Beantwoording technische vragen versie 0.3.pdf
Tekst van het document
Beantwoording schriftelijke technische vragen over de jaarstukken 2021 27-06-2022 v0.3 Groenlinks SOCIAAL DOMEIN 1. p.14; eindconclusie in de toelichting op het financieel resultaat vh sociaal domein (6,7 mln) lezen we als een van de redenen: Het gebruik van de minimaregelingen zien we de laatste jaren dalen en ook tijdens de coronacrisis is dit het geval. Dit alles heeft een incidenteel voordeel van 2,3 mln tot gevolg. 1. Kunnen wij van de afgelopen jaren op basis waarvan het teruglopen is geconstateerd een overzicht van de daling ontvangen in percentage (in relatie tot de armoedecijfers)? 2. Wat is er in deze periode op de bekendheid van minimaregelingen ingezet? 3. Is de doelgroep hierbij ook betrokken en zo ja op welke wijze? Antwoord 1: De daling van het aantal gebruikers van de minimaregelingen geldt alleen voor de bijzondere bijstand en de inkomenstoeslag. Het aantal gebruikers van de AV-Frieso is constant en het aantal gebruikers van de studietoeslag is in 2021 gestegen. Hieronder ziet u een overzicht van: Links: de aanvragen bijzondere bijstand in 2019, 2020 en 2021 Rechts: de toegekende inkomenstoeslagen in 2019, 2020 en 2021
Deze cijfers kunnen niet afgezet worden tegen de armoedecijfers, want de armoedecijfers over 2021 zijn nog niet bekend. Wel is in het volgende overzicht te zien dat het aantal bewoners dat een algemene bijstandsuitkering ontvangt de afgelopen jaren (ook) is gedaald:
Antwoord 2: Er is in de afgelopen jaren een flyer gemaakt met een overzicht van de minimaregelingen. Deze wordt jaarlijks meegestuurd met de uitkeringsspecificatie van bijstandsgerechtigden. In 2021 is deze flyer ook meegestuurd met de brief de bewoners ontvangen over kwijtschelding van de 1
gemeentelijke belastingen. Deze flyer is ook neergelegd bij bijvoorbeeld de Wijkteams, het Buurtservicepunt, Gemeentehuis, Ping-loket. Jaarlijks wordt er ook een advertentie over de minimaregelingen geplaatst in de Huis aan huis. Bovendien wordt er tweemaal per jaar online aandacht besteed aan de minimaregelingen door een advertentie te plaatsen op verschillende online media. Antwoord 3: De communicatie rond de minimaregelingen vindt plaats op basis van een communicatiekalender. Voordat deze kalender is opgesteld, is er onder andere input gevraagd aan het Platform Armoede en Schulden en het Buurtservicepunt. In 2022 vindt er een enquête plaats onder de gebruikers van de minimaregelingen om input te krijgen over de manier waarop de bekendheid en de aanvraagprocedure van de minimaregelingen verbeterd kan worden. 2. p.16; Aanpak laaggeletterdheid krijgt lokaal en regionaal vorm Bovendien is de trend ingezet dat aanbod weer terug naar de wijken gaat en er wordt aangesloten op buurtkamers. p.13 eindconclusie lezen we; De zorg en ondersteuning hebben we dichtbij gebracht door de komst van de buurt- en dorpskamers. Echter op p.9 lezen we als eerste punt vd Top 5 van wat beter kan: De buurt- en dorpskamers verder ontwikkelen tot bruisende plekken voor activiteiten en hulp. En op p.12 Verbeterpunten 1. De inrichting van de buurt- en dorpskamers is nog niet op het gewenste niveau.
Daarom blijven we onverminderd doorzetten op de inrichting hiervan, zodat deze de bruisende plekken worden die we voor ogen hebben En op pag 25: Vanwege COVID-19 konden de buurt- en dorpskamers minder open zijn dan gepland (vaak alleen op afspraak), waardoor het nog niet de bruisende plekken zijn die we voor ogen hadden. 1. Zijn er problemen ondervonden bij de aansluiting van de lokale aanpak door de achterstand in de ontwikkeling van buurt- en dorpskamers? Zo ja welke? Zo nee waarom niet? 2. Zijn er problemen ondervonden bij de toegang tot zorg door de achterstand in de ontwikkeling van buurt- en dorpskamers? Zo ja welke? Zo nee waarom niet? 3. Is er een plan van aanpak hoe we we onverminderd doorzetten op de inrichting hiervan, zodat deze de bruisende plekken worden die we voor ogen hebben Antwoorden: Er zijn geen belemmeringen ondervonden. Inwoners hebben via andere kanalen toegang kunnen krijgen tot zorg. Er is een stappenplan gemaakt. Daarnaast worden er met de locaties van de buurten dorpskamers evaluatiegesprekken gepland in samenwerking met de professionals . 3.
2.1.1 Sociaal Domein – Successen a) Op welke manier is de toegang tot de jeugdzorg aangescherpt? Is er een aanscherping gekomen waardoor er minder kinderen/ jongeren tot jeugdzorg worden toegelaten? b) Zo ja, waaruit bestond die aanscherping? c) Zijn door de aanscherpingen mensen niet geholpen die eigenlijk wel geholpen wilden worden? Antwoord: De toegang tot jeugdzorg is aangescherpt door het oprichten van het Jeugdexpertteam in 2020. Dit team bestaat uit jeugdprofessionals die de ondersteuningsbehoefte van ouder(s) en/of jeugdige(n) onderzoeken en passende hulp inzetten. Tevens monitoren zij de jeugdhulp die wordt ingezet en zijn zij verantwoordelijk voor het uitvoeren van taken wanneer er sprake is van onveiligheid van een jeugdige in een gezin (in het geval van kindermishandeling bijvoorbeeld). Het uitvoeren van zorgvuldig onderzoek naar de ondersteuningsbehoefte van het gezin, volgens het afwegingskader van de beleidsregels Jeugdhulp van de gemeente, zorgt ervoor dat gezinnen passende ondersteuning krijgen en daaruit volgt dat hiervoor geen onnodige middelen worden ingezet om het resultaat te bereiken. Het is mogelijk dat gezinnen anders geholpen zijn dan dat zij vooraf hadden gedacht. Echter, alle gezinnen met een ondersteuningsbehoefte, zijn geholpen.
Passende ondersteuning kan in dit geval ook betekenen dat ondersteuning vanuit het voorliggend veld wordt ingezet in plaats van specialistische jeugdhulp.
2
Voor alle aanmeldingen geldt dat via hetzelfde afwegingskader wordt gekeken en passende hulp wordt ingezet. De afgelopen jaren is ook ingezet op de Praktijkondersteuners Huisarts -GGZ Jeugd. Door de ondersteuning die zij bieden, worden jeugdigen laagdrempelig geholpen en is een verwijzing naar specialistische jeugdhulp niet altijd nodig. Programma Jeugdzorg en maatschappelijke ondersteuning 4. p. 24 Subkop: 1. Vernieuwing Jeugdhulp In de derde alinea wordt o.a. verwezen naar de inzet van het Jeugdexpertteam. Er wordt beschreven dat het gaat om de inzet van passende hulp en het beheer van de kosten. a) Staat de dubbele doelstelling van én het verlenen van de juiste hulp én het doorvoeren van besparingen en bezuinigingen niet haaks op elkaar? b) Kan door deze dubbele doelstelling het uitgangspunt van juiste en adequate hulp aan jongeren worden gehaald? Welke garanties kan de gemeente daarvoor geven? Antwoord a: Doordat het Jeugdexpertteam het onderzoek naar de ondersteuningsbehoefte van de ouder(s)/jeugdige (‘de vraag achter de vraag’) grondiger onderzoekt, kan passende jeugdhulp worden ingezet; hulp die aansluit bij wat het gezin daadwerkelijk nodig heeft. Ook het periodiek monitoren en evalueren van de jeugdhulp, zorgt ervoor dat de hulp tijdig kan worden bijgesteld of afgeschaald.
Hierdoor staat de inhoud van de hulp voorop en volgt daaruit dat er geen onnodige middelen worden ingezet om het resultaat te bereiken. Antwoord b: De sociaal werkers van Amaryllis (voor de eerste screening van de hulpvraag) en de Jeugdconsulenten van het Jeugdexpertteam (voor het onderzoek naar de ondersteuningsbehoefte van de ouder(s)/jeugdige en de monitoring/regievoering) werken volgens het afwegingskader dat de gemeente in haar beleidsregels Jeugdhulp heeft gesteld. Hieruit volgt dat de ondersteuningsbehoefte van de ouder(s)/jeugdige centraal staat en dat in gezamenlijkheid met het gezin wordt gekeken naar wat het gezin nodig heeft om daarna, waar mogelijk, zonder hulp zich te kunnen redden. Het uitgangspunt hierin is passende (jeugd)hulp waarbij altijd naar de individuele omstandigheden van de ouder(s)/jeugdige wordt gekeken. 5. p. 24 Subkop: 1. Vernieuwing Jeugdhulp a. De gemiddelde zorgzwaarte voor jeugdigen daalt met 5% ten opzichte van het voorgaande jaar. Dit uit zich in minder zware profielen en/of minder zware intensiteiten van zorg. We zien een toename van de gemiddelde kosten per traject van 5,3%. De gemiddelde kosten van de verwijzingen via de huisartsen zijn gedaald (met 1,7%). De kosten van verwijzingen via alle overige verwijzers zijn gestegen.
Waarbij de kosten van de verwijzingen via medisch specialisten en de rechterlijke macht het meest gestegen zijn, met resp. 27,5% en 10,2%. Vraag: Waarom zijn juist deze kosten zo gestegen? Antwoord: De gemeente heeft alleen inhoudelijk zicht op de beschikkingen die via het Jeugdexpertteam worden afgegeven. Een inhoudelijke onderbouwing voor jeugdhulp die via andere autonome verwijzer wordt ingezet, krijgt de gemeente niet. De kosten van de verwijzingen via medisch specialisten en rechterlijke macht zijn opvallend gestegen, maar we kunnen niet met zekerheid zeggen wat de oorzaak hiervan is. Oorzaken kùnnen zijn (met de kanttekening dat er meer oorzaken kunnen zijn die wij niet kunnen achterhalen) dat er mogelijk meer hulp wordt ingezet bij complexe scheidingen door de rechter (conform het landelijk beeld) en mogelijk meer jeugdigen in de GGZ via een psychiater (medisch specialist) zijn verwezen naar jeugdhulp. 6. p. 24 Subkop: 1. Vernieuwing Jeugdhulp c. Een afname in duur van residentiële zorg met 5% Het aandeel jeugdigen met verblijf neemt af, we zien echter wel een toename van de verblijfsduur. In 2021 waren er 257 unieke cliënten in residentiële zorg en in 2020 waren dat er 268. Het gemiddelde aantal zorgdagen per cliënt is gestegen met 9% (van gemiddeld 155 dagen in 2020 naar gemiddeld 169 dagen in 2021).
Vraag: Waardoor komt de afname van het aandeel jeugdigen en waardoor komt de toename van de verblijfsduur? 3
Antwoord: De gemeente heeft alleen inhoudelijk zicht op de beschikkingen die via het Jeugdexpertteam worden afgegeven. Een inhoudelijke onderbouwing voor (residentiële) jeugdhulp die via andere autonome verwijzer wordt ingezet, krijgt de gemeente niet. Voor wat betreft de afname van het aandeel jeugdigen: de afgelopen jaren is ingezet op ‘zo thuis mogelijk’ opgroeien. Dat betekent dat jeugdigen in de eerste plaats thuis hulp krijgen en als dat niet lukt, dan in een setting die zoveel mogelijk lijkt op ‘thuis’. We zien deze beweging nu terug in de cijfers. We zien dat het beter lukt om de jeugdigen met lichtere problematiek uit verblijfszorg te houden en dat de categorie met een zwaardere ondersteuningsbehoefte overblijft in de residentiële zorg. Dit heeft effect op de gemiddelde verblijfsduur. Daarnaast is het in algemene zin moeilijker om voor deze jeugdigen een passende vervolgplek te vinden. Dat kan ermee te maken hebben dat er een wachttijd is voor een vervolgplek (bijvoorbeeld om een woonruimte te vinden of om bij een andere zorgaanbieder terecht te kunnen) waardoor de jeugdigen langer in de residentiële setting blijven. 7. 2.
Vernieuwing maatschappelijke ondersteuning Start nieuwe Werkwijze WMO goed verlopen – ‘In 2021 is de nieuwe werkwijze voor de WMO onderdelen thuisondersteuning, dagbesteding en hulp bij huishouden gestart.’ Vraag a) Er wordt geconstateerd dat dit proces ‘goed is verlopen’. Kan er worden verduidelijkt met concrete cijfers/beschrijvingen waaruit dit blijkt? b) Er wordt gesteld dat het gelukt is om ‘binnen het budget te blijven.’ Kan er worden verduidelijkt op welke cijfers deze opmerking is gebaseerd? c) Klopt het dat zich een verschuiving binnen de budgetten heeft plaatsgevonden doordat er veel meer en vaker een beroep is gedaan op de budgetten van PGB’s? M.a.w. zijn de bedoelde bezuinigingen op de WMO weer teniet gedaan door meer uitgaven t.b.v. PGB’s? d) Door de herschikking WMO zijn er 56 aanbieders niet meer in beeld bij de gemeente. Kan er inzicht worden gegeven welke consequenties dat heeft gehad voor deze 56 aanbieders? Is er sprake van afslankingen, financiële problemen, het opheffen van(kleine) aanbieders en/of faillissementen? e) Op pagina 25 vierde alinea worden cijfers genoemd over clientervaringen. Kan er worden aangegeven hoe deze cijfers tot stand zijn gekomen? Zijn deze cijfers o.a. gedestilleerd uit vragenlijsten die door bijv.
Sociale Wijkteams aan mensen zijn voorgelegd? f)Wat is er bekend over het niet aanbieden van een vragenlijst aan mensen die kritisch c.q. negatief zijn over de geboden WMO gesprekken en ondersteuning? g) Is Windkracht058 voornemens om een aantal taken in het kader van de WMO af te stoten c.q. te beëindigen? Klopt het dat Windkracht058 door een te krappe financiële inschrijving haar taken niet geheel uit kan voeren? Antwoord a: Dit blijkt uit het cijfer die de inwoners hebben gegeven aan de aanbieders waar zij ondersteuning van hebben ontvangen in 2021: voor Amaryllis, Windkracht058 en Thuishulp Het Friese Land (THFL) en Miep is dit rond de 8. Ook blijkt dit uit dat er in 2021 niet meer bezwaarschriften Wmo zijn geweest dan in 2020. Antwoord b: Dit is gebaseerd op het feit dat de aanbieders de ondersteuning hebben kunnen uitvoeren binnen de voor hen beschikbare lumpsum. Antwoord c: Nee dat klopt niet. Als een inwoner een verwijzing heeft voor de aanvullende ondersteuning, dan kan zij of hij kiezen uit Zorg In Nature (Windkracht058) of een Persoonsgebonden budget. Er is één budget voor de aanvullende ondersteuning bestaande uit de financiële middelen voor Windkracht058 en de PGB’s. Op het moment dat de uitgaven PGB in een kalenderjaar zijn toegenomen, wordt dit budget aangevuld vanuit de lumpsum.
Wanneer de uitgaven PGB ten opzichte van het vorige kalenderjaar zijn afgenomen, wordt dit verschil toegevoegd aan de lumpsum.
4
Antwoord d: Windkracht058 heeft 27 kernpartners en maakt daarnaast met verschillende aanbieders maatwerkafspraken. Er zijn dus nog steeds veel aanbieders betrokken bij de uitvoering van de aanvullende ondersteuning. We hebben geen inzicht in de gevolgen voor de gehele groep van aanbieders uit het verleden. Antwoord e: Deze cijfers zijn verkregen uit een onderzoek door een onafhankelijk bureau. Er heeft een aselecte steekproef plaats gevonden uit alle Wmo gebruikers. Zij hebben een brief thuis gestuurd gekregen met daarin een schriftelijke vragenlijst. Ook konden zij de vragen digitaal invullen. Antwoord f: Dat is niet aan de orde geweest. Het ging hier om een aselecte steekproef. Antwoord g: De gemeente en Windkracht058 zijn elke twee weken met elkaar in overleg; het door u aangegevene is bij ons niet bekend. 8. p. 25 Subkop: 2. Vernieuwing maatschappelijke ondersteuning Dit is het eerste jaar dat er met een lumpsum gewerkt wordt. Vraag: wat zijn de ervaringen tot nu toe met de lumpsum? Wordt dit positief of negatief ervaren? Antwoord: De ervaringen zijn positief. De aanbieders hebben binnen de gestelde kaders meer ruimte in hoe zij hun middelen inzetten. Natuurlijk is het ook wennen aan een nieuwe manier van werken. Bijvoorbeeld als er een nieuwe doelgroep bijkomt die nog niet in de lumpsum is meegenomen.
We gaan dan als gemeente en aanbieders met elkaar om tafel en maken afspraken over hoe we dit financieel en inhoudelijk regelen. We komen hier goed met elkaar uit. Programma Werk en Inkomen 9. pag 28: ‘Er zijn in 2021 ruim 1.700 mensen uitgestroomd. Daarvan zijn 70 mensen een eigen onderneming gestart……63 zijn met loonkostensubsidie geplaatst…24 zijn geplaatst op een beschutte werkplek’. Vraag: hoeveel mensen zijn uitgestroomd naar werk zonder tussenkomst van Sociale Zaken? En hoeveel zijn uitgestroomd door het behalen van de AOW leeftijd of door overlijden? Antwoord: Uitstroom wordt in de systemen van de gemeente gerubriceerd in CBS-categorieën, deze zijn te verdelen in ‘beïnvloedbaar’ en ‘onbeïnvloedbaar’. Bij beïnvloedbaar is dit het resultaat van inspanningen van de medewerkers van de gemeente en kennen we subcategoriëen: werk, scholing en handhaving. Er is bij uitstroom naar werk altijd tussenkomst van de gemeente en dit betreft een aantal van 380. Uitstroom zonder tussenkomst van de gemeente is feitelijk nihil. Bijstandsgerechtigden die uitstromen vanwege overlijden of AOW leeftijd vallen in de categorie ‘onbeïnvloedbaar’. De subcategoriëen hierbij zijn: andere inkomsten, verloop en overig. De AOW en overlijden zijn onderdeel van de categorie ‘verloop’. Het totaal van de categorie verloop bedraagt 506. De gevraagde uitsplitsing is helaas niet op korte termijn voorhanden.
10. pag 28: ‘200 mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt worden begeleid naar passend werk.’ Vraag: Hoeveel van deze mensen stromen ook daadwerkelijk uit? (of verwacht) Vraag: hoeveel van deze 200 mensen heeft een opleidingstraject gekregen? Vraag: wat zijn de kosten van het ambtelijk apparaat voor reintegratie? Vraag: is het bekend wat de kosten zijn per traject? Antwoord: We merken dat het steeds meer vaardigheden vraagt om mensen met een grote(re) afstand tot de arbeidsmarkt te begeleiden naar de arbeidsmarkt. De activiteiten verschuiven van ‘eenvoudiger’ naar meer complex en langdurige begeleiding. We hebben voor 2021 ingezet op een groep van 200. De verwachte doorlooptijd naar de arbeidsmarkt van deze categorie bijstandsgerechtigden is 1-3 jaar. Exacte cijfers zijn op dit moment niet beschikbaar en vergt nadere analyse. Gelet op de 5
ervaringen van het jaar 2021 gaat het qua uitstroom over 2021 om minimale aantallen, na intensieve begeleiding gaat het jaarlijks om ca maximaal 25% van de doelstelling. Het aantal mensen dat een opleidingstraject heeft gekregen is op dit moment niet bekend. We zijn bezig de registratie en presentatie van gegevens te verbeteren om op deze wijze ook deze informatie uit de systemen te kunnen halen. De kosten van het ambtelijk apparaat voor re-integratie bestaan uit diverse onderdelen. Dit bevat kosten van consulenten van teams, jobcoaches, leerplichtambtenaren, consulenten inkomen die de aanvragen verwerken, handhaving die zorgdraagt voor rechtmatig gebruik van wettelijke mogelijkheden, team financiën voor het verstrekken van uitkeringen en verrekening van inkomsten. Maar ook kosten van trajecten, instrumenten, werkvouchers, stipejild, premies, medische dienstverlening, etc., etc. De vraag is dus heel breed, maar het totaal begrotingsbedrag van de sector die zich hier mee bezig houdt (sector Uitvoering) en een deel van de sector Publieke Dienstverlening bedraagt ca. € 15 miljoen. Het participatiebudget dat we van oudsher kenden wordt meer en meer onderdeel van de integrale uitkering van het gemeentefonds. De uitkering in het participatiebudget bestaat met ingang van 2023 alleen nog maar uit SW en begeleidingsvergoeding voor beschut werk.
De kosten per traject zijn zeer verschillend en hangen af van wat een bijstandsgerechtigde nodig heeft om de afstand tot de arbeidsmarkt te verkleinen of te overbruggen. In het ene geval is dat een paar gesprekken met een consulent (< € 500). In een ander geval is het blijvende begeleiding via een jobcoach (kosten ca 7.500 per jaar). Hier is geen gemiddelde van te bepalen. Wel is duidelijk dat er spanning is vanwege de beschikbaarheid van middelen om de groep die een grotere afstand tot de arbeidsmarkt heeft adequaat te bedienen. 11. Hoeveel 50 plussers heeft de gemeente aan werk kunnen helpen? Is dat bekend? Wordt daar ook extra op ingezet? Antwoord: Op dit moment is niet bekend hoeveel van de uitstroom naar werk 50plussers betreft. Er wordt aan gewerkt om deze informatie eenvoudiger uit de systemen te kunnen halen. 12. Pagina 30/31 - voorkomen van problematische schulden: 42% van 43% (p. 31 = > 331 meldingen contact, waarvan 139 mensen hulp aanvaarden. Dus uiteindelijk nog geen 20% van de signalen (769) hebben hulp aanvaard. Vraag: Op welke wijze kan dat percentage verhoogd worden? Wat is de status van het schuldenpreventieplan? Wat is de leeftijdsopbouw van de meldingen? Antwoord 1: In de huidige aanpak voeren in elk wijk- en dorpenteam zo’n twee sociaal werkers per team de vroegsignaleringsaanpak uit. Dit doen zij naast hun andere reguliere werkzaamheden.
Op 5 april 2022 heeft het college een maatregelenpakket voor het tegengaan van inflatie armoede vastgesteld. Onderdeel van dit pakket is dat de gemeente extra middelen voor de vroegsignalering aan Amaryllis beschikbaar stelt, zodat twee beroepskrachten fulltime op de vroegsignalering door Amaryllis kunnen worden ingezet. Deze beroepskrachten worden op dit moment door Amaryllis geworven en worden gemeentebreed ingezet. Daarbij gaat Amaryllis met verschillende aanpakken experimenteren om zo in de praktijk het bereik en de effectiviteit van de aanpak verder te vergroten. Daarbij gaat het om experimenteren met verschillende manieren van prioritering van signalen en de wijze van opvolging van signalen. Daarnaast worden deze beroepskrachten ingezet op het outreachend hulp bieden aan inwoners die 6 maanden of langer hun zorgpremie niet hebben betaald en daardoor door hun zorgverzekeraar bij het CAK zijn aangemeld. Antwoord 2: De verwachting is dat het preventieplan in oktober 2022 gereed is en kan worden aangeboden aan het college en vervolgens aan de raad. Antwoord 3: De meldingen van de betalingsachterstanden bestaan uit enkelvoudige signalen en matches (combinatie van twee of meer signalen).
6
De opbouw zag er in 2021 als volgt uit: Matches in 2021
Categorie Aantal Percentage <27 84 11% 27-45 501 65% 46-65 134 17% >65 20 3% Onbekend 28 4% --------------------------------------------Totaal 767 100% Enkelvoudige signalen in 2021 (juni – december) Categorie Aantal Percentage <27 753 17% 27-45 2301 52% 46-65 1069 24% >65 202 5% Onbekend 97 2% --------------------------------------------Totaal 4422 100% 13. Blz 33: Er is sprake van een afname in kosten van bijzondere bijstand. Zijn er meer of minder aanvragen kosten bewindvoering? Zijn deze kosten per aanvraag lager en waarom? Antwoord: Het aantal inwoners dat bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage voor beschermingsbewind in 2021 ontving is vergelijkbaar met 2020. Dit geldt ook voor de uitgaven. De bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage voor beschermingsbewind bedroeg zowel in 2020 als in 2021 € 2,7 mln. In de jaarstukken is opgenomen dat de inwoners die in 2021 van de bijzondere bijstand gebruik maakten, meer gebruik van de regeling maakten en daarbij vooral gebruik maakten van onderdelen die een lager tarief kennen. Het voorgaande heeft geleid tot nader onderzoek. Uit dit onderzoek is gebleken dat de analyse moet worden bijgesteld. Het aantal aanvragen bijzondere bijstand is de afgelopen drie jaar redelijk constant gebleken.
Wel is er in 2021 een daling te zien van het aantal personen dat bijzondere bijstand voor levensonderhoud ontvangt (van 600 in 2020 naar 469 in 2021). Het gaat hier om aanvullende bijstand voor jongeren van 18 tot 21 jaar, die noodzakelijk uitwonend zijn. Hierdoor is er in 2021 ongeveer € 340.000 minder bijzondere bijstand uitgegeven dan in 2020. Dat er minder jongeren een bijstandsuitkering ontvangen, komt overeen met het gegeven dat er sprake is van een daling van de instroom bij de algemene bijstand in 2021 ten opzichte van 2020. 14. Blz 33: ‘ Van het beschikbare budget vn 1.7 mln voor inkomenstoeslag is 1.6 mln uitgekeerd’. Vraag: is het % aantal aangevraagde/uitgekeerde inkomenstoeslagen hoger, lager of gelijk aan die van 2019 en 2020? Antwoord: In volgend overzicht is te zien dat het aantal toegekende inkomenstoeslagen in 2021 licht is gedaald ten opzichte van 2020 en nagenoeg gelijk is aan het aantal in 2019.
7
15. Blz 32: Van het rijk is 1.754.000 incidenteel extra ontvangen voor crisisherstel. Met deze middelen is een bestedingsplan opgesteld van 1,204 mln. Kunt u ons dit plan doen toekomen? Antwoord: Het bestedingsplan is 25 januari 2022 door het college vastgesteld. Het plan is te vinden in iBabs. Op hoofdlijnen: Het bestedingsplan REACT-EU Leeuwarden 2022 is dan als volgt: Intensivering reguliere dienstverlening (boost) Data-gedreven werken € 490.000 Kwaliteitsverbetering € 150.000 Beleidscapaciteit Participatie doelgroep € 100.000 Investering in de pilotprogramma’s OE&A en Leeuwarden-Oost Data-gedreven werken binnen de pilotprogramma’s € 220.000 Programmamanagement en uitvoering € 244.245 16. Financieel resultaat jeugdZorg Aan het positieve rekeningresultaat hebben ondermeer bijgedragen: de lagere uitgaven in het Sociaal domein (Jeugdzorg € 1,3 mln omdat een reservering voor eventuele vertraging in de taakstelling Jeugdzorg niet aangesproken hoefde te worden A) waar was de verwachting op gebaseerd? b) hoe groot zou de vertraging zijn? Met welke cijfers is rekening gehouden? Antwoord A: De verwachting voor een eventuele vertraging in de realisatie van de taakstelling is beschreven in het Koersdocument Sociaal Domein van juni 2018. Destijds is vanwege de risico’s dat er € 500.000 voor vertraging in de realisatie beschikbaar was en € 700.000 voor verdere volume ontwikkeling.
Totaal een bedrag van € 1.200.000 (zie blz 23 Koersocument) incidenteel budget beschikbaar gesteld om een eventueel tekort in 2021 op te vangen. Op blz 27 van het Koersdocument zijn de risico’s op vertraging weergegeven. Antwoord B:
De totale taakstelling op Jeugd bedroeg destijds € 4 miljoen (blz 23 Koersdocument).
8
Voor het realiseren van een taakstelling zijn we ook afhankelijk van de medewerking van diverse stakeholders, met name als het gaat om aanscherping van contractafspraken. Medio 2018 werd vanuit voorzichtigheidsbeginsel op begrotingsbasis rekening gehouden met het feit dat de laatste tranche van de taakstelling van € 1.500.000 in 2021 voor 1/3 niet gerealiseerd zou worden.
DOMEIN VEILIGHEID 17. minder inzet waan van de dag en meer op innovatieve beleidsontwikkeling (is wens van de dienst) “Vergroten van preventieve instrumenten als onderdeel van integrale aanpak van problemen” lees ik als verbeterpunt (p.74) bij Programma Veiligheid - Aanpak overlast en preventief fouilleren lees ik over preventief fouilleren. (p.76) Bij (Camera)toezicht en handhaving lees ik “Daarnaast is het ingezette cameratoezicht een belangrijk onderdeel van toezicht en de handhaving en heeft afgelopen jaar een belangrijke functie gehad bij de aanpak van (dreigende) ordeverstoringen (p.77) Vraag 1. Klopt het dat er in 2021 2 keer preventief fouilleren is ingezet (tijdens jaarwisseling 20202021 en op 30 januari of waren dat alleen de twee keer dat er grootschalig hierop werd ingezet? 2. Wie (boa’s of politie of beiden?) voert dat uit? 3. Valt preventief fouilleren en inzet cameratoezicht onder preventieve instrumenten? 4. Is er een lijst met preventieve instrumenten beschikbaar (bv wat doen we preventief op jeugdoverlast) ? Antwoord 1: Het klopt dat er op de genoemde momenten preventief fouilleren is ingezet vanwege de (dreigende) openbare orde verstoring. In de coronaperiode was de horeca gesloten en was het organiseren van een preventief fouilleeractie niet effectief. Antwoord 2: De politie voert dit uit.
Bij hoge uitzondering kan de Officier van Justitie aan BOA’s de bevoegdheid geven om dit ook te doen, maar dat is niet gebruikelijk. Antwoord 3: Preventief fouilleren valt onder preventieve instrumenten. Cameratoezicht is primair gericht op toezicht en handhaving en kan als bijwerking een preventief effect hebben. Antwoord 4: Er is geen limitatieve lijst van preventieve instrumenten beschikbaar. 18. Programma Veiligheid: pagina 78 – jeugdoverlast Opgemerkt wordt ‘dat de aanpak van jeugdoverlast de komende periode de nodige aandacht zal blijven vragen.’ Hoe ziet de samenwerking eruit met onderwijs/jeugdwerk in relatie tot de preventie jeugdoverlast en welke rol speelt de gemeente hierin? Hoe wordt hiervan de effectiviteit gemonitord? 9
Antwoord: De samenwerking met het Jongerenwerk is vanuit de Taskforce Jeugdoverlast heel nauw. Vanuit de regierol van de gemeente op het integrale veiligheidsbeleid en openbare orde heeft de gemeente ook de regie op de aanpak van jeugdoverlast in samenwerking met alle relevante ketenpartners (politie, handhaving, straatcoaches, VNN, MOL en jongerenwerk). Naast de regierol legt de gemeente ook bestuurlijke maatregelen op, worden voorzieningen getroffen/gerealiseerd of ook wel zogenaamde stop gesprekken met jongeren en hun ouders gevoerd. Daarbij wordt ook altijd de mogelijkheden van hulp en ondersteuning aangeboden. De jongerenwerkers en ook buurtagenten onderhouden met name de contacten met scholen in het kader van vindplaats gericht werken. Bij specifieke vraagstukken wordt vanuit de gemeente contact met betreffende scholen gelegd om gezamenlijk te kijken naar de problematiek. Het reguliere contact met het onderwijs is vanuit het Sociaal Domein. Vanuit de taskforce jeugdoverlast wordt het totaal van de overlast gemonitord op basis van het aantal meldingen en de effecten van de preventieve en repressieve maatregelen op groepen en/of overlast gevende jongeren binnen de groepen. Het is daarbij niet te meten wat het specifieke effect is van alleen preventieve maatregelen. BESTUUR EN MIDDELEN Programma bestuur 19.
pagina 93 – invoering wet WOO per 1 mei 2022 Vraag Gefaseerde invoering van actieve publicatie en informatie. Welke tijdspad is er? Wie zijn de regiopartners en wat is de invloed van deze partners op het proces? Antwoord: Ambitie is binnen 3 jaar te voldoen aan de minimum gestelde wettelijke eisen in de Woo. En binnen 8 jaar de informatiehuishouding op orde te hebben, conform gestelde eisen in de Archiefwet en de Woo. Regiopartners zijn: Waadhoeke, Noard East Frylân en Waddeneilanden. Zij bepalen mede wanneer welke technische koppelingen en realisaties uitgevoerd gaan worden. PARAGRAFEN 20. p. 156 Paragraaf: 2.2.9 Leeuwarden duurzaam Subkop: 2. Een klimaatadaptatief Leeuwarden Hiermee worden 5.000 huishoudens benaderd voor een elektra-box of een gas-box met materialen om energie te besparen en daarbij de mogelijkheid voor een bezoek van de energiecoach. In dit kader zijn in 2021 4 extra energiecoaches (3,5 fte) aangesteld op tijdelijke basis. Deze regeling loopt nog tot 1 juli 2022. In 2021 zijn 1.000 huishoudens bereikt. Vraag: Is er onderzocht waarom maar 1000 van de 5000 huishoudens op het aanbod van een energiecoach zijn ingegaan? En zo ja, wat was de uitkomst van dat onderzoek? Antwoord: Nee, dat is niet onderzocht. 21. p.
165 Paragraaf: 2.2.10 Centrumregelingen Subkop: Programma 020 – Sociale basis Brede aanpak dakloosheid: Voor de brede aanpak dakloosheid zijn Rijksmiddelen beschikbaar gesteld die slechts voor een zeer gering deel besteed zijn in 2021. Het niet bestede deel van € 3.256.000 is overgeheveld naar 2022. Vraag: Waarom is zo’n groot deel niet besteed? Antwoord: In 2021 zijn we vooral bezig geweest met de opstart en voorbereiding van de projecten uit het programma. Daardoor vonden de eerste bestedingen nog niet in 2021 plaats maar in 2022. Het 10
programma Brede Aanpak Dakloosheid heeft een meerjarig karakter en daarom worden niet alle middelen in één jaar besteed. 22. Pagina 17 Sportraad Leeuwarden is gestart. Doel gemeenteraad gevraagd en ongevraagd advies geven over ontwikkelingen in de sport. Zij gaven bij de laatste infosessie het volgende aan: • Verenigingen zijn moeilijk te bereiken en van informatie te voorzien • Er is geen tijd/ interesse voor de sportraad • Volgens de sportraad zijn verenigingen eigenwijs en willen niet bij elkaar in de keuken kijken Zij hebben veel tips gekregen van raadsleden. Vraag: Hoe zijn de contacten met de verenigingen nu? Antwoord:
In de afgelopen 2 jaar zijn niet veel meer contacten geweest met de verenigingen. Corona heeft daarin niet meegeholpen, omdat er minder activiteiten zijn geweest bij de verenigingen. De sportraad is niet bekend genoeg bij de verenigingen en men weet elkaar nog steeds niet goed te vinden. Vlak na de start van de sportraad is ook het lokaal sportakkoord gestart in Leeuwarden. Dat weet men steeds beter te vinden. Dit kan ook een reden zijn dat de sportraad minder in zicht is. De sportraad heeft op dit moment te weinig contact met verenigingen om de raad gevraagd en ongevraagd advies te geven over de ontwikkelingen in de sport. 23. Pagina 29 Optimaliseren van de gemeentelijke dienstverlening Bij de ombudsman was wel duidelijk dat dit nog lang niet optimaal is. Ook in mijn wijk krijg ik vaak te horen dat zij slecht communiceren, of niet reageren of terugbellen. Dit helpt niet met het vertrouwen van de bewoners. Vraag: Wat zijn de stappen die de gemeente doen aan hun imago en communicatie issues? Antwoord: Zie het antwoord op vraag 37. 24. Pagina 56 Omgeving Gouveneursplein autoluw maken Nog steeds teveel verkeer en parkerende auto’s. Vraag: Wat gaat de gemeente ondernemen om deze overlast tegen te gaan. En wanneer gaat dit plaatsvinden? Antwoord: Om goed inzichtelijk te krijgen of de autoluwe maatregelen voldoende werken, voert een adviesbureau een evaluatie uit.
In de evaluatie wordt de periode voorafgaand aan de invoering van de autoluwe maatregelen vergeleken met de eerste maanden na invoering van de maatregelen. Uit de evaluatie blijkt dat er meer maatregelen nodig zijn om het gebied daadwerkelijk autoluw gebied te maken. In het rapport worden als maatregelen genoemd: invoeren van camerahandhaving, vergroening, herinrichting en striktere ontheffingverlening en -beleid. Hierover is de raad in maart 2022 middels een informerende brief geïnformeerd. De komende periode wordt gekeken welke maatregelen daadwerkelijk getroffen kunnen worden en tegen welke kosten. Met name de camerahandhaving vraagt zorgvuldige afweging en goedkeuring door o.a. het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM). Een definitief pakket van maatregelen en de planning is nu nog niet te geven. 25. Pagina 57 Verkeersveiligheid Staat er niet tussen maar wat doen wij aan de parkeerlichten in Leeuwarden. Diverse lichten staan zo scherp ingesteld dat de een net op rood staat en de andere al op groen is gesprongen. Vb. Julianalaan. Nu al in korte tijd 3 ongelukken met fietsers. Antwoord: Het geschetste beeld dat lichten snel achter elkaar op groen springen, is heel goed mogelijk. De verklaring hiervoor is dat er tijd zit tussen het moment dat het ene licht op rood springt en de andere op groen waarin het verkeer dat groen krijgt op kan rijden.
Er zit altijd een marge in zodat wordt voorkomen dat verkeer conflicteert. De afstelling is precies. Enkele seconden extra per
11
verkeerslicht telt op tot meerdere secondes per cyclus (als alle richtingen aan de beurt zijn geweest) en leidt tot een aanzienlijke vermindering van de capaciteit. Wij voldoen aan de strikte landelijke regels en richtlijnen over het functioneren van verkeerslichten. Bovendien testen we om fouten te voorkomen en vinden geregeld inspecties en evaluaties plaats. Dat er ongevallen zijn gebeurd met fietsers bij het genoemde verkeerslicht is triest; de Verkeers Ongevallen Analyse (VOA) van de politie onderzoekt dergelijke ongevallen. Daarbij wordt ook de verkeerregelinstallatie uitgelezen. Een onjuiste instelling van de verkeerslichten is niet de oorzaak geweest van deze ongelukken. 26. Pagina 68 Gezond en gevarieerd bomenbestand Hoever is men met het herplanten van de bomen en de 10 % extra herplantingsplicht? En hoe staat dit in verhouding met de structurele bezuinigingsmaatregelen bomen op pagina 96? Antwoord: In 2021 zijn circa 850 bomen gekapt en zijn er bijna 1.000 bomen herplant. Bij reguliere herplant is, waar het per aanvraag 10 bomen of meer betrof, 10% extra herplant. Vanwege de seizoensinvloed vindt de herplant soms een jaar later na het kappen plaats. De structurele bezuinigingsmaatregelen hebben nog geen direct effect gehad in 2021. Op basis van het vorige collegeprogramma was voor herplant van bomen structureel € 200.000 beschikbaar.
In het kader van de Midterm review (MTR) is destijds besloten om met ingang van 2022 dit bedrag te verlagen naar 0. Effectief was in 2021 regulier geld beschikbaar voor de kap en herplant van bomen. 27. Pagina 69 Voldoende speelruimte voor kinderen Per wijk wordt er gekeken naar wat er nodig is qua speel en beweegvoorzieningen. En waar er sprake is van eenzaamheid. Bij die laatste is dan de functie ontmoeten meer van belang. In de vrijheidswijk en Bilgaard kreeg ik juist te horen dat de speelvoorzieningen vaak niet aansluiten op de leeftijd van de kinderen in de wijk. En qua eenzaamheid wordt er ook weinig gedaan voor ouderen. Is de gemeente bekend met deze geluiden vanuit de wijk Bilgaard? Antwoord: In zijn algemeenheid doet zich wel eens de situatie voor dat voorzieningen niet aansluiten bij de behoefte, die vaak wordt bepaald door de leeftijdsopbouw. Dit heeft ook te maken met de levensduur van de voorzieningen die al gauw 10 – 15 jaar bedraagt. Als er weinig demografische beweging is in een gebied, is het onontkoombaar dat kinderen de toestellen op een gegeven moment ontgroeien. Het streven is om in overleg met de wijkpanels en dorpsbelangen een zo gevarieerd mogelijk aanbod te hebben, daartoe is er regelmatig contact tussen de gemeentelijke adviseurs op het gebied van spelen en bewegen en de wijkpanels en dorpsbelangen.
Ons is bekend dat de wijkvereniging in Bilgaard aan vereenzaming aandacht geeft en daartoe verschillende activiteiten organiseert. Momenteel maken wij in de uitvoering van beleid op het gebied van spelen en bewegen geen actieve relatie met het onderwerp ‘eenzaamheid van ouderen’. Wel proberen wij in het contact met de buurt aandacht te hebben voor de specifieke wensen, maar wel nadrukkelijk in relatie tot spelen en bewegen. 28. Pagina 76 Incidenten Honden Vraag a. Hebben de aanlijn- en muilkorfgeboden het gewenste effect ? Antwoord: Tot op heden zijn er na het opleggen van de aanlijn- en muilkorfgeboden, op één na, geen meldingen van bijtincidenten bij ons bekend. Voor deze hond wordt op dit moment overeenkomstig de APV en de ‘beleidsregels gevaarlijke en bijtende honden gemeente Leeuwarden’ een besluit tot inbeslagname van de hond voorbereid. Vraag b. Is er bekend of de 5 waarschuwingen hebben geholpen? Antwoord: Eén waarschuwing heeft inmiddels geleid tot een aanlijn- en muikorfgebod, aangevuld met voorwaarden op grond van 2:59c van de APV zijnde: het aanbrengen van deugdelijk hek- en sluitwerk op eigen terrein en de verplichting dat de hond zich niet meer in de voortuin van de woning mag bevinden. Er zijn na het versturen van de waarschuwingen geen meldingen van bijtincidenten bij ons bekend. 12
Vraag c. Zijn de wijzigingen in de AVP voldoende ? Antwoord: Tot op heden is de conclusie dat de wijzigingen in de APV voldoende zijn. Vraag d. Is het aantal bijtincidenten toegenomen of afgenomen? (voorspelling vd gemeente was dat het zou gaan toenemen) Antwoord: Dat is nu nog niet te zeggen. Aan het einde van het jaar wordt de balans opgemaakt. De uitkomsten nemen we mee in de Jaarstukken over 2022. Bij het meldpunt overlast zijn vorig jaar 15 meldingen van bijtincidenten binnengekomen. Dit jaar zijn het er tot op heden 9 bijtincidenten gemeld. Dit aantal is indicatief. 29. Pagina 132 Ziekteverzuim De gemeente heeft een hoog ziekteverzuim. Men name langdurig ziekteverzuim. Wat doet men aan preventie? Lees nu veel al een aanpak die gaat over wanneer iemand al ziek is. Antwoord: Wij zijn vanuit duurzame inzetbaarheid bezig met preventie van verzuim. We hebben het “goede gesprek” geïntroduceerd voor leidinggevenden, een leidraad om het gesprek met de medewerker te voeren onder andere over verzuimgerelateerde aspecten. We bieden een scala aan preventieve maatregelen aan en stimuleren leidinggevenden om bij frequent verzuim het gesprek aan te gaan. Op die manier proberen we in de preventieve sfeer leidinggevenden handvatten te geven om verzuim te voorkomen.
13
CDA SOCIAAL DOMEIN 30. Versterken ontwikkeling jonge kind Het aantal doelgroepkinderen is gestegen, waarom is de subsidie voor de 3 e medewerker gestopt? Deze financiering is nu naar de jeugdondersteuners gegaan. Dit betekent in de praktijk dat een doelgroepkind in een te grote groep zit. Antwoord: In de uitvoeringsnotitie Kansen voor Kinderen 2e fase zijn gemeente, kinderopvang en onderwijs overeengekomen om middelen te bundelen en daar in te zetten waar de problematiek het grootst is. Zo is o.a. afgesproken om op de 9 IKC’s in aandachtsgebieden te starten met jeugdondersteuners. De uitrol van de jeugdondersteuners liep enige vertraging op. Hierdoor was in aanloop naar de inzet van de jeugdondersteuners tijdelijk ruimte om budgettair, ter overbrugging, middelen beschikbaar te stellen aan de kinderopvanglocaties voor extra ondersteuning voor de speelleergroepen op de aandachtslocaties. De kinderopvangorganisaties hebben dit op verschillende manieren ingezet waaronder dus extra formatie op de speelleergroepen. Vooraf was duidelijk dat het om tijdelijke ‘overbruggingsmiddelen’ ging die met ingang van de start van de jeugdondersteuners zouden stoppen. Recent zijn de jeugdondersteuners gestart. De jeugdondersteuners helpen bij casuïstiek binnen de speelleergroepen en zorgen op die manier ook voor verlichting op de werkvloer. FYSIEK DOMEIN 31. Pag. 45. Duurzaam versterken erfgoed.
Wat is de laatste stand van zaken van dit project, komt er nog een vervolgbijeenkomst? Antwoord: Duurzaam versterken erfgoed is geen project maar de titel van de paragraaf, daaronder staan de belangrijkste onderdelen die in 2021 zijn uitgevoerd. Dat zijn het opstellen van de kerkenvisie, het samenstellen van de landschapsbiografie en het werken aan de gemeentelijke monumentenlijst. Hiervoor zijn diverse bijeenkomsten georganiseerd met de betrokkenen, inwoners en stakeholders. 32. Pag. 46. Ruimte voor starters en nieuwe dynamiek. In de laatste zin wordt gesproken over vernieuwende woonconcepten die bijdragen aan een goed klimaat. Wat wordt daarmee bedoeld? En is er bijvoorbeeld ruimte voor een woonconcept als een Knarrenhof? Antwoord: We willen de markt uitdagen om te komen met nieuwe concepten die bijdragen aan een betere leefomgeving. Dit kan zitten in het gebruik van duurzame materialen, energie, vergroening, biodiversiteit etc. Woonconcepten als Knarrenhof worden positief ontvangen. Op dit moment zitten we met Knarrenhof om tafel over het realiseren van een Knarrenhof in Leeuwarden. Woonconcepten waarbij mensen elkaar kunnen vinden en ondersteunen zien we steeds vaker en hebben onze positieve aandacht. 33. Pag. 61. Speelmanskwartier.
Wat zijn de laatste ontwikkelingen? Is er al zicht op wanneer er met de bouw wordt gestart? Antwoord: De verificatie van Zalen Schaaf in het Speelmanskwartier is afgerond. De gemeente heeft geen eigen bouwplannen (ontwikkelingen) in het Speelmanskwartier. 34. Pag 63. Wat is de laatste stand van zaken inzake De Skalm? Antwoord: Sinds begin van dit jaar is er een nieuw bestuur. In maart is er voor alle vaste gebruikers een rondleiding door het gebouw geweest. Het gebouw is opgeleverd door de architect en heeft in samenspraak met het nieuwe bestuur de inrichting uitgewerkt. Ingebruikname/verhuizing staat gepland voor het najaar 2022.
14
35. Pag. 69. Spelen Dash. De basiskaart wordt nog verder ontwikkeld met meerdere thema’s. Waaraan wordt dan gedacht? Antwoord: Op de kaart zijn alle speel- en beweegvoorzieningen aangegeven met informatie over hun doel (sociaal spel, behendigheid, conditie en uitdagend). Daarnaast laten we de leeftijdsopbouw van een wijk of dorp zien. Doel van de kaart is om bewoners inzicht te geven in wat er al aanwezig is in hun omgeving. Het helpt ons bovendien om gericht te kijken naar wat er nodig is in een gebied.
BESTUUR EN MIDDELEN 36. Pag. 93. Global Goals. Aandacht bewustwording. Wat wordt er gedaan om de bewustwording te verbeteren? Antwoord: Een opsomming van activiteiten die de global goals onder de aandacht hebben gebracht bij mensen, staat op pagina 93. Daarbij is aangegeven dat niet expliciet te maken is wat het effect van deze activiteiten is. Het voornemen is om, met het oog op de bijdrage aan de lokale Fair Trade werkgroep, te kijken welke opgave de werkgroep daarvoor heeft meegekregen en of hen ter verantwoording verzocht kan worden explicieter te maken wat de activiteiten aan bewustwording hebben opgeleverd. 37. Pag 96. Publieke Dienstverlening. Wat wordt er aan gedaan om de telefonische bereikbaarheid te verbeteren? Antwoord:
Acties die in 2021 zijn ingezet voor de bereikbaarheid: 1. Tijdelijk capaciteit vanuit web en app naar telefoon, maar daar zijn we mee gestopt omdat we ook op die manier bereikbaar willen zijn 2. Keuze menu ingezet waardoor “eenvoudige” vragen in aparte skill komen zodat we sneller mensen op kunnen leiden voor de “eenvoudige” vragen 3. Nieuwe medewerkers aangenomen voor de telefoon, tot het eind van het jaar 4. Extra vakantie krachten aangenomen voor de zomer 5. Extra kracht aan de balie voor de zomer voor uitreiken documenten 6. Afbouwen herhaalverkeer door te sturen op voldoen aan terugbelbelofte Met deze maatregelen hebben we de volgende resultaten gehaald. - Gemiddelde antwoordsnelheid: 63,7 seconden. De ambitie is om 80% van de oproepen binnen 20 seconden aan te nemen. - Gemiddelde bereikbaarheid: 90%. De ambitie is om tenminste 96% van de oproepen aan te nemen. N.B. de cijfers zijn in 2022 een stuk slechter door het grote aanbod aan vragen over Oekraïne en de energietoeslag.
15
VVD SOCIAAL DOMEIN 38. Blz. 9: Nr. 5 wat beter kan: Meer dialoog met inwoners; bij grote projecten meer tijd steken in verschillende werk- en communicatieprocessen. Welke ideeën leven er om deze dialoog tot stand te brengen? Antwoord: Per programma en project wordt de dialoog met de inwoners opgepakt aan de hand van de daarvoor meest geschikte wijze van communiceren. Een voorbeeld hoe met inwoners in gesprek wordt gegaan is het programma Leeuwarden Oost. 39. Blz 28 punt b (beschutte werkplek) en d (loonkostensubsidie): wordt aangegeven dat wordt voldaan aan de taakstelling. Wat was bij beide punten de taakstelling? en blijft deze ongewijzigd voor 2022? Antwoord: De taakstelling voor beschut werk bedroeg voor het jaar 2021: 65 plaatsen. Deze zijn ook allemaal gerealiseerd, met name bij Caparis. Het aantal stijgt jaarlijks. Voor 2022 bedraagt deze 72. Landelijk is de prognose voor de komende jaren als volgt: 2022: 9.500 2023: 10.300 2024: 11.100 2025: 11.900 Volgens bepaalde berekening wordt het gemeentelijke aandeel bepaald. Op termijn moet dit aantal groeien naar 30.000 beschutte werkplekken (ook als vervanging voor instroom SW). 40. Blz 28 punt e: "In 2021 hebben we ook ingezet op het begeleiden van mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt.
In een aantal gevallen is dat gelukt en in de meeste gevallen vergt dat langdurige inzet van onze organisatie." Hoe groot is het aantal gevallen waarbij het is gelukt? Antwoord: We merken dat het steeds meer vaardigheden vraagt om mensen met een grote(re) afstand tot de arbeidsmarkt te begeleiden naar de arbeidsmarkt. De activiteiten verschuiven van ‘eenvoudiger’ naar meer complex en langdurige begeleiding. We hebben voor 2021 ingezet op een groep van 200. De verwachte doorlooptijd naar de arbeidsmarkt van deze categorie bijstandsgerechtigden is 1-3 jaar. Exacte cijfers zijn op dit moment niet beschikbaar en vergt nadere analyse. Gelet op de ervaringen van het jaar 2021 gaat het qua uitstroom over 2021 om minimale aantallen, na intensieve begeleiding gaat het jaarlijks om ca maximaal 25% van de doelstelling. FYSIEK DOMEIN 41. Blz. 45: Huisvestingsverordening. Er wordt geschreven dat deze rond de zomer van 2022 naar de raad wordt gestuurd. Is dat nog steeds de planning? Antwoord: De huisvestingsverordening wordt na de zomer ter inzage gelegd. Na deze termijn wordt deze ter vaststelling aan de gemeenteraad aangeboden. De verwachting is dat dit aan het einde van het 4e kwartaal 2022 zal zijn. 42. Blz. 61: Zalen Schaaf. Op welk moment is de verificatie afgerond? Antwoord: Verificatie is afgerond. De verkoopakte is inmiddels gepasseerd bij de notaris. 43. Blz.
61: Fase 3 de Klamp is gewijzigd naar ‘on hold’. Wat betekent dit? Welke gevolgen heeft dit voor de geplande huizenbouw en de ontwikkeling van de Klamp? Worden er alternatieven uitgewerkt?
16
Antwoord: Fase 3 De Klamp bestond uit delen a en b. Fase 3a was het perceel ten zuiden van fase 2, aan de overzijde van de Wurdumerfeart. Daar zien we af van ontwikkeling vanwege de hoge kosten om dit kleine perceel te ontsluiten. Na een studie naar het programma en overleg met een ontwikkelaar is besloten fase 3a niet te ontwikkelen. Planologisch houdt het perceel een woonbestemming. Fase 3b is het perceel ‘Bijzonder wonen De Klamp’ ten noorden van fase 1. Deze wordt ontwikkeld zoals gedacht. 44. Blz. 62: De Hem. Er wordt geschreven dat het de verwachting is dat het ontwerpbestemmingsplan in het tweede kwartaal ter visie wordt gelegd. Inmiddels zijn we halverwege juni. Is de beschreven verwachting nog realistisch? Zo nee, wat is dan de datum? Antwoord: Verwachting is nu derde kwartaal 2022. 45. Blz. 62: Middelsee. Wat is de status van het voorontwerp stedenbouwkundig én bestemmingsplan? Op welk moment kan dit ter inzage? Antwoord: In het derde kwartaal wordt naar verwachting het ontwerp bestemmingsplan en het concept stedenbouwkundig plan ter visie gelegd. 46.
Blz 67 in hoeverre wordt bij minder maaien een uitzondering gemaakt voor grasveldjes waar speelvoorzieningen staan? (aanleiding voor deze vraag: we kregen in Zuiderburen de opmerking dat speeltoestellen daar slecht toegankelijk waren doordat er niet gemaaid werd) Antwoord: Speelplekken worden als gazon (24 tot 26 keer per jaar) gemaaid. Dit is ook aangegeven op de maaikaart op http://www.groenleeftinleeuwarden.nl In Zuiderburen is bij het maaien abusievelijk een speelterrein overgeslagen. Dat is inmiddels bekend en opgelost.
VEILIGHEIDSDOMEIN 47. Blz 84 "Daarnaast wordt onverminderd ingezet op het verkrijgen van toestemming vanuit de Rijksoverheid om geweldsmiddelen te mogen inzetten ter voorkomen van dit geweld." - gaat dit om andere middelen in aanvulling op de wapenstok? Zo ja, welke? Antwoord: Nee, op dit moment is de inzet gericht op de wapenstok. Het gebruik hiervan is onderwerp van een landelijke pilot, waaraan Leeuwarden deelneemt. De uitkomsten van deze pilot, worden op korte termijn bekend. De raad wordt hierover geïnformeerd. Volledigheidshalve merken we op dat er nog een ander middel (pepperspray) is, maar de inzet daarvan is zwaarder dan de wapenstok. Vandaar dat nu wordt gekeken naar wapenstok. ALGEMEEN 48. Algemeen woningbouw: hoeveel woningen zijn er het afgelopen jaar gebouwd? Antwoord: Volgens de CBS opgave zijn er vorig jaar 922 woningen aan de woningvoorraad toegevoegd. Hiervan 643 in de nieuwbouw, 352 overig toevoegingen, dit zijn vooral binnenstedelijke toevoegingen en transformatie. Ook zijn er 14 woningen gesloopt, 55 overige onttrekkingen en een correctie van 4. 49. Algemeen sport: corona heeft ook effect gehad op het gebruik van sportvoorzieningen. Langere tijd was het dicht.
Heeft dit ook effect gehad op de investeringen en het onderhoud van deze voorzieningen? Antwoord: Corona heeft geen invloed gehad op de uitvoering van onderhoud en investeringen van de sportaccommodaties. In de bouwsector heeft men ondanks de Coronaproblematiek veelal kunnen doorwerken, waardoor het bouwkundig en installatietechnisch onderhoud aan de sportcomplexen, alsmede de geplande werkzaamheden aan de (kunstgras)velden zijn uitgevoerd. 17
PvdA 50. Inleiding Blz 6 ‘Diverse Rijkssubsidies hebben eraan bijgedragen dat we energiebesparende en klimaatadaptieve maatregelen sneller of beter konden uitvoeren.’ (ook blz 158) Over welke maatregelen hebben het hier? Antwoord: Het gaat hier om de kleine energiebesparende maatregelen zoals ledlampen, radiatorfolie en waterbesparende douchekoppen. De rijkssubsidies waar naar wordt verwezen staan in de paragraaf Leeuwarden duurzaam nader toegelicht. Het gaat hier onder andere om; RRE en RREW (zie ‘energiebesparing en woonlasten verlaging’ pag. 156) Volkhuisvestingsfonds (zie ‘Aanvraag Volkshuisvestingsfonds’ pag. 156) Impulsregeling klimaatadaptatie (zie ‘Samenwerking en Impulsregeling’ pag. 157) Deze impulsregeling is toegekend in 2021 maar loopt vanaf 2022. 51. Programma Sociale Basis ‘Het budget voor 'Gezond in de Stad' laat een overschot zien van € 77.000. De overige kleine meeen tegenvallers bedragen per saldo € 34.000.’ Wat is de bestemming van deze € 111.000? Antwoord: Het budget voor 'Gezond in de Stad' laat een overschot zien van € 77.000. De overige kleine mee- en tegenvallers bedragen per saldo € 34.000. Deze overschotten uit 2021 zijn vrijgevallen ten gunste van het rekeningresultaat. 52. Blz. 31 ‘Behalve bij de studietoeslag is bij de overige minimaregelingen geen stijging van 5% in het gebruik gerealiseerd.
Welk deel is wel gerealiseerd? Welk bedrag is hierdoor niet besteed en waar is dat terug te vinden? Antwoord: Bij de overige minimaregelingen is geen stijging gerealiseerd. Het aantal gebruikers van de AVFrieso is constant. Het aantal gebruikers van de bijzondere bijstand en de inkomenstoeslag is in 2021 licht gedaald. Dit is overigens in lijn met de daling van het aantal personen dat een beroep doet op algemene bijstand. In 2021 bleef van het totale budget van de bijzondere bijstand € 565.177 over en van de inkomenstoeslag € 102.261. Dit is niet alleen veroorzaakt door de lichte daling in het gebruik van deze minimaregelingen. Het budget was ook hoger vanwege een verwachte stijging als gevolg van covid en indexering. Deze stijging bleef uit. Hierdoor is binnen het programma ‘werk en inkomen’ deel ‘armoedebestrijding’ een overschot ontstaan. Dit overschot is een onderdeel van de post ‘armoedebestrijding’ in tabel 11 op pagina 32. Dit bedrag is in 2021 vrijgevallen en maakt onderdeel uit van het totale rekeningsresultaat. 53. ‘Voor wat betreft de energiecoaches was de ambitie om het bereik met 10% te vergroten’ Wat is er van deze ambitie gerealiseerd en hoe is dat gemeten? Antwoord: Het bereik van de energiecoaches is verdubbeld, dit komt omdat in 2020 3 energiecoaches actief waren en in 2021 zijn 6 energiecoaches aan de slag gegaan.
De energiecoaches houden een systeem bij waar de unieke adressen van de bezochte inwoners worden geregistreerd. 54. ‘Het uitblijven van duidelijkheid rondom de (structurele) financiering van de Voorzieningenwijzer heeft ertoe geleid dat het niet mogelijk is geweest om dit instrument in 2021 uit te rollen’ Graag uitleg over welke onduidelijkheid hier bedoeld wordt. In de begroting van 2021 staat dat er geïnvesteerd zou worden in ‘de communicatie en voorlichting over de inkomensondersteunende regelingen en in het ontzorgen door de toegang tot de regelingen verder te vereenvoudigen’ Wat is er in geïnvesteerd? Wat is de stand van zaken nu? Wat is er nodig om het uitrollen wel goed te laten verlopen?
18
Antwoord: Zowel vanuit gemeente Leeuwarden als vanuit de deelnemende partijen (de woningcorporaties), was er in 2021 nog niet duidelijk uit welk budget de gemeente de Voorzieningenwijzer kon gaan financieren en welke bijdrage de corporaties daarin konden leveren. Inmiddels is die duidelijkheid er wel. Voor de Voorzieningenwijzer is de jaarlijkse investering € 32.500. Dit zijn de licentiekosten. Daarnaast hebben we inmiddels een drietal trainingen (€ 1.975 per training) georganiseerd om zowel onze energiecoaches als de sociaal werkers van Amaryllis met de Voorzieningenwijzer te kunnen laten werken. Via de Voorzieningenwijzer kunnen bewoners makkelijker aanspraak maken op gemeentelijke minimaregelingen, mits ze daarvoor in aanmerking komen. We gaan nog niet direct communiceren over de Voorzieningenwijzer, aangezien deze ‘secundair’ wordt ingezet via onze gemeentelijke energiecoaches en via de sociaal werkers van Amaryllis die met vroegsignalering aan de slag zijn gegaan. Er moeten nog wat implementatie stappen worden genomen. Dit gaat vooral over werkafspraken omtrent monitoring en evaluatie. Zodra dat gedaan is kan de Voorzieningenwijzer ingezet worden. FYSIEK DOMEIN Programma Wonen en milieu 55. Blz. 55 BLP043 Inzameling afval In 2021 is er sprake van een voordeel van € 1.189.865.
Waar is dit bedrag in de jaarrekening terug te vinden en waarvoor wordt dit bestemd? Antwoord: Het voordelige resultaat is gestort in de voorziening Egalisatie heffingen. Deze voorziening is opgenomen in de Bijlage B: Reserves en voorzieningen. Eind 2021 is de stand € 3.432.792 onderverdeeld in drie heffingssoorten; rioolheffing (€ 2.238.874), afvalstoffenheffing (€ 1.189.865) en hondenbelasting (€ 4.053). 56. Blz. 62 ‘Het gestelde doel voor woningbouw is gedeeltelijk gerealiseerd. De woningbouw in fase 1 en fase 2 loopt goed door. De status van fase 3 is gewijzigd naar “on hold”. Dit perceel aan de overzijde van de Wurdumerfeart is dusdanig lastig gelegen dat een ontwikkeling financieel onhaalbaar lijkt en ook stedenbouwkundige vraagtekens kent. Welke financiële gevolgen heeft dit? Wat is de aard van de problemen met de ligging en de stedenbouwkundige vraagtekens? Antwoord: Fase 3 De Klamp bestond uit delen a en b. Fase 3a was het perceel ten zuiden van fase 2, aan de overzijde van de Wurdumerfeart. Daar zien we af van ontwikkeling vanwege de hoge kosten om dit kleine perceel te ontsluiten. Na een studie naar het programma en overleg met een ontwikkelaar is besloten fase 3a niet te ontwikkelen. Planologisch houdt het perceel een woonbestemming. Fase 3b is het perceel ‘Bijzonder wonen De Klamp’ ten noorden van fase 1. Deze wordt ontwikkeld zoals gedacht. VEILIGHEIDSDOMEIN 57.
Blz 82. 2.1.3 Programma veiligheid Leeuwarden cyberproof in 2023 In de Digitale agenda staat niet specifiek benoemd welk budget men daaraan heeft besteed/ wat er voor nodig. Vraag: welk budget is hiervoor beschikbaar om dit doel te bereiken?
19
Antwoord: Vooropgesteld: 100% cyberproof bestaat niet, het is een soort ‘wedloop’ met toenemende cyberbedreigingen en het wegnemen van gevonden zwaktes in beveiliging. Het loont om te investeren in bewustwording. De menselijk factor is vaak een belangrijke schakel in het grotere geheel van informatiebeveiliging. De mate waarin medewerkers zich bewust zijn van de dreigingen die aan het cyberlandschap verbonden zijn en veilig gedrag vertonen, bepaalt de sterkte en zwakte van deze schakel. Het vergroten van de bewustwording rondom informatiebeveiliging en privacy helpt medewerkers om de regels te kennen, te begrijpen en te interpreteren. Niet eenmalig, maar als een continu proces. Voor de activiteiten uit het bewustzijnsprogramma informatiebeveiliging en privacy is een jaarlijks budget van 30.000 euro beschikbaar. Daarnaast is gebruik gemaakt van subsidiegelden vanuit de Citydeal lokale weerbaarheid cybercrime via het CCV (centrum voor criminaliteitspreventie en veiligheid), het RIEC (regionaal informatie en expertisecentrum) en het PVO (platform veilig ondernemen). Er is voor 3 noord (waaronder Leeuwarden) in totaal 150.000 euro beschikbaar voor noordelijke projecten met als doel het verhogen van cyberweerbaarheid bij financiële dienstverleners. 2.1.5 DOMEIN OVERIGE LASTEN EN BATEN 58. Blz 109 ‘Precariobelasting De legesopbrengsten zijn in 2021 € 58.000 hoger dan geraamd.
Middels het steunpakket voor COVID-19 zijn de inkomsten in de begroting bijgesteld met € 200.000. Achteraf blijkt het toch nog mee te vallen en is er per saldo nog een opbrengst precariobelasting gerealiseerd van € 58.000’ Precariobelasting is hoger dan geraamd. Wat is de verklaring daarvoor/ waardoor is het meegevallen? Antwoord:
In 2021 is de heffing precario voor terrassen verminderd vanwege de COVID-19 pandemie. Wel zijn er over 2021 inkomsten voor het plaatsen van containers en/of het inrichten van een tijdelijke bouwplaatsen ontvangen. Dit heeft alsnog een voordeel opgeleverd. PARAGRAFEN 2.2.2 Weerstandsvermogen 59. Blz 114 Wanneer is de kadernota risicomanagement te verwachten voor de raad? Antwoord: De planning is erop gericht om de concept kadernota voor het zomerreces te bespreken in de auditcommissie en deze direct na het reces aan te bieden aan de raad voor verdere behandeling en vaststelling. 60. Blz 117 Wat is de stvz van het gesprek met de belastingdienst over de vennootschapsbelasting en wat is de verwachting van de uitkomst Antwoord: Eind juni vindt de volgende bespreking met de belastingdienst plaats. Onze inschatting is dat we dit jaar uitsluitsel krijgen over de vennootschapsbelastingplicht van de grondexploitaties en de waardering van de parkeergarages en dat dit geen extra last in 2021 tot gevolg heeft. Uitsluitsel over de vennootschapsbelastingplicht voor de reclame activiteiten kan langer op zicht laten wachten, omdat we een landelijke proef procedure afwachten.