat en per punt voorzien van het gemeentelijke commentaar, zie bijlage 10. Verder is er een ambtshalve wijziging voorgesteld ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. In bijlage 6 is een nieuwe stikstofberekening (AERIUS-berekening) toegevoegd conform de meest recente rekenmethode van AERIUS. Na publicatie van het ontwerpbestemmingsplan heeft AERIUS een nieuwe rekenmethode gepubliceerd. Vaststellingsfase Na de periode van terinzagelegging stelt de gemeenteraad het ontwerpbestemmingsplan, mogelijk met wijzigingen, binnen een periode van ten hoogste twaalf weken vast.
Beroepsfase Na de vaststelling van het bestemmingsplan maakt de gemeenteraad het vaststellingsbesluit bekend en legt het vastgestelde bestemmingsplan ter inzage. Dit gebeurt als volgt: Indien gedeputeerde staten (GS) een zienswijze heeft ingediend die door de gemeenteraad niet volledig is overgenomen of indien de gemeenteraad het bestemmingsplan gewijzigd heeft vastgesteld, geschiedt bekendmaking en terinzagelegging zes weken na vaststelling. Indien het bestemmingsplan ongewijzigd is vastgesteld en er gehoor is gegeven aan eventuele zienswijzen van GS wordt het vaststellingsbesluit door de gemeenteraad uiterlijk twee weken na vaststelling bekend gemaakt. Tevens wordt uiterlijk twee weken na vaststelling het bestemmingsplan ter inzage gelegd. Binnen zes weken na bekendmaking van het vaststellingsbesluit kan er beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien geen beroep tegen het vastgestelde
43
bestemmingsplan Leeuwarden - Bouw fastfoodrestaurant en tankstation Coronaweg
bestemmingsplan is ingediend, is het bestemmingsplan na afloop van de beroepstermijn onherroepelijk.
44
bestemmingsplan Leeuwarden - Bouw fastfoodrestaurant en tankstation Coronaweg
Bijlagen toelichting
45
bestemmingsplan Leeuwarden - Bouw fastfoodrestaurant en tankstation Coronaweg
46
bestemmingsplan Leeuwarden - Bouw fastfoodrestaurant en tankstation Coronaweg
Bijlage 1 Ontwerp
47
RENVOOI VERKLARING POMP-TANK: ET E+T DT D+T HVOT
Euro 95 tank Euro+ tank Dieseltank Diesel+ tank HVO tank
ondergronds ondergronds ondergronds ondergronds ondergronds
met een inhoud van 45 m³ met een inhoud van 15 m³ met een inhoud van 40 m³ met een inhoud van 10 m³ met een inhoud van 10 m³
D40 D130 E H2 LNG
Afgifteslang Diesel 40 ltr./min. Afgifteslang Diesel High Speed 130 ltr./min. Afgifteslang Euro 95 Afgifteslang H2 Afgifteslang LNG
ad kb+ap ovb tnm TO VP VPA
Aansluitpunt dampretour Meetpunt kathodische bescherming + Aardpunt tankwagen Overvulbeveiliger Tankniveaumeting Tankonluchting Vulpuntenbak Vulpuntenbak AdBlue
Compartimententank 60 m³ Compartimententank 60 m³
VERKLARING KABELS & LEIDINGEN:
17000
12800
5000
6500
6000
5000
5100
3500
26000
18000
10200
16500
5000
7000
5000
Dampretour stage I Dampretour stage II Ontluchtingsleiding Persleiding AdBlue Vulleiding Zuigleiding
2309
VERKLARING WATERAFVOER: cp gt hwa nm ob plp sk tk
TO
400 m² verzamelgebouw
waarvan: 150 m2 horeca 250 m2 ondergeschikte detailhandel(shop2go/bakery)
VP
Beschoeiing
VERKLARING TERREININRICHTING:
Parkeermarkering met witte klinkers
Zonnepanelen 165 m2
Parkeermarkering met witte klinkers
Parkeermarkering met witte klinkers
Afval
Controleput Afvoergoot aangesloten op olie- en benzineafscheider Hemelwaterafvoer Niveaumeetsysteem obas Olie- en benzineafscheider 6 L/s + slibvangput 1200 L Peilput aangesloten op olie- en benzineafscheider Straatkolk aangesloten op olie- en benzineafscheider Trottoirkolk HDPE leidingwerk HWA PVC leidingwerk VWA PVC leidingwerk
passing lane
15
Waterdoorlatend parkeervlakken
14
13
12
11 10
sk
loket 2
9
loket 1
ad
ab arb bkk cam DIT k. lm ns OPT p6 PR sb TR WL MTK ST
Aanrijdbeveiliging Aanrijdbeveiliging beton Betonklinkerkeien Camera Geïntegreerde betaalautomaat Luifelkolom Lichtmast Noodstop Betaalautomaat Poederblusser Prijzenbord Schrikblok Techniekruimte Water en lucht Mattenklopper Stofzuigen
1
Pompnummering Erfgrens Inrichtingsgrens Mantelbuizen
8
Menubord groot
4
rooilijn
D
D
Bestelloket
Bestelloket
B
terras
Zonnepanelen 120 m2
Waterdoorlatend parkeervlakken
Horeca 325 m² Afval
Vetafscheider
B
Waterdoorlatend parkeervlakken
7
2000
Parkeernorm per 100 m2 bvo
Vereist
250 m2 ondergeschikte detailhandel
4,4
11
150 m2 horeca
14
21
325 m2 horeca
14
45,5
13500
Menubord groot
bevoorrading vulpunten
kb+ap
Parkeermarkering met witte klinkers
rooilijn
B
B
Menubord klein
Menubord klein
309 m² 503 m² 4012 m² 3914 m² 736 m² 891 m² 1467 m²
Totaal nieuwe sloot Bestaande verharding Nieuwe verharding
Verwijsmast 15 meter
waterstof
Groen
33,67 m² 727,20 m² 1458,69 m² 118,77 m² 1015,00 m² 2461,38 m² 9,00 m² 729,80 m² 161,32 m² 293,60 m² 838,94 m²
Beschoeiing Gebouwen Groen H2 Parkeren Straatwerk Trafo Trottoir Trottoirbanden Vloeistofdichtevloer Water TOTAAL
TOTAAL Toename
H2 tubetrailer
A
1
A
Hoogtebegrenzer
Hoogtebegrenzer
Waterdoorlatend parkeervlakken
5000
5
Parkeermarkering met witte klinkers
Hoge druk buffer
6350
Compressor
10100
78
Beschoeiing
6500
ET 45m³
fietsen
Gebouwen Tegelpaden
Parkeermarkering met witte klinkers
plp
Parkeermarkering met witte klinkers
DT 45m³
ovb
2
Bevoorrading
plp
6
Waterdoorlatend parkeervlakken
ovb
E+T 15m³
Waterdoorlatend parkeervlakken
D+T 15m³
Terras
plp
Parkeermarkering met witte klinkers
ovb
Aanwezig
Terreininrichting m²
Oud vs Nieuw
Vetafscheider plp
77,5
3
Gedempte sloot
ovb
Totaal
3 x miva parkeren 69 x parkeren 8 x EV laden 8 x tanken 15 x drive
ob
Parkeermarkering met witte klinkers
17000
12800
5000
6500
6000
Waterdoorlatend parkeervlakken
400 m² verzamelgebouw waarvan: 150 m2 horeca 250 m2 ondergeschikte detailhandel(shop2go/bakery)
VP
5100
3500
26000
18000
10200
16500
5000
7000
5000
2309
Beschoeiing
passing lane
15
Waterdoorlatend parkeervlakken
14
13
12
11 10
sk
loket 2
9
loket 1
ad
Menubord groot
8
D
D
Bestelloket
Bestelloket
B
terras
B
Waterdoorlatend parkeervlakken
Zonnepanelen 120 m2
Horeca 325 m² Afval
Vetafscheider
Waterdoorlatend parkeervlakken
7
2000
3
B
B
Menubord klein
Menubord klein
6
2
5
1
Compressor
Verwijsmast 15 meter
A
Hoogtebegrenzer
Hoogtebegrenzer
Waterdoorlatend parkeervlakken
5000
H2 tubetrailer
A
Parkeermarkering met witte klinkers
Hoge druk buffer
waterstof
6350
fietsen
10100
6500
ET 45m³
Parkeermarkering met witte klinkers
E+T 15m³
ovb plp
DT 45m³
Bevoorrading
D+T 15m³
ovb plp
Terras
Waterdoorlatend parkeervlakken
ovb plp
Parkeermarkering met witte klinkers
Vetafscheider ovb plp
Waterdoorlatend parkeervlakken
5000
4
rooilijn
13500
bevoorrading vulpunten
Menubord groot
Parkeermarkering met witte klinkers
rooilijn
kb+ap
ob
Zebrapad
Parkeermarkering met witte klinkers
H2 zuil 700 bar
verdrijvingsvlak
Parkeermarkering met witte klinkers
5000 1800
1800
1160
TT
Parkeermarkering met witte klinkers
trafo
Waterdoorlatend parkeervlakken
verdrijvingsvlak
Waterdoorlatend parkeervlakken
cp
Waterdoorlatend parkeervlakken
Parkeermarkering met witte klinkers
Fietsen
prijzenbord
Riolering aansluiten op gemeentelijk vuilwaterriool VWA
1800
waterstof 30 mtr. contour
1800
trafo
1160
TT
Waterdoorlatend parkeervlakken
prijzenbord
Waterdoorlatend parkeervlakken
Zonnepanelen 165 m2
verdrijvingsvlak
5000
TO Afval
Parkeermarkering met witte klinkers
H2 zuil 700 bar
verdrijvingsvlak
Parkeermarkering met witte klinkers
Parkeermarkering met witte klinkers
Parkeermarkering met witte klinkers
cp
Parkeermarkering met witte klinkers
Parkeermarkering met witte klinkers
Zebrapad
Parkeermarkering met witte klinkers
Fietsen
Parkeernorm per 100 m2 bvo
Vereist
250 m2 ondergeschikte detailhandel
4,4
11
150 m2 horeca
14
21
325 m2 horeca
14
3 x miva parkeren 69 x parkeren 8 x EV laden 8 x tanken 15 x drive
45,5 Totaal
77,5
Aanwezig
78
Riolering aansluiten op gemeentelijk vuilwaterriool VWA
waterstof 30 mtr. contour
Kadastrale situatie Kadastrale gemeente:
Leeuwarden
Sectie:
K
Nummer:
6662
Schaal:
1:1000
VOORSTEL Datum wijziging Datum wijziging Datum wijziging Datum wijziging E
07-11-2022
Diverse wijzigingen n.a.v. inloopmiddag
Project:
EG NTI Leeuwarden Gemniniweg, 8938 AK Leeuwarden Onderwerp:
Getekend Datum Afdeling Projectl.
Situatie tekening Nieuwe situatie Werknummer:
553695 Formaat:
A0+ 3 x miva parkeren File: 20180501
Blad:
VO-B101 Schaal:
1:100 Directory: P:\Projecten 2018
: : 09-12-2021 : CTP :
Kleine Fluitersweg 253 Postbus 525 7300 AM APELDOORN Tel.: 055 - 5781350 Fax: 055 - 5781351
Copyright ContrAll projektrealisatie B.V. Apeldo
bestemmingsplan Leeuwarden - Bouw fastfoodrestaurant en tankstation Coronaweg
50
bestemmingsplan Leeuwarden - Bouw fastfoodrestaurant en tankstation Coronaweg
Bijlage 2 Waterstof
51
Risicoanalyse / H2-tankstation Leeuwarden
Project Datum
214765 18 januari 2022
Opdrachtgever ContrAll t.a.v. Postbus 525 7300 AM Apeldoorn
Risicoanalyse / H2-tankstation Leeuwarden
Project
214765
Datum
18 januari 2022
Auteur(s) Versie nr.
1.2
Opdrachtgever
ContrAll t.a.v. Postbus 525 7300 AM Apeldoorn
Risicoanalyse / H2-tankstation Leeuwarden
Inhoudsopgave 1 Inleiding _______________________________________________________________ 4 2 Beschrijving inrichting ___________________________________________________ 5 2.1 H2-installatie ________________________________________________________ 5 2.2 Situatietekening ______________________________________________________ 5 3 Ongevalsscenario’s waterstof _____________________________________________ 7 3.1 Selectie van bedrijfsonderdelen _________________________________________ 7 3.2 Initiële faalfrequentie __________________________________________________ 7 3.3 Flessenpakket _______________________________ Error! Bookmark not defined.
3.4 Hoge druk bufferopslag ________________________________________________ 8 3.5 Compressorsysteem _________________________________________________ 10 3.6 Ongevalsscenario’s 700 bar dispenser ___________________________________ 11 4 Overige aspecten ______________________________________________________ 12 4.1 Parameters ________________________________________________________ 12 4.2 Aanwezigen rond de inrichting _________________________________________ 12 5 Resultaat risicoberekening ______________________________________________ 14 5.1 Plaatsgebonden risico ________________________________________________ 14 5.2 Groepsrisico________________________________________________________ 15 5.3 Effectafstand _______________________________________________________ 15 6 Conclusie _____________________________________________________________ 16 Referenties ______________________________________________________________ 17
3
Risicoanalyse / H2-tankstation Leeuwarden
1 Inleiding Het voornemen is een tankstation met een waterstofinstallatie te plaatsen op bedrijventerrein Hemrik in Leeuwarden. In het kader van het aanpassen van het bestemmingsplan is deze risicoanalyse opgesteld. Voor de H2-instalatie wordt het extern veiligheidsrisico berekend conform de landelijke voorschriften. Hoofdstuk 2 bevat een korte beschrijving van de inrichting. In hoofdstuk 3 worden de ongevalsscenario’s voor waterstof beschreven. Hoofdstuk 4 bevat o.a. de modellering van de omgeving van de inrichting. Hoofdstuk 5 bevat het berekende plaatsgebonden risico, het groepsrisico en de effectafstanden. Het berekende risiconiveau wordt hier getoetst aan de normstelling externe veiligheid voor inrichtingen. Hoofdstuk 6 tenslotte bevat de conclusie.
4
Risicoanalyse / H2-tankstation Leeuwarden
2 Beschrijving inrichting 2.1
H2-installatie Het waterstofvulstation bestaat uit een aantal componenten: 1. Flessenpakketen met waterstof op 300 bar. 2. Compressie en opslag voor de 700 bar vulinstallatie (maximale druk 950 bar(g)). 3. Dispenser voor de 700 bar vulinstallatie.
De waterstof wordt aangeleverd met flessenpakketten die worden uitgewisseld. Er staan maximaal 5 flessenpakketten. Daarna vindt compressie plaats in een cascadebuffer tot 300 bar(g), 480 bar(g) en 950 bar(g). Vervolgens wordt een waterstofvoertuig via de dispenser tot 700 bar(g) afgevuld. De doorzet is 75 ton waterstof per jaar. Deze wordt evenredig verdeeld over beide dispensers. Voor de overige gegevens wordt verwezen naar de aanvraag voor de omgevingsvergunning.
2.2
Situatietekening Figuur 2 toont schematisch de situatietekening van de inrichting met de positie van de belangrijkste onderdelen van de installatie.
5
Risicoanalyse / H2-tankstation Leeuwarden
Figuur 1.
Situatietekening
6
Risicoanalyse / H2-tankstation Leeuwarden
3 Ongevalsscenario’s waterstof In dit hoofdstuk worden alle uitgangspunten getoond voor de aangevraagde situatie van de waterstof installatie.
3.1
Selectie van bedrijfsonderdelen De risicoanalyse is uitgevoerd voor het waterstofvulstation. De volgende insluitsystemen en/of activiteiten zijn gemodelleerd voor het 700 bar station: • De continu aanwezige flessenpakketten. • De compressoren. • De bufferopslagen met cilinders. • De losverbinding tussen de dispenser en het motorvoertuig. De compressoren zijn opgesteld in een omkasting. Voor de risicoanalyse is de invloed van de omkasting op de gevolgen van de ongevalsscenario’s niet gemodelleerd. Met Safeti-NL is het niet goed mogelijk om de gevolgen van het vrijkomen van een gas in een omkasting te modelleren. Aangenomen is dat de waterstof in de open lucht vrijkomt.
3.2
Initiële faalfrequentie Tabel 1 toont de initiële faalfrequentie voor onderdelen van de installatie zoals voorgeschreven in de Handleiding risicoberekeningen Bevi [1] en een specifiek rekenvoorschrift voor gascilinders [2] en een notitie voor waterstof tankstations [3]. De faalfrequentie van een cilinder wordt gebruikt wanneer het volume maximaal 150 l is, in alle andere gevallen wordt de faalfrequentie van een drukvat gehanteerd.
Component
Faalwijze
Frequentie
Cilinder
Breuk
5.0 10-7 /jr
Lekkage 3.3 mm gat
5.0 10-7 /jr
Brand in de omgeving van de gascilinder
Zie tekst
Cilinderpakket
Zie tekst
Zie tekst
Compressor
Breuk
1.0 10-4 /jr
Lekkage
4.4 10-3 /jr
Breuk
4.0 10-6 /uur
Lekkage
4.0 10-5 /uur
Losslang
Tabel 1.
Initiële faalfrequentie onderdelen van de installatie
Voor een cilinderpakket met N gascilinders dient alleen het scenario ‘instantaan falen’ meegenomen te worden met een faalfrequentie gelijk aan N x 5.0 10-7 /jr. Bij het instantaan
7
Risicoanalyse / H2-tankstation Leeuwarden
falen van één gascilinder zal de gehele inhoud van het cilinderpakket vrijkomen. De uitstroming kan worden beschouwd als het instantaan falen van de eerste cilinder, waarna de inhoud van de overige N - 1 cilinders door middel van een 5 mm gat uitstroomt. Het instantaan falen van het gehele cilinderpakket wordt niet aannemelijk geacht. Het is niet aannemelijk dat een langdurige brand uitbreekt door het falen van een cilinder met brandbaar gas. Daarvoor is de inhoud van een gascilinder namelijk te klein. Wel kan een brand uitbreken door de aanwezigheid van brandbare (vloei)stoffen in de directe nabijheid van de opslaglocatie, waardoor gascilinders worden aangestraald (of midden in een plasbrand komen te staan). Pas bij een langdurige brand zal een deel van de opgeslagen cilinders kunnen falen. Het meenemen van het brandscenario is dus afhankelijk van locatiespecifieke omstandigheden. In veel gevallen kan dit scenario worden uitgesloten. • Wanneer er geen brandbare vloeistoffen en vaste stoffen in de nabijheid van een opslag van gascilinders aanwezig zijn, worden de scenario’s “plasbrand” en “brand overig” niet aannemelijk geacht. • Voor scenario “gevelbrand” geldt dat het betreffende gebouw volgens de PGS 15 richtlijn in ieder geval 60 minuten brandwerend dient te zijn uitgevoerd. Desondanks is een gevelbrand niet volledig uit te sluiten.
• Scenario “brand in een inpandige opslag” tenslotte wordt niet aannemelijk geacht indien de constructie van de betreffende opslagruimte van onbrandbaar materiaal is vervaardigd en er geen brandbare vloeistoffen en vaste stoffen in zowel dezelfde ruimte als in aangrenzende ruimten zijn opgeslagen. De effecten van een inpandige opslag worden gemodelleerd als buiten zijnde. • Indien brandbare vloeistoffen in de nabijheid van gascilinders aanwezig zijn, kan een plasbrand ontstaan waarbij simultaan falen van meerdere gascilinders niet is uit te sluiten. Bij opslagen van cilinders met brandbare (tot vloeistof verdichte) gassen resulteert dit in gecumuleerde warmtestraling, hetgeen tot grotere effectafstanden zal leiden. Bij de overige gassen heeft het simultaan falen geen extra effecten tot gevolg. Indien brand niet kan worden uitgesloten, moet de kans op brand van 1.0 10-5 /jr voor elke opslag afzonderlijk toegepast worden. Voor deze installatie wordt een brand in de omgeving van de gascilinders door bovenstaande oorzaken uitgesloten geacht.
3.3
Tubetrailer De aanvoer van waterstof vindt plaats met tubetrailers. Er is één opstelplaats waar een trailer kan worden neergezet voor het lossen. Voor het modeleren van de trailer wordt uitgegaan van een tubetrailer met 9 tubes van elk 2000 l. De druk is 300 bar(g). Per trailer wordt circa 380 kg waterstof aangevoerd. Conservatief wordt aangenomen dat de trailer continu aanwezig is. De trailer wordt met een composiet slang gekoppeld aan de installatie. De inwendige diameter van de slang is 9.53 mm. Voor de kans op een vuurbal door brand in de omgeving wordt aangenomen dat het vulpunt buiten de toetsingsafstanden ligt. Tabel 8 toont
8
Risicoanalyse / H2-tankstation Leeuwarden
de ongevalsscenario’s per pakket. Voor de uitstroomduur wordt het totale volume van de tubetrailer van 18 m3 gebruikt. Scenario Instantaan Continu grootste aansluiting Vuurbal brand tijdens verlading Vuurbal brand in omgeving Vuurbal externe impact Breuk slang Lekkage slang Scenario Instantaan Continu grootste aansluiting Vuurbal brand tijdens verlading Vuurbal brand in omgeving Vuurbal externe impact Breuk slang Lekkage slang Tabel 2.
3.4
Toelichting frequentie 8760 (uur per jaar aanwezig)/ 8760 (uur per jaar) x 9 (aantal tubes) x 5.0 10-7 (frequentie per jaar) 8760 (uur per jaar aanwezig)/ 8760 (uur per jaar) x 9 (aantal tubes) x 5.0 10-7 (frequentie per jaar) 8760 (uur per jaar aanwezig) x 5.8 10-10 (frequentie vuurbal per uur) 8760 (uur per jaar aanwezig) x 4.0 10-9 (frequentie vuurbal per uur) 8760 (uur per jaar aanwezig) x 5.0 10-11 (frequentie vuurbal per uur) 8760 (uur per jaar aanwezig) x 4.0 10-7 (frequentie breuk per uur in bedrijf) 8760 (uur per jaar aanwezig) x 4.0 10-5 (frequentie breuk per uur in bedrijf) Frequentie [/jr] 4.5 10-6 4.5 10-6
Bronsterkte 63 kg 1.1 kg/s
Toelichting
5.1 10-6
63 kg
Maximale inhoud van één tube
3.5 10-5
63 kg
Maximale inhoud van één tube
4.4 10-7
63 kg
Maximale inhoud van één tube
3.5 10-2 3.5 10-1
1.1 kg/s 0.01 kg/s
Maximale inhoud van één tube Gatgrootte 9.53 mm, uitstroomduur 565 s.
Gatgrootte 9.53 mm, uitstroomduur 565 s. Gatgrootte 0.953 mm, uitstroomduur 1800 s.
Ongevalsscenario’s van de tubetrailer
Hoge druk bufferopslag De hoge druk bufferopslag bestaat uit drie verschillende buffers met ieder een eigen druk. Bij het afnemen van waterstof zal dit in cascade worden gevuld afhankelijk van de benodigde druk. Nadien zullen deze buffers door het compressiestation opnieuw wordt gevuld. Buffer opslag totaal is 300 l, verdeeld over zes cilinders. Dit is onderverdeeld in de drukken 300 bar, 480 bar en 950 bar. Tabel 3 toont de frequentie en bronsterkte voor de ongevalsscenario’s. Er is aangenomen dat de bufferopslag kan worden beschouwd als één flessenpakket. De kans op instantaan falen van een cilinder is dan 6 x 5.0 10-7 = 3.0 10-6 /jr. Daarna vindt uitstroming plaats van de gehele inhoud van het pakket door een gat van 5 mm. In Safeti-NL is het niet mogelijk om beide bronsterktes in één scenario te modelleren. Er wordt daarom apart een instantaan en een continu scenario doorgerekend. Conservatief wordt alleen van de hoogste druk uitgegaan.
9
Risicoanalyse / H2-tankstation Leeuwarden
Scenario
Frequentie [/jr]
Bronsterkte
Instantaan
3.0 10-6
2.4 kg
Maximale inhoud van één buffer
Continu 5 mm
3.0 10-6
0.87 kg/s
Inhoud van 250 l (rest van de buffer), uitstroomduur 14 s.
Tabel 3.
3.5
Toelichting
Ongevalsscenario’s hoge druk bufferopslag
Compressorsysteem Aangenomen is dat de compressor continu in gebruik zal zijn. Tabel 4 toont de ongevalsscenario’s. Voor de berekening van de bronsterkte is uitgegaan van de kenmerken van het leidingwerk voor de compressor en de druk en inhoud van één flessenpakket.
Scenario Breuk Lekkage
Toelichting frequentie 1.0 10-4 (frequentie breuk per jaar in bedrijf) 4.4 10-3 (frequentie breuk per jaar in bedrijf)
Scenario Breuk
Frequentie [/jr] 1.0 10-4
Bronsterkte [kg/s] 0.27 kg/s
Lekkage
4.4 10-3
< 0.01 kg/s
Tabel 4.
3.6
Toelichting Diameter 8 mm, lengte 5 m, uitstroomduur 62 s. Diameter 0.8 mm, uitstroomduur 1800 s.
Ongevalsscenario’s compressor
Ongevalsscenario’s 350 bar dispenser De doorzet van deze dispenser is 37.5 ton waterstof per jaar. Het afleverdebiet is gemiddeld 0.06 kg/s, zodat de dispenser maximaal circa 164 uur van het jaar in gebruik is. De afleverleiding is voorzien van een flowmeter met een doorstroombegrenzer. Bij breuk van de slang is de kans dat de doorstroombegrenzer niet werkt gelijk aan 0.06. Als de doorstroombegrenzer wel werkt is de uitstroomduur 5 s. De gevolgen van een lekkage zijn verwaarloosbaar, het noodstopsysteem is voor dit scenario niet gemodelleerd. De bronsterkte is berekend met Safeti-NL door uit te gaan van een leiding aan een vat met een lengte van 30 m. Tabel 5 toont de ongevalsscenario’s.
Scenario
Toelichting frequentie
Breuk noodstop Ok
164 (uren in bedrijf) x 4.0 10-6 (frequentie breuk per uur in bedrijf) x 0.94 (kans noodstop succesvol)
Breuk noodstop niet Ok
164 (uren in bedrijf) x 4.0 10-6 (frequentie breuk per uur in bedrijf) x 0.06 (kans noodstop niet succesvol)
Lekkage
164 (uren in bedrijf) x 4.0 10-5 (frequentie breuk per uur in bedrijf)
10
Risicoanalyse / H2-tankstation Leeuwarden
Scenario
Frequentie [/jr]
Bronsterkte [kg/s]
Breuk noodstop Ok
6.2 10-4
0.18
Diameter 8 mm, inhoud van 300 l, uitstroomduur 5 s.
Breuk noodstop niet Ok
3.9 10-5
0.18
Diameter 8 mm, inhoud van 300 l, uitstroomduur 50 s.
Lekkage
5.6 10-3
0.01
Diameter 0.8 mm, inhoud van 300 l, uitstroomduur 1800 s.
Tabel 5.
3.7
Toelichting
Ongevalsscenario’s dispenser 350 bar station
Ongevalsscenario’s 700 bar dispenser De doorzet van deze dispenser is 37.5 ton waterstof per jaar. Het afleverdebiet is gemiddeld 0.06 kg/s, zodat de dispenser maximaal circa 164 uur van het jaar in gebruik is. De afleverleiding is voorzien van een flowmeter met een doorstroombegrenzer. Bij breuk van de slang is de kans dat de doorstroombegrenzer niet werkt gelijk aan 0.06. Als de doorstroombegrenzer wel werkt is de uitstroomduur 5 s. De gevolgen van een lekkage zijn verwaarloosbaar, het noodstopsysteem is voor dit scenario niet gemodelleerd. De bronsterkte is berekend met Safeti-NL door uit te gaan van een leiding aan een vat met een lengte van 30 m. Tabel 6 toont de ongevalsscenario’s.
Scenario
Toelichting frequentie
Breuk noodstop Ok
164 (uren in bedrijf) x 4.0 10-6 (frequentie breuk per uur in bedrijf) x 0.94 (kans noodstop succesvol)
Breuk noodstop niet Ok
164 (uren in bedrijf) x 4.0 10-6 (frequentie breuk per uur in bedrijf) x 0.06 (kans noodstop niet succesvol)
Lekkage
164 (uren in bedrijf) x 4.0 10-5 (frequentie breuk per uur in bedrijf)
Scenario
Frequentie [/jr]
Bronsterkte [kg/s]
Breuk noodstop Ok
6.2 10-4
0.33
Diameter 8 mm, inhoud van 300 l, uitstroomduur 5 s.
Breuk noodstop niet Ok
3.9 10-5
0.33
Diameter 8 mm, inhoud van 300 l, uitstroomduur 44 s.
Lekkage
5.6 10-3
0.02
Diameter 0.8 mm, inhoud van 300 l, uitstroomduur 1800 s.
Tabel 6.
Toelichting
Ongevalsscenario’s dispenser 700 bar station
11
Risicoanalyse / H2-tankstation Leeuwarden
4 Overige aspecten 4.1
Parameters De standaard parameters van Safeti-NL versie 8.3 zijn gebruikt voor de berekening. De gegevens voor het weerstation Leeuwarden worden gebruikt voor de kans op het voorkomen van een bepaalde weersklasse. Voor de ruwheidslengte is de standaard waarde van 0.3 m gehanteerd. Voor waterstof is de kans op directe ontsteking gelijk aan 1.0 [3]. Er zijn daarom geen externe ontstekingsbronnen gemodelleerd.
4.2
Aanwezigen rond de inrichting Figuur 2 toont het invloedsgebied rond de inrichting begrensd door de maximale effectafstand veroorzaakt door de toekomstige situatie (zie hoofdstuk 5.3). Binnen het invloedsgebied bevindt zich geen bebouwing van derden en zijn geen personen aanwezig. Parkeerplaatsen worden conform de Handreiking Verantwoording Groepsrisico niet meegenomen [4].
12
Risicoanalyse / H2-tankstation Leeuwarden
Figuur 2.
Bevolkingsgebieden rond de inrichting
13
Risicoanalyse / H2-tankstation Leeuwarden
5 Resultaat risicoberekening 5.1
Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een inrichting bevindt, overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Plaatsen met een gelijk risico worden door risicocontouren op een kaart weergegeven. Het plaatsgebonden risico van 1.0 10 -6 /jr dient volgens het Bevi (Besluit externe veiligheid inrichtingen) gehanteerd te worden als grenswaarde voor kwetsbare objecten en als richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Figuur 4 toont de plaatsgebonden risicocontouren. De contour voor de grenswaarde van het plaatsgebonden risico van 1.0 10-6 /jr ligt gedeeltelijk buiten de inrichting. Binnen de contour bevindt zich gebied dat is bestemd voor Verkeer. Er liggen geen (beperkt) kwetsbare objecten binnen deze grenswaarde.
Figuur 3.
Plaatsgebonden risicocontouren 1.0 10-5 /jr 1.0 10-6 /jr 1.0 10-7 /jr 1.0 10-8 /jr
14
Risicoanalyse / H2-tankstation Leeuwarden
5.2
Groepsrisico Het groepsrisico geeft aan wat de kans is op een ongeval met tien of meer dodelijke slachtoffers in de omgeving van de inrichting. Het aantal personen dat in de omgeving van de inrichting verblijft, bepaalt daardoor mede de hoogte van het groepsrisico. Het groepsrisico wordt weergegeven in een zogenaamde fN-curve: op de verticale as staat de cumulatieve kans per jaar f op een ongeval met N of meer slachtoffers en op de horizontale as het aantal slachtoffers N. De oriëntatiewaarde voor het groepsrisico is gelijk aan 10-3 / N2, dat wil zeggen een frequentie van 10-5 /jr voor 10 slachtoffers, 10-7 /jr voor 100 slachtoffers en geldt vanaf het punt met 10 slachtoffers. Binnen het invloedsgebied bevinden zich geen personen. De inrichting veroorzaakt daarom geen groepsrisico.
5.3
Effectafstand Effectafstanden zijn berekend voor alle scenario’s. Tabel 6 toont de afstand tot 1% kans op overlijden (bij onbeschermde blootstelling) voor weersklasse D-5.0 overdag (neutraal weer met een windsnelheid van 5 m/s) en weersklasse F-1.5 ’s nachts (zeer stabiel weer met een windsnelheid van 1.5 m/s) voor waterstof. De aanduiding in de kolommen onderdeel en scenario zijn een referentie naar de tekst in hoofdstuk 3. Onderdeel
Scenario
D-5.0 [m]
F-1.5 [m]
Tubetrailer
Instantaan
16
16
Continu
18
18
BreukSlang
18
18
LekkageSlang
2
2
Vuurbal brand tijdens verlading
16
16
Vuurbal brand in omgeving
16
16
Vuurbal externe impact
16
16
Cascadebuffer
Breuk
5
5
Continu 5 mm
15
15
Breuk
9
9
Lekkage
2
2
Slang
BreukNoodstopOk
9
9
dispenser
BreukNoodstopNietOk
9
9
Lekkage
3
3
Compressor
Tabel 7.
Effectafstand waterstof tot 1% kans op overlijden
15
Risicoanalyse / H2-tankstation Leeuwarden
6 Conclusie Het voornemen is een tankstation met een waterstofinstallatie te plaatsen op Hemrik in Leeuwarden. In het kader van de aanvraag voor de omgevingsvergunning is deze risicoanalyse opgesteld. De contour voor de grenswaarde van het plaatsgebonden risico van 1.0 10 -6 /jr ligt gedeeltelijk buiten het terrein van de inrichting. Binnen de contour bevinden zich geen (beperkt) kwetsbare objecten. De gronden binnen deze contour hebben de bestemming Verkeer. De inrichting veroorzaakt geen groepsrisico.
16
Risicoanalyse / H2-tankstation Leeuwarden
Referenties 1.
RIVM
2021
Handleiding risicoberekeningen BEVI Versie 4.3 gedateerd 1 januari 2021
2.
RIVM
2008
Modellering gascilinders uit Handleiding risicoberekeningen BEVI concept versie 1.4
3.
RIVM
2016
Risico- en effectafstanden waterstoftankstations Memo kenmerk 20160149 VLH HAS/Sta/sij gedateerd 3 oktober 2016
4.
VROM
2007
Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico Versie 1.0 november 2007
17
bestemmingsplan Leeuwarden - Bouw fastfoodrestaurant en tankstation Coronaweg
70
bestemmingsplan Leeuwarden - Bouw fastfoodrestaurant en tankstation Coronaweg
Bijlage 3 Bodemonderzoek
71
Verkennend bodemonderzoek
Coronaweg te Leeuwarden
Opdrachtgever EG Retail (Netherlands) BV
Auteur
Postbus 9531 4801 LM Breda
Paraaf:
Adviesbureau Geofoxx Eektestraat 10-12 Postbus 221 7570 AE Oldenzaal 0541 - 58 55 44 Status Definitief Datum 22 november 2021 Projectnummer 20211094/MWEN Documentkenmerk 20211094_a1RAP