CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidskader Biodiversiteit

Besluitvorming (raad) 4 december 2024, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Beleidskader Biodiversiteit10.991 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Concrete maatregelen worden uitgewerkt en op kosten gezet in verschillende uitvoerings­ agenda’s. De komende twee jaar komen deze maatregelen voornamelijk in de uitvoerings­ agenda Vergroening en de uitvoeringsagenda Biodiversiteit. Via de MTR zijn twee voorstellen aangedragen voor de dekking van concrete maatregelen in de beide agenda’s. De MTR heeft haar eigen besluitvormingstraject en wordt uiteindelijk vertaald in de Begroting voor 2025. Ook is er een gemeentelijk investeringsfonds voor energie, klimaat en biodiversiteit. Vanuit dit fonds worden een aantal aanvragen voorbereid waarin thema’s vergroening en biodiversiteit in zijn meegenomen (o.a. vergroening binnenstad en groene schoolpleinen).

33

34

| BELEIDSKADER BIODIVERSITEIT

Bijlage 1: Begrippenlijst 10-20-30 van Santamour: een vuistregel om voldoende diversiteit te garanderen in het bomen- en struikenbestand: niet meer dan 10% van één soort, niet meer dan 20% van één geslacht en niet meer dan 30% van één familie. In Leeuwarden maken de tien meest voorkomende boomsoorten ruim 45% van het totale bomenbestand uit. De Fraxinus excelsior (Es) en Ulmus (Iep) wegen zwaar mee in de statistieken.

Coolspot: groene ruimte van ten minste 200 vierkante meter.

3-30-300: een landelijk veel gebruikte norm bij de inrichting van een klimaatadaptieve leefomgeving: 300 meter afstand tot een groene coolspot, 30% groen in de wijk, 3 bomen zichtbaar vanuit ieder slaapkamerraam. Leeuwarden heeft zijn eigen (ecologische) uitdagingen en deze norm is niet overal haalbaar. Onze gemeente is van oudsher waterrijk met hoge waterpeilen; daarom mag een deel van die 30% niet groen zijn maar blauw en kiezen we voor planten die goed om kunnen gaan met hogere waterstanden.

Ecologie: Ecologie komt van het oud-Griekse woord “oikos”, dat huis betekent. Ecologie is de leer van het huis: welk ‘huis’ heeft een soort nodig? Wat ademt zij, wat eet zij, wat drinkt zij, wat heeft ze nodig om te floreren? Kenmerkend voor de ‘huizen’ van verschillende soorten is dat ze met elkaar in verbinding staan: de ene soort vormt de basis voor de ander. Een systeem van verbonden ‘huizen’ heet een ecosysteem. Planten en bomen maken bijvoorbeeld onderdeel uit van het ecosysteem waar de mens in floreert, want zij produceren de zuurstof die mensen ademen.

Analyse Soorten van Fries belang: Een lijst opgesteld door de provincie Fryslân met soorten die extra aandacht krijgen in Fryslân, bijvoorbeeld omdat ze in aantal afnemen of omdat Fryslân een belangrijk leefgebied is voor deze soort.

Groenblauwe structuur (of -omgeving): Deze term wordt gebruikt om een netwerk van groene en blauwe elementen in een bebouwde omgeving te beschrijven. Er wordt een structuur of omgeving mee bedoeld, waar in verhouding tot het bebouwde of verharde oppervlak best veel bomen, struiken, planten (groen) of water (blauw) aanwezig zijn. Voorbeelden zijn: parken, bossen, vijvers, sloten en meren. Deze structuren zijn belangrijk voor biodiversiteit, onder andere omdat dieren hier hun voedsel zoeken. Het buitengebied kan beschouwd worden als groenblauwe regio.

Basis Kwaliteit Natuur: De benodigde voorwaarden om algemene soorten algemeen te laten zijn, blijven of worden. Het is de minimale kwaliteit van het leefgebied van soorten die nodig is. Dit concept is in opdracht van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedsel­ kwaliteit door Naturalis Biodiversity Center ontwikkeld en wordt momenteel landelijk verder uitgewerkt. Totdat die landelijke uitwerking er ligt, geven wij hier op gemeentelijk niveau zo goed mogelijk invulling aan. Biodiversiteit: Biodiversiteit is de verscheidenheid van het leven op aarde . Het gaat om de verschillende soorten planten, dieren, micro-organismen en schimmels, het genetisch materiaal dat zij bevatten, de levensgemeenschappen die zij vormen en de ecosystemen waarin zij leven.17

Doelen Overige Wateren: Doelafleiding voor wateren binnen de bebouwde kom, ontwikkeld door het Wetterskip samen met o.a. gemeente Leeuwarden. Deze doelafleiding is nog in ontwikkeling.

IPBES: Intergovernmental Science-Policy Platform on Biodiversity and Ecosystem Services (IPBES). Een onafhankelijk orgaan, opgericht door een aantal overheden met als doel om beter de verbinding te kunnen leggen tussen wetenschap en beleid op het gebied van biodiversiteit en ecosysteemdiensten. Dit met het oog op behoud en duurzaam gebruik van biodiversiteit, het welzijn van de mens op de lange termijn en duurzame ontwikkeling.

Bodem en Water sturend: Deze term verwijst naar de kamerbrief (25-11-2022) met dezelfde

Veenoxidatie: Veen dat niet meer onder water staat maar aan de buitenlucht wordt bloot-

titel, waarin wordt beschreven hoe de inrichting van Nederland water en bodem sturend kan worden gemaakt. Dit houdt in dat we meer meebewegen met het natuurlijke systeem en rekening houden met toekomstige (klimaat)scenario’s. Zo zorgen we ervoor dat er in de toekomst voldoende en schoon water is en de bodems gezond zijn.

gesteld, verteert langzaam. Dat heet oxideren. Daarbij komen grote hoeveelheden CO2 vrij. Jaarlijks stoten de veenweides in Friesland zo’n 1,6 megaton aan CO2 uit: 30% van wat er in Friesland wordt geproduceerd. Op veel plaatsen in Friesland wordt de veenlaag steeds dunner.

17

Compendium voor de leefomgeving

18

Staat van instandhouding Haas en konijn, website Wageningen University & Research

BELEIDSKADER BIODIVERSITEIT |

Biosfeer: de biosfeer is het gedeelte in, op of boven de aarde waar leven mogelijk is.

Staat van instandhouding: De staat van instandhouding is een maatstaf die wordt gebruikt om de duurzaamheid van een bepaalde wilde dierpopulatie te bepalen: hoe gaat het met de soort en wat is de verwachting op de middellange termijn?18

35

Bijlage 2: Overzicht van gemeentelijke ambities Ambities Omgevingsvisie

BASIS stad en dorpen ruimte voor stadsuitbreiding buitengebied bedrijventerreinen vliegveld hoofdwegen spoorlijn station water parken natuurgebied

De Omgevingsvisie Leeuwarden Verbinden, Vergroenen, Verwaarden bevat een aantal algemene uitspraken en doelen op het gebied van biodiversiteit. Daarnaast benoemt de Omgevingsvisie bij elk gebiedstype het belang van het versterken van de biodiversiteit. “Leeuwarden is in 2028 het hart van een bijzondere groenblauwe regio.”

LEEUWARDEN SPOORZONE 20202050 1 2 3 4

“Wij willen de bestaande groen-lauwe structuren daar waar mogelijk herstellen, versterken en uitbreiden. Dit moet leiden tot een toekomstbestendige leefomgeving. Een leefbare gemeente voor mens, dier en plant en een omgeving die bevorderlijk is voor biodiversiteitsherstel, klimaatadaptatie en gezond leven.”

5 6 7 8

mobiliteitshub Werpsterhoeke stadsuitbreiding Middelsee vervanging spoorbrug HRMK kansen transformatie de Zwette transformatie Spoordok Media- en innovatiecampus locatie NDC verdieping spoor bereikbaarheid bedrijventerrein Merodestraat

VERWAARDEN spoorzone 2020-2050 versterken campusidentiteit versterken dairy campus versterken hoger onderwijs en onderzoek versterken energiecampus versterken watercampus VERBINDEN

| BELEIDSKADER BIODIVERSITEIT

“De gemeente Leeuwarden gaat voor een groenblauwe netwerk in het bebouwde gebied (stad en dorpen) waarin alle inwoners kunnen wandelen, verkoeling zoeken, recreëren en genieten van een rijke stadsnatuur. En we streven naar verbinding met het buitengebied en recreatiegebieden zoals de Groene Ster. Herstel en versterking van het groenblauwe netwerk is niet alleen een kwestie van een goed ingerichte bovengrondse ruimte. Ook de ondergrondse ruimte in de bodem moet daarvoor geschikt zijn (denk aan: vruchtbaarheid, voldoende water) en beschikbaar zijn (dus geen kabels en leidingen, of andere constructies of obstakels). Dit leidt tot de doelstelling om in de komende jaren ook de ondergrondse planning en ordening goed op orde te brengen.”

36

“Wij gaan in ons buitengebied voor biodiversiteitsherstel en klimaatadaptatie, waarbij we bewaken dat er een goed en werkbaar evenwicht is tussen l andschappelijke waarden, landbouw, klimaat, natuur, cultuurhistorische waarden, ondernemerskansen en samenleving. Wij besteden daarbij ook aandacht aan het overstromingsrisico, zowel in het buitengebied als in de stad en de dorpen. Vast staat dat we in 2035 klimaatadaptief zijn en dat de biodiversiteit is toegenomen.”

“Wij zetten ons in om de aanwezige natuurwaarden te behouden. Natuurgebieden staan niet op zichzelf. We beschouwen het buitengebied als een geheel en zorgen ervoor dat ontwikkelingen in het buitengebied geen onomkeerbare negatieve gevolgen hebben voor de aangewezen natuurwaarden.”

stedelijk vernieuwingsgebied voorzieningencentrum van Fryslân toegankelijke binnenstad mobiliteitshub woningbouw VERGROENEN zoekgebied energieopgave bescherming natuurgebieden groenstructuren verbinden

6

5 4 3

2

1

7

8

“Wij gaan een zo groot mogelijke bijdrage leveren aan de landelijke doelstelling voor CO2-vastlegging in bomen, bos en natuur en leveren daarmee een bijdrage aan de bossenstrategie van rijk en provincie. Wij streven naar een manier die past bij de waarde en identiteit van het open landschap. Wij richten ons op meer bomen in de bestaande stad en aan de randen van dorpen en aansluiting bij historische landschapselementen en erfbeplantingen.”

Ambities coalitie-akkoord 2022-2026 In het Coalitieakkoord ‘Nu investeren in de toekomst’ zijn verschillende uitspraken en ambities opgenomen met betrekking tot het herstel biodiversiteit. Deze zijn hieronder opgenomen.  

Ambities in het Programma Volhoudbaar In het programmaplan Volhoudbaar is de volgende ambitie opgenomen: “Er is nu sprake van biodiversiteitsverlies. We willen deze negatieve trend zo snel mogelijk ombuigen door ecosystemen te herstellen en de biodiversiteit vanaf te laten 2035 toenemen. Om dit herstel te bereiken zullen wij de komende jaren biodiversiteit, en dus ook een goede water- en bodemkwaliteit meenemen als zwaarwegend kader bij ontwikkeling, inrichting en beheer van onze leefomgeving. In 2030 is deze natuurinclusieve aanpak in Leeuwarden de norm. Daarnaast ambiëren we – in navolging van de provinciale ambitie – dat het aantal bedreigde soorten waar ons Leeuwarder grondgebied belangrijk voor is, elke 10 jaar met 20% af neemt door een toename van plant- en diersoorten.”

“We streven naar een toekomstbestendig voedselsysteem zonder negatieve effecten voor de kwaliteit van lucht, bodem en water. Het veenweidegebied vraagt bijzondere aandacht. De bodemdaling heeft gevolgen voor funderingen, gemeentelijke kapitaalgoederen, natuur, het waterbeheer en de CO2-uitstoot.”

”We willen de gemeente leefbaar houden voor mensen, dieren en planten. Daarom verbeteren we de kwaliteit van water en bodem en herstellen en versterken de biodiversiteit. Daarbij gaat het om zowel een grotere soortenrijkdom als een verminderde kwetsbaarheid van populaties. Via lopende gebiedsprocessen ondersteunen we de vorming van grotere aaneengesloten weidevogelgebieden”

Ook zijn er structureel middelen opgenomen (€250.000) in de begroting voor biodiversiteit en is er een fonds gevormd van €10 miljoen voor energie, klimaat en biodiversiteit.

BELEIDSKADER BIODIVERSITEIT |

“Bodem, water en biodiversiteit nemen we als uitgangspunt bij het inrichten en beheren van de leefomgeving. Ook kijken we naar koppelkansen bij bijvoorbeeld de aanpak van stikstof, duurzame energie, gebiedsontwikkeling en woningbouw. Doel is altijd natuurherstel en daardoor vergroening en meer biodiversiteit. Dit alles pakken we in en met het gebied op. Daarbij werken we samen met de provincie en andere samenwerkingspartners.”

37

Bijlage 3: Wetgeving en beleid andere overheden Wereldwijd: Verenigde Naties Op 19 december 2023 is door de COP15-landen gezamenlijk besloten om 30% van het land en 30% van het water te beschermen als natuurgebied.

Provinciale en landelijke ambities De Ministeries werken aan het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG), waarin de stikstofopgave integraal wordt aangepakt, waarin bodem en water sturend worden bij de inrichting van ons land en de Klimaatopgave een plek krijgt. Doelstelling in het NPLG is onder andere dat in 2050 10% van het landelijk gebied ingericht is met biodiversiteitsrijke landschapselementen in navolging van de EU Biodiversiteitsstrategie. In de landelijke Agenda Natuur inclusief wordt het belang van een basiskwaliteit natuur in bebouwde omgeving en landelijk gebied onderstreept. In het Actieplan - Groei van biologische productie en consumptie legt het Rijk het doel neer om in 2030 te vergroenen naar 15% biologische landbouw.

| BELEIDSKADER BIODIVERSITEIT

De bosstrategie van het Rijk met als doel de aanplant van 37.000 hectare extra bos voor biodiversiteit en vastlegging van CO2 is op provinciaal niveau verder uitgewerkt. Provincie Fryslân wil bijdragen via bomen, bos én natte natuur. Tot en met 2030 heeft de provincie de ambitie om: • Door uitbreiding van bomen, bos en natte natuur de minimale hoeveelheid CO2 vast te leggen die we met een uitbreiding van 10% van ons bosgebied zouden vastleggen. • Bos en landschapselementen te revitaliseren.

38

Bij de uitbreiding van het bosgebied streeft de provincie naar: • 19 hectare bosuitbreiding op kleigronden, o.a. door middel van: - Aanleg of uitbreiding van dorpsbosjes (in de kleigebieden). - Versterking groenstructuren binnen en buiten de bebouwde kom. - Versterking van groenstructuur aan de randen van dorpen en steden (‘groene lopers’). • 36 hectare vergroening (bomen en struiken) op bedrijventerreinen. Wetterskip en Provincie staan aan de lat voor kwaliteit en kwantiteit van het zoetwater en voor het behoud en beheer van onze natuur.

Provinciebreed loopt sinds 2021 het Herstelplan biodiversiteit. Hier werken Provincie, Wetterskip, Friese gemeenten en belangenverenigingen samen aan de regionale biodiver­ siteitsopgave. Ook Leeuwarden is deelnemer van dit herstelplan en trekt als gemeente met de meeste inwoners een van de vijf thema’s: het thema Natuurinclusief werken met als focus onder meer een natuurinclusieve inrichting van de bebouwde kom. Het Herstelplan gebruikt Natuerlik Fryslân 2050 als belangrijke inspiratiebron voor doelstellingen op landschapsniveau.

Europese opgave Vogel- en habitatrichtlijn, European Green Deal en natuurherstelwet, KRW, conferentie Canada. De EU stuurt met de Vogel- en Habitatrichtlijn en met de EU Biodiversity Strategy aan op herstel van oorspronkelijke ecosystemen en kijkt daarbij naar welke natuur behouden moeten blijven in welke landen. Met de Kaderrichtlijn Water (KRW) stelt de EU een norm voor de chemische en ecologische waterkwaliteit. Deze moet in 2027 overal, dus ook in Nederland, goed zijn. Parallel aan de Farm to Fork Strategy heeft de Europese Unie een Biodiversity Strategy ontwikkeld. Doelstelling is onder andere om 10% van het landelijk gebied in te richten met biodiversiteitsrijke landschapselementen zoals rietkragen, hagen en houwallen.

Bijlage 4: Onze rollen We zien voor de gemeente verschillende rollen voor biodiversiteitsherstel. We delen deze rollen in naar het model van de Omgevingsvisie: Reguleren De doelstellingen voor de Natura 2000-gebieden zijn wettelijk bepaald. Regelgeving over het Natuurnetwerk Nederland en provinciale Overige natuur staat in de provinciale verordening. De gemeente houdt zich met zorg aan wetgeving van de Wet Natuurbescherming en regel­ geving in de provinciale verordening. Realiseren Bij de inrichting en het beheer van de openbare ruimte in de gebouwde omgeving staat de gemeente aan het roer, maar als dit kan, komt de gemeente tegemoet aan de wensen van inwoners. De invloed van inwoners op de inrichting van het groen en blauw is groter in woonwijken dan in de groenblauwe structuren. Bij de overdracht van gronden (bij gebiedsontwikkeling) aan derden verandert de rol van de gemeente en neemt haar invloed op inrichting en beheer in sterk af. De gemeente geeft daarom de komende jaren bij de overdracht van gronden in toenemende mate voorwaarden mee voor een natuurinclusieve inrichting.

De gemeente heeft weinig directe invloed op de gevolgen van productie en consumptie voor de wereldwijde biodiversiteit. Hier is onze rol voornamelijk het mogelijk maken van initiatieven vanuit de samenleving die proberen te leiden tot een kleinere voetafdruk. Dit doen we bijvoorbeeld via het Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie 2024-2027 en de Voedselagenda 2024-2026. Rollen en verantwoordelijkheden provincie en andere stakeholders Op Europees niveau zijn belangrijke afspraken gemaakt tussen de lidstaten van Europese Unie over bescherming en herstel van de Europese Natuur. Voorbeelden zijn de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn en de recente Natuurherstelwet. De Rijksoverheid vertaalt deze afspraken naar nationaal beleid en ontwikkelt ook beleid voor de grote wateren, bijvoorbeeld de Waddenzee. De provincies zijn verantwoordelijk voor invulling en uitvoering van het natuurbeleid binnen hun provinciegrenzen en zijn het bevoegd gezag voor de Wet Natuurbescherming. Het Wetterskip is als uitvoeringsorganisatie verantwoordelijk voor de verwezenlijking van provinciaal natuurbeleid dat te maken heeft met de door hun beheerde wateren. Onze inwoners spelen een belangrijke rol bij het halen van natuurdoelstellingen: hun keuzes op het gebied van productie en consumptie en de inrichting van particuliere gronden zijn van grote invloed.

De groenblauwe structuren dragen de biodiversiteit van de gemeente. Behoud en versterking van deze structuren is onmisbaar om de biodiversiteitsdoelstellingen te halen. Versterking vindt plaats door verbeterde inrichting en het oplossen van knelpunten. De gemeente stelt heldere doelen voor de groenblauwe structuren, maakt een plan voor de uitvoering en controleert de groei. De invloed van inwoners op inrichting en beheer is hier kleiner dan in de woonwijken.

Ruggesteunen De gemeente maakt een natuurinclusieve inrichting en vergroening van particuliere gronden mogelijk. De directe invloed van de gemeente op deze gebieden is klein. De gemeente voelt zich wel betrokken bij de stevige opgaven en werkt daarom samen met inwoners, agrarisch collectieven, Provincie en Wetterskip en helpt waar mogelijk initiatieven van inwoners die bijdragen aan de genoemde doelen.

BELEIDSKADER BIODIVERSITEIT |

Regisseren Bij gebiedsprocessen in het landelijk gebied en bij het Gezamenlijk Herstelplan Biodiversiteit hebben we de rol van netwerkende gemeente. De gemeente werkt mee aan (natuur) ontwikkelingen in het landelijke gebied, schuift aan bij gebiedsprocessen en werkt samen met agrarisch collectieven.

39

Bijlage 5: Doelen Overige Wateren (DOW)

| BELEIDSKADER BIODIVERSITEIT

De afgelopen jaren heeft het Wetterskip, onder andere samen met gemeente Leeuwarden, doelen ontwikkeld voor de stedelijke wateren: de doelen overige wateren. Hierbij werkt men met vier, vrij makkelijk te controleren, waterkwaliteitsniveaus:

40

Kwaliteitsniveau Kwaliteitselementen

Laag (1)

Basis (2)

Levendig (3)

Natuurlijk (4)

Bedekkingspercentage algen en/of kroos

> 40%

11-40%

5-10%

< 5%

2

Doorzicht

< 20 cm

> 20 cm

> 40 cm

> 60 cm of bodemzicht

2

Waterplanten (bedekking ondergedoken en drijfblad)

0% van beide lagen of; één óf beide lagen 100% of; ondergedoken 1-5% en geen drijfblad of omgekeerd

Beide lagen 1-5% of; Ondergedoken 6-99 % én drijfblad 0% of omgekeerd.

Ondergedoken 6-99% én drijfblad aanwezig maar niet 11-80% en geen 100% of; Drijfblad 6-99% en ondergedoken aanwezig maar niet 31-80% en geen 100%.

Ondergedoken 31-80% én drijfblad 11-80%.

2

Plantendiversiteit (punten)

Minder dan 13

14-20

21-29

30 en meer

Zwerfvuil in het water

> 10 stuks per 100 m2

3 tot 10 stuks per 1-2 stuks per 100 m2 100 m2

0 stuks per 100 m2

Bedekking oevervegetatie

0%

1-9% of; 90-100% of kademuur

40-79%

10-39 of; 80-89%

Weging

1 1

Bijlage 6: Externe stakeholders betrokken bij het participatieproces Mei 2024 vonden drie meedenksessies plaats met stakeholders in de gemeente. Thema’s en deelnemers waren als volgt: Sessie 1: basiskwaliteit natuur en groenblauwe dooradering in de bebouwde gebieden Deelnemers: Floron, Friese Milieufederatie, Fryske Feriening Foar Fjildbiology, IVN, Sovon, Ravon en Van Hall Larenstein Sessie 2: biodiversiteit over de gemeentegrenzen Deelnemers: gemeente Heerenveen, gemeente Noardeast Fryslân, gemeente Smallingerland, gemeente Tytsjerksteradeel. Sessie 3: biodiversiteit in het landelijk gebied Deelnemers: Agrarisch Collectief Baarderadeel, Agrarisch Collectief It Lege Midden, Agrarisch Collectief Waadrâne, It Fryske Gea, Kening, Landschapsbeheer Friesland, LTO, Provincie Fryslân, Wetterskip

BELEIDSKADER BIODIVERSITEIT |

41

42

| BELEIDSKADER BIODIVERSITEIT

BELEIDSKADER BIODIVERSITEIT |

43

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=487c88b1-6394-467c-b4d4-c2406d33aed0