Beleidskader Wonen met zorg
Tekst van het document
We streven naar de realisatie van geclusterde woonvormen waar ouderen en andere aandachtsgroepen op een duurzame wijze zorg en ondersteuning kunnen ontvangen, zowel door het transformeren van bestaande woningen als door nieuwbouwprojecten. Ons doel is het creëren van inclusieve en diverse woonomgevingen waarin iedereen in staat is om zo lang mogelijk zelfstandig te wonen. We erkennen de specifieke zorgbehoeften van verschillende doelgroepen bij het samenwonen. Het behoud van nabijheid tot steunpunten en de essentiële relatie tussen wonen en zorg staan centraal in onze aanpak. We moedigen collectieve zorg-mogelijkheden aan als een manier om mantelzorgers te ontlasten, zoals een collectieve logeerwoning. Zie ook het hoofdstuk voor de concrete bouwopgave over hoeveel extra geclusterde woningen we in de regio willen toevoegen. Actie 7: Inclusieve woonomgeving: Stad en dorpen zijn goed bereikbaar en toegankelijk We streven ernaar dat mensen met een beperking en/of verminderde mobiliteit volwaardig mee kunnen doen in de samenleving. Dat betekent dat we ons inzetten om een inclusieve woonomgeving te ontwerpen die goed bereikbaar en toegankelijk is. Denk aan de aanleg van veilige wandel- en fietspaden, het verminderen van fysieke barrières en het bereikbaar houden van voorzieningen.
Hierbij hebben we in het bijzonder aandacht voor de routes naar supermarkt, eerstelijnszorg en ontmoetings- en recreatieplekken in de buurt van geclusterde woningen en zorgvastgoed.
31/46
We erkennen dat er soms een discrepantie kan zijn tussen de behoeften van specifieke doelgroepen en waarden met betrekking tot individueel wonen, en streven ernaar om steden en dorpen toegankelijk te maken voor alle gemeenschappen en culturen, zodat iedereen zich thuis kan voelen en kan genieten van een inclusieve woonomgeving. 5.4 Actielijn 3 (en acties): Volhoudbaar aanbod zorg en ondersteuning Actie 8: Volhoudbaar zorgaanbod per kern: Meer solide basis creëren door afspraken te maken over aanbod Om een volhoudbaar zorgaanbod te garanderen, zetten we ons in om het aanbod van zorg en ondersteuning te reguleren. Samen met het zorgkantoor en zorgorganisaties gaan we het gesprek aan om de versnippering van het zorgaanbod tegen te gaan. Op deze manier waarborgen we de kwaliteit van zorg en ondersteuning in elke kern, en houden we de zorg betaalbaar. We realiseren ons dat de doorstroom en het tekort van personeel bij zorg- en welzijnsorganisaties uitdagingen met zich meebrengt, zoals het opbouwen van vertrouwen en het maken van onderlinge afspraken tussen corporaties, zorgen welzijnspartijen. Daarnaast zien we een groeiende doelgroep met complexe zorgbehoeften, waarbij een betere afstemming tussen vraag en aanbod van welzijn en zorg essentieel is.
We stimuleren om de inzet van mantelzorgers en vrijwilligers gezamenlijk en/of per zone te organiseren, en benadrukken het belang van respijtzorg als cruciale ondersteuning voor mantelzorgers. Hierbij streven we naar laagdrempelige en tijdelijke ontlasting voor mantelzorgers, zodat zij hun belangrijke taken kunnen blijven vervullen. Samen bouwen we aan een solide zorgaanbod dat toegankelijk, kwalitatief hoogwaardig en duurzaam is voor al onze inwoners. Actie 9: Intensieve zorg thuis vergroten We zetten erop in dat het aanbod van intensieve zorg thuis vergroot wordt, zodat zoveel mogelijk inwoners met een zorg en/of ondersteuningsbehoefte in hun eigen omgeving kunnen blijven wonen. We stimuleren samenwerking tussen diverse zorgaanbieders om deze thuiszorg te realiseren, met specifieke aandacht voor geschikte locaties voor uitbreiding van verpleeghuiszorg thuis, bij voorkeur in geclusterde woonvormen. Om dit te bereiken, beseffen we dat bewustwording bij kwetsbare inwoners cruciaal is. Het is belangrijk dat duidelijk is welke ondersteuning wel en niet beschikbaar is, aangezien intensieve thuiszorg niet overal haalbaar is. Actie 10: Verduurzaming/vervanging huidig zorgvastgoed De inzet is om het huidige aantal bedden van intramurale instellingen tenminste te behouden. Maar veel vastgoed van intramurale instellingen is verouderd.
Daar waar mogelijk, bevorderen we om het bestaande vastgoed te moderniseren. Denk aan het nemen van energiezuinige maatregelen en/of programmatische aanpassingen. Waar moderniseren geen optie is, is sloop en nieuwbouw het alternatief. Hierbij dienen we altijd af te wegen of de omgeving voldoende passend is, of dat er elders in de gemeente een betere locatie is. Actie 11: Aanbod acute zorg: Extra aandacht voor opvang
32/46
We besteden extra aandacht aan het aanbod van acute zorg. We stimuleren dat er voldoende faciliteiten en voorzieningen beschikbaar zijn om ouderen en aandachtsgroepen effectief te kunnen opvangen wanneer zich een acute zorgbehoefte voordoet. Daarbij streven we naar nauwe samenwerking met zorgaanbieders en andere relevante instanties om de kwaliteit en beschikbaarheid van acute zorg te waarborgen. We realiseren ons dat het tekort aan geschikte woningen de uitstroom naar passende huisvesting vertraagt, wat resulteert in langere verblijven in opvangfaciliteiten en vaak kostbare situaties voor inwoners met een zorg en/of ondersteuningsbehoefte. Hierdoor benadrukken we het belang van het verminderen van woningnood als een integraal onderdeel van ons plan om de opvang en zorg voor inwoners te verbeteren. Denk aan de inzet van zogeheten omklapwoningen, of stimuleringsprogramma’s om doorstroom te verbeteren.
33/46
6 CONCRETE BOUWOPGAVE: 1.100 GECLUSTERDE WONINGEN ERBIJ
6.1 De bouwopgave voor de gemeente Leeuwarden Naast de introductie van de drie zones en de drie actielijnen hebben we een concrete bouwopgave voor wonen mét zorg voor de regio Leeuwarden bepaald. Het streven is om tot en met 2040 tenminste 1.100 geclusterde woningen toe te voegen. Dit kan door nieuwbouw of transformatie van bestaande appartementencomplexen. Van deze 1.100 geclusterde woningen dienen tenminste 370 woningen zorggeschikt te zijn (verpleegzorgplek). Daarbij is het doel om 70% van het totaal in het sociale huursegment realiseren. En, gezien de opgave vanuit het rijk ten behoeve van de aanpak van schaarste: Hoe meer woningen er vóór 2030 kunnen worden gerealiseerd, des te beter. 6.2 Onderbouwing bouwopgave De bouwopgave van 1.100 geclusterde woningen voor de regio Leeuwarden hebben we gebaseerd op de volgende uitgangspunten: * * * *
Het aantal toekomstige Wlz-gebruikers in 2040 in combinatie met de verpleeghuiscapaciteit en wlz-zorg aan huis. De ambitie om de zorggeschikte woningen (verpleegzorg-plekken) altijd te mixen met reguliere huisvesting. Het relatief lage inkomen van inwoners in Leeuwarden in combinatie met de schaarste van sociale huurwoningen in de gemeente. Spiegeling met opgave vanuit het rijk.
We lichten de uitgangspunten hieronder per onderdeel toe. Omdat de groei van de ouderen ten opzichte van de andere aandachtsgroepen de meeste impact op de bouwopgave heeft, zijn de argumenten grotendeels vanuit de doelgroep ouderen beredeneerd. Het aantal wlz-gebruikers: 1.700 in 2040, waarvan 370 in een geclusterde woonvorm Zoals bij in hoofdstuk 3 beschreven, zijn er in de gemeente Leeuwarden in 2040 ongeveer 1.700 wlz-gebruikers te verwachten. Bij behoud van de huidige verpleeghuiscapaciteit in de gemeente Leeuwarden kunnen 1.000 van hen opgevangen worden in een intramurale instelling. De andere 700 wlz-gebruikers dienen ‘thuis’ te worden opgevangen: In de oorspronkelijke woning of in een geclusterde woonvorm.
34/46
Op basis van de capaciteit van wlz-zorg aan huis is de inschatting dat in 2040 ongeveer 330 wlz-gebruikers zorg aan huis kunnen ontvangen.14 Voor de andere (700-330=) 370 wlz-gebruikers is een zekere mate van clustering gewenst. Onze opvatting is dat alleen door clustering de zorg en ondersteuning door zorgteams op lange termijn volhoudbaar is. In totaal zijn er dus 370 zorggeschikte woningen (verpleegzorgplekken) in een geclusterde woonvorm nodig. Mix van doelgroepen Eerder benadrukten we de noodzaak om meer zorggeschikte woningen te bouwen. Zoals we bij actie 6 al beschreven, is het streven dan ook dat een geclusterde woonvorm altijd een mix is van doelgroepen. Deze mix bestaat uit in ieder geval uit 2/3 vitale en 1/3 minder vitale bewoners. Dat betekent dat de bouwopgave in Leeuwarden op 370x1 verpleeg-zorgplekken + 370x2 reguliere plekken = 1.100 geclusterde woningen neerkomt. Een mix hoeft niet per se een mix van vitale of minder vitale ouderen te zijn. Dit mag ook een mix van meerdere generaties zijn. Denk aan jongere bewoners in bijvoorbeeld de GGZ- of gehandicaptenzorg enerzijds en studenten of jonge gezinnen anderzijds. Relatief lage inkomens van ouderen in combinatie met schaarste betaalbare woningen Landelijk is de opgave om 50% van de te ontwikkelen ouderenhuisvesting in het sociale segment te bouwen (zie ook hieronder: bespiegeling van opgave van het rijk).
In de gemeente komt echter ruim 70% van de huishoudens met 65-plussers qua besteedbaar inkomen in aanmerking voor een sociale huurwoning.15 Ook de meeste inwoners die vallen onder de aandachtsgroepen zijn qua besteedbaar inkomen veelal afhankelijk van het aanbod in de sociale huur. Daarnaast is er de afgelopen jaren meer schaarste op de sociale huurmarkt. 16 De inschrijftijd is toegenomen en de slaagkans juist af. Met de aankomende vergrijzing in het vizier neemt het tekort toe als we niet tijdig bijbouwen. Door het hoge aandeel kwetsbare inwoners met een relatief laag inkomen én de schaarste in de sociale sector stellen we in Leeuwarden de opgave voor het sociale segment dan ook naar boven bij: De ambitie is dat in plaats van 50% tenminste 70% van de lokale opgave, (1.100x 70%=) 770 van de geclusterde woningen, betaalbaar moet zijn. Hiermee kunnen we niet alleen voldoende bewoners een betaalbare woonzorgplek bieden. Maar ook de doorstroom op de markt stimuleren. Spiegeling met opgave vanuit het rijk: Sneller woningen voor ouderen toevoegen Het rijk geeft aan dat we 1.180 woningen (180 verpleegzorgplekken, 500 geclusterde woningen en 500 nultredewoningen) in Leeuwarden dienen toe te
14 Gemiddelde van 300-360 wlz-gebruikers met zorg aan huis. Uit: Blz. 40, idem bron voetnoot 5. 15 71% van de huishoudens 65 jaar en ouder in de gemeente Leeuwarden komt in aanmerking voor een woning in de sociale huursector. Bepaling sociale huursector: Voor eenpersoonshuishoudens: 39 055 Euro – 47 948 Euro en voor overige huishoudens: 43 125 Euro - 55 486 Euro. Bron: Gemeente Leeuwarden, Statistiek en Onderzoek. Peildatum 2020. 16 Schaarste onderzoek in Leeuwarden, RIGO, 30 mei 2023
35/46
voegen. De lokaal gestelde opgave is qua aantallen dan ook vergelijkbaar met de indicatieve opgave van het rijk: 1.100 geclusterde woningen versus 1.180 woningen. Maar het rijk stelt wel dat we in plaats van in 2040, al 10 jaar eerder 1.100 geschikte woningen voor ouderen moeten toevoegen. Gezien de schaarste én met deze opgave van het rijk in het achterhoofd, is het uitgangspunt dan ook: Hoe eerder we 1.100 geclusterde woningen kunnen toevoegen, des te beter. Dit betekent dus realisatie tussen de jaren 2024 en 2030. In de lokale opgave voor ouderenhuisvesting maken we overigens niet specifiek onderscheid tussen de opgave voor nultredewoningen en geclusterde woningen. We zetten in op één type huisvesting voor wonen met, namelijk geclusterde woningen met een mix aan verpleegzorgplekken en reguliere plekken. Alle woningen dienen tenminste nultredewoningen te zijn. 6.3 Wie gaan er geclusterde woningen realiseren (en welke afspraken zijn er al)? Woningcorporaties als belangrijkste aanjager Voor het bouwen van de 1.100 geclusterde woningen tot en met 2040 hebben we zowel de woningcorporaties als particuliere ontwikkelaars nodig. Met het streven om ieder geval 70% van de opgave als betaalbaar aan te wijzen, zijn de woningcorporaties wel de belangrijkste aanjager in deze opgave.
Bovendien kunnen we in de jaarlijkse prestatieafspraken met de woningcorporaties de ambities voor wonen met zorg borgen en in de tijd vinger aan de pols houden. Welke afspraken zijn er al? De opgave van het toevoegen van geclusterde woningen is onderdeel van de Woondealafspraken die we met de provincie maken. Hierin is vastgelegd dat we tot en met 2031 5.700 woningen in Leeuwarden toevoegen, waarvan 30% sociale huur is. Het aantal benodigde geclusterde woningen per regio dient in deze afspraken nog te worden vastgelegd, zie ook hoofdstuk 7 over de vervolgstappen. In principe gaan de afspraken in de Regionale Woondeal over het toevoegen van specifiek ouderenhuisvesting. Maar zoals beschreven, zien we het geclusterd wonen als iets waar een meer kwetsbare en vitale doelgroepen van kunnen profiteren. In navolging van de Regionale Woondeal zijn er bestuurlijke afspraken met de woningcorporaties gemaakt. Daarin staat in ieder geval vast dat Woonzorg Nederland 400 geclusterde woningen tot en met 2030 toevoegt. Voor de andere (770-400=) 370 woningen zijn nog geen specifieke afspraken gemaakt. Bij particuliere ontwikkelaars zijn er ook al een paar geclusterde woonvormen in de maak: Van plannen voor vernieuwing van Aldlânstate tot en met een nieuwe invulling van het Alliandercomplex in Camminghaburen.
Voor de invulling van de concrete bouwopgave staan we ook open voor plannen van particuliere ontwikkelaars en woningcorporaties om bestaande appartementencomplex levensloopbestendig en/of zorggeschikt te maken. Zo is bijvoorbeeld corporatie Elkien van plan om de komende jaren 500 woningen in bestaande appartementencomplexen te transformeren naar zorggeschikte
36/46
woningen. Ook deze initiatieven dragen bij aan het verruimen van de geschikte woningen voor ouderen en andere kwetsbaren. 6.4 Waar en op welke wijze te bouwen? Voor de bouw van de geclusterde woningen volgen we het principe van het organisatiemodel met de drie zones: In de zone plus en zone top is ruimte om extra geclusterde woningen toe te voegen. Tenminste in de gebieden waar die nog niet voldoende aanwezig zijn. Daarbij is het met name voor de zone plus belangrijk dat er een goede spreiding is over de gemeente. En dat de geclusterde woonvormen dichtbij (<500 meter) de voorzieningen worden toegevoegd. In hoofdstuk 4 is al een voorzet gedaan van een grove indeling van de zones basis, plus en top. In het uitvoeringsprogramma gaan we een fijnmazige verdeling bepalen, zie ook hoofdstuk 7 vervolgstappen. Daarin nemen we ook de vervangingsopgave voor het intramurale zorgvastgoed mee. Verschuivingen van het zorgvastgoed kunnen bepalend zijn voor wel of niet extra investeringen in het geclusterd wonen.
37/46
7 VERVOLGSTAPPEN: INZICHT IN KANSEN EN GEBIEDSGERICHTE AANPAK
7.1 Plan van aanpak uitvoeringsprogramma In dit beleidskader Wonen met zorg geven we aan wat er volgens ons nodig is om kwetsbare inwoners in de gemeente voldoende ondersteuning naar de toekomst te bieden. Aan de hand van een nieuw organisatiemodel met 3x zones van nabijheid, 3x actielijnen met 11x acties en 1x concrete bouwopgave borgen we een duurzame inrichting voor wonen mét zorg voor de komende jaren. De vervolgstap is nu om de ambities aan de hand van een uitvoeringsprogramma concreet te maken en te toetsen in de praktijk. Het uitvoeringsprogramma stellen we op basis van de volgende aanpak: Kansenkaart ontwikkelen Met behulp van een kansenkaart willen we betrokken organisaties inzicht geven waar in de gemeente Leeuwarden er kansen liggen/urgentie is om aan de slag te gaan met de woonzorgopgave. Aan de hand van de kansenkaart geven we in ieder geval inzicht in: * Plangebieden woningbouw * Vergrijzingsniveau in de wijk * Indicatie van mate van wijkverpleging * Status van het zorgvastgoed/urgentie tot vervanging * Voorzieningen binnen loopafstand De kansenkaart is het instrument om te bepalen waar de bouwopgave van de 1.100 geclusterde woningen in Leeuwarden kan landen, waar er een vervangingsopgave zorgvastgoed is en waar nog andere koppelkansen zijn te maken. Per gebied onderzoeken hoe de 3 actielijnen vertaald kunnen worden en welke van de 11 acties urgent zijn.
We willen de transitie van het woonzorgvraagstuk in de gemeente Leeuwarden zoveel mogelijk op schaal van een dorp of wijk aanpakken. Het voorstel is om per gebied te onderzoeken op welke wijze de actielijnen kunnen worden vertaald, en welke van de 11 genoemde acties urgent zijn om mee aan de slag te gaan. Met maatwerk per gebied vergroten we de kans op een duurzame oplossing. Niet alleen is de samenwerking op schaal van een dorp of wijk eenvoudiger te organiseren. Daarnaast is ook de uitvoering dichtbij en kunnen organisaties op deze schaal vaak sneller acteren.
38/46
Om te beginnen willen we met betrokken partijen 3-4 focusgebieden aanwijzen waar we met het verduurzamen van het wonen mét zorg aan de slag gaan. Deze focusgebieden kiezen we op basis van urgentie. Programma van Eisen Geclusterd wonen Er zijn veel verschillende invullingen van wat ‘geclusterd wonen’ precies is. In onderliggend beleidskader stellen we dat het één gebouw of meerdere gebouwen dicht bij elkaar kan zijn, een ontmoetingsplek heeft en dichtbij voorzieningen dient te worden gerealiseerd. Maar aan welke voorwaarden moet afstanden, ontmoetingsruimte, zorggeschikte woningen precies voldoen? Ter verduidelijking maken we in het uitvoeringsprogramma een programma van eisen van ‘geclusterd wonen’, en stemmen dat af met onze samenwerkingspartners. Formaliseren ontwikkelopgave in lokale prestatieafspraken In 2024 worden met de corporaties prestatieafspraken gemaakt over de invulling van de concrete bouwopgave voor wonen mét zorg in het sociale huursegment. Hierover zijn al procesafspraken in de prestatieafspraken van 2023 gemaakt. Ten aanzien van te ontwikkelen zorggeschikte woningen sluiten tenminste zorgorganisaties en het zorgkantoor bij dit proces aan, gezien de grote rol die zij spelen in het verlenen van de zorg in de gebieden waar we deze woningen willen realiseren.
Afspraken provincie via aanvulling op de Regionale Woondeal Naast prestatieafspraken met de corporaties, worden er ook met de provincie (aanvullende) prestatieafspraken gemaakt. In aanvulling op de Regionale Woondeal die in 2023 is gesloten, wordt met de provincie afspraken gemaakt hoe we de rijksopgave van ouderenhuisvesting in de plannen tot en met 2030 inpassen. Hierover zijn procesafspraken opgenomen in de huidige Woondeals. 7.2 Afstemming met andere programma’s Bij het opstellen van het uitvoeringsprogramma zorgen we tenminste voor aansluiting bij de volgende programma’s en projecten binnen de gemeente: Fryske Urgentieverordening Naast een beleid op wonen met zorg zijn we als gemeente verplicht een urgentieverordening op te stellen. Met de urgentieverordening gaan we als gemeente met voorrang woningen toewijzen aan dak- en thuisloze mensen, uitstromers uit intramurale (zorg)instellingen of detentie en sociaal en medisch urgenten. Verwachte oplevering in 2025-2026. Uitvoeringsprogramma Versterken van de Sociale Basis Het uitvoeringsprogramma is de vertaling van de belangrijkste uitgangspunten van de visie Versterken van de Sociale Basis, te noemen: (1) De inwoner staat centraal (en zowel vrijwilligers als beroepskrachten zijn nabij), (2) initiatief van onderop en (3) maatwerk per wijk of dorp.
Deze uitgangspunten sluiten nauw aan bij de acties zoals geformuleerd onder actielijn 1, vitale wijken en dorpen.
39/46
Samen Gezond, nota gezondheid Binnen de gemeente is de nota Gezondheid vastgesteld (2024). Vier pijlers liggen ten grondslag aan het nieuwe beleid, te noemen: (1) Gezondheidsverschillen en -achterstanden verkleinen, (2) gezondheid in de sociale en fysieke leefomgeving, (3) mentale gezondheid en (4) vitaal ouder worden. Ook hier geldt: Deze uitgangspunten sluiten nauw aan bij ambities zoals geformuleerd onder actielijn 1, vitale wijken en dorpen. Onconventioneel wonen Sommige inwoners passen niet goed in een gewone woonomgeving en maken om verschillende redenen ook liever geen gebruik van de nachtopvang van Wender in Leeuwarden. Met het project ‘onconventioneel wonen’ zetten we ons in om voor deze doelgroep een kleinschalige woonvoorziening in de gemeente te ontwikkelen.
40/46
8 BONUS: WAT ALS JE HET HELEMAAL ANDERS DOET? INSPIRERENDE VOORBEELDEN UIT HET LAND.
8.1 Introductie De woonzorgopgave waar we in Leeuwarden voor staan, is niet uniek. Overal in het land staan gemeenten, woningcorporaties, welzijns- en zorgorganisaties voor de opgave van dubbele vergrijzing, arbeidstekorten en onvoldoende geschikte woningen. In dit hoofdstuk zoomen we in op drie initiatieven uit andere delen van het land: Wat als je het nu eens helemaal anders doet? 8.2 Voorbeeld 1: Thuisplusflatconcept in Rotterdam Het woonzorgconcept: Wonen, activiteitenprogramma én één vast zorgteam. Sinds 2021 zijn er voor Rotterdammers vanaf 55 jaar seniorencomplexen met een plus: de Thuisplusflats. De ‘plus’ is dat er dagelijkse activiteiten zijn én dat er een vast zorg- en ondersteuningsteam is. De Thuisplusflat is een initiatief van de gemeente Rotterdam om oudere inwoners zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen laten wonen. Binnen het concept van de Thuisplusflat werken een woningcorporatie en een welzijnsorganisatie samen met een vaste zorgaanbieder die zorg levert vanuit de drie zorgwetten (Wmo, Zvw en Wlz). Bewoners wonen in een Thuisplusflat zelfstandig in een eigen (sociaal) huurappartement. Daarnaast kun je als bewoner gebruik maken van een dagelijks activiteitenprogramma en is er zorg en ondersteuning in de buurt wanneer je dat wenst. Het activiteitenprogramma is gericht op gezelligheid, het bevorderen van beweging en gezonde voeding.
Het doel is om eenzaamheid tegen te gaan en een afname van de zogeheten ‘zorgconsumptie’ te realiseren. Keuzevrijheid versus één vaste zorgaanbieder Het bijzondere aan het Thuisplusflatconcept is dat de gemeente (in samenwerking met woningcorporaties, welzijns- en zorgorganisaties) proactief de versnippering van het zorgaanbod tegengaat. Daar waar er in het verleden diverse zorgaanbieders in één flat actief waren, wijzen ze nu één vast zorgaanbieder per flat aan. Hierdoor worden hulpverleners effectiever ingezet: Er zijn minder reisbewegingen en bovendien raakt de bewoner vertrouwd met de hulpverleners en vice versa. De kwaliteit van de ondersteuning wordt daarmee verbeterd. Het betekent wel dat de bewoner ingeperkt wordt in de keuzevrijheid om zelf een zorgaanbieder uit te kiezen. In principe nemen álle bewoners van de flat namelijk bij dezelfde zorgaanbieder zorg af. Het initiatief bestaat nu bijna drie jaar, en de eerste resultaten zijn positief. Er blijkt een sterke afname van zorg- en ondersteunings-behoefte, welzijns- en
41/46
zorgorganisaties kunnen in minder tijd meer bewoners helpen en er is meer ruimte voor betere kwaliteit van zorg. In totaal zijn er de afgelopen jaren in Rotterdam een zes bestaande seniorencomplexen omgevormd tot een Thuisplusflat. En het plan is om dit aantal uit te breiden. Bovenstaande is een bewerkte tekst van Thuisplusflat van taskforce wonen en zorg en Gemeente Rotterdam.17 8.3 Voorbeeld 2: Langer Actief Thuis De Brabantse zorgorganisatie Mijzo voelt de maatschappelijke urgentie om de ouderenzorg anders te organiseren. Geïnspireerd door de principes van reablement focust de organisatie zich steeds meer op preventie van functionele achteruitgang en het totaliseren van zelfredzaamheid. Dat doen ze niet alleen om de belasting op verzorgenden en verpleegkundigen naar de toekomst beter vol te kunnen houden. Maar ook om meer aan te sluiten op de ondersteuningsbehoefte van ouderen en daarmee de kwaliteit van zorg te verbeteren. Mijzo ontwikkelde hiervoor het programma Langer Actief Thuis (LAT). Dit programma is erop gericht ouderen zo lang mogelijk zelfstandig in hun eigen woning te laten functioneren. Het programma duurt maximaal 12 weken en is een samenwerking tussen wijkverpleging, fysiotherapeut en ergotherapeut. Het programma is er voor ouderen die zich meldden met een hulpvraag bij de wijkverpleging.
Deze ouderen doorlopen het programma LAT vóórdat de indicatie voor wijkverpleging wordt gesteld. Al in de pilotfase wierp het programma zijn vruchten af: De meerderheid van de deelnemende ouderen hadden na het doorlopen van programma LAT géén wijkverpleging meer nodig. Bij het LAT-programma kijken zorgmedewerkers naar de mogelijkheden van de ouderen (wat kan iemand nog wel?) en biedt begeleiding om deze kansen te benutten. De invulling van het programma verschilt per persoon, afhankelijk van de individuele doelen, en is gericht op zelfstandigheid en participatie. In plaats van ’zorgen voor’ ligt bij het programma LAT de nadruk op ‘zorgen dat’. Daarbij worden een aantal fasen doorlopen, zie figuur hierboven. Ouderen die hebben meegedaan, geven aan dat ze langer zelfstandig thuis konden functioneren. Na 3 maanden LAT was een veelgehoorde opvatting dan ook dat het inschakelen van de wijkverpleging altijd nog kan, als de situatie daar om vraagt. Ook de zorgmedewerkers ervaren het programma LAT positief. Ze geven aan dat het prettig is om maatwerk te kunnen leveren. Bovenstaande is een bewerkte tekst van Langer Actief Thuis van de zorgorganisatie Mijzo.18
17 Kijk voor meer informatie: https://www.taskforcewonenzorg.nl/nieuws/ minidocumentaire-over-de-thuisplusflat-in-rotterdam 18 https://www.mijzo.nl/zorgaanbod/wijkverpleging/langer-actief-thuis
42/46
8.4 Voorbeeld 3: Dorp ontwikkelt zelf een woonzorgcentrum Geclusterde woningen, met een mix van koop en huur In het dorp Vledder hebben inwoners zelf een woonzorgcentrum gerealiseerd, genaamd De Borgstee. Het woonzorgcentrum is speciaal voor oudere inwoners die vanwege een (intensieve) zorgvraag niet meer zelfstandig thuis kunnen wonen. Het woonzorgcentrum bestaat uit 16 huur- en 16 koopappartementen en 3 logeerkamers. De huurappartementen zijn voor mensen met een zorgindicatie (ZZP 4 of hoger). Een zorgorganisatie die al in het dorp actief was, biedt bewoners 7 dagen per week en 24 uur per dag zorg. Het bijzondere aan de Borgstee is dat het initiatief van A tot Z door inwoners mogelijk is gemaakt. Al langere tijd was er in het dorp een sterke roep om zorggeschikte woningen voor ouderen. Met als doel dat je niet uit het dorp hoeft, als je (tijdelijk) niet meer in je oorspronkelijk woning kan wonen. Veel oudere bewoners in Vledder moesten voorheen met een toenemende zorgvraag uitwijken naar grotere dorpen of een stad in de buurt. Met tot gevolg dat men uit de sociale omgeving moest verhuizen, soms zelfs gescheiden van de partner. Mede mogelijk gemaakt door investeringen van eigen inwoners Er was al een initiatief van een woningcorporatie en een zorgorganisatie om woonzorgwoningen in Vledder te bouwen. Maar zij annuleerden de plannen doordat de businesscase niet haalbaar bleek.
Daarna besloten verschillende inwoners er zelf voor te gaan en ze verenigden zich in een stichting. Deze stichting is verantwoordelijk voor het beheer, de exploitatie en het onderhoud van De Borgstee. Wat volgde waren gesprekken met tal van partijen. Banken gaven aan alleen te willen investeren als de stichting ook eigen geld meebracht. Dus kregen inwoners de vraag of ze bereid waren een lening te verstrekken. Uiteindelijk brachten 52 inwoners samen 850.000 euro bij elkaar. Daarnaast was Triodos Bank, Koninklijke Nederlandse Heide Maatschappij en Energiefonds Drenthe bereid mee te investeren. En zo werden de plannen werkelijkheid. Bovenstaande is een bewerkte tekst van Lang Zult u Wonen, een initiatief van de provincie Drenthe.19
19 https://drenthe.langzultuwonen.nl/woonzorgcentrum-vledder/
43/46
9 BIJLAGE(S)
9.1: Specificatie zelfstandig niet-geclusterd, zelfstandig geclusterd en niet-zelfstandig geclusterd 9.2: Definities type woningen 9.3: Specificatie en afweging alternatieve scenario’s Losse bijlages: 9.4: Opgaven ouderen 9.5: Opgaven aandachtsgroepen 9.6: Reactie op zienswijzen
44/46
9.1 Specificatie zelfstandig niet-geclusterd, zelfstandig geclusterd en nietzelfstandig geclusterd Zelfstandig niet-geclusterd Doelgroep Inwoners met een zorgvraag vanuit de Zvw, Wmo en Wlz die nog zelfstandig kunnen wonen (Zvw t/m Wlz VV 4,5). Wlz zorg kan in de thuissituatie worden verleend als de woning en de woonomgeving passend is. Hiervoor is ondersteuning van vrienden, buren en familie) van groot belang. Welke zorg en ondersteuning is aanwezig? Bij een achteruitgaande gezondheid ontvangen ouderen vaak eerst wijkverpleging (Zvw), soms in combinatie met huishoudelijke hulp en dagbesteding (Wmo). De wijkverpleging verleent zorg bij alarmering. Na een acute zorgvraag, bijvoorbeeld een val, kunnen ouderen gebruik maken van eerstelijnsverblijf (ELV) of geriatrische revalidatiezorg (GRZ), voordat zij terug naar huis keren. Dat is vaak in intramurale instellingen aanwezig. Als de zorgvraag toeneemt, moet soms een Wlz indicatie worden aangevraagd. Wlz zorg kan afhankelijk van een aantal factoren (netwerk, woning, woonomgeving) in de thuissituatie worden verleend via VPT & MPT. Geclusterd wonen Doelgroep Het uitgangspunt voor zelfstandig geclusterde woonvormen is een mix van vitale en minder vitale doelgroepen. Denk aan 1/3e vitale inwoners, 1/3e inwoners met een beginnende zorgvraag en 1/3e inwoners met een intensieve zorgvraag (Wlz VV4/5).
De bewoner kan zelfstandig wonen, bijvoorbeeld doordat hij samenwoont met een partner die mantelzorg verleent. Welke zorg en ondersteuning is aanwezig? De kracht van een geclusterde woonvorm is dat de stedenbouwkundige opzet uitnodigt tot ontmoeting. Met een mix aan vitale en minder vitale inwoners is ondersteuning nabij. Daarnaast maakt dat meerdere kwetsbaren in één gebouw wonen het makkelijker om de zorg te organiseren. De huisarts is hoofdbehandelaar en ongeplande nachtzorg wordt verleend door de wijkverpleging. Onzelfstandig geclusterd Doelgroep Inwoners met intensieve/complexe zorgvraag (Wlz VV 5+, 6,7,8,10). In de laatste jaren zien we in de intramurale instellingen eigenlijk alleen bewoners met een zeer intensieve/complexe zorgvraag instromen, die enkel in de laatste levensfase nog in de intramurale instelling wonen. Welke zorg en ondersteuning is aanwezig? De zorg is onder verantwoordelijkheid van de specialist ouderengeneeskunde (en dus niet meer van een huisarts). Daarnaast zijn er in de intramurale instelling (24/7) verpleegkundigen aanwezig om (medische) zorg te verlenen. De intramurale instelling biedt naast zorg aan de bewoners, vaak ook eerstelijns-verblijf aan tijdelijke bewoners.
45/46
9.2 Definities type woning Wat bedoelen we met verpleegzorgplekken, geclusterde woningen en nultredewoningen, zorggeschikt en levensloopbestendige woningen? Onze eigen definities op een rij: Verpleegzorgplek Verpleegzorgplekken zijn woningen die geschikt zijn om verpleegzorg thuis aan te bieden met een indicatie voor 24-uurszorg uit de Wet Langdurige Zorg (wlz). Geclusterde woonvorm Het rijk definieert geclusterde woonvormen als een complex met meerdere type seniorenwoningen (allen gelijkvloers en levensloopbestendig) en een ontmoetingsruimte. Het kan ook in combinatie met woningen voor andere doelgroepen of senioren zonder een zorgbehoefte. In Leeuwarden is een geclusterde woonvorm bij voorkeur altijd een combinatie van (1/3) zorggeschikte woningen en (2/3) reguliere geclusterde woningen. Nultredewoning In een nultredewoning zijn woonkamer, keuken, badkamer, toilet en tenminste één slaapkamer gelijkvloers, dus op hetzelfde niveau als de voordeur. Ook van buitenaf is een nultredewoning zonder traplopen bereikbaar. Een (zorg-)geschikte woning Met een (zorg-)geschikte woning bedoelen we een woning waar mensen met een verminderde zelfredzaamheid nog goed kunnen wonen en waar een (professionele) hulpverlener voldoende ruimte heeft om zijn dagelijkse handelingen verantwoord uit te voeren.
Dat betekent onder andere voldoende ruimte voor hulp bij het wassen en het in- en uit bed halen van de bewoner. Mantelzorgwoning Een (verplaatsbare) wooneenheid die bij een bestaande woning kan worden geplaatst, voorzien van zorgvoorzieningen. De zorgvrager woont zelfstandig, maar de mantelzorger is dichtbij. Een levensloopbestendige woning (WoonKeur) Met een levensloopbestendige woning bedoelen we een woning die voldoet aan het WoonKeur. Dit is het certificaat voor woontechnische kwaliteit dat wordt afgegeven aan woningen die een voldoende niveau aan toegankelijkheid, gebruikskwaliteit, aanpasbaarheid en flexibiliteit bezitten. Het doel van WoonKeur is om woningen levensloopbestendig te maken. Er zijn daarbij zowel certificaten voor nieuwbouw als voor bestaande woningen.
46/46
9.3 Specificatie en afweging alternatieve scenario’s Bij het voorstel voor de toekomst kiezen we bewust voor een spreiding in het zorgaanbod, het ontwikkelen van geclusterde woningen én het vervangen van verpleeghuisplekken. Vanzelfsprekend zijn er ook andere scenario’s te bedenken. De alternatieven en afwegingen op een rij Alternatief 1: Maximale inzet op geclusterd wonen Het alternatief is om maximaal in te zetten op het geclusterd wonen. In elke wijk ontwikkelen we tenminste één vorm van geclusterd wonen (plus groot). We zetten niet of nauwelijks in op intensieve zorg thuis. Intramurale instellingen die we hebben, behouden we. We gaan geen (zorg)ongeschikte woningen meer aanpassen. Maar we genereren voldoende aanbod in de buurt, zodat we ouderen kunnen bewegen om te verhuizen zodra de zorgvraag toeneemt. Ouderen met een zorgvraag wonen allemaal bij elkaar, waardoor de zorg efficiënt kan worden uitgevoerd. Afweging: Niet wenselijk in verband met de lage verhuisbereidheid ouderen, te ambitieuze nieuwbouwopgave en niet benutten potentieel huidige woningvoorraad. Alternatief 2: Intensieve zorg concentreren Als alternatief kunnen we er ook voor kiezen om juist wél maximaal in te zetten op concentraties van zorg op een paar locaties.
Dit kan bijvoorbeeld door de grootschalige locaties met verpleegzorg uit te breiden met geclusterde wooneenheden, en de overige locaties niet te vervangen en te transformeren. De concentraties van zorg zorgt voor efficiënte inzet van hulpverleners. Gevolg is dat er minder zorg beschikbaar is in de wijk. Afweging: Scenario past niet bij de visie om langer zelfstandig te blijven wonen, de wensen van ouderen en het realiseren van een ongedeelde samenleving met een mix aan kwetsbare en niet-kwetsbare huishoudens in de wijk of het dorp. Alternatief 3: Maximale inzet op (intensieve) zorg thuis In dit scenario zetten we maximaal in op zorg thuis, in de oorspronkelijke woning. We ontwikkelen geen geclusterde woningen, maar passen waar mogelijk woningen aan of zorgen dat er voldoende doorstroom is naar (zorg)geschikte woningen. Voor zeer intensieve zorg thuis zijn de verpleeghuisplekken beschikbaar. Afweging: Dit scenario is te onderzoeken, maar twijfelachtig vanwege het grote tekort van hulpverleners. Dit kan alleen slagen met reorganisatie zorg en personele inzet. Denk aan aanrijtijden verkleinen en het rigoureus ingrijpen in de versnippering van zorg.
47/46