CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidskader Kerkgebouwen

Besluitvorming (raad) 9 juli 2025, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Beleidskader Kerkgebouwen8.276 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beleidskader kerkgebouwen

Beleidskader Kerkgebouwen | Gemeente Leeuwarden

1

Voorwoord Inhoud 1.

Inleiding4

2.

Context 6

3.

Huidige situatie in de gemeente Leeuwarden9

4.

Relatie met gemeentelijk beleid13

5.

Wat we willen bereiken en hoe14

6.

Transformatie van huidig naar toekomstig gebruik20

7.

Vervolg22

Kerkgebouwen in gemeente Leeuwarden zijn markante bakens van betekenis in zowel de stad als de dorpen en het landschap. Het zijn vaak beeldbepalende oriëntatiepunten, veelal gelegen in het hart van een wijk of dorp, letterlijk en figuurlijk het middelpunt. Kerkgebouwen zijn daarnaast plekken voor zingeving en ontmoeting, waarmee ze ook in sociaal opzicht als een baken kunnen dienen. In onze gemeente staan 87 gebouwen die oorspronkelijk als kerkgebouw zijn gebouwd. Toch worden ze lang niet allemaal meer voor religieuze samenkomsten gebruikt. Bijna de helft heeft in de loop der jaren een andere functie gekregen, variërend van cultuurpodia tot woningen en bedrijfsruimten. Sommige kerkgebouwen zijn gesloopt, andere zijn vervangen door nieuwe. Verandering is dus niet nieuw, maar door ontkerkelijking en vergrijzing heeft dit proces in de afgelopen jaren wel aan snelheid gewonnen. Gezien de maatschappelijk betekenis van kerkgebouwen wil dit beleidskader antwoord geven op de vraag: Hoe kunnen we deze leegkomende kerkgebouwen een duurzame toekomst geven? De gemeente wil eigenaren van kerkgebouwen hierbij ondersteuning bieden. In het voortraject hebben we samen met kerkeigenaren en andere betrokkenen het gesprek gevoerd over de toekomst van deze kerkgebouwen.

Het resultaat van deze dialoog is vastgelegd in het rapport ‘Kerken in Leeuwarden; De kerkenvisie: een verslag van een participatieproces’ (2023). Hierin kwamen naast de problemen ook de betekenis en de beleving van kerkgebouwen naar voren. Met dit beleidskader zetten we de volgende stap richting een gezamenlijke en duurzame aanpak van de toekomst van kerkgebouwen in onze gemeente.

Colofon Beleidskader kerkgebouwen Gemeente Leeuwarden

Evert Stellingwerf Wethouder Erfgoed

Uitgave: September 2025

2

Beleidskader Kerkgebouwen | Gemeente Leeuwarden

Beleidskader Kerkgebouwen | Gemeente Leeuwarden

3

1. Inleiding 1.1 Aanleiding voor dit beleidskader Kerkgebouwen zijn niet alleen van religieus belang, ze vertegenwoordigen veel meer waarden. Door hun omgeving worden de gebouwen gewaardeerd als opvallende ankerpunten in de leefomgeving of vanwege een historische erfgoedwaarde. Kerkgebouwen zijn vaak van groot belang voor lokale gemeenschappen. Ook wanneer er geen religieus gebruik (meer) is, blijven kerken belangrijke oriëntatiepunten en ontmoetingsplekken in de dorpen en in de stad. Deze betekenissen maken dat velen zich verbonden voelen met een kerkgebouw. De gebouwen vertellen een verhaal en zijn een tastbaar restant van onze (familie)geschiedenis. Onder veel gebruikers én omwonenden leeft de wens om deze gebouwen te behouden. Tegelijkertijd heeft Nederland te maken met ontkerkelijking. De thema’s van leegkomende kerken, kerksluitingen en herbestemming spelen ook in de gemeente Leeuwarden.

Dit beleidskader wil een bijdrage leveren aan een (handelings)perspectief voor eigenaren van kerkgebouwen. De doelstelling en de rol van de gemeente Leeuwarden worden verduidelijkt en er wordt een beleidslijn voor transformaties van kerkgebouwen gegeven. 1.2 Tot stand komen van dit beleidskader: inventarisatie en participatieverslag Vanaf 2019 hanteert het Rijk een actief kerkenvisiebeleid. Een kerkenvisie is een strategische visie op de toekomst van meerdere kerkgebouwen binnen een gemeente of regio. Het opstellen van een kerkenvisie gebeurt in dialoog tussen de gemeente, kerkeigenaren, inwoners en erfgoedorganisaties. Het gaat dan over álle kerkgebouwen in die gemeente: monumentaal en niet-monumentaal, nieuw en oud, ongeacht geloof. Het Rijk bood gemeenten aan om een kerkenvisie op te stellen. Ook voor Leeuwarden gaf dit een handvat om hiermee aan de slag te gaan.

De gemeente Leeuwarden is als eerste stap een participatief proces gestart over een duurzaam toekomstperspectief voor kerkgebouwen. Hierbij zijn de kerkgebouwen in samenhang bezien: van alle tijden, van alle geloven, monumentaal en nietmonumentaal, en ook de kerkgebouwen die al een andere functie hebben gekregen. Vanwege de actualiteit van ontkerkelijking hebben de zorgen en behoeftes van kerkelijke gemeenten als gebouweigenaar een centrale plek gekregen. Maar ook eigenaren van al herbestemde kerkgebouwen, omwonenden en erfgoedorganisaties hebben deelgenomen. De opbrengst van dit proces is beschreven in het rapport ‘Kerken in Leeuwarden, de kerkenvisie: een verslag van een participatieproces’ (2023). In april 2023 heeft het college van B&W dit rapport aan de gemeenteraad aangeboden. Daarbij is toegezegd dat er een beleidskader kerkgebouwen zal volgen. Dit beleidskader is een nadere uitwerking van de bevindingen uit het participatieproces. Hierin verduidelijken we de rol(len) en verantwoordelijkheid die we als gemeente hebben ten aanzien van het behoud van kerkgebouwen. Ook beschrijft het beleidskader hoe dit geoperationaliseerd kan worden. 1.3 Definitie kerkgebouw In dit beleidskader definiëren we kerkgebouwen als volgt:

functie: één in een voormalige kleuterschool en één in een voormalig protestants kerkgebouw. Alleen deze laatste valt onder de hierboven genoemde definitie van ‘kerkgebouw’. Een aantal monumentale torens, die vaak bouwkundig onderdeel uitmaken van een kerkgebouw, staat wat betreft eigendom ‘los’. Omdat deze torens in het verleden dienden als uitkijkpost voor brand en ander gevaar, kwamen ze in eigendom van de burgerlijke gemeente. Inmiddels is dit eigendom overgegaan naar stichtingen die gericht zijn op onderhoud en restauratie van deze (monumentale) torens. In de gemeente staan ook enkele losse torens, zonder kerkgebouw. Dit beleidskader gaat over de kerkgebouwen en niet over losse torens. Echter, wanneer de toren bouwkundig onderdeel van het kerkgebouw is, wordt deze wel meegenomen. 1.4 Leeswijzer In dit beleidskader wordt in hoofdstuk 2 de context geschetst en de knelpunten en wensen van betrokken partijen. In hoofdstuk 3 volgt de huidige situatie van de kerkgebouwen in de gemeente Leeuwarden. In hoofdstuk 4 wordt beschreven wat de relatie met het gemeentelijk beleid is. In hoofdstuk 5 staat wat we willen bereiken en op welke manier. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op het transformatieproces. Tot slot komt in hoofdstuk 7 de doorwerking in de dagelijkse praktijk aan bod.

‘Een kerkgebouw is een gebouw dat speciaal nieuw is gebouwd voor religieuze samenkomsten.’ In de gemeente Leeuwarden staan 87 kerkgebouwen. Daarvan zijn 40 in regelmatig religieus gebruik, 38 hebben een andere bestemming en 9 kerkgebouwen zijn ‘in transitie’. Deze laatste categorie zijn kerkgebouwen die al leeg staan of waarvan de eigenaar heeft aangegeven dat het gebouw binnenkort niet meer gebruikt wordt voor religieuze samenkomsten. De meeste kerkgebouwen in de gemeente Leeuwarden zijn gebouwd voor de protestantse of rooms-katholieke gemeenschappen. Daarnaast zijn er andere gebouwen voor religieuze samenkomsten gebouwd, bijvoorbeeld een synagoge. De gemeente kent ook een aantal moskeeën Deze zijn gevestigd in gebouwen die ooit gebouwd zijn voor een andere 4

Beleidskader Kerkgebouwen | Gemeente Leeuwarden

Beleidskader Kerkgebouwen | Gemeente Leeuwarden

5

zoek zijn naar andere gebouwen dan de reeds bestaande kerkgebouwen. Dit geeft aan dat er een mismatch bestaat tussen de bestaande ‘voorraad’ kerkgebouwen en de behoeften van de kerkgemeenschappen. Het blijkt dat een grote mate van multifunctionaliteit van het gebouw en de aanwezigheid van parkeergelegenheid belangrijke factoren in de keuze van een locatie zijn. Dit hangt samen met ontwikkelingen binnen geloofsgemeenschappen. Er worden naast de (veelal) wekelijkse samenkomst gedurende de rest van de week meerdere activiteiten georganiseerd, waar gevarieerde ruimtes voor nodig zijn. Daarnaast gaan mensen vaker met de auto naar een religieuze samenkomst. Dit komt door groei van geloofsgemeenschappen, waarbij de leden vaak van grotere afstand komen. Maar ook krimp van geloofsgemeenschappen zorgt voor meer autogebruik, want het aantal plekken van samenkomst is uitgedund, waardoor de leden een grotere afstand moeten afleggen. Dus zowel groei als krimp verklaren de behoefte aan parkeergelegenheid bij een kerkgebouw.

2. Context 2.1 Ontkerkelijking Nederland heeft te maken met ontkerkelijking. In 2023 rekende 42 procent van de Nederlanders zichzelf tot een geloofsgemeenschap. Tien jaar eerder was dat nog een meerderheid: 53 procent (NOS, 2024). Door ontkerkelijking nemen de financiële mogelijkheden en het aantal vrijwilligers van kerkgemeenschappen af. Hier komt nog bij dat de kosten voor onder andere onderhoud en energieverbruik zijn gestegen. Het verwarmen van een kerk kan financieel vaak niet uit. Leegkomende kerken, kerksluitingen, en herbestemming zijn om deze redenen steeds meer voorkomende thema’s. Zo ook in de gemeente Leeuwarden. 2.1.1 Kerkgebouwen in religieus gebruik Bijna de helft van de kerkgebouwen wordt nog gebruikt voor religieuze bijeenkomsten. In de loop van de jaren kan een kerkgebouw wel aan diverse kerkgemeenschappen onderdak hebben geboden. Want ook in het verleden verhuisden kerkelijke gemeenten door bijvoorbeeld fusies, groei of krimp of financiële veranderingen naar een ander kerkgebouw. Er zijn meerdere voorbeelden van geloofsgemeenschappen die in het verleden zijn verhuisd naar een gebouw dat door een andere 6

geloofsgemeenschap werd verlaten. Hoewel het bij geloofsstromingen gevoelig kan liggen, wordt het over het algemeen zeer gewaardeerd wanneer een kerkgebouw in religieus gebruik blijft. Ook zijn kerkgemeenschappen verhuisd naar al bestaande andere gebouwen.

City Life Church in Leeuwarden Dit kerkgebouw aan de Archipelweg werd onder de naam Salvatorkerk in 1962 in gebruik genomen door de Gereformeerde Kerk. In 1996 werd het gebouw gekocht door de Evangelische gemeente Leeuwarden (op dat moment lid van de Broederschap van Pinkstergemeenten). In 2018 sloot deze gemeente zich aan bij het kerkgenootschap City Life Church.

2.1.2 Andere wensen Tegenover het huidige proces van forse krimp zijn er geloofsgemeenschappen die groeien en een jong publiek trekken. Dit zijn vooral evangelische gemeenten en interculturele kerken. Opvallend is dat groeiende kerkgemeenschappen op Beleidskader Kerkgebouwen | Gemeente Leeuwarden

Dit betekent dat niet alle kerkgebouwen waarvoor een herbestemming wordt gezocht, geschikt zijn als onderkomen voor een andere geloofsgemeenschap. Het in beeld krijgen van geloofsgemeenschappen die op zoek zijn naar een andere ruimte is lastig, hier is geen overzicht van. 2.1.3 Nevenbestemming Wanneer een geloofsgemeenschap door een afnemend aantal leden beschikt over minder financiële draagkracht voor het onderhoud van het kerkgebouw, dan wordt er vaak eerst gezocht naar (uitbreiding van de) mogelijkheden voor nevenbestemming. Het gebouw wordt op niet-kerkdagen bijvoorbeeld verhuurd aan lokale verenigingen. Hieraan zijn echter soms wel beperkingen, vanwege de inrichting van de kerkgebouwen en vanwege de betekenis van het gebouw voor de gelovigen. De activiteiten moeten aansluiten bij de waarden en normen van de geloofsgemeenschap. Er is ook een grens aan wat er voor verhuur gevraagd kan worden, want veel verenigingen hebben een beperkte draagkracht. Zo kan het voorkomen dat de kosten om het kerkgebouw te verwarmen hoger zijn dan de huur die het opbrengt. Beleidskader Kerkgebouwen | Gemeente Leeuwarden

Overnachten in kerkgebouwen Pelgrims kunnen overnachten in een kerkgebouw. Een aantal kerken biedt deze mogelijkheid aan. Deze refugio’s staan bijvoorbeeld langs het Jabikspaad, een pelgrimspad dwars door Friesland. In de gemeente Leeuwarden kunnen pelgrims overnachten in de kerkgebouwen van Britsum, Swichum en Jorwert. Dit is een mooi voorbeeld van bezinningstoerisme, een vorm van ‘slow tourism’ dat steeds meer aan populariteit wint. Elders in Friesland is ook al mogelijk om als cultuurtoerist te overnachten in sommige kerken.

2.1.4 Herbestemming Na een kerksluiting wordt er bij veel kerken gezocht naar een nieuwe bestemming. Kerkgebouwen krijgen zo bijvoorbeeld een culturele, commerciële of woonfunctie of worden omgebouwd tot een multifunctioneel centrum. Zowel kerkeigenaren als inwoners in de gemeente Leeuwarden geven bij herbestemming van een kerkgebouw de voorkeur aan een publieke bestemming – het liefst met een culturele of maatschappelijke invulling. Dit type gebruik is in de praktijk niet altijd haalbaar. Kerkgebouwen, zeker oude en monumentale, hebben vaak hoge onderhouds- en gebruikskosten en cultureelmaatschappelijke activiteiten zijn niet altijd winstgevend. Een duurzame herbestemming voor een zo specifieke categorie van gebouwen blijkt vaak niet eenvoudig. Vorm, omvang, interieur, ligging en ‘binding’ van deze gebouwen vragen namelijk om een niet-standaard benadering. Ook zijn de eigenaren van de gebouwen, veelal kerkgemeenschappen, niet gespecialiseerd in het herbestemmen van een gebouw. Het komt ook voor dat een al herbestemd kerkgebouw toch niet floreert. Herbestemming tot wonen lijkt stabiel in die zin dat het voldoende aandacht en draagvlak creëert voor goed onderhoud van het gebouw. Ook een bedrijf lijkt stabiel en rendabel, hoewel sommige voormalige kerkgebouwen worden gebruikt als opslag waarbij het onderhoudsniveau lager ligt.

Herbestemming voor een culturele en/of theater-achtige functie lijkt aantrekkelijk, maar is minder ‘solide’. De vraag 7

is of in de stad en in dorpen de markt voor culturele voorstellingen groot genoeg is om overconcurrentie met dorpshuizen te voorkomen en om te zorgen voor voldoende opbrengst voor het blijvend onderhouden van de kerkgebouwen.

• Voor kerkbeheerders om de gemeente Leeuwarden te (blijven) betrekken bij waar zij tegenaan lopen en • Van de gemeente Leeuwarden om goed bereikbaar en zichtbaar te zijn en een open houding te hebben die uitnodigt tot meedenken en samenwerken. Kerkeigenaren hebben grote kunde en zelfstandigheid wat betreft het investeren in het duurzaam voortbestaan van hun kerkgebouw(en). Zij gaven aan dat er behoefte is aan direct, laagdrempelig contact met de gemeente en aan perspectief. Samenwerking wordt belangrijk gevonden. Men ervaart hierdoor een gedeelde verantwoordelijkheid voor het behoud van waardevol erfgoed en een meedenkende houding.

Westerkerk De Westerkerk kent een veelzijdig verleden. Na eeuwenlang gebruik voor reguliere kerkdiensten werd het gebouw vanaf 1968 tot 1984 op zondag gebruikt voor jeugddiensten en doordeweeks verhuurd voor o.a. popfestivals. Daarna kwam het gebouw in eigendom van de gemeente Leeuwarden en werd het in 1992 Theater Romein, vanaf 2006 Poppodium Romein en vanaf 2018 een culturele broedplaats. Sinds 2024 is het in gebruik als ‘Podium Explore’.

2.2 Knelpunten en wensen betrokken partijen Uit het participatieproces voor de kerkenvisie komen een aantal conclusies en aanbevelingen voor beleid naar voren. Deze worden hieronder benoemd en vormen het startpunt voor dit beleidskader. 2.2.1 Laagdrempelig contact Zowel ambtelijk als vanuit kerkbeheerders is er een wens tot (meer) onderlinge samenwerking en kennisuitwisseling. Eén conclusie van de verkenning is dat momenteel nog niet iedereen de weg naar de gemeente kan vinden. In het behoud van kerkgebouwen ligt een gedeelde verantwoordelijkheid: 8

3. Huidige situatie in de gemeente Leeuwarden In de gemeente Leeuwarden staan 87 kerkgebouwen. Per 1 juni 2024 zijn 41 in religieus gebruik, 38 hebben een andere functie gekregen en 8 zijn ‘in transitie’. In de volgende paragrafen lichten we deze statussen verder toe. Omdat de situatie in de stad en de dorpen van elkaar verschilt, worden deze apart besproken.

Afbeelding 1 geeft de locatie van de kerkgebouwen en daarnaast de erfgoedstatus. Momenteel worden gemeentelijke monumenten aangewezen in de gebiedsdelen die sinds 2014 bij de gemeente zijn gevoegd. Dit zijn gebieden in het noorden, zuidoosten en westen van de gemeente. Mogelijk worden daar in de nabije toekomst een aantal kerkgebouwen aangewezen als gemeentelijk monument.

Vanwege de cultuurhistorische en maatschappelijke betekenis van veel kerkgebouwen is het belangrijk om in dialoog te blijven over de duurzame inzetbaarheid van kerkgebouwen. Door het participatieproces voor de kerkenvisie is er een goede basis gelegd om elkaar in de toekomst te betrekken bij plannen en bezigheden. 2.2.2 Vroegtijdig overleg Vroeg in overleg treden leidt veelal tot verbetering van plannen en meer draagvlak. Hierbij wordt er gezamenlijk, door kerkeigenaren, de gemeente en andere betrokkenen, gestudeerd op de mogelijkheden en beperkingen van een kerkgebouw. Bij complexe vraagstukken, zoals herbestemming, heeft vroegtijdig overleg een grote meerwaarde. Het zal processen vergemakkelijken, leidt veelal tot verbetering van plannen en meer draagvlak. Dit vergroot de kans op een geslaagde en duurzame herontwikkeling van erfgoed. 2.2.3 Huidige regels zijn beperkend Voor beheerders van monumentale kerkgebouwen lijkt met name regelgeving een struikelblok te zijn. Voor een kerkgebouw met een monumentstatus gelden extra regels voor een verbouwing. Ook voor restauraties die verder gaan dan gewoon onderhoud en waarbij sprake is van vervanging van bestaand materiaal, is vaak een vergunning nodig.

Zeker op het gebied van verduurzaming lopen monumenteigenaren tegen grenzen aan; in een monumentaal gebouw zijn de mogelijkheden voor verduurzaming beperkter, soms ingewikkelder en duurder en er is altijd maatwerk nodig. Beleidskader Kerkgebouwen | Gemeente Leeuwarden

Afbeelding 1 – Status kerkgebouwen in de gemeente Leeuwarden Beleidskader Kerkgebouwen | Gemeente Leeuwarden

9

3.1 Kerkgebouwen in religieus gebruik Van de 87 kerkgebouwen in de gemeente zijn 41 in religieus gebruik. In de dorpen staan in totaal 50 kerkgebouwen, waarvan 21 in religieus gebruik (42%). In 16 gevallen zijn dit middeleeuwse kerkgebouwen die rijksmonument zijn en waar (op 1 na) een kerkhof omheen ligt. Vijf kerkgebouwen die in de dorpen in religieus gebruik zijn, zijn gebouwd na 1850. Daarvan is één een rijksmonument met een kerkhof rondom. Dorpen – kerkgebouwen in religieus gebruik Bouwjaar en erfgoedstatus

Kerkhof rondom

‘maatschappelijk en cultureel’. De kerkgebouwen in eigendom van de Stichting Alde Fryske Tsjerken (SAFT), negen in dorpen en één in de stad, vallen grotendeels binnen de laatstgenoemde categorie. In deze kerkgebouwen worden veelal culturele activiteiten georganiseerd gecombineerd met incidentele kerkdiensten. In de stad komen de diverse functies ongeveer evenveel voor. In de dorpen springt de herbestemming tot ‘maatschappelijk en cultureel’ er uit, samen met de herbestemming tot ‘wonen’.

Geen kerkhof

voor 1850

Rijksmonument

Dorpen en stad – herbestemde kerkgebouwen

15

1

Bouwjaar en erfgoedstatus

1850-1940

Rijksmonument Geen erfgoedstatus geen erfgoedstatus

2

Rijksmonument geen erfgoedstatus

2

1850-1940

Rijksmonument Gemeentelijk monument geen erfgoedstatus

In de stad is het beeld anders. Van de 37 kerkgebouwen in de stad zijn 20 in religieus gebruik (54%). Dit is een hoger percentage dan in de dorpen. Wat verder opvalt is dat de kerkgebouwen in religieus gebruik in de stad veel jonger zijn. Dertien zijn zelfs van na 1940. En geen enkele van deze gebouwen heeft een kerkhof. Ook heeft de meerderheid van deze gebouwen geen erfgoedstatus.

geen erfgoedstatus

Geen kerkhof

voor 1850

Rijksmonument

2

1850-1940

Rijksmonument Geen erfgoedstatus

2 3

na 1940

Gemeentelijk monument geen erfgoedstatus

3 10

3.2 Herbestemde kerkgebouwen – nieuwe functies Op dit moment zijn in totaal 38 kerkgebouwen herbestemd. Ze hebben uiteenlopende nieuwe functies gekregen als wonen, bedrijf, ‘onderwijs en zorg’, ‘horeca, cultuur, ontspanning’ en 10

Geen kerkhof

8

3 1

2

2 4

2

13

1

2

na 1940

Stad – kerkgebouwen in religieus gebruik Kerkhof rondom

Kerkhof aanwezig

voor 1850

1

na 1940

Bouwjaar en erfgoedstatus

3.3 Herbestemde kerkgebouwen - kenmerken Onderstaande tabel geeft een overzicht van de kenmerken van de 38 kerkgebouwen die zijn herbestemd. De acht rijksmonumentale kerkgebouwen gebouwd vóór 1850 met een kerkhof zijn alle van de SAFT en hebben de functie ‘maatschappelijk en cultureel’. Wat verder opvalt is dat een groot deel (23) van de herbestemde gebouwen in de periode 1850-1940 is gebouwd. Een minderheid (8) van deze gebouwen heeft een monumentstatus. Ook heeft de ruime meerderheid (2) van de herbestemde kerkgebouwen geen aanliggend kerkhof.

Stichting Alde Fryske Tsjerken De Stichting Alde Fryske Tsjerken heeft ten doel het behoud en waar nodig herstel en restauratie van uit historisch oogpunt belangwekkende kerkgebouwen met aanen toebehoren in de provincie Fryslân. Ook is het wekken van publieke belangstelling voor dergelijke gebouwen een doel van de stichting. Een plaatselijke commissie zorgt voor de invulling van het kerkgebouw, door bijvoorbeeld het organiseren van concerten, tentoonstellingen en als locatie voor dorpsbijeenkomsten.

Beleidskader Kerkgebouwen | Gemeente Leeuwarden

3.4 Kerkgebouwen ‘in transitie’ Een aantal kerkgebouwen zit nog in het proces om een andere functie te krijgen. In de dorpen gaat het om 4 kerkgebouwen ‘in transitie’. Alle gebouwd na 1850, waarvan 1 rijksmonument en 2 met een kerkhof. In de stad gaat het ook om 4 gebouwen ‘in transitie’. De meerderheid (3) met een monumentstatus en 3 gebouwd na 1850. De mogelijkheden voor herbestemming zijn afhankelijk van het kerkgebouw en de directe omgeving van het kerkgebouw. Dorpen – kerkgebouwen ‘in transitie’ Bouwjaar en erfgoedstatus

Kerkhof aanwezig

Geen kerkhof

1850-1940

Rijksmonument na 1940 geen erfgoedstatus

1 1

2

Beleidskader Kerkgebouwen | Gemeente Leeuwarden

Stad – kerkgebouwen ‘in transitie’ Bouwjaar en erfgoedstatus

Kerkhof aanwezig

Geen kerkhof

voor 1850

Rijksmonument

1

1850-1940

Rijksmonument Gemeentelijk monument

1 1

na 1940

geen erfgoedstatus

1

Grote Kerk - Leeuwarden De Grote of Jacobijnerkerk in Leeuwarden is de oudste kerk in de stad en de enige waar nog een deel van het oorspronkelijke, middeleeuwse klooster aanwezig is. De Protestantse Gemeente Leeuwarden heeft, vanwege een teruglopend ledental en hoge onderhoudslasten, besloten dit kerk/ kloostercomplex van de hand te doen. Op dit moment wordt onderzocht of er een toekomst als Stadsklooster 2.0 haalbaar is, financieel en organisatorisch. Hiermee krijgt het complex de oorspronkelijke bestemming terug in een eigentijdse vorm. Het Stadsklooster wil, naast een woongemeenschap, een breed bezinningsen scholingsaanbod bieden, ook in samenwerking met het middelbaar en hoger beroepsonderwijs.

3.5 Conclusies Uit de voorgaande inventarisatie van kerkgebouwen in religieus gebruik en de herbestemde kerkgebouwen kunnen een aantal zaken worden opgemerkt: • In de stad zijn in verhouding meer kerken in religieus gebruik. Dit kan deels verklaard worden doordat in de stad een grotere variatie aan geloofsgemeenschappen is. • In de dorpen hebben de meeste kerkgebouwen een nieuwe functie gekregen. Punt van aandacht is het relatief grote aantal monumentale dorpskerken (9) in eigendom van de Stichting Alde Fryske Tsjerken. Hiervan is voldoende onderhoud in principe voor de lange termijn verzekerd. Het gebruik voor exposities, voorstellingen en buurtbijeenkomsten is in beginsel positief, zeker

11

in dorpen die verder niet zulke voorzieningen hebben. Toch kent dit gebruik zijn grenzen, vooral waar dit het gebruik van bestaande dorpshuizen en dorpscafés raakt. • De kerkgebouwen van na 1940 zijn overwegend in religieus gebruik. Deze staan vooral in de stad. Blijkbaar is er in de stad nog voldoende vraag door religieuze groeperingen én voldoen deze gebouwen nog grotendeels aan de voor dit gebruik gestelde eisen. Ook hebben deze panden minder vaak een monumentstatus. Een kerkhof is bij deze panden niet aanwezig. Deze aspecten maken het eenvoudiger om deze panden te verbouwen en te verduurzamen. • De kerkgebouwen gebouwd tussen 1850-1940 zijn voor een groot deel herbestemd. In het verleden maakten kerkgemeenschappen al keuzes over afstoting van gebouwen. Er werd over het algemeen gekozen om de (relatief ) minst monumentale kerkgebouwen af te stoten. Ze zijn door hun bouw en ligging vaak wel geschikt (te maken) voor ander gebruik, ondanks dat een deel van deze gebouwen een monumentstatus heeft. Slechts een klein aantal van deze gebouwen heeft een kerkhof rondom. • De kerkgebouwen gebouwd vóór 1850, in totaal 31 stuks, zijn veelal nog in religieus gebruik (18) of overgegaan naar de Stichting Alde Fryske Tsjerken (9).

Een groot deel van deze groep bestaat uit oorspronkelijk middeleeuwse dorpskerken op een terp in het hart van het dorp, met dikke muren, beperkte (ruimte voor) faciliteiten en een omringend kerkhof. Deze gebouwen zijn vaak eigendom van protestantse gemeenten waar sprake is van vergrijzing en krimp. Een deel van deze gebouwen is overgenomen door de Stichting Alde Fryske Tsjerken, maar dat is vrijwel zeker niet voor alle haalbaar vanwege onder meer de bruidsschat die de SAFT tegenwoordig vraagt. Vanwege hun bouwwijze en de aanwezigheid van een omringend kerkhof is een eventuele toekomstige herbestemming een grote uitdaging.

Sint-Bonifatiuskerk - Leeuwarden Eind 2023 kreeg de Stichting Bonifatiustoren, eigenaar van de gelijknamige kerk, te horen dat haar enige permanente huurder, de rooms-katholieke Sint-Vitusparochie, besloten had dit kerkgebouw niet meer te willen gebruiken voor vieringen. Dit nieuws zorgde voor grote opschudding. De Sint-Bonifatiuskerk en -toren is in 1882/’84 gebouwd naar een ontwerp van Dr. P.J.H. Cuypers (1827 - 1921), te beschouwen als de belangrijkste bouwmeester van de neogotiek. De Bonifatiuskerk behoort tot de hoogtepunten in zijn oeuvre. In 1976 is de kerk aangewezen als rijksmonument. De grote kruisbasiliek met hoge westtoren is beeldbepalend voor het noordoostelijk deel van de binnenstad. Vanwege het grote cultuurhistorische, architectonische en stedenbouwkundige belang van dit kerkgebouw wordt nu gezocht naar een toekomstbestendige oplossing om dit kerkgebouw in stand te houden. Naast het huidige gebruik voor rooms-katholieke vieringen zou het gebouw in toekomst ook andere invullingen kunnen krijgen. Behoud van de monumentale waarden van het exterieur en het interieur is hierbij het uitgangspunt. Hiernaast speelt een vraag rond een op korte termijn noodzakelijke grote restauratie van het kerkgebouw. De provincie heeft hiervoor een bijdrage beschikbaar gesteld.

Ook de gemeenteraad heeft een financiële bijdrage van € 200.000,- beschikbaar gesteld voor de restauratie van de Bonifatiuskerk.

4. Relatie met gemeentelijk beleid 4.1 Omgevingsvisie Leeuwarden In de omgevingsvisie onderstrepen we als gemeente het belang van kerken, in het bijzonder voor de dorpen in de gemeente:

“De ruimtelijke kwaliteit van de kleinere dorpen en buurtschappen is hoog. De dorpen zijn parels in het landschap. De kerken, boerderijen en historische woonhuizen zijn in elk dorp uniek en de bewoners voelen zich daarmee verbonden. Naast de sociale cohesie is dit de kracht van onze dorpen. De (kleinere) dorpen hebben een sterke gemeenschapszin, hebben een eigen identiteit en de mensen zijn verbonden met elkaar. De kleinste dorpen en buurtschappen hebben een eigen karakteristiek en problematiek; voorzieningen onder druk, sociale cohesie, ruimte voor eigen initiatief, behouden eigenheid, herbestemmen leegstaande panden (bijvoorbeeld scholen, kerken).” 4.2 Raakvlakken met erfgoedbeleid In de ‘Erfgoedagenda van de toekomst’ hebben we de ambitie uitgesproken om erfgoedwaarden te behouden en te versterken en om cultureel erfgoed te benutten. De erfgoedagenda benadrukt het erfgoed in de gemeente als onderdeel van de identiteit van bewoners en gebruikers. Daarbij is onderstreept dat de gemeente een kennis- en expertisecentrum op erfgoedgebied is. 4.3 Raakvlakken met overig gemeentelijk beleid In verschillende gemeentelijke beleidsstukken worden de waarden van kerkgebouwen gezien. Het coalitieakkoord onderstreept dat maatschappelijk vastgoed van belang is voor een sterke sociale infrastructuur.

Ook in de gezondheidsnota Samen gezond wordt benoemd dat plekken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten zorgen voor het bevorderen van sociale relaties, wat op zijn beurt weer een randvoorwaarde is voor een gezonde leefomgeving. Ook het culturele en cultuurtoeristische belang van (vooral historische) kerkgebouwen heeft raakvlakken met gemeentelijk beleid. De visie op kunst en cultuur van de gemeente ‘Durven en Samen Doen’ zet in op het bevorderen van cultuurtoerisme in de gemeente

12

Beleidskader Kerkgebouwen | Gemeente Leeuwarden

Beleidskader Kerkgebouwen | Gemeente Leeuwarden

en het versterken van het cultuurtoeristische aanbod. Naast de maatschappelijke en culturele waarden hebben de kerken ook ecologische waarden. Een aantal beschermde dier- en plantensoorten is te vinden in of bij oude kerkgebouwen. ‘Gebouwbewonende soorten’ zoals vleermuizen en uilen zijn hier een voorbeeld van. Op kerkhoven zijn, door hun specifieke inrichting en gebruik en de vaak hoge ouderdom van bomen en planten, ook diverse beschermde dier- en plantensoorten te vinden. Grafzerken kunnen bedekt zijn met zeldzame korstmossen en soms groeit er zeldzame stinsenflora. De gemeente is zuinig op de typische biodiversiteit die eigen is aan kerkgebouwen en hun directe omgeving, en beschrijft in het Beleidskader biodiversiteit wat ze wil gaan doen om die specifieke biodiversiteit te beschermen. Veel kerkgebouwen staan op een terp. Terpen zijn gevoelig voor droogte. Als de grondwaterstand lager wordt, kan dat gevolgen hebben voor het gebouw, omdat de fundering beschadigd kan raken. Daarnaast kan hierdoor het type vegetatie rond het kerkgebouw veranderen, wat weer gevolgen kan hebben voor de diersoorten die er leven. Het (grond)waterbeleid speelt hierin een rol. Hoe de gemeente een verantwoordelijkheid heeft in het (grond)waterbeleid is uitgewerkt in het Beleidskader water.

De omgang met kerkgebouwen, en welke rol de gemeente wil spelen in de zoektocht naar neven- of herbestemmingen, raakt ook aan de doelstellingen uit het Programma Volhoudbaar. Dit programma beschrijft de diverse pijlers van duurzaamheid die wij als gemeente hanteren, waaronder circulariteit. Voor kerkgebouwen leggen we dit uit als het belang om deze gebouwen waar mogelijk te behouden. Waar het kan, voorkomen we realisatie van iets nieuws, als het oude nog redelijkerwijs geschikt is (te maken). Tegelijkertijd is de verduurzamingsopgave een grote uitdaging voor kerkgebouwen. Het duurzaam verwarmen van gebouwen, maar vooral het omlaag brengen van het energieverbruik door isolatie, is een belangrijk vraagstuk.

13

kerkgebouwen om deze gebouwen een duurzame toekomst te geven. De mate van ondersteuning wordt afgewogen tegen de maatschappelijke waarde van het kerkgebouw. Daarom worden kerkgebouwen (door middel van een afwegingskader, zie paragraaf 5.5) ingedeeld in drie categorieën: ‘basis’, ‘bijzonder’ en ‘top’. Een deel van de ondersteuning is voor alle (eigenaren van) kerkgebouwen. Dit is de basis. De reguliere inzet zoals beschreven in de vorige paragraaf valt hier onder. Daarnaast nemen we een vijftal extra maatregelen die vooral liggen op het gebied van informatie en communicatie. Vanwege hun grotere maatschappelijke waarde is bij ‘bijzondere’ kerkgebouwen onze inzet groter. Dit zijn meestal kerkgebouwen met een status als rijksof gemeentelijk monument. Deze kerkgebouwen zijn bijzondere én veelal complexe gebouwen. De gemeentelijke inzet voor deze gebouwen omvat, bovenop de basis, een aantal maatregelen op beleidsgebied en ondersteuning bij het transformatieproces.

5. Wat we willen bereiken en hoe 5.1 Ons doel De gemeente biedt eigenaren ondersteuning om kerkgebouwen een duurzame toekomst te geven. 5.2 Verantwoordelijkheden Er is een algemeen belang gemoeid met de instandhouding van kerkgebouwen die een hoge maatschappelijk waardering hebben. De gemeente biedt daarom eigenaren van deze kerkgebouwen ondersteuning bij het realiseren van een duurzaam toekomstperspectief. De verantwoordelijkheid voor het kerkgebouw, voor het beheer, onderhoud en gebruik, is en blijft aan de eigenaar. Om dit doel te bereiken wordt een nieuwe werkwijze met een aantal maatregelen voorgesteld. Eerst wordt kort ingegaan op de huidige inzet van de gemeente. 5.3 De huidige inzet van de gemeente Op dit moment heeft de gemeente geen specifiek beleid voor kerkgebouwen. Voor (grote en/of bijzondere) panden is er van de gemeente wel een vorm van ‘algemene’ inzet op bijvoorbeeld de volgende gebieden: 14

• algemene tips voor verduurzaming van (grote) gebouwen • informatie over subsidieregelingen • bij beeldbepalende en karakteristieke gebouwen: behoud van de uiterlijke verschijningsvorm via spelregels in het omgevingsplan en de welstandsnota • de gemeente is gesprekspartner bij het verkennen van ander of breder gebruik van een gebouw, wanneer dit gebruik afwijkt van het omgevingsplan • de gemeente denkt mee bij de invulling van bijzondere gebouwen op bijzondere (economisch belangrijke) locaties Een groot aantal kerkgebouwen heeft de status van rijks- of gemeentelijk monument. Eigenaren van monumenten worden op de volgende manieren door de gemeente ondersteund: • advies over mogelijkheden op het gebied van verduurzaming • advies over aanpassing, verbouw en restauratie • advies tijdens vergunningtraject. 5.4 De nieuwe werkwijze van de gemeente De gemeente biedt ondersteuning aan eigenaren van Beleidskader Kerkgebouwen | Gemeente Leeuwarden

‘Topkerken’ zijn gebouwen op ons grondgebied die hoog gewaardeerd worden met het afwegingskader. Het kan hierbij bijvoorbeeld gaan om eeuwenoude kerkgebouwen, al dan niet met een waardevol interieur. Overigens houdt het kerkenlandschap niet op bij onze gemeentegrenzen. Ook andere overheids- en erfgoedorganisaties zijn aan het overwegen om een selectie van topkerken te maken. Aan eigenaren van deze ‘top’gebouwen willen we extra ondersteuning bieden wanneer zij overwegen om hun gebouw een andere functie of nevenfuncties te geven. We willen in gezamenlijkheid tot een duurzaam toekomstperspectief voor deze historisch waardevolle gebouwen komen. Het is essentieel daarbij niet alleen te kijken naar mogelijkheden die het vastgoed biedt, maar ook te verkennen wat de maatschappelijke waarde van een gebouw is en welk gebruik wenselijk of toepasbaar is in de omgeving waar het gebouw staat. De omgang met kerkgebouwen die (op termijn) leeg komen te staan en/of waar een ander gebruik voor wordt gezocht, vergt een genuanceerde benadering (maatwerk) omdat ieder kerkgebouw zijn eigen potentieel en karakteristieken heeft. De extra maatregelen die voor deze categorie kerkgebouwen worden ingezet

Beleidskader Kerkgebouwen | Gemeente Leeuwarden

zijn gericht op maatwerkondersteuning bij het transformatieproces. 5.5 Afwegingskader gemeentelijke ondersteuning We hebben in de gemeente Leeuwarden te maken met een grote variatie aan kerkgebouwen. Om keuzes te kunnen maken voor welke gebouwen de gemeente zich extra inspant, is een afwegingskader gemaakt. In dit afwegingskader wordt iedere kerk zo objectief mogelijk gewogen aan de hand van zes factoren. De erfgoedwaarden van het gebouw tellen hierin zwaar mee. Zo wordt de inzet van de gemeente vooral gericht op kerken met monumentale waarden. Hierbij moet worden opgemerkt dat ook binnen de groep kerken met monumentale waarden grote verschillen kunnen bestaan, al naar gelang factoren als gaafheid, zeldzaamheidswaarde en verhalende kwaliteit. Met het afwegingskader wordt een eenduidig gebouwenbeleid geborgd. Dit biedt meer duidelijkheid aan gebouweigenaren over wat de gemeente kan bieden.

HET AFWEGINGSKADER Via het afwegingskader worden zes verschillende factoren van het kerkgebouw integraal verkend en vervolgens gewaardeerd. De eigenaar wordt hier ook bij betrokken. De aspecten 1 en 2 leveren elk maximaal 20 punten op. De aspecten 3 tot en met 6 elk maximaal 10 punten. Dit levert een totaalscore van maximaal 80 punten. Bij een minimale score van 35 punten komt het gebouw in de categorie ‘bijzonder’ en vanaf 50 punten in de categorie ‘top’. Door het zwaarder laten wegen van de erfgoedwaarden (aspect 1 en 2) komen de rijks- en gemeentelijke monumenten in de categorie ‘bijzonder’ en een aantal daarvan in de categorie ‘top’. Omdat niet alles in cijfers is te vatten, zal er ook een kwalitatieve beoordeling plaatsvinden. Samen met de puntenscore bepaalt dit uiteindelijk de categorie waarin het kerkgebouw terecht komt.

15

HET AFWEGINGSKADER 1. Waardering erfgoed exterieur • Gaafheid en oorspronkelijkheid • Ouderdom • Zeldzaamheid • Architectonisch en bouwhistorische waarde

2. Waardering erfgoed interieur • Gaafheid en oorspronkelijkheid • Ouderdom • Zeldzaamheid • Herkenbaarheid liturgische opstelling • Architectonisch, bouwhistorische en kunsthistorische waarde

3. Waardering sociaal-maatschappelijk • Bijdrage aan de sociale cohesie • Rol in activiteiten in en om het dorp/de wijk • Toegankelijkheid/opentelling • Graven familie/bekenden op het kerkhof

4. Waardering cultuurhistorie • Ouderdom • Rol gebouw in geschiedenis van dorp of stad • Gebouw als identiteitsmarker (verhalen, gebruiken)

5. Waardering ligging • Beschermd stads- of dorpsgezicht • Stedenbouw-kundige situering (terp, kerkhof ) • Zichtbaarheid/landmark • Ensemblewaarde

6. Waardering economisch/toeristisch/ recreactief potentieel • Trekpleister • Locatie en bereikbaarheid • Nabijheid voorzieningen • Mogelijkheden functieverander-ing(en) • Transformatie-mogelijkheden onroerend goed

TOELICHTING OP DE FACTOREN 1. Waardering erfgoed exterieur Hier gaat het over architectuurhistorische en bouwhistorische waarden. Kerkgebouwen, zowel rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten als kerkgebouwen zonder beschermde status, zijn als beeldbepalende gebouwen betekenisvol door de ruimtelijke kwaliteit, niet alleen in de binnenstad van Leeuwarden, maar ook in dorpen en buurtschappen. Een hoge mate van gaafheid en oorspronkelijkheid, hoge ouderdom en zeldzaamheidswaarde geven een hoge waardering. 2. Waardering erfgoed interieur Ook in een kerkgebouw kan er sprake zijn van erfgoedwaarden, zoals een compleet interieur of een bijzondere preekstoel, een herenbank en/ of een orgel, die elk apart maar ook in hun onderlinge samenhang het verhaal van het gebouw vertellen. 3. Waardering maatschappelijk Kerkgebouwen zijn gebouwen met een belangrijke sociale component. Het zijn plekken met emotionele betekenis voor veel mensen. Door hun ligging zijn het lokaal toegankelijke plekken van ontmoeting en verbinding, die een bijdrage leveren aan de leefbaarheid. Activiteiten in de kerkgebouwen kunnen een bijdrage leveren aan sociale cohesie in de omgeving. Een sterkere betrokkenheid van de omgeving bij de kerk geeft een hogere score in het afwegingskader. 4.

Waardering cultuurhistorie De cultuurhistorie vertelt in welke mate de kerk onderdeel is van en verbonden is met de geschiedenis van wijk of dorp. Een verbondenheid die vaak samenhangt met de ouderdom van het gebouw. Een kerkgebouw kan het hart van de wijk of het dorp vormen en bepalend zijn voor de identiteit van de omgeving. Hoe meer het gebouw vervlochten is met de lokale geschiedenis en met verhalen, hoe hoger de score zal zijn.

16

Beleidskader Kerkgebouwen | Gemeente Leeuwarden

5. Waardering ligging Oprijzend uit het landschap of midden in het centrum fungeren kerkgebouwen als oriëntatiepunten en identiteitsmarkers met vaak een grote cultuurhistorische én symbolische waarde. Hier gaat het om de stedenbouwkundige waarde van het gebouw: is het gebouw beeldbepalend voor een dorp of wijk? De zichtbaarheid van het gebouw van grote afstand speelt hierin een rol. Hiernaast kan de oorspronkelijke situering van het gebouw nog herkenbaar zijn en/of het gebouw een ensemble vormen met andere ruimtelijke elementen in de omgeving. Zoals een karakteristieke ringweg met bebouwing op een dorpsterp. 6. Waardering economisch/ toeristisch/ recreatief potentieel Karakteristieke kerken hebben toeristische waarde door hun rijke geschiedenis, oude architectuur en de weerspiegeling van lokale tradities en cultuur. Ze dragen bij aan de identiteit en beleving van een gebied, wat belangrijk is voor (bezinnings)toerisme. Deze kerken bieden kansen voor duurzaam en langzaam toerisme, mits de locatie, bereikbaarheid en voorzieningen goed zijn. Daarnaast hebben ze potentieel voor toeristische en economische ontwikkeling door functie-uitbreiding. Denk hierbij aan het omvormen van kerken tot historische beleefcentra, sfeervolle cafés en restaurants of muzikale evenementen.

Door deze multifunctionele benadering kunnen kerken niet alleen hun toeristische aantrekkingskracht vergroten, maar ook bijdragen aan de lokale economie en gemeenschap.

5.6 Inzet per categorie Hier volgt een overzicht met een toelichting van de gemeentelijke inzet voor elk van de drie categorieën kerkgebouwen ‘basis’, ‘bijzonder’ en ‘top’. Deze indeling is afhankelijk van meerdere factoren, daarom is hiervoor een afwegingskader gemaakt (zie paragraaf 5.5). Inzet voor de ‘basis’ kerkgebouwen

a. het instellen van een ‘kerkenloket’: één centraal punt voor toegang tot informatie bij de gemeente voor vragen van eigenaren van kerkgebouwen b. het faciliteren van het delen van algemene kennis en ervaring tussen kerkgebouweigenaren onderling en door de gemeente c. gestructureerd inzicht bieden in financiële regelingen specifiek voor kerkgebouwen d. binnen gebiedsprocessen vastgoed- en grondbezit van eigenaren van kerkgebouwen een plek geven. e. stimuleren dat kerkeigenaren overzicht hebben van wie op zoek is naar een kerkgebouw

Beleidskader Kerkgebouwen | Gemeente Leeuwarden

Inzet voor de ‘bijzondere’ kerkgebouwen

a t/m e, en: f. binnen bestaande gemeentelijke regels en processen de belangen van (monumentale) kerkgebouwen goed borgen g. samen met provincie en andere (overheids) partners op zoek gaan naar vernieuwende financieringsmodellen die duurzame instandhouding van (monumentale) kerkgebouwen ondersteunen h. meedenken met en doorverwijzen naar deskundigen wanneer eigenaren overwegen om hun kerkgebouw een andere functie of nevenfuncties te geven

Inzet voor de ‘top’ kerkgebouwen

a t/m h, en: i. het leveren van maatwerk ondersteuning, daarbij inspelend op de specifieke context van het kerkgebouw 17

5.6.1 Toelichting a. het instellen van een ‘kerkenloket’ We willen als gemeente Leeuwarden goed benaderbaar en bereikbaar zijn voor eigenaren van kerkgebouwen. De toegang tot de gemeente vindt nu ongestructureerd plaats via meerdere kanalen en soms is er pas bij een vergunningaanvraag een eerste contact. Een vroegtijdig contact helpt om goede advisering en processen van herbestemming en transformatie te vergemakkelijken. We maken het vooroverleg zo laagdrempelig mogelijk door via onze website toegang tot de juiste mensen te bieden. We noemen dit een kerkenloket. Het gaat dus niet om een fysiek loket, maar een heldere (digitale) ingang bij de gemeente en bijbehorende contactpersonen. De exacte invulling hiervan werken we nader uit. b. kennisdeling van gebouweigenaren onderling en door de gemeente Met het organiseren van een netwerkoverleg bevorderen we kennisdeling tussen gebouweigenaren onderling en met de gemeente.

Ook draagt het bij aan het laagdrempelige contact met de gemeente dat we nastreven. Kerkeigenaren hebben grote kunde wat betreft het investeren in het duurzaam voortbestaan van hun kerkgebouw(en). Onderling uitwisselen van kennis en ervaring is leerzaam voor alle betrokkenen. De gemeente Leeuwarden is een vraagbaak voor kerkeigenaren en beheerders wat betreft erfgoed, verduurzaming, natuur en biodiversiteit. De gemeente wil een duurzaam toekomstperspectief voor kerkgebouwen bevorderen door het delen van opgedane ervaringen en kennis te stimuleren via een regulier netwerkoverleg. Voorop staat dat dit gevoed dient te worden vanuit de gebouweigenaren: waar hebben zij behoefte aan, welke thema’s willen zij agenderen? Een netwerk kan alleen bestaan als alle netwerkpartners actief bijdragen, zowel in voorbereiding als in aanwezigheid en het inbrengen van kennis en ervaring. De frequentie van de overleggen zal ook hiervan afhankelijk zijn.

c. gestructureerd overzicht bieden in financiële regelingen Er bestaan diverse financiële regelingen, bijvoorbeeld voor herbestemming en verduurzaaming. Elke regeling kent weer zijn eigen doelgroepen en voorwaarden, waardoor het lastig is voor eigenaren om hier hun weg in te vinden. We willen een manier vinden om dit voor de eigenaren overzichtelijk te maken. d. binnen gebiedsprocessen vastgoed- en grondbezit van eigenaren van kerkgebouwen een plek geven. Binnen gebiedsprocessen onderzoeken op welke manieren instandhouding van een kerkgebouw ondersteund kan worden. Hierbij kan naast het gebouw ook gekeken worden naar landerijen (voor agrarisch gebruik) in bezit van dezelfde eigenaren/ kerkgenootschappen e. stimuleren dat kerkeigenaren overzicht hebben van wie op zoek is naar een kerkgebouw In de enquêtes en gesprekken tijdens het participatietraject kerkenvisie is naar voren gekomen dat een religieuze herbestemming van een kerkgebouw de voorkeur heeft. Vaak is echter niet bekend welke religieuze groepen op zoek zijn naar een ander onderkomen. We willen stimuleren dat hier een systeem voor wordt opgezet zodat aanbod en vraag beter op elkaar kunnen worden afgestemd. f.

binnen bestaande gemeentelijke regels en processen de belangen van (monumentale) kerkgebouwen goed borgen Inzicht krijgen in de belangen van kerkgebouwen, in al hun diversiteit, en zorgen dat dit in meerdere beleidsvelden wordt meegenomen. g. samen met provincie en andere (overheids) partners op zoek gaan naar vernieuwende financieringsmodellen die duurzame instandhouding van (monumentale) kerkgebouwen ondersteunen Het probleem van ontkerkelijking speelt niet alleen in onze gemeente. Daarom willen we kennis en krachten bundelen met andere (overheids)partners. Zijn er vernieuwende financieringsmodellen mogelijk waarbij zowel overheid als samenleving deelnemen?

18

Beleidskader Kerkgebouwen | Gemeente Leeuwarden

Beleidskader Kerkgebouwen | Gemeente Leeuwarden

h. meedenken met en doorverwijzen naar deskundigen wanneer eigenaren overwegen om hun kerkgebouw een andere functie of nevenfuncties te geven Een goede neven- of herbestemming vraagt vaak specialistische kennis die een eigenaar meestal niet zelf heeft. Een deskundige partij die adviseert en meedenkt kan zorgen voor een duurzamer resultaat. Een grondige haalbaarheidsstudie (functioneel, ruimtelijk, financieel) is daarvoor een goed instrument. i. het leveren van maatwerk ondersteuning, daarbij inspelend op de specifieke context van het kerkgebouw. Vanwege hun zeer hoge maatschappelijke waarde en het feit dat deze kerkgebouwen elk hun zeer specifieke opgave en context hebben, wil de gemeente voor deze kerkgebouwen maatwerk leveren.

19

6. Transformatie van huidig naar toekomstig gebruik 6.1 Beleidslijn voor transformaties van kerkgebouwen Om een kerkgebouw te kunnen behouden voor de toekomst zijn transformaties soms onvermijdelijk. Transformaties bestaan uit wijzigingen in gebruik, wijzigingen in de eigendoms- en beheersstructuur en wijzingen aan, in of bij het gebouw. Transformaties zijn niet uniek in de geschiedenis: ook in het verleden hebben veel kerkgebouwen transformaties ondergaan om het gebouw te behouden of om het aan te passen aan eigentijdse gebruikswensen. In dit beleidskader schetsen we hier een algemene beleidslijn die we bij transformaties willen volgen. 6.2 Uitgangspunten We hanteren de volgende algemene uitgangspunten bij het transformatieproces: • De monumentale kerkgebouwen blijven als gebouw behouden, zo mogelijk met een religieuze functie, aangevuld met ander ‘toegestaan’ gebruik. • Bij voorkeur blijven de gebouwen publiek toegankelijk: bij eventuele herbestemming heeft een herbestemming met een publieke (ontmoetings)functie de voorkeur boven een herbestemming met een private functie. Dit geldt nog extra voor de ‘topkerken’. • Nieuw gebruik is bij voorkeur omkeerbaar. • Nieuw gebruik is gestoeld op een visie voor langdurig behoud van erfgoedwaarden, ook van het interieur. • Er wordt gezocht naar oplossingen met een open blik en bredere scope dan alleen het gebouw zelf.

• Er wordt rekening gehouden met en eventueel samengewerkt met al bestaande voorzieningen in de omgeving. • Er wordt gezocht naar combinaties van functies in plaats van alleen naar eendimensionale oplossingen, afhankelijk van de uitgangspunten van de kerkgemeenschap. • Er wordt gekeken naar haalbaarheid. • Er wordt gekeken naar betaalbaarheid. • De transformatie past bij het omgevingsplan.

Transformaties van kerkgebouwen pakken we als volgt op: Stap 1: Initiatief bij de eigenaar van het kerkgebouw De eigenaar van een kerkgebouw meldt aan de gemeente dat hij voorziet dat het huidige gebruik van het gebouw op (korte) termijn zal worden beëindigd, bijvoorbeeld omdat de lasten te hoog worden. Dit kan gaan om een gebouw in religieus gebruik, of een al herbestemd kerkgebouw. De eigenaar van het kerkgebouw neemt daarmee het initiatief om te komen tot een (her)transformatie van het gebouw. De gemeente zal nooit eigenstandig een initiatief tot transformatie nemen. Dit is ook niet mogelijk omdat de gemeente geen eigenaar van het gebouw is. Stap 2: Aanvullen van het afwegingskader Elk kerkgebouw heeft zijn eigen specifieke eigenschappen. Om die inzichtelijk te maken, wordt het afwegingskader door de gemeente, samen met de eigenaar, ingevuld (zie hoofdstuk 5). Hierdoor ontstaat een integraal beeld van het kerkgebouw. Ook wordt (definitief ) duidelijk in welke categorie het kerkgebouw valt en daarmee wat de gemeentelijke inzet in het transformatieproces zal zijn. Stap 3: Toekomstscenario’s onderzoeken De eigenaar van het kerkgebouw onderzoekt de mogelijke toekomstscenario’s voor transformatie van het gebouw. De gemeentelijke ondersteuning hierbij is afhankelijk van de categorie waarin het kerkgebouw zit.

Stap 4: De transformatieladder: van huidig gebruik naar toekomstig gebruik De transformatie van een kerkgebouw vraagt om zorgvuldige en gefundeerde afwegingen. Daarvoor wordt gewerkt met de transformatieladder. Op deze ladder kunnen zes ‘treden’ van steeds verdergaande vormen van transformatie worden gezet. Het onderzoek naar een nieuwe toekomst voor kerkgebouwen begint altijd bij trede 1. Pas als die stap niet leidt tot bevredigende oplossingen of niet van toepassing is komt trede 2 in beeld, en zo verder.

6.3 Het transformatieproces 20

Beleidskader Kerkgebouwen | Gemeente Leeuwarden

6.4 De transformatieladder 1. Religieus gebruik als hoofdfunctie (met eventueel nevengebruik) 2. Meervoudig gebruik (met religieus gebruik)

A. Toekomstbestendig herbestemd B. Niet toekomstbestendig herbestemd

3. Gebruik met publiek toegankelijke functie

4. Privaat gebruik

5. Tijdelijk gebruik of leegstand

6. Sloop en herontwikkeling

Trede 1: Religieus gebruik als hoofdfunctie De eigenaar van het kerkgebouw heeft aangegeven dat naast het religieus hoofdgebruik ook in meer of mindere mate nevengebruik nodig is. Hiervoor zijn soms wel (bouwkundige) aanpassingen nodig. Trede 2: Meervoudig gebruik (met religieus gebruik) Naast het religieus gebruik vindt er ook medegebruik door anderen plaats. Voorbeelden zijn culturele activiteiten zoals concerten, exposities, evenementen. Door het gebouw meervoudig te gebruiken komt het gebouw meer midden in de samenleving te staan en krijgt het een sterkere en bredere maatschappelijke betekenis. Soms zijn daarvoor aanpassingen aan het gebouw noodzakelijk. Trede 3: Gebruik met publiek toegankelijke functie Als meervoudig gebruik niet mogelijk is of onvoldoende oplossing biedt, óf als de religieuze functie toch zal verdwijnen, is een verdere stap richting herbestemming nodig. Bij de monumentale kerken zal in eerste instantie moeten worden gezocht naar herbestemming met één of meer functies waarbij het gebouw publiek toegankelijk blijft. Om een gebouw (deels) publiek toegankelijk te houden, ligt een transformatie naar een culturele Beleidskader Kerkgebouwen | Gemeente Leeuwarden

of sociaalmaatschappelijke functie het meest voor de hand. Daarnaast kunnen functies met een publiek toegankelijke foyer ook worden toegepast. In sommige gevallen kan een combinatie van functies met een verschillend karakter noodzakelijk zijn. Hiervoor kunnen aanpassingen aan het gebouw nodig zijn, bijvoorbeeld het toevoegen van volume buiten de oorspronkelijke kerk. Door het kerkgebouw op deze manier te transformeren blijft het gebouw van betekenis voor de samenleving en blijft het een levendige plek met een verbindend karakter. Voorbeelden: bibliotheek, boekhandel, detailhandel, horeca, concertzaal. Trede 4: Gebruik met private functie, niet publiek toegankelijk Als een publieke functie niet haalbaar blijkt, kan er worden gekeken naar private functies. Ook dan zal er moeten worden gezocht naar een mogelijkheid om (een deel van) het kerkgebouw en het verhaal ervan beleefbaar te houden. In dit geval blijft het gebouw slechts in materiële zin visueel aanwezig in het straat- of stedenbouwkundig beeld. Voorbeeld: appartementengebouw. Trede 5: Tijdelijk gebruik of leegstand Als de voorgaande stappen geen haalbare transformatie opleveren, kan het kerkgebouw wellicht een tijdelijke functie krijgen (of tijdelijk leeg staan). Daarmee blijft het gebouw nog behouden, wachtend op een betere toekomst.

De ervaring leert dat dit in veel gevallen uiteindelijk alsnog tot een geslaagde transformatie leidt. Trede 6: Sloop en herontwikkeling Sloop van het gebouw met herontwikkeling van de locatie betekent dat de aanwezige waarden verloren gaan. Dit is de allerlaatste en onwenselijke stap, en voor de monumentale kerkgebouwen in principe niet aan de orde. In de herontwikkeling moet voldoende referentie zitten naar de waardevolle elementen/ details van het voorgaande kerkelijke bouwwerk. Trede A en B: De transformatieladder kan ook gebruikt worden voor kerkgebouwen die al zijn herbestemd. Wanneer de herbestemming niet toekomstbestendig is en er bijvoorbeeld te weinig inkomsten zijn om het gebouw duurzaam in stand te houden, dan kan de ladder vanaf trede 3 worden gebruikt.

21

7. Vervolg 7.1 Rollen en afspraken We geven met dit Beleidskader de omgang met kerkgebouwen vanuit gemeentelijke optiek vorm. We hebben de bevindingen van het participatieproces uitgewerkt. De rol(len) en verantwoordelijkheden van gemeente en eigenaar ten aanzien van het behoud van kerkgebouwen zijn verduidelijkt. Ook beschrijft het beleidskader hoe dit geoperationaliseerd worden via inhoudelijke en procesmatige afspraken. Kerkgebouwen krijgen een betere positionering binnen de gemeentelijke organisatie. Het is helder welke beleidsvelden een relatie hebben met de kerkgebouwen. De gedeelde verantwoordelijkheid die we als gemeente in relatie tot kerkgebouwen voelen, vertaalt zich naar de uitwerking welk toekomstperspectief past bij elk afzonderlijk gebouw, binnen de kaders van de verschillende beleidsvelden. 7.2 Voorlopige indeling kerkgebouwen Voor de uitvoering van dit beleidskader is het nodig om inzicht te hebben welke kerken in de categorieën ‘basis’, ‘bijzonder’ en ‘top’ vallen. Het afwegingskader, bestaande uit 6 factoren, is de basis van deze selectie. Een aantal van deze factoren kan pas ingevuld worden op het moment dat een eigenaar van een kerkgebouw zich bij de gemeente heeft gemeld. Het is nodig om op een eerder moment al een (voorlopige) indeling te maken. Daarom wordt een eerste indeling gemaakt.

Ten eerste vallen alle kerkgebouwen zonder een monumentstatus in de categorie ‘basis’. De kerkgebouwen met een monumentstatus vallen in de categorie ‘bijzonder’. Om tot een selectie van ‘top’ kerkgebouwen te komen, wordt een aantal monumentale kerkgebouwen onderzocht door middel van een quick scan in de vorm van een ‘lichte’ bouwhistorische verkenning met waardenstelling van exterieur en interieur, om alvast invulling te geven aan de factoren 1. ‘Waardering erfgoed exterieur’, 2. ‘Waardering erfgoed interieur’ en 5. ‘Waardering ligging’. Hiermee wordt de helft van de factoren van het afwegingskader gebruikt. De kerkgebouwen krijgen zo een voorlopige categorieindeling. Op het moment dat een eigenaar van een kerkgebouw zich bij de gemeente meldt met een transformatievraag, zal het afwegingskader verder

22

worden ingevuld en komt het kerkgebouw in een definitieve categorie. Deze kan afwijken van de voorlopige categorie-indeling. 7.3 Financiering Dit beleidskader presenteert een aantal manieren waarop de gemeente eigenaren ondersteuning kan bieden om kerkgebouwen een duurzame toekomst te geven. De beoogde gemeentelijke inzet om dit doel te behalen, bestaat uit beleids- en procesmatige activiteiten die binnen de reguliere werkzaamheden opgepakt kunnen worden. 7.4 Doorwerking in de dagelijkse praktijk De introductie van het afwegingskader is een hulpmiddel voor een integrale benadering. Werkenderwijs gaan we ontdekken of op deze manier de diverse belangen voldoende plek hebben. Natuurlijk is vooral ook de vraag of het werkbaar is. We gaan ervan uit dat we een hulpmiddel introduceren om open en transparant met gebouweigenaren de afweging te maken welke waarden een gebouw heeft en welk perspectief voor de toekomst daarbij past.

Beleidskader Kerkgebouwen | Gemeente Leeuwarden

Beleidskader Kerkgebouwen | Gemeente Leeuwarden

23

09/2025 24

Beleidskader Kerkgebouwen | Gemeente Leeuwarden

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=d814d0db-3dee-46bf-ad7c-774962b4c4a9