Beleidskader Water
Tekst van het document
Beleidskader Water
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Water
1
Opgesteld door: Weusthuis en Partners Alle afbeeldingen in dit beleidskader zijn gemaakt door RO Visuals, tenzij er een andere bron vermeld is. 10/2024
2
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Water
Inhoud 1. Inleiding
10
2. Context
12
2.1. Steeds meer weersextremen
12
2.2. Op de bodem van de badkuip
12
2.3. Meer natuurlijke inrichting & veerkracht
13
2.4. Klimaatscenario’s
13
3. Welke verantwoordelijkheden heeft de gemeente?
14
3.1. Water: wie gaat over wat?
14
3.2. Zorgplichten gemeente
16
3.3. Overige watertaken
16
4. De hoofdopgaven
18
4.1. Waar ligt onze prioriteit?
18
4.2. Doorwerking van de omgevingsvisie
18
4.3. De wateropgaven in het kort
20
5. Waar zetten we op in?
23
5.1. Doelstellingen: De basis toekomstbestendig op orde
23
5.2. Doelstellingen: Water benutten voor een gezonde en duurzame leefomgeving
30
5.3. Doelstellingen: Water verwaarden
36
6. Gebiedsgerichte uitwerking
41
6.1. Inleiding
41
6.2. Afwegingen bij gebiedsontwikkelingen
42
6.3. Afwegingen in stedelijk gebied en dorpen
43
6.4. Afwegingen in Landelijk gebied – kleigronden (Westergo, Oostergo, Middelzee)
43
6.5. Afwegingen in Landelijk gebied – veengronden (Lage Midden)
44
7. Doorwerking 7.1. Relatie met ander beleid
46 46
7.2. Doorwerking in dagelijkse praktijk
47
7.3. Doorwerking in actuele vraagstukken
49
8. Participatie
52
9. Financiële strategie
53
Bijlagen54 Bijlage 1 - KRW-waterlichamen Fries kleigebied - zoete polderkanalen
54
Bijlage 2 - Verdringingsreeks
55
Bijlage 3 - doelen waterkwaliteit overige wateren
56
Bijlage 4 – Groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving
57
Bijlage 5 – Overzicht overig beleid
58
Bijlage 6 - Vaarwater (concept)
59
Bijlage 7 - Binnenvaartpolitiereglement
60
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Water
3
4
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Water
Voorwoord Water zit in het DNA van Friesland en daarmee ook van de gemeente Leeuwarden. Al dat water heeft ons landschap gevormd. Leeuwarden is ontstaan op terpen langs de Middelsee. De Ee, Vliet en Potmarge zijn de levensaders van de stad geweest. Alle vervoer ging lange tijd over het water. De vele opvaarten naar de dorpen herinneren daar nog aan. Heel kenmerkend voor Leeuwarden is ook het feit dat de Middelsee van noord naar zuid door onze gemeente liep. In de stad en de dorpen is het water nog steeds volop zichtbaar. Een tijd lang waren onze grachten en wateren buiten de stad nog sterk vervuild. We hebben in de afgelopen decennia grote stappen gezet om de kwaliteit van het water fors te verbeteren. Het is nu weer heerlijk vertoeven op en bij de grachten in het centrum van Leeuwarden. De Potmarge is een fijne ontspanningsplek in het groen. En Grou floreert als watersportdorp. In onze Omgevingsvisie hebben we de ambitie uitgesproken om deze kwaliteiten te versterken en het hart te willen zijn van een groen-blauwe regio. Om nu en in de toekomst ons water te kunnen blijven gebruiken zullen wij er zuinig op moeten zijn en hier in moeten investeren. Want dat we vooral genieten van het water is in de nabije toekomst niet altijd meer zo vanzelfsprekend als het was. Er komen nieuwe vraagstukken op ons af.
We zien de weersextremen toenemen; overlast door hoosbuien maar ook langdurige droogte komen steeds vaker voor. We hebben te maken met bodemdaling. In combinatie met een lage grondwaterstand neemt ook de verzilting toe. In het voorjaar en de zomer wordt nu ons hele watersysteem doorgespoeld met IJsselmeerwater. Zodat er voldoende zoet water voor de landbouw is en de waterkwaliteit verbetert. Maar ook de aanvoer vanuit het IJsselmeer neemt af. Dit betekent dat het nog belangrijker wordt om te voorkomen dat vervuilende en vermestende stoffen in het water komen.. Zelfs water uit de kraan is minder vanzelfsprekend. Kijkend naar deze opgaven is het nodig om de balans in ons watersysteem te herstellen. Om het natuurlijke (grond) watersysteem meer ruimte te geven en water in de bodem vast te houden voor drogere tijden. In Middelsee en delen van Zuidlanden hebben we hier al stappen in gezet. Met de onderwijsinstellingen en bedrijven op de Watercampus hebben we goud in handen om ook nieuwe uitdagingen het hoofd te bieden. Naast de genoemde watervraagstukken spelen er ook maatschappelijke wensen. Zoals de toenemende behoefte om zomers te verkoeling te zoeken en te zwemmen. Of de wens om vaarroutes mogelijk te maken. Ook hier willen we op inspelen. Met dit beleidskader water hebben we voor het eerst overkoepelend waterbeleid gemaakt.
We geven voor al de bovengenoemde wateronderwerpen aan hoe we hier mee omgaan en hoe we de gemeentelijke rol hier in zien. We brengen de basis toekomstbestendig op orde, maar houden nadrukkelijk ruimte voor de beleving en het gebruik van het water. Zodat het water ook in de toekomst van toegevoegde waarde blijft voor onze leefbaarheid, gezondheid en het woonplezier in onze gemeente. Wethouder Evert Stellingwerf 24 mei 2024
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Water
5
Samenvatting Water is onvermijdelijk en onmisbaar. Water draagt in grote mate bij aan ons maatschappelijk welbevinden en raakt allerlei thema’s en belangen. Het gaat over bereikbaarheid, beschermd zijn tegen overstromingen en wateroverlast, de beschikbaarheid van voldoende en schoon zoet water in tijden van droogte en schone drinkwaterbronnen, de kwaliteit van het oppervlaktewater, omgaan met verzilting, opwekking van hernieuwbare energie, waterrecreatie en -toerisme in, op of bij het water en wonen op of bij het water, enzovoort.
Alle reden dus om als gemeente Leeuwarden duidelijk te maken hoe wij ermee willen omgaan. Nu en later. Dat doen we in dit Beleidskader water. In dit stuk beschouwen we water in de volle breedte en schetsen we de samenhang tussen waterthema’s onderling en de samenhang van water met andere functies en belangen. Die breedte en samenhang is best overweldigend. Daarom hebben we in dit beleidskader gekozen voor thema’s waarop wij als gemeente Leeuwarden denken het verschil te kunnen maken. Bijvoorbeeld omdat we nadrukkelijk een regisserende of kaderstellende rol hebben, maar ook wanneer we de maatschappelijke urgentie voelen om als gemeente actief mee te doen. Om onze aanpak te ordenen, werken we met 3 hoofdopgaven. De drie hoofdopgaven zijn de volgende.
6
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Water
Hoofdopgave 1. Het belangrijkste is om onze basis toekomstbestendig op orde te krijgen. De opgave houdt in dat we aan onze gemeentelijke zorgplichten voldoen, onder andere op het terrein van grondwater, wateroverlast en riolering. Om dat op het huidige niveau te kunnen blijven doen, treffen we onder andere klimaatadaptieve maatregelen. Waar nodig actualiseren we onze aanpak zodat we externe veranderingen kunnen bijbenen. Dit geldt bijvoorbeeld voor de aanpak van wateroverlast. We krijgen de komende decennia met heftiger buien te maken dan waarop we nu anticiperen en gaan daarom in beeld brengen welke aanvullende maatregelen hiervoor nodig zijn. Wij hebben nu al veel objecten in eigendom die het huidige gebruik mogelijk maken. Het onderhouden en vervangen hiervan doen we met het oog op de toekomst. Dit betekent dat we kritisch zijn op vervangingen (is het asset echt nodig?), uitgaan van circulair en emissievrij werken en de introductie van nieuwe materialen en andere levensduren van onze objecten. Vanwege de maatschappelijke urgentie hechten we ook aan een eigen actieve rol op het gebied van waterkwaliteit en de beschikbaarheid van drinkwater. We kunnen hierin ten opzichte van Wetterskip Fryslân, Provincie en Vitens niet zelf het grote verschil maken, maar willen wel hieraan bijdragen door een zo sterk mogelijke samenwerking met Wetterskip Fryslân, Provincie en Vitens.
Het eerste uitgangspunt dat volgt uit deze hoofdopgave is dat water, bodem en biodiversiteit sturend zijn voor de inrichting en het beheer van de buitenruimte. Dit uitgangspunt is gebaseerd op een brede beweging die is ingezet door het Rijk, Provincie Fryslân en Wetterskip Fryslân. Wij vertalen dit nu naar de Leeuwarder situatie. Dit betekent concreet dat we ontwikkelingen en huidig gebruik afzetten tegen de eigenschappen van bodem en water ter plekke. We benutten als het ware de natuurlijke omstandigheden. En we willen bevorderen dat water, bodem en biodiversiteit meer tot hun recht komen. Dit heeft consequenties in het ruimtegebruik, want water, bodem en biodiversiteit gaan meer ruimte opeisen. Na een gebiedsbrede afweging kan dit erin resulteren dat andere functies plaats moeten maken of dat de inrichting ten behoeve van het waterbelang anders wordt. Dit is te beschouwen als een trendbreuk in onze aanpak, omdat we er tot nu toe van uitgingen dat we zonder meer aanpassingen konden doen in het watersysteem ten gunste van andere belangen. Het tweede uitgangspunt dat volgt uit deze hoofdopgave is dat bij wijzigingen in het beheer, inrichting of het gebruik van de leefomgeving, we rekening houden met de consequenties voor toekomstige generaties, andere gebruikers en functies en andere plekken. We mogen niet afwentelen.
We willen ontwikkelingen stimuleren die bijdragen aan een robuust en toekomstbestendig water- en bodemsysteem. Ook onszelf moeten we hieraan houden. Als gemeente initiëren we diverse gebiedsontwikkelingen, denk bijvoorbeeld aan woningbouw of herontwikkeling van locaties. We voorzien dat we meer dan in het verleden met onder andere Wetterskip Fryslân ruimtelijke oplossingen moeten bedenken, bijvoorbeeld als het gaat om de berging van regenwater in de nabijheid van bebouwd gebied. Op basis van dit uitgangspunt willen we dus zoveel mogelijk negatieve effecten op onze leefomgeving voorkomen. Als dat echt niet mogelijk blijkt en er zwaarwegende redenen zijn om hiervan af te wijken, dan moet degene die negatieve effecten veroorzaakt ook nadrukkelijk een bijdrage leveren aan het verstevigen van onze ‘waterbasis’. Waar mogelijk dwingen we dit af vanuit onze kaderstellende rol. Mocht dit niet tot onze bevoegdheden behoren, dan gaan we hierover het gesprek aan met betreffende partijen en spreken we hen aan op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. Hoofdopgave 2. In de tweede plaats willen we het water benutten voor een gezonde en duurzame leefomgeving voor alle inwoners van de gemeente Leeuwarden. Dit betekent dat we actief kijken hoe water een grotere rol kan spelen in ambities op het gebied van gezondheid leefbaarheid en vrije tijd.
We communiceren hierbij duidelijk waar welke vormen van recreatie op en in het water gewenst zijn. Als het past binnen de randvoorwaarden van hoofdopgave 1, kijken we in hoeverre we nieuwe gebruiksvormen op, in en aan het water kunnen realiseren. Er is een
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Water
7
brede maatschappelijke wens om meer recreatief gebruik te kunnen maken van de vaarten die we in onze gemeente hebben. Aan de hand van de casus Jorwerter Feart werken we dit momenteel uit, zodat duidelijk wordt welke kosten hiermee gemoeid zijn, of het beoogde gebruik zich verhoudt met de waterkwaliteitseisen en welke afspraken met andere bevoegd gezagen (lees Wetterskip Fryslân en provincie Fryslân) en gebruikers nodig zijn. Hoofdopgave 3. In de derde plaats is water er om te verwaarden. Verwaarden is wezenlijk anders dan de twee andere opgaven omdat hierbij altijd sprake is van een partij die de waarde ‘verzilvert’. Op basis van het uitgangspunt ‘niet afwentelen’ mag dit nooit ten koste gaan van hoofdopgaven 1 en 2. Binnen deze kaders willen we de ruimte bieden aan ondernemers om het water te benutten. Het meest zichtbare voorbeeld is watergebonden toerisme. We streven naar een kwalitatief aanbod voor de bezoeker. Dit betekent dat we gebiedsgericht keuzes maken in wat wel en niet wenselijk is voor recreatie en toerisme. Op sommige plekken (bijvoorbeeld in de grachten van de binnenstad en in watersportdorp Grou) zien we de behoefte tot intensiveren. We willen dit mogelijk maken en tegelijkertijd daarbij de passende ruimtelijke afwegingen maken. We verwaarden water ook zodat het op innovatieve manieren kan bijdragen aan de basis toekomstbestendig op orde maken.
In Leeuwarden worden innovaties voor actuele waterproblematiek geboren. We stimuleren dan ook uitwisseling tussen de innoverende partijen en het onderwijs, bedrijven, inwoners en de gemeente zelf. We vinden zo nieuwe manieren om deze innovaties toe te passen. Bij uitstek zien we hiertoe kansen in de gemeente Leeuwarden. Niet voor niets zijn we Capital of Water Technology!
8
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Water
We ontkomen niet aan gebiedsgerichte afwegingen. Water eist een plek op. Dit is noodzakelijk met het oog op de toekomst. Daarom hebben we beschreven welke plek het water heeft in verschillende gebieden in de gemeente Leeuwarden. We verbijzonderen hiermee de gemeentelijke omgevingsvisie, met name als het gaat om het buitengebied. In de omgevingsvisie is dit onder één noemer geplaatst. Op basis van de inzichten vanuit de landschapsbiografie en de studie Natuerlik Ljouwert worden we specifieker over de (meer)waarde van water in ruimtelijke afwegingen. Bij gebiedsontwikkelingen (nieuwe woonwijken maar ook herinrichtingen in bebouwd gebied) volgen we de nationaal beschikbaar gestelde ‘Maatlat klimaatadaptieve groene gebouwde omgeving’ en ‘Ruimtelijk afwegingskader klimaatadaptieve gebouwde omgeving’. We gaan na hoe we deze richtlijnen een plek kunnen geven in onze eigen werkwijze, al dan niet verankerd in omgevingsplannen, vergunningverlening of projectvereisten. We willen in onze ontwerpen de plek van water nadrukkelijker vormgeven, ook als dit de ruimte voor andere functies beperkt. Dit vraagt van onszelf en andere belanghebbenden een nieuwe discipline. We wijzen actief plekken aan waar we als gemeente de toepassing van watertechnologie stimuleren. Spoordok is hiervan het eerste grote voorbeeld.
Op het gebied van waterkwaliteit, waterbeschikbaarheid en drinkwater maken we hier mogelijk verstrekkende andere keuzes dan we gewoon zijn. In bestaand stedelijk gebied en de dorpen ligt op basis van de omgevingsvisie het accent op de ontwikkelprincipes vergroenen en verbinden. Dit betekent dat we met water met name ook hieraan dienend zijn; water als transport/ recreatiemogelijkheid of water als onderlegger voor biodiversiteit. In de binnenstad kiezen we nadrukkelijk voor het verwaarden van water. Dit betekent dat we intensivering van het gebruik willen toestaan als daarom vanuit ondernemers wordt gevraagd, uiteraard wel binnen bepaalde randvoorwaarden (fysiek, maatschappelijk, financieel). In het landelijk gebied onderscheiden we de kleigronden en de veengronden. Onze rol in gebiedsprocessen in het landelijk gebied is bescheiden, maar we kiezen hierin wel duidelijk positie. Vanuit het principe ‘water, bodem en biodiversiteit sturend’ maken wij ons hard voor een toekomstbestendige inrichting en een toekomstbestendig watersysteem. Dit betekent dat water nadrukkelijker in deze gebieden wordt vastgehouden. Op de kleigronden zal dit de komende jaren waarschijnlijk voldoende tegendruk bieden om grootschalige effecten van verzilting te voorkomen. Op de lange termijn is dit niet volhoudbaar.
Daarom zijn wij voorstander om verder te onderzoeken hoe in de bedrijfsvoering en het productieproces met verzilting kan worden omgegaan en welk nieuw toekomstperspectief dat biedt voor de landbouwsector. Bij nieuwe functies of functiewijzigingen houden we rekening met toekomstige waterberging en/of hogere grondwaterstanden.
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Water
9
1. Inleiding Water is onvermijdelijk en onmisbaar. Water is alom aanwezig in waterprovincie Fryslân en in onze gemeente. Water draagt in grote mate bij aan maatschappelijk welbevinden en raakt allerlei thema’s en belangen. We hebben het over bereikbaarheid, beschermd zijn tegen overstromingen en wateroverlast, de beschikbaarheid van voldoende en schoon zoet water in tijden van droogte en schone drinkwaterbronnen, de kwaliteit van het oppervlaktewater, omgaan met verzilting, opwekking van hernieuwbare energie, waterrecreatie en -toerisme in, op of bij het water en wonen op of bij het water, enzovoort. Deze veelheid en diversiteit aan thema’s vraagt om een kaderstelling. Hoe kijken we als gemeente Leeuwarden naar de plek van water in onze leefomgeving? Welke eisen en randvoorwaarden stellen we aan de kwaliteit en kwantiteit? Welke ruimte geven we aan het benutten van water? In de Omgevingsvisie hebben we een duidelijke richting gekozen: we willen als gemeente Leeuwarden het hart zijn van een groenblauwe regio. In het coalitieakkoord 2022-2026 is dit onderstreept met het uitgangspunt dat water, bodem en biodiversiteit leidend zijn bij de inrichting en het beheer van de leefomgeving.
Ook het Rijk spreekt zich hierover nadrukkelijk uit in de Kamerbrief ‘Water en Bodem Sturend’, een uitgangspunt dat doorwerkt in het Nationale Deltaprogramma, de Nota Ruimte en in het bijzonder het Nationaal Programma Landelijk Gebied. Met de Blauwe Omgevingsvisie (BOVI) ‘Fryslân Klimaatbestendig 2050+’ is Water en Bodem sturend vertaald naar de Friese situatie. Dit werkt door in het Fries Programma Landelijk Gebied (FPLG) en de actualisatie van de Provinciale Omgevingsvisie (POVI)1.
1 Zie bijlage 5 voor een compleet overzicht van beleid rakend aan water
10
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Water
De gemeente Leeuwarden heeft tot op heden geen overkoepelend waterbeleid gemaakt. Tot nu toe leek een sectorale benadering te voldoen. We zijn tot het inzicht gekomen dat de vraagstukken van vandaag en morgen vragen om samenhang en een integrale afweging. Dit Beleidskader water is daarvoor bedoeld. In de kern is dit Beleidskader water bedoeld om te komen tot: • Een samenhangende visie op het gebied van water; • Duidelijkheid over de rol en verantwoordelijkheid van de gemeente en daarmee ook wat we van andere partijen verwachten; • Concrete doelstellingen en opgaven waaraan we moeten voldoen, met ruimte voor ambities die wat vrijer in te vullen zijn; • Een afwegingskader over de rol van water in ruimtelijke keuzes, de keuzes ten aanzien van water in de ruimtelijke ontwikkelingen en keuzes binnen of tussen watervraagstukken; • Bewustwording, zowel in onze eigen organisatie als bij onze inwoners, bezoekers en bedrijven, over de rol en waarde van water in de gemeente Leeuwarden.
Leeswijzer De eerste hoofdstukken beschrijven de context van waterbeleid en de verantwoordelijkheden van de gemeente (2 en 3). De hoofdstukken hierna gaan in op onze opgaven (4) en bijbehorende doelstellingen (5). Daarbij wordt de nadruk gelegd op de doelstellingen waarin de gemeente de grootste verantwoordelijkheid heeft. In de gebiedsgerichte uitwerking wordt duidelijk hoe de doelstellingen per gebied vertaald zijn naar de daar te maken afwegingen (6). Hieruit kan worden afgeleid welke waarde we als gemeente Leeuwarden toekennen aan water in ruimtelijke en sociale afwegingen. Vervolgens wordt de doorwerking geschetst van dit Beleidskader water naar andere beleidskaders, naar de dagelijkse praktijk van onze organisatie en naar actuele vraagstukken (7). Tot slot beschrijven we het proces van participatie in dit beleidskader (8) en beschrijven we de financiële strategie (9).
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Water
11
2. Context 2.1. Steeds meer weersextremen Welke keuzes gemaakt moeten worden ten aanzien van ons water, wordt steeds meer beïnvloed door wereldwijde klimaatverandering. Ook in Nederland hebben we een aantal weersextremen gezien die grote impact op onze leefomgeving hadden. Denk aan de forse wateroverlast in Woudsend in 2021, waarbij woningen schade hebben opgelopen. 2022 was weer een extreem klimaatjaar met meerdere records. Nooit eerder werden zoveel zonuren genoteerd en het was droger dan in recordjaar 2018. In 2023 regende het weerrecords. Het was wereldwijd het warmste jaar ooit gemeten. Nederland had zelfs een dubbelrecord: sinds het begin van de twintigste eeuw was het nog nooit zo warm én viel er nog nooit zoveel regen. Opmerkelijk genoeg was er in 2023 ook ruimte voor een droogterecord, staat in de jaarlijkse analyse van het KNMI (bron: NOS). Een lange droge zomer waarin ook de beschikbaarheid van drinkwater onder druk kwam te staan. Hieruit blijkt: in de verschillende seizoenen moeten we steeds meer leren werken met extremen, van het hebben van te weinig water naar te veel. We hebben nu een met name technisch systeem waarmee we het water beheersen. Tijdens de langdurige natte periode zijn er door het waterschap bijvoorbeeld meerdere retentiegebieden ingezet: gebieden die onder water worden gezet om de boezem te ontzien.
Die boezem is het dragende watersysteem van Friesland. Alle (polder)sloten, grachten en vijvers komen uit op een aaneengesloten systeem van meren en kanalen dat het water afvoert naar IJsselmeer en Waddenzee, en doorvoert naar Groningen/Drenthe. Het poldersysteem van Friesland bestaat op dit moment uit ruim 8000 polders, die verbonden zijn met de boezem. Met al deze polders beheren we het water. Per polder is een waterpeil vastgesteld. Via bijvoorbeeld gemaaltjes en drainagesloten wordt het water op dit peil gehouden.
2.2. Op de bodem van de badkuip De locatie van de gemeente Leeuwarden brengt hierbij ook nog eigen uitdagingen met zich mee. Van oudsher waren de zandgronden rond Appelscha het hoogste punt van de provincie en liep de hoogte geleidelijk af naar de zee. Inmiddels ligt gemeente Leeuwarden op de bodem van een badkuip: tussen de hoge zandgronden (+10 meter NAP) en de zeedijk (+9 meter NAP) ligt gemeente Leeuwarden een stuk dieper (tot –2 meter NAP). En nog steeds daalt de bodem. Het gevolg hiervan is dat het zoete water vanaf de hoge zandgronden naar dit diepste punt stromen, maar ook het zoute water (zoute kwel). We merken hierdoor in de gemeente de effecten van bodemdaling en verzilting.
Figuur 1. Badkuip Leeuwarden
12
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Water
De weerrecords stapelen zich op en het wordt steeds lastiger om met technische maatregelen het water te beheersen. Nóg meer techniek inzetten doet de kosten flink stijgen. Kijken we terug naar hoe onze verre voorouders het deden, dan zien we de terpen waarop Leeuwarden en omliggende dorpen zijn ontstaan. De van nature hoogste delen in het land werden als eerste bewoond (de terpen) en steeds verder opgehoogd. Daar hield men droge voeten. Men verbouwde gewassen op plekken waar het van nature natter was en waar in tijden van overstromingen slib werd afgezet waardoor het vruchtbare land groeide. Het was een werkwijze die aansloot op natuurlijke processen, iets waar we voor oplossingen in de huidige tijd weer naar kijken.
2.3. Meer natuurlijke inrichting & veerkracht Een meer natuurlijke inrichting van het watersysteem ligt voor de hand, passend bij het principe dat water en bodem sturend zijn bij ruimtelijke keuzes. Deze lijn is door Provincie Fryslân en Wetterskip Fryslân ingezet met BOVI ‘Fryslân Klimaatbestendig 2050+’. Om ook in 2050 en daarna (+) droge voeten te houden, moeten we anders omgaan met het water. Het Rijk bekrachtigt deze denkwijze en maakt water en bodem sturend bij ruimtelijke keuzes (Kamerbrief november 2022 en Uitvoeringsagenda 2023). Gemeente Leeuwarden heeft de bijzondere situatie dat er in de gemeente verschillende landschapstypen voorkomen. De ondergrond varieert, wat betekent dat we in de ruimtelijke keuzes veel specifieker moeten kijken naar wat waar kan. Op Europees niveau is er aandacht voor ‘climate resilience’, veerkrachtig zijn met het oog op klimaatverandering in 2050. Dit doel ligt vast in het Klimaatakkoord van Parijs en in de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties. Deze overeenkomsten leggen ook afspraken vast over het werken aan schoon water, voldoende drinkwater en de (water) biodiversiteit. Met het oog op water zijn daarbij onder andere de Kaderrichtlijn Water en de Grondwaterrichtlijn van belang.
De Europese richtlijn stedelijk afvalwater wordt binnenkort herzien, waarin het principe ‘de vervuiler betaalt’ wordt opgenomen, samen met hogere eisen aan het verwijderen van nutriënten uit afvalwater en een gedeeltelijke plicht om dit ook voor medicijnresten te doen. Al deze ontwikkelingen onderschrijven de urgentie om met dit beleidskader te duiden hoe wij in onze
Figuur 2. Landschapstypen Leeuwarden. (Bron
gemeente omgaan met de wereld van water.
ondergrond: Landschapsbiografie Leeuwarden)
2.4. Klimaatscenario’s In alle klimaatscenario’s die door het KNMI zijn vastgesteld in 2023 neemt de totale winterneerslag verder toe en neemt de zomerneerslag af. Extreme buien komen in de toekomst vaker voor. Het aantal lichte zomerse buien neemt af. Het aantal zware buien met veel neerslag neemt juist toe. Verder wordt er een aanzienlijke afname van het aantal dagen met een maximumtemperatuur onder nul (ijsdagen) gezien. Ook komen er meer zomerse dagen, met een maximumtemperatuur van 25°C of hoger. De negatieve effecten van de opwarming zullen in de zomer vooral in de steden het eerst gevoeld worden. In de bebouwde omgeving kan het meer dan 5°C warmer worden dan in het buitengebied.
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Water
13
3. Welke verantwoordelijkheden heeft de gemeente? De gemeente heeft niet op alle aspecten van water een even zware rol of verantwoordelijkheid. We maken onderscheid in de wettelijke taken van de gemeente en eigen ambities. In onderstaande paragrafen schetsen we hoe de taken en verantwoordelijkheden verdeeld zijn. Hieruit wordt duidelijk hoe belangrijk samenwerking met de andere waterpartijen is. Voor onze gemeente zijn dit voornamelijk Wetterskip Fryslân, provincie Fryslân en de omliggende gemeenten.
3.1. Water: wie gaat over wat?
Figuur 3. Wie gaat over wat? (Bewerking van Bron: www.onswater.nl/onderwerpen/wie-doet-wat)
14
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Water
1.
Drinkwater
Het drinkwaterbedrijf - in onze provincie Vitens - produceert en distribueert het drinkwater. Voor iedere overheid geldt hiernaast een zorgplicht voor het duurzaam veiligstellen van openbare drinkwatervoorzieningen.
2.
Zwemwater
De locaties waar je veilig kunt zwemmen worden aangewezen door de provincie. Het waterschap controleert tijdens het zwemseizoen (april t/m september) om de paar weken de kwaliteit hiervan.
3.
Oppervlaktewater
De kwaliteitsnormen voor het oppervlaktewater worden vastgesteld door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. De waterschappen zorgen voor voldoende water en monitoren de waterkwaliteit. Samen met gemeenten en andere overheden zorgen ze voor schoon oppervlaktewater. Rijkswaterstaat doet dit voor de grote Rijkswateren, zoals het IJsselmeer en de vaarweg Lemmer-Delfzijl (Prinses Margrietkanaal). Ook gemeenten hebben water in beheer, waarbij ze moeten zorgen dat er voldoende water is en dat dit schoon is en op diepte.
4.
Bebouwd gebied
De gemeente is verantwoordelijk voor het inzamelen en vervoeren van regen- en afvalwater (hemelwaterzorgplicht en afvalwaterzorgplicht). Ook moet de gemeente maatregelen treffen in het openbaar gemeentelijke gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken (grondwaterzorgplicht). Een grondeigenaar is zelf verantwoordelijk voor het (gronden hemel) water op zijn perceel en onder de gebouwen op deze grond. Dit kunnen ze echter niet altijd zelf beïnvloeden.
5.
Afvalwaterzuivering
Het waterschap beheert de installaties waarmee het afvalwater wordt gezuiverd dat daar van huishoudens en bedrijven via riolering (vrij verval), via persleiding (transport) of zelfs per as binnenkomt.
6.
Peilbeheer
Het waterschap houdt het water in sloten en vaarten op het juiste peil (zoals afgesproken en vastgelegd in een peilbesluit) met stuwen, sluizen, duikers, inlaten en gemalen. Hiermee kan water worden afgevoerd, vastgehouden of soms ook binnengelaten. Voor de grotere wateren, zoals het IJsselmeer, is Rijkswaterstaat verantwoordelijk voor het peilbeheer.
7.
Grondwater
De provincie verleent vergunningen voor de winning van (diep) grondwater. De gemeente moet maatregelen treffen om structureel nadelige gevolgen van een te hoge of te lage grondwaterstand te voorkomen of te beperken.
8.
Dijken
Het waterschap zorgt voor veilige dijken. Rijkswaterstaat beheert de grote dammen en zo’n 300 km dijk, waaronder de Afsluitdijk.
9.
Stormvloedkering
Rijkswaterstaat draagt zorg voor de stormvloedkeringen, zoals de Ramspolkering tussen het Zwarte meer en Ketelmeer. Friesland heeft geen stormvloedkeringen.
10. Duinen
De duinen worden beheerd door het waterschap, maar ook drinkwaterbedrijven en natuurorganisaties spelen daarbij soms een rol.
11. Grote wateren
Het is de taak van Rijkswaterstaat om de grote wateren in ons land te beheren (op het gebied van overstromingen, waterkwaliteit en scheepvaart).
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Water
15
3.2. Zorgplichten gemeente Uit dit overzicht halen we drie wettelijke taken voor de gemeente, die in de Omgevingswet zijn vastgelegd als formele zorgplichten voor de gemeente: 1. Afvalwater: Het afvalwater uit de bebouwde omgeving inzamelen en transporteren. Dit komt neer op aanleg en onderhoud van riolering. 2. Hemelwater: De doelmatige inzameling van afvloeiend hemelwater op openbaar terrein en - voor zover de houder het afvloeiend hemelwater redelijkerwijs niet op of in de bodem of een oppervlaktewaterlichaam kan brengen - het transport en de verwerking daarvan. In principe is de volgorde: 1. Vasthouden, 2. Bergen, 3. Gebruiken, 4. Afvoeren. 3. Grondwater: Het treffen van maatregelen in het openbaar gemeentelijke gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken In het Programma Water en Riolering (PWR) is beschreven hoe de gemeente deze zorgplichten uitvoert. De normen die gelden in relatie tot het afvalwater, hemelwater en grondwater zijn hierin opgenomen. Ook maakt het inzichtelijk welke maatregelen nodig zijn om het watersysteem klimaatadaptief te maken. Het PWR is de basis voor de riool- en waterzorgheffing.
3.3. Overige watertaken 3.3.1.
Inrichting bebouwd gebied
De gemeente is voor een groot deel verantwoordelijk voor de inrichting van de fysieke leefomgeving. Veel van wat er gebeurt in de leefomgeving heeft invloed op water. Door te werken aan goede riolering, afkoppeling van schoon en gezuiverd hemelwater en door een goede inrichting van woonwijken draagt de gemeente ook bij aan schoon oppervlaktewater. Hoe de leefomgeving is ingedeeld, bepaalt hoeveel ruimte er is voor water, in welke mate het water beleefbaar is en welke invloeden druk uitoefenen op het water. De gemeente maakt keuzes over de inrichting van de leefomgeving en bepaalt daarmee dus voor een groot deel de effecten op het water. Hierin hebben we veel ambities die volgen uit de omgevingsvisie en het coalitieakkoord. In dit beleidskader vertaalt dit zich naar het feit dat we weliswaar ‘slechts’ drie zorgplichten hebben, maar dat juist het gegeven dat wij verantwoordelijk zijn voor het bebouwd gebied en de inrichting daarvan maakt dat onze ambities verder reiken. Een gemeente is (vanuit de Omgevingswet) verplicht om het waterbelang af te wegen bij het vaststellen van het omgevingsplan. We moeten bij het waterbelang de opvattingen van de waterbeheerder betrekken. De weging van het waterbelang is ook verplicht bij een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. 3.3.2.
Beheer vaarwegen en oevers
De provincie wijst vaarwegen en vaarwegbeheerders aan. In de Omgevingsverordening Fryslân 2024 (bijlage 7.3, voorheen de Vaarwegverordening Fryslân) zijn deze vaarwegen met vaarwegklasse opgenomen. Het Prinses Margrietkanaal, onderdeel van de hoofdvaarweg Lemmer-Delfzijl, is in beheer bij Rijkswaterstaat. De overige beroepsvaarwegen, waaronder het Van Harinxmakanaal, zijn in beheer bij de provincie, net als de recreatieve vaarwegen die zijn geclassificeerd als Azm t/m Dm. Het beheer van de overige recreatieve vaarwegen (klassen E en F) ligt bij Wetterskip Fryslân.
16
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Water
De gemeente is verantwoordelijk voor het onderhoud van het vaarwater in havens en in woonwijken. Voor overige wateren waarop gevaren kan worden, zoals kanoroutes, opvaarten, water in woonwijken en havens, zijn door de provincie geen vaarwegbeheerders aangewezen en gelden er vanuit het vaarwegbelang geen onderhoudseisen. Het beheer van het water ligt dan bij de belanghebbende/eigenaar, vaak het waterschap, de gemeente of een particulier. Als een gemeente zou beslissen om voor een water ook een vaarwegbelang te vestigen, dan neemt zij ook de verantwoordelijkheid voor het vaarwegbeheer op zich. Het beheer van de oevers wordt apart onderscheiden. In april 2024 is de toedeling van het beheer en onderhoud van de oevers van Friese vaarwegen vastgesteld. Concreet betekent dit dat de aangewezen overheid verantwoordelijk is voor de kosten als oevers moeten worden onderhouden of vervangen. In ons bebouwde gebied zijn de oevers van vaarwegen vooral toebedeeld aan de gemeente en aan particulieren. Voor het landelijk gebied geldt dat de beheerders veelal het Wetterskip Fryslân en particulieren zijn. 3.3.3.
Handhaving
Om te voorkomen dat er in, op of rond het water iets misgaat, is er toezicht en handhaving. Op het water zijn de waterpolitie en provincie specifiek verantwoordelijk voor toezicht en handhaving. Het nautisch beheer op aangewezen vaarwegen is een taak van de provincie. Dit betreft het toezicht op de veiligheid op het water. De gemeente is verantwoordelijk voor het nautisch beheer in havens en in woonwijken. Ook rondom milieubelastende activiteiten heeft de gemeente deels een toezichthoudende rol. De gemeentelijke Boa’s zijn werkzaam onder domein I (Openbare Ruimte). Dit betekent dat ze beperkte bevoegdheid hebben om te handhaven op het gemeentelijke water. Ze zijn niet bevoegd om te handhaven op vaarregels: tegen de vaarrichting in varen, te snel varen, met alcohol op vaartuig besturen, zonder vaarbewijs varen, etc. De gemeentelijke handhaving richt zich op zaken op en aan water vanuit onder andere de APV, de evenementenvergunningen, het ligplaatsenbeleid en het reclamebeleid. Het ligplaatsenbeleid wordt onder meer gehandhaafd op boten in het water. Dit gaat zowel om ligplaatsen in woonwijken, ligplaatsen in de recreatiehavens als de aanlegplaatsen voor woonschepen en woonarken. Alleen een BOA domein II mag handhaven op vaarregels op gemeentelijk water.
Er loopt momenteel een pilot om de BOA domein I ook bevoegd te maken voor handhaving vaarregels (pilot domein overstijgend werken), maar het is nog niet bekend wanneer hierover wordt besloten. 3.3.4.
Communicatie rondom water
De gemeente heeft een rol in informatievoorziening aan inwoners rondom verschillende waterthema’s. Zo voeren we risicodialogen rondom waterveiligheid, communiceren we over werkzaamheden en communiceren we via VISIT Leeuwarden over recreatiemogelijkheden op het water. Ook kan bij de gemeente melding worden gemaakt van bijvoorbeeld wateroverlast. Daarnaast heeft de gemeente een faciliterende of stimulerende rol. Zo stelt zij subsidies beschikbaar aan inwoners en bedrijven om te vergroenen en water op te vangen op eigen terrein. Ook kunnen gemeenten een rol spelen bij het inperken van de drinkwatervraag bij vergunningverlening en door bijvoorbeeld voorlichting te geven aan bedrijven en huishoudens.
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Water
17
4. De hoofdopgaven 4.1. Waar ligt onze prioriteit? Zoals ook de Omgevingsvisie stelt: het bodem- en watersysteem zijn leidend voor een volhoudbaar gebruik van de ruimte. Het is essentieel dat wij water, bodem en biodiversiteit sturend maken in onze keuzes. Zo realiseren we een toekomstbestendige basis. Vanuit deze stevige basis werken we aan een gezonde en duurzame leefomgeving. Keuzes op het gebied van water dragen daaraan bij. Op basis hiervan kan maatschappelijke en economische waarde worden gerealiseerd en kunnen we waarde toevoegen vanuit ‘Brede welvaart’. Zo ver zijn we nog niet. De kwaliteit van de leefomgeving en ook het water(systeem) staan onder druk. De basis is op dit moment niet stevig genoeg; de kwaliteit van het water is onvoldoende, de leveringszekerheid van drinkwater is niet zonder meer gegarandeerd, extreme buien en steeds langere perioden van droogte leiden tot steeds grotere problemen. Een stabiele en brede basis is nodig, zodat het wankele evenwicht wordt omgezet in een robuuste samenleving. Dit werkt zowel fysiek door als sociaal.
Figuur 4. Een stabiele en brede basis is nodig
4.2. Doorwerking van de omgevingsvisie 4.2.1.
Van ambities uit de omgevingsvisie…
De omgevingsvisie onderscheidt drie ambities. Ambitie 1: Leeuwarden is in 2028 het hart van een groenblauwe regio Ambitie 2: Het is goed leven in Leeuwarden Ambitie 3: Leeuwarden heeft een sterke economische positie De omgevingsvisie positioneert ambitie 1. Groenblauwe Regio als randvoorwaarde voor 2. Goed Leven en stelt dat de eerste twee ambities randvoorwaarden zijn voor 3. Sterke Economische Positie. De drie ontwikkelprincipes vergroenen, verbinden en verwaarden worden vervolgens gebiedsgericht toegepast om deze ambities te realiseren.
18
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Water
4.2.2.
…Naar drie centrale wateropgaven
Hierop geïnspireerd hanteren we in dit beleidskader drie hoofdopgaven op het gebied van water: Wateropgave 1: We brengen de basis van het watersysteem toekomstbestendig op orde en zetten ons in om het hart van een groenblauwe regio te zijn. Wateropgave 2: We benutten water voor een gezonde en duurzame leefomgeving. Hiermee dragen we bij aan een goed leven in Leeuwarden. Wateropgave 3: We verwaarden water. Hiermee dragen we bij aan een sterke economische positie.
Figuur 5. De drie hoofdopgaven Binnen de drie hoofdopgaven zien we uiteenlopende vraagstukken. Het toekomstbestendig op orde brengen van de basis is randvoorwaardelijk voor het invullen van de twee overige opgaven. Dit is niet bedoeld als een strikt afwegingskader, maar als onderlegger voor de gemeentelijke aanpak. In de aanpak zitten elementen waardoor het realiseren van doelen uit hoofdopgave 1 beperkend of randvoorwaardelijk kan zijn voor functies uit hoofdopgave 2 of 3. Ook kan 1 een belangrijke randvoorwaarde zijn om het verdienvermogen in 3 te optimaliseren. In de programmering van eigen gemeentelijke middelen (financieel en personeel) ligt het zwaartepunt bij hoofdopgaven 1 en 2. Het uitgangspunt is brede welvaart. Het verwaarden van water (hoofdopgave 3) heeft baat bij ecologische diensten en een sterke maatschappij, maar staat hier ook ten dienste van. 4.2.3.
Relatie tussen en doorwerking van de opgaven
De breedte van het thema water zien we terug in de drie hoofdopgaven. Per opgave zijn er vele facetten van water die binnen die opgave relevant zijn. Met dit Beleidskader water brengen we ordening aan. Als we de hoofdopgaven op de manier bekijken zoals in onderstaande afbeelding, zien we duidelijk de relatie tussen de verschillende lagen. Tussen alle opgaven zijn dwarsverbanden te vinden. Als voorbeeld; om het water te kunnen beleven, is ruimte voor water een voorwaarde. Door vanuit Capital of Water Technology extra accenten aan te brengen - zoals zichtbare innovaties - wordt de beleving verder versterkt. Ook is een sterke basis een belangrijke randvoorwaarde om het verdienvermogen te kunnen optimaliseren.
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Water
19
Figuur 6. Dwarsverbanden en doorwerking tussen de hoofdopgaven
4.3. De wateropgaven in het kort 4.3.1.
De basis toekomstbestendig op orde
Water, bodem en biodiversiteit sturend is het leidende principe voor de basis toekomstbestendig op orde. De basis werkt door in alles wat er op die basis wordt gelegd of gebouwd. Het betekent dat we hierin nadrukkelijk rekening moeten houden met ons water. Water, bodem en biodiversiteit zijn sturend voor de inrichting en het beheer van de leefomgeving, ook als dit ten koste gaat van ander gebruik. Ook maken we bestaande voorzieningen (assets/ kapitaalgoederen) toekomstbestendig. Toekomstbestendig betekent duurzaam, circulair, adaptief en inspelend op de lange termijn, zodat huidige functies en huidig gebruik kunnen worden voortgezet en toekomstig gebruik mogelijk wordt gemaakt. Vanuit water, bodem en biodiversiteit sturend, richten we ons voor het water op de volgende punten: is er voldoende water om aan basisbehoeften als drinkwater te kunnen voldoen? Is het water schoon en gezond? En is er voldoende ruimte voor het water? De basis toekomstbestendig op orde betekent soms een forse extra investering om niet te hoeven afwentelen op toekomstige generaties, op andere gebieden of functies of van privaat naar publiek. Illustratief hiervoor zijn de klimaatadaptieve maatregelen die worden getroffen om het watersysteem toekomstbestendig op orde te maken.
Er is meer ruimte voor water nodig om schade en wateroverlast te voorkomen (waterberging) en in tijden van droogte te kunnen beschikken over voldoende water (peilen verhogen). Maatregelen om de basis toekomstbestendig op orde te maken, kunnen verstrekkende gevolgen hebben. Denk bijvoorbeeld aan vernatting van laaggelegen gebieden als waterbuffer. Dit kan consequenties hebben voor huidige gebruikers en functies.
20
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Water
DE OMGEVINGSVISIE noemt dat de gemeente de bestaande groenblauwe structuren bovengronds én ondergronds daar waar mogelijk wil herstellen, versterken en uitbreiden. Ook de ambitie om klimaatadaptief te zijn in 2035 wordt hier benadrukt. In het buitengebied ligt de focus op biodiversiteitsherstel en klimaatadaptatie. HET COALITIEAKKOORD onderstreept deze doelstellingen. Daarnaast gaat het nog een stap verder en noemt het principe dat water, bodem en biodiversiteit als uitgangspunt worden genomen bij het inrichten en beheren van de leefomgeving. Een ander uitgangspunt is het verbeteren van de kwaliteit van water en bodem. Ook benoemt het coalitieakkoord de ambitie om de komende jaren fors in te zetten op het op orde brengen en houden van de duizenden kapitaalgoederen. Bij het onderhoud moet er aandacht besteed worden aan het vergroten van de natuurwaarden en het versterken van de biodiversiteit.
4.3.2.
Water voor een gezonde en duurzame leefomgeving
Het water zodanig benutten dat de sociale en fysieke leefbaarheidseffecten positief zijn, is de tweede wateropgave. Water heeft een grote rol in de leefomgeving. Het voegt kwaliteit toe in (de beleving van) de gebouwde omgeving. Tegelijkertijd kan water ook scheidend werken; de plek van water bepaalt de ruimte. Er is in de gemeente Leeuwarden op veel plekken een sterke koppeling tussen water, (cultureel) erfgoed, de geschiedenis en het huidige gebruik van de leefomgeving. De landschapsbiografie van de gemeente Leeuwarden beschrijft de vormende werking van water. Water heeft, net als groen, ook sociale impact. Het draagt bij aan (mentale) gezondheid en geluk, belangrijke graadmeters voor een brede welvaart. Ook sport en bewegen vinden vaak in, op en langs het water plaats. Water voor een gezonde, duurzame leefomgeving richt zich dan ook op het beleefbaar maken van water, het gebruik voor bewegen en ontspanning, maar ook bijvoorbeeld als energiebron en op wonen (aan en op het water). De gemeente heeft een rol in het faciliteren of stimuleren hiervan.
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Water
21
DE OMGEVINGSVISIE benadrukt dat de kwaliteit van het water omarmd moet worden als waarde voor onze leefomgeving. Om beweging te faciliteren in de leefomgeving is er de wens om de toegankelijkheid van water voor suppen, zwemmen en roeien daar waar mogelijk te vergroten. Klimaatadaptatie verbinden met recreatie en toerisme en experimenteren met wonen op het water. HET COALITIEAKKOORD benoemt hiernaast de wens om kritisch te kijken of er nieuwe waterverbindingen en voorzieningen nodig zijn en hoe stad en dorpen via het water beter met elkaar verbonden kunnen worden.
4.3.3.
We verwaarden water
De verwaarding van water is de derde opgave. We voegen samen met ondernemers, investeerders, onderwijs- en kennisinstellingen waarde toe. Kennis en ondernemerschap ten aanzien van waterkwaliteit en bodem verwaarden we, zodat we meer brede welvaart genereren; hier en nu, later en elders. Als Leeuwarden Capital of Water Technology werkt de gemeente al langere tijd aan het verwaarden van dit potentieel. De stad heeft een belangrijke positie met hoogwaardig onderwijs en onderzoek rondom watertechnologie, waarin gewerkt wordt aan grote (water)opgaven die op ons afkomen. De bedrijven en onderzoeksinstituten zijn van grote betekenis voor de werkgelegenheid, het innoverend vermogen en de uitstraling van stad en regio. De gemeente heeft hierin een rol als het gaat om het stimuleren van innovaties en het toepassen ervan in bijvoorbeeld eigen projecten en gebiedsontwikkelingen. Zo maken we de waterprofilering meer zichtbaar en tastbaar voor inwoners en bezoekers. Ook ligt in het verwaarden van water de link met cultuurtoerisme en water(sport)toerisme. Leeuwarden is hoofdstad van de watersport-provincie Friesland en in de gemeente liggen verschillende water(sport)hotspots en toeristische trekkers gericht op water. De gemeente heeft een rol in het faciliteren van dit toerisme en bepaalt welke ruimte er is en welke keuzes nodig zijn over het gebruik van het water.
Het aanwezige water biedt ook kansen voor vervoer over water. Verwaarden heeft baat bij een stevige basis en moet hier ook ten dienste aan zijn (wederkerigheid). Het mag niet ten koste gaan van een solide basis of een duurzame en gezonde leefomgeving. Als iemand commercieel profiteert van het water, moet er ook waarde worden toegevoegd aan de onderliggende lagen. We hanteren hiervoor het principe dat de gebruiker - of degene die profijt heeft - betaalt.
DE OMGEVINGSVISIE onderstreept het inzetten op cultuurtoerisme en watersport en het ruimtelijk faciliteren hiervan. Op langere termijn ligt er de wens om alternatieve vaarroutes in beeld te brengen om watersportgebieden dichter bij elkaar te brengen. Ook noemt de omgevingsvisie het belang van het vergroten van de waterverkeersveiligheid door de beroepsvaart te scheiden van de recreatievaart. Bovendien wordt ingezet op het versterken van de mogelijkheden voor waterrecreatie in de stad Leeuwarden en op kwaliteitstoerisme in onder andere Grou en de Alde Feanen. Duurzame groei van het toerisme is mogelijk waarbij rekening wordt gehouden met leefbaarheidseffecten (overlast, duurzaamheid, voedsel/culinair, gezond bewegen). HET COALITIEAKKOORD noemt het belang van kennis en innovatie, zoals op het gebied van watertechnologie, voor een duurzame, circulaire en concurrerende economie. Hierin ligt de wens om met de kennisinstellingen en organisaties samen te werken op het gebied van onder andere waterkwaliteit en bodem. Ook stimuleren
we dat bedrijven, opleidingen, kennisinstellingen en overheden samen optrekken bij innovaties voor grote maatschappelijke opgaven zoals schoon drinkwater.
22
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Water
5. Waar zetten we op in? In dit hoofdstuk schetsen we per opgave de onderwerpen waar het echt om gaat, waar we de komende jaren als gemeente Leeuwarden op willen inzetten. Ook gaan we in op flankerend beleid waarin waterthema’s een rol spelen. We schetsen onze doelstellingen voor de komende periode, waarom we die doelstellingen kiezen en wat dat betekent voor hoe we ons werk doen.
5.1. Doelstellingen: De basis toekomstbestendig op orde
‘Water, bodem en biodiversiteit sturend’ is het leidende principe voor de basis toekomstbestendig op orde. Water, bodem en biodiversiteit bepalen de inrichting en het beheer van de leefomgeving, ook als dit ten koste gaat van ander huidig gebruik. Ook maken we bestaande voorzieningen (assets/ kapitaalgoederen) toekomstbestendig.
De Kamerbrief ‘Water en Bodem sturend’ (2022) hanteert de volgende uitgangspunten om ‘water en bodem sturend’ vorm te geven: 1. Niet afwentelen op toekomstige generaties, naar andere gebieden of functies, of van privaat naar publiek. 2. Rekening houden met extremen in het weer (buien, droogte). 3. Wateroverlast, droogte en bodem in samenhang aanpakken zodat de sponswerking van de leefomgeving groter wordt. 4. Uitgaan van meerlaagsveiligheid; niet alleen beschermen tegen hoog water, maar ook voorbereid zijn op een ramp en de inrichting van een gebied hierop aanpassen. 5. De bodem minder afdekken, minder vergraven en niet verontreinigen. 6. Vraagstukken worden niet op zichzelf, maar integraal afgewogen. Er wordt dus altijd samenhang gezocht tussen onderwerpen. 7. Comply or explain: afwijken van deze principes mag alleen als dat expliciet uitlegbaar en toetsbaar is. Bovendien moeten de doelen nog steeds gehaald worden.
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Water
23
We passen ‘water, bodem en biodiversiteit sturend’ toe in al onze werkzaamheden. Daarbinnen hebben we doelstellingen geformuleerd op de volgende onderwerpen: • Voldoende water • Schoon en gezond water • Ruimte voor water • Toekomstbestendig beheer van kapitaalgoederen
NIET AFWENTELEN gaat over een eerlijke en rechtvaardige manier om de toekomst vorm te geven. Anderen, ook toekomstige generaties, mogen niet voor de gevolgen opdraaien van keuzes die nu worden gemaakt. Dus zowel in de tijd als in de ruimte passen we dit principe toe. Dit betekent dat we samenwerken met andere partijen als we onze eigen vraagstukken niet kunnen realiseren. Bijvoorbeeld als waterberging moet worden gerealiseerd ten behoeve van bebouwd gebied of als wij als gemeente van invloed zijn op de waterkwaliteit in het water van Wetterskip Fryslân.
5.1.1.
Voldoende water
Doelstellingen A. We werken toe naar een robuust grondwatersysteem, waarin het natuurlijke systeem leidend is. Dit betekent dat de inrichting van de openbare ruimte steeds meer wordt afgestemd op de grondwaterstand. B. We stimuleren zuiniger (drink)watergebruik en dragen zo bij aan de landelijke doelstelling om het drinkwatergebruik in 2035 met 20% te reduceren. C. We ‘slepen’ zo weinig mogelijk met water. Water (omhoog) verplaatsen kost veel energie. We houden zoveel mogelijk gebiedseigen water vast in bebouwd gebied. Zodat watertekorten kunnen worden uitgesteld of vermeden. D. ’Elke druppel water is van waarde‘ hanteren we als uitgangspunt bij gebiedsontwikkelingen. Een reductie van 50% in drinkwatergebruik is daarbij mogelijk. We kijken naar het vasthouden van water, hergebruik van (hemel)water en passen dit toe om het gebruik van drinkwater te verlagen. In Spoordok starten we hiermee. Ook stimuleren we het bij woningen en bedrijven. Waarom hebben we deze doelstellingen? A. Er is in droge perioden minder water beschikbaar en de vraag naar water neemt toe. Door klimaatverandering nemen de extremen toe, krijgen we te maken met hogere temperaturen, meer verdamping en grotere neerslagtekorten in de zomer. Extreme zomers (zoals die in 2018) zullen in 2050 mogelijk twee keer zo vaak voorkomen. Naar schatting eens in de 15 jaar.
We moeten dus zuinig omspringen met water en in onze inrichting en in beheer meer water vasthouden. B. In de komende decennia neemt de drinkwatervraag toe als gevolg van economische groei en de verwachte bevolkingsgroei. Tegelijkertijd is het zaak om watergebruik te reduceren. Dit betekent dat er minder water verbruikt wordt en dat de kwaliteit op het gebruik is afgestemd. We werken toe naar een drinkwatergebruik per hoofd van de bevolking van 100 liter in 2035 (thans 125 liter). Grootverbruikers vragen we het drinkwatergebruik ook in 2035 met 20% te reduceren. Laagwaardig gebruik van drinkwater willen we voorkomen. Op basis van een Omgevingsplan kunnen eisen worden gesteld aan bedrijven over het gebruik van drinkwater, door het opnemen van maatwerkregels. Tot deze regels zijn vastgesteld, kunnen we via maatwerkvoorschriften aan individuele bedrijven en ontwikkelaars eisen stellen aan het doelmatig gebruik van grondstoffen en dus ook
24
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Water
drinkwater. Mocht een bedrijf zich willen vestigen met een grote watervraag, dan zijn we restrictief. Gezien de druk op het watersysteem willen we in principe geen grote verbruikers erbij. Als we wel ruimte geven, dan alleen als een bedrijf laat zien hoe het bewust en besparend omgaat met water en andere bronnen inzet dan (enkel) hoogwaardig drink- en grondwater. Ook binnen de gemeentelijke organisatie streven we naar 20% reductie van het waterverbruik. We passen een grijswatersysteem toe bij grote renovaties of nieuwbouw van gebouwen. C/D. Het grondwater is een belangrijke bron voor drinkwater. De natuur voedt zich, zeker in tijden met weinig regenval, vanuit het grondwater. Ook helpen goede grondwaterstanden bij het tegengaan van verzilting en bodemdaling. We zien echter dat grondwateronttrekkingen - door menselijk handelen, maar ook door natuurlijke processen - negatieve effecten hebben en dat er verzilting van grond- en oppervlaktewater optreedt. Meer gebiedseigen hemelwater vasthouden helpt om deze problemen tegen te gaan. In Friesland voeren we zoetwater aan uit het IJsselmeer om verzilting tegen te gaan.
Dat blijft het waterschap doen, maar door klimaatverandering, zeespiegelstijging, langere periodes van droogte, verminderde rivierafvoeren en bodemdaling, zal het op termijn vaker voorkomen dat er langere periodes niet voldoende zoetwater beschikbaar is om altijd de verzilting te bestrijden. Zout zeewater dringt steeds meer door in ons grond- en oppervlaktewater en er zal langs de gehele kust in toenemende mate kwel optreden. Langer vasthouden van water zorgt dat we langer zoetwater beschikbaar hebben, ook als aanvoer niet mogelijk is. Op basis van het principe ’niet afwentelen’ is de regel dat grondwateronttrekking niet mag leiden tot problemen elders, zoals verdroging van natuurgebieden of toename verzilting. Fluctuerende grondwaterpeilen, soms (mede) veroorzaakt door bomen, kunnen effect hebben op bijvoorbeeld funderingen van woningen. Uit onderzoek blijkt dit risico in onze gemeente laag tot zeer laag te zijn, voor zowel woningen als infrastructuur. Huiseigenaren zijn zelf verantwoordelijk voor het eigen pand en de grondwaterstand op het eigen perceel. Zij hebben hier echter beperkt invloed op. We bepalen of en welke rol wij als gemeente kunnen spelen om schade te voorkomen. Nog steeds is sprake van hoge chloridegehaltes (zout) in de grond en het grondwater. Dit heeft te maken met de vroegere ligging aan de oude Middelsee en zeekleiafzettingen.
We zien dan ook dat bij graafwerkzaamheden met name in deze gebieden rekening moet worden gehouden met chloridehoudende grond, vooral op de schaal van gebiedsontwikkelingen zoals Middelsee.
De thema’s drinkwater, verzilting en droogte komen samen in de verdringingsreeks, ofwel de rangorde waarin functies water krijgen toebedeeld bij schaarste. Deze is vastgelegd in artikel 3.14 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De provincie kan in de omgevingsverordening een verdere rangschikking vastleggen. Zie bijlage 2. Het is ter beoordeling van de waterbeheerder (Rijkswaterstaat of het waterschap) of er feitelijk sprake is van een tekort. De gemeente is volgend.
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Water
25
5.1.2.
Schoon en gezond water
Doelstellingen A. Het voldoen aan de eisen van waterkwaliteit is leidend voor gebruik (water en biodiversiteit sturend). B. We houden zicht op onze eigen impact op de kwaliteit van KRW-wateren (zie bijlage 1) en minimaliseren deze. C. Voor overige wateren in bebouwd gebied formuleren we (Fryslân-breed) doelen en maatregelen - afgeleid van de KRW - en passen beheer, inrichting en gebruik daarop aan. D. We houden het water schoon. We stellen eisen aan bedrijven en geven zelf het goede voorbeeld. Waarom hebben we deze doelstellingen? A. De kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater voldoet momenteel in heel Nederland niet aan de eisen. Dit heeft nadelige consequenties voor mens en dier. Vanuit het principe water, bodem én biodiversiteit is het belangrijk om de mogelijkheden die we bieden voor gebruik van water (varen, energiebron, etc) afhankelijk te maken van de op die locatie gewenste waterkwaliteit. Ook voor onze drinkwatervoorziening is een goede waterkwaliteit belangrijk. In meer dan de helft van de 216 winningen in Nederland zijn nu of in de nabije toekomst problemen met de waterkwaliteit of de beschikbare hoeveelheid. In 135 van de winningen worden verontreinigende stoffen gevonden. Hoewel wij in onze gemeente geen drinkwaterwinning hebben, is ons oppervlaktewater wel verbonden met de gebieden waar wel winningen zijn.
Zo heeft onze kwaliteit van het oppervlaktewater ook impact op de winningen. B. Op veel aspecten moet de waterkwaliteit aanzienlijk verbeteren om aan de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) norm voor 2027 te kunnen voldoen. De waterkwaliteit in Friesland wordt grotendeels bepaald door het regenwater en de stoffen die binnen Friesland in het water terecht komen, zoals fosfaten die zorgen voor algengroei en troebel water. Met water uit het IJsselmeer spoelen we in het voorjaar en de zomer het boezemsysteem door, om zo de waterkwaliteit te verbeteren. Doorspoelen wordt nu al bemoeilijkt in perioden met aanvoerbeperkingen vanuit het IJsselmeer. Als de bronnen van vervuiling niet significant afnemen en Wetterskip Fryslân de boezem niet meer kan doorspoelen vanwege te weinig water , is de verwachting dat de waterkwaliteit zal verslechteren. Dit betekent dat er noodzaak is om de waterkwaliteit zelf significant te verbeteren. De oorzaken van de ontoereikende waterkwaliteit zijn divers, van bijvoorbeeld het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen of afstromende meststoffen vanuit landbouw en veeteelt, grote bedrijfslozingen en ongezuiverde lozingen in het buitengebied en via riooloverstorten en historische verontreinigingen (zoals PFOS), tot medicijngebruik en het gebruik van stoffen die niet door de rioolwaterzuivering kunnen worden afgebroken, zoals microplastics.
Ook het gebruik van het water, zoals varen en het lozen van afvalwater, kan een negatief effect op de waterkwaliteit hebben. C/D. Onze gemeentelijke verantwoordelijkheid focust zich vooral op de kwaliteit van het water in de overige wateren waar wij beheerder zijn, op de zorg voor goede riolering en afkoppeling van schoon of gezuiverd hemelwater, op de inrichting van (nieuwe) woonwijken qua oevers, op vergunningverlening, toezicht en handhaving op bedrijfsmatige lozingen op het riool, op beheer van riooloverstorten en op de zorg voor vuilwaterinnamestations in (in ieder geval) onze havens: - Ook vanuit biodiversiteit is het belangrijk de kwaliteit van overige wateren op orde te hebben. In het beleidskader biodiversiteit wordt de doelstelling uitgewerkt dat in 2030 in alle relevante werkprocessen van de gemeente een natuurinclusieve aanpak de norm is. Daarbij hoort een waterkwaliteit die minimaal voldoet aan niveau ‘levendig’ van de doelen voor overige wateren die in ontwikkeling zijn (zie bijlage 3). In de inrichting van (nieuwe) woonwijken dient hiermee rekening te worden gehouden, bijvoorbeeld door de realisatie van flauwe oevers en ondiep water met waterplanten die het water zuiveren.
26
Gemeente Leeuwarden | Beleidskader Water
- In onze gemeente zijn 131 riooloverstorten (vuilwater) vanuit het gemeentelijk stelsel waar bij piekbuien het rioolwater direct in het oppervlaktewater terecht komt. Hier zijn geen overlastsituaties bekend. Per punt is de invloed op de kwaliteit van het water beperkt. Als de inzichten hierover veranderen, zijn we als gemeente bereid aanvullende maatregelen te treffen. Stapeling met andere vervuilende bronnen kan tot problemen leiden. Dit wordt gemonitord. - Wij zijn in de meeste gevallen het bevoegde gezag voor bedrijfsmatige lozingen op het riool. In enkele gevallen is dat provincie of Rijk – zij vragen ons om advies. Het waterschap gaat over lozingen op oppervlaktewater. Als er significante lozingen op het riool aangevraagd worden, vragen we het waterschap om advies. Zij kijken of de doelmatige werking van de zuivering belemmerd wordt. Ook kijken ze naar stoffen die niet in de zuivering afgebroken worden en ongezuiverd in het oppervlaktewater terecht komen. Er is onvoldoende zicht op de huidige vergunningen en lozingen. Regelmatig actualiseren van vergunningen is belangrijk, vooral wanneer nieuwe normen voor stoffen zijn vastgesteld. In het riool worden stoffen gevonden die hier niet horen, zelfs stoffen die al jarenlang verboden zijn.