Beantwoording technische vragen Jaarstukken 2022 versie 1
Tekst van het document
Beantwoording schriftelijke technische vragen over de Jaarstukken 2022 23 juni 2023 versie 1
Inhoud Sociaal domein ..................................................................................................... 1 Fysiek domein .................................................................................................... 19 Veiligheidsdomein ............................................................................................... 24 Bestuur en bedrijfsvoering ..................................................................................... 28 Paragrafen ........................................................................................................ 32 Financieel hoofdstuk ............................................................................................ 38
Sociaal domein VVD 1. Pagina 11. Wat kan beter 1. Jongeren met problemen moeten sneller professionele hulp kunnen krijgen. Er zijn aanvullende middelen beschikbaar gesteld voor extra personeel bij het Jeugdexpertteam (JET) om de wachtlijsten in de Jeugdzorg te verkorten. Uit hoeveel FTE bestaat het JET? Hoeveel FTE daarvan is vast, tijdelijk & Inhuur? Hoeveel medewerkers zijn er in 2023 vertrokken bij het JET en hoeveel bijgekomen? Antwoord: Momenteel bestaat het Jeugdexpertteam uit 35 fte jeugdconsulenten. Hiervan is 21 fte in dienst van de gemeente, waarvan een deel niet inzetbaar is in verband met ziekte; zwangerschap- en ouderschapsverlof. Dat betreft 8 fte. Daarnaast wordt 14 fte ingehuurd. Vanaf 1 juli zijn dat er nog 11 en vanaf oktober 2023 8 fte. In 2023 zijn er vier consulenten vertrokken, van wie er een medewerker weer is teruggekeerd. 2. Pagina 12. Flankerende maatregelen gericht op het bedrijfsleven Hoeveel ondernemers zijn met deze maatregelen ondertussen bereikt en wat zijn de concrete resultaten? Antwoord: In de inflatiebrief III van 20 juni j.l. wordt u over de stand van zaken geïnformeerd. Zi e Inflatiebrief III. 3. Pagina 14. Domein sociaal a. Wat is de stand van zaken inzake de voorbereiding van de verzelfstandiging van de Harmonie? b. Wanneer kan de Raad hierin een voorstel verwachten? Antwoord: Naar verwachting in de tweede helft van 2023. 4. Pagina 16.
Bevorderen economische kansen voor iedereen – Bijstand a. Wat was de beginstand van mensen in de bijstand op 1 januari 2022? b. Wat was de stand van mensen in de bijstand op 31 december 2022? c. Hoeveel personen zitten er al langer dan 1 jaar in de bijstand?
1
Antwoord: Beginstand mensen in de bijstand op 1 januari 2022 = 5.378. Stand op 31 december 2022 = 5.189. Aantal personen langer dan 1 jaar in de bijstand (stand per 31-12-2022) 4.492. 5. Pagina 16. Onderwijs, Economie en Arbeidsmarkt (OE&A): andere werkwijze Graag ontvangen het programma/uitvoeringsplan Onderwijs, Economie en Arbeidsmarkt (OE&A). Antwoord: Zie het antwoord op vraag 6, aanvullend: door de voortvarendheid waarmee de samenwerking over de domeinen heen is ontwikkeld en de concrete resultaten die in de afgelopen jaren geboekt zijn, is er voldoende fundament ontstaan om op deze manier door te gaan zonder dat een programma als omhulsel nodig is. De betrokken sectoren binnen de gemeente hebben hun samenwerking voldoende ontwikkeld en geborgd. Daarmee is een belangrijk doel van het programma bereikt. Daarom is ervoor gekozen om het programma Onderwijs, arbeidsmarkt en economie voort te zetten binnen de bestaande lijnorganisatie. 6. Pagina 17. Onderwijs, Economie en Arbeidsmarkt (OE&A): andere werkwijze Inmiddels zijn veel doelstellingen bereikt. Er is voldoende fundament om door te gaan. Kern is het verbeteren van de match op de arbeidsmarkt, en ook om ons aanbod aan te laten sluiten bij ons onderwijs, onze economische strategie en onze regio. De huidige vorm van programmatisch sturen is door de tijd ingehaald. We gaan OE&A daarom op een andere manier vormgeven. a.
Welke doelstellingen zijn er bereikt en welke doelstellingen zijn er niet bereikt en wat is hier de reden/onderbouwing van? b. Op welke manier gaat het programma OE&A vormgegeven worden? Antwoord: a) In de afgelopen jaren is hiermee veel bereikt. Een aantal voorbeelden daarvan zijn: - We werken opnieuw toe naar de ontwikkeling van zogenaamde branchestraten (regionale oriëntatie- en opleidingstrajecten), bedoeld om een logische verbinding te maken tussen de behoefte op de arbeidsmarkt en opleidingen die gekozen worden. Vanuit deze branchestraten kunnen kandidaten voelen en zien wat het werken in een branche is om te bepalen of dit bij ze past; - Er is meer onderlinge verbinding binnen de gemeentelijke organisatie, maar ook daarbuiten met externe partners; - Data gedreven werken heeft een boost gekregen, met als praktisch voorbeeld een dashboard waarop vraag en aanbod op arbeidsmarkt en binnen het onderwijs zichtbaar wordt voor werkgevers en werkzoekenden; - Binnen het in doorontwikkeling zijnde regionale samenwerkingsverband Fryslân werkt is een convenant gesloten waarin afspraken zijn gemaakt over onder andere de verbinding tussen het onderwijs en de regionale arbeidsmarkt; - Er is een sterkere verbinding tot stand gebracht tussen lokale en regionale werkwijzen op het gebied van verbinding tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt; - Er is stevig ingezet op het versterken van
het academische klimaat in Leeuwarden, bijvoorbeeld door de organisatie van de LEIP-week, de avondopenstelling van Tresoar en Studium Generale mogelijk te maken; - Er is geïnvesteerd in de uitbreiding van kenniscampussen en bijbehorende infrastructuur, waarvan de Media- en innovatiecampus een mooi voorbeeld is; - Er worden nieuwe initiatieven onderzocht, zoals bijvoorbeeld de ontwikkeling van een zogenaamd TalentHouse en een internationale school voor primair en voortgezet onderwi js. b. Zie het antwoord op vraag 5: we kiezen ervoor om het programma Onderwijs, arbeidsmarkt en economie voort te zetten binnen de bestaande lijnorganisatie.
2
7. Pagina 17. Vroegsignalering. Contact met 41%, hoe zit het met de rest? Antwoord: In 2022 hebben de wijk- en dorpenteams 1.504 signalen opgepakt. Hiervan waren 1.099 huishoudens nog niet voor ondersteuning bij Amaryllis in beeld. Met 41% (451 huishoudens) van deze 1.099 huishoudens is contact tot stand gekomen. Daarvan waren 405 huishoudens wel al bij Amaryllis in beeld. Met al deze huishoudens (dus 100 %) is door Amaryllis contact opgenomen en hulp geboden. 8. Pagina 18. Jongeren Perspectief Fonds Klopt het dat dit een Social Impact Bond is? Antwoord: Ja, dat klopt. Goed om te weten is dat deze SIB niet door de gemeente maar door JPF is aangegaan. De gemeente heeft er wel voordeel van. Het betreft een pilot voor in eerste instantie 25 jongeren. Stichting JPF heeft voor deelname aan deze pilot een gift van € 25.000 aan de gemeente Leeuwarden beschikbaar gesteld. 9. Pagina 18 Jongeren met schulden a. Wordt er ook geëvalueerd hoe het project verloopt? b. Wat gebeurt er met jongeren die deelnemen aan het project maar dit niet succesvol afronden? Antwoord: a) Het verloopt van het project wordt geëvalueerd. De projectleider JPF bespreekt de voortgang en resultaten van het project regelmatig met het jongerenteam.
Afgelopen jaar werd op basis van de opgedane ervaringen geconcludeerd dat er een stevigere inzet op trajectbegeleiding nodig is en dat deelname aan de effectmonitor van JPF helpend is om de aanpak en resultaten beter te monitoren. In 2023 is gestart met de inzet van deze effectmonitor. b. Bij de jongeren die in de pilot Jongeren en Schulden zijn uitgevallen is vaak sprake van multiproblematiek. Hierdoor waren ze niet in staat om bijv. hun opleiding af te ronden. Deze jongeren stromen vaak (terug) in de bijstand, tenzij er een andere inkomstenbron aanwezig is. De begeleiding van deze jongeren die in de bijstand instromen wordt is overgenomen door het reguliere jongerenteam. Als er geen sprake is van bijstand zal zoveel als mogelijk een overdracht plaats vinden met het wijkteam, de school of andere benodigde/aanwezige instantie. 10. Pagina 18. Pilot schuldenvrijLWD Gedurende de pilot wordt narratief onderzoek ingezet à wanneer? Zijn deze momenten al bepaald? Antwoord: De looptijd van het narratief onderzoek is 14 maanden, vanaf mei 2023 tot en met juni 2024. De onderzoeksopzet bestaat uit drie fases: A. Verhalen ophalen van deelnemers, ervaringskennis verzamelen en in beeld brengen. B.
Brownpaper sessies: inzichten en ervaringen ophalen van de netwerkpartners – gemeente Leeuwarden, KBNL, Amaryllis en Humanitas Leeuwarden – waarmee hun perspectief in beeld wordt gebracht: praktijkkennis en beleidskennis a. Na een half jaar. b. Na een jaar. C. De bevindingen vanuit fasen A en B worden geduid en opgeleverd.
3
11. Pagina 21. Versterken sociale basis. Welke acties hebben er plaats gevonden en tot welke concrete resultaten heeft dit geleid? Antwoord: Amaryllis heeft nog meer de beweging naar collectief gemaakt en daarover een rapport uitgebracht. Ook heeft Amaryllis de buurtexpedities in twee gebieden georganiseerd om zo gezamenlijk in gesprek te zijn met de sociale basis. Gebiedswerkers van de gemeente Leeuwarden waren hierbij aanwezig, ook de projectleider sociale basis. 12. Pagina 23. Wet inburgering. Voor de Module Arbeidsmarktparticipatie is nog geen invulling gevonden in 2022. Ook voor de participatie (800 uur per inburgeraar) binnen de Z-route was in 2022 nog geen dienstverlening. a. Betekent dit voor deze doelgroep dat er geen inzet op arbeidsparticipatie en de voorbereiding daarop heeft plaats gevonden? b. Welke consequenties heeft het anders gehad? Antwoord: Er is op dit moment nog geen compleet aanbod voor de MAP en ook nog niet voor de participatie binnen de Z-route. De consulenten van Team Inburgering bekijken per inburgeraar welke mogelijkheden zij zien om te voldoen aan de participatie-uren binnen de Z-route.
Zo wordt de taalaanbieder in contact gebracht met de werkgever wanneer er sprake/mogelijkheden zijn tot vrijwilligerswerk of betaalde arbeid en de werkgever open staat voor dualiteit op de werkvloer (het combineren van opdrachten vanuit het taalonderwijs op de werkvloer). M.b.t. de MAP wordt er ook op dezelfde wijze maatwerk toegepast; waar er sprake van betaald werk of vrijwilligerswerk is, brengt de consulent in kaart wat er nog nodig is om te voldoen aan de onderdelen binnen de MAP. De praktijkuren worden binnen de werksetting ingevuld en geregistreerd binnen ons systeem, en we zijn op dit moment bezig om middels (groeps)modules de andere onderdelen vanuit de MAP aan te kunnen bieden aan de inburgeraars. Middels maatwerk heeft Team Inburgering de eerste inburgeraars in samenspraak met hun werkgever de MAP al kunnen laten voltooien. 13. Pagina 23. Aanpak eenzaamheid: (culturele) projecten hebben geleid tot meer ontmoeting a. Heeft deze aanpak naast ontmoetingen ook concreet geleid tot een vermindering van eenzaamheid? En zo ja, met hoeveel en hoe is dit gemeten? b. Wat is de aanpak van het College ten aanzien van eenzaamheid bij jongeren? Antwoord: Volgt maandag 14. Pagina 26. De wachtlijsten JET stijgen weer. a. Wat is de actuele status van de wachtlijsten? Wat is de gemiddelde wachtduur? b.
Staan er jongeren langer dan wettelijk toegestaan op de wachtlijst en hoe groot is deze groep? Antwoord: De wachtlijst is teruggebracht van 130 naar 40 jeugdigen en de wachttijd is verkort van 8 maanden naar 50 dagen. Dat betekent dat zorgvragen nog niet altijd binnen de wettelijke toegestane wachttijd kunnen worden afgehandeld. Dit geldt niet voor de veiligheid casuïstiek en de zaken waarin urgente inzet nodig is. Die zaken worden direct opgepakt. 15. Pagina 28. Vernieuwing maatschappelijke ondersteuning. Een van de transformaties voor de basisondersteuning (aanbieder Amaryllis/Incluzio) was zo veel mogelijk beschikkingsvrij werken. Deze doelstelling is behaald. Uit evaluatieonderzoek van NHL Stenden blijkt dat inwoners tevreden zijn met hun deelname aan de collectieve activiteiten en dat het bijdraagt aan hun ontwikkeldoelen Wij ontvangen graag ook dit evaluatierapport om dit zelf te beoordelen.
4
Antwoord:
Dit rapport is te vinden op de site van Amaryllis: https://www.amaryllisleeuwarden.nl/tweederapportage-groepsondersteuning-is-bemoedigend/ 16. Pagina 28. Buurt- en dorpskamers: maatwerk per gebied Op basis van de eerste ervaringen wordt gekeken naar maatwerk per gebied bij de implementatie, samen met de sociale basis, van de buurt- en dorpskamers. Bewoners kunnen naast de buurt- en dorpskamers nog altijd telefonisch een afspraak maken met Amaryllis. Voor de meeste bewoners werkt dit beter dan het bezoeken van een dorps - of buurtkamer voor het vragen van hulp. a. Hoeveel inwoners maken gebruik van amaryllis voor hun zorgvraag/vraag voor hulp en hoeveel inwoners kloppen bij de dorps- of buurtkamer aan met een zorgvraag/vraag voor hulp? b. Wordt er een inventarisatie gemaakt welke buurt- en dorpskamers succesvol zijn? c. Wordt er geëvalueerd of aanpak van outreachend werken door de sociaal werkers en opbouwwerkers succesvol is? Antwoord: In totaal is in 2022 aan 3.363 bewoners ondersteuning geboden door de wijken-en dorpenteams en het team statushouders. Aan 1956 bewoners is een vorm van basisondersteuning (ambulante ondersteuning, lichte opvoedondersteuning, schuldhulpverlening, dagbesteding etc.) geboden. Deze ondersteuning wordt door Amaryllis zelf geboden (bron: Jaarverslag Amaryllis 2022).
Er is verder een evaluatie van de buurt- en dorpskamers door het bureau KAW uitgevoerd. De evaluatie wordt binnenkort in het college behandeld waarna u er ook de beschikking over krijgt. In de evaluatie is er aandacht voor de bijdrage die de buurt- en dorpskamers leveren aan ontmoeting en aan inwoners die komen voor een ondersteuningsvraag. Verder is er aandacht in de evaluatie voor de samenwerking en hoe de buurtkamer werkt samen met vrijwilligers, sociaal werker/opbouwwerkers en andere professionals. Dit zal ook een beeld geven van het outreachend werken van de sociaal werkers en opbouwwerkers . Er wordt niet specifiek een inventarisatie gedaan of een buurt- en dorpskamers succesvol is. Er wordt gekeken naar of buurt- en dorpskamers bijdragen aan ontmoeting en aan inwoners die komen voor een ondersteuningsvraag.
PvdA 17. Blz 15 Meer vroegsignalering ‘’Ook doen we er alles aan om inwoners bestaanszekerheid te bieden en we helpen voorkomen dat mensen vastlopen in armoede en schulden. We richten ons daarbij steeds vaker op het versterken van de sociale netwerken van mensen die tijdelijke of permanente ondersteuning nodig hebben. ‘’ -In hoeverre worden ervaringsdeskundigen ook hierin betrokken? Antwoord: Ervaringsdeskundigen worden steeds meer betrokken bij allerlei thema’s op het terrein van armoede en schuldhulpverlening. Per 1 oktober 2022 is het pilotteam vroegsignalering bij Amaryllis gestart. Dit team bestaat uit twee sociaal werkers en drie ervaringsdeskundigen. De sociaal werkers en ervaringsdeskundigen gaan gezamenlijk op huisbezoek. De inzet van ervaringsdeskundigen helpt om daadwerkelijk contact met bewoners te leg gen. Ook denken de ervaringsdeskundigen actief mee in het verbeteren van de aanpak. Binnen de gemeente Leeuwarden zijn per januari 2023 drie ervaringsdeskundigen van Sterk uit armoede gedetacheerd. Zij zijn o.a. actief in het gezinslab in Leeuwarden-Oost en participeren in diverse projecten op het terrein van armoede en schuldhulpverlening.
5
18. Blz 16 Blz 17 ‘De OE&A (onderwijs, economie en arbeidsmarkt) anders vormgeven’ -Zijn hier al voorbeelden van of een begin meegemaakt? Antwoord: Er is nog geen begin gemaakt met een andere vorm: de verschillende projecten/trajecten worden binnen de bestaande lijnorganisatie uitgevoerd. 19. Blz 22: Het versterken van het netwerk binnen de sociale basis ligt op koers -Kunt u aangeven waar u dat van af leidt? Antwoord: Amaryllis heeft als opdracht vanuit de WMO om via opbouwwerk, vrijwilligerswerk, jongerenwerk en andere kanalen de sociale basis te versterken. Daarnaast hebben de gebiedswerkers van de gemeente Leeuwarden contacten met de wijk en dorpshuizen, wijkpanels en dorpsbelangen en sluiten zij aan waar nodig is. V-O-L heeft afgelopen jaar gewerkt aan het toekomstperspectief onder leiding van Sesamacademie. In het najaar zal het college het uitvoeringsplan sociale basis vaststellen. 20. Blz 23 Voor de Module Arbeidsmarktparticipatie is nog geen invulling gevonden in 2022. Ook voor de participatie (800 uur per inburgeraar) binnen de Z-route was in 2022 nog geen dienstverlening. a. Waarom is er nog geen dienstverlening op deze terreinen? b. Voor de ondertussengroep (mensen die onder de oude inburgeringswet vallen) hebben we in 2022 twee consulenten in dienst genomen. Zo wordt deze groep goed begeleid.
Kunt u al iets zeggen over de resultaten? Antwoord: a) Er is op dit moment nog geen compleet aanbod voor de MAP en ook nog niet voor de participatie binnen de Z-route. De consulenten van Team Inburgering bekijken per inburgeraar welke mogelijkheden zij zien om te voldoen aan de participatie-uren binnen de Z-route. Zo wordt de taalaanbieder in contact gebracht met de werkgever wanneer er sprake/mogelijkheden zijn tot vrijwilligerswerk of betaalde arbeid en de werkgever open staat voor dualiteit op de werkvloer (het combineren van opdrachten vanuit het taalonderwijs op de werkvloer). M.b.t. de MAP wordt er ook op dezelfde wijze maatwerk toegepast; waar er sprake van betaald werk of vrijwilligerswerk is, brengt de consulent in kaart wat er nog nodig is om te voldoen aan de onderdelen binnen de MAP. De praktijkuren worden binnen de werksetting ingevuld en geregistreerd binnen ons systeem, en we zijn op dit moment bezig om middels (groeps)modules de andere onderdelen vanuit de MAP aan te kunnen bieden aan de inburgeraars. Middels maatwerk heeft Team Inburgering de eerste inburgeraars in samenspraak met hun werkg ever de MAP al kunnen laten voltooien.
b) Met betrekking tot de resultaten voor de ‘ondertussengroep’ kunnen we aangeven dat we iedere inburgeraar die tot deze doelgroep behoort in beeld hebben en inmiddels een contactpersoon/consulent vanuit Team Inburgering heeft die voor de adequate begeleiding binnen het inburgeringsproces zorgdraagt. Op dit moment worden de laatste inburgeraars die behoren tot deze doelgroep gesproken en wordt er samen met de inburgeraar en de consulent een nieuw Plan van Aanpak opgesteld waarin het inburgeringstraject wordt vormgegeven. We hebben de afgelopen periode specifiek voor deze ‘ondertussengroep’ nog een derde consulent aangenomen, waardoor naar verwachting iedere inburgeraar die tot deze doelgroep behoort, voor september een actueel Plan van aanpak heeft. De consulenten voeren samen met de inburgeraars actief regie op de uitvoering van de plannen van aanpak en zetten trajecten in vanuit de staande dienstverlening, ter bevordering van de inburgeringsactiviteiten en het taalniveau van de ‘ondertussengroep’.
6
21. Blz 25 Op gezondheidsbeleid GGD is een onderuitputting op het programma Foar Fryske Bern ook. -Hoe de verhouding tussen preventieve en curatieve Jeugdhulp is? -Is het mogelijk in de jaarstukken de uitgaven voor preventief Jeugdgezondheidsbeleid in verhouding tot het totaal uitgaven Jeugdhulp weer te geven? Zou dat een ijkpunt kunnen zijn voor het toekomstig beleid (soort nulmeting)? -Wat is de effectiviteit van de Verwijsindex Jeugdhulp in het SDF? Tevredenheid of gebruiksintensiteit mogelijk een indicator? -Het project Foar Fryske Bern zal in 2023 een inhaalslag krijgen. Hoe staat het met de uitvoering daarvan? Antwoord: Totale uitgaven jeugdhulp: € 57.487.393 Curatieve Jeugdhulp: € 50.526.778 (87,9%) Preventieve jeugdhulp*: € 6.960.615 (12,1%). *waarbij we onder preventieve jeugdhulp laten vallen: • preventief jeugdhulp aanbod: € 262.553 o o.a. Humanitas en Stjoer voor ondersteuning van jeugdigen en hun gezin) • lichte opvoedondersteuning geboden door Amaryllis: € 1.520.000 • Jeugdondersteuners Kindcentra: € 422.138 • Praktijk Ondersteuner Huisarts Jeugd: € 338.000 • Scholenteams (school als werkplaats en school als vindplaats): € 252.000 • Jeugdgezondheidszorg (inzet GGD): o € 3.600.000 (basispakket voor: monitoren, vaccineren, screenen, preventie, signaleren en voorlichting) o € 565.924 (aanvullend pakket).
Wij kunnen nu niet aangeven of dit een ijkpunt kan zijn voor toekomstig beleid. De verwijsindex is een instrument om samenwerking tussen professionals te realiseren. Dit gebeurt doordat professionals in een vroegtijdig stadium van hulpverlening hun betrokkenheid bij een kind/jeugdige aangeven. De contactgegevens van professionals (gekoppeld aan een individu tussen 0 en 22 jaar) zijn op die manier inzichtelijk voor de professionals die betrokken zijn (geweest) bij dat ene kind of gezin. Hierdoor kan men elkaar direct bereiken om af te stemmen. De effectiviteit van het instrument valt of staat met de gebruikers: als iedere professional er gebruik van maakt dan is het systeem dekkend, wordt dit niet gedaan dan vallen er gaten en werkt het instrument niet optimaal. In Fryslân is het gebruik tweeledig: een groep professionals benut de verwijsindex (dagelijks) en er zijn professionals die de verwijsindex niet gebruiken omdat zij het als een extra last ervaren en er zorgen zijn over de privacy. De gebruikers van de Verwijsindex Fryslân zijn tevreden over het systeem, de gebruiksvriendelijkheid en het ‘doet wat het moet doen. Het project Foar Fryske Bern heeft ook in 2022 uitvoering gekregen. Zo is de monitor gemeentelijke toegang tot jeugdhulp voor alle gemeenten in Fryslân opnieuw uitgevoerd. Ook is voor de lijn onderwijs/zorg uitvoering gegeven aan het ‘Fries Model’.
Dit analysemodel voorziet in een inhoudelijke basis ter ondersteuning van de verbinding tussen onderwijs en gemeenten, rondom het gemeenschappelijk doel jeugd zich zo optimaal mogelijk te laten ontwikkelen binnen het onderwijs. Door personeelsverloop en langdurige ziekte is aan de overige lijnen van Foar Fryske Bern minder uitvoering gegeven. Vanaf 2023 zullen de activiteiten van Foar Fryske Bern worden ondergebracht binnen de op te stellen jaarplannen van de Fryske Regiovisie, aangezien deze visie geheel overeenkomt met de lijnen van Foar Fryske Bern. 22. Blz 27 In de haarvaten van de samenleving is er soms de kritiek dat de regelingen binnen het WMO niet altijd aan de juiste mensen worden toegekend. -Herkennen jullie dit en zo ja, wat zal hieraan worden gedaan? 7
Antwoord: Dit wordt door ons niet herkend. Indien bewoners een hulp-ondersteuningsvraag hebben, geldt het uitgangspunt Doen wat nodig is. Hierbij geldt altijd dat eerst wordt gekeken of met een voorliggende voorziening of in het netwerk de hulpvraag kan worden afgedaan. Indien er een beroep moet worden gedaan op een Wmo-voorziening (ambulante ondersteuning, beschermd wonen, maatschappelijke opvang, dagbesteding, wonen- rollen en vervoer) wordt op basis van afwegingskaders in de verordening en de beleidsregels Wmo beoordeeld welke voorziening moet worden ingezet. 23. Blz 29 Buurt- en dorpskamers: maatwerk per gebied Op basis van de eerste ervaringen wordt gekeken naar maatwerk per gebied bij de implementatie, samen met de sociale basis, van de buurt- en dorpskamers. Bewoners kunnen naast de buurt- en dorpskamers nog altijd telefonisch een afspraak maken met Amaryllis. Voor de meeste bewoners werkt dit beter dan het bezoeken van een dorps - of buurtkamer voor het vragen van hulp. Via outreachend werken door de sociaal werkers en opbouwwerkers proberen we meer mensen en activiteiten in de dorps en buurtkamers te krijgen. -Kunt u ook iets zeggen over de mate van gebruik van de buurt en dorpskamers? Antwoord: Dit is per buurt- en dorpskamer verschillend. Uit de evaluatie van de buurt- en dorpskamers van KAW is dat ook duidelijk geworden.
De evaluatie wordt binnenkort in het college behandeld waarna u er ook de beschikking over krijgt. De locaties hebben zowel een activiteiten aanbod als de toegang naar de Amaryllis of bijvoorbeeld een buurtservicepunt. Zowel het aanbod aan activiteiten als de toegang naar basisondersteuning zorgen voor de mate waarin inwoners naar de buurt- en dorpskamer komen. Echter kunnen inwoners de basisondersteuning ook via de telefoon of mail bereiken. 24. Blz 31 Tenslotte ontstaat er een voordeel van per saldo € 241.000 op de inzet van 'Praktijk ondersteuners voor huisartsen' (POH-ers). Sinds 2021 vergoedt de zorgverzekeraar een deel van de inzet van POH ers. Omdat de continuïteit van deze afspraak op dit moment nog niet gegarandeerd is, bevat het budget ruimte voor het geval de huidige afspraak wordt beëindigd. -Is de zorgverzekeraar verplicht deze kosten te vergoeden of is dit een specifieke afspraak voor Friesland/Leeuwarden? Antwoord: De zorgverzekering is niet verplicht deze kosten te vergoeden. Wel is in de Friese Samenwerkingsagenda 2022 – 2025 het volgende opgenomen: ‘De afspraken over de gezamenlijke financiering vanuit de zorgverzekeraar en gemeente blijven in stand en worden periodiek geëvalueerd’. De Friese samenwerkingsagenda is in mei 2022 door alle Friese gemeenten en zorgverzekeraar De Friesland ondertekend.
Met als doel om de onderlinge samenwerking te verbeteren en concrete ambities te realiseren om zorg en ondersteuning voor Friese inwoners goed te organiseren. 25. Blz 31 Op het onderdeel Beschermd Wonen is regionaal een voordeel van € 11,5 mln. Met name op de zorgkosten zijn voordelen. Uit het budget voor de zorgkosten kunnen gemiddeld genomen 750 cliënten bekostigd worden. In werkelijkheid zijn er gemiddeld 564 cliënten i n zorg. Dat zijn 186 cliënten minder dan begroot. Dit levert een voordeel op van € 9,3 mln. Daarnaast zijn de gemiddelde kosten per cliënt ruim € 3.000 lager dan waar in de begroting vanuit is gegaan. Dit resulteert in een voordeel van € 1,7 mln. Het aandeel van Leeuwarden in het totale regionale voordeel is € 2,2 mln. -Welke verklaring is er voor het veel lagere aantal cliënten en wat betekent dit naar de toekomst?
8
Antwoord: De daling van het aantal cliënten in Beschermd Wonen is het gevolg van de openstelling van de Wet Langdurige Zorg (Wlz) voor GGZ-cliënten. Hierdoor zijn de Beschermd Wonen cliënten die hun leven lang intensieve geestelijke gezondheidszorg nodig hebben en voldoen aan de Wlz toegangscriteria overgegaan naar de Wlz. Het is de verwachting dat het huidige aantal cliënten Beschermd Wonen min of meer stabiel blijft de komende jaren. Mogelijk dat er in de toekomst nog een deel van de financiën uit het budget voor Beschermd Wonen wordt overgeheveld naar de Wet Langdurige Zorg en/of dat de criteria voor de toegang tot de Wet Langdurige Zorg worden aangescherpt zodat er meer cliënten in Beschermd Wonen blijven. 26. Blz 31 Eind 2021 heeft het Rijk structureel extra middelen beschikbaar gesteld voor de versterking van het sociaal wijkteam. Op de bestedingen van deze middelen is een voordeel van € 360.000 behaald. a) Wat is de achtergrond hiervan? b) Heeft dit gewoon te maken met proceduretijd of zijn er onvoldoende geschikte kandidaten? Antwoord: Het Rijk heeft in de decembercirculaire 2021 met ingang van 2021 structureel € 357.000 voor de versterking sociaal wijkteam beschikbaar gesteld. Voor het budget van jaarschijf 2021 is dat simpelweg te laat om nog te kunnen worden ingezet in 2021 en is dat via de budgetoverheveling in 2022 beschikbaar gesteld.
In 2022 is naast het regulier budget van € 357.000 ook nog eens € 357.000 van de budgetoverheveling incidenteel beschikbaar. In totaal dus € 714.000. Daarvan is € 360.000 niet besteed. Feitelijk is dit het incidentele deel. Daarnaast lopen we er in de praktijk tegenaan dat de voorbereiding tijd kost i.v.m. inkoopprocedures etc. en dat de partijen waarmee de gemeente samenwerkt niet altijd per direct extra capaciteit hebben om nieuwe activiteiten uit te voeren. 27. Blz 33 Het aantal achterstand leerlingen is niet bekend -Wanneer verwacht u hier wel gegevens over te hebben? Antwoord: Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) heeft het onderwijsachterstandenbeleid voor het primair onderwijs herzien. In het nieuwe beleid, dat in 2019 van kracht is geworden, maakt zij gebruik van de onderwijsachterstandenindicator die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) eerder op verzoek van het ministerie heeft ontwikkeld. Dat kan door met de indicator de onderwijsscores per peuter (2,5 tot 4 jaar) en basisschoolleerling te berekenen en die met een bepaalde formule op te tellen tot achterstandsscores per gemeente. Deze scores drukken dan de verwachte onderwijsachterstand per gemeente uit, op basis waarvan OCW het onderwijsachterstandenbudget over gemeenten kan verdelen. 28.
Blz 55 Binnen het project buitenkans hebben we de handen ineengeslagen met als doel een maximaal aantal bijstandsgerechtigden te laten meetellen en te laten meedoen, naar maximaal vermogen werken of participeren op een plek bij; de Buitendienst, Caparis, een bewonersorganisatie of bij een reguliere werkgever (de Buitenkans). De verkenningsfase is afgesloten en komend jaar start de eerste uitvoering. -Kunnen de resultaten van de verkenningsfase ook met de raad gedeeld worden? Antwoord: Er is onderzocht welke werkzaamheden er beschikbaar komen bij de buitendienst en voor welke doelgroep dit geschikt is. Daarnaast is er gesproken met onze samenwerkingspartners over hoe we
9
doorgaande lijnen kunnen creëren. De vorm van werkgeverschap, inzet van SROI en de benodigde scholingscomponenten zijn nog onder constructie. In Q3 krijgt de raad een update.
Groenlinks 29. P.16: “Belangrijke oorzaak is dat de instroom (beroep op bijstand) is afgenomen.” Wat zijn de oorzaken van de afname van de instroom in de bijstand? Antwoord: De huidige krapte op de arbeidsmarkt zorgt voor meer werkgelegenheid en meer banen. Verschillende doelgroepen hebben meer perspectief op betaald werk. Werkgevers zetten meer in op behoud van medewerkers. 30. P. 26: “In het najaar liep de wachtlijst wederom op vanwege ziekte, verloop en krapte op de arbeidsmarkt.” In de informatiebijeenkomst over de stand van zaken bij het JET zijn door het college zorgen gedeeld over de wachtlijst. Het lastig vinden van personeel werd daarin als grootste knelpunt genoemd. We komen dat knelpunt en te lang wachten voor te veel kinderen en jeugd ook nu weer tegen. Onze vraag is of er zicht is op verbetering wat betreft het personeelsbestand. Vanuit zorgen die door samenwerkingspartners van het JET is geuit, willen vragen of die samenwerking op orde is, of wat er nog moet gebeuren, zodat er voor kinderen en jongeren een stabiel en soepel traject is voor de nodige hulp. De aanbesteding 2021 leverde problemen op. Er lopen nog rechtszaken, naar wij ons herinneren.
Vanuit die ervaring: is het te verwachten dat de nieuwe aanbesteding in 2023 op dezelfde problemen stuit? Zo ja, met welke inzet zou dat voorkomen kunnen worden? Antwoord: Zoals hierboven benoemd is het gelukt invulling te geven aan de tijdelijke vacatures middels inhuur. Hierdoor is de wachtlijst gedaald en was er meer ruimte en rust in het team. Hierdoor kunnen we investeren in het verder ontwikkelen van het team om te zorgen dat we continuïteit kunnen borgen en personeel kunnen boeien en binden. Gedurende de afgelopen periode hebben we geïnvesteerd in de samenwerking met Amaryllis en met Veilig Thuis is deze versterkt. Er zijn periodieke overleggen en korte lijntjes om met elkaar te verbeteren. Ook weten we elkaar goed en snel te vinden, als het s oms vastloopt. In het algemeen verloopt de samenwerking goed. We blijven investeren in de ketensamenwerking. Het doel is de nieuwe inkoop van jeugd per 1-1-2024 te implementeren. Er lopen echter nu nog steeds rechtszaken. De uitspraken van de rechter verwacht SDF medio juli. 31. P. 38: “Van het project waarbij we versneld woningen wilde toevoegen is gebleken dat het thema ''wonen'' zich niet voor een versnelling liet lenen.” Waarom niet/waar bleek dat uit? Wat is de huidige stand van zaken/planning? Antwoord: Er is een onderzoek uitgevoerd naar beoogde woonkwaliteit in de binnenstad en dit krijgt zijn beslag in regulier woonbeleid.
CDA 32. Het woord ‘ouderen’ komt niet hier niet voor. De staatjes geven aan dat de gemeente Leeuwarden ook een grote populatie ouderen heeft en toch komt dit niet voor. Een woord bijv 10
als ‘Knarrenhof ‘of ‘Woningen voor ouderen’. Vind de gemeente dit niet nodig? Terwijl we het beleidskader ‘Wonen op de Dorpen’ (genoemd pag 8, slotregel 2e alinea) hebben vastgesteld. Antwoord: Voor ons zijn ouderen en de door hen benodigde zorg een belangrijk onderwerp. Daarom zijn we nu bezig om het strategische beleid op het gebied van wonen en zorg vast te leggen in de woonzorgvisie. U heeft op 17 mei 2023 de startnotitie woonzorgvisie besproken. Daarnaast heeft de raad op 12 oktober 2022 een motie aangenomen over Knarrenhof en andere woonvormen voor senioren. U bent op 14 maart 2023 door het college geïnformeerd over de stand van zaken van de uitvoering van deze motie (informerende brief over de stand van zaken uitvoering moties). 33. Een groot zeer groot gemis is ook het niet aanwezig zijn van het woord Laaggeletterdheid. Daar waar we de afgelopen heel veel aandacht voor hebben gevraagd is nu verdwenen. We hebben een Verbinder Laaggeletterdheid maar we weten ook dat de functionaris die beleid schrijft niet meer is ingevuld. Vind de gemeente het niet meer nodig? Het stond altijd genoemd bij onder andere Armoedebestrijding (pag 17) Antwoord: Het woord laaggeletterdheid wordt door het veld eigenlijk nauwelijks meer gebruikt. Steeds vaker wordt gesproken van verminderde basisvaardigheden.
Laaggeletterdheid omvat namelijk meer dan een verminderde vaardigheid op het gebied van lezen en schrijven. “Mensen die moeite hebben met basisvaardigheden zijn en voelen zich vaker minder gezond dan niet-laaggeletterden (Van der Heide & Rademakers, 2015). Onderzoek toont aan dat taalscholing bijdraagt aan een betere (ervaren) gezondheid, zowel lichamelijk als geestelijk” (De Greef et al., 2014; Martens & Daalder, 2019). De term laaggeletterdheid komt minder voor, maar de inzet of aandacht is niet verminderd. Ook niet in de gemeente Leeuwarden. In aanloop naar de evaluatie voor de tijdelijke functie van de verbinder laaggeletterdheid ontstond vacatureruimte vanwege een functieverschuiving van de beleidsmedewerker die o.a. laaggeletterdheid in portefeuille had. Onder andere vanwege de rol die onze gemeente heeft als regionaal trekker, zag de verbinder laaggeletterdheid een meerwaarde in het verbinden van beide functies. Daarom is besloten om beide functies te beleggen bij 1 persoon. Als gevolg is de beleidsfunctie wel ingevuld. 34. Blz. 18 inzet energiecoaches Zijn de jeugdondersteuners geïnformeerd over de extra middelen van het rijk rondom energiearmoede? De jeugdondersteuners hebben veel contact met kwetsbare gezinnen. Antwoord: De jeugdondersteuners hebben een signalerende taak, ook als het aankomt op geldzorgen en armoede.
Ze weten bovendien dat energiearmoede bij veel mensen speelt. Als er vragen over financiën en geldzorgen gesignaleerd worden, verwijzen ze vaak door naar het wijkteam. Eventueel gaat de jeugdondersteuner met de ouders mee, als de drempel te hoog is. Ook helpen de jeugdondersteuners ouders met het vinden van de juiste informatie over regelingen, bijvoorbeeld via de website van de gemeente. En dus ook over de regelingen energie armoede. Toen recent in de krant stond dat nog veel gezinnen niet van de energievergoedingen gebruik hebben gem aakt, heeft een jeugdondersteuner via social schools ouders opgeroepen aan de bel te trekken als ze hier vragen over of er hulp bij nodig hadden. 35. Blz. 23 Kunstkade is een proeftuin taal voor leerlingen gestart op Piter Jelles. Komt Comenius hier ook voor in aanmerking? Antwoord: Kunstkade werkt in het voortgezet onderwijs met proeftuinen waarbij scholen en instellingen aan een specifieke vraag werken. In het geval van Piter Jelles was dit een vraag over Taal. Iedere school kan een aanvraag doen voor een proeftuin, ook Comenius.
11
36. Blz. 32 Liever niet de term achterstandsleerlingen gebruiken. Eventueel leerlingen met weging., Is een andere term mogelijk? Wordt er over zulke termen actief nagedacht? Antwoord: Zoals eerder aangegeven is de term achterstand leerlingen een indicator vanuit het ministerie van OC&W waarop gemeente haar onderwijsachterstanden geld ontvangt. Lokaal gebruiken we de term: jongeren in kwetsbare positie. 37. Pagina 11: is er extra personeel in de jeugdzorg te krijgen? Antwoord: Het werven en inzetten van extra personeel in de jeugdzorg is een verantwoordelijkheid van de jeugdzorg aanbieders. Als gemeente stellen we een reëel tarief beschikbaar voor de zorg die zij leveren en het personeel dat ze daarvoor nodig hebben. 38. Pagina 15: programma sociale basis. Beperken van ongelijkheden. Hoe wijkt dat af? Antwoord: Dit betreft afwijkingen op laaggeletterdheid en inburgering. Deze afwijkingen slaan op de voorgenomen budgetoverhevelingen (zie pag. 22 en 161 van de jaarstukken 2022). 39. Pagina 16: beschutte werkplekken Taakstelling 72 beschutte werkplekken maar er is geen wachtlijst. Nu 56 Wat is er begroot? Antwoord: We begroten altijd op basis van het wettelijk aantal dat als taakstelling geldt. We verwachten de komende jaren wel boven de wettelijke taakstelling uit te komen. 40.
Pagina 21: waar zit de financiële afwijking bij de versterking van de sociale basis? Antwoord: Het Rijk heeft in de decembercirculaire 2021 met ingang van 2021 structureel € 357.000 voor de versterking sociaal wijkteam beschikbaar gesteld. Voor het budget van jaarschijf 2021 is dat simpelweg te laat om nog te kunnen worden ingezet in 2021 en is dat via de budgetoverheveling in 2022 beschikbaar gesteld. In 2022 is naast het regulier budget van € 357.000 ook nog eens € 357.000 va n de budgetoverheveling incidenteel beschikbaar. In totaal dus € 714.000. Daarvan is € 360.000 niet besteed. Feitelijk is dit het incidentele deel. Daarnaast lopen we er in de praktijk tegenaan dat de voorbereiding tijd kost i.v.m. inkoopprocedures etc. en dat de partijen waarmee de gemeente samenwerkt niet altijd per direct extra capaciteit hebben om nieuwe activiteiten uit te voeren. 41. Pagina 21: graag een voorbeeld wanneer de gemeente aanschuift zonder over te nemen. Antwoord: Wijkschouw in Westenkwartier (Valerius e.o) waarbij inwoners met ondersteuning van gebiedswerkers en opbouwwerkers op ludieke wijze aandacht vroegen voor energie armoede. Naar aanleiding van huis aan huis bezoeken door NHL studenten is dit thema opgehaald bij de inwoners. 42. Pagina 23: welke culturele projecten waren er in de dorpen tegen aanpak eenzaamheid? Antwoord: Volgt maandag 43.
Pagina 30: beschermd wonen 186 minder cliënten dan begroot Financieel voordeel. 12
Hoe kan het dat er minder mensen beschermd en beschut wonen? Antwoord: De daling van het aantal cliënten in Beschermd Wonen is het gevolg van de openstelling van de Wet Langdurige Zorg (Wlz) voor GGZ-cliënten. Hierdoor zijn de Beschermd Wonen cliënten die hun leven lang intensieve geestelijke gezondheidszorg nodig hebben en voldoen aan de Wlz toegangscriteria overgegaan naar de Wlz.
Gemeentebelangen 44. Blz 22: Kansen voor kinderen: draagt ondersteuning van de IKC’s bij aan meer opvang voordat de leerplicht ingaat van kansarme kinderen? Of blijven die thuis achterstand oplopen totdat ze verplicht naar school komen? Antwoord: In Leeuwarden gaan, ten opzichte van landelijke cijfers, relatief veel kinderen met een Voor- en vroegschoolse educatie (VVE)-indicatie naar een voorschools aanbod op een IKC. Om dit voor elkaar te krijgen werkt de gemeente samen met de IKC’s, kinderopvang, consultatiebureaus en het basisonderwijs om kinderen die een risico hebben op een (taal)achterstand zo vroeg mogelijk naar maar het voorschoolse aanbod op de IKC’s toe te leiden. Zo proberen we zoveel mogelijk te voorkomen dat kinderen met een (taal)achterstand instromen in het basisonderwijs. De aanpak bestaat er kort samengevat uit dat het consultatiebureau (JGZ) op basis van risicofactoren en beschermende factoren kijkt of een kind een risico loopt op achterstanden. Ouders van kinderen die een VVE-indicatie krijgen, worden vanuit zowel de kinderopvang als het consultatiebureau aangespoord om van het VVE-aanbod gebruik te maken. Als gemeente zorgen we ook voor een financiële toegankelijkheid, bijvoorbeeld wanneer ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag. Daarnaast krijgen ouders van kinderen met een VVE-indicatie het 3e + 4e dagdeel kinderopvang gratis. 45.
Blz 22: Wet inburgering: Voor de Module Arbeidsmarktparticipatie (MAP) is nog geen invulling gevonden in 2022. Ook voor de participatie (800 uur per inburgeraar) binnen de Z-route was in 2022 nog geen dienstverlening. Mede hierdoor nemen we wat over is in 2022 mee naar 2023 om in te zetten voor de hogere taakstelling op te huisvesten inburgeraars die we in 2023 krijgen. Betekent dit concreet dat budget gaat verschuiven van kosten voor arbeidsmarktparticipatie naar huisvesting of blijft dit bestemd voor (arbeids)participatie? Antwoord: Er is op dit moment nog geen compleet aanbod voor de MAP en ook nog niet voor de participatie binnen de Z-route. De consulenten van Team Inburgering bekijken per inburgeraar welke mogelijkheden zij zien om te voldoen aan de participatie-uren binnen de Z-route. Zo wordt de taalaanbieder in contact gebracht met de werkgever wanneer er sprake/mogelijkheden zijn tot vrijwilligerswerk of betaalde arbeid en de werkgever open staat voor dualiteit op de werkvloer (het combineren van opdrachten vanuit het taalonderwijs op de werkvloer). M.b.t. de MAP wordt er ook op dezelfde wijze maatwerk toegepast; waar er sprake van betaald werk of vrijwilligerswerk is, brengt de consulent in kaart wat er nog nodig is om te voldoen aan de onderdelen binnen de MAP.
De praktijkuren worden binnen de werksetting ingevuld en geregistreerd binnen ons systeem, en we zijn op dit moment bezig om middels (groeps)modules de andere onderdelen vanuit de MAP aan te kunnen bieden aan de inburgeraars. Middels maatwerk heeft Team Inburgering de eerste inburgeraars in samenspraak met hun werkgever de MAP al kunnen laten voltooien.
13
46. Blz 23: Sporten en meedoen: er wordt veel geld en energie besteed aan mensen gezond laten bewegen. Wordt de effectiviteit van deze maatregelen alleen gemeten door onderzoek te laten doen naar wat mensen zelf aangeven met betrekking tot voldoen aan RIVM beweegrichtlijnen? Antwoord: Als we kijken naar de effecten van onze interventies op het beweeggedrag, dan houden we inderdaad de beweegrichtlijn als meetpunt. Sporten en bewegen zetten we vaak in, in combinatie met andere interventies. Daarom is lastig te meten, wanneer de ervaren gezondheid verbeterd is, of dit álleen komt door de inzet van sport en beweeginterventies. Daarom kijken we meer naar ervaren gezondheid in het algemeen. Hiervoor gebruiken we de data uit de gezondheidsmonitor van de GGD en de leefstijlmonitor van het RIVM. Een keer in de vier jaar wordt door de GGD de gezondheidsmonitor afgenomen, hierdoor krijgen we zicht op de gezondheid van inwoners, sporten en bewegen volgens de beweegrichtlijn wordt hierin meegenomen. Daarnaast komen de cijfers in de leefstijlmonitor v anuit diverse onderzoeken welke door het RIVM worden uitgezet. Onderstaande tekst geeft weer waaruit de leefstijlmonitor is opgebouwd: In de kern van de Leefstijlmonitor worden voor de meeste leefstijlthema's jaarlijks cijfers verzameld onder (bijna) alle leeftijden. Deze gegevens komen uit de Gezondheidsenquête van het CBS.
Voor de leefstijlthema’s roken, alcohol, drugs en seksuele gezondheid worden voor de jeugd (12-16 jaar) de gegevensverzamelingen van Peilstations -onderzoek (PEIL) en Health Behaviour in School-aged Children (HBSC) van o.a. het Trimbos -instituut gebruikt voor de kerncijfers. Deze bronnen leveren tweejaarlijks cijfers op. Het uitvoeren van (twee)jaarlijkse metingen is van belang voor onderwerpen waarbij we zo snel mogelijk trends willen waarnemen, wat vooral belangrijk is als er een relatie is met (veranderend) beleid (Bronnen zorggevevens, geraadpleegd op 23-06-2023 via https://bronnen.zorggegevens.nl/Bron?naam=Leefstijlmonitor). 47. Blz 25: Sociale basis: onderuitputting budgetten voor Corona ondersteuning. In hoeverre heeft hierbij al definitieve afrekening plaatsgevonden en moet ook nog een deel worden terugbetaald of juist worden nabetaald? Antwoord: Vrijwel alle subsidies zijn vastgesteld en afgerekend. Slechts een enkele dient nog te worden afgehandeld. Gezien de (financiële) impact van corona is de kans erg klein dat er moet worden terugbetaald. Van een nabetaling kan geen sprake zijn. Het verleende subsidiebedrag is namelijk normgevend. 48.
Blz 30: Met de invoering van de lumpsumfinanciering per 2021 voor Zorg in Natura worden de mutaties van de Persoonsgebonden Budgetten (PGB) verrekend met de contractpartners om de verschuiving tussen Zorg in Natura en PGB op te kunnen vangen. De verrekening over 2021 kon niet meer in de rekening 2021 worden verwerkt en leidt daarom tot een incidenteel voordeel van € 400.000. Is de verrekening over 2022 wel in het resultaat verwerkt en hoeveel bedroeg deze verrekening? Antwoord: Het is verrekend en het gaat om een bedrag van € 200.000. 49. Blz. 16: In plaats van een toename is het gelukt om het bestand te laten dalen en meer mensen te laten participeren op de arbeidsmarkt. Het bestand is gedaald met 160 bijstandsgerechtigden. Belangrijke oorzaak is dat de instroom (beroep op bijstand) is afgenomen. Hoe kan een daling van de instroom het totale volume verminderen? Als de nieuwe instroom nul is, blijft het totaal toch gelijk? Tenzij er uitstroom is. Graag nadere duiding van de daling van 160.
14
Antwoord: Het volume kan alleen afnemen als de uitstroom hoger is dan de instroom. Op het totale bestand zien we een afname van de instroom en het volume van uitstroom (beïnvloedbaar en nietbeïnvloedbaar) is hoger dan de instroom. Daardoor daalt totale volume. 50. Blz. 16: De wettelijke aantallen beschutte werkplekken zijn niet gerealiseerd, maar iedereen die in aanmerking komt voor beschut werken is geholpen. Is de wettelijke taakstelling hoger dan het aantal mensen in de gemeente die ervoor in aanmerking komen? Antwoord: Dat lijkt op dit moment wel zo te zijn. We gaan actiever in het bestand van bijstandsontvangers op zoek naar de mensen die in aanmerking komen voor een beschutte werkplek. De komende jaren investeren we hier specifiek in, om deze inwoners vervolgens te kunnen plaatsen op een passende werkplek (bijv. bij Caparis). 51. Blz. 16: Het inzetten van het instrument loonkostensubsidie heeft tot meer plaatsingen geleid van mensen met een arbeidsbeperking. Is dit een hefboomeffect: hoe meer inzet van loonkostensubsidie, hoe meer plaatsingen? Antwoord: Nee, dat is niet de bedoeling van de inzet van het instrument Loonkostensubsidie. Uitgangspunt is het onafhankelijk gemeten arbeidsvermogen van de inwoner, daar wordt t.b.v. de werkgever de loonkostensubsidie aan gekoppeld.
Wél zetten we meer in op het ins trument loonkostensubsidie om iedereen zo maximaal mogelijk te laten participeren op de arbeidsmarkt. 52. Blz. 16: In 2022 is het bijstandsbestand beter in beeld gekomen. Dit is iets wat we al meerdere jaren lezen/horen. Wanneer is het hele bestand goed in beeld? Antwoord: Iedereen in beeld hebben en goed in beeld houden blijft een uitdaging. Ons bijstand bestand is dynamisch. Jaarlijks zijn er veel mutaties door uitstroom en nieuwe instroom. Wij kunnen niet iedereen tegelijk de begeleiding bieden die nodig is . Door de krapte op de arbeidsmarkt zijn de mensen die goed bemiddelbaar zijn, uitgestroomd uit de bijstand. Dit betekent een verschuiving van een doelgroep die direct beschikbaar is voor werk, naar mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Deze doelgroep heeft intensievere en langere begeleiding/coaching en/of nazorg én maatwerk nodig. De groep bijstandsgerechtigden is te groot om iedereen op het juiste moment en tijdig een re-integratietraject aan te bieden. Hiervoor is het reguliere budget niet toereikend en daardoor moeten keuzes in de dienstverlening gemaakt worden. Wat we als gemeentelijke organisatie zelf kunnen uitvoeren doen we zelf. Specialistische kennis op het gebied van bijvoorbeeld psychosociale en/of psychische belemmeringen of een s toornis in het autistisch spectrum kopen we extern in. 53. Blz.
18: Begeleiding jongeren met schulden. In de periode 2019 tot en met 2022 zijn in totaal 25 jongeren in het project Jongeren & Schulden ingestroomd. Om het bereik, de aanpak en de begeleiding voor de jongeren te verbeteren, zijn per 1 januari 2023 twee trajectbegeleiders (2 * 0,5 fte) bij het jongerenteam aangesteld en wordt in 2023 aangesloten bij het Jongeren Perspectief Fonds. Hoe groot is de totale groep Jongeren & Schulden? Hoeveel inzet is er nodig om alle jongeren te helpen? Antwoord: Op basis van landelijke cijfers van het Nibud weten we dat 1 op de 5 jongeren van 18 tot 26 jaar betalingsproblemen heeft (Nibud 2022). Voor Leeuwarden zijn er geen cijfers beschikbaar. In het project Jongeren en schulden zijn er 25 jongeren gestart. In 2023 is de nieuwe aanpak van JPF gestart. Hier kunnen in eerste instantie ook 25 jongeren aan deelnemen. Deze aanpak is specifiek gericht op jongeren met schulden die een intensief
15
begeleidingstraject nodig hebben om weer aan toekomstperspectief (bv. het behalen van een startkwalificatie) te kunnen werken. Verder worden jongeren met betalingsproblemen ook op andere manieren ondersteund. • Jongeren met een hulpvraag op het gebied van financiën kunnen terecht bij de reguliere vindplekken van ondersteuning: buurt- en dorpskamers, PING loket in het gemeentehuis en bij de vrijwillige schuldhulpverleningsorganisaties. • Daarnaast is er recentelijk het inlooppunt ‘fix your finances’ bij NHL Stenden gestart en zijn er op het Friesland College en de Friese Poort (Firda) spreekuren van het budgetloket. Er zijn afgelopen jaar 101 jongeren op Friese Poort en op Friesland College 59 jongeren met financiële vragen ondersteund. • In het kader van de vroegsignalering heeft Amaryllis in 2022 zo’n 530 jongeren benaderd en met zo’n 50 % van deze groep contact gelegd. • Verder hadden in 2022 90 jongeren een regulier schuldhulpverleningstraject bij KBNL. • Ook zijn er veel jongeren in beeld bij het jongerenteam van de gemeente en het jongerenwerk van Amaryllis. • In het preventieplan wordt nader uitgewerkt hoe de gemeente meer jongeren met financiële vragen en problemen wil bereiken en schulden wil voorkomen. 54. Blz. 23: Door de deelname aan City of Literature is aandacht besteed aan meertaligheid.
Heeft het Liwwadders hierin ook een plek gekregen? Antwoord: Ja, City of Literature heeft aandacht voor alle talen in haar programma, ook het Liwwadders. Een concreet voorbeeld daarvan zijn de literatuurbankjes die zijn geplaatst als onderdeel van Sprekende Stenen. Daarbij zijn ook Liwwadder teksten gebruikt. Ook op de volgende Literatuurbank komt weer een Liwwadder tekst. 55. Blz. 25: Op de beschikbare middelen voor het corona noodpakket van € 1,38 mln is niet volledig een beroep gedaan waardoor € 0,5 mln is overgebleven. Deze middelen zijn onderdeel van het rekeningresultaat. Zijn deze restant middelen vrijgevallen? Antwoord: Ja, deze middelen zijn vrijgevallen en zijn daarom onderdeel van rekeningresultaat. 56. Blz. 25: BLP115 Sociale integratie achterstandsgroepen (voordeel € 443.000) Voordeel Leeuwarden in afrekening MO/VO 2022 vanuit SDF € 91.000 en afrekening coronabudget via SDF van € 231.000. Voordeel op "geweld hoort nergens thuis" via SDF € 126.00 0. Graag nadere duiding/meer uitleg Antwoord: SDF voert o.a. de regionale activiteiten uit op het gebied van de maatschappelijk – en vrouwenopvang. Het Rijk stelt hiervoor budgetten beschikbaar, ook voor mogelijke coronakosten binnen de opvang. Conform afspraak worden de voordelen op deze budgetten onder alle gemeente in Fryslân verdeeld. Het aandeel van Leeuwarden in deze voordelen is € 443.000 . 57. Blz.
25: Ook is bij buurt-, wijk en dorpswerk een voordeel ontstaan op het in het Coalitieakkoord beschikbaar gestelde budget voor compensatie van de OZB van € 73.000. Is dit geld blijven liggen/niet aangevraagd of was het budget te hoog vastgesteld? Antwoord: Niet iedereen heeft een aanvraag gedaan en omdat het om een nieuwe regeling gaat willen wij het budget nu nog niet aanpassen. Er wordt gewerkt aan een nieuwe werkwijze voor 2023, 2024 en 2025.
16
58. Blz. 26: Wachtlijsten JET: De gemeenteraad heeft incidentele middelen beschikbaar gesteld voor de inzet van extra personeel. Deze middelen hebben ervoor (mede) voor gezorgd dat de wachtlijsten voor de zomer waren teruggelopen. Wat moet er gebeuren of wat is er nodig om ook de wachtlijsten van het najaar weg te werken? Antwoord: 2022: Het is nodig om naast de maatregelen, op de korte termijn, het Jeugdexpertteam door te ontwikkelen. Dit is inmiddels in gang gezet. 2023: De komende periode staat in het teken van de doorontwikkeling van het Jeugdexpertteam op middellange en lange termijn. Uiteraard gebeurt dit vanuit de lokale jeugdagenda en het Berenschot rapport dat in uw bezit is. 59. Blz. 27: de ambities m.b.t. vernieuwing jeugdhulp zijn niet gehaald. Als oorzaak wordt het woonplaatsbeginsel en corona genoemd. Zijn er nog meer oorzaken? Antwoord: Er is geen onderzoek gedaan naar de oorzaken. Wel zien wel als mogelijke oorzaak het gewijzigde woonplaatsbeginsel en corona. 60. Blz. 28: Buurt en dorpskamers: Bewoners kunnen naast de buurt- en dorpskamers nog altijd telefonisch een afspraak maken met Amaryllis. Voor de meeste bewoners werkt dit beter dan het bezoeken van een dorps- of buurtkamer voor het vragen van hulp.
Heeft voor de meeste bewoners een buurtkamer dus geen toegevoegde waarde? Zo ja, wat betekent dit voor het gehele concept? Antwoord: Inwoners kunnen naast de hulpvraag ook terecht voor het bijwonen van activiteiten of het doen van vrijwilligerswerk dat ook onderdeel is van het concept. Daarnaast weten inwoners de locatie wel te vinden. Alleen is het persoonsafhankelijk wat men het prettigst vindt: of dit door middel van hulp vanuit de buurt- of dorpskamer komt of door het maken van een telefonische afspraak. Er is verder een evaluatie van de buurt- en dorpskamers door het bureau KAW uitgevoerd. De evaluatie wordt binnenkort in het college behandeld waarna u er ook de beschikking over krijgt. 61. Blz. 28: Windkracht058 is in het kader van transformatie gaan werken vanuit een herstelgerichte benadering. Wat zijn de resultaten? Antwoord: Volgt maandag 62. Blz. 29: Woonplaatsbeginsel. Als gevolg van het gewijzigde woonplaatsbeginsel is er een tekort van € 1,4 mln ontstaan doordat we onvoldoende gecompenseerd zijn door het Rijk. De wijze van herverdeling van budgetten sluit echter niet aan bij het werkelijke uitgaven patroon. Waarom niet? Wat wordt er ondernomen om tot een gunstiger verdeling te komen? Lobby? Antwoord: Het blijkt dat meerdere gemeenten zowel positief als negatief afwijken van de inschatting van het CBS (op basis van het verdeelmodel).
Leeuwarden is één van de gemeenten die negatief afwijken. Het aantal dossiers, soort zorg en kostprijs van de zorg wijkt voor Leeuwarden af van de gegevens waar in het verdeelmodel mee gerekend is. Dit vraagt om nader onderzoek zodat dit punt bij de evaluatie van het verdeelmodel meegenomen kan worden. 63. Blz. 30: 'Praktijk ondersteuners voor huisartsen' (POH-ers). Sinds 2021vergoedt de zorgverzekeraar een deel van de inzet van POH-ers. Omdat de continuïteit van deze afspraak op dit moment nog niet gegarandeerd is, bevat het budget ruimte voor het geval de huidige afspraak wordt beëindigd. Gezien de goede resultaten, gaan we hier sowieso mee door? 17
Antwoord: Ja, we gaan door met de inzet van POH GGZ Jeugd ook als de zorgverzekeraar zou besluiten om de financiering te beëindigen. 64. Blz. 30: Eind 2021 heeft het Rijk structureel extra middelen beschikbaar gesteld voor de versterking van het sociaal wijkteam. Op de bestedingen van deze middelen is een voordeel van € 360.000 behaald. Daarnaast is er door vertraging van de plannen en gebrek aan capaciteit bij de zorgverleners een voordeel van € 290.000 op het knelpunten- en innovatiebudget. Zijn deze budgetten vrijgevallen? Antwoord: Ja. De voordelen zijn vrijgevallen in het resultaat. 65. Tabel blz. 32: in vergelijking met vergelijkbare gemeenten heeft Leeuwarden meer banen. Toch is de arbeidsparticipatie lager en neemt het aantal bijstandsgerechtigden toe en is hoger dan vergelijkbare gemeenten. Hoe kan dat? Antwoord: Uit onderzoek blijkt dat Leeuwarden een zeer ingewikkelde opgave heeft op gebied van bijstand. De kans op bijstand is in Leeuwarden 9,7%, terwijl die landelijk 5,7% is. Ten aanzien van de banen: Heel veel banen in Leeuwarden worden ingenomen door inwoners uit andere gemeenten. Er is dus niet direct een relatie te leggen tussen aantal banen in de gemeente en de bijstandspopulatie van de gemeente zelf. Dat arbeidsparticipatie laag is en dat het bijstandsgerechtigden toeneemt is relatief.
In 2022 is het aantal bijstandsgerechtigden overigens gedaald van 5.378 naar 5.189. Wel zien we in 2023 een lichte toename van het aantal bijstandsgerechtigden. Dit is een landelijke ontwik keling en wordt ook weergegeven in de cijfers van het centraal planbureau en de prognoses in het gemeentefonds.
18
Fysiek domein VVD 66. Pagina 42. Bouwproductie In 2022 zijn er 922 woningen toegevoegd. a. Hoeveel woningen, exclusief studentenwoningen, betreft dit? b. Wat zijn deze aantallen in de jaren hiervoor? Antwoord: a) De voorlopige bruto woningbouwproductie van 922 is gecorrigeerd naar 833 waarvan 98 studentenwoningen (725 excl. studentenh.) b) In 2017 was dit 819, in 2018 was dit 814, in 2019 was dit 765, in 2020 was dit 713 en in 2022 was dit 995 (bruto productie excl. studentenh.) 67. Pagina 48. Snelheid remmende maatregelen in de dorpen: uitvoering in 2023 Zijn de werkzaamheden in de dorpen Feinsum, Hijum en Britsum reeds ingepland voor 2023? Antwoord: Uitvoering maatregelen Britsum en Hijum staan ingepland voor Q1 2024. Maatregelen in Feinsum worden gecombineerd met asfaltonderhoud (werk met werk maken) en zullen uiterlijk in Q1 2024 worden uitgevoerd. 68. Pagina 50. Reserve parkeren De reserve parkeren is nihil. Wat voor effect heeft dit op toekomstige parkeertarieven in de gemeente? Zullen deze sneller stijgen? Antwoord: Dit heeft geen effect op de parkeertarieven. Deze worden in beginsel één keer in de drie jaar verhoogd. 69. Pagina 56. Riolering Graag een toelichting van het nadeel van 70k op riolering Antwoord: De toelichting staat vermeld op blz 56 uitgesplitst in lasten en baten. Per saldo een nadeel van 70k.
PvdA 70. Blz 34 Programma beheer leefomgeving 5.1; ‘betrekken dorpen en wijken bij vergroenen, onderhoud en andere activiteiten.’ a. Zijn hier sprekende voorbeelden van en hoe gaat de samenwerking? b. Wat zijn voorbeelden van andere activiteiten? Antwoord: a) Zie Programma Beheer en leefomgeving pag. 54 b) Het schoonhouden van de grachten in Leeuwarden van drijfvuil, bestrijding onkruid op verharding, ondersteuning bij evenementen en diverse timmerwerkzaamheden (denk aan vervangen van steigerdelen, opknappen houtenbankje). 71. Blz 42 ‘In 2022 zijn de voorbereidingen getroffen om de eerste nieuwe gemeentelijke monumenten te kunnen gaan aanwijzen in het project tot uitbreiding van de gemeentelijke monumentenlijst op het vroegere grondgebied Boarnsterhim-Noord, Leeuwarderadeel en Littenseradiel’ a. Welke concrete voorbereidingen zijn dit en is er een tijdspad gemaakt? 19
b. Met welke organisaties werken we hier samen? Antwoord: a) Voor de drie gebiedsdelen zijn in 2021 groslijsten (ruwe inventarisaties) gereedgekomen. In 2022 zijn op het zuidelijke grondgebied van Leeuwarden (voorheen Boarnsterhim) voorlichtingsbijeenkomsten (3) met de dorpen georganiseerd en zijn organisaties gevraagd suggesties te doen wat volgens hen beschermenswaardig erfgoed is. Ook is een oproep in Huis -aanHuis (Grote Klok) geplaatst. Daarna is de definitieve onderzoeklijst vastgesteld en zijn opdrachten gegeven tot deelonderzoeken naar bijzondere categorieën: sporen van historische elektriciteitsvoorziening en sporen van de zuivelindustrie (en in 2023 recreatiewoningen). Eind 2022 zijn de eerste onderzoeksresultaten gepresenteerd en beoordeeld, en is de eerste opdracht uitgezet voor GM-Aanwijsdocumenten (elektriciteit). b) De inventarisaties voor de ruwe groslijsten per gebiedsdeel (3) zijn ambtelijk gedaan. Dorpsbelangen, dorpshistorici en monumentenstichtingen worden betrokken bij het samenstellen van de definitieve onderzoeklijst voor een gebiedsdeel. Het vaststellen van die definitieve onderzoeklijst gebeurt door een eigen Begeleidingscommissie. Dezelfde commissie beoordeelt ook elk afzonderlijk onderzoek naar de 250-275 onroerende zaken en besluit of een onroerende zaak wel of niet wordt voorgedragen voor bescherming.